Uitspreken en uitspraken

“Als een slachtoffer niet voor de juridische weg kiest, maar wel het verhaal vertelt, respecteer dat. Eis geen aangifte en al helemaal geen bewijs. Ga niet op de stoel zitten van de rechter in een niet bestaande rechtszaak. Luister, geef steun waar nodig en gewenst. En word zelf geen dader. Dat is wat je kan doen en dat is waar het om gaat.”

De laatste zin uit een artikel van Walter Hoogerbeets bij Joop. Hoogerbeets reageert op de commotie die is ontstaan naar aanleiding van de #MeToo verklaring van Jelle Brand Corstius.

Me tooIllustratie: Pixabay

Volgens Hoorgerbeets willen veel slachtoffers die met hun verhaal naar buiten komen niet de juridische kant op omdat ze weten dat dit een lastig en vaak heilloos traject is. Wat ze willen is een signaal afgeven om het probleem aan te kaarten en duidelijk maken dat het moet stoppen en: “Ze spreken zich uit omdat ze het verhaal kwijt willen over wat hen is aangedaan. Omdat ze een beetje hulp en steun willen.” Een lovenswaardig streven, de wereld verbeteren voor hen die na hen komen dat hoopt de Ballonnendoorprikker op zijn manier ook te doen. Ook de roep om aandacht is te begrijpen.

Toch gaat Hoogerbeets ergens aan voorbij. Door zich uit te spreken, kan het gebeuren dat er iemand wordt beschuldigd. Door een naam te noemen of door zodanige aanwijzingen dat de naam te achterhalen is, wordt er iemand beschuldigd. Vergeet hij niet een zijde van de medaille, namelijk de zijde van de vermeende dader?

Die beschuldigde kan een heel ander beeld hebben van het gebeurde. Dat is wat in de casus Brand Corstius ook aan de hand lijkt te zijn. Bekent hij schuld dan hangt hij. Ontkent hij dan ontstaat er een welles-nietes situatie. Als hij niet reageert, dan blijft het eerste beeld hangen en dat beeld maakt hem schuldig. Wie weet wat er werkelijk is gebeurd, zeker als het gebeurde al jaren geleden plaatsvond? Dat is zelfs voor een rechter zeer lastig als er geen andere verklaringen zijn dan die van de twee betrokken personen.

Als de uitspreker werkelijk de waarheid spreekt, dan is daar overheen te komen, maar wie kan dat beoordelen? Maakt deze manier van handelen het niet mogelijk om bewust iemand ten onrechte in een kwaad daglicht te stellen? Is het in zo’n geval niet begrijpelijk dat er een reactie volgt zoals nu in de casus Brand Corstius? Daarbij aangetekend dat ik niet beweer dat de casus Brand Corstius een voorbeeld is van ten onrechte beschuldigen, daar kan ik geen uitspraak over doen.

In der Beschränkung zeigt sich der Meister

“De bevordering van emancipatie van LHBTI en mensen met een beperking is belangrijk en door verschillende maatschappelijke groeperingen onder de aandacht gebracht. Er worden verschillende maatregelen tegen discriminatie genomen zoals de aanvulling van artikel 1 van de Grondwet tegen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en een beperking.” 

Een van de zaken waar het pas gestarte kabinet mee aan de slag gaat, dat staat tenminste in het regeerakkoord.

discriminatie

Foto: Flickr

Goed dat de gelijke behandeling van mensen en het voorkomen van discriminatie van mensen op grond van hun sexualiteit of eventuele beperking ter hand wordt genomen. Artikel 1 van de Grondwet luidt nu: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Als ik het goed begrijp, worden seksuele voorkeur en beperking aan dit lijstje toegevoegd. Toch een kritische noot hierbij. Niet bij het doel, maar het middel dat het kabinet wil inzetten, het aanpassen van dit artikel.

Wordt het artikel in de Grondwet sterker door er nieuwe categorieën aan toe te voegen? Waar eindigt het toevoegen van categorieën? Hoe zit het met ouderen, jeugdigen, mensen met flaporen, grote neuzen, dikke derrières? Moeten die ook aan het lijstje worden toegevoegd? Gebeurt er door het toevoegen van groepen en categorieën niet iets bijzonders, namelijk dat juist de nadruk wordt gelegd op deze groepen en categorieën? Worden zij zo niet ongelijk behandeld terwijl juist gelijke behandeling het doel is?

