It’s the society, stupid!

Gisteren vroeg ik me al af of de strijd tegen de EU niet de verkeerde strijd is en het niet veeleer een strijd is tussen ‘arbeid’ (als we daar nog van kunnen spreken) en kapitaal. Vandaag een slag dieper.

It’s the economy, stupid,” Deze woorden vatten de verkiezingsstrijd tussen de toenmalige president George H. Bush en zijn uitdager Bill Clinton in het kort samen. Bush had internationaal veel lof geoogst met de overwinning in wat nu de Eerste Golfoorlog heet. Met die overwinning op zak en de roem en glorie die dat nationaal en internationaal opleverde, dacht hij de presidentsverkiezingen te kunnen winnen. Waar hij minder of geen oog voor had, was hoe de gemiddelde Amerikaan ervoor stond: economisch minder florisant en tegenstrever Clinton wist daar goed op in te spelen. Hij sprak de kiezers aan op dit, door Bush ‘verwaarloosde’, thema. Hij sloot goed aan bij onvrede onder de Amerikaanse bevolking en het resultaat is inmiddels geschiedenis: Clinton won. Waarom dit uitstapje naar presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten van ongeveer 25 jaar geleden? Omdat we hier iets van kunnen leren. De les die Bush ervan leerde (maar het was toen al te laat) was dat de economie ook een rol speelt in het leven van mensen. Dit is een les die we heel goed hebben geleerd, tegenwoordig lijkt alles om de economie te draaien.

clinton

Illustratie: www.slideshare.net

Dat bleek weer rond het Brexit referendum. Vooraf werd flink gewaarschuwd voor de economische gevolgen. Met angst en beven werd verwezen en gekeken naar de financiële markten: wat zouden die doen? Na het bekend worden van de uitslag van het zelfde laken een pak. ‘Het uittreden moet dan maar snel, want onzekerheid is slecht voor de markt’ of ‘onze economie groeit net weer een beetje en die loopt nu gevaar”. Berichten vanuit de financiële- en aandelenmarkten: het Britse pond daalde fors in waarde,  aandelen die kelderen.

Zou het daar fout gaan: als eerste denken aan wat het voor de economie betekent? Als Europa alleen maar om de economie draait, dan begrijp ik heel goed waarom de Britten eruit stappen. En inderdaad lijkt Europa alleen maar om de economie te draaien. Zagen we dat niet ook al in de ‘Griekse’ crisis die eigenlijke bankencrisis was?  Een crisis die werd geframed als een ‘wedstrijden’ tussen landen. Ook daar stond de economie centraal en werd de mens, de gewone Griek, vergeten.

Europese samenwerking

Even terug in de tijd, de tijd van de ‘Duits, Franse twisten’. Twisten met als hoogtepunten de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871, een oorlog die een belangrijke rol speelde in de Duitse eenwording. Nee, niet die van eind vorige eeuw, maar ruim een eeuw eerder toen alle Duitse vorstendommen in het nieuwe Duitse keizerrijk werden opgenomen. Een tweede hoogtepunt: de Great War, de Eerste Wereldoorlog, als je de massale slachting van mensen in de loopgraven in Europa een hoogtepunt mag noemen. Als laatste de Tweede Wereldoorlog die nog meer dood, verderf en vernieling zaaide in Europa. Dat nooit meer dachten enkele Europese leiders. Zij zochten naar een manier om het nationalisme te ‘overwinnen’ en dat werd economische samenwerking; als eerste op het gebied van kolen en staal. Een begin van economische samenwerking en integratie met als doel, het voorkomen van een volgende, nog vernietigendere, oorlog. Economische samenwerking als middel tot een doel: vrede. Een aanpak die nu al ruim zeventig jaar voor vrede zorgt.

Die samenwerking op economisch gebied is flink uitgebreid en leidde tot een toename van welvaart voor iedereen. Alleen met welk doel wordt er economisch samengewerkt? Het vroegere vredesdoel lijkt, of is, buiten beeld. Na zeventig jaar zijn de mensen die zich de oorlog kunnen herinneren hoogbejaard of dood en de rest kan zich geen voorstelling maken van een oorlog tussen EU landen. Besturen lijkt tegenwoordig alleen te bestaan uit het reguleren van de economie en dat reguleren is gericht op het ‘organiseren’ van voldoende economische groei. Zou de les die we nu leren de omgekeerde zijn van de ‘Bush-les’? Dat er meer is dan economie? Dat het om mensen, om de samenleving draait? Om sociale banden?

Wederkerigheid en herverdeling

Economisch historicus Karl Polanyi (The Great Transformation) maakt duidelijk dat voor het overleven van een samenleving het onderhouden van sociale banden cruciaal is: “First, because by disregarding the accepted code of honor, or generosity, the individual cuts himself off from the community and becomes an outcast; second, because in the long run, all social obligations are reciprocal, and their fulfillment serves also the individual’s give-and-take interest best.” Volgens Polanyi zijn de wederkerigheid en herverdeling cruciaal voor het voortbestaan van een samenleving en zijn deze principes niet primair verbonden met de economie. Ze zorgen voor tevredenheid in het dorp, binnen de stam of de samenleving.

