I’m leaving on a jet plane

PvdA-leider Diederik Samsom is blij met de afspraken die de Europese Unie met Turkije gaat maken. Samsom in Trouw: “Misschien is dit akkoord met Turkije wel een blauwdruk voor het reguleren van die andere routes.”  Wat houden die afspraken in? “6 miljard euro voor de opvangkampen in Turkije; opheffing van de visumplicht voor Turkse toeristen die naar Europa reizen; een versnelling van de onderhandelingen over het Turkse EU-lidmaatschap; en tot slot en niet het minst moet de EU evenveel Syrische vluchtelingen legaal uit Turkije overnemen als dat land er uit Griekenland terugneemt.” Zo valt te lezen in de Volkskrant.

Nu liggen er vele landen op de route naar de Europese Unie. Het is iets verder varen, maar ook vanuit Libanon, Egypte, Syrië, Egypte, Libië, Tunesië en ga zo maar door, kun je op een bootje stappen. Dus er kunnen nog veel van dergelijke afspraken volgen als we Samsom mogen geloven. Hierbij zijn vele vragen te stellen. Belangrijker dan deze vragen, zijn vragen bij de de afspraken. Welk probleem wordt er met deze afspraken opgelost? Wordt de komst van vluchtelingen naar Europa, het vluchtelingenprobleem opgelost? Of zouden er weer andere routes komen? Samsom lijkt daar wel van uit te gaan. Bovendien blijven er vanuit Turkije vluchtelingen komen, nu met het vliegtuig. En als er de komende maanden vanuit Turkije toch Syriërs per bootje naar Griekenland blijven gaan en die worden teruggebracht, komen er dan met dit akkoord evenveel vluchtelingen per vliegtuig? Ook als dit er één miljoen zijn?

Voor de Syriër blijft er zo een, zij het beperkte, route naar Europa bestaan. Maar wat biedt deze oplossing de Afghaanse, Irakese of Somalische vluchteling? Die kan Europa bijna niet meer in. Duwt Turkije die verder terug de regio in? Zodat die Afghaan uiteindelijk weer terug is bij de Taliban? Nu zou die Afghaan natuurlijk ook vanuit buurland Kirgizië per vliegtuig naar Amsterdam kunnen vliegen. Dat spaart hem een lange reis die strandt op het Turkse strand. Een reis die bovendien veel goedkoper is. Maar wordt hen dat niet onmogelijk gemaakt door Europese regels? Als iemand niet in een land wordt toegelaten, moet de vliegmaatschappij de terugreis betalen. Dus laten de vliegmaatschappijen alleen mensen met een geldig visum instappen. En laat vluchtelingen hier nu juist niet aan voldoen. Zou aanpassing van deze regels de mensensmokkel tegen woekerprijzen niet voorkomen? Zou dit niet veel ellende voorkomen? En zou het niet veel goedkoper zijn? Bovendien hoeven er dan geen afspraken te worden gemaakt met weinig democratische regeringen.

Belangrijker dan het vluchtelingenprobleem, is het probleem van de vluchteling. Wordt dat niet pas echt opgelost als het land van herkomst veilig is en voldoende levenskwaliteit biedt? En zullen er tot die tijd niet mensen blijven vluchten? Zeker als we blijven bombarderen.

Restjesmensen

“Ze lopen beiden dezelfde gezondheidsrisico’s, ze maken dezelfde inschattingsfouten ten aanzien van pensioen en langleven, en ze hebben dezelfde inkomensbescherming nodig.” Zo valt te lezen in de column van Sandra Phlippen. Ze, dat zijn werknemers en ZZP’ers. Zij houdt een pleidooi voor het anders kijken naar de arbeidsmarkt, omdat de Wet werk en zekerheid mislukt lijkt. Daarom adviseert zij minister Asscher: “Begin eens bij de vraag wat een arbeidsmarkt is: een markt waar taken te doen zijn en waar arbeidskrachten voor nodig zijn met de juiste vaardigheden. Voor het uitvoeren van die taken moet een fatsoenlijke prijs worden betaald. Van die prijs moet worden meebetaald aan een sociaal stelsel waar we in meerderheid achterstaan.”  