Zou het niet veel sterker zijn om, als de Grondwet toch moet worden gewijzigd, de gehele laatste zin weg kunnen laten en het artikel beperken tot ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld”? Maakt dat het artikel niet veel sterker omdat het precies dat zegt wat we bedoelen, namelijk dat iedereen in gelijke gevallen gelijk wordt behandeld. Dat ongelijke behandeling niet mag? En als er dan echt toch een tweede zin moet zijn, zou die dan niet beperkt moeten worden tot ‘Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan’?

Een kort maar krachtig artikel. Zou dat niet een beter middel zijn om dat doel te bereiken. Of om een Duits spreekwoord aan te halen dat het nog beter uitdrukt:

In der Beschränkung zeigt sich der Meister.

Wraak op vroeger

“De dominante opvattingen van die tijd waren geen opvattingen maar geloofsartikelen. Van de stelligheid waarmee ze werden uitgedragen, ging iets intimiderends uit. Wie er geen deelgenoot van was, had het gevoel te zondigen tegen de tijdgeest – na de doodverklaring van God de hoogste autoriteit.”

De mooiste zin uit het artikel van Sander van Walsum in de Volkskrant. Deze zin beschrijft de sfeer in de jaren zeventig van de vorige eeuw en beweert dat #MeToo afrekent met de ‘hardnekkige restanten’ van de jaren zeventig.

MeToo

Illustratie: Flickr

Even vooraf, natuurlijk is seksueel geweld en – misbruik afschuwelijk en moeten de daders worden gestraft.

Er is iets met dat ‘afrekenen’, worden we tegenwoordig niet overspoeld met ‘#MeToo-achtige’ golven die ons vragen om ‘af te rekenen’ met een voorbije tijd? Altijd is er wel iets uit vervlogen jaren waarmee moet worden afgerekend. De hippies waarmee nu moet worden afgerekend, rekenden af met het collectieve en de ‘groepsdruk’ en pleitten voor de ontplooiing van het individu, vrijheid en alles moet kunnen. Nou ja alles, bemoeienis met Vietnam natuurlijk niet. Via Vietnam komen we als vanzelf bij het kolonialisme, ook daar sturen velen een  ‘#MeToo-achtig’ bericht als slachtoffer van de koloniale politiek van de westerse wereld. En van het kolonialisme is het maar een kleine stap tot de slavernij en logische achterstelling en discriminatie van mensen. Ook hier wemelt het van een soort van ‘#MeToo’ berichten en moet met de schuldigen, de ‘witten’ worden ‘afgerekend’. Een andere favoriet waarmee moet worden afgerekend is de ‘links multiculturalistische Gutmensch’ uit de jaren tachtig en negentig die problemen met migratie ontkende en geloofde in de ‘hemel op aarde’, maar dan met meerdere geloven en culturen. Ook tegen hen wemelt het ‘slachtoffers’ die zich melden met een  soort’ #MeToo’ bericht.

In al die gevallen worden de ‘dominante opvattingen’ van een tijd aan de kaak gesteld waarmee afgerekend moet worden. Ze verkondigden hun opvattingen immers als ‘geloofsartikelen’ en wie zich ertegen verzette was ‘zondig’.

Wat mij opvalt aan dat ‘afrekenen met vroeger tijden’ is dat de oproepers ertoe vaak zeer dominante opvattingen hebben, zo dominant dat het wel ‘geloofsartikelen’ lijken. ‘Geloofsartikelen’ die met een stelligheid worden uitgedragen dat het intimiderend overkomt en het zeer lastig wordt om een andere, genuanceerdere boodschap te laten horen. Geloofsartikelen die verdeeldheid zaaien terwijl ze naar verbinding zeggen te zoeken. Zo intimiderend dat je je zondig gaat voelen en aan jezelf gaat twijfelen omdat je de ‘tijdgeest tegen hebt’ en daardoor maatschappelijk ‘doodverklaard’ lijkt.

Zou deze ‘wraak op vroeger’ en de verdeeldheid die het veroorzaakt iets zijn waar men zich in toekomstige tijden tegen gaat afzetten in een nieuwe ‘#MeToo’? In dat laatste geval alvast ‘#MeToo’.

