Tegeltjeswijsheid

Wat Facebook is voor je vrije tijd, al doe ik het gewoon zonder, is Linkedin voor je ‘werkende leven’. Als je aan je ‘carrière’ wilt werken, dan kun je tegenwoordig niet zonder. Je kunt er laten zien wie je bent en wat je kunt. Laten zien wie ik ben doe ik door mijn ‘prikkers’ te publiceren en door af en toe te reageren op bijdragen van anderen.

Wat mij opvalt op Linkedin is dat er veel ‘coaches’ in Nederland zijn. Het lijkt wel of er meer coaches zijn dan mensen die gecoacht moeten worden. Veel van wat deze ‘coaches’ publiceren, valt bij mij onder de noemer ‘tegeltjeswijsheden’. Iets waar trouwens ook menig manager een handje van heeft. Spreuken om je een hart onder de riem te steken, om je te motiveren of te wijzen op je eigen verantwoordelijkheid.

spreuk

Een spreuk die bij me is blijven hangen is: “You don’t have tot see the whole staircase, just take the first step.” ‘Handel nu maar, doe iets ook al weet je niet zeker waar het toe leidt,’ dat is wat met deze spreuk wordt bedoeld. Of omgekeerd, als je zoekt naar absolute zekerheid, dan kom je nergens. Je blijft dan immers wachten op iets wat er nooit komt. In het leven is immers maar één ding zeker en dat is dat het eindigt met de dood. Op beide manieren uitgelegd, bevat de spreuk natuurlijk een kern van waarheid. Een kern die je ter harte kunt nemen en als leidraad kunt gebruiken voor veel van de keuzes die je in het leven moet maken.

Dergelijke spreuken roepen ook steeds de Ballonnendoorprikker in mij op. Die bekijkt zo’n figuurlijk bedoelde spreuk van een andere, letterlijke kant. Stel je zet die eerste stap en daarna de volgende en zo verder en na zo’n tweeduizend treden kom je erachter dat je bijna op de helft bent en volledig uitgeput en kapot. Dan zit je op die trap zonder energie om verder naar boven te gaan en ontbreekt de energie om naar beneden te gaan. Dan voel je je wellicht bekocht. Zeker als er een ‘coach’ dan in je oor fluistert dat het niet om de eindbestemming gaat, maar om de reis ernaartoe.

Transformers

Transformatie, dat woord lees en hoor ik veel in het sociaal domein waarin ik werk. We (de gemeenten) moeten werken aan de transformatie. Daarvoor moet een transformatieagenda worden opgesteld. Daarvoor zijn in de contracten met zorgaanbieders transformatietafels opgezet. Daar moet het plaatsvinden. Daar moeten we samen met die zorgaanbieders de transformatie vormgeven. Daar gaan we samen kijken wat de zorgaanbieders anders moeten doen. Zouden tafels en structuren de meest geëigende manieren zijn om verandering, want dat is transformatie, te bewerkstelligen?

Laten we eens naar ervaringen uit het verleden kijken. Als sneller vervoer een wens was, dan zouden paardenhandelaren snellere paarden proberen te fokken. De oplossing kwam echter niet van een paardenhandelaar. Het was, volgens mij, de Duitser Karl Benz die de verbrandingsmotor uitvond en deze op een wagen monteerde. Dit nadat er al eerdere ‘uitvinders’ pionierden met stoommachines op wielen. En zo zijn er meer voorbeelden van bedrijven en instellingen die marktleider zijn en toch de boot missen. Zo verloor grootmacht IBM haar positie aan Microsoft omdat dit kleine bedrijfje de belangrijkste bouwsteen voor de PC ontwikkelde: het besturingssysteem. Twee knutselaars (Bill Gates en Paul Allen) in een ‘garage’ troefden hen af. Alhoewel aftroeven, de twee waren slimme handelaren die de basis van het besturingssysteem kochten van de echte uitvinder en een lucratief contract sloten met IBM.

bumblebee

Illustratie: ComingSoon.net

Zo komen veel vernieuwingen, die de bestaande verhoudingen op de kop zetten, van eenlingen die los van de ‘gevestigde machten’ opereren. Zou dat bij veranderingen in zorg en ondersteuning (de transformatie in dat sociale domein) niet ook zo kunnen zijn? Als dat zo is, wat hebben we dan aan die ‘tafels’ en ‘structuren’ waar we de transformatie proberen te organiseren? Zouden we dan niet iets anders moeten doen?

