Zekerheid zonder werk?

D66, een van de grote voorstanders van de liberalisering en flexibilisering van de arbeidsverhoudingen, ziet de keerzijde van dit streven. Veel mensen met een flexbaan of werkend als ZZP’er leven in onzekerheid. Onzekerheid over hun inkomen en die onzekerheid maakt het onmogelijk om bijvoorbeeld een huis te kopen of te investeren in de eigen opleiding. “Maak vaste baan bereikbaar voor iedereen,” aldus D66.

BasisinkomenIllustratie: www.peacetimes.news

Aan de analyse dat veel mensen in (inkomens)onzekerheid leven, mankeert niets. Een nobel streven om mensen meer zekerheid bieden. De partij wil dit bereiken door de: “voordelen weg te nemen die flexcontracten nu nog bieden aan werkgevers – bijvoorbeeld door iedereen recht te geven op een transitievergoeding bij ontslag en niet alleen degenen die langer dan twee jaar in dienst zijn.” Maar ook door: “de ontslagprocedure sneller en minder duur,” te maken. Dit lijkt verdacht veel op de maatregelen die ook met de Wet werk en zekerheid werden beoogd. Meer van hetzelfde medicijn dat tot nu toe niet werkte, is dat de juiste keus? Want hoe zeker is een vaste baan als de ontslagprocedure snel en goedkoop is? Zou dit medicijn zo tot onzekerheid bij veel meer mensen kunnen leiden?

Laten we het probleem eens nader bestuderen. Mensen leven in (inkomens)onzekerheid. Inkomen krijg je via betaald werk. Zekerheid via een vaste baan. Dat is de dominante manier van denken die ook D66 toepast. Nu is er niet voldoende werk, de werkloosheid (zichtbaar en verborgen) is nog altijd fors. Door de automatisering en robotisering dreigt er nog minder werk te komen. Zouden er ook andere manieren zijn om die onzekerheid weg te nemen?

Het bestaande werk herverdelen is een mogelijkheid die in Nederland al langer wordt toegepast. Ons land kent immers vele deeltijdbanen.

Wat als we inkomenszekerheid op een basisniveau loskoppelen van werk? In Canada is er in de jaren zeventig mee geëxperimenteerd. Een experiment dat abrupt werd beëindigd en toen niet werd geëvalueerd. Dat gebeurde pas enkele decennia later, door Evelyn J. Forget. Resultaat: minder ziektekosten in verband met ongelukken en verwondingen maar wat vooral opviel was dat er minder psychische problematiek was. Ook was er sprake van een kleine vermindering van de deelname aan het arbeidsproces door vrouwen en jongeren. Die zaten echter hun tijd niet te verlummelen. Vrouwen spendeerden die tijd aan de opvoeding van hun kinderen en jongeren bleken langer door te leren en dus beter beslagen de arbeidsmarkt op te gaan. Forget concludeert “These results would seem to suggest that a Guaranteed Annual Income, implemented broadly in society, may improve health and social outcomes at the community level.” 

Wellicht een alternatief dat ruimte schept en creativiteit vrijmaakt?

Aandelen ziekenhuis

Waar zou het uitgeven van aandelen door ziekenhuizen toe kunnen leiden? Die vraag schoot mij te binnen toen ik de column van Frank Kalshoven in de de Volkskrant las. Kalshoven pleit er terecht voor om niet te beginnen met argumenteren maar eerst eens te observeren. Een paar dagen geleden gaf ik al een aanzet tot dat observeren. Observeren kan ook door te kijken op plekken waar het al praktijk is, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten.

ziekenhuisFoto: www.dutchcowboys.nl

In de Verenigde Staten ken je publieke en private ziekenhuizen. De private, goed uitgeruste ziekenhuizen, zijn alleen voor verzekerden toegankelijk. Ben je niet of onderverzekerd, dan kun je naar een publiek ziekenhuis. Dat is veel minder goed uitgerust dan de private. Leidt die marktwerking tot betere resultaten? In zijn boek The Rise and Fall of American Growth besteedt Robert J. Gordon ook aandacht aan de Amerikaanse gezondheidszorg.