I fought the law and …

“The law don’t mean shit if you got the right friends. That’s how this country’s run. Twinkies are the best friends I ever had.”

Een couplet uit het nummer I fought the Law van de Amerikaanse punkband Dead Kennedys. Zelfde melodie en muziek (alleen wat sneller) als het nummer met dezelfde titel van de Britse punkband The Clash, maar andere tekst. Ik moest aan dit nummer denken waarin de Dead Kennedys de ongelijkheid voor de wet in de Verenigde Staten aan de kaak stellen.

dead kennedys

Illustratie: Flickr

“Het CDA is tegen het referendum, maar nu het er is, moet de uitslag worden gerespecteerd.” Deze uitspraak deed CDA-kamerlid en woordvoerder Pieter Omzigt in november 2015. Een paar maanden later, na het referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne sprak fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma de volgende woorden: “De democratie is geen laboratorium waar je zonder consequenties kunt experimenteren. 4 miljoen echte Nederlanders zijn op 6 april naar echte stembureaus gegaan, waar ze echt hebben gestemd. Kosten 40 miljoen euro. Resultaat: een groot vraagteken. Een patstelling zelfs. En ik voorspel u: aan het eind van de rit, nog minder vertrouwen in de politiek.” 

Nu een kleine anderhalf jaar van ‘voortschrijdend inzicht’ verder en met een komend referendum over de ‘sleepwet’ die geheime – en opsporingsdiensten veel meer bevoegdheden geeft om gegevens van willekeurige burgers te verzamelen en bewaren, denkt het CDA er bij monde van haar leider Buma weer anders over“We hebben afgesproken dat we het referendum gaan afschaffen. Het is een rest uit het verleden. En ik wil dat die ‘sleepwet’ doorgaat. Hier ga ik de keuze maken dat we dit referendum niet beschouwen als een echt referendum.” Een referendum dat er toch echt gaat komen omdat die ‘rest’ uit het verleden nog steeds van kracht is. En op grond van die wet zal dat referendum toch echt een ‘echt’ referendum zijn, wat Buma ook beweert.

Is het niet vreemd dat de fractievoorzitter en politiek leider van een van de grotere partijen én van een van de regeringspartijen blijk geeft van een dergelijke minachting voor de wet? Als jurist zou Buma toch gehoord moeten hebben van de beginselen van behoorlijk bestuur en dan vooral het rechtszekerheidsbeginsel? Er is veel tegen de referendumwet in te brengen, dat heb ik eerder ook al enkele keren gedaan. Het staat Buma en de regeringspartijen vrij om een voorstel in te dienen om de referendumwet te veranderen of in te trekken. Totdat dat voorstel is aangenomen, is de huidige referendumwet van kracht en hebben parlement en regering zich eraan te houden. Zou Buma niet eens moeten gaan praten met zijn partijgenoot Omzigt, die leek dit in 2015 te begrijpen?

Als we ons toch niet aan ‘resten uit het verleden’ hoeven te houden zoals Buma beweert, waarom dan een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), zoals de ‘sleepwet’ officieel heet, dan doe je toch gewoon wat je wilt. Dat is wat Buma nu ook van plan is. Waarom dan überhaupt nog wetten, je hebt toch immers ‘the right friends’ en kunt het refrein meezingen:

“I fought the law and I won.”

Denken en Can Do(en)

Het nieuwe Nederlandse kabinet stond afgelopen donderdag op het bordes bij de koning voor de traditionele statiefoto. Over die foto en vooral de kleren en schoenen is al veel geschreven en dat laat ik dan ook zo. Ik wil het hebben over wat het motto van het kabinet lijkt. De nieuwe minister van defensie, Ank Bijleveld, formuleerde het, zo las ik in de Volkskrant, als volgt:

“Dit wordt een uitvoeringskabinet. Wij gaan vertrouwen winnen door dingen te doen. Doen is het nieuwe denken. Ik heb vandaag om me heen gekeken naar de ploeg en ik dacht: dit is een type mensen dat dat kan.”

Bij Pauw op tv zei de CDA vice-premier Hugo de Jong iets soortgelijks.

