‘Solidariteit en wederkerigheid’

Overal ter wereld proberen regeringen de ‘economie’ van hun land te redden. De Nederlandse regering heeft er, net als de regeringen van vele andere landen, voor gekozen om bedrijven te redden. De Ballonnendoorprikker zou, zoals hij betoogde in De ezel en de steen, een andere insteek hebben gekozen. De eerste regeling die hiervoor werd opgesteld, loopt bijna op z’n einde en er wordt nagedacht over een nieuwe. Vanuit allerlei hoeken krijgt de regering nu adviezen over wat er wel en niet in de regeling moet. Een van die ‘adviseurs’ is Jacco Vonhof, de voorzitter van MKB-Nederland. Vonhof pleit in een gesprek met de Volkskrant voor ‘solidariteit en wederkerigheid’. Volgens Vonhof past een loonoffer hierin.

Vonhof: “een deel van de kosten van de 100 procent doorbetaling aan de werknemer belandt bij de werkgever en dat kunnen veel ondernemers niet nog maanden volhouden.” Op de vraag of daar ook een (loon)offer van de werknemer bij past antwoordt hij: “In onze ogen wel.” Vonhofs MKB-Nederland heeft één doel: “Nederland uit de crisis helpen. Dat is belangrijk voor werkgevers, werknemers en het kabinet.” Daarvoor is solidariteit belangrijk en: “Als je met mensen praat over solidariteit weten ze heel goed dat anderen solidair met hen moeten zijn, maar dat solidariteit wederkerigheid inhoudt, dat vergeten de meesten al snel.” Een offer van de werknemers is, zo betoogt Vonhof, een manier om die wederkerigheid in te vullen. Dat klinkt logisch. We schikken allemaal wat in en dan komen we er samen uit. Of niet?

Laten we eens meegaan in de redenering van Vonhof. De werknemer levert bijvoorbeeld tijdelijk 10% van zijn salaris in. In plaats van 100 krijgt de werknemer maar 90. Nu heeft deze werknemer bijvoorbeeld 97 nodig om al zijn kosten te betalen. De overige 3 reserveert hij voor onvoorziene uitgaven zoals een kapotte wasmachine. Die 90 is te weinig om alle kosten te betalen. De reservering kan als buffer worden ingezet en zo kan de werknemer het wellicht even een maand of twee drie uitzingen. Behalve natuurlijk als die wasmachine net is vervangen. Na die twee of drie maanden loopt het voor de werknemer spaak. Dan duikt de werknemer in de schulden. Dan kan hij zijn rekeningen niet meer betalen. Hoe lossen we dat op?

Gelukkig is Vonhof en zijn club MKB-Nederland van de solidariteit en  wederkerigheid. Dat biedt mogelijkheden. Vonhof en zijn achterban zijn dan vast bereid om de solidariteit van de werknemer ‘wederkerig’ tegemoet te treden. Tegemoet te treden door de prijzen van hun producten, het brood de groenten, de knipbeurt, het kopje koffie op het anderhalve-meter-terras en zeker ook de bij premier Rutte populaire nagelstudio met bijvoorbeeld diezelfde 10% te verlagen. Dit om te voorkomen dat de werknemer ‘failliet’ gaat.

Maar wacht eens even? “We verhogen de prijzen met drie euro per behandeling. Dat lijkt ons schappelijk,” aldus een kapper in de Volkskrant van 7 mei. Schappelijk omdat: “Normaal gesproken knippen we een klant per halfuur, dat wordt nu een klant per uur. We nemen de tijd om de salon te desinfecteren en gaan terug van drie kappers in de salon naar twee.” In hetzelfde artikel figureert ook een Amsterdamse kroegbaas met twintig kroegen: “Met dertig procent bezetting, zou je voor een biertje meer dan tien euro moeten rekenen. Maar daar zit natuurlijk niemand op te wachten.” Hij sluit prijsverhogingen echter niet uit. Hoe wederkerig is dan de MKB’er die Vonhof vertegenwoordigt? Aan de ene kant moet het personeel een salarisoffer brengen om solidair te zijn met de werkgever en aan de andere kant moet hij de prijsverhoging betalen? 

We zijn er echter nog niet. Theaters en reisbureaus verwachten dat die werknemer geen geld terug vraagt voor afgelaste voorstellingen en geboekte reizen. Dan gaat het die werknemer wel erg smal. Daar komt nog bij dat al die miljarden waarmee het kabinet strooit ooit door iemand betaald moeten worden. Miljarden naar bedrijven zoals booking.com die er een sport van maken om zo min mogelijk belasting te betalen. Want die bedrijven steun weigeren of er aan strikte voorwaarden aan verbinden daar heeft: “Het kabinet (…) naar gekeken, maar de uitvoering blijkt te lastig,” zo is bij nos.nl te lezen. Het blijft bij een: “moreel appèl (…) op bedrijven die belasting ontwijken om geen steun aan te vragen.” Hoeveel vertrouwen moeten we hebben in de moraliteit van bedrijven die belastingen ontwijken? Ook die miljarden zal de ‘werknemer’ via de belastingen moeten betalen. ’Ja maar,’ zo zal Vonhof zeggen, ‘dat zijn niet de bedrijven die ik vertegenwoordig. Het MKB zal ook die kosten via de belasting mee moeten betalen’. En dat zou best wel kunnen kloppen. Alleen zal die extra belasting weer worden doorvertaald in de prijs van de ‘knipbeurt’ voor de werknemer. 

Zo wordt solidariteit en wederkerigheid wel erg eenzijdig ingevuld.

‘Until Death do us part’

“U hoort dat goed, wij dienen actief te eisen dat we als volwaardig Nederlander beschouwd worden en dat derhalve etnische registratie wordt afgeschaft.” Dit betoogt Karim Bettache bij Joop. Hierbij sluit ik mij van harte aan. Iedereen die voor de wet gezien een Nederlander is, is een Nederlander. Geen Nederlander met … afkomst, allochtoon, autochtoon of streepjes Nederlander. Nee, gewoon Nederlander. Het staat iedereen vervolgens erin om zichzelf te betitelen als een … Nederlander, Nederlander met … voorouders , gekleurde, witte of blanke Nederlander, Zeeuwse Nederlander of Venlose Nederlander. Dat is aan de persoon zelf, niet aan een ander en zeker niet aan de wetgever. 

Bettache strijdt tegen ‘systemisch racisme’ en in die strijd adviseert hij: “Gekleurde en multi-etnische Nederlanders (maar ook onze witte broeders en zussen) doen er goed aan financieel en sociaal niet meer bij te dragen aan de eigen onderdrukking.” Wat hij hiermee bedoelt? (G)een abonnementen meer op mainstream kranten/gidsen of andere media die weigeren diversiteit toe te laten boven het glazen plafond en daarnaast in hun berichtgeving een generaliserende (witte) kijk communiceren naar u en andere Nederlanders.” En ook niet meer stemmen op: “linkse partijen die enkel mooie praatjes verkopen maar qua beleid niets voor u doen. … Beter is het om op een pluriforme partij als Bij1 te stemmen.” 