Gordon (eigen vertaling): “De ‘medische wapenwedloop’ is een vaak gebruikte term als de evolutie van de Amerikaanse ziekenhuizen wordt beschreven. Geen coördinerend toezichtsorgaan dat een ziekenhuisbedrijf belet om een, volledig met state-of-the-art apparatuur uitgeruste, nevenlocatie te bouwen in de nabijheid van een ziekenhuis van een ander ziekenhuisbedrijf. … Kosten worden opgedreven door het excessief kopen van high-tech medische onderzoeksapparatuur. In 1978 was er in Indiana bijvoorbeeld voor iedere 100.000 inwoners één CT-scan, vergeleken met één per miljoen in Canada en één per twee miljoen in Groot Brittannië, met geen duidelijk voordeel in outcome.”

Verspilling van middelen en geld want de totale zorguitgaven per inwoner in de VS zijn bijna twee keer zo hoog als in de rest van de Westerse wereld, terwijl de gemiddelde levensverwachting ongeveer twee jaar lager is. Verspilling ook, omdat de zorg en middelen zich concentreren in gebieden en bij mensen die geld hebben, terwijl makkelijke resultaten bij armen achterwege blijven.

Nu is dit een paar stappen verder dan ‘geld van de markt’ aantrekken via aandelenuitgifte. Het laat wel zien dat marktwerking niet automatisch tot een beter en goedkoper product leidt.

Regels om aan de laars te lappen

Het bedrijf waar je werkt heeft het werk mooi beschreven in procedures en bedrijfsprocessen. Dit zorgt ervoor dat het product betrouwbaar is en je als medewerker veilig je werkt kunt doen. Als medewerker houd je je keurig aan die regels. Iedereen blij zou je denken. Niet iedereen.

KLMFoto: www.rtlnieuws.nl

Personeel en directie van de KLM hebben ruzie over de arbeidsvoorwaarden. Om hun eisen kracht bij te zetten, zou het personeel willen staken, maar dat heeft de rechter verboden. ‘Weet je wat,’ zei iemand van de vakbond, ‘we gaan een stiptheidsactie doen.’ Een actie waarbij het personeel zich strikt aan de door het bedrijf gestelde regels houdt: niet sneller rijden dan mag, geen te zware koffers tillen.

Precies doen zoals het is afgesproken en toch ontevreden gezichten en boosheid. “De vakantiegangers en andere reizigers zijn de dupe, daar worden wij helemaal niet blij van,” aldus Frank Oostdam de directeur van reisorganisatie ANVR. De reisorganisaties zijn dan ook niet blij met de acties. Zouden die organisaties niet blij moeten zijn dat er volgens afspraak wordt gewerkt? Sterker, zouden ze niet juist boos moeten zijn dat er blijkbaar in normale omstandigheden, niet volgens afspraak wordt gewerkt?

In normale omstandigheden zitten de medewerkers, volgens een vertegenwoordiger van de vakbond, in een spagaat: “Werknemers zijn door de hoge werkdruk niet in staat om zich aan de regels te houden als ze klanten ook nog goed willen bedienen.” Dus als er volgens de regels wordt gewerkt, dan ontbreekt de tijd om de klant goed te bedienen, als we de vakbonden mogen geloven. Is dat niet vreemd? Je zou toch mogen veronderstellen dat de regels zo zijn opgesteld, dat medewerkers juist voldoende ruimte krijgen om klanten goed te bedienen. Is de klant niet is immers koning?

Misschien zijn de regels wel goed, maar zijn er te weinig mensen om het werk te doen en de klant te bedienen en kan de klant alleen maar worden bediend door de regels aan de laars te lappen. Als dat zo zou zijn, is dan de veiligheid en gezondheid van het personeel niet in het geding? Zou de directie daar niet op aangesproken moeten worden?

