Erdogan, Twitter en #MeToo

Spotprenten en de Turkse president Erdogan, het is geen gelukkige combinatie. Aan de ene kant de cartoonisten die in ’s mans handelen voldoende aanleiding vinden om scherpe en soms ook wat minder scherpe prenten te tekenen. Aan de andere kant Erdogan die in de prenten voldoende aanleiding ziet om de cartoonisten te vervolgen. En met succes. Zo ontving cartoonist Ruben L. Oppenheimer een schrijven van de juridische dienst van Twitter dat: “op last van de Turkse regering onderzoek doet naar mogelijke juridische stappen, nadat een rechtbank in Turkije op 6 december een uitspraak heeft gedaan over de cartoon. De tekening is als een ‘belediging van Erdogan’ bestempeld.” Dit las ik op de site Joop alwaar ook de betreffende prent te vinden is. Een prent waarbij Erdogan het Twitter-vogeltje neemt. Een bijzondere zaak.

dislike

Illustratie: Wikimedia Commons

Als eerste omdat een Turkse rechtbank een uitspraak heeft gedaan op basis waarvan Twitter in actie is gekomen. Wie er aangifte heeft gedaan bij de Turkse rechter lijkt wel duidelijk. Wat minder duidelijk is, is welke bevoegdheid de Turkse rechter in deze heeft? Twitter is een Amerikaans bedrijf, Oppenheimer een Nederlandse cartoonist, zijn dan niet de Amerikaanse en Nederlandse rechter aan zet? Als de handelswijze van Erdogan normaal is, kan ik dan de Nederlandse rechter vragen om Erdogan te veroordelen omdat hij Nederlanders voor fascisten uitmaakte? Wellicht voel ik me hierdoor wel in mijn eer aangetast en gekrenkt.

Wat nog het meest verwondert, is de houding van Twitter. Had Twitter Erdogan niet gewoon moeten verwijzen naar Oppenheimer? Zo van, beste meneer Erdogan, als u zich door deze cartoon, ik weet niet of ik deze uitdrukking in dit verband mag gebruiken, in uw kruis getast voelt, meldt u zich dan bij de cartoonist. Of beter nog had Twitter Erdogan niet gewoon vriendelijk moeten wijzen op de Amerikaanse vrijheden? Verwacht je van een bedrijf uit ‘the land of the free, and the home of the brave’, niet een andere reactie? Iets met het verdedigen van de vrijheid in het algemeen en vrijheid van meningsuiting in het bijzonder? Of doet dit pijn in de portemonnaie en is die belangrijker dan welke vrijheid ook? Als dat zo is dan rest slechts één optie: allemaal stoppen met Twitter! Dit heeft als bijkomend voordeel dat het belangrijkste communicatiekanaal van de Amerikaanse president Trump wegvalt.

Is het trouwens niet vreemd dat Twitter zelf geen actie onderneemt? Als je de prent bekijkt, dan lijkt de Twitter-vogel het slachtoffer van een daad van seksueel geweld. Een uitgesproken voorbeeld van #MeToo. Ik zie, maar dat kan aan mij liggen, paniek en pijn in de ogen van het vogeltje. De Twitter-vogel is slachtoffer van de dader en die dader meldt en beklaagt zich bij Twitter.

Godsdienstideologie

Mensen mogen van alles vinden, maar ik mag ook zeggen dat de islam niet onder de grondwettelijke vrijheid zou mogen vallen.”

Een uitspraak van Geert Wilders zo valt te lezen bij Elsevier. De islam zou volgens Wilders verboden moeten worden omdat het geen religie is maar een ideologie. Als ik het goed begrijp wil Wilders eerst vastleggen dat de islam geen religie is, maar een ideologie. Als het dan een ideologie is, dan moet die ideologie vervolgens worden verboden. Kun je een ideologie wel verbieden? Is er een verschil tussen een ideologie en een religie?