Nu las ik bij dekantekening.nl iets bijzonders. In een artikel bespreekt Ewout Klei het al dan niet ‘wit’ zijn van de Nederlandse corona-aanpak. In het artikel staat de vraag centraal: “Worden Afro-Nederlanders harder getroffen door het coronavirus dan witte Nederlanders?” Vanuit het buitenland, en dan vooral Groot Brittannië en de Verenigde staten blijkt dat gekleurde mensen vaker sterven aan corona. Een voorbeeld: “In de stad Chicago is 30 procent van de bevolking Afro-Amerikaans, maar 70 procent van de coronadoden is zwart.” Voor Nederland kan die vraag niet worden beantwoord: “Nederland houdt niet bij wat de etniciteit van coronapatiënten en -doden is.” En dan komt het bijzondere: “BIJ1, de partij van Sylvana Simons, is om deze reden voor het registreren van etniciteit van coronaslachtoffers.” Dat is volgens woordvoerder Quinsy Gario wel nodig: “Deze gegevens zijn noodzakelijk voor het opstellen van een gemeenschappelijk plan van aanpak. Nu worden gemeenschappen buitengesloten van het plan dat is opgesteld omdat er geen gegevens zijn over de schade dat het virus bij hen aanricht. Als je de mogelijkheid om de schade te bepalen bemoeilijkt voor een bepaalde groep ben je bezig met ongelijkwaardige behandeling. En dat is in strijd met artikel 1 van onze grondwet.” 

Zou het werkelijk zo zijn dat ‘gemeenschappen worden buitengesloten omdat er geen gegevens zijn over de schade die het virus bij hen aanricht’? Ik waag het te betwijfelen. Het ‘plan’ is erop gericht de besmetting met het virus zo te controleren dat onze gezondheidszorg niet overbelast raakt. Belangrijk daarin is het voorkomen van besmetting. En als iemand toch besmet raakt, dan wordt die persoon zo goed mogelijk geholpen op basis van de beschikbare kennis. Dat het virus vooral schadelijk is voor mensen aan de onderkant van het loongebouw, is ondertussen al bekend. Dat is ook de oorzaak van de overmatige sterfte van gekleurde mensen in de VS en Groot Brittannië. Dit zal voor Nederland niet veel anders zijn. Een onvoorwaardelijk basisinkomen zou wel eens een middel kunnen zijn om dit, ongeacht de huidskleur, te bestrijden. Dit even terzijde. 

Bij1 wil de etniciteit van corona-doden registreren. Een registratie waar Bettache, met recht en reden, voor de levenden van af wil. Bij leven één bij sterven gescheiden: ‘Until death do us part’.  Wellicht toch even overwegen of Bij1 dan wel de juiste keuze is? 

‘Ellende-ladder’

Identiteit, ik schreef er eind vorig jaar een Prikker over met als titel Hans, en de vraag ‘Wie ben ik’?.  In die Prikker sloot ik me aan bij een uitspraak van Kwame Anthony Appiah: “Ik vind dat je identiteit licht moet dragen….” Omdat: “De aanname dat we een eeuwig, onveranderlijk ik zouden hebben, (…) hoogst twijfelachtig” is. De afgelopen tijd waren we getuige van prachtige voorbeelden van die twijfelachtigheid. Voorbeelden geleverd door Henk Krol en de Kamerleden van Denk. Over die voorbeelden wil ik het niet hebben. Wel over redeneringen en hun gevolgen.

Correspondent Identiteit Valentijn de Hingh vraagt zich in een artikel bij De Correspondent af: “Hoe los je racisme, seksisme en homofobie op? Allemaal tegelijk.” Daarvoor onderzoekt hij ‘Identiteitspolitiek. “Identiteitspolitiek wil zorgen voor meer gelijkheid voor groepen die op basis van bijvoorbeeld ras, etniciteit, seksuele gerichtheid, sekse of genderidentiteit in een maatschappelijke minderheidspositie zitten, en die daardoor in hun dagelijks leven te maken krijgen met allerlei vormen van onrecht en onderdrukking.” In dit artikel komt hoofddocent Literaire en Culturele Analyse Murat Aydemir aan het woord. Volgens Aydemir is: “identiteitspolitiek oorspronkelijk wél bedoeld als brede systeemkritiek.”  Volgens Aydemir hebben we de term te danken aan: “het Combahee River Collective (CRC), een groep Afro-Amerikaanse lesbische feministen uit Boston.” Deze groep legde een relatie tussen ras, gender en klasse. Hun kritiek: “Het feminisme was in die tijd vooral een project van witte vrouwen, waardoor racisme vrijwel onbesproken bleef. De burgerrechtenbeweging had weinig aandacht voor seksisme en homofobie, terwijl de arbeidersbeweging voorbijging aan de manier waarop al deze vormen van onrecht invloed hadden op de economische positie van zwarte vrouwen.” Daaruit concludeerden ze: “If black women were free, it would mean that everyone else would have to be free since our freedom would necessitate the destruction of all the systems of oppression.” Dus: “Door solidair te zijn met zichzelf als zwarte vrouwen, waren de leden van het CRC dus in feite solidair met een heleboel: met vrouwen, personen van kleur, LHBTQIA’ers én mensen in een economische minderheidspositie – hun identiteit verbond ze aan al deze politieke belangen tegelijkertijd.” De Hingh concludeert hieruit: “Goede identiteitspolitiek richt zijn pijlen dus niet op één vorm van onrecht, maar op alle vormen tegelijkertijd. En gaat dus wel degelijk over breed gedragen maatschappelijke verandering.” Laten we deze hele redenering eens wat beter bestuderen.

Wat het CRC zegt is dat je, als je de wereld wilt verbeteren, moet beginnen met het verbeteren van de positie van de Afro-Amerikaanse lesbische feministen. Die worden immers het meest achtergesteld. Als zij het beter krijgen, krijgt iedereen het beter. Immers om hun positie te verbeteren moet je alle ‘systemen’ en ‘belemmerende’ factoren opruimen. De grote denker over rechtvaardigheid John Rawls zou zich hierin kunnen vinden. Zijn uitgangspunt is immers dat iedere maatregel de positie van hen die het slechtst af zijn, het meeste moet verbeteren. 

