Oostindisch doof

“Doofheid is een wereldwijd voorkomend verschijnsel en doven kunnen zonder implantaat een aanvaardbaar bestaan leiden.” Dit is de reden dat een driejarig meisje geen gehoorimplantaat krijgt, zo is te lezen op opiniesite JOOP. Een implantaat dat haar leven aanmerkelijk makkelijker zou maken. Als dit een kind zou zijn van twee ouders wiens familie hier al generaties lang woont, zou dan het land te klein zijn? Ik denk het wel.

Het meisje heeft echter de pech dat haar ouders uit Afghanistan komen en hun asielaanvraag hier afgewezen is. Ze moeten terug. En daarom komt het kind niet in aanmerking voor een implantaat. Zo heeft staatssecretaris Dijkhof besloten. Is dit besluit rechtvaardig?

malalaIllustratie: one.org

In Het geluk van een kopje koffie, Lone Survivor en Hoofdprijs heb ik de utilitaristische kijk op rechtvaardigheid beschreven. Als iets tot maximaal geluk leidt, dan is het voor een utilitarist rechtvaardig. Bekijken we dit geval vanuit de optiek van landen, dan moet Nederland investeren en neemt het geluk in Afghanistan toe, want daar moeten ouders en kind naar terug. Niet doen dus. Maar wat als het kind een tweede Malala wordt, het Pakistaanse kind dat door de Taliban ernstig werd verminkt, in Engeland is geopereerd en nu met de Nobelprijs gelauwerd voor vrede strijdt?

Wat als je geluk op wereldniveau beschouwt? Hoeveel ongelukkiger wordt Nederland ervan om dit kind te helpen? En hoeveel gelukkiger het gezin en Afghanistan? Zouden de kosten dan niet ruimschoots tegen de baten kunnen opwegen?

Maar rechtvaardig kan ook zijn dat wat goed is. En over wat goed is valt te twisten en dat doen gelovigen, ongelovigen, socialisten, communisten enzovoorts dan ook, zoals ik in Het Goede Doel al aankaartte. Maar zouden ze ook twisten over de vraag of het implantaat goed is?

Er is nog een derde stroming in het denken over rechtvaardigheid. Een stroming die individuele vrijheid centraal stelt. Deze stroming vindt haar oorsprong bij de Duitse filosoof Immanuel Kant. Volgens Kant is een mens altijd een doel op zich. Ziet de staatssecretaris hier het meisje als doel? Of als middel om een harde boodschap uit te stralen? Hoe zou Kant oordelen?

De Amerikaanse filosoof John Rawls heeft dit verder uitgewerkt en kwam tot twee beginselen van rechtvaardigheid. Als eerste dat iedereen recht heeft op een zo maximaal mogelijk stelsel van vrijheid dat verenigbaar is met een vergelijkbaar stelsel voor iedereen. Het tweede dat iets rechtvaardig is als de minstbedeelden er meer van profiteren dan de beter bedeelden. Zou het meisje, als een van die minst bedeelden, niet veel meer van een implantaat profiteren dan Nederland van die paar euro? Hoe zou Rawls oordelen?

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum en de Indiase econoom Amartya Sen zijn verder gaan bouwen op het werk van Rawls. Zij kwamen met de capability approach, de vermogens benadering. Vermogens, zo schrijft Nussbaum in haar boek Mogelijkheden scheppen op pagina 40: “zijn antwoorden op de vraag: ‘Wat kan deze persoon doen en zijn?” Het zijn: … “substantiële vrijheden’ … een reeks van (over het algemeen onderling gerelateerde) kansen om te kiezen en te handelen.” 

Lichamelijke gezondheid is een van deze vermogens. Net als het gebruik van je zintuigen om te denken, fantaseren en te redeneren. Een rechtvaardige samenleving zorgt voor een goed basisniveau en vervolgens wordt het tweede beginsel van Rawls toegepast. Hoe zouden Sen en Nussbaum Oordelen?

Zou de staatssecretaris naar hun argumenten willen luisteren of zou hij zich oostindisch doof houden?

It takes two to tango

In 2014 deed Motivaction een onderzoek naar de gevoeligheid van jongeren voor religieus geweld veel stof opwaaien, omdat er werd geconcludeerd dat er onder met name Turkse jongeren veel sympathie voor IS leek te bestaan. Op het Motivaction-onderzoek bleek onderzoekstechnisch van alles aan te merken en daarom heeft het SCP een onderzoek gedaan met als titel Een wereld van verschil. Dit onderzoek laat zien dat een veel kleiner deel van de jongeren begrip zegt te hebben voor religieus geweld.

