Beloven en geloven

Het leven. De enige zekerheid die het biedt, is dat het eindigt met de dood. Je hoopt natuurlijk dat het moment dat ‘Magere Hein’ je komt halen nog ver weg is. Dat de tijd tussen geboorte en dood zo groot mogelijk is. Tenminste, dat is nu nog het geval.“ In de eenentwintigste eeuw zal de mens waarschijnlijk serieus gaan streven naar onsterfelijkheid,” schrijft Yuval Noah Harari in zijn boek Homo Deus. een kleine geschiedenis van de toekomst op pagina 33 in een paragraaf met als titel Het einde van de dood. 

Eigen foto

Een streven dat al snel resultaat zou kunnen hebben. Hariri (pagina 37): “De razend snelle ontwikkelingen in onderzoeksgebieden als genetische modificatie, regeneratieve geneeskunde en nanotechnologie brengen almaar optimistischer voorspellingen met zich mee. Sommige deskundigen geloven dat de mens de dood zal overwinnen in 2200, volgens anderen is het in 2100 zover. Kurzweil en De Gray zien het nog positiever. Zij beweren dat iedereen met een gezond lichaam en een gezond banksaldo in 2050 een serieuze kans op onsterfelijkheid zal maken door de dood decennium na decennium te slim af te zijn.” Onsterfelijk, tenminste als je over voldoende geld beschikt. Sterven wordt dan alleen iets van en voor de armen. De armen sterven door gebrek de rijken leven eeuwig in luxe door.

Nou ja onsterfelijk. Zelfs de onsterfelijken kunnen ‘Magere Hein’ op bezoek krijgen: “ In tegenstelling tot God kunnen toekomstige supermensen nog steeds wel sterven door een oorlog of ongeluk, en dan kan niets ze meer terughalen uit het hiernamaals,” schrijft Harari iets verderop. Maar, ook daarvoor is een oplossing afkomstig van de al genoemde Kurzweil. Tenminste als we Jos de Mul mogen geloven in zijn boek Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo Sapiens 3.0. Die oplossing heet singulariteit: “dankzij de exponentiele ontwikkelingen in de informatietechnologie, genetica, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie (zal) de mensheid reeds in 2045 (…) zijn opgegaan in één globale intelligentie, die vanaf dat moment in korte tijd met een snelheid groter dan het licht het hele universum zal doordringen,” aldus De Muls weergave van het denken van Kurzweil (pagina 189-190). Ik kan me niets voorstellen bij die singulariteit van Kurzweil. Bovendien vraag ik me af of het wel zo leuk is om onderdeel uit te maken van die ene globale intelligentie. Dat doet me toch een beetje denken aan de Borg uit Star Trek. De Borg, een soort bij-achtig volkje met een ‘koningin’. Een beschaving die alles in zich opnamen en integreerden en je benaderden met de onheilspellende woorden: “We are the Borg. Lower your shields an surrender your ship. We will add your biological en technological distinctiveness to our own. Your culture will adapt to service us. Resistance is futile.” Dit lijkt mij geen prettig vooruitzicht. En dan hebben de Borg nog voor op Kurzweils singulariteit dat ze ook mijn ‘biological distincteveness’ overnemen. Daar rept Kurzweil niet over. 

Bron: Wikimedia Commons

De Mul plaats wat kanttekeningen bij die singulariteit in 2045. “ Een cruciale rol in Kurzweils redenering wordt gevormd door de ‘Wet van Moore’, die stelt dat de rekenkracht van computers iedere achttien maanden verdubbelt. de afgelopen 45 jaar is dat inderdaad het geval geweest, maar Kurzweil lijkt in zijn enthousiasme te vergeten dat exponentiële ontwikkelingen vroeg of laat vastlopen op een gebrek aan natuurlijke hulpbronnen. En het voorbijgaan aan de snelheid van het licht is ook een aanname die eerder past in een spannend siencefictionverhaal dan in een serieuze natuurwetenschappelijke theorie.” Zo zeker is die onsterfelijkheid, zelfs zonder lichaam, nog niet. Dus blijven we voorlopig zitten met die ene zekerheid dat iedereen vroeg of laat sterft.

Een gelovig katholiek of moslim zal denken, waarom willen die mensen hun leven rekken? Het leven is voor hen immers slechts een voorfase voor de opname in de hemel, al dan niet met een aantal maagden. Nu kun je je afvragen hoe hemels die hemel is voor maagden als ze aan een goede gelovige worden toebedeeld. Dat lijkt immers verdacht veel op slavernij. Dit even terzijde. Doel van het leven is voor die gelovigen toch om in die hemel bij god of allah te komen? Waarom al die moeite doen om het leven te rekken en zelfs te vereeuwigen als het doel ervan is om naar die hemel te gaan? Immers als je het eeuwige leven hebt, kom je nooit in die hemel. Iemand die in reïncarnatie gelooft, zal iets soortgelijks denken. Waarom immers dit leven vereeuwigen als er na dit leven wellicht nog een veel beter leven in het verschiet ligt. 

