Dom, dom, dom …

Poetst u uw huis zelf? Dom, dom, dom! Brengt u uw kinderen zelf naar school? Dom, dom, dom! Tenminste, als we Heleen Mees mogen geloven. In haar column in de Volkskrant legt zij uit waarom de arbeidsproductiviteit in Nederland zo hoog is. In het kort komt het erop neer dat wij minder lang werken en de tijd die we niet werken, vullen met poetsen en voor onze kinderen zorgen. Mees:

“In Nederland is het bijna altijd financieel aantrekkelijker om minder uren te werken en zelf allerhande laagwaardig werk te doen dan dat soort werk uit te besteden.”

 

John Galt

Foto: Wikimedia Commons

Mees geeft een voorbeeld: “Zo voert een medisch specialist van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam een juridische procedure tegen haar werkgever omdat zij ’s ochtends eerst haar kinderen naar school wil brengen en daardoor pas na negenen op haar werk kan zijn.” Een klusje waarvoor ze, aldus Mees, iemand kan inhuren zodat zij haar dure werk kan doen. Als ze dit zou doen, dan zou het naar school brengen als werk tellen, laag productief werk, dat de totale arbeidsproductiviteit in Nederland zou drukken. Poetsen en naar school brengen: “De banen in de persoonlijke dienstverlening die ontstaan als hoogopgeleiden meer uren zouden werken, bieden uitstekende kansen voor laaggeschoolden.” 

Bijzonder is dat de uren die de medisch specialist besteedt aan de kinderen naar school brengen niet mee tellen als arbeid en dus bij het bepalen van het nationaal inkomen, er wordt niet voor betaald. Als dat gebeurt door een kinderoppas die hiervoor betaald krijgt, telt het wel mee. Is het niet vreemd dat dat wat van waarde is, de betrokkenheid van een ouder bij zijn kinderen, niet wordt gewaardeerd en het uitbesteden van die betrokkenheid wel?

Mees’ betoog sluit aan bij het denken van Ayn Rand. In haar belangrijkste boek Atlas Shrugged beschrijft zij, via de personages John Galt en Dagny Taggert, haar ideale samenleving. Een samenleving waarbij alles wat mensen met elkaar hebben en doen gebeurt via een transactie. Alles moet worden gekocht en betaald. Dit levert vast het grootste economische meerwaarde op. Iedereen doet dat waar zijn meerwaarde het grootste is en dat levert voor het geheel de grootste meerwaarde. Laat de dokter alleen dokteren, de poetser alleen poetsen en dan het liefst zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag. Dat zou het beste zijn voor de economie. Want waarom zou een dokter of een poetser een hobby moeten hebben zoals het trainen van het voetbalteam van zijn of haar kinderen? Zijn of haar meerwaarde zit niet in het trainen van voetballertjes, dan was hij of zij wel trainer geworden. Laat die trainingen ook maar verzorgen door een professionele trainer. Waarom zou de arts nog sex moeten hebben, daar zit niet haar meerwaarde. Als haar meerwaarde daar het grootste zou zijn, zou ze wel prostituee zijn geworden.

Maar, … . Zouden we daar gelukkiger van worden? Zou die medisch specialist gelukkig worden als het contact met de kinderen verloren zou gaan? Zouden die kinderen daar gelukkig van worden?

Allen die zich in Nederland bevinden …

“Mensen mogen hun eigen geloof uitoefenen en eigen waarden meenemen, maar het moet niet zo zijn dat ze daaraan tot het uiterste blijven vasthouden.”

Een uitspraak van Jorden van der Haas, de vicevoorzitter de CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA. Van der Haas schaart zich hiermee achter CDA-leider Buma die in zijn HJ Schoo-lezing  betoogde dat nieuwkomers zich aan onze cultuur en waarden moeten aanpassen. Wat ‘onze’ cultuur en waarden zijn, wordt niet duidelijk.

grondwet

Foto: Wikimedia Commons

Buma en Van der Haas doen het voorkomen alsof ‘onze waarden en cultuur’ helder en duidelijk zijn voor iedereen. Alsof iedere Nederlander dezelfde waarden onderschrijft. Zou hij vergeten dat zelfs de honderdvijftig man die de Tweede kamer bevolken verschillende normen hanteren? Laat staan dat de ruim zeventien miljoen mensen die het stukje van de wereld, dat we Nederland noemen, bewonen daar een eenduidig beeld bij hebben. Daar gaat het me nu niet om.

