Kaag, vluchtelingen en het kabinet

Opvang in de regio. Een van mijn allereerste prikkers schreef ik toen VVD-kamerlid Malik Azmani dit plan lanceerde. Ik moest aan deze prikker denken toen ik in de Volkskrant las dat minister Kaag oproept om de Libische detentiecentra voor vluchtelingen te sluiten. “De centra, die niet geschikt zijn voor menselijk verblijf, moeten dicht,” aldus de minister. Dat lijkt mij niet meer dan normaal. Kaag komt tot die conclusie na een tour langs centra in diverse landen.

eritrea-105081_960_720

Foto: pixabay.com

De Volkskrant beschrijft hoe Kaag het wel wil: “Kaag hoopt samen met andere landen de druk op Libië op te voeren om open asielzoekerscentra te maken waar migranten niet worden opgesloten, maar waar ze in en uit kunnen lopen. En waar hulpverleners toezicht kunnen houden. Ook wil ze dat het aantal vluchten wordt verdubbeld voor migranten die willen terugkeren naar hun thuisland.” Volgens Kaag is er geld genoeg, maar: “Het probleem zit in de bureaucratische afhandeling. Libië en Afrikaanse landen moeten sneller zorgen voor de juiste reispapieren.”

Nu zou je tegen kunnen werpen dat Kaag maar eens eerst haar Europese collega’s onder druk zou moeten zetten om voor fatsoenlijke opvang overal in Europa te zorgen. Maar ook dat zij vluchtelingen die nu klem zitten in vooral Griekenland en Italië op te nemen in de andere Europese landen. Op beide punten schort er nogal wat aan de Europese aanpak. Dat zou terecht zijn, alleen doen we Kaag ermee tekort omdat zij ervoor pleit dat  Nederland zich uitspreekt over uitbuiting en dwangarbeid. Kaag: “Wij hebben ontzettende mazzel gehad dat wij in Nederland zijn geboren. In die positie kunnen we wat terugdoen. Daar hoort een humaan asielbeleid bij. Dit is niet humaan.”

Midden vorig jaar schreef ik een open brief aan de Europese leiders waarin ik me afvroeg of het Europese vluchtelingenbeleid geen voorbeeld is van rationele irrationaliteit: een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang maatschappelijk gezien tot irrationele resultaten leidt. Kaag lijkt dat te bevestigen en de Volkskrant signaleert: “Kaags oproep om de centra te sluiten plaatst niet alleen haar Europese collega’s, maar ook haar coalitiegenoten van VVD, CDA en ChristenUnie voor een dilemma.” En precies het dilemma dat GroenLinks deed besluiten om niet met VVD, CDA en D66 in een kabinet te gaan.

Zou Kaag het pleit van haar collega’s en coalitiepartners winnen?

Jeugd en toekomst

“Zonder de overheersende stem van vijftigplussers was Trump geen president in de Verenigde Staten, en zouden de Britten geen Brexit voor hun kiezen krijgen. Ongeacht wat je vindt van Trump en de Brexit, feit is dat jongeren keihard overstemd werden.”

Zo start een artikel bij Joop van twee jeugdige kandidaat-raadsleden, Rob Hofland uit Amsterdam en Elene Walgenbach uit Rotterdam, voor D66 bij de komende raadsverkiezingen. Ze constateren dat de jeugdigen worden overstemd door de alom tegenwoordige vijftigplussers. Vijftigplussers die bovendien ook dominant zijn in volksvertegenwoordigende functies: “In onze steden, Amsterdam en Rotterdam, zijn er van de in totaal 90 gemeenteraadsleden slechts 3 jonger dan 30.”

jong en oud

Foto: PxHere

Dat moet anders en daarom roepen ze jongeren op om zich beschikbaar te stellen. Want: “De stem van jongeren, zowel in de stembus als in het debat, is belangrijk omdat juist jongeren staan voor een betere toekomst. Of het nu gaat om een gezonde, groene toekomst, een eerlijk pensioen of meer betaalbare huizen: daar zijn veranderingen voor nodig die de oudere generatie liever niet ziet komen, of voor zich uit blijft schuiven.” Als vijftigplusser kan ik het pleidooi voor meer jeugdige volksvertegenwoordigers van harte onderschrijven. Maar bij het door de beide auteurs gegeven argument gaan mijn haren toch lichtelijk van ergernis overeind staan.

