De ervaring van Fico

Het Nederlands EU voorzitterschap van een half jaar zit erop. Het stokje wordt overgenomen door Slowakije. In de Volkskrant van 2 juli een artikel hierover. De nieuwe voorzitter laat, bij monde van haar premier Robert Fico, weten wat er te gebeuren staat. Natuurlijk krijgt de hervorming van de Europese Unie ook aandacht. Die is volgens Fico bij Oost-Europeanen in goede handen. “Hij voegt eraan toe dat juist de Oost-Europese lidstaten over ‘unieke’ ervaring beschikken hoe een unie (Sovjet-Unie) om te vormen,” zo valt in het artikel te lezen. Een vreemde uitspraak.

Fico

Foto: www.euractiv.com

Vreemd omdat de Sovjet Unie niet is hervormd, maar in 1991 uit elkaar is gevallen. De laatste president, Michael Gorbatsjov, wilde het land langzaam hervormen en openstellen, een politiek die ‘Glasnost en Perestrojka’ werd genoemd. Die ‘hervomingen’ liepen erop uit dat de verschillende deelrepublieken van de Unie, zich één voor één onafhankelijk verklaarden. Zou Fico dit met hervormen van de EU bedoelen?

Vreemd omdat Slowakije nooit een onderdeel is geweest van de Sovjet-Unie.  Alleen EU-lidstaten Estland, Letland en Litouwen maakten onderdeel uit van de Sovjet Unie. Hoe kan Slowakije ervaring hebben met het hervormen van een Unie, waar het niet bij hoorde en die al uit elkaar was gevallen voordat het land bestond? Het vormde tot 1993 immers samen met Tsjechië één land, Tsjecho-Slowakije. Beide delen zijn ‘als goede vrienden’ uit elkaar gegaan en hebben daarop allebei het lidmaatschap van de EU aangevraagd. Zou Fico op de scheiding van Tsjechië en Slowakije duiden als hij het heeft over ervaring?

Vreemd omdat Slowakije, onder de vlag van de Tsjecho-Slowakije wel lid was van de Oost-Europese variant van de EU, de Comecon. Het economisch samenwerkingsverband van ‘communistische’ Oost-Europese landen. Maar ook deze ‘unie’ is niet hervormd. De Comecon werd in 1991 officieel opgeheven. Het was immers een ‘dwanginstrument’ van de Sovjet Unie en die bestond niet meer. Bedoelt Fico dit met ervaring in het hervormen van een unie?

Vreemd omdat Slowakije, weer onder de vlag van Tsjecho-Slowakije, ook lid was van het Warschaupact, het militair bondgenootschap van de ‘communistische’ landen en daarmee tegenhanger van de NAVO. Ook dit pact werd niet hervormd maar in 1991 ontbonden. Oost-Europese landen vroegen daarop het lidmaatschap van de NAVO aan om zich te ‘beschermen’ tegen de Russische dreiging. Bedoelt Fico dit met ervaring in het hervormen van een unie?

Is de hervorming van de EU wel in goede handen bij Fico? De ‘ervaringen’ doen het ergste vrezen.

De Costa Britannia

Er was eens een boot, de Britannia waarvan een deel van bemanning mopperde dat het schip steeds maar weer in konvooi voer met andere schepen. Zij wilden liever hun eigen koers bepalen. De kapitein van het schip, David Cameron genaamd, wilde voor eens en voor altijd af zijn van dat gezeur en hield een referendum onder zijn bemanning. De kapitein hoopte en verwachtte dat hij voldoende steun zou krijgen voor veilig en lucratief konvooieren.

Costa concordia

Foto: www.theguardian.com

De eerste stuurman, Boris Johnson, wilde eigenlijk zelf kapitein zijn en zag hier een goede mogelijkheid om dat te bereiken. Hiervoor moesten veel bemanningsleden, net iets minder dan de helft, voor de eigen koers stemmen. Dan zou hij aan gezag winnen en de kapitein in zijn hemd staan. De stuurman kreeg steun van de chefkok, Nigel Farage, een fervent voorstander van eigen koers bepalen. Dat zou het schip immers veel welvaart bieden. Het kon zich dan als een kaper gedragen en daar naar toe gaan waar wat te roven was. Honderd jaar geleden ging dat immers goed, daar verwees immers het nog steeds populaire lied naar: Rule Britannia, Britannia rules the Waves.

In hun campagne voor de eigen koers, namen beiden de waarheid met een korreltje zout, of was het meer een Dode Zee vol zout. De kapitein trouwens ook niet. Een campagne die ervoor zorgde dat de meerderheid van de bemanning koos voor een eigen koers. Dit besluit leidde ertoe dat het schip alvast aan de rand van het konvooi ging varen en veel meer weerstand van wind en zee ondervond.

Daarop kondigde de kapitein zijn vertrek aan. De weg lag open voor Johnson. Die schrok hiervan en van de grotere golfslag en gaf de pijp aan Maarten. De Britannia bleek niet meer het schip van vroeger. Het bleek niet één schip te zijn, maar vier boten en bootjes. Het hoofd van de olieboot Nicola Sturgeon, dreigde met afscheiding. Zij wilde met het grote konvooi mee blijven varen. Na stuurman Johnson gaf ook de chefkok zijn functie op. Farage was niet gewend om met zoveel deining te koken. Wat moeten we daarvan denken?

