Pijlen op het verkeerde doel

Het afgeven op de Europese Unie lijkt volkssport nummer één in Nederland. Vorige week schreef ik een ’Prikker’ naar aanleiding van een artikel van twee SP-ers. Deze week viel mijn oog op een artikel van Tomas Vanheste van De Correspondent. Volgen Vanheste lijkt de Europese Unie op het ‘Hotel California’ uit het lied van The Eagles: ‘ You can check out any time you like but you can never leave.’ Dit concludeert hij uit de Brexit-perikelen. Vanheste wil meer: “Verlost van lastpak VK zou de EU eindelijk de kans moeten grijpen voor het stichten van de Verenigde Staten van Europa.” Maar ja: “de EU (is) nog steeds te veel los zand”. Of dat zo is, daar gaat het mij nu niet om, of eigenlijk toch wel. 

Illustratie: Picryl.com

Volgens Vanheste is de EU van de ‘regelpolitiek’ terwijl we in een tijdperk leven van de gebeurtenissenpolitiek. De EU is: “vooral een machine geweest die regels uitspuwt voor de interne markt. Ze smoort politieke conflicten in juridische regelpolitiek. Regels stelt ze niet als de uitkomst van politieke keuzes voor, maar als de door experts uitgedokterde oplossingen voor technische problemen.”  Alleen worden we de laatste jaren niet geconfronteerd met ‘technische problemen’ maar met gebeurtenissen als de financiële – en de vluchtelingencrisis. Dan helpen technische oplossingen en regeltjes niet. Dan is visie en leiderschap gevraagd. Een zeer interessante analyse die veel verklaart.

Maar toch. Is het niet cru om dit de Europese Unie te verwijten? De Unie is een samenwerkingsverband van landen en kan alleen iets uitvoeren en ‘regels uitspuwen’ als die landen en hun regeringen het willen. Als die bevoegdheden overdragen aan de Unie. Op het gebied van de interne markt zijn bevoegdheden overgedragen en dan kun je een overheid niet verwijten dat ze op dat terrein haar werk doet en ‘regels uitspuwt’. Het ‘uitspuwen’ van regels om het verkeer tussen mensen te regelen is immers de kerntaak van elke overheid.

In de Nederlandse politiek is ‘geen bevoegdheden naar Brussel’ het adagium. Sterker nog, een flink deel wil liever bevoegdheden ‘terughalen’. In verschillende andere landen is het van hetzelfde laken een pak. Zit daar niet juist het probleem? Als je naar een politieke unie toe wilt, zoals Vanheste, dan zullen de leden die de unie moeten gaan vormen, wel eerst bevoegdheden aan die unie moeten overdragen. 

Is het niet vreemd om het samenwerkingsverband van landen te verwijten dat de landen niet willen samenwerken? Richt Vanheste zijn pijlen niet op het verkeerde doel?

Eieren en de omelet

Wat zou u doen als u voorzitter was van een sportvereniging en een lid wil geen contributie meer betalen, niet meer trainen, maar wel als het uitkomt wedstrijden meespelen en meedelen in de feestvreugde bij een kampioenschap? Ik zou hem de deur wijzen. Immers om de club te laten draaien, moet iedereen commitment aangaan en dat betekent contributie betalen, trainen en wedstrijden spelen, ook als dat eens niet zo goed uitkomt. Ik moest hieraan denken toen ik Martin Sommers bespreking van de ‘Brexit-chaos’ in de Volkskrant las.

kitchen-775746_960_720

Foto: Pixabay

Sommer lijkt zich vooral te storen aan de ‘onbuigzame houding’ aan Europese kant. Een onbuigzame houding die, als ik Sommer goed begrijp, vooral is ingegeven door angst: “Ook andere landen, lees Denemarken, mogen niet in de verleiding ­komen om op te stappen. Vandaar het gehamer op de EU als één combinatiemenu waar geen gerecht apart mag worden besteld.” Zou angst werkelijk een van de motieven zijn om streng te zijn? Als ‘strengheid’ moet voorkomen dat anderen ook uitstappen, waarom verzetten die anderen zich dan niet tegen die strengheid? Waarom horen we dan niet luid geschreeuw uit bijvoorbeeld het Deense regeringskamp? 