MarxFoto: Wikimedia Commons

Een religie of godsdienst is: “het geheel van plechtigheden en leerstellingen van een godsverering.” Kijken we naar de betekenis van ideologie dan lezen we in de Van Dale: “het geheel van beginselen en denkbeelden van een stelsel.” Aan de ene kant ‘plechtigheden en leerstellingen’ en aan de andere kant ‘beginselen en denkbeelden’. Een ideologie wordt ook wel eens een ‘leer’ genoemd. Zo wordt het Marxisme ook wel de leer van Marx genoemd en die leer heeft leerstellingen. Het christendom is gebaseerd op de leer van Christus. Beiden beroepen zich op iets bovenmenselijks. Marx op een ‘wetmatigheid’ in de geschiedenis, het christendom op een groot en onkenbaar iets genaamd god. Beiden beroepen zich op iets ‘bovenmenselijks’ waar je in gelooft of niet. Een marxist gelooft in de geschiedkundige wetmatigheid, een christen in god. Beiden zijn overtuigingen om het leven te bezien of een levensovertuiging de: “beginselen waarnaar je je leven inricht.”

Als we onze grondwet erop naslaan dan lezen we in artikel 6 eerste lid: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.” Beschermt de grondwet hiermee niet ook levensovertuigingen die Wilders ideologie noemt? Zijn religie en ideologie niet twee zijden van dezelfde medaille?

Zwijgen is goud

Iedere dag struin ik diverse media af op zoek naar iets interessants, nieuws of iets geks waarbij wat vragen gesteld kunnen worden. Vandaag kwam ik een bij ThePostOnline de volgende kop tegen: “Verschillig en verbindend VARA-lid wil leger op Geenstijl.nl afsturen.” Eronder een weinig smakelijke tekst die een reageerder op de site Joop onder een artikel had geplaatst: “In elk geval: wat een zegen voor de natie. Als Willem-Alexander wat lef in zijn donder heeft, stuurt hij meteen een paar pantserwagens en helicopters naar ze toe: mond snoeren, afvoeren en inkerkeren.” De ‘ze’ waar het over gaat is de site GeenStijl.nl.

schelden

Illustratie: Wikimedia Commons

De Ballonnendoorprikker zou dergelijke teksten nooit schrijven. Een klein onderzoekje bij ThePostOnline leverde de volgende teksten op waarvan de honden ook geen brood lusten. Als eerste: (…) is op de wereld gekomen met het uiterlijk van een volgescheten opblaaspop. Daar is op zich niets op tegen. Ware het niet dat er kennelijk met de inhoud van zijn schedel ook iets ernstig is misgegaan. Uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat bij het openen van zijn schedel geen hersenen zijn aangetroffen maar een glioom ter grootte van een handbal . …” Op de plek van de puntjes volgen nog enkele van dergelijke ‘literaire’ hoogstandjes. Of op een andere plek die de wet van Godwin weer eens bewijst: “Wanneer pakken ze deze krankzinnige eens op? Hij wordt steeds gekker. Lijkt Adolf wel.” De ‘krankzinnige’ is Eurocommissaris Frans Timmermans. De volgende is vergelijkbaar met de uitspraak van de reageerder bij Joop: “Als Willem-Alexander een beetje lef in zijn donder had, dan stuurde hij het leger naar Amsterdam om alle ambtenaren op te pakken zodat die in een diepe kerker kunnen nadenken over hun daden.” Ik weet niet wie van de twee reageerders het eerste was met zijn reactie want ik voel een plagiaat-zaak aankomen. Verwijt hier al bij al de Pot (ThePostOnline) de ketel (Joop) niet dat hij zwart ziet?

Vier voorbeelden. Ja, in Nederland hebben we gelukkig de vrijheid om onze mening te uiten en ja, het ‘debat’ moet op het scherpst van de snede worden gevoerd allemaal waar.  Maar, is dit ‘scherp’ debatteren? Moeten we dergelijk beledigend gescheld als ‘mening’ kwalificeren? Hoe luidt dat spreek woord ook al weer? Spreken is zilver, zwijgen is … .

Mogen of moeten?

Vaste Joop-columnist Han van der Horst behandelt in een van zijn columns het begrip politieke correctheid. Dit doet hij in de vorm van een soort recensie van een aflevering van Opiniemakers van WNL waarin Wierd Duk verdedigt dat er sprake is van politieke correctheid. Van der Horst is het daar niet mee eens en sluit af met: “Hoe dan ook, politieke correctheid is net zo’n hersenschim als Allah zelf.”