Waar het me wel om gaat, is die zin van Van der Haas waarmee ik begon. Ik zou hem willen vragen wanneer dat ‘uiterste’ is bereikt? Wanneer moet iemand zijn eigen geloof en eigen waarden opgeven? Wanneer is het punt bereikt dat een ander geloof en andere waarden echt niet meer kunnen? Een wellicht nog belangrijkere vraag. Wie bepaalt wanneer dat punt is bereikt? Wie heeft de ‘macht’ om mensen te ‘bevelen’ hun geloof en waarden af te zweren?

Dan de belangrijkste vraag. Hoe verhoudt zich dit tot de Nederlandse Grondwet? Die meldt immers in artikel 6 lid 1 dat: “Ieder (…) het recht (heeft) zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden.” Of ietsjes eerder in de Grondwet, in artikel 1: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”  Zegt Van der Haas niet dat niet iedereen in Nederland gelijk is? Dat mensen met een bepaalde religie en bepaalde waarden toch iets meer zijn?

Beste meneer Van der Haas, liggen de Nederlandse waarden niet vast in de Grondwet? In onder andere deze twee artikelen die u in deze ene zin opzij zet?

Spook uit de vorige eeuw

Een klein stukje geschiedenis. In 1918 vroeg het keizerrijk Duitsland om een wapenstilstand. Dit verzoek werd ingewilligd en dat betekende het einde van de Eerste Wereldoorlog. Duitsland vroeg die wapenstilstand aan toen haar troepen nog ver in Frankrijk zaten en werden geconfronteerd met verse Amerikaanse soldaten die in grote getale de geallieerden kwamen versterken. De strijd was daarmee beëindigd, vrede was er nog niet. Die kwam er pas toen op 28 juni 1919 het verdrag van Versailles werd ondertekend. Het Duitse keizerrijk bestond niet meer, het was ten onder gegaan in de Novemberrevolutie van 1918 waarna de republiek werd uitgeroepen. Die republiek tekende het vredesverdrag.

Reichsmark

Foto: PxHere

Onderdeel van dit vredesverdrag waren de herstelbetalingen die Duitsland aan de geallieerde partijen moest betalen. Sla Wikipedia erop na en je ziet welk een astronomische bedragen de geallieerden vroegen aan de Duitsers. Uiteindelijk 132miljard ‘goudmarken’ (47.000 kilogram goud) en 26 procent van de waarde van de export. Mocht Duitsland hieraan niet voldoen of een betalingsachterstand oplopen, dan zou het Roergebied worden bezet. Iets wat in 1923 gebeurde. Deze herstelbetalingen en de bezetting van het Roergebied, waren koren op de molen van agitatoren. Een van hen, Adolf Hitler, kreeg en greep in 1933 de macht. Dit leidde uiteindelijk tot de Tweede Wereldoorlog. Een oorlog die na miljoenen doden, een Holocaust en massale vernietiging van have en goed eindigde met de totale Duitse nederlaag. Na de Tweede Wereldoorlog zagen de geallieerden, door schade en schande wijs geworden, af van eventuele herstelbetalingen.

Waarom dit stukje geschiedenis? Omdat de Poolse minister van Buitenlandse Zaken Witold Waszczykowski, zo valt te lezen bij Elsevier, een discussie over Duitse herstelbetalingen voor de door Polen in de Tweede Wereldoorlog geleden schade wil beginnen:

“Duidelijk is dat Polen is vernietigd tijdens de oorlog, en dat hier vreselijke misdaden zijn begaan. Dat is nooit gecompenseerd.” 

Hij denkt aan achthonderdveertig miljard euro. Vergeleken met de bedragen na de eerste Wereldoorlog een bescheiden bedrag. Daarbij moet worden aangetekend dat het alleen de Poolse schade betreft. Als ieder land een soortgelijke eis stelt, dan is bescheidenheid ver te zoeken. Zou het aan te bevelen zijn dit ‘spook uit de vorige eeuw’ weer aan te roepen?

De minister maakt trouwens gebruik van een vreemde redenering. Hij houdt het huidige Duitsland volledig verantwoordelijk voor de daden van het Derde Rijk. Voor zijn eigen land ziet hij dat anders. De Poolse regering heeft in 1953 namelijk afstand gedaan van herstelbetalingen. Een ‘ongeldig’ besluit volgens de enige regeringspartij PiS. Dit besluit was immers onder druk van de Sovjet Unie genomen.