Een probleem. De hele redenering staat of valt met de ‘ellende-ladder’. De wat? De ‘ellende-ladder’, een woord dat me net te binnen schoot. De Afro-Amerikaanse lesbische feministen van het CRC vinden dat hun ellende het grootst is, dat zij bovenaan staan op de ‘ellende-ladder’. Zij combineren huidskleur, geslacht en klasse en constateren dat zij overal in het nadeel zijn. Zij bedienden zich van ‘intersectioneel denken’ avant la lettre. Denken dat de mens in stukjes hakt: gender, ras, geaardheid, religie, handicap en nog veel meer. Ik schreef er al eerder over naar aanleiding van een artikel van Seada Nourhussen. Of hun positie werkelijk de meest ellendige is, is maar helemaal de vraag. Hoe bepaal je welke groep in de meest ellendige situatie verkeert? Maar ook wie bepaalt dat? In het CRC-denken is dat van belang. Is er immers een groep die nog hoger op de ellende-ladder staat, bijvoorbeeld de zwarte lesbische moslima, dan moet daar de ‘wereldverbetering’ mee beginnen. Het wordt zo belangrijk om de bovenste positie op de ‘ellende-ladder’ in te nemen. En dat is precies wat er gebeurt. Iedere groep ziet zijn positie al meest ellendige.

“Maar uiteindelijk is het wel zaak dat identiteitspolitiek in de toekomst aanstuurt op een allesomvattende, radicale omwenteling van het systeem, zoals het Combahee River Collective het voor ogen had,” concludeert De Hingh. De energie gaat echter op aan de wedstrijd ‘ladder klimmen’ en niet aan het bereiken van een ‘breed gedragen verandering’. Misschien zou het helpen als  ‘identiteit’ een veel minder belangrijke positie zou innemen. Als we onze ‘identiteit’, om Appiah na te spreken, wat lichter dragen en wat meer zoeken naar gezamenlijkheid, naar overeenkomsten. We zijn allemaal mensen die met respect en gelijkwaardig behandeld willen worden. Zou dat niet een goed beginpunt zijn?

Over vrijheid en vrije markten

“Dat daarbij de economie en de vrije samenleving gebukt gaan onder een knoet die bepaalt wat goede en wat foute ondernemers zijn,” en dat: “nemen de cabaretiers, de schrijvers en de rest van de ondertekenaars op de koop toe.” De laatste zinnen van een column van Roderick Veelo bij RTL Z. Een ‘staatsknoet’ die bepaalt wat de goede en foute ondernemers zijn. Dat klinkt ‘communistisch’. Een politbureau dat bepaalt wat goed en fout is. Dat moeten we niet willen. Toch?

Veelo reageert op de oproep van een grote groep mensen in de Volkskrant Een oproep om alleen bedrijven te steunen als ze aan drie eisen voldoen. Ze moeten: “de afgelopen tien jaar (sinds de vorige crisis) in binnen- en buitenland hun aandeel hebben bijgedragen als het gaat om het betalen van belastingen.” Als tweede moeten de bedrijven blijk geven van: “sociale rechtvaardigheid, richten zich op langetermijnduurzame economische groei en begrijpen dat ze daarvoor de belangen van alle stakeholders moeten dienen.” Als laatste: “De producten en diensten van het bedrijf dragen in toenemende mate bij aan een veilige en duurzame toekomst.” Heel sympathieke eisen alleen, zo betoogt Veelo, moeten we dat niet willen. Dat beperkt onze economie en vrije samenleving. Die, en dus de vrije markt, moet bepalen wat goed en fout is. 

Bij uitspraken zoals die van Veelo moet ik altijd denken aan het boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme van de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang. Een boek waarin Chang de economische wetenschap voor een leek begrijpbaar beschrijft. Want economie is, zo schrijft Chang: “…voor 95 procent gezond verstand dat ingewikkeld gemaakt is, en zelfs voor de resterende 5 procent geldt dat de essentie van de redenering , zo niet alle technische details, in eenvoudige termen kan worden uitgelegd.” En vervolgens voegt Chang de daad bij het woord en legt aan de hand van 23 populaire opvattingen uit hoe het zit. Zo ook de vrije markt.

Dat is het eerste ‘ding’ dat Chang behandelt in een hoofdstuk met als titel De vrije markt bestaat niet. En met die titel wordt al een heel ander licht geworpen op de brief van de groep en Veelo’s reactie. Chang: “De vrije markt bestaat niet. Elke markt kent wel regels en grenzen die de keuzevrijheid beperken. Een markt lijkt alleen maar vrij doordat we de beperkingen die eraan ten grondslag liggen zo onvoorwaardelijk accepteren dat we ze niet meer zien.” Zo is slavernij verboden. Dat vinden we nu niet meer dan logisch. Eeuwenlang lag dat echter anders en was slavernij een onderdeel van het leven. Hetzelfde geldt voor kinderarbeid. Ook dat was heel gewoon totdat de overheid er paal en perk aan stelde. De wetgeving rond arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, ook die beperkt de ‘economie en de vrije samenleving’. Net zoals wetgeving rond ruimtelijke ordening en milieu. Net zoals de wetgeving ter bescherming van de consument en het contractrecht.

Allemaal beperkingen van de ‘economie en vrije samenleving’ die we, om met Chang te spreken: “zo onvoorwaardelijk accepteren dat we ze niet meer zien.” Als dat op deze punten kan, waarom dan niet ook op andere punten, zoals de drie ‘eisen’ van de ‘Volkskrant-groep’? 

De ‘vrije samenleving’ beperken, gebeurt niet alleen op het economische vlak. Op vele terreinen wordt onze vrijheid beperkt. Zo beperken de verkeersregels onze vrijheid. Iets wat recentelijk door de VVD groot werd uitgevent toen de maximum snelheid werd verlaagd van 130 naar 100. Nee onze ‘vrije samenleving’ kent veel wettelijke beperkingen om haar leefbaar te houden. Die beperkingen zijn nodig om te voorkomen dat mijn vrijheid jou ellende wordt of andersom. Of zoals John Stuart Mill het in zijn boek Over vrijheid formuleerde: “Zodra een deel van iemands handelen nadelig is voor de belangen van anderen, valt het onder de jurisdictie van de maatschappij, en wordt het een punt van discussie of het algemeen belang al dan niet gediend zal zijn als men ingrijpt.” Zonder die ‘knoet’ die bepaalt wat goed en fout is’, zou het leven ‘eenzaam, arm, onaangenaam, bruut en kort’ zijn om Thomas Hobbes aan te halen.

Economisch belang(eloos)

Het positieve aan het ‘binnenblijven’ is dat er leuke initiatieven ontstaan. Zo is er een ‘rondleider’ van het Rijksmuseum, die het museum in deze corona-tijd naar je toe brengt. Hij richt zich hierbij vooral op kinderen van de basisschool en dan vooral de basisschool die zijn dochter bezoekt. Een van mijn favorieten is zijn uitleg over Zeven werken van barmhartigheid. Misschien komt dat wel omdat het een goede spiegel is voor bedrijven als boeking.com. En met het redden van bedrijven en kunst kom ik bij een brief van Kunstenaarsvereniging Arti et Amici bij Joop.

