Uitgelicht

Wij van WC-eend

In een artikel bij Opiniez beschrijft Maike van Charante de mensen die op 18 mei in Den Haag demonstreerden tegen het optreden van Israël in Gaza en de inactiviteit van de Nederlandse regering in deze zaak, als naïevelingen die niet weten wat er speelt. Bij deze een reactie van een van die naïevelingen. Dit in een schrijven naar aanleiding van de verslaggeving van de NOS over deze demonstratie. Een bijzonder artikel.

“Hoe kwamen al die in het rood geklede mensen op het Malieveld erbij dat de Nederlandse regering niet genoeg druk zet op Israël?”  Zo vraagt Van Charante zich af. Immers: “minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp loopt voorop met Israëlkritiek. Hij beloofde als eerste Europese minister om Israëlische bewindslieden – Netanyahu en Gallant – te arresteren als ze op Nederlands grondgebied zouden komen. Hij nam ook het voortouw om in de EU aan te dringen op meer druk op Israël.” Zou Van Charante weten dat die belofte helemaal niet nodig is. Zou ze weten dat Nederland de plicht heeft om de beide personen te arresteren zodra ze voet op Nederlandse bodem zetten? Alle landen die het verdrag onder het International Court of Justice hebben getekend, zijn verplicht om gehoor te geven aan door het gerecht uitgevaardigde arrestatiebevelen. En het is maar wat je het voortouw noemt. Landen zoals Spanje, Frankrijk en Ierland gaan veel verder in hun veroordeling van de Israëlische actie. Spanje en Ierland hebben de Palestijnse staat erkend. Zover is Nederland nog lang niet. Dat er landen zijn die nog inactiever zijn maakt nog niet dat Nederland ‘ voorop’ loopt.

“Vervolgens zien we wat beelden van de demonstratie, en korte interviews met burgers die vertellen dat ze het zo erg vinden wat ze via de media en de televisie zien. Tja. Media zoals de NOS, die Hamas kritiekloos citeren en relevante informatie weglaten.” Met dat laatste refereert Van Charante aan het noemen van cijfers over slachtoffers aan Palestijnse kant die door de ministerie van Volksgezondheid van Gaza. Dat is Hamas en daarmee per definitie onbetrouwbaar aldus Van Charante. Want: “Elke nieuwsorganisatie – ook de NOS – weet dat al het nieuws dat uit Gaza komt, onder controle staat van Hamas en het daarmee samenwerkende Al Jazeera.”  Er wordt er, zo betoogt Van Charante: “geen onderscheid tussen burgerslachtoffers en terroristen(gemaakt) terwijl Israël deze week belangrijke Hamasleiders uitschakelde, die zich – al even traditiegetrouw – in een tunnel onder een ziekenhuis verscholen.” Hiermee volgt Van Charante klakkeloos de beweringen van de Israëlische regering. Die beweert steevast dat er in de tunnels onder welk gebouw dan ook Hamasstrijders verborgen zitten. Aan wat ze de demonstranten verwijdt, maakt ze zichzelf schuldig: het klakkeloos geloven van wat een van de partijen beweert. Dan toch even voor VanCharante. Ieder beeld dat er uit Gaza komt, door wie ze ook zijn verspreid, laat een complete vernietiging zien van huizen en infrastructuur. En zelfs de ter lediging van de nood opgerichte tentenkampen, worden vernietigd. Je ziet die vernietiging en weet dat de mensen in Gaza geen kant op kunnen en dat er veel te weinig water en voedsel het gebied bereikt. Als je dat niet erg vindt, dan lijkt het mij dat er iets ernstig mis is met je.

“Dan komt de onvermijdelijke Nadia Bouras in beeld, die beweert dat onze regering “de genocide in Gaza ondersteunt.” Dat er geen genocide gaande is in Gaza – en al helemaal niet gesteund door onze regering – interesseert Nadia blijkbaar niet.” Of er al dan niet genocide wordt gepleegd is, zoals de in dergelijke gevallen onvermijdelijke Gert Jan Knoops zou zeggen,  aan de rechter. Maar of dat wel of niet het geval is, doet er niet toe. Als Van Charante gelijk heeft en er is geen genocide, maakt dat het minder erg? Maakt dat het geweld en terreur door het Israëlische leger dan ineens gerechtvaardigd of ‘goed’?

Dat is dan nog tot daaraantoe. Wat het saillant maakt, zijn twee tweets bij het artikel. De eerste is er een van Van Charante. Een bericht waarin ze verwijst naar een artikel in de Britse krant The Guardian. In dat artikel betogen de advocaten van de Britse overheid dat er geen sprake is van genocide. Zij bepleiten dit in een zaak die tegen de Britse overheid is aangespannen over de levering van onderdelen voor het F35 gevechtsvliegtuig. Dat de rechter in deze zaak nog een uitspraak moet doen, vergeet Van Charante erbij te vertellen. Zij neemt aan dat de advocaten van de Britse regering het bij het juiste eind hebben. Het andere bericht van Bert Brussen. Bij die tweet een artikel van de NRC waarin verslag wordt gedaan van zeven wetenschappers die betogen dat er sprake is van genocide. Wetenschappers die volgens Van Chanrante: zorgvuldig zijn geselecteerd.” De begeleidende tekst van Brussen: “ WC Eend vrijwel eensgezind: WC Eend komt echt als beste onder de rand.” Om de WC-eend metafoor te gebruiken: de ene WC-eend verwijt de andere WC-eend een WC-eend te zijn.

“Dit zou een mooi moment zijn geweest voor de NOS om te zeggen: “Het is te hopen dat de gijzelaars snel vrijkomen en dat Hamas zich overgeeft, zodat deze ellende stopt.” Maar nee, Rob Trip kijkt ons slechts droevig aan en schakelt over naar het songfestival, waar het – aldus Rob – ook al over Israël ging.” Ja, dat horen we vaker. Als Hamas zich overgeeft en de gijzelaars vrijlaat, dan is alle ellende voorbij. Dan toch even ter opfrissing van het geheugen van Van Charante.  In 1936 was er nog geen Hamas. Ook toen al streden de Palestijnen om zeggenschap over hun woongebied. Ze streden tegen de Britten  die toen mandaathouder waren van het gebied Palestina. Ze streden tegen de Britten omdat die de toestroom van joodse migranten uit Europa stimuleerden en werkten aan een tehuis voor joden in Palestina. Een tehuis met ‘zelfbesturende instellingen’, aldus de opdracht in het mandaatverdrag. Zelfbesturend voor de migranten, niet voor de grote meerderheid van de er toen wonende bevolking. Die werd achtergesteld en verzette zich tegen die achterstelling en tegen de inname van steeds meer van hun land door deze migranten. In 1948, toen Israël zichzelf uitriep en zich het grootste deel van het mandaatgebied toe-eigende en zo’n 800.000 Palestijnen wegvluchtten, was er ook nog geen Hamas. Hamas werd pas in 1987, ten tijden van de Eerste Intifada (1987-1993) opgericht. In die Eerste Intifada speelde het geen rol van betekenis. De grote tegenstander was toen de PLO onder leiding van Yasser Arafat. En ook tijdens de Tweede Intifada (2000-2005) speelde de PLO de hoofdrol en was er voor Hamas slechts een bescheiden rol weggelegd. De PLO werd in 1964 opgericht.

Wel was Hamas voor Israël een interessante partij omdat de organisatie tornde aan de machtpositie van Israëls grote vijand, de PLO. Hamas kon daarom op Israëlische steun rekenen. En Hamas tornde, vooral in de Gazastrook succesvol aan de macht van de PLO die inmiddels de kern vormde van de Palestijnse Autoriteit die aan het einde van de Eerste Intifada werd opgericht als bestuur van de Palestijnse gebieden. Met succes omdat het vredesproces dat bij het einde van de Eerste Intifada in 1993 in Oslo werd afgesproken en dat tot een Palestijnse staat moest leiden, door Israël werd gefrustreerd. De frustratie van de Palestijnen over die voortgang uitte zich bij de verkiezingen van 2006 die door Hamas werden gewonnen. Dit leidde tot een interne Palestijnse machtsstrijd en de splitsing tussen Gaza en de eveneens bezette Westelijke Jordaanoever.

Als Hamas zich zou overgeven en de gijzelaars vrij zouden komen dan is de zoveelste slag in deze al zo’n honderd jaar durende strijd ten einde. Hamas is slechts de zoveelste partij die een hoofdrol speel. Een strijd, die vanwege de grote ellende in Gaza, in relatieve stilte die ook nog op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever woedt. Want ook daar terroriseren Israëliërs gesteund door het Israëlische leger en de -overheid de Palestijnen en eigenen zich een steeds groter deel van het gebied toe. Zolang de burgerlijke, maatschappelijke en politieke rechten en omstandigheden van de Palestijnen niet worden gelijkgetrokken met die van de Israëliërs is de kans groot dat de, zoals Max Pam het met afschuw in zijn column in de Volkskrant schrijft: “baarmoeders de kraamkamers zijn van de toekomstige martelaren.”

Uitgelicht

Free Palestine …

We zien twee modellen. Het ene is Gaza. Toen we Gaza verlieten, hebben we Hamas in feite toegestaan ​​een koninkrijk van terreur te creëren. Judea en Samaria, het andere model, is tot hetzelfde gedoemd als we daar weggaan. Er zijn daar ruim driehonderd nederzettingen, bewaakt door het Israëlische leger. Er is terreur, maar op een zeer laag niveau.” Woorden van de Israëlische oud-politicus Aryeh Eldad in een interview in de Volkskrant. Een bijzondere uitspraak waarvan Eldad er wel meer doet.

Bron: Balfour declaration die aan de basis stond van het mandaatverdrag. Bron: BBC

Uitspraken zoals: “Iedereen die echt geïnteresseerd is in de kwestie, begrijpt dat die niet opgelost zal worden door lijnen op de kaart te trekken. Wat speelt tussen Israël en de Palestijnen gaat niet om grondgebied, het is een religieuze oorlog. Dat wordt door de wereld genegeerd.” Bijzonder om twee redenen. Bijzonder omdat het inderdaad niet gaat om ‘lijnen op een kaart’ en ook niet om een religieuze oorlog. Het gaat om bevolkingsgroepen die aanspraak maken op eenzelfde gebied tussen lijnen op een kaart. Het is in feit een burgeroorlog tussen twee bevolkingsgroepen. Maar dan wel een bijzonder soort. Bijzonder omdat één van die bevolkingsgroepen bestaat uit een groep mensen die recentelijke naar dat gebied is gemigreerd en vervolgens de zeggenschap over het gebied heeft verworven. Bij dat verwerven kreeg deze groep steun van de westerse landen omdat deze migranten uit het westen vluchtten voor geweld en vervolging culminerend in de Holocaust. Dat die twee bevolkingsgroepen een andere religie aanhangen, maakt het nog geen religieuze oorlog. Over de ontstaansgeschiedenis van deze burgeroorlog die inmiddels al honderd jaar duurt, schreef ik al eerder. Tot zover de eerste bijzondere reden.

De tweede bijzondere reden is dat het volgens Eldad niet gaat om lijnen op de kaart. Dit terwijl de oplossing die hij aandraagt er eentje is van ‘lijnen op de kaart’: “Een Palestijnse staat? Jordanië kan als zodanig erkend worden. Zoals wijlen koning Hussein al zei, is 70 procent van de bevolking van Jordanië Palestijns. En het grondgebied van Jordanië beslaat 75 procent van het Britse mandaatgebied Palestina. Dus Jordanië is in feite Palestina.” Een oplossing aan de andere kant van een van die lijnen op de kaart. Een oplossing die Geert Wilders ook al eens heeft geopperd.

Elhads oplossing is weer om ook twee redenen bijzonder. Dat een groot deel van de bevolking Jordanië Palestijns is, is precies een gevolg van dat al meer dan honderdjarige conflict. Een eerste grote groep van die Palestijnen vluchtten eerst in 1948 en later in 1967 vanuit wat nu Israël en de bezette Westelijke Jordaanoever is naar Jordanië. Bijzonder om een gevolg van het probleem te presenteren als argument voor oplossing die je voorstelt.