Wordt hier niet een karikatuur van de werkelijkheid gemaakt? Vreemd dan dat, om een Amerikaans voorbeeld te noemen, de meest progressieve kandidaat bij de Amerikaanse voorverkiezingen ver in de zeventig was. Vreemd ook dat een van de meest behoudende fractievoorzitters in Nederland de jeugdige Baudet is. Zou Sanders de enige vooruitstrevende vernieuwende oudere zijn en Baudet de enige conservatieve, behoudende jongere? Dat lijkt me sterk. Een ander voorbeeld, de Ballonnendoorpikker, een vijftigplusser, behoudend en conservatief of vooruitstrevend en vernieuwend?

Beste jonge kandidaat-raadsleden. Ik geloof meteen dat: “Er zijn genoeg jongeren die barsten van het talent en de politieke ambitie.” Waarvan de “ervaring per definitie beperkt,” is  maar (met) een frisse blik (die) minstens zo waardevol” kan zijn. Er zijn echter ook voldoende jongeren met een belegen en bekrompen blik.

De jeugd heeft de toekomst volgens het spreekwoord, alleen welke toekomst? Als jullie werkelijk vernieuwende friskijkers willen, zouden jullie dan niet moeten zoeken naar ‘vernieuwende friskijkers’ en niet (alleen) naar jongeren?

Magere Hein

“’Voltooid leven’ wil de figuur van de levenseindebegeleider introduceren. Dat wil zeggen een persoon die betaald wordt om mensen te helpen hun leven te beëindigen, maar dan wel op een ‘beschermde’ en ‘zorgvuldige’ manier. Wat ik me afvraag is: wat voor bescherming kun je verwachten van iemand die dagelijks levens helpt beëindigen?”  Deze vraag stelt Daan van Schalkwijk zich in de Volkskrant. Van Schalkwijk stelt deze vraag in reactie op de uitspraak van Daniel Boomsma van de Hans van Mierlo Stichting, de denktank van D66. De ‘levenseindebegeleider’ is een rol waarvoor mensen worden opgeleid. “Uitgangspunten (…) dienen zelfbeschikking, bescherming en zorgvuldigheid te zijn,” zo citeert Van Schalkwijk Boomsma. Van Schalkwijk heeft ook het antwoord op zijn vraag: “met een levenseindebegeleider die mensen regelmatig de dood in helpt, kan niemand een vertrouwensrelatie aangaan. Ik stel voor dat we elke Nederlander bij wet tegen dit soort mensen beschermen.”

Magere Hein

Foto: Pixabay

Maakt Van Schalkwijk niet een karikatuur van de plannen van D66? Hij doet het voorkomen alsof de ‘levenseindebegeleider’ eropuit is om mensen de dood in te praten, of erger nog, om ze te doden, hij ‘helpt ze immers de dood in’. Die als: “begeleidingspersoon iemand is die regelmatig tegen mensen zegt: o, u wilt uitstappen? Geen probleem, ik zal even overleggen met mijn collega die dit ook vaker doet, en dan help ik u de afgrond in.” Met zo iemand kun je geen relatie opbouwen, dus moet de wet mensen beschermen tegen dit soort mensen.

Nu is in discussies tegenwoordig goed gebruik om een karikatuur te maken van de opvattingen van anderen en het verhaal van Van Schalkwijk past in deze lijn. Hij noemt de ‘levenseindebegeleider’ nog net geen magere Hein, om de karikatuur af te maken. U weet wel die angstaanjagende figuur met de zeis in zijn handen die de dood moet verbeelden.

