De muur

Als je het in mijn jeugd over de muur had, dan werd de Berlijnse bedoeld. De, in mijn ogen, beste beschrijving van die muur is Harrie Jekkers van ’t Klein Orkest. In het lied Over de Muur schetst hij het spanningsveld van die Berlijnse muur. De Oost-Duitse, communistische kant die de muur had gebouwd: “Oost-Berlijn, Unter den Linden: er wandelen mensen langs vlaggen en vaandels. Waar Lenin en Marx nog steeds op een voetstuk staan. En iedereen werkt, hamers en sikkels, terwijl in parade-pas de wacht wordt gewisseld. 40 Jaar socialisme er is in die tijd veel bereikt… Maar wat is nou die heilstaat, als er muren omheen staan? Als je bang en voorzichtig met je mening moet omgaan? Ach, wat is nou die heilstaat, zeg mij wat is ie waard, wanneer iemand die afwijkt voor gek wordt verklaard?” Een muur om mensen binnen te houden. Om te voorkomen dat ze naar een beter leven zouden vluchten.

mmuur-mexico

Foto: commons.wikimedia.org

Alleen was het aan de andere kant, in het vrije kapitalistische West-Berlijn ook niet je van het: “West-Berlijn: de Kurfurstendamm!
Er wandelen mensen langs porno en peepshow. Waar Mercedes en Cola, nog steeds op een voetstuk staan. En de neonreclames, die glitterend lokken: Kom dansen! Kom eten! Kom zuipen! Kom gokken! Dat is nou 40 jaar vrijheid, er is in die tijd veel bereikt… Maar wat is nou die vrijheid, zonder huis, zonder baan? Zoveel Turken in Kreutzberg die amper kunnen bestaan.
Goed… je mag demonstreren, maar met je rug tegen de muur en alleen als je geld hebt, dan is de vrijheid niet duur.”

“En de vogels vliegen van West- naar Oost-Berlijn. Worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten. Over de muur, over het IJzeren Gordijn, omdat ze soms in het oosten soms ook in het westen willen zijn. Omdat er brood ligt soms bij de Gedachtniskirche, soms op het Alexanderplein!” Een muur die een Amerikaanse president deed uitroepen: “Ich bin ein Berliner” en een andere riep: “mr. Gorbatshov tear down this wall.” 

Als er nu, begin 2017, over de muur wordt gesproken, dan wordt de muur die president Trump op de grens van de VS met Mexico wil bouwen, bedoeld. Aan de ene kant van de muur de kapitalistische heilstaat. Maar wat is nou die heilstaat, als er muren om heen staan? Als iemand die afwijkt, voor illegaal wordt verklaard. Aan de andere kant het ontwikkelingsland Mexico. Waar je bang en voorzichtig moet zijn om niet het slachtoffer te worden van de oorlog tussen de verschillende drugskartels.

Aan beide zijden van de muur staan ‘ Mercedes en Cola’ op een voetstuk en lokken de neonreclames glitterend om te komen zuipen, gokken en drugs te gebruiken. Goed…. je mag er demonstreren, maar met je rug tegen de muur en alleen als je geld hebt, is de vrijheid niet duur. Want alleen de rijken vliegen van Mexico naar de VS en omgekeerd en ‘worden niet teruggefloten ook niet neergeschoten’.

Een muur om te voorkomen dat arme mensen naar een beter leven vluchten.

Van je vrienden …

In Elsevier las ik: “Straks zijn bovendien alleen vluchtelingen welkom uit landen ‘die de Verenigde Staten steunen en van Amerikanen houden.” Een uitspraak die mijn wenkbrauwen deed fronsen. Daar moest ik even over nadenken. Het kan aan mij liggen, Misschien ontbreken wel de benodigde hersencellen om het te begrijpen. Misschien ook niet en begrijp ik het wel.

SAUDI-UK-CHARLESFoto: Nos

Alleen vluchtelingen uit landen die de Verenigde Staten steunen zijn welkom in de Verenigde Staten. Laten we er even van uit gaan dat Nederland de VS steunt. Dan zou dit betekenen dat de vroegere RaRa die hier wordt vervolgd vanwege hun radicale denken en acties, als vluchteling welkom is in de VS. Een lid van de RAF of IRA zou als vluchteling welkom zijn. Vreemd, van mijn ‘vrienden’ verwacht ik dat zij mij helpen tegen degenen die mij kwaad willen doen. Als ik het even in mijn eigen woorden vertaal staat er dan dat de vijanden van mijn vrienden welkom zijn?

Even naar het heden, een door de Saoedische regering vervolgde ‘blogger’ kan naar de VS vluchten, terecht naar mijn idee. Zijn Iraanse collega die precies hetzelfde doet, heeft pech, die kan creperen. De Ayatollah-staat steunt de VS immers niet. De toekomstige Bin Laden zou dus naar de VS kunnen vluchten, een Iraanse mensenrechtenactivist niet. Wat is de logica hierachter? Mijn logische deel begrijpt het niet.

In de politiek van tegenwoordig is logica echter ver te zoeken en wellicht ligt de verklaring in het niet logische. In de manier van praten van Trump valt op dat hij het altijd over groepen heeft, nooit over mensen en individuen, behalve dan natuurlijk over hemzelf. Zou het kunnen dat de wereld voor hem bestaat uit één almachtig individu en voor de rest uit groepen die hem al dan niet van nut kunnen zijn? Dat landen die hem niet steunen, niet van nut zijn en dus de mensen uit die landen ook niet?