Geloven is denken, of beter hopen het zeker te weten. Het geeft geen zekerheid. Maar gelukkig wordt echte zekerheid wel geboden. Tenminste, als we als kiezer ervoor zorgen dat de PvdA het voor het zeggen krijgt. Als de PvdA het voor het zeggen krijgt dan krijgen we er wat zekerheden bij. Om de titel van het artikel hierover in de Volkskrant aan te halen: “Hoe een marketingman van de PvdA de Partij van de Zekerheid maakt.” Dan zijn we zeker van een eerlijke toekomst. Nu leert de geschiedenis ons dat er tot nu toe een toekomst is. Als die toekomst ook maar een beetje op het verleden lijkt dan is eerlijkheid daarin ver te zoeken. De geschiedenis leert ons dat wij mensen dol zijn op macht en die macht het liefst gebruiken om andere mensen iets te laten doen wat ze uit zichzelf niet zouden doen. Onze soort is dol op sollen, zoals ik in eerdere prikkers al schreef. Sollen dat ervoor zorgt dat eerlijkheid buiten beeld raakt. Het zou knap zijn van de PvdA als de partij een middel heeft gevonden om die menselijke eigenschap uit te schakelen.

bron: Flickr

De PvdA zorgt er ook voor dat we zeker zijn van een vaste baan. De afgelopen jaren werd werk steeds flexibeler. Uitzendkrachten, oproepkrachten, pay roll constructies, echte en schijn zelfstandigen, ze komen in steeds meer varianten voor. Zelfs vast werk wordt steeds minder vast omdat het voor werkgevers steeds makkelijker wordt om mensen te ontslaan. Ook zien we dat door nieuwe technologie en techniek hele beroepsgroepen en zelfs bedrijfstakken verdwijnen. Dat is trouwens al jaren aan de gang. Groente-, kolen- en schillenboeren, ze zijn met de scharensliep uit het straatbeeld verdwenen. En zo zal het ook in de toekomst zijn. Dus hoe zeker is je vaste werk als je complete bedrijfstak wordt weggevaagd. Zou de partij zich niet beter in kunnen zetten voor (zoveel mogelijk) zekerheid van voldoende middelen om te overleven? Voor een soort basisinkomen? 

Zo zijn er nog wat zekerheden die de partij ons zegt te bieden waarvan de zekerheid van jezelf de meest opmerkelijke is. Het lijkt mij knap als de partij de onzekerheid van iemand die van nature nogal onzeker is van zichzelf, kan wegnemen. Zouden ze een pilletje of een of ander oplossing op het gebied van ‘informatietechnologie, genetica, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie’ hebben gevonden die de menselijke natuur verandert?

Al schrijvend vallen me nog twee mogelijke zekerheden binnen. De zekerheid dat politieke partijen meer beloven dan dat ze kunnen waarmaken. Maar of dit echt een zekerheid is, kan ik niet hard maken. Er hoeft immers maar één politieke partij te zijn geweest die al haar belofte nakwam en dan is ook dit geen zekerheid.

De tweede mogelijke zekerheid is dat mensen teleurgesteld raken in de politiek omdat er zaken worden beloofd die niet waargemaakt worden. Dan verliezen mensen het vertrouwen in die belovende politici dan krijg je ‘de kloof’ tussen politiek en volk. De geschiedenis wijst echter ook uit dat er vervolgens weer een nieuwe politicus komt die zegt dat hij het allemaal beter weet en beter gaat doen. Die wekt dan weer het vertrouwen van mensen die er weer achteraan hollen en weer teleurgesteld raken. Teleurstelling in een politicus, niet in de belovende politiek.

Zowel politici als kiezers lijken niet veel te leren van ervaringen uit het verleden. Politici blijven ‘beloven’ en kiezers ‘geloven’. De kiezer zou inmiddels moeten weten dat de ‘oogst’ van de bij de verkiezingen gedane beloften altijd tegenvalt. Een lerende kiezer concludeert hieruit dat hij op een andere manier moet gaan bepalen aan wie hij zijn stem geeft. 