Nu is Van Schalkwijk een persoon die veel houvast vindt in het geloof, zo valt te lezen bij opusdei.nl. Zou Van Schalkwijk zich realiseren dat hij met een verbod op de ‘levenseindebegeleider’ ook de dominee en de pastoor bij het grofvuil zet. De dominee en de pastoor? Ja, want houden die zich niet ook bezig met het begeleiden van mensen aan het einde van hun leven? Doen zij niet ook aan stervensbegeleiding? Staan zij niet ook mensen bij in een heel kwetsbare periode. Is dat niet voor velen: “een vertrouwd persoon (die) iemand ter zijde (staat, zodat), de angstige persoon gekalmeerd kunnen worden en loopt alles goed af.” Tegen ‘dit soort mensen’ moet de Nederlander toch bij wet worden beschermd.

‘Open’ staan

De formatie van een nieuw kabinet verloopt erg moeizaam. De grootte van Kamerfracties en uitspraken wie niet met wie wil, maken het erg lastig om  tot een kabinet te formeren dat op een solide meerderheid in de Tweede Kamer kan rekenen. Het lijkt erop dat er eerst over de eigen schaduw moet worden gestapt om verder te komen. Bij nu.nl valt te lezen dat VVD-leider Rutte en CDA-leider Buma ‘open staan’ voor nieuwe gesprekken met GroenLinks, “Maar dat kan alleen zonder voorwaarden vooraf. “Dan kun je praten. Het zal dan nog steeds heel ingewikkeld zijn.”

Open staan

Illustratie: Fokke & Sukke

Geen voorwaarden vooraf, dat lijkt een hele goede insteek om verder te komen: open het gesprek ingaan, zoeken naar overeenstemming en zo langzaam nader tot elkaar komen. Goed van Rutte en Buma dat ze deze ‘schoen’ nog niet weggooien.

Maar wacht eens even, er is toch al eens onderzocht en onderhandeld tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks? Dat was toch de eerste variant die informateur Schippers heeft onderzocht? De partijen hebben samen toch al onderhandeld en die zijn spaak gelopen? Naar ik me goed herinner en dat blijkt ook uit het stukje bij nu.nl, is het spaak gelopen op het thema migratie en vluchtelingen? Op dat thema zou GroenLinks iets moeten slikken dat voor hen een ‘principiële ondergrens’ doorbrak en daarom haakte de partij af.

Die onderhandelingen en het resultaat ervan zijn een feit dat er ligt. Zouden nieuwe onderhandelingen zonder voorwaarden, niet ook stuiten op dat zelfde feit, diezelfde ‘principiële ondergrens’? Is om die onderhandelingen vlot te trekken niet iets anders nodig dan blanco beginnen? Is hier niet juist beweging nodig van een van de betrokken partijen? Een beweging van GroenLinks om onder hun ‘principiële ondergrens’ te zakken of van CDA en VVD om die grens te respecteren en er boven te blijven?

Wat bedoelen Rutte en Buma eigenlijk als ze, met het feit van de vorige onderhandelingen op tafel, zonder voorwaarden vooraf weer met GroenLinks willen gaan onderhandelen? Zeggen ze dat zij dat zij bereid zijn tot consessies aan GroenLinks? Of zeggen ze ‘Jesse als je die malle principes even overboord zet, dan mag je meeregeren? Waarom wordt niet helder en duidelijk gezegd welke optie het is? Hoe ‘open’ staan Rutte en Buma werkelijk?

21ste eeuwse oplossing

Beste meneer Asscher,

Met veel belangstelling heb uw artikel bij Joop gelezen waarin u reageert op een kritiek op u van Barbara Baarsma in de Telegraaf. U verzet zich tegen de voorstellen van Baarsma die erg overeenkomen met: “de ideeën van D66 en de VVD, die ook vinden dat hét recept voor onze arbeidsmarkt bestaat uit het afschaffen van vaste contracten — via de duur of de uitholling van de ontslagbescherming. ‘Vast’ aantrekkelijker maken voor werkgevers, door ‘vast’ af te schaffen of anders te definiëren.”  U maakt zich hard voor een eerlijke beloning voor eerlijk werk en vaste arbeidscontracten voor vast werk. Baarsma slaat de plank volgens u mis met haar voorstellen: “ook al worden ze geflankeerd door aantrekkelijke woorden als “modern” en “positieve prikkel.”  U geeft aan: “graag in discussie met experts van diverse gebieden,” te gaan.