Hans TeeuwenFoto: Nu

Het gaat mij er niet om wie van de twee er nu ‘gelijk’ heeft. Het gaat mij om de reactie van ene harry (27 april at 08:06). Hij, ik neem aan dat harry een hij is, schrijft: “Er bestaat zelfcensuur, dat geven artiesten en cartoonisten zelf toe. Dat dit een schande is, in een vrije samenleving mag Wierd Duk toch laten zien?” Hij reageert op de volgende passage van Van der Horst: “Koning kijkt liever niet voor aanvang de zaal in omdat hij bang is te harde grappen over Erdogan te maken als er bijvoorbeeld vijf Turken in het publiek zijn. Ook Hans Teeuwen wees op de gevaren die de maker van harde grappen over de islam bedreigen. Dat komt omdat de moslims dit soort humor niet accepteerden, terwijl de christenen – door Freek de Jonge zo heftig aangepakt – hierover geëmancipeerd glimlachen. Als je een grap over Allah maakte, zo wilde hij maar zeggen, ben je tegenwoordig je leven niet meer zeker en daarom doen cabaretiers aan zelfcensuur, doet iedereen aan zelfcensuur.”

Zelfcensuur mag niet, iedereen moet kunnen zeggen wat hij wil. Zo betoogt harry. Inderdaad moet iedereen kunnen zeggen wat hij wil en, beste harry, volgens mij mag ook iedereen zeggen wat hij wil. Maar, beste harry, is er niet een verschil tussen mogen en moeten? Dat je alles mag zeggen, betekent dat ook meteen dat je alles maar moet zeggen? Als ik iemand een verschrikkelijke idioot vind, maar die persoon is wel een directe collega, zou het dan helpen als ik hem een idioot noem omdat het mag? En al is die persoon geen collega moet ik hem dan een idioot noemen, omdat het kan.” 

Beste harry, is het werkelijk een schande als ik rekening houd met de ander en mijn boodschap daarop aanpas, als ik zelfcensuur toepas? Zou dat voor een cabaretier anders zijn? Zegt een cabaretier trouwens altijd wat hij denkt en omgekeerd zou hij ook werkelijk ‘denken’ (beter is vinden) wat hij zegt? Zou Hans Teeuwen werkelijk menen wat hij over de toenmalige koningin Beatrix zei? Of zou het kunnen dat hij rekening houdt met het effect dat zijn boodschap heeft? Is dat niet juist de kern van het cabaretier zijn?

Pestprotocol

In een passage uit de column bij Jalta bespreekt Rik de Jong de rechtszaak die Sylvana Simons heeft aangespannen tegen mensen die haar op de sociale media bedreigden of beledigden. Volgens De Jong dient bedreiging gestraft te worden, “uitspraken die geen directe bedreiging of smaad en laster behelzen,” niet: “Ook platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen die iemand geen aantoonbare schade toebrengen, moeten in een publiek debat besproken kunnen worden.”

pesten

Illustratie: Moed

Een redelijk betoog van De Jong, we kennen immers de vrijheid van meningsuiting. In dat vrije debat moet je elkaar goed de maat kunnen nemen en dat is niet iets voor watjes. Maar toch…

Kinderen die worden gepest, een gruwel en bron van zorg voor ouders en opvoeders. Scholen zijn er alert op, hebben ‘pestbeleid’ en een pestprotocol. Terecht want er is niets zo vervelend voor een kind dan gepest worden. Niet alleen op school wordt gepest, ook bij de sportvereniging of op het werk worden mensen gepest. Google op pesten en je vindt vele sites en berichten (3.550.000 in 0,44 seconden op het moment dat ik googelde) over pesten.“Platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen,” brengen de kinderziel wel schade toe.

Zouden die “platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen” de volwassen ziel geen schade toebrengen, net als aan de kinderziel? Kun je dit ook zien als een vorm van pesten? Pesten op scholen en het werk krijgt terecht veel aandacht. Moeten we ‘pesten’ in het publieke debat dan wel zo normaal vinden?