“Het is een plicht ervoor zorg te dragen dat niet alleen de grote culturele instellingen deze crisis overleven maar juist ook de individuele kunstenaar die onze planeet met zijn creativiteit, ons aller menselijk kapitaal, leefbaar maakt.” De afsluitende woorden in de brief. De vereniging pleit voor meer steun voor de kunstsector in het algemeen en de kunstenaars in het bijzonder. Want, zo stellen zij: “Ook kunstenaars zijn onmisbaar voor economisch herstel.” Toch wringt er iets bij mij.

De kunstenaars zijn niet de enigen die pleiten voor een ‘aparte’ regeling om door de crisis te komen. Vele andere sectoren gingen hen al voor en vonden een gewillig oor bij de regering. Zoals ik in een eerdere Prikker al betoogde, zou ik liever zien dat de overheid zich richt op het redden van mensen in plaats van bedrijven. Immers om de kunst te redden, moet je de kunstenaar in leven houden. Dat redden kan heel goed via een basisinkomen. Maar daar gaat hij mij in deze Prikker niet om. 

Het gaat mij om de link die alle sectoren leggen naar de ‘economie’, en het ‘economisch herstel’. Kunstenaars moeten, net als de KLM, de kalvermesters, de bloementelers, de cafébazen enzovoorts worden gered omdat ze ‘onmisbaar zijn’ voor de economie en het economisch herstel. Kunst wordt vertaald in ‘banen’ en ‘toeristen’ en die worden vervolgens uitgedrukt in percentages van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Hoe hoger het percentage, hoe belangrijker het is. De ‘economie’ is zo de maat der dingen.    

Hiermee zeggen we eigenlijk dat we ‘werken om te leven’. Nu is werk, en dan vooral betaald werk, de afgelopen decennia heilig verklaard. Werk is, of beter gezegd wordt gezien, als de hoogste vorm van maatschappelijke participatie en de beste manier om in te burgeren. Zonder werk neem je niet deel aan de samenleving. Werk zorgt voor structuur in het leven van mensen. En zo kan ik doorgaan met het benoemen van eigenschappen die we verbinden aan het hebben van werk. We stemmen het onderwijs erop af, bereiden kinderen voor op hun plek op de arbeidsmarkt, dus op werk. Volwassenen moeten een leven lang leren om hun ‘employability’ te vergroten.

Door al deze zaken exclusief te verbinden aan betaald werk, lijkt werk onmisbaar te worden voor het goede leven van een mens. Inderdaad werk zorgt voor structuur, kan sociale contacten opleveren, kan je eigenwaarde een boost geven, kan bijdragen aan het veroveren van je plek in de samenleving. Dat kan allemaal. Participeren, inburgeren, deelnemen aan de samenleving, structuur hebben in je leven, het kan allemaal óók zonder werk.

Wat als we het omdraaien? Wat als we gaan werken om te leven? Als we die vraag vertalen naar de crisis van nu en het ‘redden’ van bedrijven: wat dragen die sectoren bij aan het leven? Zou het kunnen dat we dan heel andere keuzes zouden maken? Wat dragen de KLM, booking.com en kunst bij aan het leven? Zouden we dan nog steeds zoveel geld uittrekken om ‘onze blauwe trots’ in de lucht te houden? Wellicht blijkt dan dat wat economisch belangeloos is wel eens van het grootste belang te zijn. Misschien sluiten die keuzes wel aan bij die zeven werken van barmhartigheid?

PS. Fedor bedankt voor je ‘thuismuseum’. Het brengt mij een lach en die vind ik van groot belang!

Pijlstaart tv: het thuismuseum

App en/of enkelband

“Wanneer in een stad de pest uitbrak, moesten volgens een reglement uit het einde van de zeventiende eeuw de volgende maatregelen worden getroffen. Allereerst een rigoreuze parcellering: de stad en haar ‘ommeland’ worden afgegrendeld, het is verboden de stad te verlaten op straffe van de dood, en alle zwerfdieren worden afgemaakt. De stad wordt opgedeeld in verschillende wijken die elk onder gezag van een intendant worden geplaatst. Iedere straat komt onder toezicht te staan van een syndicus die met de dood wordt gestraft als hij straat verlaat. Iedereen krijgt het bevel zich op een vastgestelde dag in zijn huis op te sluiten en het is verboden het te verlaten op straffe van de dood. De syndicus komt eigenhandig de deur van iedere woning van buitenaf vergrendelen; hij overhandigt de sleutel aan de wijkintendant, die hem bewaart tot de opheffing van de quarantaine.” 

Zo begint het hoofdstuk Panoptisme van het boek Discipline, Toezicht en Straf. De geboorte van de gevangenis van de Franse filosoof Michel Foucault. Foucault haalt dit uit een reglement uit de zeventiende eeuw. We zijn nu een kleine vier eeuwen verder en de manier waarop het coronavirus wordt bestreden, lijkt hier niet veel van af te wijken. Opsluiten in huis, contact vermijden en straffen bij overtreding. Geen doodstraf, tenminste niet in dit deel van de wereld. In andere streken, zoals de Filippijnen, ligt dat anders. Ik moest aan dit boek denken toen ik bij De Correspondent een artikel  van Dimitri Tokmetzis en Morgan Meaker las over de inzet van surveillancetechnologie om: “verspreiding van het virus te onderdrukken maar toch lockdowns te versoepelen”. De beide auteurs volgen: “het scala aan bewakingstechnologieën dat wereldwijd wordt ingezet.” En door dat woord ‘bewakingstechnologieën’ moest ik aan Foucault denken. 

Foucault beschrijft de geschiedenis van het omgaan met misdadigers. Het boek begint met het beschrijven van de ten uitvoerlegging van de straf van Damiens. Damiens pleegde een mislukte aanslag op de Franse koning Lodewijk XV. Damiens wordt op een kar naar de plek gereden waar zijn straf, een openbare schuldbelijdenis, wordt voltrokken. “Daarna, “op genoemde kar, en op een schavot dat op de Place de Grèves opgericht, zal met tangen het vlees van zijn borst, zijn armen, dijen en kuiten worden gerukt; zijn rechterhand, met daarin het mes waarmee hij de vadermoord heeft begaan, zal met brandende zwavel worden verschroeid, de plekken die met de tangen zijn bewerkt, zullen met gesmolten lood, kokende olie, gloeiende spiegelhars en een mengsel van gesmolten zwavel en was worden overgoten; zijn lichaam zal vervolgens door vier paarden uiteen getrokken worden en in stukken gereten worden, zijn romp en leden door vuur verteerd en zijn as in de wind verstrooid.” Nu bleek dat vierendelen lastig vanwege het ontbreken van de juiste paarden. Daarom werden het zes paarden en dan nog ging het allemaal maar moeizaam.