Volgens Elhad, en dat klopt, bestond het mandaatgebied Palestina uit Israël, Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Mandaathouder Groot-Brittannië kreeg de zelf geformuleerde opdracht om: “Het land onder zodanige politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden te brengen dat de vestiging van het joodse nationale tehuis, zoals vastgelegd in de preambule, en de ontwikkeling van zelfbesturende instellingen verzekerd zijn, en tevens de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras of godsdienst, te waarborgen.1Om een Joodse kolonie te stichten zonder afbreuk te doen aan de rechten van de mensen die er al woonden. We kunnen wel stellen dat dit is mislukt en dat hoeft niet te verbazen. In Nederland staat een flink deel van het land geleid door Wilders al op de achterste poten omdat ‘Nederland wordt overgenomen door migranten’ terwijl daarvan geen sprake is. In het mandaatgebied Palestina gebeurde dat wel. Omdat de komst van Joodse kolonisten tot wrevel van de bevolking leidde, besloten de Britten om het mandaatgebied te splitsen in Palestina en Trans-Jordanië en alleen Palestina open te stellen voor Joodse migranten. Zo werd het probleem beperkt, maar dan alleen geografisch. Er is daarmee, zoals Eldad doet, een redenering op te bouwen dat Jordanië in feite Palestina was. Volgens dezelfde redenering is Israël dan ook in feite Palestina

Maar terug naar het citaat van Eldad waarmee ik begon. En dan vooral de laatste zin: “Er is terreur maar op een laag niveau.” Pardon! Terreur op een laag niveau? Dat is nogal een, om een Jiddisch woord te gebruiken, gotspe, een gewaagde bewering. Terreur is op de bezette Westelijke Jordaanoever aan de orde van de dag en dat al sinds de bezetting ervan in 1967. Dat Eldad, die er zelf woont, dat zo ervaart, is te begrijpen. Hij behoort namelijk tot de terroristen, de terreurplegers. Hij en zijn mede kolonisten terroriseren, gesteund door het IDF, het Israëlische leger en de Israëlische regering, de Palestijnse bevolking. Terroriseren door op gewelddadige wijze hun grond en huizen in te pikken. Door checkpoints in te richten die het voor Palestijnen zeer lastig en soms onmogelijk maken om zich te verplaatsen. Door, als er verzet is tegen die bezetting, met grof militair geweld op te treden met vele onschuldige slachtoffers en grote fysieke vernielingen als gevolg.

Eldad: “We zitten daar al 58 jaar. Was dat niet zo, dan hadden we nu overal in het land 7 oktober. Dat is de kern. Ik verwacht dat Israël Judea en Samaria grotendeels zal annexeren. En ik denk dat dat nodig is. De realiteit die we sinds 1967 hebben gecreëerd is onomkeerbaar. De nederzettingen zullen niet worden ontmanteld. We hebben meer dan een half miljoen kolonisten. Israël moet die permanente situatie formaliseren. En net als met Jeruzalem en de Golan zullen sommige landen het uiteindelijk erkennen.” En de vervolgstap noemt hij ook al. Want als de Palestijnen dan nog niet accepteren dat ze moet afliggen en bibberen: “dan zullen we de Palestijnse Autoriteit in A- en B-gebieden moeten afzetten. Ik zou er zelf de voorkeur aan geven dat de staat Israël loopt van de Jordaan tot de zee. De Arabieren hebben het over Palestine from the river to the sea, ik zeg hetzelfde over Israël.”

Beste meneer Eldad, is het nooit in uw gedachten opgekomen dat Israel en vooral de manier waarop het zich gedraagt en het haar burgers toestaat zich te gedragen ten opzichte van anderen, de terreur de Israëlische staat en haar burgers uitoefenen in de bezette gebieden, de oorzaak is van alle ellende, ook van 7 oktober? Nee, dit is geen oproep om iedereen die de afgelopen honderd jaar naar daar is gemigreerd, te verdrijven. Dit is een oproep tot ander gedrag bij alle betrokkenen. Ander gedrag waarbij de grootste verantwoordelijkheid tot dat andere gedrag berust bij de partij met de meeste macht. Om tot vrede te komen moet de macht eerlijk worden gedeeld en dat betekent dat de machtigste partij moet inleveren ten faveure van de minder machtigen en de machtelozen.

1 The British Mandate for Palestine

Vrijheid van meningsuiting en de VVD

(C)onstaterende dat er een verontrustende stijging van antisemitische incidenten in Nederland plaatsvindt; overwegende dat de context van de uitdrukking «from the river to the sea» rechtstreeks uit het handvest van Hamas komt en een oproep tot geweld tegen alle Joden wereldwijd inhoudt; verzoekt de regering om de uitdrukking «from the river to the sea» als een oproep tot geweld te beschouwen.” Zo luidt een motie die de Kamer heeft aangenomen. De motie werd ingediend door kamerlid Boon (PVV) en ondersteund door zijn eigen partij en de partijen BBB, ChristenUnie, SGP en VVD.  Een zeer bijzondere en ook schadelijke motie.

Eretz Israël. Bron: Wikipedia

Als het in het handvest van Hamas staat, dan moet het wel fout zijn. Laten we eens kijken wat er in dat Handvest (versie 2017) staat. Punt 2 luidt: “Palestina, dat zich uitstrekt van de rivier de Jordaan in het oosten tot de Middellandse Zee in het westen en van Ras Al-Naqurah (grens met Libanon) in het noorden tot Umm Al-Rashrash (Eilat) in het zuiden, is een integrale territoriale eenheid. Het is het land en de thuisbasis van het Palestijnse volk. De verdrijving en verbanning van het Palestijnse volk uit hun land en de vestiging van de zionistische entiteit daarin doen het recht van het Palestijnse volk op hun hele land niet teniet en verankeren daarin geen enkel recht voor de zich toe-eigenende zionistische entiteit.” Met zionistische identiteit wordt de staat Israël bedoeld. Die passage wordt gevolgd door punt 3: “Palestina is een Arabisch Islamitisch land. Het is een gezegend heilig land dat een speciale plaats inneemt in het hart van elke Arabier en elke moslim.” Hier beschrijft Hamas wat zij onder Palestina verstaan en betitelen het land als Arabisch, Islamitisch. En iets verder in het Handvest, punt 20,  lezen we: “Hamas gelooft dat geen enkel deel van het land Palestina in gevaar mag worden gebracht of zal worden opgegeven, ongeacht de oorzaken, de omstandigheden en de druk en ongeacht hoe lang de bezetting duurt. Hamas verwerpt elk alternatief voor de volledige bevrijding van Palestina, van de rivier tot de zee.” De leus staat er niet letterlijk in maar is een ‘vertaling’ van dit punt. Voor Hamas is Palestina bezet en verklaart, punt 25, dat: “Het verzet tegen de bezetting met alle middelen en methoden is een legitiem recht dat wordt gegarandeerd door goddelijke wetten en door internationale normen en wetten. De kern hiervan ligt (in) gewapend verzet, dat wordt beschouwd als de strategische keuze om de principes en de rechten van het Palestijnse volk te beschermen.”

Hamas betoogt dat de Palestijnen een volk zijn en geeft aan welk gebied het volk als haar thuisland ziet en constateert dat een deel van dat gebied is bezet. Hamas beroep zich hierbij op VN-resolutie 1514 met als titel Verklaring over het verlenen van onafhankelijkheid aan koloniale landen en volkeren van de 14 december 1960. Die resolutie stelt dat: “De onderwerping van volkeren aan buitenlandse onderwerping, overheersing en uitbuiting (…) een ontkenning (vormt) van fundamentele mensenrechten,” en: “in strijd (is) met het Handvest van de Verenigde Naties en (…) de bevordering van wereldvrede en samenwerking in de weg(staat).” En vervolgt met: “Alle volkeren hebben het recht op zelfbeschikking; op grond van dat recht bepalen zij in vrijheid hun politieke status en streven zij in vrijheid hun economische, sociale en culturele ontwikkeling na.” Dat het een legitiem recht is van een volk om zich ook met geweld tegen een bezetter te verzetten, zal door weinigen worden bestreden.

Terreur is een middel dat binnen die regels past, terreur als (Van Dale)‘georganiseerd politiek geweld’. Terreur is een methode om de strijd aan te gaan. Een methode die niet zoveel verschilt van guerrilla, een gewapend conflict waarbij ongeregelde strijders een reguliere krijgsmacht trachten te ontregelen en uit te putten. Waarbij ze vanwege het verschil in vuurkracht een rechtstreekse confrontatie zoveel mogelijk vermijden. Dat verzet en dus die terreur, moet wel plaatshebben binnen de regels van het oorlogsrecht.  Die regels werden op 7 oktober 2023 geschonden aldus de aanklager van het Internationaal strafhof.

Of betogen Boon en zijn collega’s die deze motie aannamen dat het Palestijnse volk, net zoals Poetin over de Oekraïners beweert, niet bestaat? Dat het Palestijnse volk een ‘verzinsel’ is? Volgens de Van Dale is een volk een: “historisch gegroeide gemeenschap van erfelijk verwante mensen met min of meer gelijke taal en gewoonten.”  Een volk is vooral een volk als het zelf vindt dat het een volk is. Die VN resolutie geldt voor volkeren en als de Palestijnen geen volk zijn, dan is die op hen niet van toepassing. Als ze geen volk zijn wat zijn het dan? Het zijn in ieder geval mensen die als tweede- of nog minderrangs worden behandeld door een overheid. De Van Dale geeft nog een tweede betekenis van volk die hierop duidt: “de gezamenlijke bewoners van een staat”.  Ook in dat geval kunnen ze in verzet komen tegen de machthebbers, al dan niet gewapend en daartoe oproepen. “Het is aan ieder bekend dat een vorst, als dienaar van God, geacht wordt zijn onderdanen te beschermen tegen alle onrecht, overlast en geweld, zoals een herder zijn schapen beschermt. De onderdanen zijn niet door God geschapen om de vorst in alles wat hij beveelt onderdanig te zijn en hem als slaven te dienen. De vorst regeert bij de gratie van zijn onderdanen en moet met recht en reden over hen regeren, hen beschermen en liefhebben zoals een vader zijn kinderen liefheeft en zoals een herder met hart en ziel zijn schapen beschermt. Als een vorst zijn plichten niet nakomt, maar, in plaats van zijn onderdanen te beschermen, hen probeert te onderdrukken als slaven, dan is hij geen vorst, maar een tiran. In dat geval mogen zijn onderdanen, na beraadslaging in de Staten-Generaal, hem afzweren en een andere leider kiezen. Dit recht hebben zij te meer als ze hun vorst niet met vreedzame middelen van zijn tirannieke neigingen hebben kunnen genezen. In dat geval hebben ze geen andere middelen om hun natuurlijke vrijheid, waarvoor men zich met hart en ziel dient in te zetten, veilig te stellen. Daarvan zijn diverse voorbeelden bekend uit andere landen en andere tijden.” Aldus het Plakkaat van Verlatinghe waarmee Spaanse koning werd afgezet. De geschiedenis kent meer van dit soort ‘plakkaten’. De opstellers beriepen zich op het natuurlijke recht van onderdanen om zich tegen tirannie te verzetten. Als onze voorvaderen zich het recht toe-eigenden om zich tegen tirannie te verzetten, mogen andere inwoners van een staat dat dan niet ook doen?

Met de aangenomen motie betoogt de Kamer dat een bezet volk niet mag oproepen tot geweld tegen een bezetter. Nu kun je je afvragen of Hamas namens het Palestijnse volk spreekt maar dat is iets wat je je van iedere bevrijdingsbeweging en zelfs van iedere politieke partij, ook in Nederland, kunt afvragen. Hamas is trouwens niet de ‘uitvinder’ van de leus. De PLO maakte er al gebruik van bij haar ontstaan in de jaren zestig van de vorige eeuw. De leus is een spiegel van de zionistische concept Eretz Israel waar de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring mee begint. Eretz Israel is het concept dat God aan Abraham, de aartsvader van de joden, het land Kanaän heeft toegezegd. Trouwens die Israëlische onafhankelijkheidsverklaring en de handelswijze van de successievelijke Israëlische regeringen vertonen overeenkomsten met de beginselverklaring en de handelswijze van Hamas. Daar waar Hamas de Arabische gemeenschap om steun vraagt, wordt in de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring de steun gevraagd van de joodse diaspora. Steun bij: “de taken van immigratie en opbouw en hen bij te staan in de grote strijd voor de verwezenlijking van de eeuwenoude droom – de verlossing van Israël.”