AAN53JFoto: xn--apart-fsa.com

“We moeten ons richten op die kleine groep mensen die Isis en religieus geweld goedkeuren, maar we hoeven en we mogen niet hele groepen mensen wantrouwen.” Dit zegt minister Asscher in reactie op de uitkomsten van het SCP-onderzoek.

Richt Asscher zijn pijlen wel op het goede doel? Natuurlijk! Zal de eerste reactie van velen zijn. We moeten voorkomen dat deze jongeren naar Syrië gaan en jihadist worden. Dus dat rechtvaardigt dat we ons daarop richten.

Zou het doel niet die grote andere groep moeten zijn? De groep die juist geen begrip heeft voor religieus geweld? Het SCP constateert dat de helft van de Nederlanders met Turkse of Marokkaanse wortels zich geen volwaardig burger voelt, zoals de Volkskrant het samenvat. Zouden de pijlen niet juist op dit probleem gericht moeten worden? Een probleem van niet alleen deze groep, maar ook van de ‘autochtone’ Nederlanders? Volwaardig lid worden van een groep vraagt immers ook inspanningen van degenen die tot de groep behoren omdat integratie tweerichtingsverkeer is. Immers ‘it takes two to tango’. Hieraan heb ik in Inburgeren al aandacht besteed.

Zouden die pijlen niet moeten bestaan uit een aanpak die uitgaat van de kracht van onze open democratische samenleving, waaraan ik in Vrijheid, democratie en verbieden en Vrijheid vieren aandacht schonk? Een aanpak die een sterk alternatief biedt tegenover de aantrekkingskracht van het jihadisme waar ik in Waar vóór naar zocht? Zou dat geen succesvollere aanpak kunnen zijn? Zou dat helpen bij de tango? Toch nog eens de vraag: richt Asscher zijn pijlen wel op het goede doel?

Een Glazen bol

In een artikel in Trouw betoogt JOVD-voorzitter Matthijs van de Burgwal dat Turkije op vele punten niet voldoet aan de eisen voor toetreding. Zo is het slecht gesteld met de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en weigert Turkije om Cyprus te erkennen. Het land is duidelijk niet klaar om lid van de EU te worden, aldus Van de Burgwal.

Glazen bolFoto: grenswetenschap.nl

Van de Burgwal heeft gelijk dat Turkije niet klaar is om lid te worden als het niet voldoet aan de voorwaarden. Dat andere landen, die ook niet aan de huidige eisen voldoen, wel al lid zijn doet nu niet terzake. Als je eisen stelt moet je ze handhaven. Landen die er niet aan voldoen en wel al lid zijn, zouden onder druk moeten worden gezet om er wel aan te gaan voldoen zodat uiteindelijk ieder land aan de eisen voldoet.

“Het is aan de Nederlandse regering om van 14 december 2015 écht een historisch moment te maken en een definitief veto uit te spreken tegen Turkse toetreding tot de Europese Unie,” aldus Van de Burgwal. Wordt het dan niet een ander verhaal? Een ander verhaal omdat definitief een definitieve uitspraak is?

Heeft Van de Burgwal een glazen bol waarin hij kan zien dat Turkije nooit en te nimmer aan de toelatingseisen zal voldoen? Want dan kan definitief worden bepaald dat Turkije nooit kan toetreden.

Zonder deze ‘glazen bol’ wekt zo’n uitspraak bevreemding. Wat als Turkije aan alle eisen voldoet? Sterker nog, als beste van alle landen op de lijstjes scoort? Mag het land dan nog steeds geen lid worden van de EU? Als dat niet het geval is, dan zijn er nog andere toelatingseisen of criteria, maar welke zijn dat dan?

Als Turkije voldoet aan de eisen, wil worden toegelaten en het niet wordt, dan is het een ander verhaal. Dan wil de EU Turkije niet als lid. In dat geval maakt het niet uit wat Turkije doet en hoe goed het op welke ranglijst dan ook scoort. Als dat het geval is, dan kan het beter meteen worden gezegd. Liefst met redenen waarom niet. Dat scheelt veel geld en energie.