Aan de andere kant zou de politicus inmiddels toch moeten weten dat belofte schuld maakt, dat hij die schuld meestal niet na kan komen en vervolgens wordt gestraft door de kiezer. Zelfs als hij zijn schuld wel nakomt, kan afstraffing volgen. Nakomen van die schuld kan immers anders uitpakken dan vooraf werd beoogd. Bovendien komen er veel zaken voorbij die niet ‘gepland’ waren maar waarover toch een keuze gemaakt moest worden en de hierbij gemaakte keuze kan negatief worden beoordeeld door de kiezer. De politicus zou hieruit moeten opmaken dat een andere manier van profilering nodig is. 

In Fraternité schreef ik over rechtvaardigheid en de twee beginselen van rechtvaardigheid van van de filosoof John Rawls: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst veroordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.” (Uit Een theorie van rechtvaardigheid pagina 321). Vervolgens over de ‘capability approach’ van Martha Nussbaum en Amartya Sen. Nussbaum onderscheidt tien vermogens waarover een mens minimaal dient te beschikken. Deze twee beginselen en die tien vermogens bieden een politicus goede aanknopingspunten voor een andere aanpak. Een andere aanpak dan het opstellen van een wensenlijstje.

Ze bieden een politicus de mogelijkheid om een afwegingskader te maken. Een afwegingskader dat de politicus gebruikt bij het maken van een keuze. In plaats van beloften te doen die niet nagekomen kunnen worden, zoals de PvdA doet, of een ‘actielijstje’ als verkiezingsprogramma, kan de politicus de boer op met zijn afwegingskader. Met de boodschap: ‘ik beloof jullie maar één ding en dat is dat ik alles waarover ik moet besluiten, langs dit afwegingskader leg en dan besluit. Vervolgens leg ik aan de hand van dit afwegingskader uit waarom ik heb besloten zoals ik heb besloten’. 

Als we de tien vermogens van Nussbaum erbij nemen dan kan een politicus aangeven welke van die vermogens hij of zij het belangrijkste vindt. Dat hij een voorstel beoordeelt op de bijdrage die het levert aan die vermogens. Levert het een bijdrage, dan krijgt het voorstel de steun van deze politicus. Levert het geen bijdrage dan niet. Ook kan de politicus aangeven wat het minimumniveau is van een vermogen dat nog acceptabel is.  

Welke politicus heeft lef en durft het aan om een dergelijke ‘keuzematrix’ te maken en die toe te passen op alle te maken keuzes? 

Ijsjes en idealen

In de Volkskrant een artikel van René Romer waarin hij de verkiezingsoverwinning van Denk en Nida verklaart aan de hand van demografische gegevens. Die tonen aan dat ‘stemmend’ Nederland snel verandert: “In Zuid-Holland heeft 31 procent van de bevolking een migratieachtergrond; landelijk heeft 30 procent van alle 20- tot 40-jarigen een migratieachtergrond. Bij deze cijfers is de derde generatie niet meegerekend.” Romer, directeur van een marketingbureau, adviseert: “PvdA, SP en GroenLinks zich eens goed te verdiepen in de demografische veranderingen die ons land de komende decennia ondergaat. Doen ze dat niet, dan kan hun prominente rol in de toekomst uitgespeeld raken.” Een goed advies van Romer?

ice-2789928_960_720

Foto:pixabay.com

Nu zal menigeen zeggen dat de rol van de PvdA al uitgespeeld is. Dat die partij een hopeloze zaak is. Iets wat voetbalcoach Co Adriaanse ‘scorebordjournalistiek’ zou noemen. Voor een marketeer is het een duidelijk verhaal, als je je product wilt verkopen dan moet je met je boodschap aansluiten bij je doelgroep. Doe je dat niet dan verkoop je niet veel. Toch knelt er iets.

Als ik de redenering van Romer goed begrijp dan moeten die partijen een boodschap en wellicht een programma zoeken dat aansluit bij de zich wijzigende demografische omstandigheden. Zeg je dan niet dat je ideeën moet zoeken die aansluiten bij mensen of een bepaalde groep mensen? Dat je je aanbod moet afstemmen op de vraag? Dat je je visie en programma moet afstemmen op wat mensen of bepaalde groepen mensen, willen? Zou het falen van vele politieke partijen en politici niet juist een gevolg zijn van deze manier van denken?

Zouden politici die politiek bedrijven op basis van hun idealen niet succesvoller zijn? Politici die op basis van een visie op het goede een programma opstellen dat hun idee van het goede dichterbij brengt? Die met hun idealen en programma de boer op gaat en mensen met hun passie voor die idealen proberen te overtuigen?

Zouden idealen te vergelijken zijn met een ijsje?