Om te kunnen investeren, groeien en werkgelegenheid en toekomstperspectief te behouden, zou het noodzakelijk zijn dat KLM haar kosten conform de afgesproken targets verlaagt door productiviteit te verhogen,” zo zegt een KLM-woordvoerder. En is daarmee het antwoord, onze regels lappen we aan de laars, op dat aanspreken niet gegeven?

 

Iets extra’s voor Bill

Verdere commercialisering van de de zorg, dat wordt een van de punten in de campagne voor de verkiezingen van 15 maart 2017.  Commercialisering die bestaat uit het aantrekken van particulier geld (van grote investeerders en beleggers), die hiervoor rendement ontvangen. Ik schreef er al eerder over. Raoul du Pré pleit in het commentaar in de Volkskrant voor ruimte om: “te onderzoeken of er nieuwe geldstromen kunnen worden aangeboord. Mits het onder strenge voorwaarden gebeurt en de toegang tot zorg voor iedereen gegarandeerd blijft, is er immers geen reden te denken dat er meteen grote ongelukken zullen gebeuren.”

marktwerking-in-de-zorgIllustratie: alkemajanet.wordpress.com

Volgens Du Pré heeft het huidige stelsel met meer marktwerking veel goeds gebracht: “De wachtlijsten zijn nagenoeg verdwenen. Er wordt veel beter op de kosten gelet. Het inkomensverschil tussen artsen en hun gemiddelde patiënt is gehalveerd (…). Het premiestelsel is nivellerender dan in de tijd van het oude ziekenfonds. En de kwaliteit van de zorg scoort onverminderd hoog op de internationale ranglijsten.”  Verdere marktwerking zou in ieder geval onderzocht moeten worden.

Een helder betoog. Maar toch, zijn die resultaten het gevolg van marktwerking of zouden ze ook te bereiken zijn in een zorgsysteem waar de markt geen rol speelt? Waarom zou een ziekenfonds niet zonder wachtlijsten kunnen werken? Waarom zou een ziekenfonds niet op de kosten kunnen letten? Of tot vermindering van inkomensverschillen of een nivellerender premiestelsel kunnen leiden?

En inderdaad, als Bill Gates het geld levert om een ziekenhuis te bouwen, dan hoeft dat niet uit de staatskas. Een voordeel voor de samenleving, dus doen. Maar is er wel sprake van een voordeel voor de samenleving? Gates zal rendement willen op zijn investering. Rendement dat de door hem gemaakte kosten vergoed plus wat extra’s waar hij van kan leven. Wie moet die kosten plus dat extra’s van Bill betalen? Dat zal de patiënt zijn en dus de betaler van verzekeringspremies. Zou die hierdoor goedkoper uitzijn?  Hij of zij moet dezelfde kosten als voorheen betalen plus het extra’s van Bill, dus iets meer.

Zo gaat de bijdrage van de overheid in de gezondheidszorg omlaag en dat is mooi voor de minister van Financiën. De kosten voor de samenleving, gaan omhoog en de vraag is of dat willen?

De utopie van de vrijhandel

Op de opinie-site Jalta houdt Joshua Livestro in zijn artikel Leve de globalisering een pleidooi voor de zegeningen van vrijhandel en globalisering. In een met grafieken gelardeerd betoog concludeert hij, dat internationale vrijhandel de hoeksteen moet blijven vormen van het denken over economie en intenationale aangelegenheden. Zijn betoog steunt op drie, zoals hij het noemt, kernfeiten: “1. het aantal allerarmsten is in dertig jaar tijd met meer dan een miljard mensen afgenomen; 2. de levensverwachting voor mensen geboren in landen die we vijftig jaar geleden nog ‘ontwikkelingslanden’ noemden is nadrukkelijk gestegen; en 3. in voormalige ontwikkelingslanden als China en India is een middenklasse ontstaan van vele honderden miljoenen mensen.” Die feiten staan niet ter discussie, wel het causale verband dat Livestro legt met de vrijhandel.