Hans Achterhuis en Nico Koning (De kunst van het vreedzaam vechten) zien zes verschillende manieren om herverdeling en de wederkerigheid, of zoals zij het noemen toe-eigenen, vorm te geven:

  1. de individuele productie. Dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt.
  2. de huishouding. De gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus toe-eigenen geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten. Een huishouden was veel meer dan een gezin.
  3. toedeling. het groter worden van de sociale verbanden, een bundeling van stammen of huishoudens, maakt een aanvullende manier van verwerven nodig. Een manier passend bij de hiërarchische samenlevingsvorm. Dat is toedeling geworden, een vorm waarbij de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping.
  4. schenking. Met het nog groter worden van de wereld komen deze sociale verbanden in aanraking met aangrenzende sociale verbanden. Dit kan leiden tot gewelddadige en destructieve vormen van toe-eigening bijvoorbeeld oorlogen en andere soorten van geweld. Een vreedzame manier van toe-eigening wordt gevormd door de schenkingsrituelen en bruiloften. Hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. De relatie wordt verzwaard.
  5. handel. Kenmerk van ruil is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.
  6. roof: Daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen. Tot deze vorm van toe-eigening horen ook slavenhandel, dwangarbeid en kolonisatie.

Zes vormen van toe-eigening waarbij vanuit een individu geredeneerd, de afstand tot de ander groter wordt. Bij de eerste, de individuele ontplooiing is er geen andere en bij het andere uiterste, de roof, doet de ander er niet toe.

Te veel markt?

Het dominante, neoliberale, economische denken ziet de markt als hét middel om ervoor te zorgen dat iedereen zijn deel krijgt. Is de markt wel het meest passende instrument om hierin te voorzien? Volgens Achterhuis en Koning is de markt: “… de laatste dam tegen roof, het is de maximaal haalbare vorm van exterioriteit zonder dat men ten prooi valt aan vormen van geweld.” Zou het kunnen dat de ander door die centrale plek van de markt (en door alles met markt te overgieten) te veraf is komen te staan? Te ver voor wederkerigheid? Te ver om nog gevoelig te zijn voor zijn ellende en dus te ver om te ‘herverdelen’ en zijn ellende te verminderen? De winnaars die te ver af staan van de wereld van de verliezers? Bovendien wordt de verliezer psychologisch nog verder weg gezet, verliezen is toch je eigen schuld? Dan heb je je talenten niet benut. Dan heb je er niet hard genoeg voor gewerkt en waarom zou ik dan medelijden met je moeten hebben? Waarom zou ik voor jou falen moeten betalen? Zou het kunnen dat de markt alleen te zwak is om een samenleving leefbaar te houden?

De Europese Unie heeft de deelnemende landen onmiskenbaar meer welvaart gebracht. Landen wel, maar hoe zit het met de inwoners? Is het Europese samenwerkingsproject, sinds het ineenstorten van de Berlijnse muur en de ‘overwinning’ van het vrijemarktkapitalisme, niet alleen maar een economisch project geworden?  Een project waarbij doel en middel gelijk zijn: economische groei? Alles voor de groei! Alles zoals het afbreken van de ‘verzekeringen tegen tegenslag’, de sociale voorzieningen. Afbreken van zekerheid voor werknemers onder de eufemistische vlag van de ‘flexibilisering’. Alles voor de economische groei omdat door die groei iedereen het ‘als vanzelf’ beter zou krijgen.

Alleen laat de werkelijkheid zien dat de winnaars alles krijgen en de verliezers niets. Bovendien wordt de groep van verliezers, door de verder gaande automatisering, steeds groter. De geringe groei die er is, wordt scheef verdeeld en verliezers verliezen op alle fronten. Achterhuis en Koning:“De motivatie van de marktsfeer ten opzichte van de andere praktijken van behoeftevoorziening heeft ook een zekere vermenging teweeg gebracht van de mechanismen die in elke kring heersen,” en dat verandert de markt: “Markten hebben namelijk een aantal van de cruciale kenmerken van de verdrongen ordeningskringen in zich opgenomen.” Zo is de individuele productie die vroeger was gericht op de eigen behoeften, bijna volledig gericht op behoeften van anderen in ruil voor geld waarvoor de arbeider dan in zijn eigen behoeften kan voorzien. Daar komt bij dat arbeid steeds meer een intrinsieke waarde heeft voor de arbeider: arbeid moet voldoening schenken en bijdragen aan de ontplooiing van het individu. Bedrijven zijn tegenwoordig meer dan plaatsen waar wordt geproduceerd. Onderlinge relaties, gezelligheid en de bedrijfscultuur zijn belangrijk geworden. Dit waren de kenmerken van het oude huishouden. Als de verzekering tegen tegenslag ontbreekt en werk als ‘alles’ wordt gezien, verlies je als verliezer echt.

Beleid en politiek die het ‘samen’ in de samenleving afbreekt. Beleid en politiek die nationale overheden over hun inwoners uitstorten met als enige argument ‘we moeten wel, er is geen alternatief omdat we internationaal concurrerend moeten blijven en de slag met China moeten winnen’. Zo wordt de economie alles en alles economie. Zo wordt de samenleving economie en de economie de samenleving. Economie is een middel om een doel te bereiken. De Europese Unie krijgt hiervan de zwarte piet toegespeeld. De Britten hebben NEE gezegd tegen de EU, zouden de ‘economische verliezers’ het daardoor beter krijgen? Zouden zij daardoor een samenleving krijgen die uit veel meer dan economie bestaat?