Zo is dat niet logische toch ook weer logisch. Gevolg is wel dat potentiële vrienden creperen en potentiële vijanden uit Saoedi Arabië welkom zijn. Is dit wellicht een voorbeeld van wat John Cassidy ‘irrationele rationaliteit’ noemt: een situatie waarin op rationeel eigenbelang gebaseerde politieke handelen leidt tot irrationele en inferieure resultaten?

Een voordeel voor mij, mocht Wilders PVV onverhoopt aan de macht komen, dan kan ik vluchten naar de VS, al vraag ik me af of dat een goed idee is.

Patent op het ‘goede leven’

De gewone mensen zijn terecht ongerust over wat de kosmopolieten en de hen steunende gevestigde politieke partijen hebben aangericht en nog aanrichten.” Een zin uit een artikel van Juriaan Van Acker bij ThePostOnline. In dat artikel betoogt hij dat populisme eigenlijk gedefinieerd moet worden als: “opkomen voor de gewone man, voor het goede leven en voor het behoud van tradities en de eigen identiteit.”

kreeft

Illustratie: Visionair

Wat deze zinnen en daarmee het betoog van Van Acker bijzonder maakt, is dat hij zijn eigen positie, zijn eigen levensopvatting of mening, voorziet van kwalificaties als ‘gewoon’. Anderen, noemt hij ‘kosmopolieten’ en betitelt ze als ‘elite’, het onvermijdelijke woord om iemand met een andere opvatting te diskwalificeren. Zijn mensen die er een andere mening of levensopvatting op nahouden dan ongewoon? Is iemand met ‘kosmopolitische opvattingen’ ongewoon en maakt die persoon dan meteen ook deel uit van de ‘elite’?  Ook bepaalt Van Acker en passant meteen wat een leven goed maakt. Het leven zoals hij het zich voorstelt, is het ‘goede leven’.

Het mag geen verbazing heten dat zijn vorm van populisme aan de goede kant van de streep staat. Je eigen positie onderbouwen met woorden die een positieve connotatie hebben, je ziet het vaker. Je voegt woorden als praktisch, pragmatisch of realistisch toe en dat maakt de ander meteen onpraktisch, niet-pragmatisch of irreëel. Voeg de ander dan ook meteen wat kwalificaties toe die door velen tegenwoordig als negatief worden ervaren zoals ‘kosmopoliet’ of ‘elite’, en je hoeft ze niet meer serieus te nemen. Ze staan aan de verkeerde kant en zijn, volgens Van Acker schuldig aan de vernietiging van de aarde en de natuur, aan de massa-migratie, eigenlijk aan alles wat er fout gaat.

Als, in de ogen van Van Acker, ongewoon mens maak ik mij zorgen over deze manier van discussiëren die mensen met andere opvattingen buiten het ‘gewone’ plaatst. Ja, ik behoor tot de mensen die vooral naar het heden en de toekomst kijken. Ik denk trouwens dat ook Van Ackers ‘gewone mensen’ dat doen. In het verleden kun je immers niet leven je kunt er wel veel van leren.

Beste meneer Van Acker, tenzij u mij de ‘patenten’ kunt laten zien, bepaalt u niet wie ‘gewone mensen’ zijn, en wat het ‘goede leven’ is. De strijd om het ‘goede leven’ is trouwens een zeer bloedige, een die we niet zouden moeten willen voeren. Immers wat goed voor u is, is niet persé goed voor anderen. Wist u trouwens dat ook IS voor het goede strijdt?

Reizen naar Absurdistan

Na iedere aanslag wordt er gevraagd hoe het toch mogelijk was. Meestal wordt er geroepen om ‘maatregelen’ die de volgende aanslag moeten voorkomen. Een voorstel om in een ‘Passagiers Namen Register’ te gaan bijhouden wie waar naar toe vliegt binnen Europa is al in voorbereiding. “De gedragingen en verplaatsingen van verdachte personen kunnen zo voor, tijdens en na de reis worden geanalyseerd,” zo valt in de Volkskrant te lezen. De Belgische regering pleit ervoor om dit register uit te breiden naar bus-, trein en bootreizigers en wil dit op de Europese agenda, dat draagt de Belgische minister van Binnenlandse zaken Jan Jambon uit.

absurdistanIllustratie: https://www.flickr.com

Beste minister Jambon, vergeet u niet wat mee te nemen in uw voorstel? Ik mis namelijk de tram en de metro. Ook daarmee kan een ‘onverlaat met snode plannen’ zich verplaatsen. En nu we toch bezig zijn, waarom niet alle taxipassagiers, ook die gebruikmaken van Ubertaxi’s. Als u toch werkt aan een plan, neem dan ook de automobilisten en motorrijders mee. Als rechtgeaarde Belg had u toch echt aan de fietsers moeten denken. Daarmee kun je als terrorist van Berlijn naar Turijn. Dat zou goed zijn voor de fitheid van de betreffende terrorist, dat terzijde. De bromfiets- en scooterrijders, zouden die zich niet moeten melden? Wat te denken trouwens, van de voetganger? Te voet kun je immers flinke afstanden afleggen. En tegenwoordig de scootmobiel?