causaalIllustratie: eurolactatie.net

Als eerste vrijhandel en absolute armoede. Livestro noemt China en India als voorbeelden van landen waar de absolute armoede snel daalde. Inderdaad hebben China en India hun economieën geopend voor de wereld. Geopend maar niet voor vrijhandel. In beide landen zijn vele beperkende maatregelen van kracht. Maatregelen die de economie moeten beschermen. Maatregelen die de Chinese en Indiaase bedrijven beschermen. Zonder die maatregelen zouden de bedrijven in beide landen zijn weggevaagd door westerse bedrijven met funeste gevolgen voor de werkgelegenheid en de armoedebestrijding. Juist beschermde handel levert welvaart op. Zou het toevallig zijn dat de westerse economieën de grootste groei kenden juist in een periode (van 1945 tot ongeveer 1975) van gereguleerde wereldhandel?

Dan de stijgende levensverwachting, hygiene en schoon drinkwater spelen hier een belangrijke rol gevolgd door het terugdringen van kindersterfte. Is dit een gevolg van de wetenschappelijke ontwikkeling of van vrijhandel? Handel levert geen vaccins of medicijnen op, handel verdeelt ze slechts en soms ook nog eens slecht, omdat de uitvinder ervan de prijs zo hoog maakt dat ze voor de armen niet te betalen zijn.

Als laatste, de groeiende middenklasse. Ongereguleerde vrijhandel zorgt voor enkele zeer rijken en zeer veel armen. Iets wat we in Rusland zien en ook in toenemende mate in de Verenigde Staten waar juist de door Livestro bewierookte middenklasse, wordt uitgehold. Gereguleerde handel geeft de overheid een sterke positie. Een positie waardoor die overheid de welvaart eerlijker kan verdelen en waardoor juist die middenklasse kan ontstaan. Waardoor zij voor sociale rust kan zorgen.

Livestro moet met betere argumenten komen om zijn causale verband aan te tonen.

Kinderarbeid

In India is een controversiële wet aangenomen die het mogelijk maakt dat kinderen voor hun ouders werken buiten schooltijd en tijdens vakanties. De wet is bedoeld om kinderarbeid verder terug te dringen en bevat enkele uitzonderingen omdat veel families afhankelijk zijn van het werk van hun kinderen. Omdat kinderen hierdoor gedwongen kunnen worden te werken zonder dat er zicht op is, staan mensenrechtenorganisaties en de VN kritisch tegenover de nieuwe wet, zo is in Trouw te lezen. Een tweede punt van kritiek betreft de mogelijkheid die de wet biedt aan kinderen van vijftien tot achttien jaar om in meerdere bedrijfstakken te mogen werken. De mijnbouw en gevaarlijke industrieën  zijn nog wel verboden.

kinderarbeid

Foto: www.jumbowerkt.nl

Dat er in India kinderen zijn vanaf 5 jaar die werken, is natuurlijk niet goed en iedere wet die dit verder beperkt, is een stap vooruit. Daarbij moeten we ons realiseren dat de kinderarbeid in Nederland en het gehele westen, ook geleidelijk is afgeschaft.

Alhoewel afgeschaft. Bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning gaan gemeenten ervan uit dat jeugdigen huishoudelijk werk verrichten als de ouders het niet kunnen. En hoeveel kinderen tussen de dertien en achttien jaar hebben een bijbaantje. Vakkenvuller of achter de kassa in de supermarkt, tomaten plukken, kranten bezorgen, poetsen in bejaardenhuizen, afwassen in een restaurant, in de winkel om schoenen of kleding te verkopen, allemaal om een centje bij te verdienen. En als goede ouders zeggen we dan: goed zo, zo leren ze dat niets voor niets is en leren ze de waarde van geld waarderen. En er zijn al bedrijven waar je dat baantje kwijtraakt als je negentien of twintig bent, want dan ben je te oud. Of beter gezegd, te duur want iemand van vijftien kan het ook en die krijgt veel minder betaald.