Wie heeft het voor het zeggen in die Unie? Worden belangrijke besluiten niet genomen in de ellenlange nachtelijke vergadering van de regeringsleiders? Is het raamwerk waarbinnen de Europese Unie functioneert en ook het raamwerk rond de Euro niet een resultaat van besluiten van nationale regeringsleiders die vervolgens door nationale parlementen zijn goedgekeurd? De EU is een gevolg van het dominante (neoliberale) economische denken. Dat denken is nationaal en Europees dominant. Als we een ander Europa willen, moeten we dan niet nationaal beginnen, want zit daar niet de werkelijke macht?

Als neoliberaal denken tot deze EU leidt, zou ander denken dan tot een andere EU kunnen leiden? Een EU met een ander doel dan economische groei? Een doel dat betrekking heeft op de mensen, op de samenleving. Dat doel was vrede, zou het nieuwe doel niet een democratisch, meer egalitair en sociaal Europa moeten zijn? Of om het kort te zeggen: ‘It’s the society, stupid!’

De verkeerde oorlog

Thomas Vanheste van De Correspondent volgt Agnes Jongerius in haar strijd om het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’ in de Europese Unie aanvaard te krijgen. Die strijd stuit op veel Oost Europese bezwaren, zo valt te lezen in zijn laatste bijdrage: “De tendens is: dit plan van de Europese Commissie tast onze concurrentiepositie aan. Wij hebben nu eenmaal nog een lager welvaartsniveau. Ontneem ons niet het ene voordeel dat we daarvan hebben: de mogelijkheid te concurreren op loon.” Een begrijpelijke kreet uit het Oosten van Europa?

MarxIllustratie: zaplog.nl

Inderdaad, als het voorstel van Jongerius werkelijkheid wordt, dan zal de Roemeense vrachtwagenchauffeur worden vervangen door een Nederlandse chauffeur. Er is immers geen prijsverschil en met een Nederlandse chauffeur is het als Nederlands bedrijf toch wat makkelijke communiceren. De Roemeen zou zonder inkomen in Boekarest zitten. Goed te begrijpen dus dat bezwaar tegen plan ’Jongerius’. Of toch niet? Aan de andere kant zijn ook de bezwaren tegen de ‘Oost-Europese arbeider die voor een karig loontje onze banen inpikt’, vanuit West-Europa te begrijpen. Viel dat bewaar niet vaak en vooral bij ‘gewonen mensen’ te horen in de Britse referendumstrijd?

Wat kan er gebeuren als deze praktijk door blijft gaan? Zou het dan kunnen zijn dat de salarissen in Nederland gaan dalen? En wat als ze dalen tot het ‘Oost Europees’ niveau? Wat gebeurt er als de Roemeen en Bulgaar worden verdrongen door een Filipijnse chauffeur (voorbeelden zijn er al) die nog goedkoper is? Wat gaat er gebeuren als ‘de Nederlander’ zegt en nu is het genoeg en besluit om de Britten te volgen, de grens sluit voor dergelijke constructies? Dan staat de Roemeen buitenspel. De Nederlander waarschijnlijk ook want dan vertrekt het bedrijf uit Nederland naar een land waar het wel volgens dergelijke constructies kan werken.

De strijd tussen kapitaal en arbeid (waarvan er steeds minder nodig is) die het kapitaal wint. Een race naar de bodem. Kan ‘arbeid’ die strijd niet alleen winnen via de overheid en dan vooral samenwerkende overheden zoals in de EU? Worden niet ook nationale overheden tegen elkaar uitgespeeld om de belastingen voor bedrijven te verlagen? Maar dan wel een andere overheid en EU dan de huidige neoliberale. Welke politicus werkt deze boodschap verder uit tot een vlammend betoog voor Europese samenwerking? Voor een EU, maar dan een andere dan de huidige?

De Britten hebben hun ‘souvereiniteit’ terug, de macht ligt nog steeds bij de markt. Hebben zij daarmee niet de verkeerde oorlog gevoerd? Vinden de Oost- en West Europeaan en ook de Brit zich niet in deze strijd tegen die gezamenlijke vijand? Een vijand die hen tegen elkaar uitspeelt? Die verdeelt en heerst? Of om Karl Marx te citeren: “De proletariërs hebben niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen. Proletariërs aller landen, verenigt u!”

Paradoxale economie

Een paar jaar geleden gaf een Nederlandse politieke partij (de PVV) een ‘gerenommeerd onderzoeksbureau’ de opdracht om uit te zoeken wat het effect zou zijn als Nederland de Europese Unie  (EU) zou verlaten. In het kort was de conclusie: Nederland is economisch, politiek en maatschappelijk gezien, beter af bij het verlaten van de EU.

monopolieIllustratie: www.favrify.com

Nu heeft ons gerenommeerde Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) onderzoek gedaan naar de effecten van een uittreden uit de EU van Groot Brittannië voor de Nederlandse economie. Conclusie in de Volkskrant: “De kosten van een Brexit – het uittreden van Groot-Brittannië uit de EU – kunnen oplopen tot 1.000 euro per Nederlander.” Dit wordt veroorzaakt door een vermindering van de handel, de innovatie en productiviteitsstijging. Alle EU-landen ondervinden economische nadelen van het uittreden van de Britten, Nederland na de Ieren en de Maltezers het meeste.