Twee verklaringen, de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring en het Handvest van Hamas die inhoudelijk overeenkomen. Twee verklaringen van twee volken die op basis van natuurlijke en historische rechten aanspraak maken op eenzelfde gebied. De een ziet het als een joodse staat, de andere als een islamitisch Palestijnse. Van die natuurlijke en historische rechten kun je van alles vinden maar dat verandert niets aan het feit dat beide groepen zich erop beroepen en dat ze beiden aanspraak maken op hetzelfde stuk land.

Er is meer. Dat meer betreft Nederland. “Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.” Het eerste lid van artikel 7 van de Nederlandse Grondwet. Dat wordt gevolgd door een tweede lid dat aangeeft dat dit ook voor radio- en televisie-uitzendingen geldt en door een derde lid dat het veralgemeniseert: “Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Dit artikel regelt onze vrijheid van meningsuiting. Als de strekking van deze motie door de regering wordt overgenomen en de leus strafbaar wordt gesteld, dan wordt de vrijheid van meningsuiting in Nederland beperkt. Dan bepaalt de wetgever wat iemand met woorden bedoeld. Dan wordt één interpretatie van een uitspraak tot ‘wet’ verheven. Dan gaat de toevallige politieke waan van de dag het woordenboek bepalen Dat is een weg die we niet op moeten willen gaan. Dat is een weg die de vrijheid van meningsuiting beperkt.

Het meest wrange hierbij is dat de motie werd gesteund door twee partijen die vrijheid in hun naam dragen. De ene partij, de PVV, gebruikt vrijheid als een schaamlap. Ze gebruikt vrijheid maar wil vooral verbieden en beperken wat haar niet bevalt. De andere, is de van oorsprong liberale partij de VVD. Een partij die zichzelf liberaal noemt, wat betekent dat zij: “een samenleving met zo veel mogelijk vrijheid voor mensen willen.” Een partij met vrijheid als eerste van haar vijf kernwaardes. Een partij waarvoor vrijheid betekent dat: “Ieder mens (…) recht (heeft) op een zo groot mogelijke vrijheid. Dat betekent dat je je leven mag leiden zoals je dat zelf wilt. Vrijheid is onmisbaar om jezelf te ontwikkelen en het beste uit jezelf te halen. De persoonlijke vrijheid wordt daarom alleen begrensd als je de vrijheid van een ander schaadt. Daarnaast moeten we rekening houden met toekomstige generaties.” En die dat toelicht met drie voorbeelden waarvan het eerste hier relevant is: “Je mening kunnen geven zonder gearresteerd te worden.” Met het aannemen van deze motie heeft de partij haar ‘liberale veren’ afgeschud en is ze verworden tot een bekrompen conservatieve partij.

Agent met hoofddoekje?

“Het is heel treurig dat het onderwerp zo gepolitiseerd is. De link die tegenstanders van de hoofddoek leggen met partijdigheid is onzin. Neutraliteit gaat over gedrag, niet over hoe je eruitziet. Want hoe neutraal waren die agenten eigenlijk, die op de vingers werden getikt vanwege racisme?” Woorden van islamofobie-onderzoeker Ineke van der Valk in een artikel van Ewout Klei bij De Kanttekening. Dat naar aanleiding van het besluit van de gemeente Amsterdam dat een Bevoegd Opsporingsambtenaar (BOA) een hoofddoek of keppeltje mag dragen als die persoon het wil. Een bijzondere uitspraak en een bijzondere discussie.

Van der Valk is een van de drie personen die in Klei’s artikel aan het woord komen. De anderen zijn socioloog Hans de Vries, die tegen het dragen van hoofddoeken en keppeltjes is. De Vries: “Geloof is een individuele keuze. Ik ben een atheïst en een pacifist. Maar ik leg mijn opvattingen niet aan anderen op. Dat doe je wel als je statements maakt, zoals het dragen van een kruisje of een tulband, het verwerken van het vredesymbool in je handtekening of het dragen van een hoofddoek. Dit mag je doen trouwens, maar niet namens de overheid.”  En jurist en arabist Maurits Berger die, net als Van der Valk, het een goede zaak vindt dat hoofdoeken en keppeltjes gedragen mogen worden door BOA’s en die zouden willen dat ook politieagenten ze mogen dragen. Berger: “Neutraliteit als leuze is betekenisloos. Het moet gaan om ons vertrouwen in geüniformeerde dienst. Kun je professioneel zijn als je gelovig bent?”  

Wat opvalt is dat De Vries en Berger het allebei over neutraliteit hebben maar niet over hetzelfde onderwerp. De Vries heeft het over de neutraliteit van de overheid en de politie als onderdeel van die overheid. Berger heeft het over de neutraliteit van de individuele agent.

De platte politiepet, die tegenwoordig nog maar zelden wordt gedragen, straalt niets anders uit dan het ‘lidmaatschap’ van de politie en dus de overheid. Die pet zegt niets over de agent als persoon. Wat jij als persoon denkt en vindt is voor je werk als agent en voor de burgers met wie je in aanraking komt, niet van belang. Voor die burgers is alleen van belang dat de agent de overheid vertegenwoordigd.

Met een hoofdoek, keppeltje, tulband en het vergiet van pastafari ligt dat anders. Die zeggen iets over de persoon die het draagt. Dat is informatie die voor het uitvoeren van de functie en voor de burger waarmee de agent te maken heeft, niet van belang is. Om het in moderne termen te zeggen: de identiteit van de persoon in het uniform doet er niet toe. Of het een man of vrouw is, welke huidskleur die persoon heeft, welk geloof die persoon aanhangt, op welke partij die persoon heeft gestemd, wat de gezinssamenstelling is van het gezin van de agent is voor het uitoefenen van de functie agent en voor de burgers waarmee de agent te maken krijgt, niet van belang. Dat is ook precies de reden waarom er voor de uitoefening van die functie, voor een uniform is gekozen. Door het dragen van hoofddoeken, keppeltjes, tulbanden maar ook het zichtbaar dragen van andere uitingen van geloof of overtuiging, wordt de identiteit van de persoon in het uniform benadrukt en die doet er nu juist niet toe.

Het antwoord op de vraag van Berger of je iemand in uniform kunt vertrouwen die gelovig is, is ja. Bij het politiewerk gaat het er niet om wat de agent denkt, maar wat de agent doet. Racistische uitingen van agenten in appgroepjes zijn verwerpelijk en vragen om een reactie maar hoeven niet te betekenen dat de agenten die zich eraan schuldig hebben gemaakt, niet neutraal kunnen optreden. Volgens Berger mag de politie wel grenzen stellen aan haarkleur, piercings en tatoeage: “Dat heeft met decorum te maken. Ik kan dat begrijpen, al vind ik dat soort uiterlijkheden  persoonlijk geen probleem. Ook agenten met piercings of tatoeages kunnen professioneel hun werk doen.” Bij de tatoeage moest ik denken aan Once were Warriors een Nieuw-Zeelandse film uit de jaren negentig. Een film over het leven van de Maori familie Heke en hun problemen rondom armoede, alcoholisme en huiselijk geweld, met name veroorzaakt door de vader, Jake gespeeld door Temuera Morrison. Na de begrafenis van dochter Grace, die zelfmoord heeft gepleegd na te zijn verkracht door Jakes vriend ‘Uncle Bully’, treffen de zoons Nig en Boogie elkaar na lange tijd weer. Nig is lid geworden van een groep Maori jongeren en moest daarvoor tā moko op zijn gezicht laten tatoeëren. Boogie is uithuisgeplaatst en maakt in het internaat kennis met de oude Maori gebruiken en leert die steeds meer te waarderen. Als Nig aan Boogie vraagt of het geen tijd is voor een tā moko antwoord Boogie met de woorden: “I wear my scars within.”  Ik moest hieraan denken omdat die tā moko voor een Maori als Nig veel meer is dan ‘een tatoeage’ en dus decorum, “de gepaste vorm”, aldus de Van Dale. Het is onderdeel van de Maori cultuur en traditie. Nu zullen er weinig Maori’s in Nederland rondlopen, maar toch. Als je via een keppeltje en hoofddoek een deel van je identiteit mag uiten als agent, dan moet een tā moko ook kunnen. En als een tā moko moet kunnen, dan moet iedere tatoeage, piercing en zelfs een blauwe haarkleur kunnen. Dat is immers ook een uiting van iemands identiteit. Dan zou zelfs in het meest extreme geval een hakenkruis moeten kunnen. Zo’n uiting betekent immers niet dat iemand niet neutraal zijn werk kan doen.

Het gaat daarmee niet om hoofdoek of keppeltje maar om alles of niets. Dan toch liever de neutraliteit waar Hans de Vries voor pleit.

 ‘Gekke minse’

“Ze zegge det de helluf van de wereld van ôs is. Ik weit ’t neet percies maar as det klop is ’t neet mis. Dan staeke we 50 cent van iddere gölde in de tes. En nog ein kwartje van de res.” Het openingsrefrein van het feestnummer Gekke minse van de Venlose band Neet oet Lottum . In de rest van Nederland is de band vooral bekend door het nummer Hald mich ens vas. Die ‘ôs’, ‘ons’ in het Nederlands, zijn gekke mensen. De tekstschrijver Frans Pollux zou wel eens gelijk kunnen hebben. Dat is wat ik dacht na het lezen van het boek The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous  van Joseph Henrich. Het laatste boek dat ik in 2023 las, maar wel het boek dat de meeste indruk op me heeft gemaakt. Weird: “raar, gek, eng,” volgens de Vandale. Henrich geeft er een heel andere betekenis aan. WEIRD is voor hem een acroniem van Western, Educated, Industrialized, Rich and Democratic.[1]  Wij, wat we nu de westerse wereld noemen, zijn WEIRD en wijken af van de rest van de wereld en van samenlevingen uit het verleden.

Voor een beschrijving van het niet WEIRDe deel van de huidige en vroegere wereld even terug in  de tijd. Een van de mooiste scenes in de film Gladiator is in mijn ogen als de gladiator Juba, gespeeld door Djimon Gaston Hounsou, de poppetjes die de voorouders en kinderen van Maximus, de oud-generaal en nu gladiator gespeeld door Russell Crowe, in het zand begraaft. Juba spreekt dan de woorden: “I will see you again… but not yet. Not yet.” Die scene herbergt twee manieren om naar het leven op aarde te kijken.

I will see you again,” duidt op het geloof dat er na het leven op Aarde nog iets is.  Een leven na de dood. Dit denken is al oud en heeft vooral als doel om je tijdens het leven op Aarde te disciplineren. Dat disciplineren tijdens het leven kan alleen als het niet zeker bent van dat leven na de dood. Of, en dat is de variant die het meeste voorkomt, dat plek is voor degenen die goed hebben geleefd en zich dus aan de morele regels hebben gehouden en een plek voor hen die dat niet hebben gedaan. Voor christenen de hemel of de hel en voor het katholieke deel van hen zat daartussen nog het vagevuur. Daar kwam je terecht als je niet goed genoeg had geleefd maar ook niet slecht genoeg. Daar doolde je rond totdat je voldoende was gestraft voor je zonden. In de Griekse mythologie, die ook aan de basis van het Romeinse lag waarin Maximus geloofde, was Elysium het gedeelte van de Hades, de onderwereld, waar de goeden naar toegingen en Tartaros was het deel waar je naartoe ging als je uitzonderlijk slecht had geleefd. Zat je ertussen dan ging je naar Asphodel een min of meer ‘kraak nog smaak’ gebied waar je dan bleef ronddolen.