Zou dat voor die Indiaase leeftijdgenoten niet ook gelden? Sterker, zouden die jeugdigen niet moeten werken om te kunnen eten? Zouden die mensenrechtenorganisaties en de VN Nederland hiervoor ook op de vingers tikken en in een mooi rapport aan de schandpaal nagelen?

Een noordelijke unie?

Rutger van den Noort kijkt op opiniesite Jalta al voorbij het uiteenvallen van de Europese Unie. In een artikel beantwoordt hij de vraag welke landen belangrijk zijn voor de Nederlandse handel en economie. Op basis van lijstjes met landen waarmee we veel handelen komt hij tot de conclusie dat dit vooral onze buurlanden Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn. Van der Noort stelt voor om met deze landen aangevuld met Oostenrijk, Luxemburg en Ierland een nieuwe unie te vormen die hij de NETU8 noemt.

neuroIllustratie: www.geenstijl.nl

De eerste stap op weg naar deze Noordelijke unie is dat de genoemde landen in de herfst van 2016 dit plan ontwikkelen. Als tastbaar bewijs en als ondersteuning van de Britse bevolking kunnen de landen van de NETU8 dan als groep hun artikel 50-brief inleveren in Brussel om zo een gezamenlijk uittredingsstrategie te ontwikkelen in de twee jaren erna.” De Britten zullen deze richting van harte ondersteunen aldus Van den Noort. Via zijn cijfermatige redenering komt hij uit bij het wensdenken van velen: afstoten van Zuid- en Oost Europa, een neuro invoeren en vooruit met de geit.

Van den Noort cijfert vanuit Nederland. Hoe zou die cijferij voor Duitsland, Frankrijk of het VK eruit zien? Wat als daar andere landen in de ‘handel-topvijf’ staan?  Stel dat het Franse lijstje Italië op twee en Spanje op vijf heeft staan en het VK er niet in voorkomt? Waarom zouden de Fransen of de Duitsers meedoen aan een unie die niet aansluit bij hun handels- en economische belangen? Of wellicht zullen zij zeggen, wij doen mee als land x en y ook mee mogen doen.

Van de andere kant, als hoog staan op de ‘handelslijst’ zo belangrijk is, waarom dan een tot Europese landen beperkte unie? Waarom dan ook niet de Verenigde Staten in de unie, nummer vijf op de Nederlandse ‘handelslijst”?

Iets anders, waarom zou samenwerken met de Britten in deze nieuwe unie wel soepel lopen? De belangrijkste en machtigste landen van de huidige Europese Unie, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, zouden ook deel uit maken van die nieuwe noordelijke unie. In de Europese Unie is die samenwerking al niet geweldig. In de aanloop naar het Brexit-referendum werd het beeld geschetst van Engelsen tegenover Fransen en Duitsers. Zou dat in Van den Noorts noordelijke unie anders worden? Zouden de Engelsen dan minder liberaal zijn, de Duitsers minder ‘Rijnlands’ en de Fransen minder ‘socialistisch’?

Fundamentele discussie over de zorg

Marktwerking. Het magische woord van de afgelopen dertig jaar. De markt zorgt er op een efficiënte manier voor dat vraag en aanbod elkaar vinden en dat voor producten de juiste, marktconforme prijs wordt betaald. Bij vele zaken die we vroeger gezamenlijk regelden zoals telefonie, de post, elektriciteit en ook in de zorg is de ‘markt’ ingevoerd. Maar in hoeverre is er sprake van marktwerking als partijen geen winst mogen maken? Winst is immers de beloning die als dividend aan de aandeelhouders wordt uitbetaald.

blauwdrukIllustratie: bk2.nl

Geen winst? Ja, want wat viel te lezen in Dagblad de Limburger? “Zorgverzekeraars mogen in de toekomst geen winst uitkeren aan aandeelhouders of bestuurders. Een initiatiefwet van SP, PvdA en CDA schrijft voor dat verzekeraars hun winst alleen mogen gebruiken voor betere zorg of lagere premies.” Is er nog wel sprake van een markt als er geen winst mag worden gemaakt? Waarom zou ik dan aandelen van een verzekeraar kopen?