Zou de conclusie zijn dat uittreden winst oplevert en het verlies bij de achterblijvers terecht komt? Dan zou handel een ‘zero sum game’ zijn, de winst van de een is het verlies van de ander. Maar hoe is dat te rijmen met de economische theorie dat vrijhandel voor beide partijen tot winst leidt, een ‘win-win game’? Een Brexit belemmert handel tussen de Britten en de EU-landen. Het inrichten van handelsbelemmeringen zou dan een ‘lose-lose game zijn. Dan moeten de Britten, net als de andere EU-landen, ook verliezen.

Als dat het geval is, hoe kan het dan dat Nederland er, volgens het ‘PVV-onderzoek’ na het uittreden uit de EU op vooruitgaat? Dat is in het vrijhandelsdenken onmogelijk. Meer vrijhandel is win-win voor alle partijen. Het uittreden van Nederland betekent minder vrije handel en dus zouden alle betrokken partijen in meer of mindere mate moeten verliezen. Bij uittreden winnen kan immers alleen bij een ‘zero sum game’. 

Als de EU werkelijk een ‘zero sum game’ is, waarom stappen dan niet alle landen eruit? Maar wacht eens, als ze er allemaal tegelijk uitstappen, wie wint en wie verliest er dan? Als de EU een economische ‘zero sum game’  is, waarom zouden landen er dan lid van zijn geworden en willen er nog steeds landen bijhoren? Waarom dan steeds verdergaande vrijhandelsverdragen afsluiten zoals TTIP? Toetreden levert je dan immers economisch verlies op.

Of slaat een van de twee gerenommeerde onderzoeksbureaus de plank mis? Welk bureau? Dat zullen we weten als de Britten werkelijk besluiten om de EU te verlaten.

IJsjes, de euro en ons inkomen

In zijn zaterdagse column besteedt Martin Sommer aandacht aan de toestand in Europa en in het bijzonder in Nederland. Hij legt, in navolging van Heleen Mees en de Britse UBS-bank, een verband tussen de invoering van de euro en de inkomensverdeling. Sinds de invoering van de euro zijn de lage inkomens erop achteruit gegaan en de hoge op vooruit. Net als trouwens in Oostenrijk.

ijsjesFoto: favim.com

Sommer concludeert in navolging van de eerder genoemden dat dit een gevolg is van de Euro. Bij zo’n uitspraak moet ik denken aan Ionica Smeets. Smeets gaf een klein college op het Zomerparkfeest in Venlo. Hét zomerevenement bij uitstek dat dit jaar voor de veertigste keer plaatsvindt. Een college over statistiek en de ongelukken die je ermee kunt veroorzaken. Ik moest vooral denken aan het volgende voorbeeld.

Twee grafieken vertonen in grote lijnen hetzelfde verloop. Er lijkt sprake van correlatie. De ene beschrijft de ijsverkoop en de andere het aantal verdrinkingsdoden. Een snelle conclusie en mogelijke ‘beleidsmaatregel’ is dan het verbieden van de ijsverkoop. Deze maatregel zal niet tot het gewenste resultaat leiden. ‘IJsverkoop’ correleert namelijk niet met ‘verdrinkingsdoden’. Het verband loopt via een derde grootheid, namelijk de temperatuur. Hoe warmer, hoe meer ijs er wordt gegeten en hoe meer er wordt gezwommen. Meer zwemmers leidt vervolgens tot meer verdrinkingen.

Zouden Sommer, Mees en de UBS niet op zoek moeten naar een ‘temperatuur’ bij hun  ‘ijsjes’ (euro) en ‘verdrinkingsdoden’ (inkomensverdeling)? Zou die schuldige niet het Nederlandse beleid kunnen zijn? Het beleid van de immer voortdurende loonmatiging? Het beleid van het jarenlang op de nullijn houden van uitkeringen? Het beleid van het steeds maar weer bezuinigen op sociale voorzieningen?

Zijn dat niet maatregelen die samen met een economische crisis, met name de onderkant van het inkomensgebouw hard treffen? Die nog worden versterkt door zaken als de geliberaliseerde huurverhogingen van sociale huurwoningen en eigen risico’s in de zorg ?

Dat het resultaat van deze maatregelen in euro’s wordt uitgedrukt, maakt de euro nog niet tot de oorzaak ervan. Want was met dergelijk beleid en de gulden als munt, niet hetzelfde gebeurt? Is het niet te makkelijk om de euro als schuldige aan te wijzen? De euro en de EU zijn een gewilde schuldige. Getuigt dit niet van intellectuele armoede en populisme?