Maar, beste minister Jambon, zou het dan niet verstandiger zijn om mensen te verbieden om hun huizen te verlaten? Dat is makkelijker, dan hoeven de veiligheidsdiensten alleen maar de mensen die zich op straat begeven, op te pakken. Die zijn immers in overtreding. De medewerkers van de veiligheidsdiensten moeten dan wel toestemming krijgen om de straat op te gaan. Of iets minder vergaand, neem een voorbeeld aan de feodale tijd, toen de mensen aan het land gebonden waren en het alleen mochten verlaten als de landheer toestemming gaf.

Toch, beste minister Jambon, blijft er dan nog steeds een probleem. Hoe pakt u de digitale terrorist? Die komt immers niet op straat. Of gaat u de digitale snelweg ook tot verboden gebied verklaren?

Beste minister Jambon, wordt het niet tijd om eens goed te kijken waarmee u bezig bent? Holt u zo niet juist de sterke punten en de kracht van de Westerse samenleving uit? Speelt u zo de terroristen die uit zijn op de vernietiging van onze levensstijl, niet juist in de kaart? Bent u zo niet op reis naar Absurdistan?

Koopt Nederlandsche waar!?

Een paar dagen geleden schreef ik over VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer die de industrie weer terug wilde halen naar Nederland. Een nieuw kabinet zou het economische beleid van Trump moeten overnemen, zo betoogde De Boer. Op de site Opiniez ontvouwt Rutger van den Noort een plan om dit te bereiken. Hoe ziet dat plan eruit?

nederlandsche-waar

Illustratie: Uw Drie Kernen

Als eerste: “naast de inkopen van de Nederlandse overheid zelf, worden alle bedrijven verplicht om via een “Nederlandse leverancier-tenzij”-principe al hun inkopen te doen in Nederland.” Zo ontstaat er vanzelf weer een maakindustrie en die: “kan dan vervolgens groeien en zijn vleugels gaan uitslaan: de multinationals van de toekomst.” Zou hij dat werkelijk geloven? Wat let andere landen om een zelfde strategie te kiezen als de Nederlandse? Waar moet die Nederlandse maakindustrie dan haar vleugels uitslaan? Belgen kopen dan immers alleen maar Belgisch, Duitsers Duits, Russen Russisch enzovoort. Dat betekent dat voor een Nederlandse fabrikant de markt wordt beperkt tot Nederland, schaalvergroting zit er niet in. De kosten van mijn machine die makkelijk voor heel Europa kan produceren, moet ik dan terugverdienen op alleen de Nederlandse markt. Wat zou dat voor de prijzen van de producten betekenen?

Oh, nee ik hoef geen machine want Van den Noort lost dat op een andere manier op: “De gezonde bijstandtrekkers moeten vanuit de overheid worden gedwongen in de nieuwe fabrieken te werken (eerste jaar volledig betaald door de overheid, waarna bedrijven worden verplicht deze mensen over te nemen). Migranten die wachten op hun status worden daarnaast verplicht om in de nieuwe fabrieken te werken in ruil voor opvang.” Gedwongen werken, heet dat niet slavernij?  En als ik als bedrijf ‘gratis’ arbeiders krijg, waarom zou ik ze het tweede jaar dan betalen? Wat let me om ze er na een maandje uit te gooien en vervolgens nieuwe ‘gratis’ slaven van de overheid te nemen? Zou dat betekenen dat bijna iedereen op bijstandsniveau leeft? Wie moet dan allemaal die producten van die fantastische Nederlandse maakindustrie kopen?

“We moeten verder vooruit kijken. Het wordt tijd voor een nieuwe Nederlandse visie op werkgelegenheid. Met een gezonde dosis kapitalisme, met een gezonde dosis nationalisme en een gezonde dosis omkijken naar elkaar. Volledige werkgelegenheid in 2021 is geen utopie,” zo eindigt Van den Noort zijn betoog. Inderdaad het beeld dat hij oproept heeft niets van een utopie, het lijkt veel meer op een dystopie.

C’est le ton qui fait la musique

Beste Mitchell Esajas,

met veel belangstelling heb ik uw pleidooi bij Joop gelezen. Ik deel uw constatering dat het recht om je mening te laten horen door te demonstreren onder druk staat. Dat autoriteiten te snel en te veel gebruik maken van het argument dat de ‘openbare orde’ in gevaar is. Uw constatering dat vooral tegenstanders van zwarte piet zo monddood worden gemaakt, is niet geheel conform de werkelijkheid laat Bart de Koning bij De Correspondent zien. Die ‘overdrijving’ is u vergeven.

U sluit Uw pleidooi af met vijf punten die iemand concreet kan doen om jullie te steunen. Met het schrijven van dit stuk, voldoe ik al aan uw eerste suggestie, je stem laten horen door iets te schrijven. Zoals ik al schreef, wordt het recht om te demonstreren de laatste jaren te veel beperkt en beknot. Autoriteiten lijken bang en angst is volgens het gezegde, een slechte raadgever. Zeker in een democratie. Dat was niet altijd het geval. De Koning haalt in zijn artikel de liberale minister van Justitie uit de jaren zestig Carel Polak aan: “De democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen, niet voor mensen die voor elke politieke beweging of elke politieke verandering angstig zijn. Wij mogen niet de orde en rust bij voorbaat stellen boven de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting. Ook de vrijheid van degenen, die er prijs op stellen, dergelijke mensen te horen, moeten wij zo veel mogelijk eerbiedigen. In dit geval hebben wij dat gesteld boven bij voorbaat een vrees voor het verstoren van de orde.” Deze woorden zouden de huidige bestuurders zich goed in de oren moeten knopen.