21ste-eeuw

Beste meneer Asscher, ik ben geen econoom, geen arbeidsmarktdeskundige doch slechts een eenvoudig historicus. Ik lees wel geregeld werk van economen en een van hen, de Zuid Koreaan Ha-Joon Chang, schreef dat economie voor 95% gezond verstand is en dat de overige 5% ook geen hogere wiskunde is. Laat ik, al zeg ik het zelf, wel in bezit zijn van gezond verstand, daarom deze brief aan u.

Ik ben het met u eens dat vele veranderingen tegenwoordig worden verkocht met ‘positieve’ termen als modern(iseren) flexibiliseren enzovoorts en het afschaffen van vaste contracten is, daar ben ik het met u eens, niet erg modern. Sterker, dat is terug naar de negentiende eeuw, de eeuw van de dagloner die maar moest afwachten of er die dag voor hem werk en dus inkomen was.

Voor u is: “het vaste contract (de) hoeksteen van zekerheid voor werknemers en gezinnen.” Dat mag dan wel uw uitgangspunt zijn, het is voor velen niet de werkelijkheid en die velen worden er steeds meer, ondanks al uw pogingen om daar wat aan te doen. Zou het kunnen dat uw oplossing ook ‘de plank misslaat’ en niet ‘modern’ is? Lijkt het vaste contract niet een twintigste eeuwse oplossing die niet meer voldoet in de eenentwintigste eeuw? Een oplossing die het probleem niet oplost, lijkt mij geen oplossing.

Zou het helpen om het probleem vanuit een ander frame te bekijken? Een frame waarin betaald werk niet meer de oplossing is van alle kwalen omdat er niet voldoende werk is voor iedereen? Wat als we ‘er zijn’ zien als het belangrijkste in het leven? En voor dat ‘er zijn’ krijg je een voldoende basis(inkomen)? Voor meer dan die basis moet je zelf zorgen en dat kan via werk. Zou dat de positie van de werknemer niet enorm versterken? Wellicht zijn flexibele contracten dan helemaal geen probleem meer. Zou dat een eenentwintigste eeuwse oplossing kunnen zijn?

Als u hierover met mij van gedachten wilt wisselen, laat het me weten.

 

Positieve innovatie

D66 is een optimistische partij, zo blijkt uit het artikel van Tweede Kamerlid Kees Verhoeven bij ThePostOnline. De partij ziet de uitdagingen en de grote werkloosheid en andere ellende. Ze verschilt, van andere partijen omdat: “D66 kijkt naar de toekomst en kiest naast optimisme voor innovatie. Innovatie is goed voor onze economie, zorgt voor nieuwe banen en leidt tot oplossingen voor de grote vragen van onze tijd.” Dit terwijl andere partijen, volgens Verhoeven met het vingertje gaan wijzen: “Zo beschimpt de PVV de islam en de Europese Unie. Zo beschouwt het CDA de ‘individualisering’ als het moderne kwaad. Zo legt de SP alle schuld bij de markt en zo doet GroenLinks alsof de wereld ten onder gaat aan vrijhandel.”

innovatie

Foto: www.motor-talk.de

Inderdaad leidt innovatie tot nieuw werk en dus tot andere banen. Webdisigners bestaan zo’n vijfentwintig jaar. Van een App-ontwikkelaar hadden we vijftien jaar geleden nog nooit gehoord. En zo zijn er vele soorten werkzaamheden die pas van recente datum zijn. Werkzaamheden mogelijk gemaakt door innovatieve ontwikkelingen zoals het internet en de computer. Dit is de rooskleurige, optimistische kant van de innovatiemedaille.