Het verbod is volgens de partijen nodig: “Ze (de Zorgverzekeraars) hebben een maatschappelijke taak. Ze moeten ervoor zorgen dat de zorg betaalbaar blijft en toegankelijk voor iedereen. Dus als ze geld overhouden, moet dat ook weer worden geïnvesteerd in de zorg.”  Als zorgverzekeren een maatschappelijke taak is, is een ziekenhuis dat dan niet ook? En hoe zit het met de huisarts of de specialisten in een ziekenhuis? Of een verzorgingshuis? De apotheker en in zijn verlengde de medicijnenfabrikant? Als we de redenering van de partijen doorvoeren, dan zou ook een ziekenhuis, arts of apotheker geen winst meer mogen maken. Waarom dan niet de ultieme conclusie: geen winst, geen markt?

Geen markt maar een overheidstaak. Dus een grotere overheid met meer ‘ambtenaren’. De drie partijen halen één stukje uit het radarwerk van de zorg in plaatst van die fundamentele discussie te voeren. Eén stukje en over een tijdje weer een en over een aantal jaren is alles anders, zonder dat er een fundamentele discussie over is gevoerd. Al die stukjes zorgen vervolgens voor een rammelend bouwwerk omdat er van te voren niet is nagedacht over een blauwdruk of bouwtekening voor het hele gebouw.

Dit op zichzelf sympathieke wetsvoorstel toch maar gebruiken om een fundamentele discussie te voeren?

Jonge ambtenaren, een wondermiddel

De lat voor jongeren die ambtenaar worden, ligt hoog. “Wij geloven in het talent en de competenties van jong talent, die goed passen bij de uitdagingen van nu. Met een ondernemende, omgevingsbewuste en integrale manier van werken, stellen zij het doel centraal en maken ze de weg vrij voor innovatieve en nieuwe samenwerkingsvormen die nodig zijn om ook in de toekomst maatschappelijke meerwaarde te creëren.”  Dit valt te lezen in de uitnodiging voor een congres georganiseerd door JSConsultancy.

jonge ambtenaar

Foto: www.jsconsultancy.nl

Inderdaad worden veel positieve eigenschappen toegeschreven aan de jeugd: daadkracht, dynamiek, doorzettingsvermogen, enthousiasme, vernieuwingsdrang en nog veel meer met als uitsmijter: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. In zijn boek De Cultuur van het nieuwe kapitalisme  noemt Richard Sennett dit type medewerker de rebel. Dus haal die jeugd maar binnen!

Maar toch. Zijn we niet allemaal jong geweest? Werden aan ons toen niet diezelfde eigenschappen toegeschreven? Een van mijn leidinggevenden noemde mij toen ik al veertig was nog steeds puppy. En als je mij vraagt hoe oud ik ben dan antwoord ik dat ik voor de drieëndertigste keer achttien ben geworden. Daarmee wil ik zeggen dat ik nog steeds dezelfde eigenschappen heb als toen ik voor de eerste keer achttien werd. Toen was ik een creatieve, vernieuwende vrijdenker en dat ben ik nu nog steeds. Wel merk je door de jaren ervaring dat enthousiasme op muren botst. Dat vernieuwingsdrang smoort tussen de wielen van behoudzucht. Muren en wielen die worden gebouwd en onderhouden door mensen met andere eigenschappen en die eigenschappen zitten zeker niet alleen in ouderen, die zijn ook jongeren niet vreemd.

