Selectief winkelen

“Erkennen van het Nederlandse aandeel in slavernij is erkennen dat er in Nederland een systematische ongelijkheid bestaat voor een groep Nederlanders met een cultureel diverse achtergrond.”

Dit schrijft Jörgen Tjon A Fong in de Volkskrant in reactie op een column van Martin Sommer in dezelfde krant. Tjon A Fong vindt dat Sommer het slavernijverleden bagatelliseert en dat hij door: “betwisten van de cijfers de weg naar gelijkheid juist vertroebelt.” 

slavernijFoto: Pixabay

Het gaat mij er niet om wie gelijk heeft en hoe groot of klein het Nederlandse aandeel in de slavernij handel was. Het gaat mij om deze bewering van Tjon A Fong. Hij beweert hier dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de slavenhandel en de huidige ongelijkheid die er bestaat tussen Nederlanders met diverse culturele achtergronden. Tjon A Fong beweert hier dat het laatste is veroorzaakt door het eerste. Of hemzelf aan het woord te laten: “Het gaat erom dat we in de tijd die we de Gouden Eeuw noemen een sociale constructie hebben gebouwd waarin wit als superieur werd gezien en niet wit als minderwaardig.”

Hoe is dan die ‘sociale constructie’ in de Gouden Eeuw ontstaan? De westerse slavenhandelaren zagen immers niet iedere niet blanke als slaaf. Ze handelden er vrolijk op los met niet blanke slavenhandelaren die hun kleurgenoten verhandelden. Als ze pech hadden, werden ze zelf tot slaaf gemaakt door Arabieren en Noord-Afrikanen.

Ik ben benieuwd hoe het verband dat Tjon A Fong schets eruitziet. Dat twee gebeurtenissen na elkaar optreden wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is tussen die twee. Kan Tjon A Fong of iemand anders mij dit verband uitleggen? Volgens Tjon A Fong gaat het erom de: “bouwstenen van de huidige maatschappij bloot te leggen. En daar vormt de geschiedenis een onuitwisbaar fundament van.” De slavenhandel heeft hierbij tot een ‘constructiefout’ geleid. Winkelt Tjon A Fong zo niet selectief in de geschiedenis?

Als de geschiedenis het fundament van het bouwwerk is, behoort dan de afschaffing van de slavernij niet ook tot die fundamenten? Net als een Grondwet die iedereen gelijk behandelt?

Zou het kunnen dat de oorzaak van de ongelijkheid niet systematisch is, maar een oorzaak in de menselijke natuur heeft? Identificeert een mens zich niet met degenen die op hem lijken. Zou dat niet de oorzaak van de ongelijkheid kunnen zijn?

Gevangen in het eigen web

“Ik ben meer dan mijn kleur,” aldus de titel boven een column van Kiza Magendane in de Volkskrant. Magendane schets zijn droombeeld: “Hierin schrijven en praten de zogenaamde allochtonen over iets anders dan uitsluitend over racisme, discriminatie, de islam en diversiteit.” Dat dit er voorlopig niet van gaat komen, is een gevolg van de ‘mentale tirannie’ die ‘biculturele’ intelligentsia teistert: “Ze verkeren in een ‘psychologisch gevangenis’ zoals ik dat zelf noem. Hun identiteit wordt gereduceerd  tot hun culturele en etnische hokjes.” Hierdoor wordt: “het cultuurverschil tussen diverse etnische groepen als de meest doorslaggevende factor gezien in het verklaren van maatschappelijke problemen.” Een analyse die tot nadenken stemt en die aansluit bij eerdere prikkers.

spin in web

Foto: Pixabay

Ik moest denken aan een eerdere prikker, Cultuur, die ik in 2015 schreef. In haar commentaar stelde Dagblad de Limburger dat de Friese of Groningse cultuur anders is dan de Brabantse of de Limburgse. Waarop ik me afvroeg of er dan ook verschil zou kunnen zijn tussen de Venlose en Maastrichtse cultuur of tussen de culturen binnen de Venlose gemeenschap? Magendane noemt zichzelf een biculturele Nederlander. Wanneer ben je een biculturele Nederlander? Ik ben geboren in Velden, woon in Venlo, die plaatsen liggen in Limburg, in Nederland, in de Europese Unie, in Europa en de wereld? Voldoe ik daarmee aan de criteria om biculturele Nederlander te worden genoemd? Of, als je het op de keper beschouwt, multiculturele Nederlander? Het zijn immers meer dan twee culturen.