Een paar jaar geleden zonk de Costa Concordia voor de Italiaanse kust. Tweeëndertig mensen verloren hierbij het leven. Kapitein Schettino niet. Hij werd de risee van de zeevaarders omdat hij als kapitein ‘zo ongeveer als eerste’ in de reddingsboten zat. Dit terwijl een kapitein toch altijd als laatste het zinkende schip verlaat. Schettino zit nu zijn zestien jaar gevangenisstraf uit. Straf die hij kreeg voor doodslag en plichtverzuim.

Welke straf zouden Johnson en Farage krijgen voor hun plichtsverzuim? Wat kan de ‘Neerlandia’ en haar bemanning hiervan leren?

Een land twee regeringen

Partijen zouden voor de verkiezingen stembusakkoorden moeten sluiten, zo betoogt de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).  Trouw doet verslag van het rapport van de raad want die maakt zich zorgen over de regeerbaarheid van Nederland. Het zal na verkiezingen heel moeilijk worden om een coalitie te smeden die kan bogen op een meerderheid van zetels in de Tweede Kamer, laat staan in de beide kamers: “Daarvoor zijn, afgaande op de peilingen, zeker vier partijen nodig. Het is de vraag of zo’n coalitie gewenst is. In een dergelijke coalitie moeten grote compromissen gesloten worden en kunnen kiezers de individuele partijen niet meer herkennen.” gelukkig ziet de ROB een alternatief: ‘voor de verkiezingen stembusakkoorden te sluiten, zodat kiezers weten op welke coalitie ze stemmen. Een minderheidsregering, waarmee in Scandinavië goede ervaringen zijn, kan ook soelaas bieden. De voordelen, aldus de ROB: “”Het is ideologisch herkenbaar, flexibel en herkenbaar, terwijl het stembusakkoord past bij de behoefte aan invloed van kiezers.” Een akkoord voor de verkiezingen sluiten klinkt leuk, maar… .

Molina

Loop je als partij niet het risico dat je voor de verkiezingen al compromissen sluit waarvoor de kiezer je afstraft? Dat je minder zetels haalt dan dat je op eigen kracht zou doen? Op basis van welke krachtverdeling sluit je zo’n akkoord? Op basis van de huidige zegelverdeling? De peiling van TNS NIPO of die van Maurice de Hond?

Inderdaad kan een minderheidskabinet goed werken. Zouden stembusakkoorden daarbij helpen? Om als minderheidsregering te kunnen starten, moet je immers eerst op een meerderheid van stemmen in de Tweede Kamer kunnen rekenen. Dus je moet toch weer afspraken gaan maken en akkoordjes sluiten met andere partijen. Zouden die niet iets willen in ruil voor hun steun? Doet dat dan geen afbreuk aan dat stembusakkoord? Zo had gedoger Wilders flink wat in de melk te brokkelen in het eerste kabinet Rutte.

Stel alle partijen doen mee en er worden een, drie of vier stembusakkoorden gesloten, hebben we dan niet gewoon drie of vier partijen? Moet er dan niet gewoon weer worden onderhandeld over een compromis tussen stembusakkoorden? Waarin verschilt dit van de huidige situatie? Onderhandelingen waarbij kleinere groeperingen het risico lopen dat voor hun belangrijke zaken toch weer worden ‘weggegeven’. Wat doe je dan als kleine groepering? Gedoog je dan je blok ook als dat betekent dat je alleen maar zuur krijgt en geen zoet? Met een gegarandeerde zekerheid dat je de volgende verkiezingen verliest?

Of hoeft een regering bij aantreden niet meer door een meerderheid gedoogd te worden? Als dat niet meer hoeft, zouden we dan twee regeringen kunnen krijgen? Zou dat goed werken? Met de roman De nacht der Tijden van de Spaanse schrijver Antionio Muñoz Molina die zich afspeelt ten tijde van de Spaanse burgeroorlog in het achterhoofd, vrees ik dan het ergste.

Vluchtelingen uit Venezuela

Ruim een jaar geleden presenteerde VVD’er Malik Azmani trotst dé oplossing voor het vluchtelingen probleem: de opvang in de regio. Een van mijn eerste prikkers, was daaraan gewijd. Centraal stond de vraag hoe je bepaalt welk land of gebied bij welke regio hoort. Ik schreef: Met onze eilandjes in het Caribisch gebied horen we ook tot de regio aldaar. Dus iedereen op de vlucht uit Venezuela is welkom?” 

Antillen

Illustratie: eropuit.blog.nl

Azmani’s VVD-college Han ten Broeke vreest, zo valt bij ThePostOnline te lezen dat dit nu wel eens werkelijkheid kan worden. Ten Broeke pleit voor maatregelen:“Nederland kan deze situatie niet blijven negeren, en de Caribische landen evenmin. Zeker aangezien de eilanden makkelijk als springplank naar Nederland kunnen worden gebruikt, doet Nederland er goed aan de eilanden te dwingen tot het nemen van preventieve maatregelen. Een tweede migratiefront kan ons Koninkrijk simpelweg niet aan. Laten we daarom dit keer op tijd zijn en het naïeve ‘wir schaffen das‘ verruilen voor adequate grensbewaking en wetgeving en zo nodig afspraken met andere landen in de Caribische regio.” 