Bacon

Illustratie: izquotes.com

Francis Bacon zei het al:“A prudent question is one half of wisdom.” Dus een goede suggestie van Phlippen om eerst eens goed te definiëren en het probleem te beschrijven, alvorens te komen met oplossingen. Maar zouden we dan niet nog wat verder moeten doorvragen? Zouden we ons dan niet ook moeten afvragen waarom we een arbeidsmarkt nodig hebben? Of sterker nog, waarom hebben we arbeid nodig? Of anders geformuleerd, moeten we wel arbeiden? Of nog anders geformuleerd, en steeds dichter bij de kern komend, wat is de rol van arbeid in het leven? Leven we om te werken of werken we om te leven?

Het antwoord op die vraag, is heel bepalend voor het vervolg. Als we leven om te werken, staat werk centraal en moet er werk bij iedere mens worden gezocht. Zonder werk is een leven dan immers zinloos. Is dit niet de manier waarop er nu naar het leven wordt gekeken? Zonder werk neem je immers niet deel aan de samenleving? Je bent, volgens de Italiaanse filmmaker Giorgio de Finis, een ‘restjesmens’. Een begrip dat hij gebruikte in de Tegenlicht documentaire De Man door Europa. ‘Restjesmensen’ hebben geen waarde, ze horen er niet bij en men wil ze ook het liefst niet zien. “Globalisering leidt tot een mensheid die voor de vuilnisbelt bestemd is”, aldus De Finis

Werken we om te leven, dan staat leven centraal en moeten we kijken hoe we leven voor iedereen mogelijk kunnen maken. En vervolgens moeten we dan kijken wat we met z’n allen moeten doen, om dat leven mogelijk te maken en hoe we de lasten daarvan verdelen. Zou dat een veel rustigere wereld kunnen opleveren? Een wereld die rekening houdt met de ecologische grenzen? Een wereld waarin een product wordt ontwikkeld voor een gebruiksdoel en niet als bezitsdoel of als middel om geld mee te verdienen. Voor wat de filosofe Hannah Arendt, in haar boek The Human Condition, de primaire waarden noemt? Een wereld waarin iedereen wordt gezien en dus zonder ‘restjesmensen’.

Ελλάδα, συγγνώμη (Griekenland, sorry)

De 27 andere EU-landen hebben vandaag een dubbele boodschap voor Tsipras. Punt één: inderdaad, je zit diep in de problemen. Had je die ‘hotspots’ maar wat sneller moeten opzetten. Ten tweede: we staan volledig tot jullie beschikking om te helpen, met geld, materieel en mankracht”, zo schrijft Christoph Schmidt in Trouw.  Griekenland lijkt de favoriete zondebok te worden van de landen van de Europese Unie (EU). Na al eerder schuldig te zijn verklaard aan de euro-crisis en met de ellende ervan te zijn opgescheept, lijkt het land nu schuldig te worden verklaard aan de vluchtelingencrisis. Ook hier wordt het land opgezadeld met de ellende.

vluchtelingenFoto: www.volkskrant.nl

De 27 andere landen van de EU sluiten hun poorten voor vluchtelingen die via Griekenland door willen reizen naar een ander land in de EU. Hierdoor zitten meer dan 100.000 vluchtelingen, en dat aantal groeit nog steeds, klem in Griekenland. Griekenland had maar haast moeten maken met het inrichten van hotspots waar de vluchtelingen moeten worden geregistreerd en wordt beoordeeld of ze kans maken op een status en van waaruit ze vervolgens over Europa worden verdeeld. Ja, er waren afspraken gemaakt over de verdeling van 160.000 vluchtelingen? Zaten en zitten die ander landen te wachten op ‘hun’ deel hiervan? Hoeveel hebben ze er al opgenomen? Maar stroomden er niet veel meer vluchtelingen binnen? Wat zou er dan met de overige moeten gebeuren?

Over die hotspots. Afgelopen twee maanden werd Griekenland overstroomd met 120.000 vluchtelingen en de maanden ervoor waren het er vaak nog meer. Er zouden elf hotspots moeten komen waarvan vijf in Griekenland. De andere in Italië, dit land heeft trouwens geluk dat de asielstroom zich naar Griekenland heeft verplaats. Met de instroom van de afgelopen twee maanden zou iedere hotspot 12.000 vluchtelingen per maand moeten registreren en beoordelen. Dat zijn er ruim 16 per uur. Nederland knapte al bijna uit elkaar met de 60.000 vluchtelingen die vorig jaar het land in kwamen. De meeste, en laten we er we voor het gemak uitgaan van alle, in de tweede helft van het jaar. Dan zijn dat er 10.000 per maand. Was ‘hotspot’ Ter Apel hiervoor niet te klein? En is Ter Apel er niet alleen maar voor de eerste registratie, een beoordeling hoeft daar niet eens plaats te vinden?

