What are words worth?

“Waarom witte mensen het ‘N-woord’ niet mogen gebruiken.”

De titel boven een artikel bij Joop. Het N-woord staat voor neger en in het artikel, en vooral het bijgevoegde filmpje, legt de Amerikaanse Ta-Nehisi Coates uit waarom niet iedereen het woord neger mag gebruiken. Dit tegen de achtergrond van zwarte hiphoppers die het woord vaak gebruiken in hun teksten, maar er aanstoot aan nemen als anderen dit woord ook gebruiken.

Cultural appropriation

Illustratie: Wikimedia Commons

Aan de hand van wat voorbeelden probeert hij dit duidelijk te maken: “Als voorbeeld noemt hij zijn vrouw die hem ‘honey’ noemt. Dat is prima, maar als wildvreemde vrouwen hem op diezelfde manier zouden aanspreken, dan zou in elk geval zijn vrouw daar wel aanstoot aan nemen. Ook noemt hij zijn vader William. Die werd door diens eigen moeder Billy genoemd, maar het zou niet in Coates’ hoofd opkomen om zijn vader ook zo te noemen.” Hierin kan ik Coates volgen. Ik kan begrijpen en zou het zelf ook niet willen, dat iedere vrouw mij ‘schat’ zou noemen. Dat is iets tussen mijn vrouw en mij. Dat wil echter nog niet zeggen dat die andere vrouwen het woord ‘schat’ niet mogen gebruiken. Maakt dit vergelijk iets duidelijk over het woord  ‘neger’?

Dat woorden gevolgen hebben is overduidelijk en dat het woord neger in de Amerikaanse variant een connotatie heeft, zal ik niet ontkennen. Mag het woord daarom niet worden gebruikt? Coates laat in het bijgevoegde gesprek doorschemeren dat het woord is uitgevonden in of komt uit een bepaalde cultuur en dat mensen uit een andere cultuur daarom niet ‘automatisch’ het recht hebben om dit woord te gebruiken.

Een bijzondere redenering omdat het N-woord al ver voor de uitvinding van de hiphop werd gebruikt. Het wordt in de hiphop scene op eenzelfde manier gebruikt als de Ajax-supporters het woord jood gebruiken. Een manier waar bij een woord dat voor sommige mensen een negatieve connotatie heeft, te gebruiken als ‘strijdvlag’ en kern van een bepaalde identiteit.

Coates is een Amerikaanse auteur en denkt en schrijft vanuit zijn Amerikaanse ervaringen en achtergronden en dan ligt het gebruik van dit woord gevoelig. Bij het artikel tevens een stukje uit een Netflix-serie waarin hetzelfde onderwerp wordt behandeld. Een stukje waarin meteen alle clichés worden opgevoerd en gedramatiseerd. Ik vraag me bij dit artikel af welke bedoeling Joop heeft met het plaatsten van dit artikel op deze manier? Is dit een poging om een Amerikaanse discussie in Nederland te importeren? Zou dit een vorm van ‘cultural appropriation’ zijn?

Cliteuriaans

“Maar de rationele islam zal niet Kantiaans ontstaan, alleen Hobbesiaans.”

Niet stoppen na deze zin uit een artikel van Paul Cliteur bij TPO. Cliteur betoogt dat een ‘rationele islam’ niet vreedzaam zal ontstaan en gebruikt de denkers Immanuel Kant en Thomas Hobbes als contrapunten. Kant voor de vreedzame manier en Hobbes voor de gewelddadige manier. “Wie goed doet, goed ontmoet geldt voor een andere wereld dan de wereld waarin we leven.” Onze overheden zullen weer overheden moeten worden, onze regeringen weer moeten gaan regeren, want anders is het leven solitary, poor, nasty, brutish and short.” Welke maatregelen moeten die regeringen die weer moeten gaan regeren dan nemen? Cliteur: “De financieringsstromen vanuit Saoedi-Arabië zullen moeten worden drooggelegd. De bijzondere leerstoelen gesubsidieerd vanuit Qatar (Tariq Ramadan in Oxford) moeten worden afgeschaft. Talloze Hobbesiaanse maatregelen zullen moeten worden genomen en onze overheden zullen hun onschuld moeten verliezen.”