Even terug naar het woord transformatie. Volgens de Van Dale is transformatie: omvorming, gedaanteverandering. Als ik wil dat iemand zich anders tegen mij gedraagt, zich omvormt of zijn gedaante verandert, kan ik twee dingen doen. Hem erop wijzen dat hij zich anders moet gedragen of mezelf anders tegenover hem gedragen. Welke weg zou het meest succesvol zijn? Zou dat niet de tweede manier zijn? Het is in ieder geval de manier met de minste strijd. Zou het kunnen dat transformatie start met een gedaanteverandering van de overheid, de gemeente in dit geval? Zou de gemeentelijke transformatie niet kunnen beginnen met het afbreken van structuren om zo een vrije ruimte te creëren? Een vrije ruimte voor de eenlingen?

 

Deze column is ook gepubliceerd op in de nieuwsbrief van Flexkwaliteit

 

‘Echte vrouwen’

Voor de ‘redding van de wereld’ zouden vrouwen het voor het zeggen moeten krijgen. Dat is in het kort (en wellicht een klein beetje overdreven) wat de schrijfster van bijvoorbeeld Brokeback Mountain Annie Proulx in Trouw beweert. Op de vraag of vrouwen beter in staat zijn het evenwicht te bewaren en we dus beter vrouwelijke leiders kunnen kiezen antwoordt ze: “Vroeger (…) zou ik dat onzin hebben gevonden. Maar nu weet ik dat niet meer zo zeker. Vrouwen staan vanwege hun vermogen kinderen te baren dichter bij de natuur, ervaren de natuur anders dan mannen. Vrouwen weten van tuinieren en zaaien en laten groeien. Mannen leven in boardrooms en kantoren.”

tuinieren

Foto: Men’s Health

Laten we de twee argumenten van Proulx, kinderen kunnen krijgen en tuinieren, eens wat nader bekijken. Inderdaad is kinderen krijgen hard werken en vaak een pijnlijke ervaring.  De mannelijke kant van de ervaring is trouwens ook geen pretje, hulpeloos toezien hoe de natuur haar werk doet, je geliefde hard werkt en pijn leidt zonder dat je wat kunt doen. Dat ‘meepuffen’ klinkt leuk, maar voegt het echt wat toe? Die vrouwelijke ervaring wordt tegenwoordig vaak onderdrukt door medicatie. Wat maakt dat vrouwen, na het doorstaan van die ervaring, dichter bij de natuur staan? En wat is de relatie tussen die ervaring en het geschikter zijn van vrouwen als leiders?

Dan het tuinieren. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat alle mannen iets weten van ‘zaaien en laten groeien’ en dat er vrouwen zijn die er ‘iets’ van weten. Ik ken echter veel vrouwen die er niets van weten, die hun ‘handen niet vuil’ durven te maken en bang zijn om een nagel te breken. Net zoals ik veel mannen ken die er heel veel van weten. En ook hier weer, wat maakt mensen die weten van ‘tuinieren’ tot betere leiders?

Als in een ‘kantoor wonende’ man kan ik u, mevrouw Proulx, meedelen dat ik er heel veel vrouwen tegenkom. Sterker nog, in de sector waarin ik werk, kom ik meer vrouwen dan mannen tegen.

Beste mevrouw Proulx, u mag best vinden dat vrouwen geschikter zijn als leiders. Uw onderbouwing van deze mening blinkt uit door een gebrek aan deugdelijke bewijsvoering en een overdaad aan generalisaties. Het antwoord dat u geeft als de interviewer verwijst naar leiders als Thatcher, May, Clinton en Merkel, maakt uw argumentatie er trouwens niet sterker op. U serveert hen af met “Die zijn opzettelijk blind.” Het zijn dus eigenlijk geen ‘echte’ vrouwen.

Nog een alternatieve werkelijkheid

Twee keer kwam ik deze week een interview tegen met Mustafa Aslan de campagneleider van de AK-partij in Nederland. De eerste keer in de Volkskrant en op vrijdag 24 maart in Dagblad de Limburger.  Twee keer krijgt Aslan de gelegenheid om zijn werkelijkheid te schetsen. In Dagblad de Limburger wordt hem gevraagd naar de duizenden mensen met een afwijkende mening die vastzitten. Aslan: “ Jij bekijkt Turkije door een Nederlandse bril. Dat snap ik. Maar als je wilt begrijpen moet je de situatie in Turkije kennen. Dit is een land dat bijna dagelijks wordt getroffen door aanslagen. Dat haalt het nieuws hier niet, maar het gebeurt wel. Ik wil de aanslagen in Frankrijk en België niet relativeren, maar in Turkije zijn vorig jaar 1.000 mensen gestorven bij aanslagen. En we grenzen aan IS gebied. Dan moeten er andere maatregelen worden genomen dan hier in Europa.”