In Nederland en Duitsland ontstaat er  flink reuring en verzet  als ergens een opvanglocatie dreigt te komen. Zouden de Grieken geen bezwaar hebben tegen een ‘hotspot’ op hun eiland of in hun dorp? Of verwachten de andere landen dat de Griekse regering gewoon over de vragen, bedenkingen en bezwaren van haar inwoners walst?

Hebben de Grieken de afgelopen jaren niet ervaringen opgedaan met de bereidheid van de andere landen die ‘volledig tot jullie beschikking om te helpen, met geld, materieel en mankracht’? Werden onder het mom van het ‘redden’ van Griekenland en de euro, niet de banken gered en zijn de kosten en ellende hiervan niet afgewend op de Grieken? Hebben een groot deel van diezelfde landen (de euro-landen) de Griekse overheid hiermee niet tot op het bot uitgekleed en onder curatele gesteld?

Nu verwachten diezelfde landen in de vluchtelingencrisis wonderen van Griekenland. Wonderen die ze zelf niet gerealiseerd krijgen. Of zijn ze blij dat zij van het vluchtelingenprobleem zijn verlost zonder dat een oplossing voor het probleem van de vluchtelingen ook maar een stap dichterbij komt? Verlost omdat het probleem op Griekenland is afgeschoven.

Schmidt haalt een EU-diplomaat aan die constateert dat de Grieken ook ‘een bestuurlijke capaciteitsbehoefte’ hebben. Een eufemisme voor: jullie zijn te stom om jullie problemen op te lossen. Hoe zou je als Griek dan kijken naar die bereidheid van die andere landen die ‘volledig tot jullie beschikking om te helpen, met geld, materieel en mankracht’ staan? Zeker gezien hun eerdere ervaringen? Want welke prijs zouden die overige landen nu vragen voor hun geld, materieel en mankracht?

Zouden die 27 landen, waaronder Nederland, zich niet moeten schamen voor hun handelen? Als leerlingen van een schoolklas zich zo tegenover een medeleerling gedroegen, dan was het huis te klein. Dan trad het anti-pestprotocol in werking. Wellicht moeten de landen van de EU ook eens een anti-pestprotocol opstellen. Ik schaam me in ieder geval diep als de Nederlandse regering zich zo gaat opstellen tegenover de Grieken. En daarom: Αγαπητοί Έλληνες, ζητώ συγγνώμη για τον τρόπο που η ολλανδική κυβέρνηση και οι άλλες χώρες της Ευρωπαϊκής Ένωσης να κάνει για εσάς. (Beste Grieken, mijn excuses voor de manier waarop de Nederlandse regering en de overige landen van de Europese Unie jullie behandelen.)

Not everything that counts can be counted

“Subsidies in Venray zijn doelloos,”  de kop van een artikel in Dagblad de Limburger. Het artikel bespreekt de uitkomst van een onderzoek dat de Venrayse rekenkamer heeft uitgevoerd naar het gemeentelijke subsidiebeleid. De gemeente heeft geen helder beeld wat ze met de subsidies wil bereiken. Doelen zijn niet helder, effecten blijven onduidelijk en daarom is het moeilijk om goede prestatieafspraken te maken met de instellingen die subsidie ontvangen. Het is daarom een raadsel  voor de gemeenteraad of het geld goed wordt besteed. De raad kan zo haar controlerende taak niet goed vervullen.

doelmatigheid

Illustratie: www.focusopdalton.nl

Venray zal niet de eerste en zeker niet de laatste gemeente zijn waar de rekenkamer of een andere onderzoeker tot soortgelijke conclusies komt. En ook daar zal worden geconcludeerd dat een schouwburg of een kunstencentrum vele tonnen subsidie krijgen, zonder dat precies duidelijk is wat zij moeten bereiken voor dat geld.

Dit concluderen is één, maar wat eraan te doen? Simpel duidelijke doelen en meetbare effecten formuleren en goede prestatieafspraken maken. Dat is ook wat meestal wordt geadviseerd. Als het zo simpel is, waarom gebeurt het dan niet?