Spel met/zonder grenzen

“Een permanent en principieel open-grenzenbeleid kan in heel Europa de contrarevolutie ontketenen waarvan we nu overal in Europa helaas de contouren al zien.” De laatste zin uit een interessant artikel van Henri Beunders in Trouw. Beunders constateert terecht dat het broedt en gist in de wereld ten zuiden van Europa en dat hierdoor mensen op drift raken. “En als de boel ontploft in Egypte, Libië of Nigeria, reken dan maar met een half tot heel miljard Afrikanen, of nog meer: hun aantal zal in 2050 verdubbeld zijn tot 2,5 miljard, China en India samen dus,” aldus Beunders om de situatie nog wat bedreigender te maken. Op drift naar de stad, naar andere Afrikaanse landen maar ook naar Europa, want dat heeft ‘een goede pers’ in Afrika. Bovendien liggen Amerika of Australië voor een tocht per rubberboot te ver weg. In dit artikel verwijt hij mensen die Europa’s buitengrenzen open willen houden voor migranten en vluchtelingen, naïviteit. Naïviteit kan ‘contrarevolutionaire’ gevolgen hebben voor onze democratie en de verzorgingsstaat, volgens Beunders, kernelementen van onze politieke cultuur. Hij pleit daarom voor het sluiten van de grenzen.

Spel zonder grenzen

Illustratie: www.huisvanalijn.be

Nu wordt die ‘verzorgingsstaat’ al door de achtereenvolgende regeringen afgebroken en omgebouwd naar een ‘participatiesamenleving’ en ligt de huidige democratie ook onder vuur. Over deze afbraak van die kernelementen van onze politieke cultuur door onze politieke cultuur wil ik het niet hebben. Net zoals Beunders ‘open grenzen’ kritisch bevraagd, is het ook mogelijk om ‘gesloten grenzen’ kritisch te bevragen. Welke gevolgen heeft het sluiten van de Europese buitengrenzen?

Als eerste de vraag waar die buitengrens precies ligt? Waar moet het hek, die nieuwe ‘Berlijnse muur’ maar dan om mensen buiten te houden, worden geplaatst? Niet alle EU-landen zijn Schengenlanden, een zestal landen van de EU waaronder het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld niet. En andersom niet alle Schengenlanden zijn EU landen, Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en Zwitserland bijvoorbeeld niet. Nu is daar wel uit te komen. Alleen komen de vluchtelingen en migranten nu met rubberbootjes. Hoe stop je die? Wat als vluchtelingen niet meer in gammele rubberbootjes komen, maar met een grote vrachtvaarder de Noordzee opvaren op weg naar Rotterdam? Terugslepen naar internationale wateren?

Maar wat als dat schip dan ineens zinkt? Laten we die mensen dan in de Noordzee verdrinken? Worden er met alle landen afspraken gemaakt zoals nu met Turkije zijn gemaakt? Wat dan te doen met luchthavens als bijvoorbeeld Schiphol? Wat als ik als vluchteling vanuit Afghanistan een vlucht boek naar Brazilië met een overstap op Schiphol en ik vraag op Schiphol asiel aan? Of een vliegtuig met migranten wordt ‘gekaapt’ en vliegt het Europese luchtruim binnen? Zijn gesloten grenzen zo niet alleen te bereiken als er wordt geaccepteerd dat er aan die grenzen vele doden zullen vallen? En niet alleen omdat hun bootje midden op zee omslaat, nee ook omdat Europa zelf zal moeten doden om die grenzen dicht te houden? Zou dit in het ergste geval kunnen betekenen dat die half miljard Afrikanen, of een deel ervan, gewapend en al, de Europese grens zullen bestormen, een oorlog dus?

Beunders heeft gelijk dat ‘open grenzen’ en iedereen van harte welkom heten, niet zal werken. Als zijn half miljard Afrikanen naar de EU komen, dan betekent dit een verdubbeling van de bevolking. Zou de oplossing dan niet moeten worden gezocht in ademende grenzen? Grenzen die open staan voor zowel vluchtelingen als arbeidsmigranten? Voor arbeidsmigranten door bijvoorbeeld te werken met arbeidsvergunningen voor bepaalde tijd. Arbeidsvergunningen die aan te vragen zijn in de landen van herkomst? Niet alleen voor de ‘hoogopgeleide ICT nerd’ maar ook en vooral voor lager- of niet opgeleiden? Maar vooral ademende grenzen door eerlijke handel? Waarbij eerlijk wat anders is dan vrije handel. Waarbij Afrikaanse landen beperkingen op mogen leggen aan westerse producten om zo hun eigen bedrijvigheid te beschermen en op te bouwen. Want is eerlijk delen van welvaart en welzijn op alle niveaus niet een onmisbaar onderdeel van een structurele oplossing?

I’m leaving on a jet plane

PvdA-leider Diederik Samsom is blij met de afspraken die de Europese Unie met Turkije gaat maken. Samsom in Trouw: “Misschien is dit akkoord met Turkije wel een blauwdruk voor het reguleren van die andere routes.”  Wat houden die afspraken in? “6 miljard euro voor de opvangkampen in Turkije; opheffing van de visumplicht voor Turkse toeristen die naar Europa reizen; een versnelling van de onderhandelingen over het Turkse EU-lidmaatschap; en tot slot en niet het minst moet de EU evenveel Syrische vluchtelingen legaal uit Turkije overnemen als dat land er uit Griekenland terugneemt.” Zo valt te lezen in de Volkskrant.