Beste meneer Ten Broeke, waarom wilt u ‘adequate grensbewaking’? Die is er toch al? Of bedoelt u wat anders? Bedoelt u wellicht een vorm van grensbewaking waarbij vluchtelingen geen kans krijgen? Marineschepen voor de kust van Venezuela die bootjes met vluchtelingen terugsturen? We kunnen een ‘tweede migratiefront’ immers niet aan.

Maar meneer Ten Broeke, is Nederland niet gewoon aan de beurt met het opvangen van die vele Venezuelaanse vluchtelingen? Uw partij is toch de verzinner en grote voorvechter van het principe ‘opvang in de regio’. Welnu, is Venezuela niet onze regio? Het ligt, zoals u zelf schrijft, slecht dertig kilometer van ons koninkrijk. Als dat niet ‘de regio’ is, wat is dan wel de regio? Brussel ligt verder van onze grens, net als Duisburg en Dusseldorf.

Bent u en uw partij afgestapt van uw beleid en principe van opvang in de regio? Of is het toch zoals ik in die eerdere prikker schreef: “Opvang in de regio is een opportunistisch argument met als doel om in ieder geval nooit bij de regio te horen als het om vluchtelingen gaat.”

Gemeente Venlo, doel en middel

Via Linkedin bereikte mij het bericht dat de gemeente Venlo een nieuwe Visie op Public Resources Management heeft. De visie is verpakt in een filmpje en moet duidelijk maken dat de mens centraal staat, de gemeente de slag wil maken van ‘duizend medewerkers’ naar ‘honderdduizend meewerkers’ en legt een relatie met Cradle to Cradle (C2C). De gemeente wil ook goed contact met haar oud-medewerkers behouden, ze willen er geen afscheid van nemen. “Wat een verspilling van waardevolle grondstoffen. Daar is jaren in geïnvesteerd,” aldus de voice-over. Hieronder de visie.

“De mens als grondstof?” Dat was de vraag die ik via de Facebookpagina stelde. En binnen een dag had ik antwoord. Dat is snel, zo snel reageert een gemiddelde overheid niet. Mijn complimenten.”Dat klinkt wellicht vreemd Ballonnendoorpikker als je hem er zo uit haalt, maar in de context van de visie draait het uiteindelijk allemaal om de mens. Deze is de grondstof van relaties, van communicatie, van organisatie etc. Daarnaast gebruiken we bewust bepaalde termen die de relatie leggen naar C2C.” Een antwoord dat verdere vragen oproept.

Mensen communiceren, ze gaan relaties aan en ze vormen organisaties. Maakt dat de mens tot grondstof van relaties, communicatie en organisaties? Van Dale omschrijft grondstof immers als “onbewerkt, ruw materiaal.” Dan krijgt de mens pas zijn waarde in de communicatie, relatie of organisatie. Houdt dat dan in dat een mens zonder communicatie, relatie of organisatie geen waarde heeft?

De gemeente Venlo lijkt de organisatie (of organisaties in het algemeen) centraal te stellen. De wereld draait om organisaties. Zouden er organisaties zijn als de mens geen doelen had? Of is juist het tegenovergestelde het geval, dat de communicatie, relaties en organisaties grondstoffen zijn? Grondstoffen of middelen zijn, die de mens gebruikt om zijn doelen na te streven? En kan een organisatie als de gemeente Venlo niet een periode voor iemand bijdragen aan zijn doel? En goed afscheidnemen, kan betekenen dat persoon en organisatie ook in de verdere toekomst nog iets voor elkaar kunnen betekenen.

Natuurlijk heeft een organisatie, ook de gemeente Venlo, doelen. Maar zijn organisatiedoelen niet afgeleide doelen? Afgeleide doelen van zaken die mensen willen bereiken? En is C2C zo niet ook een afgeleid doel? Het maken van producten van volledig herbruikbare grondstoffen om, en nu komt het hoofddoel, de planeet leefbaar te houden voor de mens?

Verwisselt de gemeente Venlo niet doel en middel?

Nabij en toch veraf

Uit de vele aanbiedingen van telecombedrijven kiezen, is lastig. Als je eenmaal hebt gekozen en een abonnement hebt afgesloten, dan loopt dat ‘eeuwig’ door. Als je er vanaf wil, moet je het zelf opzeggen en dat moet je tijdig doen. Hiervan zou je willen dat het bedrijf je een bericht zou sturen dat het abonnement op het punt staat af te lopen, alleen dat gebeurt nooit. Er zijn echter ook zaken waarvan je zou hopen dat ze ‘eeuwig’ door zouden lopen, maar je moet ze ieder jaar weer aanvragen en hierbij moet je je hele ‘hebben en houwen’ weer vertellen.

NabijheidFoto: www.demos.be

In die laatste categorie valt het relaas van een vriendin in mijn woonplaats Venlo. Haar dochter is geboren met een beperking, een vorm van autisme, en zal die het hele leven hebben. Hierdoor zal haar dochter nooit zelfstandig kunnen wonen laat staan werken. Zij wil zoveel mogelijk zelf voor haar dochter zorgen, maar dat kan alleen met aanvullende ondersteuning van de gemeente (vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning). Hiervoor moet zij ieder jaar weer een aanvraag indienen en steeds dezelfde vragen beantwoorden. Waarom? Het zou plotseling eens beter kunnen gaan met haar dochter, waardoor er minder zorg nodig is? Dat beter laten gaan, is de afgelopen 22 jaar niet gelukt en deskundigen geven aan dat dit er ook niet inzit.