(On)democratisch

Struinend langs de diverse digitale media op zoek naar bijzondere berichten en redeneringen, kwam ik op de site Novini terecht. Een site voor The bigger picture, zoals haar ondertitel luidt. Een artikel met de kop We ‘knuffelen’ radicalisten de jihad in’, geschreven door David Pinto, trok mijn aandacht. Pinto schrijft over het ‘falende cultuurmarxistische’ Amsterdamse beleid om radicalisering te voorkomen, iets wat Pinto de pas overleden burgemeester Van der Laan verwijt. En via Van der Laan komt hij bij Martin Bosma terecht die hij graag als Amsterdamse burgemeester zou zien: “Bosma is een intellectueel, een voortreffelijk politicus, een buitengewoon kundig lid van het presidium van de Tweede Kamer en bovendien een aimabel mens.”

MEDION DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Het gaat mij niet over de persoon Bosma, ik ken hem niet, het enige wat ik erover zeg is dat hij een eenmanspartij vertegenwoordigt die zeer ver van mij af staat. Het gaat mij over de redenering van Pinto: “Bovendien, de PVV is de tweede partij in grootte van ons land. En vreemd genoeg, er is nog niet één burgemeester afkomstig van deze partij, terwijl de PvdA met haar magere 9 zetels, twee van de vier grote steden gijzelt. Hoe democratisch is dit eigenlijk?”  Pinto schetst hier een beeld van een partij die wordt achtergesteld en een andere partij die wordt bevoordeeld. Het beeld van Pinto komt er in het kort op neer dat de traditionele partijen (het ‘partijkartel’ van Thierry Baudet) de bestuursposten onder elkaar verdeelt, een ondemocratische bedoeling.

Is het zo vreemd dat er nog geen PVV-burgemeester is? Om burgemeester te worden, moet je als eerste solliciteren op een vacante burgemeesterspositie. Als er geen PVV-er solliciteert, kan er geen PVV-er worden benoemd. Als de PVV burgemeesters wil, dan zullen ze eerst moeten solliciteren, daar begint het. Vervolgens kiest een vertegenwoordiging van de gemeenteraad in de betreffende gemeente enkele sollicitanten uit die op gesprek mogen komen. Als er al een politieke keuze wordt gemaakt, dan gebeurt dat door de partijen in de gemeenteraden. De PVV ontbreekt op lokaal niveau waardoor ze de boot hier kunnen missen. Wie kun je dat verwijten?

Als laatste het woord gijzelen. Wie houdt de PvdA gevangen? De betreffende burgemeesters hebben normaal gesolliciteerd en zijn benoemd. Dit is op de democratisch vastgestelde manier gebeurd. Inderdaad is de PVV de tweede partij en heeft de PvdA maar negen zetels. Een klein jaar geleden, had de PvdA er nog achtendertig en was zij de tweede partij van het land, iets wat de afgelopen vijftig jaar redelijk gebruikelijk was. Burgemeestersbenoemingen staan los van kamerzetels.

Pleit Pinto ervoor dat na iedere Tweede Kamerverkiezing alle burgemeesters ontslag moeten nemen en de burgemeestersposten vervolgens naar rato over de partijen worden verdeeld? Als hij dat wil, dan moet hij ervoor zorgen dat er voldoende kamerleden in beide kamers hem steunen om de Grondwet te wijzigen. Dat is democratie meneer Pinto.

Data or Utopia

Wanneer we echt willen verbinden, wanneer we écht samen met kiezers oplossingen willen realiseren voor de problemen waar ze mee zitten, dan moeten we werken aan een progressief alternatief voor de ‘big data boeven’ van deze wereld. Dan moeten we juist digitale bruggen bouwen. Een brug van de politiek naar de samenleving, en van de samenleving naar de politiek. Zo willen wij data inzetten om mensen weer te verbinden. Het is tijd voor ‘data for good’.”

Dit schrijven de duo-kandidaten voor het PvdA voorzitterschap Astrid Oosenbrug en Frans van der Sluijs bij Joop en zij constateren dat nu met name rechtspopulisten data gebruiken om kiezers te trekken. ‘Data for good’ moet hieraan tegenwicht bieden volgens de schrijvers.