Bespreken in het publieke debat klinkt mooi, maar heeft dat effect als de ene helft niet naar de ander luistert? Als de ene helft uitlatingen toejuicht die de andere helft verfoeit? Misschien toch een ‘pestprotocol’ voor het publieke debat opstellen?

 

C’est le ton qui fait la musique

Beste Mitchell Esajas,

met veel belangstelling heb ik uw pleidooi bij Joop gelezen. Ik deel uw constatering dat het recht om je mening te laten horen door te demonstreren onder druk staat. Dat autoriteiten te snel en te veel gebruik maken van het argument dat de ‘openbare orde’ in gevaar is. Uw constatering dat vooral tegenstanders van zwarte piet zo monddood worden gemaakt, is niet geheel conform de werkelijkheid laat Bart de Koning bij De Correspondent zien. Die ‘overdrijving’ is u vergeven.

U sluit Uw pleidooi af met vijf punten die iemand concreet kan doen om jullie te steunen. Met het schrijven van dit stuk, voldoe ik al aan uw eerste suggestie, je stem laten horen door iets te schrijven. Zoals ik al schreef, wordt het recht om te demonstreren de laatste jaren te veel beperkt en beknot. Autoriteiten lijken bang en angst is volgens het gezegde, een slechte raadgever. Zeker in een democratie. Dat was niet altijd het geval. De Koning haalt in zijn artikel de liberale minister van Justitie uit de jaren zestig Carel Polak aan: “De democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen, niet voor mensen die voor elke politieke beweging of elke politieke verandering angstig zijn. Wij mogen niet de orde en rust bij voorbaat stellen boven de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting. Ook de vrijheid van degenen, die er prijs op stellen, dergelijke mensen te horen, moeten wij zo veel mogelijk eerbiedigen. In dit geval hebben wij dat gesteld boven bij voorbaat een vrees voor het verstoren van de orde.” Deze woorden zouden de huidige bestuurders zich goed in de oren moeten knopen.

Ik zou zelfs nog een stap verder willen gaan. In een sterke, vrije en democratische samenleving hoort het uiten van je mening in het openbaar, in de openbare ruimte tot de openbare orde. Het kan er dus nooit een verstoring van zijn. De eenzame ‘Erdogan-demonstrant’ en de zwarte sinterklaas die De Koning noemt, hadden nooit opgepakt mogen worden. Iets wat ook voor ‘anti-koningshuis-demonstranten’ geldt die bijvoorbeeld tijdens prinsjesdag in woord of op een bord laten horen dat zij tegen het koningshuis zijn. Met tweehonderd mensen door Rotterdam lopen en je mening laten horen, is geen verstoring van de openbare orde. Dat zou het wel worden, als die tweehonderd bijvoorbeeld blijven lopen op een rotonde, geweld gebruiken of zaken vernielen.

spijkers

Illustratie: DickStolk

Nog een stap verder, maar dit is puur gebaseerd op mijn gevoel. Om de openbare orde te handhaven, zet de politie bij demonstraties en ook bij risicowedstrijden in het voetbal (weet ik als vaste tribuneklant bij VVV-Venlo) zichtbaar veel politie en ME in. Juist die zichtbare macht, roept bij mij gevoelens van onveiligheid op. Omdat ik dat voel, kan ik mij voorstellen dat er meer mensen zijn die dat zo voelen. Ik hoop dat ik hiermee ook uw tweede suggestie, personen in machtsposities verantwoordelijk houden voor hun daden, heb getackeld.

Uw volgende twee suggesties sla ik even over en ga naar uw laatste, het verdedigen van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en betoging met alle benodigde middelen. Ook daar vindt u mij aan uw zijde als u bedoelt dat dit recht met alle vreedzame middelen moet worden verdedigd. Dat geweld slechts in uiterste noodzaak is toegestaan. Van een uiterste noodzaak is pas sprake als fouten van bestuurders niet meer door de rechter worden hersteld. Als kritiek op het optreden van bestuurders onmogelijk is en leidt tot gevangenisstraf.