Ik zou zelfs nog een stap verder willen gaan. In een sterke, vrije en democratische samenleving hoort het uiten van je mening in het openbaar, in de openbare ruimte tot de openbare orde. Het kan er dus nooit een verstoring van zijn. De eenzame ‘Erdogan-demonstrant’ en de zwarte sinterklaas die De Koning noemt, hadden nooit opgepakt mogen worden. Iets wat ook voor ‘anti-koningshuis-demonstranten’ geldt die bijvoorbeeld tijdens prinsjesdag in woord of op een bord laten horen dat zij tegen het koningshuis zijn. Met tweehonderd mensen door Rotterdam lopen en je mening laten horen, is geen verstoring van de openbare orde. Dat zou het wel worden, als die tweehonderd bijvoorbeeld blijven lopen op een rotonde, geweld gebruiken of zaken vernielen.

spijkers

Illustratie: DickStolk

Nog een stap verder, maar dit is puur gebaseerd op mijn gevoel. Om de openbare orde te handhaven, zet de politie bij demonstraties en ook bij risicowedstrijden in het voetbal (weet ik als vaste tribuneklant bij VVV-Venlo) zichtbaar veel politie en ME in. Juist die zichtbare macht, roept bij mij gevoelens van onveiligheid op. Omdat ik dat voel, kan ik mij voorstellen dat er meer mensen zijn die dat zo voelen. Ik hoop dat ik hiermee ook uw tweede suggestie, personen in machtsposities verantwoordelijk houden voor hun daden, heb getackeld.

Uw volgende twee suggesties sla ik even over en ga naar uw laatste, het verdedigen van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en betoging met alle benodigde middelen. Ook daar vindt u mij aan uw zijde als u bedoelt dat dit recht met alle vreedzame middelen moet worden verdedigd. Dat geweld slechts in uiterste noodzaak is toegestaan. Van een uiterste noodzaak is pas sprake als fouten van bestuurders niet meer door de rechter worden hersteld. Als kritiek op het optreden van bestuurders onmogelijk is en leidt tot gevangenisstraf.

Resten nog twee punten en hier wordt het iets problematischer.  De Kinderombudsman, de VN en het College voor de Rechten van de Mens hebben geoordeeld dat zwarte piet een discriminerende en raciale karikatuur is van zwarte mensen. Is dat wel zo? Neem de uitspraak van de Kinderombudsman, die concludeert dat: “… de huidige vorm van Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6 IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed voelt bij het Sinterklaasfeest. Door Zwarte Piet te ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken kan er van hem een figuur gemaakt worden die recht doet aan het plezier dat zovelen beleven aan de Sinterklaastraditie en die tegelijk in overeenstemming is met de rechten van alle kinderen in Nederland.” het College voor de Rechten van de Mens komt tot een soortgelijke conclusie. ’Kan bijdragen’ is wat anders dan ‘is een raciale discriminerende karikatuur’. Ik lees hier dat zwarte piet zo kan worden opgevat, dat wil niet zeggen dat expliciet de bedoeling is. Dat geconstateerd hebbende, ben ik het met de Kinderombudsman en waarschijnlijk ook met u eens, dat zwarte piet moet worden aangepast. Want als iets kan bijdragen aan pesten, uitsluiting en discriminatie, ook al is dat niet de intentie ervan, dan moet er iets aan gebeuren. Dat iets lijkt een aanvang te hebben genomen er schijnen nu, naast zwarte, ook roetveeg- en kleurenpieten rond te lopen. Nog niet overal, maar het begin is gemaakt. Of dit (snel) genoeg is, daar kun je over twisten, dat het een begin is, niet.

In dit derde punt gebruikt u het begrip ‘witte privilege’, en uw vierde punt draait om dit begrip. Ik citeer: “Erken je witte privilege en gebruik het door in witte dominantie omgevingen (in je familie, op school, op werk) racisme en discriminatie ter discussie te stellen, juist als het oncomfortabel is.” Met dat ter discussie stellen van discriminatie en racisme, heb ik geen problemen, ook daar vindt u mij aan uw zijde. Dat nog niet iedereen gelijke kansen heeft en dat achtergrond (kleur, religie) daar een rol in speelt, daarvan ben ik me terdege bewust. Dat donker gekleurde mensen, maar ook bijvoorbeeld moslims het lastiger hebben dan mensen met een lichte huidskleur dat is zo en dat is lastig te doorbreken. Mensen zoeken immers naar herkenning, naar iets van zichzelf in de ander. Een andere huidskleur zet iemand dan al op een achterstand. Ik zeg bewust mensen, want dit is niet iets van alleen ‘witte’ mensen. Zo zoeken mensen met buitenlandse wortels bijna altijd een partner met dezelfde wortels. Dit moeten we samen veranderen door het inderdaad ter discussie te stellen en vooral door het gesprek erover aan te gaan.