De begraven poppetjes duiden op een andere manier van naar het leven kijken. Dat is denken dat je als mens deel uitmaakt van een groter geheel en wel op twee manieren. De eerste is de doorlopende keten van verre voorouders, via je grootouder, ouders en jezelf door naar je kinderen, kleinkinderen en verder tot je verre nakomelingen. Daar staan de poppetjes voor. Je staat in een familie en tribale lijn waarin je je plek hebt.  Je staat onder je ouders en grootouders maar ook ooms, tantes en oudooms en oudtantes, daar heb je naar te luisteren, daar heb je respect voor en wat zij zeggen stel je niet ter discussie. De tweede manier van ‘je plek hebben’ hangt af die je familie inneemt in de tribale structuur. Behoor je tot de familielijn van de stamleider of priester, dan sta je in hoger aanzien en wordt er eerder naar je geluisterd dan naar een familie van een eenvoudige landbouwer. De plek van je familie is ook jouw plek en toekomst. Is je vader boer, dan word jij ook boer. Is je vader krijger, dan word jij het ook. Je hoeft niet na te denken en leert alles van je ouders. Pas als die dood zijn en jij aan de top van de familielijn staat (en niet een van je broers) dan kun je wat richting bepalen en proberen iets te veranderen. Alleen is dat laatste lastig omdat veranderen betekent afwijken van het oude en de tradities en die zijn heilig. De stam en familie bepalen alles.

Stam en familie stonden centraal. Henrich omschrijft deze samenleving als volgt. “Mensen leefden in een netwerk van verwantenorganisaties binnen stamgroepen of netwerken. Uitgebreide familiehuizen maakten deel uit van grote verwantschapsgroepen (clans, stamhuizen etc.) Erfenis en verblijf na het huwelijk waren patrilineaire; mensen leefden vaak in uitgebreide patrilineaire huizen en vrouwen gingen bij de verwanten van hun man wonen. Veel verwantschapseenheden bezaten of controleerden gezamenlijk grondgebied. Zelfs als er sprake was van individueel eigendom, behielden verwanten vaak het erfrecht, zodat land niet verkocht of anderszins overgedragen kon worden zonder toestemming van verwanten. Grotere verwantschapsorganisaties bepaalden zowel de wettelijke als de sociale identiteit van individuen. Geschillen binnen verwantengroepen werden volgens gewoonte intern beslecht. Gezamenlijke verantwoordelijkheid betekende dat intentionaliteit maar een kleine rol speelde bij het toekennen van straf of het opleggen van boetes voor geschillen tussen verwanten. Verwantschapsorgnisaties boden leden bescherming, verzekering en zekerheid. Deze organisaties zorgden voor zieke, gewonde en arme leden, en voor ouderen. Gearrangeerde huwelijken met familieleden waren gewoonte, net als huwelijkse betalingen zoals bruidsschat of bruidsprijs (…) Polygone huwelijken waren gebruikelijk voor mannen met een hoge status. In veel gemeenschappen konden mannen slechts met één “primaire” vrouw trouwen, meestal iemand van ongeveer gelijke sociale status, maar ze konden dan secundaire vrouwen toevoegen, meestal van een lagere sociale status.[2]” 

Menigeen zal nu denken: zie je wel het patriarchaat. Door mannen verzonnen om vrouwen eronder te houden. En inderdaad is dit het patriarchaat ten top. Alleen behoorde een flink deel van de mannen tot de grote verliezers. Dat bepalen met wie er getrouwd kon worden, betekende voor een flink deel van de mannen dat er niet getrouwd werd omdat er niemand was om mee te trouwen. Voor vrouwen betekende het dat ze derde, vierde of tiende vrouw van een man konden worden. Voor laag geplaatste families was het weggeven van een dochter als zoveelste vrouw een manier om zich omhoog te werken in de hiërarchie. Voor de top waren huwelijken een manier om macht, aanzien en vooral bezit in de familie te houden. En nee, dit systeem is niet bedacht door mannen. Het is een moderne voortzetting van op overleving en dan vooral de doorgifte van dna gebaseerde strategie van het leven. Een strategie die de mannelijke leden van een diersoort ertoe aanzet om zoveel mogelijk vrouwen te verzamelen want dat maakt de kans het grootst om nakomelingen te krijgen. Ook voor vrouwelijke leden van de soort was het aantrekkelijk om zich rond een sterke man te voegen. Dat vergrootte voor de vrouw de kans om nakomelingen groot te krijgen.

Onze huidige westerse samenleving ziet er heel anders uit. Wij zijn individualistisch en gericht op zelfverbetering en zelfwaardering. Privé- bezit is alles bepalend. Wat onze ouders doen is niet bepalend voor wat wij gaan doen. We kunnen onze ambities najagen en doen dat ook. Dat wat we willen zijn en najagen wordt vervolgens de kern van onze identiteit en omdat je er positief op wilt staan wordt er hard gewerkt. Dat wakkert innovatie aan. We zoeken mensen op waarvan we denken dat ze ons verder brengen. We vinden rechtvaardigheid belangrijk en daarbij is de vraag naar de intentie van iemands handelen van belang. Wij praten over schuld en niet over schaamte. Je schaamt je  als je iets doet wat de groep waartoe je behoort in diskrediet brengt. Dat is waarschijnlijk ook waarom de discussie over excuses voor slavernij vooral in westerse samenlevingen wordt gevoerd. We denken analytisch en niet holistisch .Traditie en ouderdom zijn voor ons geen redenen om iets te doen of iets van iemand aan te nemen. Regels en wetten bepalen ons handelen en die worden zo objectief mogelijk toegepast en gehandhaafd. Om slechts enkele van de afwijkende kenmerken van de WEIRD samenleving te noemen[3].

Die WEIRD-heid ligt aan de basis van het succes van de Westerse samenleving, zo betoogt Henrich. Aan die WEIRD-heid hebben we het economisch succes en onze democratie te danken. Het gebrek aan die “WEIRD-heid is ook een van de oorzaken waarom economische succes op andere plekken ontbreekt. Het is ook een van de oorzaken waarom de democratie op veel plekken niet echt aanslaat. Henrich geeft Afghanistan als voorbeeld en citeert uit een ander boek een gesprek met een kiezer. Die kiezer geeft aan te hebben gestemd op de kandidaat van keuze: “Besluiten voor  hem? Meneer! Wat bedoelt u? Zijn familie woont hier al sinds de dagen van Dost Mohammed Khan en langer … Wist u dat mijn zusters man een neef heeft die getrouwd is met Sayyaf’s schoonzus. Hij is een van de onzen.[4]  Democratie in een tribale samenleving is de macht geven aan de grootste stam. Om die te bepalen is het niet nodig om verkiezingen te houden. Maar door die wel te houden krijgt de machtigste stam de staatsmacht en daarmee ook de macht over andere stammen. Ze zal die macht vervolgens gebruiken om zich die staat toe te eigenen.

 De oorzaak van onze ‘gekheid’ ligt, zo betoogt Henrich in de christelijke stroming die in West-Europa uiteindelijk dominant werd. En daarvoor moeten we een heel eind terug in de tijd. Dat die stroming waaruit de huidige katholieke kerk en de vele protestantse stroming uit zijn voortgekomen dominant werd, stond tevoren niet vast want : “Aan het begin van het eerste millennium van de jaartelling was het Romeinse Rijk een borrelende ketel van religieuze concurrentie van de oude Romeinse staatsgodsdienst, het jodendom, het Zoroastrisme, het Mithraïsme, een potpourri van christelijke geloven en een veelheid aan lokale religies omvatte.[5]  Die WEIRD-heid werd, zo betoogt Henrich veroorzaakt door de regels rond het huwelijks- en familierecht van de winnende stroming. Hij noemt dit het Huwelijks- en Gezins Programma van de kerk.

Hoe zag dit Programma eruit? Het: “verbood huwelijken met bloedverwanten. Deze verboden werden geleidelijk uitgebreid naar verre verwanten, tot neven en nichten.” Het: “verbood het huwelijk met aangetrouwde verwanten (…) Als je echtgenoot stierf, kon je niet met zijn broer, je zwager, trouwen. In de ogen van de kerk werd de broer van je man je echte broer (incest).”Hetverbood: “huwelijken met niet-christenen tenzij ze bekeerd waren.” Het: “creëerde geestelijke verwantschap, via de instelling van peetouders.” Het: “de adoptie van kinderen ontmoedigd . Moeders moesten voor hun eigen kinderen zorgen: als ze dat niet konden, zouden de kerk of peetouders voor hen zorgen.” Volgens het Programma was: “publieke instemming met het huwelijk door beide partners nodig.” Het: “moedigde nieuw getrouwden aan een eigen huishouden te beginnen.” Het programma: “moedigde het privé bezit van eigendom (land) en erfenis door een persoonlijk testament aan.[6]  Deze maatregelen werden niet allemaal ineens ingevoerd en het mag dan met de ogen van nu niet erg spectaculair lijken. Toch maakte dit, zo betoogt Henrich, geleidelijk een einde aan de oude stam en familiebanden en stond daarmee  aan de basis van die WEIRDe samenleving.

De reden waarom de kerk voor deze lijn koos is waarschijnlijk niet omdat ze de individuele vrijheid van de mens zo belangrijk vond. De belangrijkste ‘nevenschade’ van deze keuze is dat mensen steeds meer zelf gingen nadenken. Hiermee zetten de kerk uiteindelijk de bijl aan de wortel van haar eigen bestaan want mensen gingen ook nadenken over hun geloof, hun relatie met god en de rol van de kerk. Was er wel een kerk en priester nodig voor die relatie met god? Nee, dachten zelfs priesters als Luther en timmerde zijn 95 stellingen op de deur van de Wittenbergse kerk en hij waas niet de enige noch de eerste. De volgende interessante vraag die werd gesteld was of god wel nodig was en bestond? Nietsche beantwoordde die vraag uiteindelijk door god dood te verklaren.

Had de kerk dit in het eerste deel van het eerste millennium geweten, dan had ze wellicht een andere route gekozen. Maar zoals wel vaker hebben acties die op positief lijken onvoorziene negatieve gevolgen. Het positieve dat de kerk zag, was dat deze keuze leidde tot een toename van middelen (grond en geld) en dus macht voor de kerk. Een van de bijzonderheden van het christelijk geloof in die tijd was, en daarmee komen we bij de weg naar de hemel, dat je die weg kon kopen. Kopen door al je bezittingen aan ‘de armen’ te geven. En de kerk was de vertegenwoordiger van ‘de armen’. Alleen is het lastig om iets te geven als het eigendom is van je gehele familie. Een individuele lijn sterft nogal eens uit, de kans dat dit met zo’n familielijn gebeurt is veel kleiner en wordt zelfs nihil als je, zoals bij de Romeinen gewoon, makkelijk een kind als je eigen kon adopteren. De maatregelen van het Huwelijks- en Gezins Programma waren erop gericht om meer middelen en macht te verwerven door juist de basis onder de tribale en familiestructuur te breken. En succesvol was het:  “Tegen 900CE bezat de kerk ongeveer een derde van het cultuurland in West-Europa, inclusief Duitsland (35 procent) en Frankrijk (44 procent). Tijdens de portestantse reformatie in de 16e eeuw bezat de kerk de helft van Duitsland en tussen een kwart en een derde van Engeland.[7]

Tot zover Henrichs betoog. Rest de vraag: hoe sterk is zijn betoog? Henrich onderbouwt het betoog met cijfers, statistieken sociale onderzoeken van vroeger en nu. Onderzoeken in westerse samenlevingen maar ook onder nu nog tribale samenlevingen en zelfs onder jager- verzamelaars. Onderzoeken die laten zien waarom ‘wij’ WEIRD zijn en welke ‘proto WEIRDheid’ onze voorvaderen vertoonden. Onderzoeken die laten zien dat WEIRD mensen vaker de beloning kunnen uitstellen door bijvoorbeeld te kiezen voor € 140 over een jaar in plaats van € 100 nu. Maar ook onderzoek naar de loopsnelheid van mensen. WEIRD loopt sneller. Tijd is immers geld. Voor de liefhebbers, een Amsterdammer (hoog op de WEIRD schaal) loop gemiddeld 3,5 mijl per uur. Een inwoner uit Rio de Janeiro een mijl minder per uur[8]. Die cijfers laten correlatie zien, geen causaal verband. Ze verklaren niet eenduidig dat het Huwelijks- en Gezins Programma dat de kerk in de eerste eeuwen van het eerste millennium inzette de oorzaak is van ‘onze’ WEIRD-heid. De veelheid aan cijfers maar vooral de vergelijking met samenlevingen die niet bloot zijn gesteld aan dat Plan, maken zijn betoog sterk. En zelfs als vervolgonderzoek op een andere oorzaak dan het Programma wijst, dan nog is het een verhelderend boek. Verhelderend omdat het laat zien dat niet alle mensen ‘WEIRDos’ zijn zoals ‘wij’ en dus op een andere manier naar het leven kijken.