Ik sloot de genoemde prikker af met de vraag: “Is cultuur daarmee een woord dat we gebruiken om anderen, al naar wat we willen bereiken, binnen of buiten te sluiten?”  Een interessante vraag die ook naar aanleiding van de column van Magendane gesteld kan worden. Sluit hij zichzelf niet op in een hokje? Of om zijn eigen woorden te gebruiken, ‘reduceert’ hij zichzelf door zich biculturele Nederlander te noemen  tot een ‘cultureel en etnisch hokje’? Zet hij zich zo, om hem te parafraseren, niet ‘gevangen in een ‘psychologische gevangenis’? Zit hij zo niet gevangen in zijn eigen web?

Zucht …

“Lijdt u, mijn onderzaten die oprecht zijt van aard, God zal u niet verlaten, al zijt gij nu bezwaard. Die vroom begeert te leven, bidt God nacht ende dag, dat Hij mij kracht zal geven, dat ik u helpen mag.” 

Wat is de betekenis van dit stukje tekst? Dit zou zomaar eens een vraag kunnen zijn in een proefwerk (of wellicht examen) ‘Wilhelmuskunde’. Want zoals jullie vast al weten krijgen Nederlandse kinderen binnenkort het vak ‘Wilhelmuskunde’. Tenminste, als het aan de partijen ligt die de komende regering willen vormen.

wilhelmus.jpg

Foto: Wikimedia Commons

Tja, die onderzaten zijn natuurlijk de Nederlanders en die zijn perfect, ze zijn immers ‘recht van aard’. God zal hen, waarschijnlijk als gevolg van die perfectie, niet verlaten. Dat sinds Nietsche God dood heeft verklaard, inmiddels meer dan de helft van de Nederlanders God heeft verlaten, dat laten we even buiten beschouwing. Dat velen van degenen die nog wel in een God geloven, in een andere geloven dan de God waarover hier wordt gezongen, laat we ook maar even buiten beschouwing. Of is het de bedoeling van de ‘christelijke mannenbroeders’ om juist via het vak ‘Wilhelmuskunde’ zieltjes te winnen?

Zieltjes die moeten bidden, niet voor hun eigen heil, nee voor kracht voor de koning zodat die de bidders helpen kan. Hoe verhoudt zich dit tot de doelstellingen achter de participatiesamenleving die toch de eigen kracht centraal stelt? Zouden degenen ‘die vroom begeren te leven’ dan niet beter voor hun eigen kracht kunnen bidden? Vol verwachting zie ik uit naar de beleidsnota van het nieuwe kabinet die deze hiaat probeert te dichten.

Naast kennis van de inhoud en de tekst, dienen onze kinderen ook kennis van de melodie te hebben. De melodie? Tranentrekkende saaie en slaapverwekkend! Zeker als je naast het gebruikelijke eerste couplet ook de rest moet aanhoren, aldus de Ballonnendoorprikker. Die hoort liever het Frans of het Italiaans volkslied, levendige vrolijke melodieën waar je blij van wordt. Ik ben benieuwd hoe musicoloog Buma daar een draai aan gaat geven. Gelukkig hoeven de kinderen er niet bij te staan, staande in slaap vallen houdt meer risico’s in.

Is dit nu werkelijk iets waar vier ‘leiders’, gesecondeerd door vier ‘eerste luitenanten’ onder begeleiding van een informateur hun tijd aan voldoen? Geen wonder dat de formatie zo lang duurt.