Deze brute manier van straffen voor het oog van ‘het volk’, riep in de tweede helft van de Achttiende eeuw steeds meer weerstand en protest op: “de straffen moeten gematigd worden en in verhouding staan tot de delicten, de doodstraf mag slechts worden opgelegd aan schuldig bevonden  moordenaars, en de mensonwaardige lijfstraffen moeten worden afgeschaft,” aldus een samenvatting van een lijst met grieven in 1787 en 1788 ingediend bij de Franse Staten Generaal. Als alternatief kwam dwangarbeid op en in de loop van de negentiende eeuw ontstonden de gevangenissen zoals we ze nu nog steeds kennen. Een correctioneel instituut gericht op het verbeteren van de misdadiger zodat die na het uitzitten van zijn straf niet meer in de fout gaat. Hen moet discipline worden bijgebracht. Discipline ontstaat niet via het vertoon van macht, maar via observatie en kleine interventies.

De Brit Jeremy Bentham over wie ik al vaker schreef maar dan als ‘uitvinder’ van het utilitarisme, speelde hierin een belangrijke rol. Bentham ontwierp het Panopticum. Een gebouw met een centrale hal met daar rond ringen van cellen over verschillende verdiepingen gestapeld. Een cel heeft twee ramen: één naar buiten en één op de centrale hal gericht. Vanuit die centrale hal kan een persoon alles overzien zonder dat de persoon zelf gezien wordt. Bentham voorzag toepassing als gevangenis, school, ziekenhuis maar ook als bedrijfsgebouw. Koepelgevangenissen zijn volgens dit principe gebouwd. De camerabewaking van de openbare ruimte en de enkelband om thuis je straf uit te zitten, zijn eigentijdse varianten hiervan. 

‘Disciplinering’ van gevangenen kwam niet uit de lucht vallen. De opkomende industrie en het leger vroeg ook om disciplinering van mensen. Disciplinering was en is een belangrijk doel van ons onderwijs. En die disciplinering is bijzonder succesvol geweest. De manier waarop de ‘corona-maatregelen’ worden nageleefd, laten dit zien. De apps waarover nu wordt gesproken zijn een volgende stap in deze disciplinering. Als ze een verplichting worden, zijn die apps niet te vergelijken met de enkelband. Trouwens ook al ze niet worden verplicht, maar het niet hebben ervan je beperkt in je beweging?

Een moderne Herodotus

Lezen is een van mijn hobby’s. Af en toe een roman maar het liefst werk van filosofen, economen, sociologen en historici. De boeken die ik lees komen geregeld voor in de Prikkers die ik schrijf. Op dit moment ben ik een heel eind gevorderd in Historiën geschreven door Herodotus. Het boek is geschreven in de vijfde eeuw voor de start van onze jaartelling en beschrijft de gewelddadige conflicten tussen Grieken en niet Grieken een eeuw eerder. De Romein Cicero noemde Herodotus de vader van de geschiedschrijving. Tijdens het lezen van het boek moet ik vaak denken aan de huidige fantasten en complotdenkers. 

Herodotus schrijft op basis van wat hij ziet tijdens zijn reizen maar vooral wat hij hoort in de verhalen van de mensen die hij bevraagt. Daarbij belicht hij het gebeurde vanuit de verschillende betrokkenen. Spreken die zich tegen dan zoekt hij naar een voor hem best passende verklaring. Naast de genoemde conflicten en de personen die daarbij een rol speelden, geeft het boek ook een beschrijving van de levenswijzen en gebruiken van de verschillende volkeren. De beschrijving van die levenswijzen en gebruiken waarvan je je afvraagt welk deel ervan waar zou kunnen zijn geweest. Een voorbeeld: “Wanneer een Nasamoniër voor de eerste maal een huwelijk sluit, is het de gewoonte dat de bruid de eerste nacht alle gasten langs gaat om gemeenschap met ze te hebben. Iedere man die dan gemeenschap met haar heeft, geeft haar een of ander geschenk, dat hij van huis heeft meegenomen.” Maar in een tijd waarin gebeurtenissen vooral in de vorm van verhalen worden verteld, is fantasie niet ver weg om wat gaten in te vullen of zaken aan te dikken. Iedereen die wel eens het spel heeft gespeeld waarbij een verhaal één op één moet worden doorverteld in een groep, weet dat het verhaal na een paar keer doorvertellen heel anders is.

Een oude Griek of Pers zou het niet opvallen maar Herodotus lardeert zijn boek met wonderen, orakels en mythologische verhalen. Die gebruikt hij ter verklaring van wat er is gebeurd. Zij geven de gebeurtenissen een magische dimensie. Ook hier een voorbeeld ter verduidelijking. “Toen Grinnos, de koning van Thera, haar (het orakel van Delfi) over een andere kwestie raadpleegde gaf de Pythia hem als orakel dat hij een stad in Libye moest stichten.” Nu vond Grinnos zich te oud en hij wist de klus bij ene Battos in de schoenen te schuiven. Alleen vergaten ze het toen ze weer thuis waren. Dit ‘vergeten’ had drastische gevolgen: “Gedurende zeven jaar vanaf dat tijdstip viel er geen regen op Thera en daardoor verdorden in die tijd alle bomen op het eiland, op één na.” Omdat de Theranen wilden weten waarom hen dit overkwam, gingen ze weer naar Delfi en de Pythia herinnerde hen aan de eerdere uitspraak.

Daarmee kom ik bij het heden. Het covid-19 virus dat wordt ‘veroorzaakt’ door 5G straling. Pizzagate tijdens de vorige Amerikaanse verkiezingen. President Trump die als een ‘orakel’ staat te verkondigen dat het ‘inspuiten van ontsmettingsmiddelen’ en na wat kritiek vertelt dat het ‘sarcastisch’ bedoeld was. Baudet die terug wil naar de ‘gewone man’ van de Achttiende eeuw en die ‘gewone man’ situeert in de bourgeoisie. Het ‘kartel’ van Baudet en zijn sympathisant Sid Lukkassen. Een moderne Herodotus zou er een boek mee kunnen vullen. 

De bomen en het bos

Gisteren besprak ik minister Hoekstra’s nieuwe dominotheorie. In dezelfde persconferentie deed ook Hoekstra’s collega minister Van Nieuwenhuizen een duit in het zakje. De KLM: “een van de grootste werkgevers is en onze blauwe trots. Maar dat doen we zeker ook omdat een gezonde KLM een onmisbare schakel is voor ons economisch herstel.” De dominosteen wordt nog wat belangrijker gemaakt door ook voor mij te bepalen dat de KLM ‘onze blauwe trots’ is. Daar gaat het mij nu echter niet om. Het gaat mij om de voorwaarden aan die steun.