Cliteur

Foto: Vimeo

Vreemd is wel dat Cliteur in zijn artikel schrijft over een islamiet, Khalid Benhaddou genaamd: “hij hangt een ‘rationele islam’ aan. Dat ‘rationele’ geeft aan dat hij de islam heeft gezuiverd van al die dingen waarmee wij tegenwoordig in botsing komen.” Nu begrijp ik het even niet. Cliteut pleit voor een Hobbiaanse benadering die er nu niet is. Zonder die Hobbiaanse benadering kan er geen rationele islam ontstaan. Hoe kan Benhaddou dan een rationele islam aanhangen? Die kon toch niet ontstaan?

Zou Benhaddou trouwens de enige rationele islamiet zijn? Welke islam zouden bijvoorbeeld de burgemeesters Aboutaleb en Marcouch aanhangen? Of kamervoorzitter Khadija Arib? Zou het kunnen dat die rationele islam al lang bestaat? En al was Benhaddou op dit moment de enige rationele islamiet, bevestigt hij dan niet het ongelijk van Cliteur? Immers ook zonder die Hobbesiaanse maatregelen blijkt er immers een rationele islam te kunnen ontstaan. Dat iets is ontstaan, wat volgens je eigen theorie niet kan ontstaan en het vervolgens niet zien als een ontkrachting van je theorie, zullen we dat vanaf nu dan Cliteuriaans denken noemen?

Zou het niet precies omgekeerd zijn, dat juist het: “theoterrorisme en jihadisme,” zoals Cliteur het noemt, welvaart bij Hobbesiaanse praat en maatregelen? Maatregelen zoals het verbieden, afschaffen en overheden die hun ‘onschuld verliezen?

Vergrijzen

“Dat de Amerikaanse president naar Azië is gegaan om de Amerikaanse economische problemen op te lossen, is voor Europa een teken aan de wand. Het economische potentieel is er gigantisch, in tegenstelling tot het vergrijzende ‘oude continent’.”

ouderen

Foto: vergrijzing | Marina Noordegraaf | Flickr

De eerste zinnen van een artikel van Robbert de Witt op de site van Elsevier. Daar waar in vroeger jaren Europa de belangrijkste Amerikaanse handelspartner was, is dat nu Azië en dus wordt dat continent ook als eerste bezocht als er economische ‘stront aan de knikker’ is en die ‘stront’ is er. De Amerikaanse handelstekorten met Aziatische landen zijn enorm: “En dus hamert Trump vandaag in de Vietnamese havenstad Da Nang opnieuw op de nadelige effecten hiervan voor de Verenigde Staten. Amerika, waarschuwde Trump, zal ‘chronisch handelsmisbruik’ niet langer tolereren.”

Het gaat mij er nu even niet om dat de Verenigde Staten bijna met ieder land een handelstekort hebben. Sterker nog het gaat mij helemaal niet om de economie. Het gaat mij om ‘het vergrijzende ‘oude continent’. Door op deze manier over Europa te spreken en dit af te zetten tegen Azië lijkt het alsof Azië bruisend en jong is.

Inderdaad, de bevolking van Europa vergrijst. Klik op de link en de komende links voor de bevolkingspiramide. Maar wacht eens, gaat dat niet ook op voor bijvoorbeeld Japan, een land waarvan de bevolking krimpt? En laten we eens naar China kijken, ‘vergrijst’ dat land niet in bijna hetzelfde tempo? Net als trouwens Zuid-Korea, buurland Noord-Korea en Thailand. India en Indonesië laten een ietsjes ander beeld zien, maar ook daar heeft de piramide niet echt de vorm van een piramide. Het zal economisch best bruisen in Azië, vergrijzen doet het echter ook, net als Europa.