 

Overreactie

“In Europa zijn naar schatting meer dan 50.000 geradicaliseerde moslims. ‘Het kunnen er ook duizend minder zijn. Of duizend meer. Maar ze stellen de veiligheidsdiensten voor een probleem.”

Een uitspraak van EU-coördinator voor terrorismebestrijding Gilles de Kerchove die is te lezen bij Elsevier. Dat zijn veel radicalen en het probleem, zo blijkt, is te bepalen wie van hen gevaarlijk is, geweld wil gebruiken. Niet iedere radicaal is immers bereid geweld te gebruiken. Kerchove betwijfelt of deradicalisering mogelijk is: “Iemand die zeer radicaal is, zal bij zijn ideeën blijven.” Een zorgelijke situatie die om alertheid vraagt van ons allen. Dat iemand die radicaal is radicaal zal blijven valt te betwisten. Er zijn immers veel voorbeelden van mensen die hun radicale jeugdige veren af hebben geschud.

politie

Foto: PxHere

Vijftigduizend zijn er veel en als de helft ervan gevaarlijk is, dan kan dat voor veel ellende zorgen. Een klus waar de veiligheidsdiensten hun tanden in kunnen en moeten zetten. Wat ik me afvraag is of die alertheid zich alleen op die gevaarlijke geradicaliseerde moslims moet richten. Dan bedoel ik niet alleen dat de veiligheidsdiensten ook hun tanden moeten zetten in het zoeken en volgen van anderen die bereid zijn om geweld te gebruiken.

Zouden we niet ook alert moeten zijn op de reactie op radicalen die geweld willen gebruiken? Op de overreactie? Op een permanente ‘noodtoestand’ die in Frankrijk van kracht is? Op de permanent patrouillerende militairen in de Belgische en Franse straten? Op de wetten die veiligheidsdiensten zeer veel ruimte geven om mensen te volgen, af te luisteren en gegevens te bewaren, waarmee recent door de beide Nederlandse Kamers is ingestemd?

Zou de overreactie van een deel van de vijfhonderdmiljoen andere Europeanen niet veel schadelijker kunnen zijn. Een overreactie door politici die aanschurken tegen de uitspraken van ‘reaguurders’ onder het artikel en daarmee het klimaat voor bizarre maatregelen mogelijk maken.

Het gewelddadige deel van die vijftigduizend Europeanen kan veel ellende veroorzaken. Zij kunnen onze democratie niet omver werpen. Zij kunnen onze wetten niet veranderen. Zij kunnen de luiken van onze open samenleving niet sluiten. Die macht hebben ze niet. Overreactie op hun geweld, kan dat wel.

Delen met wie?

“De deeleconomie heeft zijn onschuld verloren,” de kop boven een artikel van Elisa Hermanides in Trouw. Aanleiding voor het artikel is de actie van de gemeente Amsterdam om ‘deelfietsen’ die in de stad rondslingeren te verwijderen en naar het gemeentelijk depot te brengen. De ‘zwerfdeelfietsen’ zijn volgens Hermanides het zoveelste voorbeeld van wantoestanden in  de ‘deeleconomie’. Eerder hadden we immers al de uitgebuite Uberchauffeur en de overlast veroorzakende Airbnb-ers.

LeenfietsFoto: Flickr

‘Eerlijk zullen we alles delen’ aldus een regel uit een Sinterklaasliedje dat duidelijk maakt waar het bij delen om gaat. Bij delen gaat het erom dat een kind haar chocoladereep deelt met een ander kind. Of een goede vriendin die tijdens het laatste Zomerparkfeest met een bakje frieteieren aankwam, die we vervolgens gezamenlijk hebben opgegeten. Voor de niet ‘Venlonaeren’ onder ons, een friet-ei is dé culinaire innovatie en traktatie uit Venlo. Aan dat gevoel appelleert het begrip ‘deeleconomie’.

Is er in de deeleconomie wel sprake van delen? Gedeeld wordt er als iets “zo (wordt gesplitst) dat ieder zijn deel krijgt,” aldus de Vandale. Het is lastig om een fiets op een dergelijke manier te delen. Dan zou je hem in stukken moeten zagen en heeft iedereen een stukje oud ijzer. Wel kun je een fiets door iemand anders laten gebruiken, dan laat je hem delen in het genot dat jij hebt van je fiets.