Utopia Thomas More

Foto: Wikimedia Commons

Data, de panace van alles zo lijkt het. Bedrijven die data verzamelen om precies op maat in je behoeften te voorzien, of eigenlijk te voorzien in behoeften waarvan je niet wist dat je ze had. Het meest recente voorbeeld hiervan is de PSD2 richtlijn van de Europese Unie. Die richtlijn verplicht banken om bankgegevens te delen met bedrijven. Gegevens bij wie je op welk moment wat koopt. De belangrijkste vraag, van wie deze gegevens zijn van de bank of van de klant van de bank, wordt niet gesteld. “Brussel wil allerlei start-ups de kans geven zelf slimme diensten voor consumenten te ontwerpen. Hoe meer partijen er innoveren, hoe sneller de financiële technologie (fintech) vooruitgaat en dat zal leiden tot meer betaalgemak voor consumenten en tot lagere prijzen, is de gedachte.” Zo valt te lezen in de Volkskrant. Via de bedrijven komen deze gegevens uiteindelijk ook bij de politieke partijen die, aldus Oosenbrug cs, gebruiken voor micro-politiek: “een op maat gemaakte boodschap in elkaar (…) zetten. Eentje die inspeelt op jouw zorgen, op jouw angsten en op wat jij belangrijk vindt.” Oosenbrug cs. willen hier goede micro-politiek tegenover stellen, micro-politiek die ‘verbindt’.

Zou dat lukken, verbindende micro-politiek? Moet je, juist als je mensen wilt verbinden, niet het micro niveau verlaten? Een supporter van Ajax en Feyenoord krijg je op clubniveau niet met elkaar verbonden. Dat lukt wellicht wel op een hoger niveau: de liefde voor het voetbal. Zou het met politiek en verbinden niet precies zo zijn? Zouden Oosenbrug cs niet op zoek moeten naar dat hogere niveau?

In haar meest recente boek No is not enough komt Naomi Klein tot een soortgelijke conclusie. Voor werkelijke verbinding en tegenwicht tegen de ‘Trumps’ van deze wereld, is nee zeggen niet voldoende, er moet een positief ideaal tegenover staan. Een ideaal dat mensen bindt en verbindt. Zij haalt hierbij Oscar Wilde aan die dit op de volgende manier treffend onder woorden bracht:

“A map of a world that does not include Utopia is not worth even glancing at, for it leaves out the one country at which Humanity is always landing. And when Humanity lands there, it looks out, and, seeing a better country, sets sail.”

De kaas en het brood

Als ik hem goed begrijp, dan mogen leden van een partij die de laatste verkiezingen flink heeft verloren, niet of slechts uiterst terughoudend solliciteren op banen in de publieke sector. Hem is Sebastian Wijnands die in zijn opiniebijdrage in Trouw PvdA’ers verwijt dat ze: “zich nog altijd niet terughoudend opstellen wanneer er een bestuurlijke vacature beschikbaar komt.” Aanleiding voor zijn artikel is de verkiezing van PvdA’er Ahmed Marcouch tot burgemeester van Arnhem en partijgenoot Martijn van Dam tot bestuurslid van de Nederlandse Publieke Omroep. “De PvdA moet zich echter eerst realiseren dat haar optreden voorbij is. En het publiek heeft niet gevraagd om een toegift,” zo schrijft Wijnands.

kaas en broodFoto: Pixabay

Het lijkt erop dat Wijnands terug wil naar vroeger. Naar de tijd dat de grote drie partijen de baantjes onderling verdeelden en de rest het nakijken had. Daar lijkt het op als je ervoor pleit dat partijen die verloren hebben zich terughoudend moeten opstellen bij het reageren op publieke functies. Inderdaad heeft de PvdA veel zetels verloren en zijn er andere partijen die flink hebben gewonnen zoals D66 en GroenLinks. Hoe moeten GroenLinks en de SP zich volgens Wijnands gedragen? De SP verloor en GroenLinks won zetels tijdens de laatste verkiezingen, maar beiden hebben 14 zetels en zijn even groot. Mogen Groenlinksers zich flink roeren terwijl SP’ers terughoudender moeten zijn?

Is verlies bij verkiezingen een reden om je ‘bescheiden’ op te stellen? Of, zoals de partijleider zelf aangeeft, niet deel te nemen aan een regering? Gaat het er in de politiek niet juist om om je doelen te bereiken? Om op te komen voor je idealen en voor de mensen die jouw het mandaat hebben gegeven om voor die idealen te strijden. Past in die strijd bescheidenheid of moet je daarin assertief zijn??

Laten we het verwijt eens omdraaien, hebben de andere partijen zich niet te terughoudend opgesteld? Hebben ze zich de kaas van het brood laten eten door assertievere PvdA’ers?