Het economische potentieel zal in Azië best groter zijn dan in Europa, er wonen immers ook veel meer mensen en de economische ontwikkeling is in vele Aziatische landen nog minder gevorderd dan in Europa. Vele landen in Azië vergrijzen echter net zo hard en een enkel land (Japan) zelf sneller dan Europa. Voor echte jeugdige samenlevingen Moet Trump toch echt in Afrika, bijvoorbeeld Nigeria, Kameroen, Mali of Kenia of het Midden-Oosten, bijvoorbeeld Egypte, Irak en Jordanië, zijn. Bovendien is daar het economische potentieel nog groter dan in Azië omdat de economische ontwikkeling nog veel minder is dan in de meeste Aziatische landen.

Een pleidooi voor chaos?

Publicist Diederik Mallien geeft onze gekozen volksvertegenwoordigers een bijzondere rol en positie:

“namens het volk discussiëren en debatteren,”

want dat is wat representatief volgens hem betekent, aldus zijn artikel bij Joop. Eigenlijk doen ze niets meer en niets minder dan dat ik dadelijk in het café ga doen met mijn softbal-vrienden. Gewoon wat kletsen, maar dan wel goed betaald en met koffie van de zaak, terwijl ik mijn drankjes zelf moet betalen.

chaos

Illustratie: Pixabay

Mallien windt zich op over de manier waarop de Nederlandse kabinetten omgaan met het raadgevend correctief referendum en heeft heel bijzondere opvattingen over democratie waarvan ik hierboven al een voorbeeld optekende. In zijn artikel concludeert hij: “In een echte democratie moet het volk de mogelijkheid hebben voor of tegen te stemmen bij elke beslissing (die) wordt genomen door de regering.” Een prachtige conclusie en kunnen we op basis van die conclusie dan ook maar meteen concluderen dat er geen enkele ‘echte democratie’ is in deze wereld? Er zijn landen met referenda, er is echter geen enkel land waar ‘het volk’ bij elke beslissing van de regering de mogelijkheid heeft om voor of tegen te stemmen.

Er is van alles aan te merken op onze parlementaire democratie. Het duurt soms heel lang voordat er op belangrijke punten voortgang wordt geboekt. Maar, het werkt wel. Zou een samenleving met ‘Mallien-democratie’ kunnen functioneren? Het parlement kan in ieder geval worden afgeschaft. Het is immers een betaalde discussie en debat-club die verder niets toevoegt.

Wat zou de positie van de regering in zo’n democratie zijn? In onze democratie bestuurt de regering het land, ze neemt besluiten en die worden vervolgens uitgevoerd. Hoe zit dat in een ‘Mallien-democratie’? Wat is dan de rol van de regering? Besluiten nemen ze niet, dat doet immers ‘het volk’. Is de regering dan niet een adviesraad die ‘het volk’ adviseert hoe te kiezen? Een soort ‘Raad van State’, maar die hebben we toch al? Kunnen we dan een van de twee afschaffen?

Als we alle besluiten van gemeenten, provincies, het rijk en de EU bij elkaar optellen, dan is dat een flink aantal. Dan zouden we zo ongeveer iedere dag naar de stembus moeten om over een of meer onderwerpen te stemmen. En om goed gemotiveerd te kunnen stemmen, is inlezen en in even in de materie nodig. Dat zou een flinke dagtaak zijn, wanneer moet ik dan werken voor mijn geld? En als dat voor mij geldt, wie voert dan die besluiten uit?

Een mooi betoog op papier, maar chaos in de werkelijkheid? Toch maar even de goede kanten van onze parlementaire democratie koesteren? Voor de minder goede kanten zijn andere oplossingen mogelijk.