Iedere keer weer moet ze haar hele verhaal doen. Moet ze uitleggen dat ze zelf voor haar dochter wil zorgen en dat daarvoor wat ondersteuning nodig is die ze zelf niet kan betalen van haar kleine baantje van 14 uur. Dan op verwijtende toon de vraag: je kunt toch best meer dan 14 uur werken? Ja, dat kan, maar dan moet ze ondersteuning inhuren voor haar dochter, ondersteuning die dan wel door de gemeente betaald wordt. Ondersteuning die best €60 per uur mag kosten. In dat uur kan zij dan aan de slag en €15 verdienen???

Het was toch de bedoeling maatwerk te leveren? Om zorg dichtbij te organiseren, dat zou goedkoper zijn? Om samen met de zorgvrager en zijn omgeving te zoeken naar maatwerk? Maatwerk zo licht als kan en zo zwaar als nodig? Maatwerk met een minimum aan bureaucratische rompslomp? De professional moest immers, niet gehinderd door regels, de ruimte krijgen ?

De gemeente zou dat het beste kunnen regelen, zo werd aangenomen. Het beste omdat die het dichtst bij de burger staat. Hoe veraf is nabij? Wellicht kan de gemeente Venlo haar licht eens gaan opsteken bij een Telecombedrijf.

Nederlandse belangen

Voor premier Rutte staan de Nederlandse belangen ‘op één, twee en drie’. Zo valt te lezen bij Elsevier in een verslag van een Tweede Kamerdebat over de Brexit. Dat is natuurlijk goed om te horen en dat is natuurlijk ook wat je van een premier van een land mag verwachten.

Slavernij

Illustratie: www.webkwestie.nl

Wat zijn eigenlijk die Nederlandse belangen? Is dat economische groei? Liberalisering van de handel, van arbeid, van financiële belemmeringen? Is dat de groei van Nederland als financieel centrum? Is dat de groei van de Rotterdamse haven of van Schiphol? De export van kazen? Is dat de kwalificatie van het Nederlands elftal voor het komende WK in Rusland? Of is dat juist nu, ruim vooraf, al zeggen dat je niet naar dat WK gaat vanwege Oekraïne, de autocratische regeerstijl van Poetin of de te verwachten vechtpartijen met Russische hooligans? Is dat een positie in de Veiligheidsraad van de VN die de gemoederen deze week bezig houdt? Is dat een goed leven voor mensen hier mogelijk gemaakt door een basisinkomen? Is dat een fatsoenlijke opvang van vluchtelingen of zijn dat akkoorden zoals met Turkije zijn afgesloten?

Hangt de formulering van dat belang niet af van politieke, maatschappelijke en economische opvattingen van mensen? Opvattingen die niet eenduidig zijn. Ik zal het Nederlands belang anders formuleren dan jij of premier Rutte het doen. Zou dat belang bovendien niet kunnen veranderen? Dat wat vandaag nastrevenswaardig is, kan morgen een blok aan het been zijn. Zo was slavenhandel voor Holland eeuwenlang een gouden bedrijfstak en dus een nationaal belang. Tegenwoordig, voortschrijdend inzicht, zouden we onze voorvaderen willen influisteren dat zij hier toch echt het verkeerde belang najoegen.

Om het nog lastiger te maken, wat te doen als nationale belangen conflicteren? Als voetballiefhebber wil ik niets liever dan dat het Nederlands elftal zich kwalificeert voor het WK. Als aanhanger van recht en democratie pleit ik voor het boycotten van Rusland. Het is natuurlijk mooi als Nederland lid van de Veiligheidsraad wordt, maar als dat (hypothetisch) leidt tot jaren van ruzie en gekibbel met andere ‘kandidaten’ als Zweden en Italië, zou het dan niet in het Nederlands belang zijn om de kandidatuur terug te trekken?

Een klinkende uitspraak van premier Rutte, maar wat zegt hij? Wat zijn, volgens hem, die Nederlandse belangen die op één, twee en drie staan?

Gouden Dwangbuis

Economie in het algemeen en de ‘vrije markt’ in het bijzonder, spelen tegenwoordig een zeer belangrijke rol in het tegenwoordig dominante, neoliberale denken. Te belangrijk? Dat was de vraag die gisteren centraal stond. Vandaag de rol van de overheid, een rol die volgens dit neoliberale denken beperkt moet zijn. De politiek econoom Dani Rodrik denkt daar heel anders over. In zijn boek The Glabalization Paradox. Democracy and the future of the world. Een interessant boek, zeker met het oog op toekomstige samenwerking binnen de Europese Unie. Neoliberalen geloven in de kracht van de markt. Volgens Rodrik kan een sterke markt niet zonder een sterke overheid: “This need for expansion isn’t just because governments are necessary to establish peace and security, protect property rights, enforce contracts, and manage de macroeconomy. It is also because they are needed to preserve the legitemacy of markets by protecting people from risks and insecurities markets bring with them.” Sociale wetgeving en zekerheden voor mensen zijn volgens Rodrik de andere kant van de medaille van een open economie en worden die niet juist afgebroken en ondermijnd?