Sommer vindt die angst vreemd: “Je mag toch veronderstellen dat landen lid zijn van de EU omdat ze dat willen, er voordeel in zien en erin geloven. Kennelijk is men daar in de omgeving van onderhandelaar Barnier en EU-president Tusk zo weinig van overtuigd, dat twijfelaars met dreigementen binnenboord gehouden moeten worden.” Laten we eens meegaan in de redenering. Alle andere EU-landen weten dat ze ‘contributie’ moeten betalen en soms een ‘wedstrijd moeten spelen’ die hen niet uitkomt. Ze doen dat omdat het hen groot voordeel brengt. Zij zijn bereid om soms wat lasten te nemen wetende dat die lasten in het niet vallen bij de lusten. 

Mag je dan niet ook concluderen dat de Britten de voordelen van het lidmaatschap kennelijk niet meer zien? Dat ze er niet meer in geloven? Een legitieme houding, maar die heeft wel gevolgen. Is de logische consequentie daarvan dan niet dat je de nadelen van het eruit stappen neemt omdat je die kleiner vindt dan de voordelen van het lidmaatschap?  Of is het eigenlijke probleem dat de Britten wel de omelet willen maar niet bereid zijn om de eieren te breken?  Is een deurwijzing daarop niet de enige en logische reactie van de ‘club’? 

“Nog afgezien van onze handelsbelangen: willen we over vijf jaar een verarmd, rancuneus, door en door anti-Europees Verenigd Koninkrijk, op een paar uur varen van Rotterdam? Ik dacht toch van niet.” zo sluit Sommer zijn artikel af. Rancuneus lijkt een groot deel van de Britten nu al en veel Britten zijn al verarmd. Of dat over vijf jaar nog erger is, daar gaan vooral de Britten zelf over. Niemand verplicht hen de EU te verlaten, dat willen ze zelf. En ‘Actions have consequences.’ zoals de Britten zeggen.  

‘Inschepingsplatform’

Kinderen scheiden van hun ouders. Omdat de protesten te groot werden, lijkt Trump er nu van af te zien. Niet omdat het moreel niet door de beugel kan, maar omdat het stemmen kost. Het hield de media de afgelopen week goed bezig. Op hetzelfde moment protesteert de Duitse partij CSU tegen het Duitse vluchtelingen- en migrantenbeleid. Dat moet strenger zo vindt de partij. In Italië gooit de nieuwe regering ook haar grenzen dicht en weert boten met vluchtelingen en migranten. Dit weekend is er zelfs een speciale ‘mini-top’ van de Eu-leiders over het onderwerp en daar ligt een ‘plan’ voor en centraal erin staan ‘ontschepingsplatforms’.

Distressed persons are transferred to a Maltese patrol vessel.

Foto: Wikimedia Commons

“Het idee is om economische migranten van vluchtelingen te scheiden op ‘ontschepingsplatforms’ buiten de Europese Unie (EU), bijvoorbeeld in Tunesië. Hoewel er veel juridische haken en ogen aan zitten, is er voor dit plan brede steun in Europa. Ook het Nederlandse kabinet is voor.”  Zo is bij Elsevier te lezen. Geruststellend vervolgt met: “Het wordt geen Guantánamo Bay, de Amerikaanse marinebasis op Cuba waar mogelijke Al-Qa’ida-strijders en Taliban-aanhangers vastzitten, maar een veilige plek vanwaaruit mensen die recht hebben op bescherming kunnen worden herplaatst in Europa door de VN-organisaties IOM en UNHCR, zegt Avramopoulos. ‘Het Vluchtelingenverdrag van Genève is onze leidraad.’ Voor economische migranten wordt volgens hem een ‘waardige terugkeer’ geregeld.”

Geen Guantánamo en ‘waardige terugkeer’ dat klinkt mooi. Maar toch, waarom zal een ‘waardige terugkeer’, een goede opvang en goede scheiding van vluchtelingen en migranten vanuit die ‘platforms’ buiten de EU wel lukken? Nu liggen die ‘ontschepingsplatforms’ binnen Europa, is de scheiding van migrant en vluchteling lastig en een waardige opvang en behandeling ver te zoeken, zie kamp Moria op Lesbos, waarom zou buiten de EU wel lukken wat binnen de EU niet lukt? Waarom zou een derde land, zoals Tunesië, zo’n ‘ontschepingsplatform’ op haar grondgebied accepteren terwijl de Europese landen ze niet op hun grondgebied willen hebben?