‘Nails in shallow water

Josephine Bersee uit Hong Kong reageert via een ingezonden brief in de Volkskrant van woensdag 21 juni op een uitspraak van Jamile el Mourabet, diversity consultant bij Aan Amro, in dezelfde krant maar dan op de 20ste juni. El Mourabet vroeg zich af waarom mensen zich bemoeiden met de namen van haar kinderen (Hicham en Louay). Met Nederlands klinkende namen zouden die kinderen het immers veel makkelijker hebben in dit land, El Mourabet hierover: “Waarom zouden mijn zoons niet zichzelf mogen zijn, met hun eigen naam en hun eigen cultuur?” Dit vormt de kern van haar werk aldus El Mourabet: “Ik sta voor iets anders.”

Namen

Illustratie: Fieggentrio – blogger

Volgens Bersee is: “het aanpassen van namen een gewoonte van immigranten uit alle windstreken in alle immigratielanden door de geschiedenis heen.” En om beide ‘culturen’ tevreden te stellen adviseert zij: “geef het kind een Nederlandse en een Marokkaanse naam. Chinezen combineren westerse en Chinese namen al eeuwen en het heeft hun culturele identiteit niet in het minst aangetast.” Overigens stelt Bersee het recht die namen te kiezen die men wil, niet ter discussie.

Wat zegt een naam tegenwoordig nog over de afkomst? De tijden dat je aan een voornaam al kon zien uit welke streek iemand kwam, is allang voorbij. De Limburgse Sjang of Sjeng is uitgestorven. Kees, Jan Marietje en Truus worden ‘al generaties’ niet meer gebruikt. Xavi, Jari, Kimberley Charlene, Milan en Roxanne komen tegenwoordig wat vaker voor. Jim, James, Jill en Ivy gevolgd door Luna, Hailay en Amber. Wat te denken van Sven, Britt, Holger, Björn, Jill, Jane of Arwen, gewoon gebruikt door Nederlandse ouders. Of wat te denken van een trio uit een geboorteadvertentie die ik recentelijk las: Djaeysen het broertje van Kaeyen en Kaeylinn, kinderen met een pa en ma met oer-Nederlandse achternamen.

Dubbele namen, een goed idee. Alleen welke Nederlandse naam gebruik je? Djaeysen-Hicham dat bekt niet helemaal lekker, net zomin als Henk-Hicham, Kimberley-Louay of Truus-Louay. Jan-Hicham allitereert dan weer lekker en zou om die reden wel een mooie combinatie zijn. Wat zijn dan nog ‘Nederlandse’ namen?

Wat zegt trouwens een naam over afkomst? Laatst zag ik iemand voor het eerst waarmee ik via mail en telefoon al vaker contact had. Een oer Friese naam en een alles behalve bijpassend uiterlijk. Is deze discussie niet ‘searching for nails in shallow water’ om een ‘Nederlandse’ uitdrukking aan te halen?  Wat zegt het trouwens over het werk van El Mourabet?

‘Hedendaagse Europeanen’

Bij Elsevier een stukje geschiedenis om te verklaren waarom iets in het heden geen goed idee is door Jelte Wiersma. Volgens Wiersma ontwikkelt de Europese Unie zich tot een multicultureel en multi-etnisch rijk. Geen goed idee want de recente geschiedenis laat dit zien: “Het Britse, Franse, Duitse, Russische, Spaanse en Oostenrijks-Hongaarse. In deze rijken woonden mensen met verschillende talen, religies en etniciteiten. Ook woonden er soms mensen buiten deze rijken die zich tot een volk binnen de rijken voelden behoren. Zij waren als het ware geboren in een verkeerd (staats-)lichaam. Drie grote oorlogen verder en twee lessen konden worden getrokken. Een rijk kan alleen een stabiel land worden met een homogene bevolking onder buitenlandse druk of door gedwongen volksverhuizingen.” Niet doen dus, want multi-culturele en multi-etnische rijken dat is vragen om problemen.