Is er bij Van de Burgwal sprake van een glazen bol of wil hij Turkije om welke reden dan ook, er niet bij?

Waar vóór?

Grasduinend op LinkedIn kwam ik een post tegen van een van mijn contacten:“ Van Rijn: Meer jeugdwerk tegen radicalisering.” Niet de eerste keer dat ik las dat iemand weer nieuwe ideeën had om radicalisering van jeugdigen tegen te gaan. Het zal ook niet de laatste zijn. De suggestie van staatssecretaris Van Rijn in het korte stukje is positief. Zet jeugdwerkers in om radicalisering te voorkomen. Toch bekruipt mij een angstig gevoel bij deze en alle andere oproepen om radicalisering tegen te gaan.

voor_4Illustratie: www.fonts2u.com

Een groot deel van de jeugdigen begint zich, als ze de puberteit bereiken, af te zetten. Ze worden ‘rebels’ en lijken moeite met regels te hebben. Een waardevolle periode in het opgroeien want de jeugdigen beginnen hun omgevingen er de personen erin te ontdekken en ontdekt zo wie hij of zij zelf is en wat zij of hij kan en wil. Ze gaan op zoek naar hun zin van het leven. Het is de periode in het leven dat de mens het meeste warm loopt voor grote ideeën en idealen. In revoluties vervullen jeugdigen een belangrijke rol. Zie bijvoorbeeld dat wat we toen de Arabische lente noemden.

Veel jeugdigen zijn gevoelig voor idealen en ideeën en een groot deel gaat er ook naar op zoek. Op zoek, maar wat is er te vinden? En wat is er spannend genoeg?  Waar kunnen ze hun energie en enthousiasme kwijt? De Christelijke religies hebben sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw flink aan aantrekkingskracht ingeboet. Afgezien dan van nieuwe stromingen als de Doorbrekers die een ‘feelgood’ religie bieden, maar dat spreekt ook niet iedereen aan.

De politieke stromingen dan? Missen we daar niet grote, inspirerende verhalen? Draait het daar niet alleen maar om een half procent koopkracht of een procent economische groei? Om economisme: “Het is het terugbrengen van alle vraagstukken tot een financieel-economische kwestie. En het is een impliciete ideologie die gedeeld wordt door bijna alle partijen hier in de Tweede Kamer. Dat betekent dat er in de Kamer eigenlijk altijd naar dezelfde oplossing wordt gezocht: meer markt, minder overheid, meer groei.” zoals GroenLinks fractievoorzitter Jesse Klaver het omschreef?

Missen we verhalen zoals de vroegere communistische-, socialistische of de vroegere liberale verhalen? Verhalen die mensen raakten, enthousiasme opwekten en aanzetten tot actie.

De oproepen om iets te doen tegen radicalisering roepen bij mij een vraag op. Welke alternatieven kunnen we jeugdigen en ook de potentiële radicalisme bieden?  Welke inspirerende alternatieven zijn er voor de jeugd?

‘Lijdende’ cultuur

In Trouw houdt het CDA Kamerlid Pieter Heerma een betoog voor het veel steviger waarderen en uitdragen van de leidende cultuur. Als we dit niet doen dan zal de integratie falen en wordt de solidariteit steeds verder uitgehold. Die leidende cultuur is, volgens Heerma gebaseerd op de waarden en normen uit de joods-christelijke traditie. Wat die waarden en normen zijn maakt hij niet duidelijk.

kruistocht

Illustratie: politiek.thepostonline.nl

Zijn er niet meer grondslagen voor de leidende cultuur? Is onze moderne samenleving niet ontstaan toen onze voorvaderen zich gingen afzetten tegen die cultuur? Toen ze zelf gingen nadenken? En hoe zit het met het humanisme? Het liberalisme en de eruit voortgekomen socialistische stroming? Hoe zit het met de wetenschap?

Hebben die joods-christelijke en dan met name de laatste, de christelijke, waarden ons niet veel ellende bezorgd? Hebben die christelijke waarden het niet eeuwen lang ellendig gemaakt voor de aanhangers van de joodse waarden? Hebben haar aanhangers niet verschillende kruistochten gevoerd? Waren en zijn de aanhangers van die christelijke waarden niet onderling zeer verdeeld? En hebben de verschillende stromingen elkaar niet eeuwen lang de tent en het continent uitgevochten? Met Noord-Ierland als laatste nog steeds niet helemaal tot het verleden behorende voorbeeld? Waren het ook niet aanhangers van die christelijke waarden, die met de bijbel in de hand, moordend door Amerika trokken? Zijn die waarden het wel waard om nu uit te dragen?