Resten nog twee punten en hier wordt het iets problematischer.  De Kinderombudsman, de VN en het College voor de Rechten van de Mens hebben geoordeeld dat zwarte piet een discriminerende en raciale karikatuur is van zwarte mensen. Is dat wel zo? Neem de uitspraak van de Kinderombudsman, die concludeert dat: “… de huidige vorm van Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6 IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed voelt bij het Sinterklaasfeest. Door Zwarte Piet te ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken kan er van hem een figuur gemaakt worden die recht doet aan het plezier dat zovelen beleven aan de Sinterklaastraditie en die tegelijk in overeenstemming is met de rechten van alle kinderen in Nederland.” het College voor de Rechten van de Mens komt tot een soortgelijke conclusie. ’Kan bijdragen’ is wat anders dan ‘is een raciale discriminerende karikatuur’. Ik lees hier dat zwarte piet zo kan worden opgevat, dat wil niet zeggen dat expliciet de bedoeling is. Dat geconstateerd hebbende, ben ik het met de Kinderombudsman en waarschijnlijk ook met u eens, dat zwarte piet moet worden aangepast. Want als iets kan bijdragen aan pesten, uitsluiting en discriminatie, ook al is dat niet de intentie ervan, dan moet er iets aan gebeuren. Dat iets lijkt een aanvang te hebben genomen er schijnen nu, naast zwarte, ook roetveeg- en kleurenpieten rond te lopen. Nog niet overal, maar het begin is gemaakt. Of dit (snel) genoeg is, daar kun je over twisten, dat het een begin is, niet.

In dit derde punt gebruikt u het begrip ‘witte privilege’, en uw vierde punt draait om dit begrip. Ik citeer: “Erken je witte privilege en gebruik het door in witte dominantie omgevingen (in je familie, op school, op werk) racisme en discriminatie ter discussie te stellen, juist als het oncomfortabel is.” Met dat ter discussie stellen van discriminatie en racisme, heb ik geen problemen, ook daar vindt u mij aan uw zijde. Dat nog niet iedereen gelijke kansen heeft en dat achtergrond (kleur, religie) daar een rol in speelt, daarvan ben ik me terdege bewust. Dat donker gekleurde mensen, maar ook bijvoorbeeld moslims het lastiger hebben dan mensen met een lichte huidskleur dat is zo en dat is lastig te doorbreken. Mensen zoeken immers naar herkenning, naar iets van zichzelf in de ander. Een andere huidskleur zet iemand dan al op een achterstand. Ik zeg bewust mensen, want dit is niet iets van alleen ‘witte’ mensen. Zo zoeken mensen met buitenlandse wortels bijna altijd een partner met dezelfde wortels. Dit moeten we samen veranderen door het inderdaad ter discussie te stellen en vooral door het gesprek erover aan te gaan.

Lastiger wordt als ik mijn witte privilege moet erkennen. Een privilege is een wettelijk toegestaan recht, een voorrecht aldus Vandale. Als ik erken dat ik zo’n privilege heb, dan erken ik meteen dat u dat (voor)recht niet heeft en daar wringt het. Onze wetgever geeft ons terecht allen dezelfde rechten, niemand heeft daarmee een privilege.

“Dat vele Nederlanders volhouden dat het Sinterklaasfeest in haar huidige hoedanigheid ondanks de schending van burgerrechten van vreedzame antizwarte pietdemonstranten, ondanks de racistische en agressieve bedreigingen van ‘Pietofielen’, ondanks oordelen van mensenrechtenorganisaties en ondanks de toenemende militarisering van het Sinterklaasfeest een onschuldig en gezellig kinderfeestje is, is het ultieme voorbeeld van witte onschuld.” Op het begrip ‘witte onschuld’ kom ik straks terug, nu deze passage. Vermengt u hier niet twee zaken die niets met elkaar te maken hebben behalve het moment waarop ze plaatsvinden? Dat bestuurders de rechten van demonstranten en het recht om te demonstreren schenden, heeft niets met het sinterklaasfeest te maken en zegt niets over het al dan niet racistisch zijn. Dat mensen die tegen zwarte piet demonstreren racistisch en agressief worden benaderd, zegt ook niet over het feest, het zegt iets over mensen die dat doen. In zijn bijdrage op JoopVijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ doet George Arakel hetzelfde. In mijn reactie op Arakel vroeg ik hem of: “de valse noten van een slechte saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid (zijn) van het instrument.” Zo’n manier van argumenteren en onderbouwen is naar mijn stellige overtuiging contraproductief. Hierdoor worden vele goedwillende mensen in een de ‘racistische’ hoek gedrongen die er niet thuis horen en die zullen zich daar tegen verzetten. Het vergroot de afstand en maakt het daarmee moeilijker om gezamenlijke grond te vinden. Dat verzet begint immers met het afwijzen van alles wat u te zeggen heeft. En dat is precies wat er nu gebeurt. Dat racistisch en agressief benaderen zijn daar de extreme uitingen van.