Om het einde van Gekke Minse van Neet oet Lottum  aan te halen: “Want weej zien gek, want weej zien gek, hartstikke gek. Gek, gek, gek, gek gek, gek.”  En daarmee sluit ik 2023 af. Ik wens jullie een fijne jaarwisseling en alle goeds.


[1] Joseph Henrich, The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous, pagina xiii

[2] Idem, pagina 162-163

[3] Idem pagina 56: op deze pagina geeft Henrich een opsomming van de kerneigenschappen van de psychologie van WEIRD.

[4] Idem, pagina 409. Eigen vertaling

[5] Idem pagina 471. Eigen vertaling

[6] Idem, pagina 165-166. Eigen vertaling

[7] Idem, pagina 185. Eigen vertaling.

[8] Idem, pagina 362

Umwertung der Werte

In mijn jeugd in het toen nog katholieke zuiden van Nederland ging ik naar de sint. Andreasschool. In mijn geboortedorp werd dit de ‘jongensschool’ genoemd omdat op de school tot een paar jaar ervoor alleen maar jongens zaten. Voor de meisjes was er in die jaren een andere school. Die school heette in mijn tijd de sint Sebastianusschool. Het sint maakt al duidelijk dat het beide katholieke scholen waren en andere keus was er niet in het dorp. De enige sint die ook door niet-katholieken wordt aanbeden in Sint Nicolaas. Katholiek was toen echt katholiek met een pastoor die de godsdienstles kwam geven en ons onder schooltijd voorbereidde op de belangrijke stappen in het leven van een katholiek zoals de eerste communie, het vormsel en de grote communie. Die laatste was bij iedereen de favoriete want dan kreeg je cadeaus. Wat het precies inhield, wist ik toen nog niet. Ik moest hieraan denken bij het lezen van een artikel van Shawintala Banwarie en Kamel Essabane bij De Kanttekening. Een bijzonder betoog.

Bron: Wikipedia

“De afgelopen weken was er veel media-aandacht voor gebedsruimten op openbare scholen en moslimleerlingen die daarom zouden vragen. Openbare scholen zijn – zo oordeelde de Commissie Gelijke Behandeling in 2000 – niet verplicht om een gebedsruimte of stilteruimte in te richten.” Zo beginnen ze hun betoog waarin ze openbare scholen oproepen om gehoor te geven aan de vraag van moslimleerlingen om een stilteruimte waarin ze kunnen bidden.Want: “In feite, is het verzoek van deze moslimleerlingen niet anders dan het verzoek van leerlingen om een voetbalveld te hebben, of een spelruimte.”  Het eerste wat ik dacht toen ik die vergelijking met het voetbalveld las was:  ‘eindelijk mensen die voetbal gelijk stellen aan religie’. Nu even zonder gekheid.

Maar eerst even vooraf. Een openbare school is een school die niet uitgaat van een godsdienst of levensbeschouwing. Naast openbare scholen kent Nederland ook bijzondere scholen. Een bijzondere school gaat uit van en geeft les op basis van een godsdienst of levensbeschouwing.

Dat zoals de auteurs beweren: “het openbaar onderwijs in Nederland zich niet profileert als ‘neutraal’ of ‘religievrij’, maar als ‘actief pluriform’”, houdt nietautomatisch in dat de openbare school zich: “Daarmee committeert (…) aan ruimte bieden aan diversiteit, en dus ook aan levensbeschouwing,” in de vorm van een stilteruimte. ‘Actief pluriform’ betekent dat de school open staat voor iedereen, precies zoals de wetgever van haar vraagt. Een openbare school is toegankelijk voor ieder kind. De enige reden waarom een school een kind kan weigeren is als er geen plek meer is. Dit in tegenstelling tot een bijzondere school. Die kunnen van ouders eisen dat zij de ‘grondslag’ waarop de school is gebaseerd, onderschrijven.

Dit is niet de enig, om Nietsche te parafraseren, Unmwertung der Werte, die de beide auteurs hanteren. “Heeft het wel of niet kunnen bidden of mediteren op school effect op het welzijn van leerlingen die daar behoefte aan hebben? Heeft het beperken van religieuze expressie effect op de persoonlijke ontwikkeling en burgerschapsvorming van leerlingen? Heeft het beperken van zelfexpressie effect op hun leerprestaties? Ervaren leerlingen die willen bidden religie als een keuze, of als een essentieel onderdeel van hun identiteit? Zouden sommige leerlingen liever op school bidden dan in de buurtmoskee? De vragen stellen is hen beantwoorden.” Toch vreemd om scholen die duidelijk aangeven waar ze voor staan, namelijk open voor iedereen en niemand een bijzondere behandeling, te verwijten, want dat doen de auteurs, de leerprestaties en burgerschapsvorming van kinderen te belemmeren door stilteruimtes te weigeren. De vraag om een stilteruimte is een vraag om een voorkeursbehandeling en daaraan doet het openbaar onderwijs niet.

Ze gaan verder: “dat openbare scholen vooral met goed onderwijs bezig moeten zijn en niet met religieuze behoeften, negeert de pedagogische en burgerschapsopdracht van het onderwijs.” Een volgende bijzondere verdraaiing. De pedagogische en burgerschapsopdracht van het onderwijs is verwoord in de kerndoelen en dan vooral kerndoel 43: “De leerling leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing in Nederland, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen, leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen, en leert respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.” Dus om leerlingen bij te brengen dat er verschillende manieren zijn om naar de wereld te kijken en te respecteren dat niet iedereen dezelfde opvattingen heeft. Doel van het Nederlandse onderwijs is niet de ‘religieuze behoefte van een leerling te bevredigen. Net zoals het ook geen doel van het onderwijs is om de sportieve of muzikale behoefte van een leerling te bevredigen.

Echt lachwekkend wordt het in de laatste alinea van hun pleidooi. Als de auteurs de volgende vraag stellen: “Willen openbare scholen een verlengstuk zijn van het neoliberalisme dat enkel gericht is op presteren en economische bijdrage, of willen ze staan voor persoonlijke vorming en burgerschapsvorming?” Dat is nogal een verwijt. Openbare scholen hangen dus toch een ‘ideologie’ aan, het neoliberalisme, en leiden kinderen op tot ‘werkslaven’.  

De meest bijzonder Umwertung der Werte is dat de auteurs de bijzondere scholen spiegelen. Daar waar bijzondere scholen van ouders en leerlingen kunnen vragen om de grondslag van de school te onderschrijven, verwachten zij dat een openbare school de ‘grondslag’ van ouders en kinderen onderschrijft. Dat is iets wat het openbaar onderwijs bij wet niet kan en mag.

Zijn ze er nog?

Er zijn mensen die niet geloven dat Neil Armstrong op de maan heeft gelopen. Dat zou een hoax zijn, een complot. Dat kan, ik geloof het echter niet. Want de kans dat geen van al die betrokkenen bij NASA zich ooit een keer verspreekt, is erg klein. De natuurkundige David Robert Grimes maakte er een berekening van en kwam tot de conclusie dat dit complot maar 3,7 jaar geheim zou zijn gebleven. Dat zou betekenen dat al in februari 1973 bekend zou moeten zijn dat Armstrong niet op de maan heeft gelopen. En waarschijnlijk al eerder omdat dan ook al eerder bekend zou zijn dat de raket die  juli 1969 opsteeg, niet naar de maan zou gaan. Toch zijn er geheimen die het veel langer uithouden. Eén geheim zelfs al een jaar of 40.000. Als de debuutroman Ze zijn er nog van Venlonaar Fons Wijers op waarheid berust.

Eigen foto

“In een bos bij München ligt een corpulente man wiens schedel met een scherpe steen is gespleten. Vijftien maanden eerder raken twee Nederlandse toeristen verzeild in een afgelegen dorp in de Karpaten. De mensen daar zien er wat vreemd uit. Een jaar later keren zij terug naar het dorp met een Duitse amateurarcheoloog. Ze vinden aanwijzingen dat de inwoners nazaten zijn van neanderthalers, die zich gelijkwaardig aan de Homo sapiens hebben ontwikkeld. Door list en bedrog loopt het uit de hand.” Aldus de tekst op de achterkant van Wijers’ roman. Zou het echt zo kunnen zijn?

 Ik ben onvoldoende onderlegd in de wiskunde om de formule die Grimes hanteert, goed uit te kunnen leggen. Daarom maar de simpele verklarende versie van de formule die Sanne Blauw bij De Correspondent geeft. Blauw noemt het een ‘vrij simpel statistisch model’ en beschrijft de drie belangrijkste ingrediënten voor de formule. “Allereerst, de jaarlijkse kans dat een persoon het geheim onthult, ofwel per ongeluk.”  Volgens Grimes is de kans dat er iemand uit de school klapt 4 op één miljoen.

En daarmee wordt het tweede element belangrijk: “het aantal mensen dat van de samenzwering weet.” Nu wordt uit Wijers’ roman niet duidelijk hoeveel Neanderthalers er nog rondlopen. In de roman wordt gesproken over nog twee groepen, een in Roemenië en één in de Kaukasus. Daarnaast worden twee andere groepen genoemd die inmiddels niet meer bestaan. Eentje bij Gibraltar en een andere in de Ardennen. In zijn boek Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid slaat Yuval Noah Harari er een onderbouwde slag naar. Hij haakt aan bij het onderzoek naar groepsgrootte bij chimpansees en komt uit op een groepsgrootte van tussen de twintig en vijftig. Als het er meer worden dan “raakt de sociale orde uit balans, wat uiteindelijk leidt tot een breuk en de vorming van een nieuwe troep door een deel van de dieren. Het is maar een paar keer voorgekomen dat zoölogen groepen van meer dan honderd chimps hebben kunnen observeren.[1] Als we rekenen met vijftig per groep, vier groepen en vier generaties per eeuw, dan zijn dat 80.000 individuen per groep. Voor vier groepen komt dat neer op 320.000 neanderthalers.

Met Grimes 4 op de miljoen, betekent dat er in die 40.000 jaar ongeveer 1,3 individuen zijn die uit de school klappen. Dat is niet veel. Zeker niet als je je realiseert dat die kletskous de eerste pakweg 35.000 jaar weinig kans had om te kletsen. De kans om een homo sapiens tegen het lijf te lopen was klein want zoveel waren er niet. In enig jaar is de kans 0,0008 dat het geheim uitkomt en in het heden nog maar 0,0004 omdat er nog maar twee groepen zijn. Een kans wordt uitgedrukt in een getal tussen de 0 en 1. Daarbij is 0 kansloos en bij 1 dan gebeurt het zeker. Die 0,0008 valt in de categorie behoorlijk kansloos en 0,0004 eveneens. En daarmee hebben we het laatste element uit Grimes kansberekening: “de groei dan wel krimp van die betrokken groep mensen.” In het geval van de neanderthalers is het dus krimp. Het aantal groepen is gekrompen van vier naar twee en het verhaal lezend moet je concluderen dat het die twee groepen zeer veel moeite kost om zich in stand te houden. Dus als er ‘er nog zijn’ en ze willen dat geheim houden, dan wordt dat steeds makkelijker. Maar met het makkelijker worden, wordt de kans ook groter dat ze er opeens niet meer zijn.