Met de fietsen die Amsterdam weghaalt en in het depot plaatst, ligt dat echter anders. De eigenaar van die fiets, fietst er nooit op. Hij laat jou niet delen in het genot van zijn fiets. Hij laat jou betalen voor het huren van een van zijn fietsen. Het is te vergelijken met de auto die ik tijdens onze vakantie op Lesbos huurde. Of de parketschuurmachine die ik huurde toen de plankenvloer opnieuw gelakt moest worden. Het friet-ei van die vriendin gaf mij een veel ander, beter gevoel dan die auto of parketschuurmachine.

Is die deelfiets niet gewoon een huurfiets? Zouden we delen niet moeten bewaren voor zaken waar geen geld mee is gemoeid? Dus ‘deeleconomie’ reserveren voor een economie zonder geld of tegenprestatie?

Programmastrijd

“Dat moet een publiek debat zijn onder burgers, die zelf mogen bepalen wie hun nieuwe burgemeester wordt. Lang leve de gekozen burgemeester.”

De laatste twee zinnen uit het pleidooi van oud-hoogleraar bestuurskunde Wim Derksen in de Volkskrant. Want: “bij een publieke functie (hoort) dat je publiek wordt beoordeeld?” Derksen houdt zijn pleidooi naar aanleiding van de recente perikelen rond benoemingen van burgemeesters waar uitlekte welke kandidaten het niet waren geworden. Derksen heeft een punt, mensen die een bestuurlijke publieke functie vervullen, zouden gekozen moeten worden door de mensen die ze vertegenwoordigen. Dus laten we de burgemeester door de inwoners van de stad laten kiezen.

Stork-directeur Sickinghe en burgemeester Von Fisenne (1968)

Foto: Wikimedia Commons

Een klein probleem. Wie komen er dan in aanmerking. Om Tweede Kamerlid te kunnen worden, moet je een Nederlands paspoort hebben. Om lid van een gemeenteraad te kunnen worden, moet je in de betreffende gemeente wonen. Zou je dan, om burgemeester te kunnen worden niet ook in de betreffende gemeente moeten wonen?

Een groot probleem. Een burgemeester kiezen met het beste programma voor de gemeente. Het college van een gemeente bestaat, naast de burgemeester, ook uit wethouders. Wethouders die worden benoemd door de gemeenteraad. Na gemeenteraadsverkiezingen formeren partijen die in de raad zijn vertegenwoordigd uit hun midden een ‘regering’ die op een raadsmeerderheid kan rekenen. Die ‘regering’ dat zijn de wethouders. Aan de basis van die ‘regering’ ligt een coalitieakkoord, een programma waarin de partijen zich kunnen vinden. Bij het opstellen van dat akkoord proberen de deelnemende partijen zoveel mogelijk van hun verkiezingsprogramma te verwezenlijken.

Een burgemeester die wordt verkozen op basis van een programma en een raad die wethouders kiest om het programma van de coalitie uit te voeren. Twee programma’s die niet noodzakelijkerwijs overeen hoeven te komen. Welk programma wordt leidend?

Met andere woorden, vraagt een gekozen burgemeester niet een veel grotere hervorming van het lokale bestuur?

Marx en het monster van Frankenstein

Na het vallen van de muur werd het denken van Karl Marx bij het grofvuil gezet. Het liberale kapitalisme of kapitalistisch liberalisme had definitief gewonnen en de geschiedenis, de strijd tussen ideologieën werd in navolging van Francis Fukuyama voor beëindigd verklaard. De laatste tijd lijkt het alsof er te vroeg is gejuicht want Marx blijkt slimmer dan we dachten. Het denken van Marx ligt aan de basis van de  ‘identiteitspolitiek’. Als we tenminste mensen als Thierry Baudet, Paul Cliteur en ook Teunis Dokter mogen geloven. Zo’n beetje alles wat deze heren niet aanstaat, is het gevolg van cultuurmarxisme.

FRankenstein

Foto: Flickr

Neem Dokter bij ThePostOnline: De definitie van de ‘Inclusive Society’ –een inherent marxistisch concept– vormt de grondslag voor de sociaal-culturele programma’s en subsidienetwerken van de Verenigde Naties en de Europese Unie.” Dit is allemaal een gevolg van het streven naar gelijkheid uit het denken van Marx. En: “De ironie wil dat dit streven naar gelijkheid van klassen leidt tot identiteitspolitiek. Want wanneer men de gelijkheid tussen verschillende klassen wil doen toenemen moet men deze klassen kunnen onderscheiden en aanwijzen. Zodra een benadeelde klasse is ontdekt wordt deze verheven terwijl andere groepen geen aandacht krijgen.” Zo schrijft Dokter.