Het is inderdaad heel simpel om een doel te formuleren. Ook is het makkelijk om effecten te formuleren. Goede prestatieafspraken maken het lastiger maar zal ook nog wel lukken. Maar hoe bepaal je de relatie tussen het doel en het effect en hoe meet je het? En nog lastiger, hoe bepaal je wat en zo ja op welke wijze een actie, die je in je prestatieafspraken maakt, bijdraagt aan het effect?

Een sportpark, sporthal of zwembad, een schouwburg en een kunstencentrum waar inwoners laagdrempelig les kunnen krijgen in diverse vormen van kunst. Om een beetje leefbaar te zijn, moet een dorp of stad bepaalde voorzieningen hebben. Hoe groter de stad, hoe meer van dergelijke voorzieningen er moeten zijn. Net zoals voor de leefbaarheid de verenigingen die activiteiten organiseren en mogelijk maken onmisbaar zijn.

Van Einstein is de gevleugelde uitspraak: “Not everything that counts can be counted. And not everything that can be counted counts.”  Zou deze uitspraak voor dergelijke onmisbare voorzieningen kunnen gelden? En als dat zo is, zouden we dan niet beter kunnen stoppen met dergelijke voorzieningen te benaderen vanuit het doelmatigheidsdenken?

Less is More

Soms lees je iets waardoor je van verbazing van de stoel valt. Vandaag was het weer zover na het lezen van een kort artikel in Trouw: ” Een persoon met een dergelijke autoriteit zou geen ideologische uitspraken mogen doen zonder enige wetenschappelijke grond, aldus de partij.”  Frissen is hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen en de partij is Wilders’ PVV. Frissen  heeft in een interview met de Limburgse zender L1 gezegd dat alle partijen Wilders moeten aanvallen, omdat hij bevolkingsgroepen apart zet en: “Het demoniseren van minderheden, het wij/zij denken, is het klassieke fascistische verhaal door de geschiedenis heen.” Vanwege deze uitspraken zou Frissen zijn professoraat als ook zijn decanaat van de Nederlandse  School voor Openbaar Bestuur moeten opgeven aldus de PVV.

zappaIllustratie: www.maxximize.nl

Is het niet bijzonder dat een partij die zegt te strijden voor de vrijheid en dat woord in haar naam voert, anderen in hun vrijheid wil beperken? Zeker als het de vrijheid van meningsuiting betreft, een vrijheid waar de partij pal voor zegt te staan? Een eerste, makkelijke verbazing.

Een slag dieper. Van een goed wetenschapper mag je verwachten dat hij zijn standpunten weet te onderbouwen en Frissen zal daarop geen uitzondering zijn. Maar dat je dat verwacht, wil nog niet zeggen dat het verplicht is voordat een wetenschapper een uitspraak mag doen. Want heeft een wetenschapper niet hetzelfde recht om een ‘wetenschappelijk ongefundeerde’ mening te uiten als ieder ander mens of politicus?

Weer iets dieper. Vormen ideologieën niet de basis van de sociale wetenschappen en is elke uitspraak van een sociale wetenschapper daarmee niet ideologisch getint? Is sociale wetenschap niet per definitie discussie tussen de verschillende ideologische invalshoeken? Is het daarom niet vreemd om van wetenschappers te verwacht geen ideologische uitspraken te doen? Dat zou betekenen dat alle economen zich niet meer in het openbaar over de economie mogen uitlaten. Dat zou betekenen dat sociologen zich niet meer mogen uitlaten over zaken die zij waarnemen en vanuit hun ídeologisch’ frame verklaren. Zou het dan niet oorverdovend stil zijn in de academische wereld?

En nu iets breder. Natuurlijk zou het goed zijn als mensen hun opvattingen en meningen goed onderbouwen en doordenken. Doordenken door er vanuit alle invalshoeken naar te kijken. Dat je het recht hebt om je mening te uiten, wil echter nog niet zeggen dat je die moet uiten. Zeker niet zonder eerst goed na te denken. Het zou goed zijn als ‘gewone mensen’, wetenschappers maar vooral politiek dit zich dit realiseren. Dat zou het publiek gesprek ten goede komen. Want geldt hier niet Less is More?

Rechtsvacuüm

Als iemand een misdaad pleegt en hij wordt opgepakt, dan moet een rechter of rechtbank zich over de zaak buigen en namens de samenleving een uitspraak doen. En hierbij is de verdachte onschuldig totdat de rechter anders oordeelt. Dat moet ook gelden voor iemand die van terrorisme wordt verdacht. Dat is een van de fundamenten van een zichzelf respecterende rechtstaat.