21ste eeuwse oplossing

Beste meneer Asscher,

Met veel belangstelling heb uw artikel bij Joop gelezen waarin u reageert op een kritiek op u van Barbara Baarsma in de Telegraaf. U verzet zich tegen de voorstellen van Baarsma die erg overeenkomen met: “de ideeën van D66 en de VVD, die ook vinden dat hét recept voor onze arbeidsmarkt bestaat uit het afschaffen van vaste contracten — via de duur of de uitholling van de ontslagbescherming. ‘Vast’ aantrekkelijker maken voor werkgevers, door ‘vast’ af te schaffen of anders te definiëren.”  U maakt zich hard voor een eerlijke beloning voor eerlijk werk en vaste arbeidscontracten voor vast werk. Baarsma slaat de plank volgens u mis met haar voorstellen: “ook al worden ze geflankeerd door aantrekkelijke woorden als “modern” en “positieve prikkel.”  U geeft aan: “graag in discussie met experts van diverse gebieden,” te gaan.

21ste-eeuw

Beste meneer Asscher, ik ben geen econoom, geen arbeidsmarktdeskundige doch slechts een eenvoudig historicus. Ik lees wel geregeld werk van economen en een van hen, de Zuid Koreaan Ha-Joon Chang, schreef dat economie voor 95% gezond verstand is en dat de overige 5% ook geen hogere wiskunde is. Laat ik, al zeg ik het zelf, wel in bezit zijn van gezond verstand, daarom deze brief aan u.

Ik ben het met u eens dat vele veranderingen tegenwoordig worden verkocht met ‘positieve’ termen als modern(iseren) flexibiliseren enzovoorts en het afschaffen van vaste contracten is, daar ben ik het met u eens, niet erg modern. Sterker, dat is terug naar de negentiende eeuw, de eeuw van de dagloner die maar moest afwachten of er die dag voor hem werk en dus inkomen was.

Voor u is: “het vaste contract (de) hoeksteen van zekerheid voor werknemers en gezinnen.” Dat mag dan wel uw uitgangspunt zijn, het is voor velen niet de werkelijkheid en die velen worden er steeds meer, ondanks al uw pogingen om daar wat aan te doen. Zou het kunnen dat uw oplossing ook ‘de plank misslaat’ en niet ‘modern’ is? Lijkt het vaste contract niet een twintigste eeuwse oplossing die niet meer voldoet in de eenentwintigste eeuw? Een oplossing die het probleem niet oplost, lijkt mij geen oplossing.

Zou het helpen om het probleem vanuit een ander frame te bekijken? Een frame waarin betaald werk niet meer de oplossing is van alle kwalen omdat er niet voldoende werk is voor iedereen? Wat als we ‘er zijn’ zien als het belangrijkste in het leven? En voor dat ‘er zijn’ krijg je een voldoende basis(inkomen)? Voor meer dan die basis moet je zelf zorgen en dat kan via werk. Zou dat de positie van de werknemer niet enorm versterken? Wellicht zijn flexibele contracten dan helemaal geen probleem meer. Zou dat een eenentwintigste eeuwse oplossing kunnen zijn?

Als u hierover met mij van gedachten wilt wisselen, laat het me weten.

 

Verkiezingsfeest

Jacques Monasch is, net als vele anderen binnen de diverse partijen die niet hun zin kregen, uit de partij gestapt en zit voorlopig op eigen titel in de kamer. Monasch wilde invloed hebben op het partijprogramma en die wilde de partij hem niet geven. “Het fenomeen van de gekozen partijleider valt niet meer terug te draaien. Het hoort ook bij de tijdgeest. Alleen al de illusie van meer democratie is beter dan de zogenaamde elitepolitiek van een tijd geleden. Het is een belangrijk middel bij het enthousiasmeren van de partijachterban. Als één man achter het stemmenkanon.” Dit betoogt Lex Oomkes in Trouw naar aanleiding van het afhaken van Monasch.

verkiezingenIllustratie: YouTube

Oomkes noemt de keuze van Monasch een logische en gaat nog een stapje verder: “Vreemd genoeg trekt hij echter niet de tweede logische conclusie: volgens deze redenering zou ook de kandidatenlijst een product dienen te zijn van de gekozen lijsttrekker.” Trekken we dit door dan krijgen we eerst voorverkiezingen waarbij een partijleider wordt gekozen op basis van zijn programma en een lijst met ‘vriendjes’.

Dit begint verdacht veel te lijken op de Amerikaanse voorverkiezingen. Zeker als ook niet partijleden of ‘flitsleden’ mee mogen doen aan die ‘voorverkiezingen’ ontstaat er een flink circus aan verkiezingen. En als we naar het ‘voorland’ de Verenigde Staten kijken, is de kans groot dat dit met flinke en vooral dure campagnes gepaard zal gaan.