Echter onwaarschijnlijke dingen gebeuren. In Wijers’ roman zijn ‘ze’ er dus nog en worden ze per ongeluk ‘ontdekt’. In die ontdekking spelen twee Nederlanders en dus die Duitse amateurarcheoloog een belangrijke rol. Op meeslepende wijze neemt Wijers de lezer mee door het verhaal van de ontdekking of toch niet? Een verhaal waarin het liep zoals beschreven maar het had net zo goed anders kunnen lopen. Had het niet zo hard geregend of was het plaatsnaambord wat groter, dan was er geen verhaal geweest. Was de vriend van de Duitser meegegaan, dan was het een heel ander verhaal. Was die onbekende jonge vrouw niet verkracht en vermoord, dan ….


[1] Yuval Noah Harari, Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid,  pagina 35

Godcomplot en complot God

“De beste van alle mogelijke werelden is geen wereld waarin we zouden kunnen leven, want het begrip menselijke vrijheid veronderstelt beperkingen. Vrij handelen betekent handelen zonder voldoende kennis of macht, dat wil zeggen zonder alwetendheid of almacht.” Een passage uit het eerste hoofdstuk van het boek Het kwaad in het moderne denken van Susan Neiman. Het hoofdstuk eindigt met Karl Marx. Marx is niet geïnteresseerd in verklaringen van de wereld: “Filosofen hebben altijd geprobeerd de wereld te interpreteren, het wordt de hoogste tijd dat ze nu eens de wereld gaan veranderen.”  Aan deze passage moest ik denken na het zien van COVID-19. The System.

Glasses, Lens, Frame, Pink Glasses, Eye, Vision
Bron: Pixabay

Eerst het betoog van Neiman. Het moderne denken waar Neiman over schrijft is het denken uit de periode van de zeventiende-eeuw tot het midden van de twintigste eeuw. Zij bespreekt de deconfiture van God en zijn vervanging door de mens, of om het positief de framen, de opkomst van de mens aan de hand van verschillende filosofen die de wereld wilden verklaren aan de hand van de rol en positie van God. En daarmee komen we bij de maakbare wereld. Marx leefde in de negentiende eeuw, van 1818 tot 1883. De eeuw waarin de mens begon met het ‘veranderen van de wereld’. De negentiende eeuw was de eeuw van de industriële revolutie in Europa en het noordelijke deel van de Verenigde Staten. De mens kon steeds meer verklaren en kreeg steeds meer handvatten om de natuur te ‘temmen en naar zijn hand te zetten’. De wereld werd of leek steeds maakbaarder voor de mens. De mens had God hierdoor steeds minder nodig. Gevolg van die devaluatie van God en de revaluatie van de mens is wel dat de mens ‘ellende’ steeds minder op God kon afschuiven.

De mens kreeg zo, zo betoogt Neiman, een steeds grotere verantwoordelijkheid voor het kwaad in deze wereld. Voor de moderne tijd was er maar één soort kwaad: alle kwaad was een straf van God of de uitvoering van de wil van God. God kende het grote plan en of het nu een aardbeving of een oorlog betrof, God had er een plan mee. Erg handig zo’n ‘imaginair construct’ dat alles verklaart. Zonder God moet er een andere oorzaak voor het kwaad zijn en als zijn plaatsvervanger moest dat wel de mens worden. Met de vrijheid, om het citaat waarmee ik begon aan te halen, komt immers ook verantwoordelijkheid. Nu kun je dat bij misdaden, moorden, oorlog en alle andere zaken waar de mens handelend optreedt goed volhouden. Bij een aardbeving of een orkaan wordt dat anders. De moderne denkers splitsten het kwaad daarom in tweeën. Aan de ene kant het morele kwaad waar de menselijke hand duidelijk een rol speelt. En aan de andere kant het natuurlijke kwaad van bijvoorbeeld de aardbevingen en orkanen. Alhoewel de mens tegenwoordig, via de door uitstoot van kooldioxide veroorzaakte opwarming van de aarde, ook al een hand heeft in die laatste.

En toen werd de wereld getroffen door een coronavirus dat we COVID-19 hebben genoemd. Een virus is in de basis een natuurlijk iets. Virussen zijn al veel ouder dan de mensheid. In de basis een natuurlijk fenomeen want tegenwoordig heeft de mens de kennis en techniek om ze zelf in elkaar te fabriceren. Beide lijnen zie je dan ook terug in de zoektocht naar de oorsprong van dit virus. De verklarende natuurlijke lijn is het overspringen van het virus van een dier op de mens al dan niet via een markt voor levende en dode dieren in China. Menigeen geeft de mens, wellicht terecht, ook een rol in deze natuurlijke lijn. Die markt en iets breder, de manier waarop we ons voedsel produceren, vergroot de kans op dat overspringen. De ‘menselijke verklaring’ ziet de oorsprong, afhankelijk van wie er aan het woord is, in een Chinees of Amerikaans laboratorium. Het virus zou door ‘onvoorzichtigheid of weer anderen suggereren opzet’, uit dat Chinees laboratorium zijn ‘ontsnapt. De andere variant heeft het over een ‘geheime Amerikaanse operatie’ als bron voor de verspreiding van het virus.

Maar, hier gaat het me niet om. Het gaat mij om COVID-19. The System die mij aan de passage uit Neimans boek deed denken. COVID 19. The System is een bijna anderhalf uur durende als documentaire bedoelde film, waarin de zoektocht naar antwoorden van de Nederlandse ondernemer Nico Sloot wordt gevolgd. Sloot liep met vragen die iedereen zal herkennen. Ik in ieder geval wel want ik liep en loop er ook mee. Vragen zoals, hoe gevaarlijk is dit virus? Hoe ziet onze toekomst eruit? Staan de huidige maatregelen wel in verhouding met de risico’s van het virus? En wat voor impact heeft dit op onze maatschappij? Sloot gaat samen met anderen op zoek naar antwoorden. En gedurende die zoektocht komt er een andere vraag bij hem op: gaat dit wel om onze volksgezondheid? En de vraag stellen is hem beantwoorden. Nee, dit gaat niet om onze volksgezondheid.

Sloot heeft gelijk, de hele aanpak van de coronacrisis draait niet om de volksgezondheid. Die draait om het voorkomen van een zorginfarct. Het voorkomen dat ons zorgsysteem compleet vastdraait omdat alle cruciale onderdelen ervan, zoals de IC’s vol liggen met corona patiënten. Het virus is, zo laat het zich nu aanzien, zwaarder dan een reguliere griep, iets dodelijker en heeft voor een deel van de patiënten grotere vervolgschade dan een reguliere griep. Net als bij een gewone griep kan de menselijke afweer het in de basis aan, behalve als er sprake is van onderliggende problematiek zoals bijvoorbeeld hart- en longproblemen en diabetes.

Omdat het Nederlandse zorgsysteem de laatste dertig jaar in toenemende mate, om het in managementtermen te zeggen ‘lean and mean’ is ingericht, hebben we nu een probleem. Alle overcapaciteit is uit onze zorg gehaald omdat overcapaciteit geld kost en op geld moest worden bespaard. Overcapaciteit in ziekenhuizen, IC’s, ziekenauto’s en ook in personeel is verdwenen. Dat is goed en goedkoop in normale tijden, het blijkt echter zeer duur in tijden van crisis. Nee, niet dat de kosten van de zorg dan zoveel hoger uitvallen. Dat niet. Sterker nog, die vallen lager uit omdat allerlei andere zorg wordt uitgesteld en soms komt van uitstel afstel omdat de patiënt al wachtende is overleden. Nee, kosten als gevolg van maatregelen om te voorkomen dat het zorgsysteem overbelast raakt. Maatregelen zoals het sluiten van de horeca, het verbieden van sport en evenementen, en in het begin van bijna alle winkels. Alle geld dat er sindsdien is bespaard op de zorg, of beter gezegd bespaard op de groei van de zorg want de zorgkosten tonen een immer stijgende lijn, wordt nu in één klap teniet gedaan. Sterker nog, waarschijnlijk kosten de maatregelen een veelvoud van wat ‘lean and mean’ heeft opgeleverd. Directe kosten zoals alle maatregelen om de economie nu te stutten maar ook indirecte kosten zoals krimp van de economie en verloren levensjaren of levensgeluk.

Volgens Sloot gaat het echter om iets anders. Het gaat om geld voor de ‘rijken en machtigen’ in het algemeen en dit geval in het bijzonder om de financiële belangen van de farmaceutische industrie. Zo ongeveer de meest winstgevende, legale industrietak in de wereld. Die winstgevendheid is niets nieuws en dat daar iets aan moet veranderen ook niet. Daar schreef ik al eerder over, meest recent nog aan het begin van de coronaperiode. Sloot leidt dit af uit de massale inzet van alle landen op een ‘vaccin’ en het buiten beeld raken van mogelijk andere oplossingen. Maar ook uit het gegeven dat Feike Sijbesma de crisisinkoper was terwijl zijn broer directeur is bij een grote farmaceut.

Deze constatering wordt vervolgens onderbouwd met allerlei reeds lang bekende gegevens en gedachten. Gegevens als het ontbreken van kennis van zaken over in dit geval het medische in de politiek en bij de ministeries, aldus een van de door Sloot geïnterviewden. Het ontbreekt aan voldoende kennis om tegenspel te bieden. En daar konden ze wel eens een punt hebben. Kennis van zaken wordt schromelijk ondergewaardeerd in de ambtenarij. Kennis werd en wordt de afgelopen jaren ‘uitbesteed’ aan de markt en kennisinstituten worden in toenemende mate gepolitiseerd. Neem de casus rond het Wetenschappelijk Onderzoeks en Documentatiecentrum die Nieuwsuur blootlegde.

Gegevens zoals het feit dat geld het enige is waarvoor de zwaartekracht niet geldt, zoals ik in Resetknop schreef. Of met andere woorden, zonder tegenmaatregelen zorgt het kapitalisme ervoor dat de rijken steeds rijker en schaarser worden en de armen steeds armer en talrijker. Niets nieuws, het was dezelfde Karl Marx die de samenleving wilde veranderen, die deze wetmatigheid in 1867 voor het eerst aantoonde in zijn boek Het Kapitaal. Voor degenen die het liever van een nog levend iemand horen, lees Thomas Piketty’s boek Kapitaal in de Eenentwintigste Eeuw en als je ook alvast wat oplossingsrichtingen wil, dan is zijn Kapitaal en Ideologie aan te bevelen. Of een gegeven dat wij ‘de bevolking’ alles moeten betalen. Een waarheid als een koe, er is immers niemand anders dan de mens om zaken te betalen, dieren kennen geen geld. Wij mensen betalen alles en dat doe we of als consument waarbij de producent al zijn kosten inclusief alle belastingen die hij moet betalen en een winstopslag verwerkt in de prijs van het product of als belastingbetaler. Andere smaken zijn er niet. Wel zijn er manieren om die kosten eerlijker over de mensen te verdelen. Eerlijker zodat de stevigste schouders werkelijk de zwaarste lasten dragen.

Ook klopt het dat de grootste bedrijven machtiger zijn dan regeringen van landen. Dat er sprake is van een Globalisation Paradox zoals Dani Rodrik het noemt in zijn gelijknamige boek, is evident maar daarmee nog niet algeheel bekend. Die macht zorgt ervoor dat landen tegen elkaar worden uitgespeeld. Dit is te verhelpen door als landen samen te werken. Alleen is samenwerken tussen landen tegenwoordig aardig besmet en erg lastig. Als iedereen zijn eigen land ‘first’ zet, dan wordt het niets. En mogelijk moeten we zelfs af van ons huidige geldsysteem en naar iets nieuws, zoals een van de geïnterviewden het omschreef. Een systeem waarin geld van middel het doel is geworden. Het was een middel om de waarde van iets te berekenen en vooral om ruilen te vergemakkelijken. Het lijkt nu het doel van alle activiteiten. Dit systeem werd, willen de makers ons duidelijk maken, zo’n driehonderd jaar geleden opgezet door de vorsten en machtigen van een land om hun onderdanen ‘uit te kleden.