globalization_paradox_cover

Illustratie: www.salon.com

Rodrik signaleert een spanningsveld, een Political Trilemma of te World economy, zoals hij het noemt en dat ziet er als volgt uit:

Rodrik 2

De economieën van landen zijn via de wereldmarkt steeds meer met elkaar verbonden. Handel levert welvaart op en hoe minder kosten ermee zijn gemoeid (handelsbelemmeringen), hoe meer welvaart het oplevert. Daarom zijn er diverse vrijhandelsverdragen afgesloten. Hoe meer van dergelijke afspraken en hoe opener een land zich hierin opstelt, hoe aantrekkelijker het is voor bedrijven. Rodrik noemt dit ‘hyperglobalisatie’. Een nieuwe vorm van globalisatie waarbij het managen van de binnenlandse economie ondergeschikt is aan de internationale handel en de kapitaalmarkt. Een ontwikkeling die zijn aanvang neemt met het liberaliseren van de kapitaalmarkt in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw en de oprichting van de WTO.

De keerzijde hiervan is dat de welvaart die een gevolg is van deze vrijhandel, scheef wordt verdeeld. Die nadelen zijn minder werk, lagere salarissen, afbrokkelende sociale zekerheid en grotere onzekerheid voor werknemers. Ontwikkelingen die worden verkocht door ze in een positief ‘frame’ te plaatsten. Zo worden de toenemende onzekerheden voor werknemers verkocht met de term ‘flexibilisering van de arbeidsmarkt’, wie wil er immers star worden genoemd. De afbraak van de sociale zekerheid wordt modernisering genoemd. Ook hier weer: wie wil van het tegenovergestelde (ouderwets) worden beschuldigd. De neoliberalen blinken uit in het gebruik van taal en het gebruik van framing. Door diezelfde internationale handelsverdragen nemen de mogelijkheden van landen om mensen te beschermen af. Dit terwijl die landen onder democratische druk worden gezet door de bevolking om die bescherming wel te leveren en aan de andere kant door de multinationals onder druk worden gezet om nog meer belemmeringen weg te nemen. We moeten kiezen tussen twee van de drie hoekpunten. Alle drie is, volgens Rodrik, niet mogelijk.

Het opheffen van de natiestaten is iets wat de komende decennia nog niet zal gebeuren. Daarvoor zijn de tegenstellingen en verschillen te groot. Een wereldregering zou betekenen dat er iets van een universele beschaving zou moeten ontstaan en dit is voorlopig een illusie. Gezien de culturele verschillen tussen de diverse beschavingen mag geconcludeerd worden dat een ‘wereldregering’ voorlopig een utopie zal blijven. Als we al zien hoeveel moeite het in Europa kost om intensiever samen te werken tussen een beperkt aantal landen met een min of meer vergelijkbare cultuur dan is een wereldregering op basis van een uniforme cultuur werkelijk enkele bruggen te ver. De natiestaat blijft daarmee een gegeven en een soort wereldregering op democratische leest zit er nog lang niet in.

Daarmee staat één hoekpunt vast (de natiestaat) en valt een manier om de globalisering te beheersen af (de wereldregering). Kiezen voor hyperglobalisatie betekent dat alles in het teken komt te staan van het wegnemen van beperkingen voor de handel en het bedrijfsleven. De spiegel hiervan is dat de bevolking vol in de wind komt te staan omdat dit betekent dat alle bescherming (sociale wetgeving, ontslagrecht etcetera) zullen worden afgeschaft. Dergelijke arrangementen werken immers kostenverhogend en bemoeilijken dus de vrije handel en de concurrentie. Of zoals Rodrik het beschrijf: “In this world, governments persue policies that they believe will earn them market confidence and attract trade and capital inflows: tight money, small government, low taxes, flexibel labor markets, deregulation, privatization, and openness all arround.”  De ‘Gouden Dwangbuis’ noemt Rodrik dit. De markt heerst en regeringen van de natiestaten kunnen niets anders doen dan aan de wensen van de markt tegemoetkomen. Dit betekent het opgeven van de democratische politiek. De wens van het volk is immers ondergeschikt aan de economische vrijheid.

Een tweede mogelijkheid is wat Rodrik het ‘Breton Woods compromie’ noemt.  Afspraken die gelijkenis vertonen met de wereld van de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog. De periode waar individuele landen veel mogelijkheden hadden om hun economie te sturen en hun bedrijven en inwoners, indien nodig, te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. Dit betekent de ‘macht’ terughalen van internationale organisaties als de Wereld Handelsorganisatie (WTO) naar de landen en alleen die handelsverdragen handhaven die gunstig zijn voor alle betrokken partijen. Dus het herzien van de bestaande handelsverdragen. Nu zullen economen, vooral van het neoliberale soort, tegenwerpen dat dit de economie in het algemeen en de economische groei in het bijzonder, schade toe brengt. Afgezien van de vraag of het noodzakelijk is dat een economie in het algemeen moet groeien, blijkt uit een vergelijking van de groei in het Bretton Woods tijdperk en de periode erna (de neoliberale periode) zien, dat de economie in de Bretton Woods periode sneller groeide dan de periode erna. Dit wil niet zeggen dat natiestaten niet intensief kunnen samenwerken zoals in Europa in de Europese Unie. Hierbij moeten de landen individueel maar zeker ook samen ervoor waken om niet aan de leiband van de markt te lopen.