Als dit de kant is waar Europa, haar leiders en politici op willen, wordt het dan niet tijd voor een ‘inschepingsplatform’? Een platform waar Europa al die hoogdravende waarden, die migranten toch echt moeten accepteren willen ze integreren, op de boot kan zetten. Die hoogdravende christelijke waarden van medemenselijkheid en die universele rechten van de mens als een dobberende ‘Aquarius’ met waarden en mensenrechten die nergens meer welkom zijn.

 

It’s the society, stupid!

Gisteren vroeg ik me al af of de strijd tegen de EU niet de verkeerde strijd is en het niet veeleer een strijd is tussen ‘arbeid’ (als we daar nog van kunnen spreken) en kapitaal. Vandaag een slag dieper.

It’s the economy, stupid,” Deze woorden vatten de verkiezingsstrijd tussen de toenmalige president George H. Bush en zijn uitdager Bill Clinton in het kort samen. Bush had internationaal veel lof geoogst met de overwinning in wat nu de Eerste Golfoorlog heet. Met die overwinning op zak en de roem en glorie die dat nationaal en internationaal opleverde, dacht hij de presidentsverkiezingen te kunnen winnen. Waar hij minder of geen oog voor had, was hoe de gemiddelde Amerikaan ervoor stond: economisch minder florisant en tegenstrever Clinton wist daar goed op in te spelen. Hij sprak de kiezers aan op dit, door Bush ‘verwaarloosde’, thema. Hij sloot goed aan bij onvrede onder de Amerikaanse bevolking en het resultaat is inmiddels geschiedenis: Clinton won. Waarom dit uitstapje naar presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten van ongeveer 25 jaar geleden? Omdat we hier iets van kunnen leren. De les die Bush ervan leerde (maar het was toen al te laat) was dat de economie ook een rol speelt in het leven van mensen. Dit is een les die we heel goed hebben geleerd, tegenwoordig lijkt alles om de economie te draaien.

clinton

Illustratie: www.slideshare.net

Dat bleek weer rond het Brexit referendum. Vooraf werd flink gewaarschuwd voor de economische gevolgen. Met angst en beven werd verwezen en gekeken naar de financiële markten: wat zouden die doen? Na het bekend worden van de uitslag van het zelfde laken een pak. ‘Het uittreden moet dan maar snel, want onzekerheid is slecht voor de markt’ of ‘onze economie groeit net weer een beetje en die loopt nu gevaar”. Berichten vanuit de financiële- en aandelenmarkten: het Britse pond daalde fors in waarde,  aandelen die kelderen.

Zou het daar fout gaan: als eerste denken aan wat het voor de economie betekent? Als Europa alleen maar om de economie draait, dan begrijp ik heel goed waarom de Britten eruit stappen. En inderdaad lijkt Europa alleen maar om de economie te draaien. Zagen we dat niet ook al in de ‘Griekse’ crisis die eigenlijke bankencrisis was?  Een crisis die werd geframed als een ‘wedstrijden’ tussen landen. Ook daar stond de economie centraal en werd de mens, de gewone Griek, vergeten.

Europese samenwerking

Even terug in de tijd, de tijd van de ‘Duits, Franse twisten’. Twisten met als hoogtepunten de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871, een oorlog die een belangrijke rol speelde in de Duitse eenwording. Nee, niet die van eind vorige eeuw, maar ruim een eeuw eerder toen alle Duitse vorstendommen in het nieuwe Duitse keizerrijk werden opgenomen. Een tweede hoogtepunt: de Great War, de Eerste Wereldoorlog, als je de massale slachting van mensen in de loopgraven in Europa een hoogtepunt mag noemen. Als laatste de Tweede Wereldoorlog die nog meer dood, verderf en vernieling zaaide in Europa. Dat nooit meer dachten enkele Europese leiders. Zij zochten naar een manier om het nationalisme te ‘overwinnen’ en dat werd economische samenwerking; als eerste op het gebied van kolen en staal. Een begin van economische samenwerking en integratie met als doel, het voorkomen van een volgende, nog vernietigendere, oorlog. Economische samenwerking als middel tot een doel: vrede. Een aanpak die nu al ruim zeventig jaar voor vrede zorgt.