G bayFoto: www.politifact.com

In Dagblad de Limburg stond een uitspraak van de republikeinse voorman in het Huis van Afgevaardigden Paul Ryan“ Het is in strijd met de wet en het blijft in strijd met de wet om terreurgevangenen naar Amerikaanse grond over te brengen.” Wat doe je als mogendheid die wereldwijd actief is tegen terroristen en je pakt er eentje op? Hoe zorg je er dan voor, dat die terrorist een eerlijk proces krijgt? Dat kan op deze manier nooit door een Amerikaanse rechter. En waar zet je die in het gevang? De terrorist mag de VS immers niet in.

De regering Bush richtte hiervoor de gevangenis op Guantanamo Bay in. Een Amerikaanse basis, geen Amerikaans grondgebied en geen wetgeving van enig ander land. Er golden en gelden immers geen regels, een rechteloos gebied. Nu wil president Obama zijn verkiezingsbelofte uit 2008 nakomen en deze gevangenis sluiten. Daardoor kan de gevangen terrorist nergens naar toe.  Ryan wilde gevangenis daarom open houden. Maar hoe verhoudt het hebben van een gebied waar mensen rechteloos zijn, zich met het zijn van een rechtstaat?

In een normale oorlog moeten landen zich ook aan ‘wetten’ houden, namelijk Geneefse conventies. Nu zien de Verenigde Staten de strijd tegen het terrorisme wel als een oorlog, maar van een bijzondere soort. Het is immers geen strijd tussen landen en dat is waar de Geneefse conventies voor bedoeld zijn. Omdat zij terroristen niet zien als ‘reguliere’ soldaten, zien zij terroristen ook niet als krijgsgevangenen. En daar is wat voor te zeggen. Maar hoe moet je terroristen dan zien?

Als het geen soldaten zijn, moet je ze dan niet zien als burgers en ook zo behandelen? En wat doen we met burgers die wetten overtreden? Die bijvoorbeeld moorden plegen? Worden die niet door de civiele rechter berecht? Zou dat niet ook voor van terrorisme verdacht personen moeten gelden? Creëren de VS zo niet een rechtsvacuüm? Is een rechtsvacuüm niet strijdig met de grondbeginselen van een rechtstaat?

Zou het een zichzelf rechtstaat noemend land niet sieren als het rechteloze gebieden afschaft en rechtsvacuüms opheft? Is het handhaven van de principes van een rechtstaat niet de eerste en belangrijkste stap in de strijd tegen onrecht zoals terrorisme?

Een pleidooi voor bureaucratie

Een van de zaken waar Groot Britannië binnen de Europese Unie wat aan wil doen, is het verminderen van de bureaucratie en dus de regels. Die werken immers verstikkend, hinderen ondernemers en zorgen er zo voor dat de verdiencapaciteit voor bedrijven  flink slinkt. De Britten staan daarin niet alleen, ook in Nederland wordt steen en been geklaagd over de Brusselse regelzucht. Goed dus dat daarvoor aandacht is en dat bureaucratische belemmeringen worden weggesneden. Dit leidt tot meer ruimte, meer ondernemen en dus meer economische groei.

chang

Illustratie: www.flipkart.com

Tot zover de populistische opvatting over regelgeving en bureaucratie. Een opvatting die veel aanhang heeft. Laten we er eens op een andere manier naar kijken. Met de ogen van de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang. Die haalt in zijn boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme een voorbeeld aan van een zakenblad dat zich erover verbaasde dat “… hoewel er tot wel 299 vergunningen nodig waren van wel 199 instanties om in het land een fabriek neer te zetten, Zuid-Korea in de drie voorafgaande decennia met 6 procent was gegroeid.” Flinke groei met zeer forse regelgeving. Aan de andere kant: “Daarentegen hadden veel ontwikkelingslanden in Latijns Amerika en Afrika bezuiden de Sahara in deze drie decennia hun economieën gedereguleerd… . Maar op raadselachtige wijze groeiden zij in de voorafgaande twee decennia, toen werd aangenomen dat ze belemmerd werden door excessieve regulering.” Meer regels met als resultaat meer groei en minder regels met als resultaat minder groei? Vanwaar dit vreemde, niet in het ‘bureaucratie snijden’ discours passende resultaat? Hoe kunnen we dit verklaren?