Hiermee kom ik bij het begrip witte onschuld dat u van Gloria Wekker heeft overgenomen: “een dominant zelfbeeld van Nederlanders die zichzelf als open, tolerant en progressief zien en dus fundamenteel niet-racistisch. Dit terwijl Nederland 400 jaar een koloniale natie is geweest.” In januari van dit jaar zette mevrouw Wekker haar denkbeelden bij De Correspondent uiteen. Mevrouw Wekker schrijft daar in grote woorden en met ‘lange halen’ de Nederlandse geschiedenis en de gevolgen daarvan voor het heden. Met lange halen ben je snel thuis. Dat is ook bij haar het geval en dat gaat gepaard met een flinke versimpeling van het verleden. In een eerste reactie op dit artikel heb ik haar gewezen op het toch wat complexer zijn van de geschiedenis en op het niet typisch westers zijn van imperiale en koloniale neigingen en het superioriteitsdenken. In een tweede reactie stelde ik haar gebruik van de geschiedenis voor doelen in het heden ter discussie en concludeerde dat Wekker de geschiedenis aan lijkt te willen passen aan haar huidige mening over het heden.

Aan dat versimpelen van de geschiedenis, in dit geval van de slavernij tot ‘wit is dader en zwart is slachtoffer’, maakte ook documentairemaakster Sunny Bergman zich schuldig in haar ingekorte versie van haar Van der Leeuwlezing in de Volkskrant. In mijn open brief aan haar aanleiding hiervan beschreef ik het als volgt: “Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout.”

Wekker kent navolgers. Recent schreven Rufus Kain en Malique Mohamud artikelen  bij De Correspondent. Kain over bubbling en in de discussie met de lezers die erop volgde vertelde hij over de uitdaging waarvoor hij stond:“wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Mohamud over de verklaringen van het verlies van Clinton. Hij miste de essentiële vragen: “Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?”

Beste meneer Esajas, zou het kunnen dat het terugbrengen van de complexe werkelijkheid tot zwart (goed) tegen wit (fout, tenzij je erkent dat je door ‘witte’ kleur schuldig bent want dan verlies je je witte onschuld), leidt tot een zwart-wit-discussie? Een discussie waarbij beide partijen zich ingraven en verharden in hun eigen gelijk? Een discussie waarbij verschillen worden uitvergroot en positieve ontwikkelingen als de roetveeg- en kleurenpieten van twee kanten de kop in worden gedrukt.

Een discussie waarbij mensen als ik, hun mond het liefst houden omdat ze door beide partijen worden geslagen en geschopt. Immers, omdat ik erken dat zwarte piet mensen kan kwetsen, krijg ik met dezelfde agressie te maken en wordt ik gezien als een overloper, een ‘collaborateur’ om deze beladen term te gebruiken. Omdat ik aan de andere kant mijn ‘witte privilege’ niet erken en beken dat ik schuldig ben aan het hebben van ‘witte onschuld’, behoor ik voor u tot het kamp van de vijand. Dit terwijl we hetzelfde doel voor ogen hebben: een samenleving waarbij ieder mens even veel waarde heeft, waar iedereen ongeacht afkomst, kleur of religie er mag zijn en van zich mag laten horen. Bovendien is de kans groot dat u mijn weigering zult uitleggen als juist het leiden aan die ‘witte onschuld’, want de redenering achter die ‘witte privilege’ of de ‘witte superioriteit’ is zodanig dat het onmogelijk is om aan te tonen dat ze nergens op is gebaseerd. Dat wordt in die redenering namelijk gezien als een symptoom van het hebben ervan. Dit schreef ik ook al in mijn brief aan mevrouw Bergman.