Lastiger wordt als ik mijn witte privilege moet erkennen. Een privilege is een wettelijk toegestaan recht, een voorrecht aldus Vandale. Als ik erken dat ik zo’n privilege heb, dan erken ik meteen dat u dat (voor)recht niet heeft en daar wringt het. Onze wetgever geeft ons terecht allen dezelfde rechten, niemand heeft daarmee een privilege.

“Dat vele Nederlanders volhouden dat het Sinterklaasfeest in haar huidige hoedanigheid ondanks de schending van burgerrechten van vreedzame antizwarte pietdemonstranten, ondanks de racistische en agressieve bedreigingen van ‘Pietofielen’, ondanks oordelen van mensenrechtenorganisaties en ondanks de toenemende militarisering van het Sinterklaasfeest een onschuldig en gezellig kinderfeestje is, is het ultieme voorbeeld van witte onschuld.” Op het begrip ‘witte onschuld’ kom ik straks terug, nu deze passage. Vermengt u hier niet twee zaken die niets met elkaar te maken hebben behalve het moment waarop ze plaatsvinden? Dat bestuurders de rechten van demonstranten en het recht om te demonstreren schenden, heeft niets met het sinterklaasfeest te maken en zegt niets over het al dan niet racistisch zijn. Dat mensen die tegen zwarte piet demonstreren racistisch en agressief worden benaderd, zegt ook niets over het feest, het zegt iets over mensen die dat doen. In zijn bijdrage op JoopVijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ doet George Arakel hetzelfde. In mijn reactie op Arakel vroeg ik hem of: “de valse noten van een slechte saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid (zijn) van het instrument.” Zo’n manier van argumenteren en onderbouwen is naar mijn stellige overtuiging contraproductief. Hierdoor worden vele goedwillende mensen in een de ‘racistische’ hoek gedrongen die er niet thuis horen en die zullen zich daar tegen verzetten. Het vergroot de afstand en maakt het daarmee moeilijker om gezamenlijke grond te vinden. Dat verzet begint immers met het afwijzen van alles wat u te zeggen heeft. En dat is precies wat er nu gebeurt. Dat racistisch en agressief benaderen zijn daar de extreme uitingen van.

Hiermee kom ik bij het begrip witte onschuld dat u van Gloria Wekker heeft overgenomen: “een dominant zelfbeeld van Nederlanders die zichzelf als open, tolerant en progressief zien en dus fundamenteel niet-racistisch. Dit terwijl Nederland 400 jaar een koloniale natie is geweest.” In januari van dit jaar zette mevrouw Wekker haar denkbeelden bij De Correspondent uiteen. Mevrouw Wekker schrijft daar in grote woorden en met ‘lange halen’ de Nederlandse geschiedenis en de gevolgen daarvan voor het heden. Met lange halen ben je snel thuis. Dat is ook bij haar het geval en dat gaat gepaard met een flinke versimpeling van het verleden. In een eerste reactie op dit artikel heb ik haar gewezen op het toch wat complexer zijn van de geschiedenis en op het niet typisch westers zijn van imperiale en koloniale neigingen en het superioriteitsdenken. In een tweede reactie stelde ik haar gebruik van de geschiedenis voor doelen in het heden ter discussie en concludeerde dat Wekker de geschiedenis aan lijkt te willen passen aan haar huidige mening over het heden.

Aan dat versimpelen van de geschiedenis, in dit geval van de slavernij tot ‘wit is dader en zwart is slachtoffer’, maakte ook documentairemaakster Sunny Bergman zich schuldig in haar ingekorte versie van haar Van der Leeuwlezing in de Volkskrant. In mijn open brief aan haar aanleiding hiervan beschreef ik het als volgt: “Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout.”

Wekker kent navolgers. Recent schreven Rufus Kain en Malique Mohamud artikelen  bij De Correspondent. Kain over bubbling en in de discussie met de lezers die erop volgde vertelde hij over de uitdaging waarvoor hij stond: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Mohamud over de verklaringen van het verlies van Clinton. Hij miste de essentiële vragen: “Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?”

Beste meneer Esajas, zou het kunnen dat het terugbrengen van de complexe werkelijkheid tot zwart (goed) tegen wit (fout, tenzij je erkent dat je door ‘witte’ kleur schuldig bent want dan verlies je je witte onschuld), leidt tot een zwart-wit-discussie? Een discussie waarbij beide partijen zich ingraven en verharden in hun eigen gelijk? Een discussie waarbij verschillen worden uitvergroot en positieve ontwikkelingen als de roetveeg- en kleurenpieten van twee kanten de kop in worden gedrukt.

Een discussie waarbij mensen als ik, hun mond het liefst houden omdat ze door beide partijen worden geslagen en geschopt. Immers, omdat ik erken dat zwarte piet mensen kan kwetsen, krijg ik met dezelfde agressie te maken en wordt ik gezien als een overloper, een ‘collaborateur’ om deze beladen term te gebruiken. Omdat ik aan de andere kant mijn ‘witte privilege’ niet erken en beken dat ik schuldig ben aan het hebben van ‘witte onschuld’, behoor ik voor u tot het kamp van de vijand. Dit terwijl we hetzelfde doel voor ogen hebben: een samenleving waarbij ieder mens even veel waarde heeft, waar iedereen ongeacht afkomst, kleur of religie er mag zijn en van zich mag laten horen. Bovendien is de kans groot dat u mijn weigering zult uitleggen als juist het leiden aan die ‘witte onschuld’, want de redenering achter die ‘witte privilege’ of de ‘witte superioriteit’ is zodanig dat het onmogelijk is om aan te tonen dat ze nergens op is gebaseerd. Dat wordt in die redenering namelijk gezien als een symptoom van het hebben ervan. Dit schreef ik ook al in mijn brief aan mevrouw Bergman.