Als we eens door deze bril naar de huidige problemen in de Europese Unie kijken, problemen die door de Brexit zeer actueel zijn. Vertoont het beleid van de EU dan gelijkenissen met een ‘Gouden Dwangbuis’? Is die ‘Gouden Dwangbuis’ niet op de muur van de Britse ‘democratische politiek’ gelopen? En met het ‘associatieverdrag-referendum’ eerder dit jaar ook al in Nederland? Zou dit een roep kunnen zijn om een sterke overheid die er voor haar inwoners is? Die voor bescherming biedt tegen ‘tegenwind’ als verlies van inkomen, arbeidsongeschiktheid, ziekte enzovoorts? Een sterke overheid als sterke en krachtige tegenspeler van de markt en die vooral oog heeft voor de ‘ongelukkigen’?

It’s the society, stupid!

Gisteren vroeg ik me al af of de strijd tegen de EU niet de verkeerde strijd is en het niet veeleer een strijd is tussen ‘arbeid’ (als we daar nog van kunnen spreken) en kapitaal. Vandaag een slag dieper.

It’s the economy, stupid,” Deze woorden vatten de verkiezingsstrijd tussen de toenmalige president George H. Bush en zijn uitdager Bill Clinton in het kort samen. Bush had internationaal veel lof geoogst met de overwinning in wat nu de Eerste Golfoorlog heet. Met die overwinning op zak en de roem en glorie die dat nationaal en internationaal opleverde, dacht hij de presidentsverkiezingen te kunnen winnen. Waar hij minder of geen oog voor had, was hoe de gemiddelde Amerikaan ervoor stond: economisch minder florisant en tegenstrever Clinton wist daar goed op in te spelen. Hij sprak de kiezers aan op dit, door Bush ‘verwaarloosde’, thema. Hij sloot goed aan bij onvrede onder de Amerikaanse bevolking en het resultaat is inmiddels geschiedenis: Clinton won. Waarom dit uitstapje naar presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten van ongeveer 25 jaar geleden? Omdat we hier iets van kunnen leren. De les die Bush ervan leerde (maar het was toen al te laat) was dat de economie ook een rol speelt in het leven van mensen. Dit is een les die we heel goed hebben geleerd, tegenwoordig lijkt alles om de economie te draaien.

clinton

Illustratie: www.slideshare.net

Dat bleek weer rond het Brexit referendum. Vooraf werd flink gewaarschuwd voor de economische gevolgen. Met angst en beven werd verwezen en gekeken naar de financiële markten: wat zouden die doen? Na het bekend worden van de uitslag van het zelfde laken een pak. ‘Het uittreden moet dan maar snel, want onzekerheid is slecht voor de markt’ of ‘onze economie groeit net weer een beetje en die loopt nu gevaar”. Berichten vanuit de financiële- en aandelenmarkten: het Britse pond daalde fors in waarde,  aandelen die kelderen.

Zou het daar fout gaan: als eerste denken aan wat het voor de economie betekent? Als Europa alleen maar om de economie draait, dan begrijp ik heel goed waarom de Britten eruit stappen. En inderdaad lijkt Europa alleen maar om de economie te draaien. Zagen we dat niet ook al in de ‘Griekse’ crisis die eigenlijke bankencrisis was?  Een crisis die werd geframed als een ‘wedstrijden’ tussen landen. Ook daar stond de economie centraal en werd de mens, de gewone Griek, vergeten.

Europese samenwerking

Even terug in de tijd, de tijd van de ‘Duits, Franse twisten’. Twisten met als hoogtepunten de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871, een oorlog die een belangrijke rol speelde in de Duitse eenwording. Nee, niet die van eind vorige eeuw, maar ruim een eeuw eerder toen alle Duitse vorstendommen in het nieuwe Duitse keizerrijk werden opgenomen. Een tweede hoogtepunt: de Great War, de Eerste Wereldoorlog, als je de massale slachting van mensen in de loopgraven in Europa een hoogtepunt mag noemen. Als laatste de Tweede Wereldoorlog die nog meer dood, verderf en vernieling zaaide in Europa. Dat nooit meer dachten enkele Europese leiders. Zij zochten naar een manier om het nationalisme te ‘overwinnen’ en dat werd economische samenwerking; als eerste op het gebied van kolen en staal. Een begin van economische samenwerking en integratie met als doel, het voorkomen van een volgende, nog vernietigendere, oorlog. Economische samenwerking als middel tot een doel: vrede. Een aanpak die nu al ruim zeventig jaar voor vrede zorgt.

Die samenwerking op economisch gebied is flink uitgebreid en leidde tot een toename van welvaart voor iedereen. Alleen met welk doel wordt er economisch samengewerkt? Het vroegere vredesdoel lijkt, of is, buiten beeld. Na zeventig jaar zijn de mensen die zich de oorlog kunnen herinneren hoogbejaard of dood en de rest kan zich geen voorstelling maken van een oorlog tussen EU landen. Besturen lijkt tegenwoordig alleen te bestaan uit het reguleren van de economie en dat reguleren is gericht op het ‘organiseren’ van voldoende economische groei. Zou de les die we nu leren de omgekeerde zijn van de ‘Bush-les’? Dat er meer is dan economie? Dat het om mensen, om de samenleving draait? Om sociale banden?