Romeinse RijkIllustratie: commons.wikimedia.org

Jammer dat Wiersma niet verder teruggaat dan de negentiende eeuw, want als hij verder terug zou gaan, dan zou hij zeer succesvolle multiculturele en multi-ethnische rijken tegenkomen. Wat bijvoorbeeld te denken van het Ottomaanse rijk, dat bracht haar inwoners eerst ruim driehonderd jaar stabiliteit en een redelijke vorm van welvaart, alvorens het in de negentiende eeuw bergafwaarts ging. Of het Romeinse rijk, waarin mensen van verschillende etniciteit en cultuur hun thuis vonden. Dat bestond bijna duizend jaar. Trouwens, ook het heden kent nog zeer succesvolle multiculturele en multi-etnische rijken, wat bijvoorbeeld te denken van de Verenigde Staten of het huidige Rusland.

Volgens Wiersma ontstaat een stabiel land: “als een homogene bevolking samenwoont binnen duidelijke grenzen zonder minderheden die zich miskend voelen of inwoners die fundamenteel andere opvattingen huldigen.” Landen die dit niet hebben zijn instabiel. Om die instabiliteit weg te nemen maakte: “Het militaire apparaat dat de Franse ondergang moest voorkomen, (…) van Basken, Bretons en Normandiërs Fransen. Minder dan de helft van de Fransen sprak ruim honderd jaar geleden Frans. Door de invoering van de dienstplicht, als reactie op de Duitse dreiging en het bewust mengen van de volkeren binnen het Franse rijk ontstonden de hedendaagse Fransen.” Maar beste meneer Wiersma, bestond dat Franse rijk, zonder die ‘hedendaagse Fransen’ niet al enkele eeuwen?

Zou de ‘ondergang’ van multiculturele en multi-etnische rijken niet juist een gevolg kunnen zijn van het creëren van ‘hedendaagse Fransen’ en natuurlijk ook Duitsers, Nederlanders, Russen, Engelsen, Belgen enzovoorts? Van het opkomend nationalisme en het uitventen van verschillen tussen‘wij’ en zij’? Waren die oorlogen niet juist het gevolg van juist het maken van die ‘hedendaagse Fransen, Duitsers et cetera en juist niet van die multiculturele en multi-etnische rijken? Bovendien, als je ‘hedendaagse Fransen’ kunt creëren, zou je dan niet ook ‘hedendaagse Europeanen’ kunnen creëren?

‘Terror after the terror’

Na een daad van terreur hoor je steevast dezelfde riedels. Riedels waarin aan de ene kant erop wordt gehamerd dat we ‘ons niet laten afschrikken’, dat ‘we zullen overwinnen’ en dat we ‘schouder aan schouder’ moeten staan. Al snel daarna volgen ‘het duidelijk benoemen’ van de oorzaken die tegenwoordig dan gelegen zij in ‘de islam’ of het islamisme’ en dat het niet benoemen een vorm van ‘politiek correct wegkijken’ is dat op instigatie van de ‘elite’ door de ‘mainstream media’ wordt overgenomen. ‘Schouder aan schouder’ staan verwordt zo al heel snel tot ‘met de rug naar elkaar toe’ staan.

kleuters

Illustratie: Bloggen.be

Na de aanslag in London van zaterdag jongstleden lijkt er een nieuwe fase ingetreden. Eentje waarin de Amerikaanse president zich met de zaken gaat bemoeien door er wat tweets tegenaan te gooien en zich bemoeit met de binnenlandse aangelegenheden van een bevriend land, gaat reageren op uitspraken van de burgemeester van Londen. Is dat niet diep treurig? Gelukkig laat de burgmeester op een onderkoelde Britse manier via zijn woordvoeder weten dat: “He has more important things tot do than to respond to Donald Trump’s illinformed tweet …” Voor de media is dit ‘smullen geblazen’ en er worden weer veel ‘papieren en digitale kolommen ‘aan besteed.