‘C’est la ton qui fait la musique’ aldus een mooi Frans spreekwoord. Zou het kunnen dat u met uw boodschap meer zou bereiken, dat die tot mooiere muziek zou leiden’ als u de ‘toon’ aanpast door oneigenlijke argumenten achterwege te laten en door ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’ achterwege te laten? Want naast verdeeldheid richten deze termen de aandacht op het verleden en dat is weinig productief. Wellicht zou u eens het interview met de filosoof Kwame Anthony Appiah met de Belgische wedsite MO moeten lezen? Ik schreef hier gisteren een artikel over op mijn website. Omdat ze passen in mijn brief aan u, herhaal ik de laatste zinnen: “Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: “verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden. Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Als het de bedoeling is om ieder mens als even waardevol individu te zien, is het dan verstandig om de nadruk op kleurverschil te leggen, dat gebeurt immers bij het gebruik van termen als ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’? Want wat gebeurt er met iets waar je de nadruk op legt?

Beste meneer Esajas, net zoals ik ook al aan mevrouw Bergman liet weten, wil ik graag met u werken aan een betere wereld die ieder mens als een even waardevol individu ziet. Dat wordt alleen moeilijk als ik mijn ‘witte privilege moet erkennen. Dan werken we naast en deels tegen elkaar aan dat goede doel en dat zou jammer zijn. Wilt u hierover het gesprek met mij aangaan?

Met vriendelijke groet, De Balonnendoorprikker

Bier, sigaretten en wiet

Hangt u op de bank met een biertje of gaat u er dagelijks voor naar de kroeg? Laat u uw werk of school schieten om nog even een fles jonge klare naar binnen te werken? Drinkt u er lekker op los? Vervalt u met andere woorden in ledigheid omdat het in Nederland legaal is om alcohol te kopen en te drinken? Denken sommigen van jullie erover om de stap van drank naar misdaad te maken?

Volgens René van Rijckevorsel, plaatsvervangend hoofdredacteur van Elsevier, gaat dat wel gebeuren als de teelt van wiet legaal wordt: “Een overheid die drugs voorziet van een stempel van goedkeuring, zegt tegen zijn burgers: blow er lekker op los, blijf lekker in je luie bank hangen, school is niet belangrijk.” Van Rijckevorsel richt zich in zijn artikel in Elsevier tot het VVD-congres alwaar VVD’ers uit Zuid-Nederland pleiten voor regulering van de wietteelt. Een bijzondere redenering.

alcohol

Illustratie: DrugsForum.info

Alcohol is, net als tabak ,legaal te gebruiken. Geeft de overheid daarmee een ‘stempel van goedkeuring’? Een pakje sigaretten bevat al jaren teksten als: ‘Roken is dodelijk’ al dan niet aangevuld met ‘Roken is schadelijk en brengt u en anderen om u ernstige schade toe’ en ‘Rokers sterven jonger’. Teksten die er verplicht op moeten staan. De overheid heft extra accijns op tabak en ook op alcohol om het gebruik te ontmoedigen. Tabaksreclames zijn verboden, alcoholreclames zijn aan beperkende regels gebonden. De overheid initieert en subsidieert vele anti-rook en anti-drinkcampagnes. Lijkt de overheid hiermee niet te willen zeggen ‘doe het niet, het is niet goed voor u’ en legt de vrijheid van het gebruik bij de burger?

Als we dit vergelijken met de teelt en het gebruik van wiet, wordt het wrang. Teelt en handel is verboden, gebruik niet. Van Rijckevorsel is bang dat legalisering leidt tot: “‘staatswiet’ met mindere werking en illegale wiet die je knock-out slaat.” Aan de teelt en het product worden nu geen eisen gesteld, nu kan er dus ook knock-out wiet zijn en mildere. Tabaksfabrikanten moeten nu meewerken aan de ontmoediging van hun product (de teksten op de pakjes), wietfabrikanten niet. Tabak en alcoholgebruik worden ontmoedigd via accijnzen, wietgebruik is accijnsvrij.

Ja, bij overmatig gebruik van wiet liggen psychoses en schizofrenie op de loer. Bij overmatig alcoholgebruik levercirrose en Korsakov. Bij overmatig tabaksgebruik diverse vormen van kanker. En als softdrugs: “vooral funest (zijn) voor de zwakkeren in de samenleving,”  geldt dat dan niet ook voor alcohol en tabak?

Het gebruik van tabak en alcohol is door alle maatregelen flink verminderd. Zou hetzelfde niet ook kunnen gebeuren met wiet?

Beste Sunny Bergman

Ik heb u hoog zitten als documentairemaakster. Uw werk raakt de tijdgeest en roept op tot discussie en gesprek omdat het een vaak andere invalshoeken biedt om naar zaken te kijken. Waarschijnlijk trekt mij dat, omdat ook ík zoek naar andere invalshoeken, omdat alternatieven en het gesprek erover ons verder helpen. Na het lezen van de ingekorte versie van uw Van der Leeuwlezing in de Volkskrant moet mij echter iets van het hart.