Zijn onze belangrijke waarden niet veeleer de rechtstaat en de democratie zoals ik in Ontmenselijking al schreef? Zijn dat niet de waarden die het hier zo prettig maken om te wonen en die ertoe hebben bijgedragen dat: “West Europa tot de beste, rijkste en gelukkigste stukjes op de aardbol” behoort en niet die joods-christelijke zoals Heerma beweert? Zijn dat niet de waarden die uiteindelijk die vrede, veiligheid en mensenrechten brachten? Zijn het niet veeleer de waarden van de democratie en de rechtstaat die we moeten uitdragen?

Vrijheid, democratie en verbieden

”Salafisme met verbod bestrijden” De kop van een artikel op de voorpagina van Dagblad de Limburger van zaterdag 28 november 2015. In dit artikel wordt aandacht besteed aan een motie van de Kamerleden Marcouch (PvdA) en Tellegen (VVD),  waarin de minister van Veiligheid en Justitie wordt verzocht: “onderzoek te (laten) doen naar de mogelijkheid om salafistische organisaties vanwege strijd met de openbare orde te laten verbieden.”  Omdat zij constateren dat: “ het salafisme in Nederland isolationistisch van karakter is gericht op onverdraagzaamheid, antidemocratische activiteiten en polarisatie en daarmee een kweekvijver vormt voor radicalisering en gewelddadig jihadisme.” Krachtige taal en dat gaat er wel in, zo kort na aanslagen gepleegd door mensen die zich op een van de salafistische stromingen beroepen. Populair of niet, is verbieden de juiste weg?

vrijheidIllustratie: www.amnesty.nl

Hoe verhoudt zich het verbieden van een manier van denken en naar de wereld kijken met de vrijheid van meningsuiting? Of met de vrijheid van godsdienst? Of het verbieden van organisaties met de vrijheid van vereniging en vergadering? Vrijheden waarvoor in het verleden hard is gevochten. Vrijheden die tot de kernwaarden van onze samenleving behoren. Zijn deze vrijheden niet de waarden die we moeten verdedigen en niet het ‘recht om op een terras te zitten’?

Hoe verhoudt het verdedigen van deze rechten zich met het verbieden van een religieuze stroming? Of een politieke ideologie, ook al is het een kwaadaardige? Hebben stromingen die isolationistisch van karakter zijn geen recht op bescherming? En van de andere kant, moeten dan ook niet enkele streng gereformeerde stromingen verboden worden? Stromingen waarbij de vrouw het ‘aanrecht’ heeft? Hoe democratisch is het om stromingen die de democratie afwijzen, te verbieden? Zou niet ook de extreem-rechtse ideologie waarnaar Marcouch ter vergelijking wijst, ook ruimte moeten krijgen?

Is het niet veel verstandiger en beter voor de openbare orde om iedereen de ruimte te bieden om te denken wat hij wil en zijn leven zo in te richten als hij wil, als het maar binnen de wet is? En ligt de grens niet precies daar: bij de wet? Is het niet juist de kracht van onze democratie en de waarden, (vrijheid van meningsuiting, godsdienst en vereniging en vergadering) waarop deze is gebaseerd, dat deze meningen en ideologieën in een open debat worden besproken? Begrijpen de Kamerleden het concept democratie wel?

Hydra, Hercules en Laolas

“De kop moet van de slang,” dat is de titel van een artikel in Dagblad de Limburger. In dit artikel wordt ‘vooruitgeblikt’ op een eventuele aanval op de ‘IS-hoofdstad’ Raqqa. Hoeveel troepen er nodig zijn en waar die vandaan zouden moeten komen. Maar ook hoeveel tanks, vlieg- en pantservoertuigen.

HydraIllustratie: www.kalofagas.ca

Raqqa, een stad die door de Britse premier Cameron is omschreven als ‘de kop van de slang’. En als je de kop van een slang afhakt, sterft ze. Als IS een staat is of een organisatie, eenduidig aangestuurd vanuit een centraal punt, dan is de slang een passende metafoor. Schakel de leiding uit en de organisatie is lamgelegd. Zou dat bij IS zo werken? Terroristische groepen uit verschillende landen hebben zich bij IS aangesloten, maar worden ze daarmee rechtstreeks aangestuurd? Zouden deze groepen zonder leiding vanuit  Raqqa inactief worden? Of verplaatst de leiding zich naar een andere plaats? Zou het terrorisme stoppen als de zelfbenoemde kalief er niet meer is? Of opent dat juist weer ruimte voor een nieuwe kalief?