Zelfs de niet zo mainstream Ballonnendoorprikker schrijft er nu al over. Hij vraagt zich af hoe het kan dat iemand die tot president van de Verenigde Staten is gekozen, het niveau van de kleuterschool niet ontstegen lijkt. Een president die het als een van zijn belangrijkste opdrachten ziet om islamisten van IS te bestrijden, die vervolgens voor 110 miljard dollar aan wapens verkoopt aan de islamisten in Saoedi-Arabië en vervolgens ruzie gaat zoeken met bondgenoten.

Ook vraagt de Ballonnendoorprikker zich af of die ‘papieren en digitale en kolommen’ geen beter lot verdienen. En dus vooral of deze ‘terror after the terror’ hem niet bespaard kan blijven.

What you (want to) see is what you get

In mijn vorige column vergeleek ik aan de hand van een song van de Dead Kennedys de huidige wereld met die van vijfendertig jaar geleden. In precies die periode schreef historicus Maarten van Rossum de artikelen die zijn gebundeld in het boek De draagbare van Rossum. Een bloemlezing die tezamen een goed inzicht geven in de geschiedenis van de vorige eeuw. Het derde hoofdstuk behandelt het wedervaren van het stadje Muncie in Indiana. In de studies wordt het plaatsje Middletown genoemd omdat het model moet staan voor een gemiddelde plaats in de VS. Dit stadje stond centraal in drie sociologische onderzoeken in de vorige eeuw. De eerste in 1925 en de tweede in 1935 werden verricht door Robert Lynd, de laatste eind jaren zeventig door Theodor Caplow, Howard M. Bahr en Bruce A. Chadwick.

Van Rossum

Lynd maakte zich zorgen om het verval van ‘gemeenschapszin’ in de Verenigde Staten en dacht dat de sleutel voor het stoppen van dit verval in kleine gemeenschappen lag. Als je verval wilt aantonen, dan moet er wel een referentiepunt zijn. Voor Lynd was dat het Muncie van zo rond 1890, de jeugdjaren van Lynd en die bracht hij door in een naburig stadje. Enige probleem, het Muncie van 1890 was niet op dezelfde manier bestudeerd. Dat beeld schetste Lynd op basis van wat globale informatie en zijn eigen jeugdervaringen. Een zeer mooi en positief beeld waarbij de jaren twintig, ondanks de toegenomen welvaart, schril afstak. Van Rossum waarschuwt: “We moeten niet vergeten dat Lynd ons oordeel gemanipuleerd heeft door op het doek achter het concrete beperkte Middletown in 1925 steeds het idyllische Middletown van 1890 te projecteren. Hij heeft zichzelf en zijn lezers met een romantisch plaatje in de luren gelegd.” Teloorgang van de gemeenschapszin, het zwarter maken van de huidige werkelijkheid door deze af te zetten tegen een extra gefotoshopte achtergrond.

De drie onderzoekers uit de jaren zeventig constateerden dat het stadje zo ongeveer het Walhalla was, het paradijs op aarde waar de verandering tot stilstand was gekomen omdat het hoogste punt van ontwikkeling bereikt was. En dat paste volgens Van Rossum precies bij hun ‘neoconservatieve zonnebril. Volgens Van Rossum, maakten zij zich aan hetzelfde feit als Lynd schuldig, maar dan omgekeerd. Zij zetten hun witter gefotoshopte werkelijkheid van de jaren zeventig af tegen Lynds zwart gefotoshopte en constateerden dat er niets aan de hand was in het stadje.

Is deze manier van ‘overdrijven’ niet nog steeds actueel? ’What you see is what you get’ een bekende uitdrukking in de automatiserings- en computerwereld. Zou voor de maatschappijwetenschappen en de politiek niet gelden ‘what you want to see is what you get? Het noopt in ieder geval tot kritisch bevragen van onderzoeksresultaten.