Can Do

Foto: Pixabay

Als met dat ‘doen’ wordt bedoeld het uitvoeren van alles wat er in het regeerakkoord wordt genoemd, wat gaan ze dan doen? In dezelfde krant was Frank Kalshoven daarover zeer kritisch: “het regeerakkoord is geen verzameling beleidsmaatregelen, maar vooral een geannoteerde agenda voor nader te voeren overleg met betrokkenen. Ervan uitgaande dat gesprekspartners dan ook iets terugzeggen, kan de inhoud van het coalitiebeleid nog heel anders uitpakken dan we nu denken.” Zou het ‘doen’ dan vooral uit praten bestaan?

Waarover ga je praten? Zou je niet eerst moeten nadenken over wat je wilt bereiken? Wat moet al dat overleg opleveren? Wat wil je bereiken? Wat moet er in die akkoorden staan die dat overleg moet opleveren? Wanneer ben je tevreden? Toch eerst denken voordat je iets gaat doen? Want loop je anders niet het risico dat je halverwege, of erger nog, op het einde tot de conclusie komt dat je iets verkeerds aan het doen bent. Of dat je ‘doen’ ongewenste neveneffecten heeft? Natuurlijk moet het niet bij denken blijven, na het denken moet er wat gebeuren anders heeft het denken geen zin.

De nieuwe minister van defensie zou toch beter moeten weten. Dat ministerie is de laatste tijd negatief in de publiciteit vanwege juist de nadruk op het doen, de ‘Can Do mentaliteit’ er is laatst nog een demissionaire minister over deze mentaliteit gevallen. Zou dat er in ieder geval bij dit ministerie, voor pleiten om juist wat meer te denken voordat je Can gaan Do(en)?

Nu heeft het nieuwe kabinet, zo vertelde vice-premier De Jong bij Pauw, een hoog Rotterdam-gehalte en bevat de tekst van het clublied van de trotste voetbalclub van die stad de woorden ‘geen woorden maar daden’. Het kan zijn dat dit de oorzaak is van de ‘doen-mentaliteit’ in het nieuwe kabinet. En inderdaad win je de wedstrijd niet met praten, je moet toch echt de voeten laten spreken. Maar toch, moet je bij het voetballen niet ook vooraf nadenken hoe je de wedstrijd gaat spelen?

Morele meetlat

In het kader van de maand van de vergeten geschiedenis publiceert De Correspondent Ewald Vanvugt over de Nederlandse betrokkenheid bij de opiumhandel in de Oost. In dat artikel beschrijft Vanvugt hoe eerst de VOC en vervolgens de Nederlandsche Handel-Maatschappij met medeweten van de toenmalige overheid 350 jaar lang heeft gehandeld in opium. Iets wat volgens Vanvugt bijna niet wordt gemeld in de geschiedenisboeken. Vanvugt:

“En groot was mijn verbazing dat in de vele boeken en publicaties die in Nederland na 1950 over Oost-Indië waren verschenen, de lucratieve opiumhandel in Azië soms vluchtig werd genoemd, maar verder werd doodgezwegen. Het zwijgen wist het verleden uit te wissen alsof het nooit gebeurde.”

Opiumkit

Foto: Wikimedia Commons

Nu hoeven we ons er niet over te verbazen dat de VOC ook in opium handelde. En verborgen? Het is gewoon op Wikipedia te vinden. In die tijd handelde men, net als tegenwoordig trouwens, in alles wat los en vast zat. Als er geld mee te verdienen was, dan kon je er vergif op innemen dat erin werd gehandeld. De mores van die tijd waren heel anders dan die van tegenwoordig.

Daarmee kom ik bij het punt dat ik wil maken en dat is de vraag of in dit artikel  het verleden niet verkeerd wordt beoordeeld? Net als trouwens in veel publicaties die tegenwoordig over het verleden die tegenwoordig de pers halen. Verkeerd omdat het langs de morele meetlat van nu wordt gelegd, terwijl de mores in die tijd anders waren.

Neem de titel van het artikel van Vanvugt: “Nederland runde eeuwenlang een drugskartel (en betaalde er zijn oorlogen mee).” Dat er mensen schade ondervonden van opiumgebruik, staat buiten kijf. Het gebruik van het moderne woord ‘drugskartel’ suggereert iets misdadigs terwijl de opiumhandel in die tijd volkomen legaal was. In die tijd bestonden er geen lijsten met verboden verdovende middelen.