Jeugd en toekomst

“Zonder de overheersende stem van vijftigplussers was Trump geen president in de Verenigde Staten, en zouden de Britten geen Brexit voor hun kiezen krijgen. Ongeacht wat je vindt van Trump en de Brexit, feit is dat jongeren keihard overstemd werden.”

Zo start een artikel bij Joop van twee jeugdige kandidaat-raadsleden, Rob Hofland uit Amsterdam en Elene Walgenbach uit Rotterdam, voor D66 bij de komende raadsverkiezingen. Ze constateren dat de jeugdigen worden overstemd door de alom tegenwoordige vijftigplussers. Vijftigplussers die bovendien ook dominant zijn in volksvertegenwoordigende functies: “In onze steden, Amsterdam en Rotterdam, zijn er van de in totaal 90 gemeenteraadsleden slechts 3 jonger dan 30.”

jong en oud

Foto: PxHere

Dat moet anders en daarom roepen ze jongeren op om zich beschikbaar te stellen. Want: “De stem van jongeren, zowel in de stembus als in het debat, is belangrijk omdat juist jongeren staan voor een betere toekomst. Of het nu gaat om een gezonde, groene toekomst, een eerlijk pensioen of meer betaalbare huizen: daar zijn veranderingen voor nodig die de oudere generatie liever niet ziet komen, of voor zich uit blijft schuiven.” Als vijftigplusser kan ik het pleidooi voor meer jeugdige volksvertegenwoordigers van harte onderschrijven. Maar bij het door de beide auteurs gegeven argument gaan mijn haren toch lichtelijk van ergernis overeind staan.

Wordt hier niet een karikatuur van de werkelijkheid gemaakt? Vreemd dan dat, om een Amerikaans voorbeeld te noemen, de meest progressieve kandidaat bij de Amerikaanse voorverkiezingen ver in de zeventig was. Vreemd ook dat een van de meest behoudende fractievoorzitters in Nederland de jeugdige Baudet is. Zou Sanders de enige vooruitstrevende vernieuwende oudere zijn en Baudet de enige conservatieve, behoudende jongere? Dat lijkt me sterk. Een ander voorbeeld, de Ballonnendoorpikker, een vijftigplusser, behoudend en conservatief of vooruitstrevend en vernieuwend?

Beste jonge kandidaat-raadsleden. Ik geloof meteen dat: “Er zijn genoeg jongeren die barsten van het talent en de politieke ambitie.” Waarvan de “ervaring per definitie beperkt,” is  maar (met) een frisse blik (die) minstens zo waardevol” kan zijn. Er zijn echter ook voldoende jongeren met een belegen en bekrompen blik.

De jeugd heeft de toekomst volgens het spreekwoord, alleen welke toekomst? Als jullie werkelijk vernieuwende friskijkers willen, zouden jullie dan niet moeten zoeken naar ‘vernieuwende friskijkers’ en niet (alleen) naar jongeren?

Bubbels

“Nee, een kredietcrisis zoals die van tien jaar geleden zouden we nooit meer krijgen. Want we hebben ons lesje geleerd en maatregelen genomen. En toch zijn er volop signalen dat de geschiedenis zich aan het herhalen is.”

Een van de eerste zinnen van een artikel van Jochem van Staalduine in de Volkskrant.

Bubbels

Illustratie: Pixabay

Van Staalduine signaleert dat er, met name in de Verenigde Staten weer volop riskante leningen worden verstrekt. De kans bestaat dat dit jaar het ‘record’ riskante leningen uit 2007 wordt verbroken. Ook worden risico’s weer verdoezeld, de collateralized debt obligations (CDO) zijn weer terug onder een andere naam, de D is vervangen door de L van ‘loan’. Inhoudelijk is het nog steeds een onoverzichtelijke bundeling van leningen. De strenge bankenregulering in de VS wordt alweer teruggedraaid en het toezicht op de sector wordt verminderd. De huizenprijzen schieten de hoogte in waarbij vooral opvalt dat beleggers huizen kopen. Als laatste stromen er weer bakken geld naar ‘techstart-ups’ die nog niets hebben gepresteerd. Van Staalduine concludeert: “Economen zijn het erover eens dat mensen weinig geleerd hebben van het vorige falen van de economie en stellen zelfs dat dit collectieve geheugenverlies normaal is.”