Beste meneer Aslan, laten we even teruggaan naar het jaar 2015. In dat jaar werden er in Turkije twee maal verkiezingen gehouden. De eerste keer leed uw AK-partij een overwinningsnederlaag, vergelijkbaar met die van de VVD afgelopen verkiezingen. Uw partij kreeg veertig procent van de stemmen, maar verloor de absolute meerderheid. Grote winnaar was de van oorsprong Koerdische HDP. Uw partij moest een coalitie vormen, maar dat lukte met geen enkele van de andere partijen. Daarom schreef de president Erdogan, nieuwe verkiezingen uit voor november. Uw AK-partij kreeg toen wel een meerderheid van de stemmen en kon alleen verder regeren. Tot zover niets bijzonders.

Nou ja, niets bijzonders, internationale waarnemers concludeerden dat die tweede verkiezingen niet geheel democratisch waren verlopen. Bovendien was er nog iets. In de periode tussen de twee verkiezingen begon uw geliefde president deel te nemen aan de strijd tegen het terrorisme, iets waar hij zich voor die tijd niet mee bemoeide. Het was echter niet het door u genoemde IS dat de Turkse klappen kreeg, maar de Koerden. Die reageerden hierop en dit leidde ertoe dat uw president Erdogan het vredesproces met de Koerden beëindigde en de strijd hervatte. De strijd tegen de Koerden in Turkije en buurland Syrië. Iets wat de Koerdische PKK en andere strijdgroepen, niet zomaar lieten gebeuren. Zij sloegen terug door aanslagen op vooral leger en politie te plegen.

Resultaat van deze oorlog: uw president Erdogan kon allerlei maatregelen nemen om het de oppositie lastig te maken, de Koerden ‘verketteren’ en als ‘sterke man’ de verkiezingen winnen. Voeg daarbij de manier waarop nu inderdaad duizenden mensen het leven onmogelijk wordt gemaakt en het geschreeuw van de afgelopen weken en dan vraag ik u, meneer Aslan, wilt deze man waar u van houdt de bijna absolute macht geven, ga uw gang. Het valt mij trouwens op dat alleen in autocratisch of dictatoriaal geregeerde landen, mensen van de machthebber houden. Ik hoor Duitsers niet roepen dat ze van Merkel houden, of Nederlanders van Rutte.

Verwarde terroristen

In een artikel bij ThePostOnline stelt Aysso Reudink zichzelf de vraag: “wat heeft of doet Nederland anders dan de landen die wél door terreuraanslagen getroffen zijn. Om het nog maar eens te herhalen: sinds 2004 heeft er in Nederland géén terroristische aanslag meer plaats gevonden, terwijl in die afgelopen twaalf jaar het moslimterrorisme in de ons omringende landen dood en verderf hebben gezaaid.”

Volgens Reudink is vooral de sociale cohesie als een belangrijke oorzaak en vooral de rol die Wilders daarin heeft gespeeld: “Ook Geert Wilders en zijn aanhang hebben een cruciale rol van betekenis gespeeld. Mijn favoriete club is het niet, maar Wilders heeft de gevaren van de Islam consistent aan de kaak gesteld. En of het nou om electorale redenen is of niet, de andere politieke partijen zijn een behoorlijk stuk naar Wilders en zijn denkbeelden opgeschoven, al zullen ze dat niet graag toegeven. Deze breed gedragen kritische houding van de autochtone Nederlandse bevolking jegens de Islam en haar aanhangers is de moslimgemeenschap niet ontgaan. Ze hebben begrepen waar de grenzen van segregatie liggen en wat hun belangen in Nederland zijn. Ook moslims weten waar hun uiteindelijke belangen liggen.” Een interessante bewering die nader zal moeten worden onderzocht. Zeker omdat er in Nederland niet echt sprake lijkt van ‘sociale cohesie’.

Toch knelt er iets en dat is Reudinks constatering dat er geen terroristische aanslag in Nederland heeft plaatsgehad. Ik meen me toch te herinneren dat er in 2009 een aanslag werd gepleegd. Op 30 april in dat jaar reed een man met zijn autootje in een mensenmenigte die in Apeldoorn koninginnedag vierde. Zijn doel, de bus met het koninklijk gezelschap, bereikte hij niet. Zijn tocht leidde wel tot acht doden (waaronder de aanslagpleger) en tien gewonden.