Zijn die mores trouwens wel zo anders? Dat er voor profijt oorlogen werden gevoerd, gebieden werden veroverd, ‘koningen’ werden afgezet en mensen vermoord, hoeft niet te verbazen, dat gebeurt tegenwoordig immers nog steeds. Zie bijvoorbeeld de bevrijding van Koeweit of de inval in Irak om Saddam Hoessein te verwijderen.

Kunnen we ons niet beter concentreren op het langs de huidige morele meetlat leggen van onze huidige daden? Bijvoorbeeld ons ijveren voor vrede, vrijheid en democratie langs de ‘Turkije-deal’ en de opvang in de regio?

In nevelen hullen

Het is weer herfst en dat betekent dat de kans op mist weer groter is. Als het fenomeen optreedt, dan lijkt het meteen drukker op de weg en zijn er meer files. Mist belemmert je visuele waarnemingsvermogen. Je bent op de letterlijke manier in nevelen gehuld. Je kunt je ook figuurlijk ‘in nevelen hullen’ en hieraan moest ik denken toen ik het bericht over het hoger beroep tegen Geert Wilders in de ‘minder-Marokkanen’ zaak in de Volkskrant las.

MistFoto: Pixabay

Wilders in de rechtszaal tegen de voorzitter van het gerechtshof: “Klopt het dat u er een privé-stichting op na houdt?’, wil Wilders van de raadsheer weten. ‘De stichting Gascaria? En dat die stichting, met u als juryvoorzitter, een scriptieprijs heeft uitgereikt aan een linkse activiste? Een activiste die mijn politieke tegenpool is? Iemand die actief is in de krakerswereld? Een dame die een anti-Wilders en een anti-Trumpdemonstratie heeft georganiseerd?’, vervolgt Wilders.” 

En inderdaad is de voorzitter van het gerechtshof ook voorzitter van de betreffende stichting Gascaria. Een stichting met: “als doelstelling het bevorderen van de studie naar het recht in relatie tot de humaniora en al hetgeen hiermee verband houdt of bevorderlijk kan zijn.” En geeft een scriptieprijs uit: “ter bekroning van de beste masterscriptie in Nederland op het interdisciplinaire gebied van het verband tussen het recht en de humaniora. Deze prijs is mede bedoeld als aanmoedigingsprijs voor studenten met belangstelling voor rechtswetenschappelijk onderzoek en wordt tweejaarlijks uitgereikt.” Een nobel streven en in 2016 is deze prijs toegekend aan een scriptie van Sinaed Wendt omdat: “Haar werk is niet alleen van een hoog academisch niveau, het getuigt ook van een persoonlijke betrokkenheid bij deze groep mensen. De jury vond het bijzonder dat de persoonlijke inzet op geen enkele manier afdeed aan de scherpte van de theoretische analyse.” 

Maakt dit de betreffende rechter ongeschikt om te oordelen in de zaak Wilders, want dat is wat Wilders lijkt te suggereren? Is de prijs niet uitgereikt voor een scriptie en niet voor de andere activiteiten van de ontvanger? Nu zal het heel lastig zijn om ook maar één rechter te vinden die niet ergens een connectie heeft met iets of iemand waar Wilders anders over denkt of een tegenpool van is. Dat zou betekenen als we Wilders’ redenering volgen, dat hij niet vervolgd kan worden.

Creëert Wilders hier mist? Probeert hij anderen in nevelen te hullen om zo zelf aan het zicht te ontsnappen?

Wass sich liebt das neckt sich

Identiteit staat in het brandpunt van de belangstelling, in het regeerakkoord lees je het als volgt: “De Nederlandse identiteit blijft herkenbaar in een sterke internationale inbedding.” Die identiteit is ‘onlosmakelijk’ verbonden met de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Waarheden als een koe zeggen velen en erachteraan dat bijvoorbeeld de ‘moslimcultuur’ niet is te verenigen met de Nederlandse.

Chocolademelk

Foto: Pixabay

In zijn boek Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid schetst Yuval Noah Harari een ander beeld. Volgens Harari zijn menselijke culturen continu in beweging en in beweging in een bepaalde richting. Op microniveau en op de korte termijn zou je kunnen concluderen dat ‘culturen’ uiteenvallen. Neem bijvoorbeeld het streven van de Catalanen naar autonomie, dit zou je kunnen zien als versnippering van een (de Spaanse) cultuur. Kijk je over hele lange tijd dan is: “het glashelder dat de geschiedenis genadeloos op eenheid afstevent,” zo schrijft Harari. 