Wederkerigheid en herverdeling

Economisch historicus Karl Polanyi (The Great Transformation) maakt duidelijk dat voor het overleven van een samenleving het onderhouden van sociale banden cruciaal is: “First, because by disregarding the accepted code of honor, or generosity, the individual cuts himself off from the community and becomes an outcast; second, because in the long run, all social obligations are reciprocal, and their fulfillment serves also the individual’s give-and-take interest best.” Volgens Polanyi zijn de wederkerigheid en herverdeling cruciaal voor het voortbestaan van een samenleving en zijn deze principes niet primair verbonden met de economie. Ze zorgen voor tevredenheid in het dorp, binnen de stam of de samenleving.

Hans Achterhuis en Nico Koning (De kunst van het vreedzaam vechten) zien zes verschillende manieren om herverdeling en de wederkerigheid, of zoals zij het noemen toe-eigenen, vorm te geven:

  1. de individuele productie. Dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt.
  2. de huishouding. De gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus toe-eigenen geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten. Een huishouden was veel meer dan een gezin.
  3. toedeling. het groter worden van de sociale verbanden, een bundeling van stammen of huishoudens, maakt een aanvullende manier van verwerven nodig. Een manier passend bij de hiërarchische samenlevingsvorm. Dat is toedeling geworden, een vorm waarbij de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping.
  4. schenking. Met het nog groter worden van de wereld komen deze sociale verbanden in aanraking met aangrenzende sociale verbanden. Dit kan leiden tot gewelddadige en destructieve vormen van toe-eigening bijvoorbeeld oorlogen en andere soorten van geweld. Een vreedzame manier van toe-eigening wordt gevormd door de schenkingsrituelen en bruiloften. Hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. De relatie wordt verzwaard.
  5. handel. Kenmerk van ruil is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.
  6. roof: Daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen. Tot deze vorm van toe-eigening horen ook slavenhandel, dwangarbeid en kolonisatie.

Zes vormen van toe-eigening waarbij vanuit een individu geredeneerd, de afstand tot de ander groter wordt. Bij de eerste, de individuele ontplooiing is er geen andere en bij het andere uiterste, de roof, doet de ander er niet toe.

Te veel markt?

Het dominante, neoliberale, economische denken ziet de markt als hét middel om ervoor te zorgen dat iedereen zijn deel krijgt. Is de markt wel het meest passende instrument om hierin te voorzien? Volgens Achterhuis en Koning is de markt: “… de laatste dam tegen roof, het is de maximaal haalbare vorm van exterioriteit zonder dat men ten prooi valt aan vormen van geweld.” Zou het kunnen dat de ander door die centrale plek van de markt (en door alles met markt te overgieten) te veraf is komen te staan? Te ver voor wederkerigheid? Te ver om nog gevoelig te zijn voor zijn ellende en dus te ver om te ‘herverdelen’ en zijn ellende te verminderen? De winnaars die te ver af staan van de wereld van de verliezers? Bovendien wordt de verliezer psychologisch nog verder weg gezet, verliezen is toch je eigen schuld? Dan heb je je talenten niet benut. Dan heb je er niet hard genoeg voor gewerkt en waarom zou ik dan medelijden met je moeten hebben? Waarom zou ik voor jou falen moeten betalen? Zou het kunnen dat de markt alleen te zwak is om een samenleving leefbaar te houden?

De Europese Unie heeft de deelnemende landen onmiskenbaar meer welvaart gebracht. Landen wel, maar hoe zit het met de inwoners? Is het Europese samenwerkingsproject, sinds het ineenstorten van de Berlijnse muur en de ‘overwinning’ van het vrijemarktkapitalisme, niet alleen maar een economisch project geworden?  Een project waarbij doel en middel gelijk zijn: economische groei? Alles voor de groei! Alles zoals het afbreken van de ‘verzekeringen tegen tegenslag’, de sociale voorzieningen. Afbreken van zekerheid voor werknemers onder de eufemistische vlag van de ‘flexibilisering’. Alles voor de economische groei omdat door die groei iedereen het ‘als vanzelf’ beter zou krijgen.

Alleen laat de werkelijkheid zien dat de winnaars alles krijgen en de verliezers niets. Bovendien wordt de groep van verliezers, door de verder gaande automatisering, steeds groter. De geringe groei die er is, wordt scheef verdeeld en verliezers verliezen op alle fronten. Achterhuis en Koning:“De motivatie van de marktsfeer ten opzichte van de andere praktijken van behoeftevoorziening heeft ook een zekere vermenging teweeg gebracht van de mechanismen die in elke kring heersen,” en dat verandert de markt: “Markten hebben namelijk een aantal van de cruciale kenmerken van de verdrongen ordeningskringen in zich opgenomen.” Zo is de individuele productie die vroeger was gericht op de eigen behoeften, bijna volledig gericht op behoeften van anderen in ruil voor geld waarvoor de arbeider dan in zijn eigen behoeften kan voorzien. Daar komt bij dat arbeid steeds meer een intrinsieke waarde heeft voor de arbeider: arbeid moet voldoening schenken en bijdragen aan de ontplooiing van het individu. Bedrijven zijn tegenwoordig meer dan plaatsen waar wordt geproduceerd. Onderlinge relaties, gezelligheid en de bedrijfscultuur zijn belangrijk geworden. Dit waren de kenmerken van het oude huishouden. Als de verzekering tegen tegenslag ontbreekt en werk als ‘alles’ wordt gezien, verlies je als verliezer echt.