De andere, minder rooskleurige kant van die medaille is dat innovatie ook tot vernietiging van werk en dus tot het verlies van oude banen leidt. Door innovatieve ontwikkelingen zoals de mechanisering van de landbouw is de productie flink verhoogd terwijl het aantal mensen werkzaam in die sector is verschrompeld. Door de automatisering en robotisering in bijvoorbeeld de metaalindustrie zijn veel oude banen verloren gegaan en nam het aantal mensen werkzaam in die sector af. De PC leidde tot het verdwijnen van de typekamer en dus de functie van typist.

Twee kanten van de innovatie-medaille waarbij het aantal nieuwe banen kleiner is dan het aantal banen dat verloren gaat. Dan maar geen innovatie meer? Of zou er van uit een heel ander frame naar innovatie moeten worden gekeken? Een frame waarin de mens centraal staat en innovatie het leven vergemakkelijkt? Een frame waarin economie en de rol die werk inneemt een heel andere is? Is, met andere woorden, het denken over werk en economie niet toe aan een innovatie?

Oei, ik groei!

Zou ‘evenwichtige groei in balans met de wereld om ons heen’ mogelijk zijn? De econoom Tim Jackson denkt in zijn boek Prosperity without Growth van niet: “To resist growth is to risk economic and social collaps. To persue it relentlessly  is to endanger the ecosystems om which we depend for long-term survival.”

groene-groei

Foto: ESB

D66 denkt daar in haar  verkiezingsprogramma anders over. De partij wil naar een ‘toekomstbestendige’ economie en die: “is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.” De partij is niet tevreden met de verwachte economische groei: “Meer en schonere groei, met al haar voordelen voor iedereen, ligt binnen handbereik.” Want: “Wij (D66) zijn ervan overtuigd dat er geen grenzen aan de groei zijn, maar wel aan wat de aarde aankan.” 

Economische groei is belangrijk, volgens D66: “Groei geeft zuurstof. Een samenleving zonder groei bloeit niet. Groei zorgt voor dynamiek en voor kansen. Kansen op werk, op zelfstandigheid en zelfverwezenlijking. En heel basaal: groei zorgt voor de middelen om te investeren in onderwijs, in zorg, in elkaar. Wij willen schone groei. Groei die houdbaar is, evenwichtig en in balans met de wereld om ons heen. Een toekomstbestendige economie is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.”

Inderdaad, in onze op schulden gebaseerde economie is groei van essentieel belang. Die groei zorgt er namelijk voor dat de aangegane schulden betaalbaar blijven. Op de in de toekomst te verwachten groei kun je vooruitlopen door te lenen. Een lening waarvan je de rente en aflossing betaalt, uit die te verwachten groei. De economische crisis maakte duidelijk hoe kwetsbaar dit een samenleving maakt. Valt de groei weg, dan moet de lening even goed worden betaald en het geld dat daarvoor nodig is, moet ergens anders vandaan komen. Er moet dan worden bezuinigd. Bezuinigingen remmen vervolgens de groeimogelijkheden en zo raak je van de regen in de drup.

Volgens de filosoof Peter Sloterdijk (in zijn boek Sferen band 2 III Schuim) is onze samenleving de schaarste voorbij en is groeien om schaarste tegen te gaan en armoede te bestrijden, niet nodig. Volgens Jackson is de mens bang voor zijn eigen leegheid of onbeduidendheid. Die leegheid maskeert hij met producten. Producten als een manier om je als mens te onderscheiden van de groep, of er juist bij te horen.

Ons wereldbeeld is echter gebaseerd op schaarste en: “bedient zich van scherp ingestelde schaarste-optieken om zichzelf te observeren,” aldus Sloterdijk. Met andere woorden, we zien de wereld door een ‘schaarste-bril’ en de enige schaarste die we niet zien is de schaarste aan schaarste. Zou hij gelijk hebben?

Een fundamentele vraag aan D66: met welk doel moet de economie groeien?

 

Zekerheid zonder werk?

D66, een van de grote voorstanders van de liberalisering en flexibilisering van de arbeidsverhoudingen, ziet de keerzijde van dit streven. Veel mensen met een flexbaan of werkend als ZZP’er leven in onzekerheid. Onzekerheid over hun inkomen en die onzekerheid maakt het onmogelijk om bijvoorbeeld een huis te kopen of te investeren in de eigen opleiding. “Maak vaste baan bereikbaar voor iedereen,” aldus D66.