Zorgelijk dat het lijkt of er weer niet wordt geleerd van het verleden. In mijn ‘bubbel’ gaat dit verhaal erin als koek, geen speld tussen te krijgen. Als ik buiten mijn ‘bubbel’ ga buurten zouden er dan heel ander verhalen mogelijk zijn? Bijvoorbeeld een ‘bubbel’ met een verhaal waarbij we tot de conclusie komen dat er juist veel is geleerd van de crisis. In dat verhaal was de crisis geen falen van de markt, maar van de overheid. Al dat toezicht en die controle is in dat verhaal overbodig, de markt zorgt immers altijd voor evenwicht en tevredenheid. Die bemoeide zich nog veel te veel met de economie. Hoge prijzen voor huizen en techstart-ups zijn geen probleem, als iemand die hoge prijs wil betalen en het risico wil lopen, laat hem dan zijn gang gaan. In dat verhaal gaat het nu weer de goede kant op. Zou deze libertaire visie niet leidend kunnen zijn in de kringen van politiek en bestuur?

Wellicht nog een andere ‘bubbel’ met een ander verhaal. Ook eentje waarbij de les goed is geleerd. De bankencrisis is immers opgelost door overheidsingrijpen. Die heeft slechte financiële producten opgekocht en zo goed geld gegeven aan investeerders. Goed geld voor slechte producten. Niets wijst erop dat overheden in een volgende crisis anders zullen handelen, dus waarom je gedrag veranderen? De les is immers: neem individueel risico het collectief draait op voor de kosten. Zou deze cynische bubbel niet leidend kunnen zijn in de financiële wereld?

Zou het kunnen dat de libertaire visie en de cynische visie dominant zijn in de kringen van de ‘powers that be’? Zou de waarschuwing van Van Staalduine indruk maken op deze twee bubbels?

Journalistiek?

“Politiemensen moeten hun werk kunnen doen, journalisten moeten hun werk kunnen doen. Dit is een land waar de staat en niet de straat regeert,”

deze woorden sprak premier Rutte tijdens zijn vrijdagse persconferentie naar aanleiding van de moord op een 22 jarige man uit Blerick. Inderdaad politiemensen en journalisten moeten hun werk kunnen doen. Journalisten moeten verslag kunnen doen van het nieuws en dat is het verzamelen, controleren, analyseren van nieuws en er vervolgens over rapporteren.

PowNed

Foto: PowNed – Wikipedia

Laten we eens even kijken naar wat voorbeelden rond deze casus. Neem Elsevier: “Woensdagmiddag werd de … op straat doodgeschoten, vermoedelijk door leden van een rivaliserende Antilliaanse drugsbende.” Een schoolvoorbeeld van de huidige tijd. Er gebeurt iets, een moord of een neerstortend vliegtuig en een minuut later moet er een verklaring zijn. Alleen die verklaring is voorlopig pure speculatie. Behoort speculeren tot het werk van de journalist? Een juiste analyse zou zijn: we weten niet wie er heeft geschoten en wat de achtergrond erbij is.

In een ander artikel bij Elsevier valt het volgende te lezen: “Het slachtoffer zou familie zijn van …, oud-lid van de bende van Venlo. Deze bende zou zich in 1993 en 1994 schuldig hebben gemaakt aan meer dan 250 geweldsdelicten in de regio. Daaronder tal van moorden met geld als motief.” Het kan dat het slachtoffer familie is van, maar wat bewijst dat? Het enige wat er gebeurt is dat een man wordt gelieerd aan gebeurtenissen waaraan hij part nog deel had, hij was in 1993 en 1994 nog niet geboren. Wellicht heeft de vermoorde man ook wel een tante in de politiek of een neef die profvoetballer is, dit allemaal, net als die oom, doet niet terzake.