Die samenwerking op economisch gebied is flink uitgebreid en leidde tot een toename van welvaart voor iedereen. Alleen met welk doel wordt er economisch samengewerkt? Het vroegere vredesdoel lijkt, of is, buiten beeld. Na zeventig jaar zijn de mensen die zich de oorlog kunnen herinneren hoogbejaard of dood en de rest kan zich geen voorstelling maken van een oorlog tussen EU landen. Besturen lijkt tegenwoordig alleen te bestaan uit het reguleren van de economie en dat reguleren is gericht op het ‘organiseren’ van voldoende economische groei. Zou de les die we nu leren de omgekeerde zijn van de ‘Bush-les’? Dat er meer is dan economie? Dat het om mensen, om de samenleving draait? Om sociale banden?

Wederkerigheid en herverdeling

Economisch historicus Karl Polanyi (The Great Transformation) maakt duidelijk dat voor het overleven van een samenleving het onderhouden van sociale banden cruciaal is: “First, because by disregarding the accepted code of honor, or generosity, the individual cuts himself off from the community and becomes an outcast; second, because in the long run, all social obligations are reciprocal, and their fulfillment serves also the individual’s give-and-take interest best.” Volgens Polanyi zijn de wederkerigheid en herverdeling cruciaal voor het voortbestaan van een samenleving en zijn deze principes niet primair verbonden met de economie. Ze zorgen voor tevredenheid in het dorp, binnen de stam of de samenleving.

Hans Achterhuis en Nico Koning (De kunst van het vreedzaam vechten) zien zes verschillende manieren om herverdeling en de wederkerigheid, of zoals zij het noemen toe-eigenen, vorm te geven:

  1. de individuele productie. Dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt.
  2. de huishouding. De gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus toe-eigenen geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten. Een huishouden was veel meer dan een gezin.
  3. toedeling. het groter worden van de sociale verbanden, een bundeling van stammen of huishoudens, maakt een aanvullende manier van verwerven nodig. Een manier passend bij de hiërarchische samenlevingsvorm. Dat is toedeling geworden, een vorm waarbij de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping.
  4. schenking. Met het nog groter worden van de wereld komen deze sociale verbanden in aanraking met aangrenzende sociale verbanden. Dit kan leiden tot gewelddadige en destructieve vormen van toe-eigening bijvoorbeeld oorlogen en andere soorten van geweld. Een vreedzame manier van toe-eigening wordt gevormd door de schenkingsrituelen en bruiloften. Hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. De relatie wordt verzwaard.
  5. handel. Kenmerk van ruil is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.
  6. roof: Daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen. Tot deze vorm van toe-eigening horen ook slavenhandel, dwangarbeid en kolonisatie.

Zes vormen van toe-eigening waarbij vanuit een individu geredeneerd, de afstand tot de ander groter wordt. Bij de eerste, de individuele ontplooiing is er geen andere en bij het andere uiterste, de roof, doet de ander er niet toe.

Te veel markt?

Het dominante, neoliberale, economische denken ziet de markt als hét middel om ervoor te zorgen dat iedereen zijn deel krijgt. Is de markt wel het meest passende instrument om hierin te voorzien? Volgens Achterhuis en Koning is de markt: “… de laatste dam tegen roof, het is de maximaal haalbare vorm van exterioriteit zonder dat men ten prooi valt aan vormen van geweld.” Zou het kunnen dat de ander door die centrale plek van de markt (en door alles met markt te overgieten) te veraf is komen te staan? Te ver voor wederkerigheid? Te ver om nog gevoelig te zijn voor zijn ellende en dus te ver om te ‘herverdelen’ en zijn ellende te verminderen? De winnaars die te ver af staan van de wereld van de verliezers? Bovendien wordt de verliezer psychologisch nog verder weg gezet, verliezen is toch je eigen schuld? Dan heb je je talenten niet benut. Dan heb je er niet hard genoeg voor gewerkt en waarom zou ik dan medelijden met je moeten hebben? Waarom zou ik voor jou falen moeten betalen? Zou het kunnen dat de markt alleen te zwak is om een samenleving leefbaar te houden?