Ik moet zeggen COVID-19. The System zit knap in elkaar. Op een rustige wijze wordt Sloots zoektocht gereconstrueerd. Aan het woord komen mensen die goed analyseren waar de schoen op bepaalde punten wringt. Toch is er iets dat mijn haren doet rijzen bij het bekijken van de film. Dat zijn niet de bovengenoemde constateringen en gedachten. Dat is het beeld dat eruit naar voren komt. Een beeld waarbij er ergens iemand aan de knoppen zit te draaien om zoveel mogelijk geld uit de zakken van de ‘gewone mens’ te kloppen. Die ‘iemand’ heeft hierbij zo ongeveer alle politici en bestuurders van de wereld als een marionet aan de touwtjes zodat die zijn wil uitvoeren. Wie het is wordt niet duidelijk, die persoon laat zich niet zien, net zoals God niet te zien was. Een soort nieuwe God of een nieuw complot want was en is God niet ook gewoon een complot? Een nieuwe God waarvan Sloot het werk bloot legt door de wereld als een hedendaagse filosoof te interpreteren. Van Godcomplot naar een Complot God.

Maar net zoals het oude Godcomplot, een ‘imaginair construct’ is, is ook die nieuwe complot God een imaginair construct. Een imaginair construct in de vorm van een manier van denken over de samenleving die begin jaren vijftig van de vorige eeuw ontstond en die met Reagan en Thatcher dominant werd. Een manier van denken waarmee we onszelf langzaam hebben geïndoctrineerd. Net zoals we onszelf vroeger hebben geïndoctrineerd met de rol van God in de wereld. Een manier van denken die gedrag met zich meebrengt dat tot gevolg heeft dat iedereen voor zijn eigen belang gaat rennen. Alleen blijkt in de praktijk dat gedachte ‘eigen belang’ maar voor een kleine groep ook het werkelijke eigen belang te zijn. En als die kleine groep goed nadenkt, dan is dat eigen belang eigenlijk ook niet in hun eigen belang. Wat voorbeelden om dit uit te leggen. Het gros van de mensen in de VS die tegen Obamacare waren en zijn, waren en zijn juist de mensen die er het meeste profijt bij hebben. En voor Nederland: het gros van de mensen heeft belang bij het verhogen van het toptarief van de belastingen, toch stemmen ze op partijen die dat tarief liefst nog willen verlagen. En zelfs voor degenen in het hoogste tarief is het handhaven en verhogen van dat tarief eigenlijk belangrijker dan het verlagen ervan. Dit omdat het verhogen de kans op sociale rust en een prettige samenleving vergroot. In tijden van onrust lopen de rijken en machtigen immers kans hun rijkdom, macht en zelfs hun hoofd te verliezen.

Dit denken heeft een sterk utopisch karakter maar weet dat verdacht goed te verhullen door gebruik van termen als ‘zakelijk’, ‘normaal’, ‘gewoon’ en ‘realistisch’. Gevolg van dergelijk taalgebruik is dat iemand die het anders ziet, al snel als irreëel en abnormaal wordt gezien. In zijn boek De Utopie van de Vrije Markt gaat Hans Achterhuis op zoek naar dit utopisch kapitalisme dat ook wel bekend staat als het neoliberalisme. Het neoliberalisme stelt het eigenbelang van het individu centraal. Dat is het uitgangspunt van haar denken. Het gaat ervanuit dat dit eigenbelang het beste bereikt wordt op een volledig vrije markt. Neoliberalen definiëren vrijheid vooral economisch. De vrije markt vormt voor hen een voorwaarde voor individuele vrijheid. Door het vreedzame karakter van de vrije markt leidt het op wereldschaal, denken de neoliberalen, tot een wereld zonder conflicten. Dat is de bril waarmee de neoliberalen naar de wereld kijken.

Velen, Sloot lijkt daar een voorbeeld van, zijn zich er niet eens bewust van dat ze met deze neoliberale bril kijken. Dit omdat deze ideologie op een sluipende wijze bij ons binnengekomen is en, zoals gezegd, gebruik maakt van verhullend taalgebruik. In de beginperiode (jaren ‘80 van de vorige eeuw) was het een reactie op te starre maatschappelijke verhoudingen waarin het individu van ondergeschikt belang was. Deze positieve invloed op de maatschappelijke verhoudingen en de aandacht voor het individu kende ook een economische component: het individu als consument. Het vallen van de Berlijnse muur en daarmee het wegvallen van het communisme als “reëel” alternatief voor het kapitalisme, zorgde voor een flinke storm in de neoliberale rug. Vanaf het midden van de jaren ’90 is dit echter doorgeslagen maar waren de gevolgen hiervan nog niet direct zichtbaar. Na de crisis van 2008 mogen de gevolgen voor iedereen duidelijk zijn maar dat wil niet zeggen dat de oorzaken worden herkend. In plaats van te veel neoliberale marktwerking zijn er nog steeds grote groepen die menen dat de crisis juist een gevolg is van te weinig markt en teveel overheid. Het zicht van deze groepen wordt nog steeds belemmerd door de ideologische neoliberale bril.

Achterhuis geeft een sprekend voorbeeld van dat velen niet beseffen dat ze een neoliberale bril dragen als hij een discussie in De Volkskrant beschrijft tussen twee vooraanstaande liberalen. Een discussie naar aanleiding van het opzeggen van het lidmaatschap van de VVD door de Groningse filosoof en historicus Ankersmit. Ankersmit besloot hiertoe omdat de VVD met haar neoliberale politiek de klassieke liberale waarden zou verkwanselen. Daarop reageerde voormalig VVD-leider Bolkestein dat hij geen verschil zag tussen het klassieke liberalisme en het neoliberalisme. Waarop Ankersmit repliceerde dat het klassieke liberalisme een scherp onderscheid maakte tussen publiek en privaat, tussen staat en markt en dat het neoliberalisme alleen maar private belangen ziet. Het liberalisme ziet, volgens Ankersmit, de staat als de uitdrukking van de politieke wil en combineert het economische met politieke vrijheid. Ankersmit ziet dat het neoliberalisme het geloof aanhangt van de intrinsieke harmonie van alle (private) eigenbelangen op de vrije markt.

Bolkestein is niet de enige. Zijn navolger als leider van de VVD en huidige premier Rutte. Hij noemde in zijn H.J. Schoo lezing een visie een olifant die het zicht op de werkelijkheid belemmert. Hij verwart daarmee zijn neoliberale bril met de werkelijkheid. Een ander treffend voorbeeld van niet zien dat een vrije markt niet bestaat en dus het geloof in wat Achterhuis een utopie noemt, leverde de auteur Arnon Grunberg in een van zijn Voetnoten in De Volkskrant. Hij nam het op voor de taxidienst UberPop. Grunberg gaf aan dat hij vaak en graag gebruik maakt van deze dienst. Hij noemde de strijd tegen deze dienst een strijd tegen economische innovatie. Grunberg schreef hierbij het volgende: “Het geloof dat de zwakkeren erop vooruitgaan als de overheid de markt komt verstoren, is een goed voorbeeld van magisch denken.”

Het is dit denken dat het handelen van de hedendaagse mensheid bepaalt. Het is dit denken dat de farmaceuten winstgedreven maakt. Het is dit denken dat aan de basis ligt van ‘lean and mean’, het is dit denken dat de oorzaak is van de ‘braindrain’ bij de overheid. Die was immers een sta-in-de-weg of om wijlen president Reagan te citeren: “government is not the solution to our problem, government is the problem.” Waarna het werk van ambtenaren al snel als karikatuur werd weergegeven en de overheid werd afgebroken waardoor nu de benodigde kennis ontbreekt. Het is dit denken dat ervoor zorgde dat de belastingtarieven fors daalden. Zo daalde in de Verenigde Staten het toptarief voor de inkomstenbelasting van meer dan 90% naar de huidige 40,8% en in Nederland van 72% naar nog geen 50%. Het is dit denken dat grote bedrijven de mogelijkheid gaf om geen belastingen te betalen. Het is dit denken dat in Nederland al sinds het aantreden van het eerste kabinet Lubbers in 1982 dominant is. Het is dit denken dat toenmalig PvdA-leider Kok deed besluiten de ‘ideologische veren’ af te schudden waarbij hij en zijn partij zich niet realiseerden dat ze zichzelf een mooi setje neoliberale veren aanmaten.

“Filosofen hebben altijd geprobeerd de wereld te interpreteren, het wordt de hoogste tijd dat ze nu eens de wereld gaan veranderen,” zo schreef Marx en hij heeft ook nu gelijk. Het wordt hoog tijd dat we de wereld gaan veranderen. Daarbij helpt het niet om een nieuwe ‘complot God’ in het leven te roepen en de strijd aan te gaan met die God of in andere woorden ‘de elite’. Dat is als een Don Quichot strijden tegen windmolens, tegen een imaginair construct. Die verandering begint ermee dat we ons realiseren dat het dominante denken ideologisch getint is. Net zoals al het denken een zweem van ideologie heeft en dat hoeft geen probleem te zijn als maar geen van de denkrichtingen dominant is want dan gaat het fout. Dat laat het communistische experiment in de Sovjet Unie zien, dat laat het christelijke experiment zien dat uitdraaide op godsdienstoorlogen, dat laat het islamitisch experiment in het Midden-Oosten zien en dat laat ook het neoliberale experiment zien waarin wij ons sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben gestort.

Goden, profeten, heiligen en mensen

Het zal jullie niet ontgaan zijn dat er een petitie is gehouden om het beledigen van profeten strafbaar te stellen. Die petitie is meer dan 120.000 keer ondertekend en speelde een belangrijke rol in een volledig ontspoort Kamerdebat over de vrijheid van meningsuiting. Dat Kamerdebat ging over van alles, behalve over de inhoud van de petitie. Over de commotie wil ik het niet hebben. Ook niet over het grondwettelijke: “recht verzoekschriften bij het bevoegd gezag in te dienen,” zoals artikel 5 van de Grondwet het omschrijft. Ik wil het over de inhoud hebben.

Psychics, Crystal Ball, Waarzegster, New Age, Rondje
Bron: Pixabay

Het recht om een verzoek in te dienen heeft iedereen, dus ook een oproep aan de overheid om: “het beledigen van de profeet (zelfs alle profeten) strafbaar te stellen.” Dit omdat het, volgens de opstellers en ondertekenaars van de petitie: “een tekort aan fatsoen (is) en leidt ook nog eens tot maatschappelijke spanningen alsook het structureel beledigen van moslims.” Het fatsoen en het beledigen van mensen in het algemeen, laat ik passeren. Het gaat mij puur om het verzoek om het: “beledigen van de profeet (zelfs alle profeten) strafbaar te stellen.”

Een discussie over het strafbaar stellen van beledigen van de profeet moet gaan over de vraag wat we strafbaar stellen als de petitie in een wet wordt vertaald. Wat mag dan niet meer? In dit geval dus het beledigen van ‘de profeet (zelfs alle profeten). Voordat we een antwoord geven op die vraag, moet eerst duidelijk zijn wie of wat een profeet is. Aangezien we in Nederland wonen en leven, is het eerste boek dat we hiervoor moeten raadplegen, het woordenboek. De Van Dale geeft twee betekenissen. Als eerste: “een door God geïnspireerd heilig man.” Nu lopen er veel door welke god dan ook geïnspireerde mensen rond. Het lijkt mij niet dat we alle aanbidders van welke god dan ook niet meer mogen beledigen.

Het kernwoord in deze betekenis is ‘heilig’. Daarom maar weer de Van Dale geraadpleegd. Vier betekenissen. Het wordt er daarmee niet makkelijker op. Dat is niet erg want als de geschiedenis ons iets leert dan is het dat we mensen met ‘simpele oplossingen’ moeten wantrouwen. De eerste betekenis van heilig is: “zonder zonde; rein, volmaakt.” Wie is er zonder zonde? Niemand als ik de twee gereformeerde docenten mag geloven waarover ik in mijn vorige Prikker schreef want iedereen is: “op de één of andere manier van Gods doel afgeweken.” Immers wat gods doel is, wordt door de aanhangers ervan zelden tot nooit eenduidig uitgelegd. Daarom kennen de grote godsdiensten ook zoveel verschillende stromingen.