Een voorbeeld van de bewegende media. We gaan onder het mom van ‘proeven wat er onder de mensen leeft’ met een camera in een gebied waar iets is gebeurd en de gemoederen verhit zijn, staan en wachten af. Er is altijd wel iemand die boos reageert op de aanwezigheid van die camera en begint te schelden, je bekogelt met iets of een klap uitdeelt. Iets wat niet goed is te praten, maar in een kruitvat is een klein lontje al voldoende. Deze tactiek wordt vooral door PowNed toegepast. Om te laten zien dat je ‘gewoon je werk deed’ plaats je er wat interviews omheen, een paar over de eigenlijke zaak en na de tumult eentje met een burgemeester of andere ambtsdrager die vervolgens moet zeggen dat de ‘journalist toch gewoon zijn werk moet kunnen doen. Een werkwijze die door een voorganger bij PowNed satire werd genoemd.

Suggestie, speculatie en als klap op de vuurpijl nieuwscreatie op een kwalijke manier. Zouden de media zich niet veel terughoudender moeten opstellen? Zich alleen beperken tot de feiten en verre blijven van speculatie? Zou dat misschien ook het werk van de politie vergemakkelijken?

Uitgestoken hand

De afgelopen week gebeurde mij iets heel bijzonders. De Correspondent publiceerde in het kader van de ‘maand van de verzwegen geschiedenis’ een artikel van Patricia D. Gomes. Gomes beschrijft de afschaffing van de slavernij in Suriname. In 1863 werd de slavernij dan wel afgeschaft, dat betekende niet dat alle slaven meteen vrij waren: “Slaafgemaakten in Suriname kregen bij de proclamatie van de ‘afschaffing’ van de slavernij op 1 juli 1863 te horen dat ze nog tien jaar verplicht op de plantages en de werkhuizen moesten blijven werken, tot 1873 dus.” Gomes pleit ervoor om hier expliciet aandacht aan te besteden in de geschiedenisboeken.

uitgestoken hand

Foto: Flickr

Als dit in de geschiedenis lesboeken moet, dan met het brede perspectief, zo pleitte ik. Het verplicht blijven werken na ‘afschaffing’ van de slavernij was niet typisch Surinaams, ook Europese lijfeigenen moesten vaak nog vele jaren voor de landheer blijven werken om deze te compenseren, eigenlijk om zichzelf vrij te kopen. Gomes reageerde dat ze dit prima vond, maar dan wel speciale aandacht voor de zwarte slachtoffers, want: “vergeet niet dat de zwarte slachtoffers extra hebben geleden vanwege de geestelijke en lichamelijk ontberingen die hun weerga in de geschiedenis niet kennen. En dat hun nakomelingen – mensen als ik – nog steeds last hebben van de erfenissen wat betreft gelijke toegang tot het goede der aarde en dat witte mensen over het algemeen nog steeds denken dat ze al hun privileges geheel en al aan zichzelf te danken hebben en dat ze niet lijken in te zien (want zgn meritocratie) dat hun voordelen berusten op eeuwenlange uitbuiting en onderdrukking.” Daar sta je dan als ‘gepriviligeerde ‘witte’ en ook nog eens man. Mooi in de hoek gezet, blind voor het grote voordeel dat je hebt. Ben je, door je pleidooi voor perspectief, ineens beland in het ‘witte-privilege-denken’.

Ik antwoordde dat ik niet mee wil doen aan een spelletje ‘wie heeft het meeste geleden’, maar dat ik, omdat ik me realiseer dat door een toeval mij het geluk heeft toegelachen. Het toeval dat ik geboren ben in de situatie waarin ik geboren ben en dat dit toeval mij de plicht geeft om in het hier en nu anderen, die het minder hebben getroffen, te helpen om het beter te krijgen. Om mijn geluk te delen. Dat zij, als zij dat ook wil, mij aan haar zijde vindt.