De Europese Unie heeft de deelnemende landen onmiskenbaar meer welvaart gebracht. Landen wel, maar hoe zit het met de inwoners? Is het Europese samenwerkingsproject, sinds het ineenstorten van de Berlijnse muur en de ‘overwinning’ van het vrijemarktkapitalisme, niet alleen maar een economisch project geworden?  Een project waarbij doel en middel gelijk zijn: economische groei? Alles voor de groei! Alles zoals het afbreken van de ‘verzekeringen tegen tegenslag’, de sociale voorzieningen. Afbreken van zekerheid voor werknemers onder de eufemistische vlag van de ‘flexibilisering’. Alles voor de economische groei omdat door die groei iedereen het ‘als vanzelf’ beter zou krijgen.

Alleen laat de werkelijkheid zien dat de winnaars alles krijgen en de verliezers niets. Bovendien wordt de groep van verliezers, door de verder gaande automatisering, steeds groter. De geringe groei die er is, wordt scheef verdeeld en verliezers verliezen op alle fronten. Achterhuis en Koning:“De motivatie van de marktsfeer ten opzichte van de andere praktijken van behoeftevoorziening heeft ook een zekere vermenging teweeg gebracht van de mechanismen die in elke kring heersen,” en dat verandert de markt: “Markten hebben namelijk een aantal van de cruciale kenmerken van de verdrongen ordeningskringen in zich opgenomen.” Zo is de individuele productie die vroeger was gericht op de eigen behoeften, bijna volledig gericht op behoeften van anderen in ruil voor geld waarvoor de arbeider dan in zijn eigen behoeften kan voorzien. Daar komt bij dat arbeid steeds meer een intrinsieke waarde heeft voor de arbeider: arbeid moet voldoening schenken en bijdragen aan de ontplooiing van het individu. Bedrijven zijn tegenwoordig meer dan plaatsen waar wordt geproduceerd. Onderlinge relaties, gezelligheid en de bedrijfscultuur zijn belangrijk geworden. Dit waren de kenmerken van het oude huishouden. Als de verzekering tegen tegenslag ontbreekt en werk als ‘alles’ wordt gezien, verlies je als verliezer echt.

Beleid en politiek die het ‘samen’ in de samenleving afbreekt. Beleid en politiek die nationale overheden over hun inwoners uitstorten met als enige argument ‘we moeten wel, er is geen alternatief omdat we internationaal concurrerend moeten blijven en de slag met China moeten winnen’. Zo wordt de economie alles en alles economie. Zo wordt de samenleving economie en de economie de samenleving. Economie is een middel om een doel te bereiken. De Europese Unie krijgt hiervan de zwarte piet toegespeeld. De Britten hebben NEE gezegd tegen de EU, zouden de ‘economische verliezers’ het daardoor beter krijgen? Zouden zij daardoor een samenleving krijgen die uit veel meer dan economie bestaat?

Wie heeft het voor het zeggen in die Unie? Worden belangrijke besluiten niet genomen in de ellenlange nachtelijke vergadering van de regeringsleiders? Is het raamwerk waarbinnen de Europese Unie functioneert en ook het raamwerk rond de Euro niet een resultaat van besluiten van nationale regeringsleiders die vervolgens door nationale parlementen zijn goedgekeurd? De EU is een gevolg van het dominante (neoliberale) economische denken. Dat denken is nationaal en Europees dominant. Als we een ander Europa willen, moeten we dan niet nationaal beginnen, want zit daar niet de werkelijke macht?

Als neoliberaal denken tot deze EU leidt, zou ander denken dan tot een andere EU kunnen leiden? Een EU met een ander doel dan economische groei? Een doel dat betrekking heeft op de mensen, op de samenleving. Dat doel was vrede, zou het nieuwe doel niet een democratisch, meer egalitair en sociaal Europa moeten zijn? Of om het kort te zeggen: ‘It’s the society, stupid!’

De verkeerde oorlog

Thomas Vanheste van De Correspondent volgt Agnes Jongerius in haar strijd om het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’ in de Europese Unie aanvaard te krijgen. Die strijd stuit op veel Oost Europese bezwaren, zo valt te lezen in zijn laatste bijdrage: “De tendens is: dit plan van de Europese Commissie tast onze concurrentiepositie aan. Wij hebben nu eenmaal nog een lager welvaartsniveau. Ontneem ons niet het ene voordeel dat we daarvan hebben: de mogelijkheid te concurreren op loon.” Een begrijpelijke kreet uit het Oosten van Europa?