Marx schreef over de strijd tussen de kapitalistische klassen en het proletariaat en in zijn theorie zou het proletariaat die strijd winnen. Deze strijd zou, volgens Marx, door het proletariaat worden gewonnen, waarna er een klasseloze samenleving zou ontstaan. Marx schreef niet over culturen of identiteiten. De kreet ‘proletariërs aller landen verenigt u’ getuigt niet echt van het denken in culturen en identiteiten. Iets wat duidelijk werd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In de loopgraven stonden de proletariërs uit ‘allerlei’ landen tegenover elkaar verenigd onder een nationale en culturele vlag.

Op het historicisme van Marx is ook veel aan te merken en daar zijn al vele boeken over vol geschreven. Neem bijvoorbeeld Karl Poppers The Open Society and it’s Enemies om er een te noemen. Wat Marx goed zag is dat een samenleving met grote economische ongelijkheid niet stabiel is. Marx min of meer benoemen tot de vader van de ‘identiteitspolitiek is een gotspe.

Er is ook veel aan te merken op de ‘identiteitspolitiek’ en het ‘pseudo-wetenschappelijk fabuleren’ dat eraan ten grondslag ligt. Een terecht punt van zorg dat de ‘identiteitspolitici’ maken is de ongelijke behandeling van mensen vanwege hun uiterlijk, sekse, religie enzovoorts. Een punt dat hun overschreeuwen en pseudo-wetenschappelijkheid ondersneeuwt.

Zouden de bedenkers van het ‘cultuurmarxisme theorie’ denken dat hun argumenten sterker worden door hun twee ‘vijanden’ in elkaar te knutselen tot een soort ‘monster van Frankenstein’?

Selectief winkelen

“Erkennen van het Nederlandse aandeel in slavernij is erkennen dat er in Nederland een systematische ongelijkheid bestaat voor een groep Nederlanders met een cultureel diverse achtergrond.”

Dit schrijft Jörgen Tjon A Fong in de Volkskrant in reactie op een column van Martin Sommer in dezelfde krant. Tjon A Fong vindt dat Sommer het slavernijverleden bagatelliseert en dat hij door: “betwisten van de cijfers de weg naar gelijkheid juist vertroebelt.” 

slavernijFoto: Pixabay

Het gaat mij er niet om wie gelijk heeft en hoe groot of klein het Nederlandse aandeel in de slavernij handel was. Het gaat mij om deze bewering van Tjon A Fong. Hij beweert hier dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de slavenhandel en de huidige ongelijkheid die er bestaat tussen Nederlanders met diverse culturele achtergronden. Tjon A Fong beweert hier dat het laatste is veroorzaakt door het eerste. Of hemzelf aan het woord te laten: “Het gaat erom dat we in de tijd die we de Gouden Eeuw noemen een sociale constructie hebben gebouwd waarin wit als superieur werd gezien en niet wit als minderwaardig.”

Hoe is dan die ‘sociale constructie’ in de Gouden Eeuw ontstaan? De westerse slavenhandelaren zagen immers niet iedere niet blanke als slaaf. Ze handelden er vrolijk op los met niet blanke slavenhandelaren die hun kleurgenoten verhandelden. Als ze pech hadden, werden ze zelf tot slaaf gemaakt door Arabieren en Noord-Afrikanen.

Ik ben benieuwd hoe het verband dat Tjon A Fong schets eruitziet. Dat twee gebeurtenissen na elkaar optreden wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is tussen die twee. Kan Tjon A Fong of iemand anders mij dit verband uitleggen? Volgens Tjon A Fong gaat het erom de: “bouwstenen van de huidige maatschappij bloot te leggen. En daar vormt de geschiedenis een onuitwisbaar fundament van.” De slavenhandel heeft hierbij tot een ‘constructiefout’ geleid. Winkelt Tjon A Fong zo niet selectief in de geschiedenis?

Als de geschiedenis het fundament van het bouwwerk is, behoort dan de afschaffing van de slavernij niet ook tot die fundamenten? Net als een Grondwet die iedereen gelijk behandelt?

Zou het kunnen dat de oorzaak van de ongelijkheid niet systematisch is, maar een oorzaak in de menselijke natuur heeft? Identificeert een mens zich niet met degenen die op hem lijken. Zou dat niet de oorzaak van de ongelijkheid kunnen zijn?