Neutraliseer onze rechtsstaat

Toen ik gisterochtend naar mijn werk reed, besteedde Radio1 aandacht aan het ‘hoofddoekjesidee’ van de Amsterdamse politiechef Aalbersberg. En zoals was te voorspellen, leidde dit idee tot een lawine aan afkeurende reacties. Zo maakt ook Afshin Ellian bij Elsevier zich druk om het idee van Aaldersberg. “De politie is de gewapende hoeder van de rechtsstaat, een neutrale staat,” zo betoogt Ellian. Dat neutraliteit uitstralen wat anders is dan neutraal zijn, realiseert hij zich ook: “Neutraliteit gaat niet over wat deze ambtenaren denken, maar over hoe ze verschijnen en wat ze doen.” Als politie-agenten een hoofddoekje gaan dragen dan is die neutraliteit ver te zoeken, zo betoogt Ellian: “Een hoofddoek bij de politie is geen teken van diversiteit, maar van islamisering van de politiemacht.” Is die rechtsstaat wel zo neutraal?

spaghettemonster

Illustratie: https://www.kerkvanhetvliegendspaghettimonster.nl/ons-geloof/

“Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.,” de eerste zin van iedere Nederlandse wet. ‘Bij de gratie Gods’, hoe neutraal is die rechtsstaat als god in iedere wet aanwezig is? Wat heb ik aan ‘neutraal verschijnende politie-agenten’ als de wetten die ze moeten handhaven, partijdig zijn omdat er wordt gerefereerd aan een god?

Hoe neutraal is onze overheid als verplichte feestdagen allemaal zijn gelieerd aan het christendom? Niet allemaal, zult u tegenwerpen, koningsdag niet! Die inderdaad niet direct, maar zorgt ‘de gratie Gods’ die de koning op zijn troon heeft gezet, niet voor een sterke band tussen deze feestdag en het christendom? Zou een neutrale dag niet iedere gelovige de gelegenheid bieden om de voor zijn of haar geloof belangrijke feestdagen op gelijke voet te vieren?

Zo waarlijk helpe mij God almachtig,” een van de twee manieren om je als politicus in te zweren. Geeft dit de christenen een flinke voorsprong op de islamieten, hindoes of  of aanhangers van de kerk van het vliegende Spaghettimonster? Die laatsten mogen zelfs niet met het voor hun ‘heilige’ vergiet op hun hoofd op de pasfoto, terwijl dat met een hoofddoek  of de ‘staphorster hoedjes’ wel mag.

Valt er zo niet nog heel wat te ‘neutraliseren’ voordat we kunnen spreken van een neutrale rechtsstaat? Daar zal nog veel werk voor moeten worden verzet en weerstand voor moeten worden overwonnen. En bij dat werk en het overwinnen van die weerstand “mogen wij ons gesteund weten door het besef dat velen ons wijsheid toewensen” om het bijna standaard einde van een troonrede te citeren. Dat neutraliseren zou al kunnen beginnen als de koning de op deze zin volgende woorden niet meer uitspreekt, “en met mij om kracht en Gods zegen voor u te bidden.”

Fijne feestdagen

Bij De Dagelijkse Standaard krijgt Denk-kamerlid Farid Azarkan de wind van voren van Tim Engelbart. Toen aan Azarkan werd gevraagd om te kiezen tussen Koningsdag en het Suikerfeest, koos Azarkan voor het Suikerfeest. Dit was dus tegen het zere been van Engelbart: “Farid Azarkan spreekt graag over Nederlanders met een migratie-achtergrond”- een hele mond vol, maar oké. Het blijft echter vreemd om over Nederlanders te spreken als je niet eens de meest Nederlandse feestdag van allemaal – vermoedelijk zelfs de enige – niet eens kan verkiezen boven één van de vele belangrijke dagen in een uitheemse traditie als de islam.” Engelbart ziet zich nu: “gedwongen een even ongemakkelijke vraag te stellen: waar ligt eigenlijk de loyaliteit van dit Kamerlid? Ligt die hier, in Nederland. Of toch elders?”

suikerfeest

Illustratie: Plazilla

Beste meneer Engelbart, mag je als staatsburger van dit land alleen maar inheemse tradities aanhangen? Hebben we in dit land niet de vrijheid om te geloven in wat je wilt? U mag best in de christelijke god geloven en u houden aan de tradities van die religie. Azarkan mag geloven in allah en zich houden aan die tradities en ik mag geloven in niets en me houden aan de tradities van niets. Stelt u die vraag ook aan katholieken, gereformeerden en hervormden die kerstmis verkiezen boven koningsdag?