Beleid en politiek die het ‘samen’ in de samenleving afbreekt. Beleid en politiek die nationale overheden over hun inwoners uitstorten met als enige argument ‘we moeten wel, er is geen alternatief omdat we internationaal concurrerend moeten blijven en de slag met China moeten winnen’. Zo wordt de economie alles en alles economie. Zo wordt de samenleving economie en de economie de samenleving. Economie is een middel om een doel te bereiken. De Europese Unie krijgt hiervan de zwarte piet toegespeeld. De Britten hebben NEE gezegd tegen de EU, zouden de ‘economische verliezers’ het daardoor beter krijgen? Zouden zij daardoor een samenleving krijgen die uit veel meer dan economie bestaat?

Wie heeft het voor het zeggen in die Unie? Worden belangrijke besluiten niet genomen in de ellenlange nachtelijke vergadering van de regeringsleiders? Is het raamwerk waarbinnen de Europese Unie functioneert en ook het raamwerk rond de Euro niet een resultaat van besluiten van nationale regeringsleiders die vervolgens door nationale parlementen zijn goedgekeurd? De EU is een gevolg van het dominante (neoliberale) economische denken. Dat denken is nationaal en Europees dominant. Als we een ander Europa willen, moeten we dan niet nationaal beginnen, want zit daar niet de werkelijke macht?

Als neoliberaal denken tot deze EU leidt, zou ander denken dan tot een andere EU kunnen leiden? Een EU met een ander doel dan economische groei? Een doel dat betrekking heeft op de mensen, op de samenleving. Dat doel was vrede, zou het nieuwe doel niet een democratisch, meer egalitair en sociaal Europa moeten zijn? Of om het kort te zeggen: ‘It’s the society, stupid!’

De verkeerde oorlog

Thomas Vanheste van De Correspondent volgt Agnes Jongerius in haar strijd om het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’ in de Europese Unie aanvaard te krijgen. Die strijd stuit op veel Oost Europese bezwaren, zo valt te lezen in zijn laatste bijdrage: “De tendens is: dit plan van de Europese Commissie tast onze concurrentiepositie aan. Wij hebben nu eenmaal nog een lager welvaartsniveau. Ontneem ons niet het ene voordeel dat we daarvan hebben: de mogelijkheid te concurreren op loon.” Een begrijpelijke kreet uit het Oosten van Europa?

MarxIllustratie: zaplog.nl

Inderdaad, als het voorstel van Jongerius werkelijkheid wordt, dan zal de Roemeense vrachtwagenchauffeur worden vervangen door een Nederlandse chauffeur. Er is immers geen prijsverschil en met een Nederlandse chauffeur is het als Nederlands bedrijf toch wat makkelijke communiceren. De Roemeen zou zonder inkomen in Boekarest zitten. Goed te begrijpen dus dat bezwaar tegen plan ’Jongerius’. Of toch niet? Aan de andere kant zijn ook de bezwaren tegen de ‘Oost-Europese arbeider die voor een karig loontje onze banen inpikt’, vanuit West-Europa te begrijpen. Viel dat bewaar niet vaak en vooral bij ‘gewonen mensen’ te horen in de Britse referendumstrijd?

Wat kan er gebeuren als deze praktijk door blijft gaan? Zou het dan kunnen zijn dat de salarissen in Nederland gaan dalen? En wat als ze dalen tot het ‘Oost Europees’ niveau? Wat gebeurt er als de Roemeen en Bulgaar worden verdrongen door een Filipijnse chauffeur (voorbeelden zijn er al) die nog goedkoper is? Wat gaat er gebeuren als ‘de Nederlander’ zegt en nu is het genoeg en besluit om de Britten te volgen, de grens sluit voor dergelijke constructies? Dan staat de Roemeen buitenspel. De Nederlander waarschijnlijk ook want dan vertrekt het bedrijf uit Nederland naar een land waar het wel volgens dergelijke constructies kan werken.

De strijd tussen kapitaal en arbeid (waarvan er steeds minder nodig is) die het kapitaal wint. Een race naar de bodem. Kan ‘arbeid’ die strijd niet alleen winnen via de overheid en dan vooral samenwerkende overheden zoals in de EU? Worden niet ook nationale overheden tegen elkaar uitgespeeld om de belastingen voor bedrijven te verlagen? Maar dan wel een andere overheid en EU dan de huidige neoliberale. Welke politicus werkt deze boodschap verder uit tot een vlammend betoog voor Europese samenwerking? Voor een EU, maar dan een andere dan de huidige?

De Britten hebben hun ‘souvereiniteit’ terug, de macht ligt nog steeds bij de markt. Hebben zij daarmee niet de verkeerde oorlog gevoerd? Vinden de Oost- en West Europeaan en ook de Brit zich niet in deze strijd tegen die gezamenlijke vijand? Een vijand die hen tegen elkaar uitspeelt? Die verdeelt en heerst? Of om Karl Marx te citeren: “De proletariërs hebben niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen. Proletariërs aller landen, verenigt u!”