‘C’est la ton qui fait la musique’ aldus een mooi Frans spreekwoord. Zou het kunnen dat u met uw boodschap meer zou bereiken, dat die tot mooiere muziek zou leiden’ als u de ‘toon’ aanpast door oneigenlijke argumenten achterwege te laten en door ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’ achterwege te laten? Want naast verdeeldheid richten deze termen de aandacht op het verleden en dat is weinig productief. Wellicht zou u eens het interview met de filosoof Kwame Anthony Appiah met de Belgische wedsite MO moeten lezen? Ik schreef hier gisteren een artikel over op mijn website. Omdat ze passen in mijn brief aan u, herhaal ik de laatste zinnen: “Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: “verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden. Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Als het de bedoeling is om ieder mens als even waardevol individu te zien, is het dan verstandig om de nadruk op kleurverschil te leggen, dat gebeurt immers bij het gebruik van termen als ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’? Want wat gebeurt er met iets waar je de nadruk op legt?

Beste meneer Esajas, net zoals ik ook al aan mevrouw Bergman liet weten, wil ik graag met u werken aan een betere wereld die ieder mens als een even waardevol individu ziet. Dat wordt alleen moeilijk als ik mijn ‘witte privilege moet erkennen. Dan werken we naast en deels tegen elkaar aan dat goede doel en dat zou jammer zijn. Wilt u hierover het gesprek met mij aangaan?

Met vriendelijke groet, De Balonnendoorprikker

Gods zegen

Aan god vragen om iemand te laten lijden, mag niet volgens een Nederlandse rechter, zo valt te lezen bij Elsevier. Die rechter bestrafte een moslimextremist voor opruiing en aanzetten tot geweld. De betreffende persoon deed verschillende walgelijke uitspraken over homoseksuelen. Uitspraken die ook buiten moslimkringen te horen zijn en op bijval kunnen rekenen. En voor afvalligen vroeg hij de hulp in van allah: “Moge Allah ze bestraffen en laten lijden.” Volgens de rechter is dit een oproep tot geweld tegen personen: “Het is (…) bekend dat binnen bepaalde kringen in de islamitische geloofsgemeenschap geweld tegen deze groep (afvalligen, red.) gelegitimeerd wordt geacht.”

wak

Foto: EenVandaag

Op een ongelovige als de ballonnendoorpikker maakt een verzoek om zegen voor succes van de een of lijden van de ander, niets uit. Voor een gelovige wel, god of allah om bijstand vragen, schijnt gemoedsrust te geven. Wat god of allah er vervolgens mee doet, is aan god of allah. Allah of god iets vragen, betekent niet aan ‘andere gelovigen’ vragen om voor god te spelen, het betekent god iets vragen. Valt dit vragen niet onder de vrijheid van meningsuiting?

Een tijdje geleden schreef ik over de verwijzingen naar god binnen de Nederlandse overheid. Zo mogen de parlementariërs zich: “gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden,” aldus koning Willem Alexander. De koning is niet de enige, Amerikaanse presidenten en politici vragen steevast om de ‘zegen’ van god, zelfs als ze oorlog gaan voeren.

Is het niet vreemd dat je god wel mag vragen om je werk te zegenen, maar niet om een ander te laten lijden? Dit terwijl de zegen voor de een, het lijden van de ander kan betekenen. Neem Gods zegen waar president George Bush om vroeg toen hij het Irak van Saddam Hoessein de oorlog verklaarde. De keerzijde van ‘godszegen’ voor de Amerikanen, was de ‘straf’ en het ‘lijden’ van menig Irakees. Een ‘straf’ en ‘lijden’ dat nog steeds voortduurt en een ‘zegen’ die IS heeft opgeleverd en ervoor heeft gezorgd dat Nederlandse straaljagers mensen in Irak bombarderen. Dit met een om ‘gods zegen biddende koning’. Zoals we weten zijn ministers verantwoordelijk voor de uitspraken van de koning. Is deze rechter ook bereid ministers of zelfs de staat der Nederlanden te vervolgen vanwege de ‘om gods zegen’ biddende koning?

Begeeft deze rechter zich niet op dun ijs? Sterker nog, is hij niet in een wak gevallen?