Volgens Harari zijn we al een heel eind op streek: “We hebben het nog steeds vaak over ‘authentieke’ culturen, maar als we met ‘authentiek bedoelen wat zich zelfstandig heeft ontwikkeld en bestaat uit oeroude plaatselijke tradities die nooit zijn aangetast door invloeden van buitenaf, dan zijn er op de aarde geen authentieke culturen meer over.” De ‘global village’ is een feit, we zijn allemaal met elkaar verbonden.

Die verfoeide ‘moslimcultuur’ is niet zo veel anders dan andere culturen. Er wordt gehandeld, geld vervult een belangrijke rol en ook qua religie zijn er op hoofdlijnen veel meer overeenkomsten dan verschillen. Zelfs IS en Al Qaida, die terug willen naar de tijd van de profeet, maken gebruik van moderne technieken, van moderne psychologie en bespelen de massamedia. Zelfs het meest afgesloten land, Noord-Korea, maakt deel uit van die gezamenlijke cultuur. Het kan niet zonder geld, gebruikt de technologie en zelfs de ideologie is niet specifiek Noord-Koreaans.

Harari haalt mooie voorbeelden aan van culturele vermenging die maar door blijft gaan: “Een van de interessante voorbeelden van de globalisering is het fenomeen ‘nationale keuken’. In een Italiaans restaurant verwachten we spaghetti met tomatensaus, in Poolse en Ierse restaurants vooral veel aardappelen, in een Argentijns restaurant kunnen we kiezen uit tientallen biefstukken, in een Indiaas restaurant zit in bijna alles Spaanse peper en de grootste delicatesse in een Zwitsers koffiehuis is dikke, warme chocolademelk met een Alp slagroom erop. Maar die gerechten zijn helemaal niet inheems in die landen. Tomaten, Spaanse pepers en chocolade zijn Mexicaans van oorsprong … . De aardappel is pas vierhonderd jaar bekend in Polen en Ierland. De enige biefstuk die je in 1492 kon krijgen in Argentinië was lamabiefstuk.”

“Wass sich liebt das neckt sich,” volgens een bekend Duits gezegde. Zou dat ook voor ‘nationale culturen’ gelden? Wordt er met het benadrukking van die ‘eigen identiteit’ niet de nadruk gelegd op een paar verschillen in een zee van overeenkomsten?

(On)democratisch

Struinend langs de diverse digitale media op zoek naar bijzondere berichten en redeneringen, kwam ik op de site Novini terecht. Een site voor The bigger picture, zoals haar ondertitel luidt. Een artikel met de kop We ‘knuffelen’ radicalisten de jihad in’, geschreven door David Pinto, trok mijn aandacht. Pinto schrijft over het ‘falende cultuurmarxistische’ Amsterdamse beleid om radicalisering te voorkomen, iets wat Pinto de pas overleden burgemeester Van der Laan verwijt. En via Van der Laan komt hij bij Martin Bosma terecht die hij graag als Amsterdamse burgemeester zou zien: “Bosma is een intellectueel, een voortreffelijk politicus, een buitengewoon kundig lid van het presidium van de Tweede Kamer en bovendien een aimabel mens.”

MEDION DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Het gaat mij niet over de persoon Bosma, ik ken hem niet, het enige wat ik erover zeg is dat hij een eenmanspartij vertegenwoordigt die zeer ver van mij af staat. Het gaat mij over de redenering van Pinto: “Bovendien, de PVV is de tweede partij in grootte van ons land. En vreemd genoeg, er is nog niet één burgemeester afkomstig van deze partij, terwijl de PvdA met haar magere 9 zetels, twee van de vier grote steden gijzelt. Hoe democratisch is dit eigenlijk?”  Pinto schetst hier een beeld van een partij die wordt achtergesteld en een andere partij die wordt bevoordeeld. Het beeld van Pinto komt er in het kort op neer dat de traditionele partijen (het ‘partijkartel’ van Thierry Baudet) de bestuursposten onder elkaar verdeelt, een ondemocratische bedoeling.