Nu liggen er vele landen op de route naar de Europese Unie. Het is iets verder varen, maar ook vanuit Libanon, Egypte, Syrië, Egypte, Libië, Tunesië en ga zo maar door, kun je op een bootje stappen. Dus er kunnen nog veel van dergelijke afspraken volgen als we Samsom mogen geloven. Hierbij zijn vele vragen te stellen. Belangrijker dan deze vragen, zijn vragen bij de de afspraken. Welk probleem wordt er met deze afspraken opgelost? Wordt de komst van vluchtelingen naar Europa, het vluchtelingenprobleem opgelost? Of zouden er weer andere routes komen? Samsom lijkt daar wel van uit te gaan. Bovendien blijven er vanuit Turkije vluchtelingen komen, nu met het vliegtuig. En als er de komende maanden vanuit Turkije toch Syriërs per bootje naar Griekenland blijven gaan en die worden teruggebracht, komen er dan met dit akkoord evenveel vluchtelingen per vliegtuig? Ook als dit er één miljoen zijn?

Voor de Syriër blijft er zo een, zij het beperkte, route naar Europa bestaan. Maar wat biedt deze oplossing de Afghaanse, Irakese of Somalische vluchteling? Die kan Europa bijna niet meer in. Duwt Turkije die verder terug de regio in? Zodat die Afghaan uiteindelijk weer terug is bij de Taliban? Nu zou die Afghaan natuurlijk ook vanuit buurland Kirgizië per vliegtuig naar Amsterdam kunnen vliegen. Dat spaart hem een lange reis die strandt op het Turkse strand. Een reis die bovendien veel goedkoper is. Maar wordt hen dat niet onmogelijk gemaakt door Europese regels? Als iemand niet in een land wordt toegelaten, moet de vliegmaatschappij de terugreis betalen. Dus laten de vliegmaatschappijen alleen mensen met een geldig visum instappen. En laat vluchtelingen hier nu juist niet aan voldoen. Zou aanpassing van deze regels de mensensmokkel tegen woekerprijzen niet voorkomen? Zou dit niet veel ellende voorkomen? En zou het niet veel goedkoper zijn? Bovendien hoeven er dan geen afspraken te worden gemaakt met weinig democratische regeringen.

Belangrijker dan het vluchtelingenprobleem, is het probleem van de vluchteling. Wordt dat niet pas echt opgelost als het land van herkomst veilig is en voldoende levenskwaliteit biedt? En zullen er tot die tijd niet mensen blijven vluchten? Zeker als we blijven bombarderen.

Ελλάδα, συγγνώμη (Griekenland, sorry)

De 27 andere EU-landen hebben vandaag een dubbele boodschap voor Tsipras. Punt één: inderdaad, je zit diep in de problemen. Had je die ‘hotspots’ maar wat sneller moeten opzetten. Ten tweede: we staan volledig tot jullie beschikking om te helpen, met geld, materieel en mankracht”, zo schrijft Christoph Schmidt in Trouw.  Griekenland lijkt de favoriete zondebok te worden van de landen van de Europese Unie (EU). Na al eerder schuldig te zijn verklaard aan de euro-crisis en met de ellende ervan te zijn opgescheept, lijkt het land nu schuldig te worden verklaard aan de vluchtelingencrisis. Ook hier wordt het land opgezadeld met de ellende.

vluchtelingenFoto: www.volkskrant.nl

De 27 andere landen van de EU sluiten hun poorten voor vluchtelingen die via Griekenland door willen reizen naar een ander land in de EU. Hierdoor zitten meer dan 100.000 vluchtelingen, en dat aantal groeit nog steeds, klem in Griekenland. Griekenland had maar haast moeten maken met het inrichten van hotspots waar de vluchtelingen moeten worden geregistreerd en wordt beoordeeld of ze kans maken op een status en van waaruit ze vervolgens over Europa worden verdeeld. Ja, er waren afspraken gemaakt over de verdeling van 160.000 vluchtelingen? Zaten en zitten die ander landen te wachten op ‘hun’ deel hiervan? Hoeveel hebben ze er al opgenomen? Maar stroomden er niet veel meer vluchtelingen binnen? Wat zou er dan met de overige moeten gebeuren?

Over die hotspots. Afgelopen twee maanden werd Griekenland overstroomd met 120.000 vluchtelingen en de maanden ervoor waren het er vaak nog meer. Er zouden elf hotspots moeten komen waarvan vijf in Griekenland. De andere in Italië, dit land heeft trouwens geluk dat de asielstroom zich naar Griekenland heeft verplaats. Met de instroom van de afgelopen twee maanden zou iedere hotspot 12.000 vluchtelingen per maand moeten registreren en beoordelen. Dat zijn er ruim 16 per uur. Nederland knapte al bijna uit elkaar met de 60.000 vluchtelingen die vorig jaar het land in kwamen. De meeste, en laten we er we voor het gemak uitgaan van alle, in de tweede helft van het jaar. Dan zijn dat er 10.000 per maand. Was ‘hotspot’ Ter Apel hiervoor niet te klein? En is Ter Apel er niet alleen maar voor de eerste registratie, een beoordeling hoeft daar niet eens plaats te vinden?