Is de metafoor van de slang wel passend? Of is een metafoor met Hydra uit de Griekse mythologie passender? Hydra huisde in het meer van Lerna en was een veelkoppige slang. Belangrijkste eigenschap was dat het afhakken van een kop ertoe leidde dat er twee nieuwe koppen aangroeiden. Bestaat het terrorisme dat zich beroept op de Koran niet veeleer uit vele kleine groepen. Groepen die soms gelegenheidscoalities sluiten en waarbij af en toe een nieuw boegbeeld opstaat. Eerst was dat Osama Bin Laden van Al Qaida en nu is dat de zelfbenoemde kalief Abu Bakr al-Baghdadi. Wat zou er gebeuren na het afhakken van dat hoofd?

Als tweede van zijn twaalf grote werken werd Hydra uiteindelijk verslagen door Hercules. De grote held kon het echter niet alleen. Hercules vocht met Hydra en hakte de koppen af. Om te voorkomen dat er twee nieuwe aangroeiden, brandde Laolas de wonden dicht. Dit voorkwam aangroeien. Vraagt de strijd tegen terrorisme niet zowel Hercules als Laolas? En is in de strijd tegen deze moderne Hydra, Laolas niet de belangrijkste held?

‘I have a dream…’

In de prikkers Les banlieues  en The Meaning of Life ben ik op zoek gegaan naar mogelijke verklaringen voor het radicaliseren van mensen. Vandaag nog een andere invalshoek. Een invalshoek vanuit het denken van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum. In haar boek Politieke emoties. Waarom een samenleving niet zonder liefde kan, gaat Nussbaum in op de rol en het belang van emoties in de politiek. Nussbaum betoogt dat die rol onderbelicht is en breekt een lans voor emoties.

nussbaum

Foto: www.vanstockum.nl

Nog meer emotie? Als we het huidige debat volgen dan lijkt er eerder sprake van een teveel dan een tekort aan emotie. Om de emoties tot bedaren te brengen, wordt immers de ene na de andere ‘harde’ maatregel afgekondigd en worden er bommen en raketten op steden afgevuurd. Een pleidooi voor ratio in het debat zou meer voor de hand liggen. Niet meer maar minder emotie! Of?

Inderdaad spat de emotie in chocolade letters van het krantenpapier en leiden de tranen van verdriet en woede bijna tot kortsluiting in het beeldscherm. Al die emoties zijn nogal eenzijdig (angst en woede) en eenzijdig gericht (harde maatregelen).

Zou het debat niet ook wat positieve emotie kunnen gebruiken zoals liefde en trots? Liefde voor en trots op onze vrije, open en nog steeds redelijk rechtvaardige samenleving? Een samenleving waar de vrijheid van meningsuiting, van vereniging en verzameling en van godsdienst groot goed zijn. Trots op deze verworvenheden en onze welvaart. Maar ook empathie en compassie voor hen (waar ook ter wereld) die het minder hebben getroffen.

Nussbaum haalt grote leiders aan die emoties gebruikten om een boodschap van tolerantie, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid te brengen. Leiders als Gandhi, Marten Luther King jr, Franklin Delano Roosevelt.

Leiders die mensen verbonden. Mensen van verschillend ras, geloof en achtergrond. Waar vinden we een leider (liefst meer) die in hun voetsporen treedt? Een leider die mensen verbindt.

Vrijheid vieren

“Nederland staat pal naast Frankrijk in de bescherming en verdediging van wat ons lief is: onze vrijheid en onze veiligheid voorop. Die onderlinge verbondenheid is in heel Nederland zichtbaar en voelbaar.” Zo valt te lezen in een brief van premier Rutte aan de Tweede Kamer. In deze brief biedt de Nederlandse regering haar hulp aan na de aanslagen in Parijs. Beschermen en verdedigen van vrijheid, dat klinkt goed. Maar toch wringt er iets.