Alleen is er een verschil met de Verenigde Staten. Daar kiezen ze zo de president, het hoofd van de uitvoerende macht. Een functie die we in Nederland niet kennen. De Amerikaanse president is een combinatie van ons staatshoofd (de koning) en de minister-president, de leider van de regering. geen van beide wordt door het volk gekozen. Voor koning moet je in de ‘wieg gelegd’ zijn en de minister-president wordt niet gekozen, maar uitonderhandeld.

Al die ‘gekozen’ partijleiders met hun eigen programma en hun ‘vriendjes’ komen in de Tweede kamer. Wat let trouwens de verliezende ‘partijleiders’ om met hun eigen lijst aan de verkiezingen mee te doen? Iets wat uitgetreden partijleden, zoals Wilders en nu de Denk-mensen ook al hebben gedaan en doen.

Zou onze democratie gebaat zijn bij nog meer verkiezingsfeesten?

Wij …, zij en de ‘Hollandse droom’?

Als je voor een dubbeltje geboren bent, kun je nog steeds een kwartje worden, dat is de ‘Hollandse droom’ en die bestaat aldus de PvdA en de VVD. Zo valt in de Telegraaf te lezen. Voor iedereen onder de twintig jaar: een dubbeltje was een munt van tien cent en een kwartje een van vijfentwintig cent toen we in Nederland nog betaalden met de gulden. De twee partijen maken zich zorgen over de toegenomen spanningen en polarisatie in de Nederlandse samenleving. Om te voorkomen dat het ontspoort vinden de beide partijen dat er een sterk ‘wij’ gecreëerd moet worden.

stamFoto: www.goal.com

Volgens de partijen creëer je het ‘wij’: “door tegenstellingen weg te halen en scherp te definiëren wat je verwacht van mensen in dit land.”  Wat, behalve dat ze zich aan de wet houden, zijn dan de zaken die we van ‘mensen in dit land’ mogen verwachten? Is dat het aantal ‘koekjes bij de koffie’? Of dat ‘buren elkaar helpen’ zoals in de taalcursussen voor anderstaligen  wordt gesuggereerd? Dat we allemaal een oranje shirt aandoen als het Nederlands elftal voetbalt? Een strafschop missen op een belangrijk moment? Wat zijn die verwachtingen die ‘wij’ van elkaar hebben? Zonder dit in te vullen blijft het een loze ‘wij’? Dus PvdA en VVD: invullen die verwachtingen!

Of is dat een probleem, omdat jullie andere verwachtingen hebben? En wellicht zijn er anderen die weer andere verwachtingen van die ‘wij’ hebben. Zo zullen er mensen zijn die ‘verwachten’ dat die ‘wij’ vrij is van moslims en mij lijkt dat jullie partijen dat toch anders zien.

Als het jullie toch lukt die verwachtingen in te vullen en dus aan te geven waaraan ‘wij’ te herkennen zijn, creëren jullie dan niet meteen een probleem? Want maak je door ‘wij’ te definiëren, niet meteen ook duidelijk waaruit het ‘niet wij’ in goed Nederlands het ‘zij’ bestaat? Staat dan die ‘wij’ niet meteen tegenover die ‘zij’? En zou dat voor spanningen zorgen? Zou dat bijdragen aan polarisatie? Zou dan jullie ‘Hollandse droom’ ook een ‘nachtmerrie’ kunnen worden?

Is die ‘wij’ niet al gedefinieerd? Heeft de wet niet al bepaald wie die ‘wij’ zijn? Namelijk iedereen met een Nederlands paspoort?

Fundamentele discussie over de zorg

Marktwerking. Het magische woord van de afgelopen dertig jaar. De markt zorgt er op een efficiënte manier voor dat vraag en aanbod elkaar vinden en dat voor producten de juiste, marktconforme prijs wordt betaald. Bij vele zaken die we vroeger gezamenlijk regelden zoals telefonie, de post, elektriciteit en ook in de zorg is de ‘markt’ ingevoerd. Maar in hoeverre is er sprake van marktwerking als partijen geen winst mogen maken? Winst is immers de beloning die als dividend aan de aandeelhouders wordt uitbetaald.

blauwdrukIllustratie: bk2.nl

Geen winst? Ja, want wat viel te lezen in Dagblad de Limburger? “Zorgverzekeraars mogen in de toekomst geen winst uitkeren aan aandeelhouders of bestuurders. Een initiatiefwet van SP, PvdA en CDA schrijft voor dat verzekeraars hun winst alleen mogen gebruiken voor betere zorg of lagere premies.” Is er nog wel sprake van een markt als er geen winst mag worden gemaakt? Waarom zou ik dan aandelen van een verzekeraar kopen?