Of een kleine twee jaar later toen een inwoner van Alphen aan de Rijn in een winkelcentrum in die plaats het vuur opende. Resultaat: zeven doden, waaronder de dader en zeventien gewonden.

Beide mannen maakten met hun daad meer slachtoffers dan er deze week in London vielen. Inderdaad, de daders waren geen moslim. We noemen hen ‘verwarde’ personen’. Moet een aanslag door een moslim zijn gepleegd om terroristisch te zijn en zijn andere aanslagplegers alleen maar verward?

Alternatieve werkelijkheid

De verkiezingen zijn weer achter de rug, de uitslag is bekend. In Mijn woonplaats Venlo kreeg de PVV de meeste stemmen, in de gehele provincie Limburg trouwens. En zoals altijd, wordt de uitslag ook weer visueel uitgebeeld door op een landkaartje van Nederland gemeenten de kleur te geven van de partij die de meeste stemmen kreeg.

Spicer

Foto: Nos

In kranten leidt dit vervolgens tot koppen als gemeente x kleurt blauw als de VVD de meeste stemmen kreeg. Zo ook in Dagblad de Limburger van 17 maart 2017. In een artikel met als kop Limburgse liefde voor dwarsligger stelt de krant de vraag: “Waar komt die innige band tussen bronsgroen en peroxideblond toch vandaan? De vraag wordt beantwoord met het obligate: “Een protest tegen het Haagse beleid, zeker omdat Limburg op sociaal-economisch vlak achterloopt.” En even obligaat: “ Daarnaast hebben steeds meer kiezers een sterke behoefte aan het ontwikkelen van een eigen, Limburgse identiteit, omdat ze het tempo van modernisering niet bij kunnen benen.” Het wordt niet duidelijk waaruit moet blijken dat die eigen Limburgse identiteit met een keuze voor peroxideblond dichterbij komt.

De Limburger, trouwens ook al die andere media, lijken één ding te vergeten. Neem bijvoorbeeld mijn woonplaats Venlo, Wilders kreeg er net geen twintig procent van de stemmen, net als trouwens in heel Limburg. Rechtvaardigt dat de conclusie dat Venlo ‘Wildersland’ is? Dat er een innige band is met peroxideblond? Dat er een sterke behoefte is aan die eigen Limburgse identiteit? Tachtig procent (vier van de vijf) inwoners hebben niet op de PVV gestemd. Dat is de overgrote meerderheid. Inderdaad hebben ze allemaal op verschillende partijen gestemd en heeft de PVV de meeste stemmen gekregen. Een product, bijvoorbeeld een auto, die het in vier van de vijf gevallen laat afweten, krijgt niet de kwalificatie betrouwbaar.

Beste dames en heren van de media, het zijn ronkende koppen en forse beweringen. Alleen zijn ze nergens op gebaseerd. Hou alstublieft op met het verkondigen van deze ‘alternatieve feiten’.

Een nieuwe meent

Flexwerk in welke vorm dan ook, was ook een thema in de afgelopen verkiezingscampagne. PvdA-lijstrekker Asscher werd aangevallen op het ‘mislukken’ van zijn aanpak om flexwerk terug te dringen te faveure van vastwerk. Vastwerk geeft de werkende immers voordelen zoals zekerheid en de mogelijkheid om een hypotheek af te sluiten en zo een huis te kopen. Die toenemende flexibilisering is menigeen een doorn in het oog.

gift

De flexwerk in welke vorm dan ook, was ook een thema in de afgelopen verkiezingscampagne. PvdA-lijstrekker Asscher werd aangevallen op het ‘mislukken’ van zijn aanpak om flexwerk terug te dringen te faveure van vastwerk. Vastwerk geeft de werkende immers voordelen zoals zekerheid en de mogelijkheid om een hypotheek af te sluiten en zo een huis te kopen. Die toenemende flexibilisering is menigeen een doorn in het oog.

Die doorn zit ook in het oog bij oud FNV-districtsbestuurder Henk van Rees. In Dagblad de Limburger van 15 maart 2017 houdt Van Rees een pleidooi voor vast werk en het terugdringen van de flexibilisering. In zijn pleidooi behandelt hij de standpunten van diverse politieke partijen. Van Rees sluit af met de woorden: “het terugdringen van flexibilisering staat eindelijk op de politieke agenda en er valt wat te kiezen. Kiezen voor vaste banen.”