Beste meneer Engelbart, als u mij vraagt om te kiezen tussen koningsdag en drie dagen vastelaovend in Venlo, dan kies ik voor de vastelaovend. Ik heb niets, maar dan ook helemaal niets met de, zoals u het noemt, ‘meest Nederlandse feestdag van allemaal’ omdat ik niets heb met het koningshuis. Ook heb ik niets met andere ‘inheemse tradities’ zoals de klederdracht in Volendam, Zeeland en Staphorst. Ik kan nog geen seconde luisteren naar de vele Volendamse zangers, de Toppers en vele andere Nederlandstalige zangers.

Gaat u mij nu ook vragen waar mijn loyaliteit ligt? Als je al een maatstaf hebt waaraan je loyaliteit aan het land waarvan je staatsburger bent kunt afmeten, maar daar schreef ik al eerder over.

Populistisch anti-populisme

Burgerschapsonderwijs, in mijn ogen bijzonder dat dit een ‘vak’ op school is. Is immers het doel van het onderwijs niet om onze kinderen de bagage te geven om samen met anderen hun weg te kunnen vinden in onze democratische samenleving? Om volwaardig, autonome denkende burger te zijn van die samenleving en is het totale curriculum daar niet opgericht? Wellicht zie ik het verkeerd en is het doel een middel geworden? Over de invulling van dat middel wordt gediscussieerd.

populistisch anti-populisme

Illustratie: Tja burgerschap wat is dat nou?

Bij Joop houdt bestuurskundige Dave Ensberg-Kleijkers een pleidooi om populisme te integreren in het burgerschapsonderwijs, door te: “investeren in een positief schoolklimaat, waar geen ruimte is voor angst als zuurstof voor gestold onbehagen of schools populisme, is de basis voor het leerlingen laten leren over populisme en hen te vormen als waardengedreven burgers. … ik pleit niet voor de bestrijding van politiek populisme an sich, maar ik pleit voor het bestrijden van onwetendheid en angst als drager voor waardeloos populisme en juist voor het investeren in waardevol burgerschap.” Wat zie als je wat dieper over dit pleidooi nadenkt?

Als ik de eerste zin lees, dan zijn er scholen die investeren in een negatief schoolklimaat, waar ruimte is voor angst en schools populisme. Wat ik me bij dat laatste moet voorstellen, wordt niet duidelijk uit het pleidooi Ensberg-Kleijkers. Zouden er werkelijk scholen zijn die investeren in een ‘negatief schoolklimaat’ een klimaat waar angst heerst. Angst voor gestold onbehagen?

Die scholen moeten leerlingen vormen als ‘waardengedreven burgers’. Zegt Ensberg-Kleijkers daarmee dat populisten niet door waarden worden gedreven? Zouden er werkelijk mensen zijn die niet door waarden worden gedreven? Als er iets centraal staat in het debat van tegenwoordig, dan zijn het ‘normen en waarden’. Alleen zijn die van ‘ons’ anders dan die van ‘hen’. Investeren niet zowel die ‘ons’ als die ‘hen’ in waardevol burgerschap en verschilt alleen de inhoud van dat burgerschap?

Ensberg-Kleijkers beschrijft populisme als een: “partiële ideologie die zich in al haar verschijningsvormen afzet tegen de politieke en/of economische elite, de wil van ‘het ware volk’ normerend wil laten dicteren en gedijt bij zowel sociaaleconomische als sociaal-culturele spanningen en vooral: angst.”  Wil hij niet ook ‘normerend dicteren’ door te bepalen wat ‘positief’ en wat ‘negatief’ is? Wat ‘waardevol’ en wat dus ‘waardeloos’ burgerschap is?  Pleit hij niet voor populistisch anti-populisme en heeft hij zo zijn doel, het integreren van populisme in burgerschapsonderwijs integreren, niet al bereikt?