Is het zo vreemd dat er nog geen PVV-burgemeester is? Om burgemeester te worden, moet je als eerste solliciteren op een vacante burgemeesterspositie. Als er geen PVV-er solliciteert, kan er geen PVV-er worden benoemd. Als de PVV burgemeesters wil, dan zullen ze eerst moeten solliciteren, daar begint het. Vervolgens kiest een vertegenwoordiging van de gemeenteraad in de betreffende gemeente enkele sollicitanten uit die op gesprek mogen komen. Als er al een politieke keuze wordt gemaakt, dan gebeurt dat door de partijen in de gemeenteraden. De PVV ontbreekt op lokaal niveau waardoor ze de boot hier kunnen missen. Wie kun je dat verwijten?

Als laatste het woord gijzelen. Wie houdt de PvdA gevangen? De betreffende burgemeesters hebben normaal gesolliciteerd en zijn benoemd. Dit is op de democratisch vastgestelde manier gebeurd. Inderdaad is de PVV de tweede partij en heeft de PvdA maar negen zetels. Een klein jaar geleden, had de PvdA er nog achtendertig en was zij de tweede partij van het land, iets wat de afgelopen vijftig jaar redelijk gebruikelijk was. Burgemeestersbenoemingen staan los van kamerzetels.

Pleit Pinto ervoor dat na iedere Tweede Kamerverkiezing alle burgemeesters ontslag moeten nemen en de burgemeestersposten vervolgens naar rato over de partijen worden verdeeld? Als hij dat wil, dan moet hij ervoor zorgen dat er voldoende kamerleden in beide kamers hem steunen om de Grondwet te wijzigen. Dat is democratie meneer Pinto.

Winst en verlies

Als je bij het voetballen wilt winnen, moet je tenminste één keer meer scoren dan je tegenstander. Scoor je evenveel, dan speel je gelijk en scoor je minder, dan verlies je de wedstrijd. Op andere terreinen ligt winst of verlies wat lastiger. Zo verloor de VVD bij de laatste verkiezingen acht zetels ten opzichte van de voorgaande verkiezingen in 2012 en toch staat de partij als winnaar te boek. In een oorlog kun je veldslagen verliezen en toch de oorlog winnen.

zeearendFoto: Flickr

Een bijzondere interpretatie van winst en verlies geeft wetenschapsjournalist en columnist Matt Ridley in een interview in de Volkskrant. Ridley beziet de klimaatverandering van een positieve kant. Niet dat hij die verandering ontkent, nee hij ziet de positieve kanten ervan. Zeer terecht maakt hij bezwaar tegen pogingen om afwijkende meningen in deze discussie monddood te maken: “Je moet de dialoog aangaan met argumenten en bewijzen maar niet proberen om iemand monddood te maken.” Iets dat de Ballonnendoorprikker van harte onderschrijft, maar daar gaat het nu niet om.

Het gaat nu om winst en verlies. Op een vraag over afnemende biodiversiteit antwoordt hij:

“Maar er is ook biodiversiteitswinst. In Nederland zijn de wolf en de zeearend alweer gespot, hier in de uiterwaarden van Wageningen zie je weer bevers. Soorten keren terug naar hun voormalige leefgebieden. Omdat we soorten meenemen op reizen of bewust uitzetten in natuurgebieden, ontstaan nieuwe soorten. Het is zeer waarschijnlijk dat we zullen ontdekken hoe we uitgestorven diersoorten terug kunnen brengen.”

Een mooie twist aan een vraag. Door de schaal te verkleinen, van de wereld naar Nederland en door te focussen op een paar dieren die Nederland weer aandoen, wordt verlies omgezet in winst. Is de terugkomst van de zeearend in Nederland compensatie voor de massale insectensterfte? Nee, de soortendiversiteit is hierdoor nog niet afgenomen, het risico erop is wel flink toegenomen. Is de terugkomst van de wolf in Nederland een compensatie voor  het verlies aan diversiteit elders in de wereld?

Vergroten we die winst nog met een waarschijnlijke revival van de mammoet, sabeltandtijger en de diprotodon, waarover ik gisteren schreef, want die kunnen we waarschijnlijk weer tot leven wekken?

Beste meneer Ridley, waar moeten die uitgestorven dieren leven? Waar moeten die kuddes mammoeten gaan rondtrekken? Zou die weer tot leven gewekte sabeltandtijger het beter krijgen dan de Siberische tijger? Zou de diprotodon zich nog wel thuis voelen in het huidige Australië?