Chang geeft de volgende antwoorden. Als eerste stappen ondernemers over die regels heen als er aan het einde maar voldoende te verdienen is.  Daar komt, volgens Chang, bij dat veel van die regels goed zijn voor de bedrijven. Veel van die regels beperken de winst op korte termijn, maar behouden winstkansen op lange termijn. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat hulpbronnen niet worden verwoest. Denk bijvoorbeeld aan vangstquota in de visserij. Ook kan regelgeving bedrijven dwingen dingen te doen die niet in hun individueel belang zijn, maar die op den duur wel de productiviteit van de hele bedrijfstak vergroten. Bijvoorbeeld investering in de training van medewerkers.

Regels helpen aldus Chang: “Alleen als we dat onderkennen, kunnen we zien dat het niet om de absolute hoeveelheid regels gaat, maar om wat ermee beoogd wordt en wat ze behelzen.” Toch maar voorzichtig zijn met het schrappen van regels?

De paradox van de miljardairsfilantropie

Stel je wilt filantroop worden. Waaraan kun je dan het beste je geld uitgeven? Die vraag heb ik enige tijd geleden besproken, aan de hand van het boek Doing Good Better van William Macaskill. Ik moest hieraan denken toen ik het pleidooi van Maite Vermeulen bij de Correspondent las, of eigenlijk beluisterde. Vermeulen komt namelijk met een ‘goed doel’ dat volledig buiten de de scope van Macaskill, maar ook van de filantropische miljardairs als Zuckerberg en Gates ligt.

Maite VermeulenFoto: twitter.com

Vermeulen pleit, op basis van gesprekken met slumbewoners, voor bureaucratie. Ze pleit voor een goed werkend kadaster dat eigendommen registreert, een goed werkende belastingdienst die ervoor zorgt dat de verschuldigde belasting wordt geïnd, voor bouw en woningtoezicht dat ervoor zorgt dat er degelijk en veilig wordt gebouwd. Ze zou ook nog de arbeidsinspectie, gezondheidsinspectie, een goed openbaar ministerie, betrouwbare politie en goede rechtspraak kunnen noemen. Eigenlijk voor al die zaken die wij zo gewoon vinden en waarvan we soms ‘hinder’ ondervinden. Allemaal zaken die we kunnen vatten onder het Engelse begrip Rule of Law, de heerschappij van de wet. Een begrip dat inhoudt dat iedereen voor de wet gelijk is en ook als zodanig behandeld wordt.

Even terug naar die filantropische miljardairs. Eentje ervan, Bill Gates, was enkele weken geleden in Nederland op bezoek. In een interview met de Volkskrant vertelde hij dat hij zich richt op de armsten van de wereld. En een van de manieren waarop hij dat doet, is onderzoek naar bijvoorbeeld schone energie. Gates: “We hebben twintig landen zover gekregen dat zij hun onderzoeksbudget hebben verdubbeld. Natuurlijk steunen we start-ups overal ter wereld die een doorbraak op het gebied van schone energie weten te forceren. Maar als we moeten kiezen, zullen we eerder investeren in landen waarvan de overheid heeft meegedaan aan de budgetverdubbeling.”

Stel Maite Vermeulen begint een project gericht op de opbouw van Rule of Law en ze klopt bij Gates aan voor financiële ondersteuning. Zou Gates, of een van die andere miljardairs, dit financieren? Zouden zij de opbouw van belastingdiensten, kadasters, rechtbanken, arbeidsinspecties, bouwtoezicht en dergelijke steunen? Wetende dat juist hun bedrijven profiteren van het ontbreken hiervan. Wetende dat juist hun bedrijven in de VS en Europa lobbyen voor het behoud van allerlei schimmige belastingconstructies en tegen overheidsbemoeienis.

Een paradox voor de miljardairsfilantropie: help je mensen en landen ook als dat ten koste gaat van het eigen- of bedrijfsbelang?