Wellicht biedt de tweede betekenis van heilig aanknopingspunten: “eerbiedwaardig, verheven.” Nu zijn er zeer veel mensen die op een of andere manier boven anderen uitsteken. Zo steekt Usain Bolt boven iedereen uit omdat hij de snelste mens over honderd meter is. Alleen weten we dat niet zeker, want vroegere hardlopers, liepen niet onder dezelfde omstandigheden en met dezelfde materialen als Bolt. Bovendien konden we het gros van het menselijk bestaan op aarde de tijd niet meten en zeker niet zo nauwkeurig als tegenwoordig. Dus we weten niet zeker dat er niet ergens iemand heeft geleefd die sneller was dan Bolt. Napoleon stak boven alle andere veldheren uit. Tenminste in zijn tijd. Hoe hij het zou hebben gedaan tegen Dzjengis Khan, Caesar of Alexander de Grote zullen we nooit weten. Verheven zijn is daarmee arbitrair. Net zoals trouwens ‘eerbiedwaardig’. Want over wie eerbied waard is, kunnen we enorm van mening verschillen.

De derde betekenis van heilig is “heilig verklaard”.  Met daarbij “rooms-katholiek” en als toelichting: “als paus een uitspraak doen waardoor iemand in het vervolg als heilig wordt vereerd.” Als we deze verklaring volgen dan bepaalt de paus in Rome wie er heilig is en dus wie we niet mogen beledigen. Nu heeft de katholieke kerk een verleden waarin mensen die in iets anders geloofden, werden vervolgd en gedood. Daarmee zou ik het laten bepalen wie mag worden beledigd niet graag bij de paus laten.

Als laatste geeft de Van Dale: “onkreukbaar, onverbreekbaar,” als betekenis van heilig. Onze wereld kent veel rechtschapen en integere mensen, want dat is wat onkreukbaar betekent. Al zullen ook die allemaal wel eens een moment van zwakte hebben en, zoals de beide gereformeerde docenten uit mijn vorige Prikker het schreven, ‘van gods doel afwijken.’

Daarmee zijn de betekenissen van ‘heilig’ uitgeput en zijn we nog geen stap dichter bij het bepalen van wie een profeet is. Niet dichterbij omdat iedereen en niemand profeet kan zijn. Wellicht biedt de tweede betekenis van profeet betere aanknopingspunten: “iemand die de toekomst voorspeld.” Ah, Nostradamus en Karl Marx zijn profeten. De een voorspelt met zijn kwatrijnen, als je zijn aanhangers moet geloven, de toekomst. De andere ‘ontdekte’ de wetmatigheid in de geschiedenis die ons zal leiden naar een paradijs op aarde. Maar hoe zit het dan met economen en andere sociale wetenschappers die met hun modellen de toekomst voorspellen? En nog een stapje verder: de ‘glazenbollen voorspellers’ op kermissen en in de nachtelijke tv-uren?

Ook met de tweede betekenis van ‘profeet’ komen we niet verder. Die betekenis maakt het er ook niet makkelijker op om te bepalen welke profeten dan tegen belediging moeten worden beschermd door een wet. Als het niet lukt in het algemene, dan maar het bijzondere? De indieners van de petitie hebben één profeet in het bijzonder op het oog, ze spreken immers niet voor niets van ‘de profeet’. Nu is het vreemd om alleen die profeet te vrijwaren van beledigingen en niet profeten van andere religies. Dus iedere religie mag één profeet aandragen? Dat wordt dan een heel lange lijst. Want wie bepaalt wat een religie is en wie mag vervolgens bepalen wie die ene profeet is die namens die religie op de lijst moet? Bovendien word je te pas en te onpas toegeroepen dat je in jezelf moet geloven. Ik zal mezelf er dan ook maar meteen voor aanmelden. Als ‘diep gelovige in mezelf’, zie ik mezelf als een ‘belangrijk profeet’ voor mezelf. Nee, mezelf aanmelden lijkt mij geen goed idee. Ik ga mezelf niet ‘heilig’ verklaren.

In het verlengde daarvan wordt het onmogelijk om een wet aan te nemen die ‘profeten’ beschermt tegen belediging. Immers over tot de ‘profeten’ gerekend moeten worden, kun je hele (vooral heilige, al kan ik dat woord slecht plaatsen in dit kader) oorlogen voeren. Ik weet niet of we daarbij gebaat zijn. Ik vraag me trouwens af waarom fervente aanhangers van welk ‘almachtig opperwezen’ met bijbehorende profeten dan ook, bescherming zoeken bij de wetgever? Als dat opperwezen werkelijk almachtig is, zou dat dan niet voor de eigen belangen kunnen opkomen? Zou dat opperwezen bescherming nodig hebben van de aardse wetgevers en van aardse ‘rechtvaardigheidsridders’ die in naam van dat ‘opperwezen’ straffen? Sterker nog, als er werkelijk zo’n ‘almachtig opperwezen is’ zou dat dan niet ook de ‘beledigers’ die niet geloven aan een touwtje hebben? Zouden de ‘beledigende niet gelovigen’ geen middel kunnen van het almachtige opperwezen? Een middel om de kracht en het geloof van de gelovigen te testen. Om te testen of ze de barmhartige uitgangspunten van het geloof ook toepassen op ongelovigen?

Identiteit en de opdracht van het onderwijs

NEE. Nee? Ja, nee! Nee, atheïsme hoeft dan niet de voorgeschreven identiteit te worden van alle scholen. Dat is het korte antwoord op de vraag die hulpbisschop Rob Mutsaers in een artikel in de Volkskrant stelt. In mijn vorige Prikker schreef ik ook over dit artikel en concentreerde ik mij op de vrijheid van meningsuiting die voor iedereen geldt, maar niet voor een minister. In het artikel echter nog een bijzondere passage: “Verlos het onderwijs van religie’, aldus Bert Wagendorp. Moet dan het atheïsme dwingend de voorgeschreven identiteit van alle scholen worden? Hoe neutraal is dat?”  Met het antwoord op deze vraag begon ik.

File:Kinderen krijgen onderwijs in de school van het koninklijk Deens ballet, Bestanddeelnr 252-9215.jpg
Bron: WikimediaCommons

Bijzonder om de hulpbisschop het pleidooi voor het behoud van het bijzonder onderwijs te zien onderbouwen met een beroep op het begrip ‘identiteit’. Bijzonder omdat hij in zijn artikel, naar mijn mening terecht, betoogt dat identiteitspolitiek de dood in de pot is. Dit omdat mensen tegen elkaar worden opgezet. Zouden op ‘identiteit’ gebaseerde scholen daar dan niet een bijdrage aan leveren? Nu is ‘identiteit’ een bijzonder begrip. Ik schreef er eind vorig jaar een uitgebreide Prikker over. Het kwam er in het kort op neer dat ‘identiteit’ een verhaal is om mensen te binden. Maar dat wat mensen bindt, sluit anderen uit. En het wordt een probleem als mensen die verhalen zwaar en serieus nemen. In die Prikker citeerde ik Kwame Anthony Appiah omdat ik zijn opvatting over identiteit bijzonder waardevol vind: “Het is de kunst je niet in dat verhaal vast te bijten en je identiteit flexibel te houden, om onnodige polarisatie tussen bevolkingsgroepen te vermijden.” En daarmee kom ik weer terug bij de vraag van Mutsaers en mijn antwoord. Nee, atheïsme moet niet de ‘dwingend voorgeschreven identiteit’ van alle scholen worden. Wat dan wel? Misschien wel niets, is mijn antwoord. Misschien is het wel aan te bevelen om scholen in het geheel geen ‘identiteit’ te laten hebben?

Geen katholieke, protestantse, joodse, islamitische scholen. Nee allemaal openbare scholen. En nee, op die openbare scholen wordt niet ‘het atheïsme gepredikt’. Op die scholen krijgen onze kinderen wereldoriëntatie waarbij ze kennis maken met alle manieren waarop mensen naar de wereld kunnen kijken. Al die manieren worden op eenzelfde manier gebracht en wel zo dat ze de leerling uitnodigen om zelf na te denken. Om kritische vragen te stellen en de wereld om hen heen ter discussie te stellen. Scholen waar ze leren de kinderlijke nieuwsgierigheid te koesteren zodat ze steeds die ‘waarom-vraag’ blijven stellen waar je als ouder soms moe van wordt.

Sterker nog, en dan kom ik bij een interview van Samira Bouchibti in de Volkskrant, wereldoriëntatie moet het enige doel van het onderwijs zijn. Bouchibti: “Leerlingen moeten zich leren uiten … We moeten ze sociaal weerbaar maken, leren discussiëren. Hoe kom je met elkaar in gesprek? Hoe laat je iemand uitpraten? Hoe zeg je op een respectvolle manier dat je het niet eens bent met de ander?” Zij brengt dit in praktijk in de gastlessen die ze op scholen verzorgt. Terecht concludeert Bouchibti: “Scholen zouden veel meer tijd aan burgerschap moeten besteden. Met twee uurtjes maatschappijleer per week red je het niet. Burgerschap moet een thema worden dat verweven zit in het hele onderwijs, niet alleen in geschiedenis en maatschappijleer. Tijdens Nederlands kun je een boek pakken over de vrijheid van meningsuiting. De wiskundeleraar kan er een Arabische wiskundige bij pakken, zodat leerlingen niet denken dat alle Arabieren terroristen zijn.”

Zouden we niet nog een stap verder moeten gaan dan ‘burgerschap’ tot een thema maken? Moet ‘Burgerschap’ of zoals ik het hierboven noemde, wereldoriëntatie, niet hét doel of met andere woorden de maatschappelijke opdracht van in ieder geval het primair en voortgezet onderwijs worden? Niet zoals nu op de site van de PO-raad is te lezen: “Van scholen wordt meer en meer verwacht dat zij niet alleen maar lesgeven en leerlingen voorbereiden op de arbeidsmarkt, maar ook aandacht besteden aan bijvoorbeeld sociale problemen en gezondheidsissues.”  ‘Voorbereiden op de arbeidsmarkt’ suggereert dat arbeid de belangrijkste bezigheid van een mens is. Daar werd vroeger heel anders over gedacht. Neem de oude Grieken, voor hen begon het leven pas echt als je niet hoefde te werken. Ook de katholieken van bisschop Mutsaers dachten er anders over, je bent immers op aarde om god te dienen en daardoor in de hemel te komen.

‘Voorbereiden op de arbeidsmarkt’ klinkt een beetje hetzelfde als de ‘oude afspraak’ die Karl Marx zag tussen de kapitalist en de pastoor: ‘hou jij ze dom, dan hou ik ze arm.” Iets wat ook de filosofe Martha Nussbaum constateert in haar pamflet Not for Profit  waar zij de ‘armoede van het onderwijs’ aan de kaak stelt. Volgens haar is het onderwijs gericht op het verkeerde doel: “Hongerig naar winst, verwaarlozen landen en hun onderwijssystemen vaardigheden die nodig zijn om de democratie levend te houden. Als die trend doorzet, produceren landen van over de hele wereld generaties van bruikbare machines in plaats van complete burgers die zelf kunnen denken, tradities bekritiseren en die het belang inzien van andermans lijden en prestaties. De toekomst van de democratie staat op het spel (eigen vertaling). Nussbaum schreef dit pamflet in 2010. Als we de ontwikkelingen in democratische landen bekijken, zie de Verenigde Staten, dan lijkt die toekomst waar Nussbaum zich zorgen over maakt nu voor de deur te staan. Trouwens niet alleen in de Verenigde Staten, ook in Nederland wordt het normale bijzonder gemaakt waardoor het bijzondere wordt genormaliseerd zoals ik in een recente Prikker schreef.

‘Van scholen wordt verwacht dat de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen stimuleren en hen begeleiden bij hun ontwikkeling naar nieuwsgierige, (zelf)kritische volwassenen.’ Zou dat niet de maatschappelijke opdracht van het onderwijs moeten zijn? Zou onze democratie en in het verlengde ervan onze samenleving daar niet bij gebaat zijn? Zou de ‘arbeidsmarkt’ trouwens niet ook beter van worden van nieuwsgierige kritische medewerkers? Want is nieuwsgierigheid niet de belangrijkste motor achter innovatie en ontwikkeling?

Daarom scholen zonder ‘identiteit’. Scholen zonder identiteit omdat die het risico vergroten dat, om Appiah te parafraseren, mensen zich vastbijten in één verhaal wat het risico om onnodige polarisatie tussen groepen vergroot.