Inderdaad kan vast werk onzekerheid wegnemen. Inderdaad is het zonder vast werk zeer lastig om een huis te kopen. Twee problemen die om aandacht vragen. Van Rees en hij is niet de enige, willen deze problemen verhelpen door terug te grijpen op het nabije verleden waarin bijna iedereen een baan voor het leven had. Die baan gaf zekerheid. Tenminste, zolang je werkgever niet failliet ging. Dan bleek ook die zekerheid niets waard.

Als onzekerheid het probleem is, zouden er dan andere oplossingen mogelijk zijn? Laat we eens wat verder teruggaan in het verleden. Naar de periode voor de industriële en de eraan voorafgaande agrarische revolutie. terug naar de tijd van de keuterboertjes die vooral voor eigen gebruik produceerden op hun eigen, al dan niet gepachte, kleine stukje grond. Een stukje grond waar ze soms wel en soms ook niet van konden leven. Deze boertjes konden gebruik maken van de gezamenlijke gronden, de meent. Dit systeem heeft eeuwenlang gefunctioneerd.

Zou een nieuwe ‘meent’ die onzekerheid ook weg kunnen nemen? Nee, niet in de vorm van het gezamenlijk gebruik van een stuk grond, bos of water. Maar wel het gezamenlijk verdelen van een deel van de opbrengst van die grond, dat bos of het water. De gezamenlijke investeringen in de weg- en waterbouw en andere openbare voorzieningen, leveren rendement op. Als we een deel van dat rendement afromen en eerlijk over alle inwoners verdelen in de vorm van van een gift, zou dat basiszekerheid kunnen bieden? Basiszekerheid die het individu kan vergroten, door betaald werk te verrichten?

Al in 1923 schreef Marcel Mauss in Essay over de gift over de kracht van de gift. Die kracht bestaat er namelijk uit dat de gift de ontvanger aanspoort tot een wederdienst.

 

De landende kiezer

Vandaag kunnen we gaan stemmen voor een nieuwe Tweede Kamer. Bij de uitslag zal de landing  van de ‘zwevende kiezer’ de doorslag geven. Welk vakje zal hij rood kleuren? Om die ‘zwevende kiezer’ te helpen zijn er diverse kies- en stemwijzers. Je vult in wat je van een stelling vindt en welke thema’s je belangrijk vindt en je krijgt een lijstje met de meest passende partij bovenaan.

SigmundIllustratie: http://www.volkskrant.nl

Er is meer. In de Volkskrant gaf Frank Kalshoven afgelopen zaterdag ‘landingslessen’: in vier stappen je keuze maken zonder de programma’s te lezen. Twee procesmatige: besluiten om te gaan stemmen en afspreken om uiterlijk de dag voor de verkiezingen de keuze te maken. Gevolgd door twee inhoudelijke: de eerste is het grove snoeiwerk en de tweede het fijne snoeiwerk. Als die laatste stap te lastig is, “kun je dinsdagavond met een dobbelsteen bepalen op welke van de drie of vier partijen je gaat stemmen. Je zit sowieso ongeveer goed.” 

Als je toch wat inhoudelijker wilt kiezen, kun je altijd kijken naar vergelijkingen van programma’s op diverse thema’s. Rob Wijnberg heeft dat bij De Correspondent ook gedaan. Op  verschillende thema’s zoals Zorg, Vluchtelingen, Veiligheid, Europa, en nog een aantal andere geeft hij per partij een waardeoordeel: Goed, Medium en Slecht. Een duidelijk en op het eerste gezicht handig overzicht. Zoek de thema’s die je belangrijk vindt, kijk welke partij het beste scoort op deze thema’s en je hebt je keus. Handig toch?

Toch een klein knelpunt. Wat is goed en wat is slecht? Neem bijvoorbeeld het thema Europa, wanneer scoor je daar goed? Wat de ene goed vindt, vindt de ander slecht. Is bijvoorbeeld meer Europese samenwerking goed? Een PVV-er zal dat slecht vinden, een D66-er goed. Of het thema Drugs beoordeel je het legaliseren ervan als goed of als slecht? Met argumenten kun je beide standpunten onderbouwen.

Zijn goed of slecht niet waardeoordelen die afhankelijk zijn van de opvattingen van de persoon met wie je spreekt?