Berlin

Foto: www.unz.org

Vrijheid is in de politiek een begrip, waarvan volgens de filosoof en liberaal denker Isaiah Berlin twee soorten te onderkennen zijn. De negatieve variant, die inhoudt vrij van externe invloeden en met externe invloeden wordt machtsmisbruik en -gebruik door de overheid bedoeld. En de positieve variant, vrij om iets te doen (autonomie). Laten we eens met deze twee brillen naar de woorden van Rutte kijken. Welke vrijheid moet er dan worden beschermd en verdedigd?

De negatieve vrijheid hoeven we niet tegen IS of welke terroristen dan ook te verdedigen. Deze variant van vrijheid moet worden verdedigd tegen de overheid en de terroristen vormen niet onze overheid. Wel kan deze variant van vrijheid in het gedrang komen door het pleidooi van CDA fractievoorzitter Buma voor een ‘reeks wetten die ons veiliger moeten maken’. De ervaringen van de laatste vijftien jaar leren dat die wetten meestal betekenen, meer macht voor overheden. Meer macht gegevens in te zien en te bewaren, communicatie af te luisteren enzovoort. Betekent pal moeten staan niet de overheid in toom houden? Door te waken voor overreactie?

Dan de positieve vrijheid, onze autonomie. De mogelijkheid om ons leven zo in te richten als wij dat willen. Ieders vrijheid om te denken, geloven en te handelen volgens de eigen wens. Dit natuurlijk begrenst door de vrijheid van de ander. Deze vrijheid zorgt voor verscheidenheid, geur en kleur, discussie en gesprek, uitdaging en ontwikkeling. Deze vrijheid zorgt ervoor dat we onszelf kunnen zijn. Zit in deze vrijheid niet de kracht van onze samenleving? Die positieve vrijheid is het verdedigen waard.

Of? Is beschermen en verdedigen niet wat te zwak en defensief uitgedrukt? Zouden we die kracht niet moeten uitdragen? Uitdragen door het vieren van deze vorm van vrijheid? Door de verschillen te vieren?

Probleem en Oplossing

Van de terreurorganisatie IS gaat een flinke dreiging uit en die dreiging lijkt te worden gecoördineerd vanuit Syrië en Irak. In deze landen heeft de organisatie gebieden in handen en lijkt ze iets van een staat te hebben. Het lijkt daarom logisch om, bij het verminderen van die dreiging, de aandacht op Syrië en Irak te richten. Frankrijk heeft Raqqa, de ‘hoofdstad’ van IS al gebombardeerd en diverse regeringsleiders en politici roepen om meer en hardere aanpak van IS in Syrië en Irak. “De Verenigde Staten en haar bondgenoten zullen er alles aan doen om vrede te brengen in Syrië en IS-aanslagen zoals die in Parijs in de toekomst te voorkomen,” aldus de Amerikaanse president als voorbeeld van dit roepen. Hak de slang de kop af en ze gaat vanzelf dood.

De redenering lijkt: als er vrede is in Syrië, dan pleegt IS geen aanslagen. Is die relatie er wel? En als die er is hoe groot is dan het verband tussen die twee? Zouden terroristische aanslagen echt worden voorkomen met vrede in Syrië? Afgezien dan van het probleem hoe te komen tot vrede in Syrië. Zou er nadat er vrede is in Syrië niet een nieuwe plek ontstaan van waaruit terroristen opereren? Jemen bijvoorbeeld?

probleem

Illustratie: http://funnybooz.com/if-you-only-focus-on-the-problem/

Hoeveel onschuldige slachtoffers vielen er met de vergeldingsbombardementen van de Fransen? En met het ‘uitschakelen’ van terroristen met een door een drone afgevuurde Hellfire, zoals met ‘Jihadi John’ is gebeurd? Zouden we daarmee geen nieuwe wrok kweken? En zou die wrok niet door kunnen sijpelen naar de minder bedeelden in de ‘banlieus’ van het Westen? Zou er na de ontmanteling van IS niet een nieuwe terreurgroep ontstaan?

Ligt het werkelijke probleem niet veeleer in onze samenleving? In de gevoelde en werkelijke onmacht van mensen uit de ‘banlieus’? In de onmogelijkheid van deze mensen om gezien te worden als mens met noden, wensen en dromen? En in hun onmogelijkheid om hier ook maar iets mee te doen? Richten deze leiders zich niet op eenvoudige schijnoplossing en missen zij het werkelijke probleem?