BasisinkomenIllustratie: www.peacetimes.news

Aan de analyse dat veel mensen in (inkomens)onzekerheid leven, mankeert niets. Een nobel streven om mensen meer zekerheid bieden. De partij wil dit bereiken door de: “voordelen weg te nemen die flexcontracten nu nog bieden aan werkgevers – bijvoorbeeld door iedereen recht te geven op een transitievergoeding bij ontslag en niet alleen degenen die langer dan twee jaar in dienst zijn.” Maar ook door: “de ontslagprocedure sneller en minder duur,” te maken. Dit lijkt verdacht veel op de maatregelen die ook met de Wet werk en zekerheid werden beoogd. Meer van hetzelfde medicijn dat tot nu toe niet werkte, is dat de juiste keus? Want hoe zeker is een vaste baan als de ontslagprocedure snel en goedkoop is? Zou dit medicijn zo tot onzekerheid bij veel meer mensen kunnen leiden?

Laten we het probleem eens nader bestuderen. Mensen leven in (inkomens)onzekerheid. Inkomen krijg je via betaald werk. Zekerheid via een vaste baan. Dat is de dominante manier van denken die ook D66 toepast. Nu is er niet voldoende werk, de werkloosheid (zichtbaar en verborgen) is nog altijd fors. Door de automatisering en robotisering dreigt er nog minder werk te komen. Zouden er ook andere manieren zijn om die onzekerheid weg te nemen?

Het bestaande werk herverdelen is een mogelijkheid die in Nederland al langer wordt toegepast. Ons land kent immers vele deeltijdbanen.

Wat als we inkomenszekerheid op een basisniveau loskoppelen van werk? In Canada is er in de jaren zeventig mee geexperimenteerd. Een experiment dat abrupt werd beëindigd en toen niet werd geëvalueerd. Dat gebeurde pas enkele decennia later, door Evelyn J. Forget. Resultaat: minder ziektekosten in verband met ongelukken en verwondingen maar wat vooral opviel was dat er minder psychische problematiek was. Ook was er sprake van een kleine vermindering van de deelname aan het arbeidsproces door vrouwen en jongeren. Die zaten echter hun tijd niet te verlummelen. Vrouwen spendeerden die tijd aan de opvoeding van hun kinderen en jongeren bleken langer door te leren en dus beter beslagen de arbeidsmarkt op te gaan. Forget concludeert “These results would seem to suggest that a Guaranteed Annual Income, implemented broadly in society, may improve health and social outcomes at the community level.” 

Wellicht een alternatief dat ruimte schept en creativiteit vrijmaakt?

It ain’t what you do

“Tweede Kamer bang voor besmetting Brexit-virus.” De kop boven een artikel in de Volkskrant. Een artikel waarin politici worden geciteerd en aangehaald. Dat Wilders ook in Nederland een referendum wil, is niet nieuw. Hij wil uit de EU en denkt dat we vervolgens in het Walhalla terecht komen. Hoe dat Walhalla eruit ziet? Hij weet wat hij niet wil, maar wat hij wel wil?

golden-circle-sinek

Illustratie: dekrachtvancontent.nl

SP-leider Roemer wil een kleiner EU-verdrag waarover vervolgens een referendum wordt gehouden. Alleen hoe overtuig je de andere EU-landen daarvan? Als die al te overtuigen zijn dat er een kleiner verdrag moet komen, ga je dan eerst jaren onderhandelen en een compromis uitwerken om dat compromis vervolgens de kans te laten lopen dat het via een referendum waardeloos wordt? Is dat geen verspilling van tijd? SP-er van Bommel: Het besmettingsgevaar is niet zozeer dat er een Nederlands referendum komt, maar dat de geest uit de fles is. Dat een Nexit onderdeel wordt van de verkiezingen in 2017.” CDA-er Knops voorspeld: “Als de Britten voor een Brexit stemmen, gaat het los in Den Haag.” D’66-er Verhoeven: ‘De zorgen zijn groot.” Uitspraken waarin angst doorklinkt.