MarxIllustratie: zaplog.nl

Inderdaad, als het voorstel van Jongerius werkelijkheid wordt, dan zal de Roemeense vrachtwagenchauffeur worden vervangen door een Nederlandse chauffeur. Er is immers geen prijsverschil en met een Nederlandse chauffeur is het als Nederlands bedrijf toch wat makkelijke communiceren. De Roemeen zou zonder inkomen in Boekarest zitten. Goed te begrijpen dus dat bezwaar tegen plan ’Jongerius’. Of toch niet? Aan de andere kant zijn ook de bezwaren tegen de ‘Oost-Europese arbeider die voor een karig loontje onze banen inpikt’, vanuit West-Europa te begrijpen. Viel dat bewaar niet vaak en vooral bij ‘gewonen mensen’ te horen in de Britse referendumstrijd?

Wat kan er gebeuren als deze praktijk door blijft gaan? Zou het dan kunnen zijn dat de salarissen in Nederland gaan dalen? En wat als ze dalen tot het ‘Oost Europees’ niveau? Wat gebeurt er als de Roemeen en Bulgaar worden verdrongen door een Filipijnse chauffeur (voorbeelden zijn er al) die nog goedkoper is? Wat gaat er gebeuren als ‘de Nederlander’ zegt en nu is het genoeg en besluit om de Britten te volgen, de grens sluit voor dergelijke constructies? Dan staat de Roemeen buitenspel. De Nederlander waarschijnlijk ook want dan vertrekt het bedrijf uit Nederland naar een land waar het wel volgens dergelijke constructies kan werken.

De strijd tussen kapitaal en arbeid (waarvan er steeds minder nodig is) die het kapitaal wint. Een race naar de bodem. Kan ‘arbeid’ die strijd niet alleen winnen via de overheid en dan vooral samenwerkende overheden zoals in de EU? Worden niet ook nationale overheden tegen elkaar uitgespeeld om de belastingen voor bedrijven te verlagen? Maar dan wel een andere overheid en EU dan de huidige neoliberale. Welke politicus werkt deze boodschap verder uit tot een vlammend betoog voor Europese samenwerking? Voor een EU, maar dan een andere dan de huidige?

De Britten hebben hun ‘souvereiniteit’ terug, de macht ligt nog steeds bij de markt. Hebben zij daarmee niet de verkeerde oorlog gevoerd? Vinden de Oost- en West Europeaan en ook de Brit zich niet in deze strijd tegen die gezamenlijke vijand? Een vijand die hen tegen elkaar uitspeelt? Die verdeelt en heerst? Of om Karl Marx te citeren: “De proletariërs hebben niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen. Proletariërs aller landen, verenigt u!”

Paradoxale economie

Een paar jaar geleden gaf een Nederlandse politieke partij (de PVV) een ‘gerenommeerd onderzoeksbureau’ de opdracht om uit te zoeken wat het effect zou zijn als Nederland de Europese Unie  (EU) zou verlaten. In het kort was de conclusie: Nederland is economisch, politiek en maatschappelijk gezien, beter af bij het verlaten van de EU.

monopolieIllustratie: www.favrify.com

Nu heeft ons gerenommeerde Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) onderzoek gedaan naar de effecten van een uittreden uit de EU van Groot Brittannië voor de Nederlandse economie. Conclusie in de Volkskrant: “De kosten van een Brexit – het uittreden van Groot-Brittannië uit de EU – kunnen oplopen tot 1.000 euro per Nederlander.” Dit wordt veroorzaakt door een vermindering van de handel, de innovatie en productiviteitsstijging. Alle EU-landen ondervinden economische nadelen van het uittreden van de Britten, Nederland na de Ieren en de Maltezers het meeste.

Zou de conclusie zijn dat uittreden winst oplevert en het verlies bij de achterblijvers terecht komt? Dan zou handel een ‘zero sum game’ zijn, de winst van de een is het verlies van de ander. Maar hoe is dat te rijmen met de economische theorie dat vrijhandel voor beide partijen tot winst leidt, een ‘win-win game’? Een Brexit belemmert handel tussen de Britten en de EU-landen. Het inrichten van handelsbelemmeringen zou dan een ‘lose-lose game zijn. Dan moeten de Britten, net als de andere EU-landen, ook verliezen.