Als voorwaarde voor steun aan de KLM noemde Hoekstra, geen dividenduitkering, geen bonussen en geen winstdeling en ook lagere salarissen voor ‘de sterkste schouders’ binnen het bedrijf. Dit zolang het bedrijf overheidssteun nodig heeft.Van Nieuwenhuizen formuleerde twee voorwaarden: het terugbrengen van het aantal nachtvluchten en het terugbrengen van de koolstofdioxide uitstoot.

Maar wacht eens even. Heeft de overheid geen andere middelen dan financiële steun om salarissen en bonussen binnen de perken te houden? Belachelijk hoge salarissen, zoals de 10 miljoen van Frenkie de Jong waarover ik laatst schreef, kunnen ook via de de inkomstenbelasting worden aangepakt. Een manier die ook effectief is als bedrijven geen staatssteun ontvangen. Een manier die trouwens ook werkt om bonussen aan banden te leggen. In plaats van een verbod op dividend en winstuitkering voor één bedrijf, kan Hoekstra beter inzetten op een algemene verhoging van de dividend- en vennootschapsbelasting. De KLM zal dit jaar het komend jaar en waarschijnlijk ook in 2022 toch geen winst maken. Andere bedrijven, die nu profiteren van de situatie daarentegen wel. Bedrijven zoals onder andere bol.com. 

Heeft de overheid geen andere middelen dan financiële steun om het aantal nachtvluchten en de uitstoot van broeikasgas te beperken? Ik geloof meteen dat de KLM ’s nachts van en naar Schiphol vliegt. Het is echter niet de KLM die het recht hierop vergeeft. Jaarlijks zijn er van en naar Schiphol zo’n 20.000 vluchten tussen 23.00 en 6.00 uur en zo’n 12.000 tussen 6.00 en 7.00 uur. De meesten worden gebruikt voor vracht- en vakantievluchten. Als Van Nieuwenhuizen de KLM dwingt om rechten op nachtvluchten in te leveren zonder dat het totaal aantal wordt verlaagd, zullen andere maatschappijen in dat gat springen. Als Van Nieuwenhuizen werkelijk minder nachtvluchten wil, dan heeft zij andere middelen om dit af te dwingen. Dan kan zij de Tweede Kamer voorstellen om de Wet luchtvaart zo aan te passen dat er ’s nachts minder gevlogen kan worden. 

Als laatste de milieumaatregelen en dan vooral het beperken van de uitstoot van koolstofdioxide. Een goed streven waar alleen een verdwaalde ontkenner van de gevolgen van de opwarming van de Aarde en de rol die koolstofdioxide daarin speelt, tegen zal zijn. De luchtvaart valt niet onder het Klimaatakkoord van Parijs en de financiële steun aan de KLM is een mogelijkheid om hier wat aan te doen. Top dus. Nou… .  Door deze voorwaarde aan de financiële steun te hangen, ontstaat bij mij het beeld dat de KLM wordt gesubsidieerd bij het nemen van dergelijke maatregelen. Dat beeld wordt versterkt omdat Van Nieuwenhuizen vergeet erbij te vermelden dat zij een jaar geleden trots de Tweede Kamer informeerde over het klimaatbeleid voor de luchtvaart. Onderdeel van dat beleid is een Ontwerpakkoord  Duurzame luchtvaart. Een akkoord dat zij met de Nederlandse luchtvaartsector heeft afgesloten en een van de partijen die het akkoord mee heeft vastgesteld is de KLM. Een akkoord met als doelstelling een 50% reductie van koolstofdioxide in 2050 ten opzichte van 2005. Niet zo ambitieus als het Klimaatakkoord van Parijs maar toch.

Is dit ‘voorbeeld KLM’ niet een voorbeeld van wat er mis is met politiek en bestuurlijk Nederland? Trouwens niet alleen in Nederland. Er wordt gemanaged op incidenten. Incident oplossen en op naar het volgende incident. Oplossingen die het volgende incident al in zich dragen. Een ‘bankencrisis’ waarbij banken door deregulering ‘too big to fail’ zijn, niet gebruiken om ze kleiner en minder belangrijk te maken. Nee, gewoon op de oude voet verder gaan. Een schuldencrisis (de eurocrisis) bestrijden door schulden aan te gaan. Het ‘vluchtelingen probleem’ oplossen zonder aandacht te besteden aan het ‘probleem van de vluchteling’. Oplossen door een oplossing voor te stellen die al praktijk is: opvang in de regio. Een schrijnend gebrek aan aandacht voor de lange termijn aangevuld met een schrijnend gebrek aan kennis van en vertrouwen in de rol van de overheid en de politiek? Een focus op bomen waardoor het bos niet meer wordt gezien.

Domino D-Day

Je kan het eigenlijk zien als een eerste dominosteen aan het begin van een lange rij. Als KLM omvalt dan heeft dat niet alleen gevolgen voor het bedrijf en het personeel, maar voor alle steentje die er ook daarna nog komen. Voor Schiphol, voor de laders en lossers voor de hoofdkantoren die we in Nederland hebben, voor distributiecentra, voor toerisme en congressen en allerlei soorten handel. Allemaal sectoren die baat hebben bij de goede verbindingen die we in Nederland hebben.” Wellicht dat veel mensen na deze uitspraak van minister Hoekstra moesten denken aan het tv-programma Domino D-Day. Een programma waarbij in een grote hal allerlei kleurrijke blokjes op een rij werden gezet. Dit met als doel om ze, op de uitzenddag van het programma, met een tik tegen één blokje, allemaal om te laten vallen. Al omvallend kwamen er vervolgens mooie afbeeldingen te voorschijn. Bijvoorbeeld in de vorm van een schilderij. Het doel van het programma was om het ‘wereldrecord’ te verbeteren. Ik dacht aan iets anders. 

Ik dacht aan de ‘dominotheorie’ die de Amerikaans president Dwight D. Eisenhower in 1954 formuleerde. In die tijd streed het ‘westen’ tegen het ‘communisme’. In Europa was die strijd koud. In Indo-China en vooral in Vietnam ‘heet’. Daar werd werkelijk oorlog gevoerd. Een oorlog waarbij de Vietnamezen streden tegen de koloniale overheersing door de Fransen. Omdat een deel van die naar onafhankelijkheid strevende Vietnamezen zich ‘communist’ noemden en steun zochten bij de Sovjet Unie en het recentelijk communistisch geworden China, bekeek Eisenhower (en hij niet alleen) deze onafhankelijkheidsoorlog met het frame van de strijd tegen het communisme. En, zo luidde de theorie, Vietnam is de eerste ‘dominosteen’ in een rij. Als die valt en communistisch wordt dan valt heel Zuidoost-Azië toe aan het communisme. 