In Nederland en Duitsland ontstaat er  flink reuring en verzet  als ergens een opvanglocatie dreigt te komen. Zouden de Grieken geen bezwaar hebben tegen een ‘hotspot’ op hun eiland of in hun dorp? Of verwachten de andere landen dat de Griekse regering gewoon over de vragen, bedenkingen en bezwaren van haar inwoners walst?

Hebben de Grieken de afgelopen jaren niet ervaringen opgedaan met de bereidheid van de andere landen die ‘volledig tot jullie beschikking om te helpen, met geld, materieel en mankracht’? Werden onder het mom van het ‘redden’ van Griekenland en de euro, niet de banken gered en zijn de kosten en ellende hiervan niet afgewend op de Grieken? Hebben een groot deel van diezelfde landen (de euro-landen) de Griekse overheid hiermee niet tot op het bot uitgekleed en onder curatele gesteld?

Nu verwachten diezelfde landen in de vluchtelingencrisis wonderen van Griekenland. Wonderen die ze zelf niet gerealiseerd krijgen. Of zijn ze blij dat zij van het vluchtelingenprobleem zijn verlost zonder dat een oplossing voor het probleem van de vluchtelingen ook maar een stap dichterbij komt? Verlost omdat het probleem op Griekenland is afgeschoven.

Schmidt haalt een EU-diplomaat aan die constateert dat de Grieken ook ‘een bestuurlijke capaciteitsbehoefte’ hebben. Een eufemisme voor: jullie zijn te stom om jullie problemen op te lossen. Hoe zou je als Griek dan kijken naar die bereidheid van die andere landen die ‘volledig tot jullie beschikking om te helpen, met geld, materieel en mankracht’ staan? Zeker gezien hun eerdere ervaringen? Want welke prijs zouden die overige landen nu vragen voor hun geld, materieel en mankracht?

Zouden die 27 landen, waaronder Nederland, zich niet moeten schamen voor hun handelen? Als leerlingen van een schoolklas zich zo tegenover een medeleerling gedroegen, dan was het huis te klein. Dan trad het anti-pestprotocol in werking. Wellicht moeten de landen van de EU ook eens een anti-pestprotocol opstellen. Ik schaam me in ieder geval diep als de Nederlandse regering zich zo gaat opstellen tegenover de Grieken. En daarom: Αγαπητοί Έλληνες, ζητώ συγγνώμη για τον τρόπο που η ολλανδική κυβέρνηση και οι άλλες χώρες της Ευρωπαϊκής Ένωσης να κάνει για εσάς. (Beste Grieken, mijn excuses voor de manier waarop de Nederlandse regering en de overige landen van de Europese Unie jullie behandelen.)

Een pleidooi voor bureaucratie

Een van de zaken waar Groot Britannië binnen de Europese Unie wat aan wil doen, is het verminderen van de bureaucratie en dus de regels. Die werken immers verstikkend, hinderen ondernemers en zorgen er zo voor dat de verdiencapaciteit voor bedrijven  flink slinkt. De Britten staan daarin niet alleen, ook in Nederland wordt steen en been geklaagd over de Brusselse regelzucht. Goed dus dat daarvoor aandacht is en dat bureaucratische belemmeringen worden weggesneden. Dit leidt tot meer ruimte, meer ondernemen en dus meer economische groei.

chang

Illustratie: www.flipkart.com

Tot zover de populistische opvatting over regelgeving en bureaucratie. Een opvatting die veel aanhang heeft. Laten we er eens op een andere manier naar kijken. Met de ogen van de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang. Die haalt in zijn boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme een voorbeeld aan van een zakenblad dat zich erover verbaasde dat “… hoewel er tot wel 299 vergunningen nodig waren van wel 199 instanties om in het land een fabriek neer te zetten, Zuid-Korea in de drie voorafgaande decennia met 6 procent was gegroeid.” Flinke groei met zeer forse regelgeving. Aan de andere kant: “Daarentegen hadden veel ontwikkelingslanden in Latijns Amerika en Afrika bezuiden de Sahara in deze drie decennia hun economieën gedereguleerd… . Maar op raadselachtige wijze groeiden zij in de voorafgaande twee decennia, toen werd aangenomen dat ze belemmerd werden door excessieve regulering.” Meer regels met als resultaat meer groei en minder regels met als resultaat minder groei? Vanwaar dit vreemde, niet in het ‘bureaucratie snijden’ discours passende resultaat? Hoe kunnen we dit verklaren?

Chang geeft de volgende antwoorden. Als eerste stappen ondernemers over die regels heen als er aan het einde maar voldoende te verdienen is.  Daar komt, volgens Chang, bij dat veel van die regels goed zijn voor de bedrijven. Veel van die regels beperken de winst op korte termijn, maar behouden winstkansen op lange termijn. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat hulpbronnen niet worden verwoest. Denk bijvoorbeeld aan vangstquota in de visserij. Ook kan regelgeving bedrijven dwingen dingen te doen die niet in hun individueel belang zijn, maar die op den duur wel de productiviteit van de hele bedrijfstak vergroten. Bijvoorbeeld investering in de training van medewerkers.