Dat had ik verkeerd gezien: “Voor mij bestaat toeval niet en is alles oorzakelijk verbonden. We spreken alleen van toeval wanneer we we (nog) niet in staat zijn alle oorzaken en gevolgen waar te nemen vanwege onze gebrekkige waarnemingsvermogen en intelligentie die verhinderen dat we het hele plaatje zien. Mensen die in toeval geloven zeggen volgens mij zoiets als: Ik zie het niet/ ik ervaar het niet, dus bestaat het niet en wat ik wel zie/ervaar kan ook zomaar… uit het iets ontstaan. Dat is een comfortabele positie, waarbij je niet verder hoeft te kijken dan je neus lang is. Ik bedoel dit niet beledigend.” Aldus Gomes en daar sta ik dan met mijn uitgestoken hand.

Als je zelf je plek kiest waar je wordt geboren, had je dan niet beter moeten kiezen? En als er een ‘plaatsverdeler’ is, moet die er dan niet op worden aangesproken?

Ponzifraude

Een briefje van twintig euro. Een klein papiertje met een blauwe opdruk, de ramen van een gotische kerk en op de andere kant een kaartje van Europa. Ik kan ermee naar de winkel gaan en dan kan ik er brood, pasta of een kratje bier voor kopen. In vroeger tijden werkten schelpen ook. Eigenlijk vreemd dat ik zoiets belangrijks als eten of drinken krijg voor iets zo onbelangrijks als dat gekleurde snippertje papier. Maar omdat iedereen erin gelooft kan het.

Dat is de kracht van geld. Geld maakt het economische verkeer makkelijk. Ik hoef nu niet iedere keer meer om te rekenen hoeveel ‘advies’ ik moet geven voor een brood. En als de bakker geen advies nodig heeft en ik wel brood, dan hoef ik niet op zoek naar iemand die wel behoefte heeft aan ‘advies’ en die iets heeft wat de bakker wel wil zodat we een ruilketen kunnen maken.

geld

Illustratie: Public Domain Pictures

De afgelopen jaren schijnt er een nieuwe vorm van geld bij te zijn gekomen, de bitcoin: “… revolutionair, decentraal, neutraal en vrijwillig. Om het simpel te stellen: bitcoins zijn digitaal geld en je kan ze dus gebruiken net zoals je dat met Euro’s of Dollars zou doen. Je kan er goederen mee kopen, ze onderling uitwisselen, ze ontvangen in ruil voor een dienst, ermee speculeren of ze weer omruilen voor bijvoorbeeld Euro’s. En dat zijn nog maar een paar van de bijna ontelbare toepassingen.” Die nieuwe munt is een wonder der technologie en bestaat alleen maar virtueel, dus bij een grote langdurige stroomstoring kan er niet meer worden betaald. Dan wordt het bij de andere munten ook lastig omdat het grootste deel van de ‘handel’ ook virtueel wordt betaald, maar die bieden dan het reële alternatief van briefjes en munten.

Wat ik het meest bijzondere aan deze ‘nieuwe munt’ vind, is dat er reclame voor moet worden gemaakt. Zo las ik in de Volkskrant dat beroemde Amerikanen en ‘beroemde’ Nederlanders er reclame voor maken. ‘Beroemde’ tussen aanhalingstekens omdat ik nog nooit heb gehoord van Joel Beukers en Nipsey Hussle. Is er niet iets goed mis met geld waarvoor ‘reclame’ moet worden gemaakt? Als geld wordt vertrouwd, is reclame immers niet nodig, dan accepteert iedereen het als vanzelf.