In haar boek De Mars der Dwaasheid vat historica Barbara Tuchman het kernachtig samen: “Het HUK-banditisme in de Filippijnen, Ho TSji-minhs oorlog in Indo-China, een communistische opstand in Malakka, de communistische revolutie in China en de aanval in Korea maakten allemaal deel uit van één aanvalsplan, waaraan vijfendertig jaar is gewerkt en dat tenslotte wordt uitgevoerd via wapengeweld en oproer. Overal in Azië. Dit op één hoop gooien van de afzonderlijke landen van Oost-Azië alsof ze geen eigen karakter, geen eigen geschiedenis, geen per land verschillende omstandigheden kenden, was de denkwijze die- of dat nu kwam doordat men slecht op de hoogte was en van alles naar een beetje wist of doordat men bewust een onjuiste voorstelling van zaken gaf – de dominotheorie deed ontstaan en tot een dogma liet uitgroeien.” De theorie versimpelde de werkelijkheid en stopte het in een voor iedereen te bevatten frame: het was een strijd van ‘goed’ (het Westen) tegen ‘kwaad’ (het communisme).

Dat frame maakte dat, zoals Tuchman het schrijft, de Amerikanen verwachtten dat: “ Omdat oosterlingen er in westerse ogen allemaal hetzelfde uitzagen, … dat zij met de gelijkvormigheid van dominostenen zouden handelen.” Eisenhowers dominotheorie bleek de plank behoorlijk mis te slaan. Zijn verwisseling van een strijd om onafhankelijkheid met ‘communisme’ kostte tussen de anderhalf en 4 miljoen mensen het leven, waaronder bijna 60.000 Amerikaanse soldaten. De Amerikaanse belastingbetaler moest de bijna 500 miljard aan kosten ophoesten. Kosten die ongeveer 10 keer zo hoog waren als men vooraf berekende. Vietnam werd onafhankelijk en communistisch en de andere ‘stenen’ zoals Indonesië, de Filippijnen en Thailand vielen niet. Een dure theorie.

‘Maar beste Ballonnendoorprikker’, zo zul je vragen, ‘wat heeft dat nu met de redding van de KLM te maken?’ Net als Eisenhower kijkt Hoekstra door een sterk vereenvoudigend KLM-frame naar de werkelijkheid. Als de KLM omvalt, zo redeneert Hoekstra, dan begint de ellende. Laten we die ellende eens bekijken. Inderdaad heeft het gevolgen voor het bedrijf en het personeel. Het bedrijf bestaat dan niet meer en de personeelsleden moeten op zoek naar een nieuwe baan. Net zoals een deel van de ‘laders en lossers’. Dat is vervelend voor hen, maar is dat een reden om het bedrijf te redden? Mijn buurmannen hebben ook eigen bedrijven met personeel. Eentje in de horeca en de andere in de evenementen sector. Ook hun omzet is genivelleerd door de corona-maatregelen. Als ze het niet redden, is het ook einde bedrijf en moet ook hun personeel op zoek naar ander werk. 

Dan Schiphol. Geen KLM betekent direct minder vluchten op Schiphol. Hoeveel minder? Nou ongeveer de helft minder. Nou ja direct, direct nadat de beperkende maatregelen zijn opgeheven. Nu vliegt er sowieso niet veel op Schiphol. Dat is spijtig voor de luchthaven. Een deel van de capaciteit wordt dan niet benut. Lelystad zal dan niet open hoeven. Dat zal op de korte termijn leiden tot ontslagen. Wat de gevolgen voor de langere termijn zijn, is niet duidelijk. Maar als de luchthaven werkelijk zo goed is, dan zullen een of meer van de ongeveer 80 andere ‘vliegeniers’ die op Schiphol vliegen in het gat springen dat door het faillissement van de KLM valt. Wellicht springen voormalig medewerkers van de KLM wel in het gat en starten ze een nieuw ‘vliegbedrijf’. 

Wat is de relatie tussen de KLM en het hoofdkantoor van een bedrijf? Wat verandert er voor hen? Hun kantoor staat nog steeds op dezelfde plaats. Zou een bedrijf haar hoofdkantoor alleen maar in Nederland vestigen vanwege de KLM? Als ze moeten vliegen, kunnen ze nog steeds naar Schiphol. De luchthaven ligt er nog steeds en er vliegen nog steeds vliegtuigen naar diverse bestemmingen. Alleen niet meer met de KLM. Wel met een van die tachtig andere maatschappijen. Ook de toeristen en congresbezoekers kunnen ons land nog steeds per vliegtuig bezoeken. Een van die tachtig andere ‘vliegeniers’ en eventuele nieuwe zullen hen best naar Nederland willen vervoeren.

Eisenhower en de Amerikanen konden zich niet voorstellen dat de Vietnamezen alleen maar ‘baas in eigen huis’ wilden zijn. Hoekstra lijkt zich niet te kunnen voorstellen dat je ook met een andere maatschappij van en naar een congres of de Wallen in Amsterdam kunt vliegen. Daarom wordt er nu tussen de 2 en 4 miljard in de KLM gepompt. Mocht dat niet genoeg zijn, dan doen we nog meer, zo liet hij al doorschemeren. Een dure theorie?

De ezel en de steen

Deze week, zo las ik in de Volkskrant, klopte booking.com bij de Nederlandse overheid aan voor steun. Steun om de banen van de medewerkers te beschermen. Die lopen gevaar omdat de site draait op reizen en wat daarvoor nodig is. En reizen zit er nu even niet in. Het bedrijf is niet het eerste of enige dat voor steun bij de overheid aanklopt. Het bedrijf wil gebruikmaken van de regeling waarbij de overheid 90% van de lonen betaald. Gelukkig heeft het bedrijf nog even 4 miljard kunnen lenen want: “Als we die 4 miljard niet hadden, zou het er slecht uitzien, o mijn God.” Aldus de CEO Glenn Fogel. Ik moest denken aan een ezel en een steen. Laten we deze casus eens wat uitdiepen en vervolgens de vraag stellen of de overheid heeft geleerd van de bankencrisis van 2008.

Eerst even deze casus. Het bedrijf is een van de paradepaardjes van de ‘tech-bedrijven’. En net als de meeste van die bedrijven verkoopt het bedrijf geen product. Het heeft geen vliegtuigen, hotels of auto’s die het kan verhuren. Het is eigenlijk niets anders dan een in een nieuw jasje gegoten ‘reisbureau’. Voor de jeugdigen onder mijn lezers, als je vroeger alles rond je vakantie wilde regelen, dan ging je naar een reisbureau. Daar besprak je met de medewerker je wensen: zon of toch actief? Spanje, Griekenland of …? Op basis daarvan pakte de medewerker enkele gidsen uit de kast en liet je wat foto’s zien van mogelijke vakantieadressen. Daaruit maakte je een keuze en dan ging de medewerker van het reisbureau alles regelen. Van alles wat er werd geregeld kreeg je een rekening van het reisbureau. In die rekening zaten de kosten van het reisbureau verwerkt. Dat kon op grofweg twee manieren. Aan de ene kant als een opslag voor de gemaakte kosten. Aan de andere kant omdat het bureau minder betaalde voor campingplaats dan jij aan het bureau moest betalen. 