Als dat het geval is, hoe kan het dan dat Nederland er, volgens het ‘PVV-onderzoek’ na het uittreden uit de EU op vooruitgaat? Dat is in het vrijhandelsdenken onmogelijk. Meer vrijhandel is win-win voor alle partijen. Het uittreden van Nederland betekent minder vrije handel en dus zouden alle betrokken partijen in meer of mindere mate moeten verliezen. Bij uittreden winnen kan immers alleen bij een ‘zero sum game’. 

Als de EU werkelijk een ‘zero sum game’ is, waarom stappen dan niet alle landen eruit? Maar wacht eens, als ze er allemaal tegelijk uitstappen, wie wint en wie verliest er dan? Als de EU een economische ‘zero sum game’  is, waarom zouden landen er dan lid van zijn geworden en willen er nog steeds landen bijhoren? Waarom dan steeds verdergaande vrijhandelsverdragen afsluiten zoals TTIP? Toetreden levert je dan immers economisch verlies op.

Of slaat een van de twee gerenommeerde onderzoeksbureaus de plank mis? Welk bureau? Dat zullen we weten als de Britten werkelijk besluiten om de EU te verlaten.

IJsjes, de euro en ons inkomen

In zijn zaterdagse column besteedt Martin Sommer aandacht aan de toestand in Europa en in het bijzonder in Nederland. Hij legt, in navolging van Heleen Mees en de Britse UBS-bank, een verband tussen de invoering van de euro en de inkomensverdeling. Sinds de invoering van de euro zijn de lage inkomens erop achteruit gegaan en de hoge op vooruit. Net als trouwens in Oostenrijk.

ijsjesFoto: favim.com

Sommer concludeert in navolging van de eerder genoemden dat dit een gevolg is van de Euro. Bij zo’n uitspraak moet ik denken aan Ionica Smeets. Smeets gaf een klein college op het Zomerparkfeest in Venlo. Hét zomerevenement bij uitstek dat dit jaar voor de veertigste keer plaatsvindt. Een college over statistiek en de ongelukken die je ermee kunt veroorzaken. Ik moest vooral denken aan het volgende voorbeeld.

Twee grafieken vertonen in grote lijnen hetzelfde verloop. Er lijkt sprake van correlatie. De ene beschrijft de ijsverkoop en de andere het aantal verdrinkingsdoden. Een snelle conclusie en mogelijke ‘beleidsmaatregel’ is dan het verbieden van de ijsverkoop. Deze maatregel zal niet tot het gewenste resultaat leiden. ‘IJsverkoop’ correleert namelijk niet met ‘verdrinkingsdoden’. Het verband loopt via een derde grootheid, namelijk de temperatuur. Hoe warmer, hoe meer ijs er wordt gegeten en hoe meer er wordt gezwommen. Meer zwemmers leidt vervolgens tot meer verdrinkingen.

Zouden Sommer, Mees en de UBS niet op zoek moeten naar een ‘temperatuur’ bij hun  ‘ijsjes’ (euro) en ‘verdrinkingsdoden’ (inkomensverdeling)? Zou die schuldige niet het Nederlandse beleid kunnen zijn? Het beleid van de immer voortdurende loonmatiging? Het beleid van het jarenlang op de nullijn houden van uitkeringen? Het beleid van het steeds maar weer bezuinigen op sociale voorzieningen?

Zijn dat niet maatregelen die samen met een economische crisis, met name de onderkant van het inkomensgebouw hard treffen? Die nog worden versterkt door zaken als de geliberaliseerde huurverhogingen van sociale huurwoningen en eigen risico’s in de zorg ?

Dat het resultaat van deze maatregelen in euro’s wordt uitgedrukt, maakt de euro nog niet tot de oorzaak ervan. Want was met dergelijk beleid en de gulden als munt, niet hetzelfde gebeurt? Is het niet te makkelijk om de euro als schuldige aan te wijzen? De euro en de EU zijn een gewilde schuldige. Getuigt dit niet van intellectuele armoede en populisme?