Ik mis in uw lezing de uitnodiging om het gesprek aan te gaan. Ik zal u proberen uit te leggen waarom. Ik krijg uit uw betoog namelijk het gevoel dat het niet uitmaakt wat ik zeg of inbreng. Wat ik zeg zult u, zo maak ik uit uw betoog op, altijd als een bevestiging van uw gelijk opvatten. Enkele voorbeelden.

handen

foto: Regina Coeli

Als ik zeg dat ik, in tegenstelling tot wat u schrijft, als blanke (volgens u witte), hoogopgeleide man, mijzelf niet als fragiel zie en als wel behorende tot een raciale categorie, dan loop ik het risico dat u zult antwoorden dat ik door zo te reageren blijk geef van ‘boosheid en verontwaardiging’, dat ik mij aangevallen voel omdat ik word beschuldigd van racisme en dat zijn nu precies de kenmerken van ‘white fragility’ dat u leent van Robin DiAngelo.

Het begrip ‘witte superioriteit’ dat u leent van Gloria Wekker. Ik beken, ik vind menig Wildersaanhanger ‘dom’, maar dat heb ik ook met VVD’ers, GroenLinksers, PvdA’ers, CDA’ers enzovoorts. Die opvatting baseer ik niet op hun politieke voorkeur, maar op de manier waarop ze hun meningen, plannen en opvattingen onderbouwen. Als iemand op een vraag op onderbouwing antwoordt: ‘dat heb ik gelezen op Facebook’ of ‘dat heeft …. gezegd’ of nog platter: ‘dat vind ik gewoon’, dan houdt het voor mij op. Als politieke partijen bijvoorbeeld het vluchtelingenprobleem willen oplossen via opvang in de regio en daarbij helemaal voorbij gaan aan het probleem van de vluchteling, dan houdt het op. Betekent dat meteen dat ik mezelf superieur vind en het daardoor moeilijker vind om mijn ‘witte’ superioriteit’ te onderzoeken?

Dan de vraag of ik ‘witte superioriteit’ heb, als ik het zo tenminste goed omschrijf? Heb je het, lijdt je eraan of wordt je erdoor verblind? Ik ben er in ieder geval nooit van uitgegaan dat ik wel die ‘neutrale scheidsrechter’ kon spelen. Ik identificeer mij en Nederland niet met een zelfbeeld van ‘klein, onschuldig land’. Als historicus ben ik me er terdege van bewust dat er in het verleden verschrikkelijke zaken gebeurden en dat ook mensen die uit het gebied dat nu Nederland heet, zich daaraan schuldig hebben gemaakt. Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout. Want dat is wat ik proef in het denken van u en Gloria Wekker.

Ik weiger mee te gaan in een dergelijke, zoals ik het zie, oversimplificering van de werkelijkheid. In een artikel bij de Correspondent zette Gloria Wekker haar denken begin dit jaar uiteen en in een reactie daarop heb ik mijn vragen erbij verwoord. Dat mensen mensen bevoordelen die veel op hen lijken, is niet iets wat alleen licht gekleurde mensen hebben. Denk maar eens aan de donker gekleurden die over hun kleurgenoten spreken als ‘brothers en sisters’. Dergelijk taalgebruik sluit ook mensen uit. Dat bevoordelen soms te ver gaat en tot discriminatie leidt, daar ben ik me terdege van bewust. Daarvoor wil ik mijn ogen niet sluiten en daar wil ik tegen strijden. In die strijd kunnen we ons vinden, maar niet als dat betekent dat ik mee moet in het denken van u en Wekker. Dat weiger ik. Ik weiger om, u te citeren, te: “accepteren dat we in mindere of meerdere mate gesocialiseerd zijn met witte superioriteit,” en dat wij ‘witte mensen’ dat moeten accepteren. Al denk ik dat dit u waarschijnlijk zal bevestigen in uw denken. Want net als het zetten van kanttekeningen bij  ‘white fragility’ zal ook het stellen van vragen en het ter discussie stellen van ‘witte suprematie’ worden gezien als een bevestiging van het hebben van, lijden aan of verblind zijn door die ‘witte suprematie’.

Mocht ik het mis hebben en u wilt toch het gesprek aangaan, neem contact met mij op.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker

Zwarte Pieten met zwarte Piet

Op de opiniesite Joop een interessant artikel van docent Toegepaste Psychologie Henk Verhoeven. Verhoeven betoogt dat de Westerse cultuur superieur is en dan bedoelt hij niet: “klompen, oranje, Sinterklaas – met of zonder zwarte Piet – molens, nederwiet, ons gedoogbeleid of de Elfstedentocht. Evenmin dekken de Joodse of Christelijke elementen de lading. Oppervlakteverschijnselen of toevallige uitingsvormen bepalen niet de kern van die cultuur.” Voor hem blijkt de superioriteit van een cultuur uit: een samenleving zonder armoede, geweld en uitbuiting, goede gezondheidszorg en onderwijs voor je kinderen, individuele vrijheid, harmonieuze relaties met mensen om je heen en de mogelijkheid je leven zelf vorm te geven.”  Hij onderscheidt vier cultuurelementen: “het vermogen negatieve emoties te remmen, de kunst positieve emoties te activeren, rationaliteit en decentrale besluitvorming.”

zwarte-pietIllustratie: Catawiki

In opdracht van De Telegraaf is een onderzoek naar zwarte Piet uitgevoerd met als uitkomst: “driekwart van de mensen (is) niet voor aanpassing van het uiterlijk.” De Telegraaf lijkt te suggereren dat het eenvoudig is, een ruime meerderheid wil Zwarte Piet behouden en dan behouden we hem, democratisch toch? Dat er mensen zijn die zich diep gekwetst voelen, doet dan niet ter zake.