Openbare Angst

In de hele klucht rond de Turkse ministers die op bezoek wilden komen, deden Nederlandse bewindslieden en ook burgemeesters een beroep op het beschermen of handhaven van de openbare orde. Nu is openbare orde een ruim begrip. Wikipedia geeft de volgende omschrijving: “In het algemeen wordt met het begrip openbare orde geduid op een ordentelijk verloop van het maatschappelijk verkeer in de openbare ruimte. Andersom geredeneerd is openbare orde de afwezigheid van verstoring of bedreiging van dat maatschappelijk verkeer door direct of dreigend gevaar voor anderen of als de rechten van anderen worden of dreigen te worden aangetast.”

Feyenoord-Ajax 2-4

Foto: www.nationaleombudsman.nl

Nederlandse bestuurders die vrezen voor ‘verstoring van de openbare orde’ en politieke bijeenkomsten en demonstraties verbieden, noodbevelen uitvaardigen, het gebeurde ook afgelopen weekend in Rotterdam. Bewijzen ze hiermee onze democratie een dienst? bewijzen ze hiermee onze vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting, een dienst?

Hoort het houden van politieke bijeenkomsten niet gewoon tot de openbare orde in onze democratie? Dit in tegenstelling tot vele andere landen, waaronder bijvoorbeeld Turkije? Hoort het houden van een demonstratie voor of tegen iets, niet gewoon bij de openbare orde in onze democratie? Is dat niet een manier om de vrijheid van meningsuiting in te vullen? Natuurlijk moet een demonstratie tevoren worden gemeld, demonstranten maken immers gebruik van de openbare ruimte (bijvoorbeeld een straat) en ook anderen maken van diezelfde ruimte gebruik. Dat maakt dat er afspraken moeten worden gemaakt en dat is een taak van de overheid. Zou niet slechts bij hoge uitzondering, of liever nog nooit, een bijeenkomst of demonstratie verboden mogen worden?

Zou er niet pas als er geweld wordt gebruikt, moet worden ingegrepen? Wordt niet pas dan de de openbare orde aangetast en niet eerder? Zouden niet pas dan, als dat gebeurt, de organisatoren van de bijeenkomst of demonstratie de gevolgen daarvan dragen?

Zijn onze bestuurders niet veel te angstig en bewijzen ze de democratie en onze vrijheden niet een slechte dienst door vanuit deze angst te handelen?

Kleuterklas gedrag

Turkse bewindslieden willen in Nederland campagne komen voeren voor het referendum om de macht van de Turkse president uit te breiden. Dit is tegen het zere been van campagne-voerende Nederlandse politici: die ministers moeten thuisblijven en niet hier komen pleiten voor het geven van ‘dictatoriale bevoegdheden’ aan de Turkse president. Is dat niet vreemd voor een land dat democratie en vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel heeft staan? Inderdaad is er heel veel aan te merken op de Turkse grondwetswijziging. Een wijziging die flink hakt in de peilers van de democratie. Zou het dan niet beter zijn om die aanmerking ook daadwerkelijk te maken en deze ook duidelijk te maken aan Turkse bewindslieden en Turkse staatsburgers, bijvoorbeeld tijdens diezelfde bijeenkomsten?

kleuterklas gedrag

Foto: Aha!

Een Turkse president die daarop Nederland ‘nazi-overblijfselen en fascisten’ noemt en het democratisch gehalte van Nederland ter discussie stelt. Ministers van dat land die dreigen met sancties als hun collega minister geen campagne in Nederland mag komen voeren. Is het niet wrang dat een president zich beroept op democratische vrijheden zoals de vrijheid van meningsuiting, terwijl deze vrijheid in zijn eigen land met voeten wordt getreden? Dat journalisten en vele andere inwoners van zijn land in de cel zitten zonder een eerlijk proces of zelfs überhaupt zonder proces? Dat vele mensen hun beroep niet meer mogen uitoefenen omdat, ja waarom eigenlijk? Omdat ze tegen de grondwetswijziging zijn?

Aan beide kanten van deze rel zijn er partijen die ervan profiteren en het vuurtje blijven opstoken. Zou geen van de heren en dames zich zorgen maken over het beeld dat zij oproepen met dit ‘kleuterklas gedrag’? Mogen we van leiders van landen niet wat meer bedaardheid en terughoudendheid verwachten?

Rest niet slechts de conclusie dat we hier getuige zijn van een in en in trieste klucht? Een klucht met de democratie en de vrijheid als grote verliezers? Dus een klucht zonder lach en met alleen maar tranen?