Tegenwoordig doe je dat zoeken zelf, achter je computer. Heb je gevonden wat je wilt, dan ga je boeken. En dat kan via booking.com. Het bedrijf wordt betaald door campings, hoteleigenaren et cetera. Die betalen een commissie van tussen de 10% en 30% aan het bedrijf. Hoe meer commissie je betaalt, hoe hoger je ‘hotel’ in de zoeklijst komt. Die vrolijke meid, want ja het waren meestal jonge vrouwen, is vervangen door een IT-nerd uit India en de schaal is de wereld geworden. En die nerd kan meer reizen per seconde verkopen dan die meid. Simpel omdat die nerd het eigenlijke werk aan jou, de reiziger, heeft uitbesteed. Hij ‘verzint’ alleen een algoritme dat dit mogelijk maakt. Dit bedrijfsmodel, het uitbesteden van het werk aan de gebruiker, komt trouwens zeer veel voor onder die hippe en vernieuwende ‘tech-bedrijven’. 

  Een zeer succesvol bedrijfsmodel omdat het bedrijf in 2019 zo’n € 4,6 miljard winst maakte. En als je bedenkt dat het bedrijf 5.500 medewerkers heeft, die gemiddeld € 47.000 verdienen, dan zou het bedrijf die salarissen makkelijk nog enkele jaren zelf moeten kunnen betalen. In totaal ontvangen de medewerkers namelijk een kleine € 260 miljoen aan salaris. Die winst van vorig jaar is daarmee voldoende om bij geen inkomsten nog 18 jaar alle salarissen te betalen. Ook van die pas geleende 4 miljard kunnen die salarissen aardig wat jaren worden betaald. Dus waarom staatssteun? 

Waar is dat geld gebleven? Dat geld is verdwenen in de zakken van de aandeelhouders. Sinds 2018, dat zijn dus twee jaar, heeft het bedrijf voor een totaal bedrag van € 12,9 miljard aan eigen aandelen teruggekocht. Dit opkopen zorgt er daarnaast voor dat de overgebleven aandelen in waarde stijgen waardoor het vermogen van de aandeelhouders nog verder toeneemt. Wat dit opkopen bijzonder maakt, is dat het bedrijf ook nog een schuld heeft van € 7 miljard. Je zou zeggen dat het geld voor die aandelenopkoop beter gebruikt had kunnen worden om die schuld af te lossen. Die schuld is nu dus ‘gelukkig’ nog vergroot met 4 miljard. Nu is booking.com niet het enige bedrijf dat eigen aandelen terugkoopt. Ook onder andere Shell doet dit voor miljarden. Ook is het niet het enige bedrijf dat vol wordt gehangen met ‘leningen’, dat zien we ook bij bijvoorbeeld de HEMA. Bedrijven vol met schulden hangen en eigen aandelen opkopen zijn twee manieren om de belastingbetaler te ‘tillen’. De belastingbetaler wordt ook nog op een andere manier benadeeld. Het bedrijf heeft tussen 2010 en 2018 ook nog eens € 1,8 miljard aan belasting niet betaald door gebruik te maken van de ‘innovatiebox’. Bovendien werd de fiscussen van andere Europese landen via allerlei constructies nog eens voor € 715 miljoen ‘benadeeld’. En nu het even tegenzit, klopt deze ‘geldcreatie- en belastingontduikingsmachine’ voor steun aan bij de overheid, de belastingbetaler en dus bij mij. Als zelfstandige zonder personeel gebruik ik mijn ‘winst’ als reserve voor slechte tijden en pensioenvoorziening. Als ik dat kan, waarom kan booking.com dat dan niet?

Waarom zou ik als belastingbetaler hieraan mee moeten betalen? Alleen is die vraag al door de Nederlandse overheid beantwoord. Onder het mom van het ‘behoud van werkgelegenheid’ is er een regeling bedacht die NEE niet lijkt te kennen als antwoord. Die regeling roept herinneringen op aan de redding van de banken in 2008 op kosten van de belastingbetaler. Toen werd alles op alles gezet om de banken te redden. Dit heeft de belastingbetaler flink geld gekost en de aandeelhouders en investeringsmaatschappijen flink geld opgeleverd. Toen had de overheid zich moeten houden bij het redden van de mensen (garantie op een rekening tot € 100.000 en het redden van het betalingsverkeer door dit te nationaliseren. Daardoor zouden banken zijn omgevallen en hadden de aandeelhouders en investeringsmaatschappijen de klappen gekregen die ze verdienden. Zij hadden dan betaald voor de risico’s die ze namen. De baten van die risico’s waren daarmee privé, de lasten publiek. Diezelfde banken en investeringsmaatschappijen werden tijdens de euro-crisis nogmaals gered. Dit keer vooral ten kosten van de Zuid-Europese belastingbetaler.

Is nu niet precies dezelfde fout gemaakt? Is de overheid niet bedrijven gaan redden onder het mom van ‘werkgelegenheid’? Dat begon al met de KLM en daarna was er geen houden meer aan en moeten alle bedrijven worden gered. Ook Booking.com dat overduidelijk lak heeft aan haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het ontduikt en ontwijkt belastingen en laat de winsten vloeien in de zakken van de aandeelhouders. Iets waaraan veel ‘techbedrijven’ en trouwens ook Shell andere zich schuldig maken. Op deze manier vloeit het geld, net als tijdens de bankencrisis, van arm naar rijk. Om de vraag ‘dus waarom staatssteun’ te beantwoorden: omdat het kan en een mogelijkheid is om nog meer geld in de zakken van de aandeelhouders te laten vloeien.

Moet de overheid zich niet alleen richten op het ‘redden’ van mensen? Zorgen dat iedereen voldoende heeft om te kunnen leven? Dat kan via een basisinkomen. Een basisinkomen mede gefinancierd uit een progressieve belasting op vermogens. Ook de directeur, de kleine zelfstandige ondernemer met of zonder personeel krijgt dat basisinkomen. Dat er vervolgens bedrijven als Booking.com en KLM omvallen, is jammer maar helaas. Het zijn toch maar, om een begrip uit een recente Prikker aan te halen, imaginaire constructen. Er zijn vast wel weer nieuwe te verzinnen. Voor die zelfstandige ondernemers is wel een randvoorwaarde dat ze na faillissement ook van alle schulden af zijn. Daardoor wordt het voor een kroegbaas mogelijk om nu failliet te gaan en straks een snelle nieuwe start te maken. 

Het antwoord op de centrale vraag in deze Prikker of de overheid heeft geleerd van de bankencrisis is NEE. En helaas kost dat mij als belastingbetaler een flinke duit. En jammer genoeg levert dat mensen als Fogel en zijn aandeelhouders een nog veel flinkere duit op.