Dit lezend, moet ik denken aan de gedragsonderzoeker Simon Sinek en zijn ‘Gouden Cirkel’. Centraal in de ‘Gouden Cirkel’ staan drie vragen: Waarom, Hoe en Wat. De belangrijkste vraag hiervan is waarom? Waarom doe je wat je doet? Een vraag die met gevoel te maken heeft en mensen nemen besluiten op basis van hun gevoel en niet op basis van argumenten, zo beweert Sinek.

Wil je iets bereiken in de politiek, dan moet de vraag waarom als eerste worden beantwoord. ‘Dat je samen sterker staat’, zoals PvdA-er Marit Maij beweert, gelooft iedereen. Al die cijfers over de ‘economische schade’ van een Brexit, die maken geen indruk. Waarom moeten we samen sterker staan? Waarom is die economische schade zo erg? En voor de voorstanders van een Brexit of voor Wilders: waarom is die economische schade niet erg?

‘Omdat wij een betere wereld willen, waarin het goed toeven is voor ons, onze kinderen en alle andere levende wezens. Een wereld waar iedereen, in veiligheid, een menswaardig bestaan kan opbouwen. Die wereld is alleen te realiseren als we samenwerken en krachten bundelen. Want alleen samen staan we sterk en zijn we sterk genoeg om dit te realiseren.’ Dit zou een antwoord van een voorstander van de EU kunnen zijn. Alleen voldoet de huidige EU hier niet aan, dus zou er een toevoeging moeten komen als: ’Daarom gaan wij pleiten voor een verbeterde EU waarin niet de economie maar het welzijn van de mens centraal staat.’

Om Sinek te citeren: “People don’t buy what you do, they buy why do you it.” Hebben politici die spreken over de EU, het alleen maar over het wat? Waar zijn politici en leiders die ons verleiden met een dergelijk verhaal en ons een goed gevoel geven?

Maatschappelijk belang

Carlijne Vos schrijft in het commentaar in de Volkskrant over het D’66 wetsvoorstel om de donorwet aan te passen. Nu moet iemand expliciet aangeven donor te zijn, als het wetsvoorstel wordt aangenomen, moet je expliciet aangeven géén donor te willen zijn.

orgaandonor

Illustratie: afvallen-gezondleven.nl

D’66 heeft dit wetsvoorstel opgesteld, omdat er te weinig donoren zijn om aan de vraag te voldoen. Hierdoor sterven mensen, omdat er geen passende donor is. Ongeveer 25% van de Nederlanders is donor terwijl uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft wel zou willen doneren. Meer donoren vergroten de kans dat er bijvoorbeeld een passend hart is voor een donor patiënt. Daarom zou het goed zijn als meer mensen zouden aangeven donor te willen zijn. Het wetsvoorstel kan eraan bijdragen, maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Ik wil het hebben over het argument van Carlijne Vos in de afsluitende zin van het commentaar: “Het bezwaar dat mensen nu mogelijk ongewild donor worden omdat ze hun post niet open maken of wilsonbekwaam zijn, legt het af tegen het grotere maatschappelijk belang.”

Een van de taken van de overheid is om de zwakkeren te beschermen. Zijn de wachters op een donororgaan de zwakkeren die extra beschermd moeten worden? En wordt die bescherming met dit wetsvoorstel geboden? Zou de overheid niet juist de wilsonbekwamen moeten beschermen?

Deze passage roept meer vragen op. Creëert Vos niet een oneigenlijke tegenstelling om haar opvattingen kracht bij te zetten? De belangen van de wachters op een donororgaan noemt zij een maatschappelijk  belang. Geldt datzelfde niet ook voor de belangen van de wilsonbekwamen of de ongewilde donoren? Is dat niet ook een maatschappelijk belang? Wat maakt dat het ene een maatschappelijk belang is en het ander niet? Waarin zit dat verschil? Of zijn het allemaal individuen met belangen? Heeft de overheid niet ook de taak om voorzichtig om te springen met de belangen van mensen die zo ongewild donor worden?