Je verwacht meer

“Een groot Amerikaans advocatenkantoor gaat de strijd om schadevergoeding voor door VW gedupeerde beleggers aan via Nederland.” De eerste zin van een uitgebreid artikel in de Volkskrant. Deze beleggers vinden dat zij de dupe zijn van de affaire met de ‘sjoemelsoftware’ die vorig jaar groot nieuws was. Auto’s van Volkswagen bleken een stukje software te bevatten dat kan ‘ruiken’ als het aan testapparatuur wordt gekoppeld. De motor ging dan over op een energiezuinige en uitstoot-vriendelijke modus. De auto kon zo als milieuvriendelijk worden verkocht terwijl de werkelijkheid anders was. En verkopen deed Volkswagen, wellicht mede hierdoor.

volkswagen-clean-diesel-550Illustratie: www.autoblog.nl

De beleggers vinden dat zij door deze sjoemelsoftware zijn gedupeerd. Sinds het uitkomen van deze affaire zijn de aandelen flink in waarde gedaald. Bovendien hangt VW een stevige boete en schadevergoeding aan gedupeerde kopers boven het hoofd. En dat gaat ten laste van de winst en weer de waarde van het aandeel. Inderdaad, de waarde van de aandelen is fors verminderd en de verkoopbaarheid van het aandeel is wellicht verminderd. Dus terecht dat de beleggers voor een schadevergoeding gaan strijden. Of niet?

Zijn de aandeelhouders niet medeverantwoordelijk voor de sjoemelaffaire? De aandeelhouders zijn immers eigenaar van het bedrijf. Zij hebben een flinke vinger in de pap bij de benoeming van de raad van commissarissen. Die raad heeft als taak toe te zien op de bedrijfsvoering en benoemt het bestuur van het bedrijf. Zijn die commissarissen niet de eersten waarbij de aandeelhouders zich moeten melden als zij vinden dat er iets niet goed is gegaan?

Hebben aandeelhouders niet ook flink geprofiteerd van de fraude door VW? Door die fraude ging het heel goed met VW, wellicht beter dan dat het zonder de fraude zou zijn gegaan. Heeft dit de aandeelhouders niet extra rendement opgeleverd? Onverdiend extra rendement naar nu blijkt, maar nog steeds rendement dat in de zakken van de aandeelhouders is verdwenen. Zouden de aandeelhouders ook bereid zijn dit extra rendement terug te betalen? Het was immers niet verdiend.

Moeten niet juist de aandeelhouders, als eigenaren, voor de schade opdraaien? Zij hebben in goede tijden (voor het uitkomen) geprofiteerd van de fraude en willen nu, in slechte tijden, hun risico op anderen afwentelen. Maar wie is die andere? Het VW-concern zijn ze toch zelf? Je verwacht meer als je Volkswagen rijdt, aldus de reclame. Zou dat ook voor Volkswagen-aandeelhouders gelden?

Maatschappelijk belang

Carlijne Vos schrijft in het commentaar in de Volkskrant over het D’66 wetsvoorstel om de donorwet aan te passen. Nu moet iemand expliciet aangeven donor te zijn, als het wetsvoorstel wordt aangenomen, moet je expliciet aangeven géén donor te willen zijn.

orgaandonor

Illustratie: afvallen-gezondleven.nl

D’66 heeft dit wetsvoorstel opgesteld, omdat er te weinig donoren zijn om aan de vraag te voldoen. Hierdoor sterven mensen, omdat er geen passende donor is. Ongeveer 25% van de Nederlanders is donor terwijl uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft wel zou willen doneren. Meer donoren vergroten de kans dat er bijvoorbeeld een passend hart is voor een donor patiënt. Daarom zou het goed zijn als meer mensen zouden aangeven donor te willen zijn. Het wetsvoorstel kan eraan bijdragen, maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Ik wil het hebben over het argument van Carlijne Vos in de afsluitende zin van het commentaar: “Het bezwaar dat mensen nu mogelijk ongewild donor worden omdat ze hun post niet open maken of wilsonbekwaam zijn, legt het af tegen het grotere maatschappelijk belang.”

Een van de taken van de overheid is om de zwakkeren te beschermen. Zijn de wachters op een donororgaan de zwakkeren die extra beschermd moeten worden? En wordt die bescherming met dit wetsvoorstel geboden? Zou de overheid niet juist de wilsonbekwamen moeten beschermen?

Deze passage roept meer vragen op. Creëert Vos niet een oneigenlijke tegenstelling om haar opvattingen kracht bij te zetten? De belangen van de wachters op een donororgaan noemt zij een maatschappelijk  belang. Geldt datzelfde niet ook voor de belangen van de wilsonbekwamen of de ongewilde donoren? Is dat niet ook een maatschappelijk belang? Wat maakt dat het ene een maatschappelijk belang is en het ander niet? Waarin zit dat verschil? Of zijn het allemaal individuen met belangen? Heeft de overheid niet ook de taak om voorzichtig om te springen met de belangen van mensen die zo ongewild donor worden?