Nu behoort zwarte Piet, daar heeft Verhoeven het gelijk aan zijn zijde, niet tot de cultuur. Maar toch. Wat zien we als we het debat over zwarte Piet langs de vier cultuurelementen van Verhoeven leggen? Zien we dan niet heel veel mensen, zowel voor- als tegenstanders, die hun negatieve emoties moeilijk tot niet kunnen remmen? Overheersen die nu niet de positieve emoties: “creativiteit, initiatief, ondernemerschap, vooruitdenken en het optimistische geloof problemen aan te kunnen en projecten te realiseren”?

En dan de rationaliteit die: “impliceert ook humanisme; namelijk dat samenwerking verstandig is en geen zero-sum game is,” aldus Verhoeven. Aan de ene kant zijn er mensen die vinden dat zwarte Piet een belangrijk onderdeel van een sinterklaastraditie is die heeft niets met racisme heeft te maken. Aan de andere kant mensen voor wie zwarte Piet een kwetsend symbool van racisme en slavernij is. Hebben ze, vanuit hun perspectief bekeken niet allebei gelijk en kunnen ze alleen niet voorbij het eigen gelijk kijken? Zien ze het als een zero-sum game?

Wat zegt het als democratie wordt teruggebracht tot het JA of NEE zeggen? Is dat de beste manier van decentrale besluitvorming: “de overtuiging dat er niet één persoon is die onder alle omstandigheden, op alle momenten, alle soorten problemen kan oplossen, maar dat de hiervoor benodigde kwaliteiten verspreid zijn over veel mensen, en die dus op een georganiseerde manier in de besluitvorming betrokken moeten worden”?

Verhoeven concludeert als hij culturen langs deze maatstaf legt dat: “onze cultuur beter (is) dan alle andere culturen die ik ken (…en, o ja, Trump en Wilders zijn net zo slecht geïntegreerd in die cultuur als moslims die vrouwen besnijden of homo’s van flatgebouwen willen gooien..). Hoe geïntegreerd zijn de deelnemers aan het zwarten Pieten met zwarte Piet?

Utopische inspiratie

“Ik ben vandaag Parlermitaan op een andere manier dan gisteren en waarschijnlijk ook dan morgen,” een uitspraak van Leoluca Orlando de burgemeester van Palermo in de documentaire Tegenlicht van zondag 30 oktober 2016. Een documentaire over een bijzondere man die een bijzondere boodschap verkondigd. Een boodschap die lijkt te vloeken met de tijdgeest. Hij pleit voor mobiliteit als mensenrecht, een recht waardoor iedere wereldburger kan gaan en staan waar hij wil.

9789047708742

Een bijzondere uitspraak omdat die uitspraak ontwikkeling laat zien. De dynamiek van het leven. Dat overtuigingen van vandaag, morgen achterhaald kunnen zijn. Nu waren er in het verleden meer mensen de overtuiging toegedaan dat morgen er anders uit zou zien dan vandaag. Voor de een stond vandaag in het teken van de communistische heilstaat van morgen, voor de andere in het duizendjarige rijk en voor weer anderen in de absolute vrijheid van de markt.

Bij het zien van de documentaire moet ik denken aan De koning van Utopia. Nieuw licht op utopisch denken, het laatste boek van Hans Achterhuis. Na een jarenlang onderzoek naar grote, alles omvattende utopieën stond Achterhuis afwijzend tegen alles wat ook maar naar utopie rook. In dit boek komt hij daar een beetje op terug. Ik moest vooral aan de laatste passage uit het boek denken: “Deels gaat het hierbij om een herovering en verdediging van traditionele ruimtes en activiteiten, deels ook om de verovering van nieuwe vormen van gemeenschap. Vooral voor dat laatste is utopische inspiratie onmisbaar. Laten we niet alleen vasthouden aan de belangrijke waarden uit de traditie, maar ons ook richten op de toekomstige vernieuwing daarvan.” Een idee dat in schril contrast staat met de de diverse verkiezingsprogramma’s die vooral aan de traditie willen vasthouden. Programma’s die veelal pleiten voor het fysiek sluiten van grenzen en het emotioneel laten vallen van de luiken voor de noden elders.

Zou het recht op mobiliteit waarvoor Orlando pleit, niet een belangrijke vernieuwing kunnen zijn? Een utopische inspiratie? Alhoewel, met Schengen heeft Europa laten zien dat het kan. Een vernieuwing die iedereen de mogelijkheid geeft om te doen wat nu alleen aan de rijken is voorbehouden? Omdat: “Welcome is the best guaranty for safety,” zoals Orlando zegt? Of tonen we Orlando’s gelijk aan, dat ‘de rijken egoïsten zijn en de armen genereus’. Houden we grenzen en luiken gesloten en is morgen gelijk aan vandaag en liever nog aan gisteren?