Gevangen in het eigen web

“Ik ben meer dan mijn kleur,” aldus de titel boven een column van Kiza Magendane in de Volkskrant. Magendane schets zijn droombeeld: “Hierin schrijven en praten de zogenaamde allochtonen over iets anders dan uitsluitend over racisme, discriminatie, de islam en diversiteit.” Dat dit er voorlopig niet van gaat komen, is een gevolg van de ‘mentale tirannie’ die ‘biculturele’ intelligentsia teistert: “Ze verkeren in een ‘psychologisch gevangenis’ zoals ik dat zelf noem. Hun identiteit wordt gereduceerd  tot hun culturele en etnische hokjes.” Hierdoor wordt: “het cultuurverschil tussen diverse etnische groepen als de meest doorslaggevende factor gezien in het verklaren van maatschappelijke problemen.” Een analyse die tot nadenken stemt en die aansluit bij eerdere prikkers.

spin in web

Foto: Pixabay

Ik moest denken aan een eerdere prikker, Cultuur, die ik in 2015 schreef. In haar commentaar stelde Dagblad de Limburger dat de Friese of Groningse cultuur anders is dan de Brabantse of de Limburgse. Waarop ik me afvroeg of er dan ook verschil zou kunnen zijn tussen de Venlose en Maastrichtse cultuur of tussen de culturen binnen de Venlose gemeenschap? Magendane noemt zichzelf een biculturele Nederlander. Wanneer ben je een biculturele Nederlander? Ik ben geboren in Velden, woon in Venlo, die plaatsen liggen in Limburg, in Nederland, in de Europese Unie, in Europa en de wereld? Voldoe ik daarmee aan de criteria om biculturele Nederlander te worden genoemd? Of, als je het op de keper beschouwt, multiculturele Nederlander? Het zijn immers meer dan twee culturen.

Ik sloot de genoemde prikker af met de vraag: “Is cultuur daarmee een woord dat we gebruiken om anderen, al naar wat we willen bereiken, binnen of buiten te sluiten?”  Een interessante vraag die ook naar aanleiding van de column van Magendane gesteld kan worden. Sluit hij zichzelf niet op in een hokje? Of om zijn eigen woorden te gebruiken, ‘reduceert’ hij zichzelf door zich biculturele Nederlander te noemen  tot een ‘cultureel en etnisch hokje’? Zet hij zich zo, om hem te parafraseren, niet ‘gevangen in een ‘psychologische gevangenis’? Zit hij zo niet gevangen in zijn eigen web?

Clavan’s opvolger

Voormalig Powned journalist (al maakt hij er tijdens de verkiezingen een satiricus van) en ook voormalig lijsttrekker van de partij VNL, Jan Roos, heeft een nieuwe bezigheid. Hij schrijft stukjes en maakt vlogjes. Zo kwam ik op de site De Dagelijkse Standaard een stukje van hem tegen waarin hij terrorisme-experts de maat neemt.

Clavan

foto: Mannen met plannen

Deskundige één, Beatrice de Graaf, adviseert volgens Roos: “wegkijken, wijkagenten en een monotheïstisch geloof.” Over deskundige twee, Edwin Bakker: “Een terrorisme-expert die terroristen terug naar Nederland wil halen. Dan ben je niet alleen bijzonder naïef als je denkt dat die jongens opeens goede burgers worden, maar voornamelijk heel gevaarlijk bezig.” En over expert nummer drie, Peter Knoope: zegt Roos het volgende: “Mogelijke arbeidsdiscriminatie geeft dus volgens deze terrorisme-expert genoeg reden om vrouwen en kinderen met een busje dood te rijden. Het is dus eigenlijk gewoon “onze” schuld.” Daarop concludeert Roos:

“Als dit onze experts zijn die de overheid met hun expertise helpen beleid te maken zijn we aardig de pineut, me dunkt.”

Die experts zijn volledig van het padje als we Roos mogen geloven. Zou Roos expert experts zijn? Hoe zit het dan wel volgens de expert experts Roos? Wat zijn dan wel de oorzaken van het terrorisme en wat er dan wel moet gebeuren? Expert experts Roos spreekt zich niet uit, maar in zijn verwijten klinkt door dat terrorisme een gevolg is van het geloof, nou het geloof, één geloof, de islam. Ook klinkt erin door dat ‘we’ de oorzaak en de te nemen maatregelen vooral niet bij ‘onszelf’ moeten zoeken.

Nu moet je van goede huize komen om na ‘Oost Europadeskundige Clavan’ om experts en deskundigen nog de maat te nemen. Clavan was dé deskundige op alle terreinen. Zou Clavan in Jan Roos dan zijn legitieme opvolger van Clavan hebben gevonden? Roos weet het immers ook beter.