Die zo ‘gewenste, bij de uitdagingen van nu passende eigenschappen zijn ook bij mensen van de ‘oudere generaties’ aanwezig. Aanwezig maar wellicht gesmoord. Zou een eerste stap niet moeten zijn om voor huidige medewerkers met de gewenste eigenschappen ‘de muur weg te halen’ en ze ‘tussen de wielen’ uit te trekken? Zouden deze medewerkers een goede ‘brug’ zijn bij het aantrekken van jeugdigen met de gewenste eigenschappen? Zou dat niet de inspiratie, het enthousiasme en de vernieuwingsdrang van zowel jong als oud versterken?

Lopen we, als we dat niet eerst doen, het risico dat de jeugdigen tegen dezelfde muren aanlopen en tussen dezelfde wielen worden vermalen? Zeker omdat die ‘rebel’ in onderzoeken naar jonge werknemers wordt gelogenstraft, aldus Sennett: “… omdat zij geen ervaring of status in het bedrijf hebben, zijn zij meestal voorzichtig en als de omstandigheden op het werk hun niet bevallen, zullen ze eerder vertrekken dan in opstand komen, een mogelijkheid die zij kunnen benutten omdat de jongeren minder maatschappelijke en gezinslasten met zich meedragen.”

Zelfredzame overheid

Zelfredzaamheid. Een woord dat tegenwoordig een centrale rol vervult in overheidsland. We zijn een ‘participatiesamenleving’ een samenleving waarin iedereen meedoet en zichzelf moet redden. Eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid zijn woorden die hierin centraal staan. Zijn er ook samenlevingen waarin niet iedereen meedoet? Dat er aan die zelfredzaamheid het een en ander schort blijkt uit de vele mensen die aanspraak maken op de schuldhulpverlening. In een artikel in de Volkskrant pleit WRR-onderzoeker Will Tiemeijer voor overheidsbeleid dat rekening houdt met  mensen die niet aan de: “veel te hoge verwachtingen heeft van de financiële zelfredzaamheid van mensen,” die de overheid heeft, voldoen.

Sennett

Een prachtig woord zelfredzaam, wie wil het niet zijn? Wie wil er afhankelijk zijn van de goedertierenheid van anderen? Net zoals eigen verantwoordelijkheid, wil er niet zelf verantwoordelijk zijn? Toch wringt er iets.

Laatst las ik het boek De cultuur van het nieuwe kapitalisme van Richard Sennett weer eens. Een boek waarin Sennett, zoals de achterkaft vermeldt: “een haarscherp en genadeloos beeld (geeft) van hoe de nieuwe economie ingrijpt in ons dagelijks leven.” Hij beschrijft hoe bedrijven veel verwachten van hun medewerkers. Werk is gefragmenteerd, veel losstaande activiteiten en dat vraagt veel van medewerkers. De bedrijven verwachten ‘zelfdiscipline zonder afhankelijkheid’. Klinkt dat niet verdacht naar ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’? De cultuur van ‘het nieuwe kapitalisme’ is ook de cultuur achter het overheidsbeleid.

Sennett ziet een risico en waarschuwt op pagina 52: “Maar het is helemaal niet zo onschuldig de zelfredzaamheid te prijzen. Het bedrijf hoeft dan niet meer na te denken over zijn eigen verantwoordelijkheid jegens de werknemer.” Cru geformuleerd, de bedrijven nemen hun ‘eigen verantwoordelijkheid’ niet. Zou dat dan ook opgaan voor de overheid? Neemt de overheid haar verantwoordelijkheid in onvoldoende mate en is zij daarom niet zelfredzaam? Een interessante vraag.

In de retoriek legt de overheid de nadruk op wat zij van de burgers verwacht. Net zoals de bedrijven aangeven wat zij van werknemers verwachten. Zou de overheid niet haar verantwoordelijkheid moeten nemen en zelfredzaamheid moeten tonen door duidelijk aan te geven wat zij doet en wat de burgers van haar kunnen verwachten?

Om John F. Kennedy te parafraseren: “Ask not what your citizens can do for you, but what you do for your citizens!”