Regels helpen aldus Chang: “Alleen als we dat onderkennen, kunnen we zien dat het niet om de absolute hoeveelheid regels gaat, maar om wat ermee beoogd wordt en wat ze behelzen.” Toch maar voorzichtig zijn met het schrappen van regels?

Spijkers op laag water

De Britten mogen zich binnenkort uitspreken over hun deelname aan de Europese Unie. In Elsevier speculeert Jelte Wiersma over de mogelijke gevolgen hiervan. De Britten zorgen, volgens Wiersma, voor tegenwicht tegen het ‘corporatistische’ Duitsland en het ‘protectionistische’ Frankrijk door te hameren op vrijhandel en hun lidmaatschap is voor Nederland van het grootste belang. Zeker omdat na de Britten ook de niet-eurolanden, Zweden en Denemarken, uit de Unie zouden kunnen stappen. “Dat is voor Nederland een horrorscenario. De succesvolle protestantse pro-handelslanden in het noordwesten van Europa laten Nederland dan achter met een katholiek anti-vrijhandelsblok,” aldus Wiersma.

BrexitIllustratie: www.voxeurop.eu

Ooit legde Max Weber in zijn boek Die Protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus de relatie tussen het protestantisme en het kapitalisme. De hardwerkende protestanten investeerden hun verdiende geld in plaats van het te verjubelen, zoals katholieken deden. Zo vormden zij de motor van de bedrijvigheid, de handel en dus het kapitalisme. Deze theorie van Weber is altijd omstreden geweest. Was de rijkdom van de Italiaanse stadstaten immers niet ook gebaseerd op handel en bedrijvigheid? En waren deze niet gewoon katholiek? Wiersma lijkt Weber te volgen.

Stel dat het scenario dat Wiersma schetst werkelijkheid wordt. Moet Nederland, als protestants land dan ook de Unie verlaten? Maar wacht even. Wat moeten dan de van oudsher katholieke oostelijke en zuidelijke delen van ons land doen? Zich afscheiden omdat ze niet bij een protestantse pro-handelsnatie passen?

Het lijkt wel alsof Wiersma grote cultuurverschillen ziet tussen katholieken en protestanten. De geschiedenis bestuderend kon hij wel eens gelijk hebben. Katholieken en protestanten hebben zich eeuwenlang de tent uit gevochten. Noord-Ierland is hiervan het laatste nog smeulende voorbeeld. Maar had dit te maken met nijverheid en handel?

Wat moeten we dan met de Europese Grondwet? Die spreekt immers over een joods-christelijke cultuur. Waarbij de protestanten en katholieken op de christelijke hoop zijn geveegd. Wordt er, ook in de Elsevier van Wiersma, niet fel geprotesteerd tegen de komst van vluchtelingen omdat hun islamitische cultuur niet bij onze christelijke past?

Of blaast Wiersma zijn betoog op met grote, zware woorden en vooroordelen? Zoekt hij spijkers op laag water?

De potten verwijten de ketel

De hele ‘internationale gemeenschap’ staat op haar achterste benen. Nee, niet over de al jaren voortslepende ellende in Irak en Syrië. Daar staat de hele ‘internationale gemeenschap’ tegenover elkaar op het slagveld. De hele internationale gemeenschap? Nee een relatief klein landje tussen China en Zuid-Korea bemoeit zich er niet mee. En laat nu net de rest van de ‘internationale gemeenschap’ op haar achterste benen staan omdat dat land, Noord-Korea, een lange afstandsraket heeft gelanceerd. Een raket waarmee het landje naar eigen zeggen een satelliet in een baan om de aarde heeft gebracht.

Noord Korea

Foto: www.nrc.nl

Laten er nu de laatste jaren steeds meer landen zijn die lange afstandsraketten lanceren en daarmee satellieten in banen om de aarde brengen. India, China, Japan, Rusland, de Verenigde Staten de Europese Unie allemaal schoten ze al raketten het firmament in om satellieten in een baan om de aarde te brengen.

Sterker nog, er zijn tegenwoordig ook al rijke Amerikaanse ondernemers die zoiets ook doen. Die willen naar Mars of nog verder. Die laatsten halen steevast de media met hun kapriolen en worden door velen aanbeden als echte ondernemers en avonturiers.

Dit alles leidde nog niet tot een ‘internationale gemeenschap’ die op de achterste benen staat en uitroept dat zoiets ‘absoluut onaanvaardbaar’ is en een ‘onvergeeflijke provocatie’. Waarom wordt er dan wel zo gereageerd als Noord-Korea een satelliet met een raket in een baan om de aarde brengt?

Omdat Noord-Korea een vreemd, isolationistisch regime heeft, waarin de leider wordt verheerlijkt. Bovendien beschikt het land over kernwapens en die kunnen met die raket de halve wereld over vliegen. Dat is gevaarlijk en daarom moet hard worden opgetreden. Zo is de teneur in de media.

Heeft Rusland niet ook een vreemd regime, waarin de leider wordt verheerlijkt en dat over kernwapens beschikt? Moeten we in de VS niet ook maar afwachten wie president is? Maken we na Bush junior  nu niet weer kans op een clown als president van het enige land dat al kernwapens heeft gebruikt? En is China een toonbeeld van zuiverheid en rechtvaardigheid?

Verwijten de potten hier de ketel dat hij zwart ziet?