Het verbod is volgens de partijen nodig: “Ze (de Zorgverzekeraars) hebben een maatschappelijke taak. Ze moeten ervoor zorgen dat de zorg betaalbaar blijft en toegankelijk voor iedereen. Dus als ze geld overhouden, moet dat ook weer worden geïnvesteerd in de zorg.”  Als zorgverzekeren een maatschappelijke taak is, is een ziekenhuis dat dan niet ook? En hoe zit het met de huisarts of de specialisten in een ziekenhuis? Of een verzorgingshuis? De apotheker en in zijn verlengde de medicijnenfabrikant? Als we de redenering van de partijen doorvoeren, dan zou ook een ziekenhuis, arts of apotheker geen winst meer mogen maken. Waarom dan niet de ultieme conclusie: geen winst, geen markt?

Geen markt maar een overheidstaak. Dus een grotere overheid met meer ‘ambtenaren’. De drie partijen halen één stukje uit het radarwerk van de zorg in plaatst van die fundamentele discussie te voeren. Eén stukje en over een tijdje weer een en over een aantal jaren is alles anders, zonder dat er een fundamentele discussie over is gevoerd. Al die stukjes zorgen vervolgens voor een rammelend bouwwerk omdat er van te voren niet is nagedacht over een blauwdruk of bouwtekening voor het hele gebouw.

Dit op zichzelf sympathieke wetsvoorstel toch maar gebruiken om een fundamentele discussie te voeren?

It ain’t what you do

“Tweede Kamer bang voor besmetting Brexit-virus.” De kop boven een artikel in de Volkskrant. Een artikel waarin politici worden geciteerd en aangehaald. Dat Wilders ook in Nederland een referendum wil, is niet nieuw. Hij wil uit de EU en denkt dat we vervolgens in het Walhalla terecht komen. Hoe dat Walhalla eruit ziet? Hij weet wat hij niet wil, maar wat hij wel wil?

golden-circle-sinek

Illustratie: dekrachtvancontent.nl

SP-leider Roemer wil een kleiner EU-verdrag waarover vervolgens een referendum wordt gehouden. Alleen hoe overtuig je de andere EU-landen daarvan? Als die al te overtuigen zijn dat er een kleiner verdrag moet komen, ga je dan eerst jaren onderhandelen en een compromis uitwerken om dat compromis vervolgens de kans te laten lopen dat het via een referendum waardeloos wordt? Is dat geen verspilling van tijd? SP-er van Bommel: Het besmettingsgevaar is niet zozeer dat er een Nederlands referendum komt, maar dat de geest uit de fles is. Dat een Nexit onderdeel wordt van de verkiezingen in 2017.” CDA-er Knops voorspeld: “Als de Britten voor een Brexit stemmen, gaat het los in Den Haag.” D’66-er Verhoeven: ‘De zorgen zijn groot.” Uitspraken waarin angst doorklinkt.

Dit lezend, moet ik denken aan de gedragsonderzoeker Simon Sinek en zijn ‘Gouden Cirkel’. Centraal in de ‘Gouden Cirkel’ staan drie vragen: Waarom, Hoe en Wat. De belangrijkste vraag hiervan is waarom? Waarom doe je wat je doet? Een vraag die met gevoel te maken heeft en mensen nemen besluiten op basis van hun gevoel en niet op basis van argumenten, zo beweert Sinek.

Wil je iets bereiken in de politiek, dan moet de vraag waarom als eerste worden beantwoord. ‘Dat je samen sterker staat’, zoals PvdA-er Marit Maij beweert, gelooft iedereen. Al die cijfers over de ‘economische schade’ van een Brexit, die maken geen indruk. Waarom moeten we samen sterker staan? Waarom is die economische schade zo erg? En voor de voorstanders van een Brexit of voor Wilders: waarom is die economische schade niet erg?

‘Omdat wij een betere wereld willen, waarin het goed toeven is voor ons, onze kinderen en alle andere levende wezens. Een wereld waar iedereen, in veiligheid, een menswaardig bestaan kan opbouwen. Die wereld is alleen te realiseren als we samenwerken en krachten bundelen. Want alleen samen staan we sterk en zijn we sterk genoeg om dit te realiseren.’ Dit zou een antwoord van een voorstander van de EU kunnen zijn. Alleen voldoet de huidige EU hier niet aan, dus zou er een toevoeging moeten komen als: ’Daarom gaan wij pleiten voor een verbeterde EU waarin niet de economie maar het welzijn van de mens centraal staat.’

Om Sinek te citeren: “People don’t buy what you do, they buy why do you it.” Hebben politici die spreken over de EU, het alleen maar over het wat? Waar zijn politici en leiders die ons verleiden met een dergelijk verhaal en ons een goed gevoel geven?