Nu is er met die bitcoin en andere ‘virtuele munten’ want er zijn er meer, iets bijzonders aan de hand. Die munt is het afgelopen halfjaar ongeveer vijfduizend euro in waarde gestegen en meer dan vijf keer zo veel waard geworden. Sinds zijn uitvinding in augustus 2010 is hij 12.681.660% in waarde gestegen. Dat is mooi voor degene die de eerste bitcoin in omloop bracht. Stel hij bracht er honderd in omloop en gaf er tien niet uit, dan heeft hij met die tien die hij in bezit heeft gehouden een kapitaal vergaard van meer dan 126 miljoen euro.

Iets wat allemaal is betaald door de latere instappers. Lijkt dat niet verdacht veel op een Ponzifraude of een piramidespel? Dat kan de reclame verklaren. Er is immers nieuwe inleg in euro’s, dollars en andere echte valuta nodig om de oude investeerder uit te betalen in die euro’s, dollars en andere echte valuta.

… geen garantie voor de toekomst

“Klinisch oordeel voorspelt niet, actuariële risicotaxatie wel. Ook, juist, in ‘individuele zaken’. Zoals wij in het rapport schrijven is een groep niets meer dan een verzameling individuen.”

Een zin uit het betoog in de Volkskrant van Corinne Dettmeijer-Vermeulen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen en Laura Meneti, onderzoeker bij Nationaal Rapporteur, waarin zij zich verweren tegen kritiek op de statistische manier van risicotaxatie van recidive, waarvan zij pleitbezorgers zijn. Een manier waarbij naar risicofactoren en welk deel van de mensen die risicofactor hun eerdere foute gedrag herhalen. Die ‘actuariële risicotaxatie moet vervolgens bepalen welke straf of behandeling de betrokken persoon krijgt.

statitstiek

Illustratie: foodnavigator.com

Een redelijk betoog. Die statistische berekeningen zijn immers volgens de kunst van de wetenschap uitgevoerd. Zo kan een besluit in een individuele zaak wetenschappelijk worden onderbouwd en hangt het niet af van selectieve beoordelingen door personen. Het persoonlijke oordeel wordt uit de beoordeling gehaald, het oordeel wordt objectiever.

Toch roept dit bij mij wat vragen op. Gebeurt er zo niet nog iets anders? Wordt op deze manier niet ook het persoonlijke van de mens die terecht staat uit het oordeel gehaald? Draait het zo niet alleen om factoren van de persoon die als risicovol worden gezien? Wordt hij zo niet beoordeeld en bij het bepalen van zijn strafmaat veroordeeld, voor het bezitten van die factoren? Hoe zit het met andere kenmerken of factoren van deze persoon? Kenmerken die het risico beperken? Wellicht bezit deze persoon juist een combinatie van kenmerken die herhaling voorkomt. Kenmerken die zo buiten beschouwing worden gelaten. Zou daar ook niet naar gezocht en gekeken moeten worden?

Nog een slagje verder. Wordt iemand zo niet be- en veroordeeld op basis van de daden van anderen? Die actuariële risicotaxatie is een verzameling gegevens uit het verleden. gegevens waarbij mensen zijn ontleed in kenmerken en waarbij per kenmerk is geturfd hoevaak iemand zijn fout herhaalde. Hoe terecht is het om iemand in het heden te beoordelen op mogelijke daden in de toekomst, waarbij het oordeel is gebaseerd op deelgegevens van anderen uit het verleden? Deelgegevens, want die gegevens handelen niet over personen maar over kenmerken.

Moet in een rechtszaak en dus ook bij het inschatten van het risico op recidive niet de hele persoon met al zijn kenmerken, nukken, eigenaardigheden, goede en slechte eigenschappen worden beoordeeld en niet slechts enkele risicofactoren? Of een groep niet meer dan een verzameling individuen is, daar kun je een boom over opzetten. Een individu is zeker meer dan een verzameling kenmerken. In de beleggerswereld staan statistische gegevens ook centraal en bij ieder product dat daar wordt aangeboden eindigt de reclame met een volgende soort zin: “ Let op. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.’