Dubbele moraal en de internationale rechtsorde

“Dat het Westen Ruslands oorlog tegen Oekraïne veroordeelt en Israëls oorlog met Hamas steunt, is geen voorbeeld van een dubbele moraal. Rusland is aanvaller, Israël de aangevallene. Ik mag toch hopen dat dit nog steeds als een verschil wordt gezien. Zonder 7 oktober zou er geen Gaza-oorlog zijn.” Aldus Arie Elshout in zijn column in de Volkskrant. Volgens Arie Elshout moeten we naar de bal blijven kijken en ons niet laten afleiden van de kern van de zaak. Het Westen mag dan: “van buitenaf en van binnenuit … worden aangesproken op de naleving van de waarden waarop het zich laat voorstaan.” De kern van de zaak is, zo betoogt Elshout, dat: “het Westen (…) de minst imperfecte partij,” is. Dat laatste ben ik met hem eens, voor wat betreft de dubbele moraal slaat hij de plank mis.

Bron: Picpedia

In  een imperfecte wereld waarin niet iedereen dezelfde waarden hanteert loopt de partij die de hoogste waarden voor zichzelf hanteert het grootste risico om niet waardenconform te handelen. Zo kan een land dat mensenrechten hoog in het vaandel heeft staan, voor de keuze komen te staan om al dan niet handel te drijven met een dictatuur die de mensenrechten schendt. Verhandel je bijvoorbeeld graan met Noord-Korea als niet handelen betekent dat er in dat land mensen van de honger sterven. In een perfecte wereld hoeft zo’n afweging niet te worden gemaakt. In onze huidige imperfecte wereld hoeft een land dat zich van mensenrechten niets aantrekt die afweging ook niet te maken. Alleen een land dat mensenrechten als waarde hanteert, staat voor zo’n keuze. In de huidige imperfecte wereld draait het: “niet alleen om moraal en recht, macht en belang zijn even belangrijk, zo niet belangrijker in de praktijk.” In die wereld staan vooral westerse landen voor zo’n keuze en moeten dus een afweging maken. Een afweging waar anders over gedacht kan worden en waar je dus kritiek op kunt hebben.

Dat het Westen wordt aangesproken op de waarden die het voorstaat en de keuzes die het in de afweging van die waarden maakt, is terecht. Dat op zo’n verwijt een kritisch zelfonderzoek volgt, is het Westen, zoals Elshout terecht zegt:  “aan zijn stand verplicht open te staan voor kritisch zelfonderzoek. Maar het hoeft niet alles te slikken; het moet aanspreekbaar zijn maar mag ook tegenspreken.” Wie daarbij aanspreekt, maakt echter nogal wat uit. Als iemand die dezelfde waarden hanteert je iets verwijt, raakt dat je dieper dan eenzelfde verwijt door iemand die er bekend om staat een loopje met die waarden te nemen. Hetzelfde verwijt dat het Westen niet optreedt tegen een schending van de mensenrechten door Israël, schending van mensenrechten geuit door een mensenrechtenorganisatie of door een liberale democratie heeft meer gewicht dan eenzelfde verwijt geuit door een dictatoriaal regime dat bevolkingsgroepen in  eigen land vervolgt.

Waar Elshout de plank misslaat, is in zijn vergelijking van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland en de situatie in Israël. Rusland viel een soeverein land binnen. Het veroordelen van Rusland als aanvaller is daarbij terecht. In geval van de aanslag van Hamas in Israël ligt dat anders. Israël werd niet aangevallen door een vreemde mogendheid. Gaza, noch de Westelijke Jordaanoever noch beiden in combinatie zijn een vreemde mogendheid. Het is of zijn geen landen of staten en dat zullen het, als het aan Israëls premier Netanyahu ligt, ook nooit worden getuigen zijn uitspraak dat er: “geen compromissen  (te) sluiten (zijn) over volledige Israëlische veiligheidscontrole over het totale gebied ten westen van de Jordaan – en dat is onverenigbaar met een Palestijnse staat.”  Beide gebieden zijn door Israël bezet en de mensen die er wonen, zijn tweederangs burgers. Dit afgezien van de Israëlische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever die zelfs meer dan eersterangs burgers lijken.

Dus ja, op 7 oktober werd door Hamas een bloedige en barbaarse aanslag gepleegd op inwoners in het zuiden van  Israël. Het was echter geen aanval door een vreemde mogendheid maar door een beweging die zich tegen de bezetting door Israël verzet. De aanslag was barbaars omdat er onschuldige burgers werden afgeslacht om geen andere reden dan dat ze Israëliër waren en moet daarom worden veroordeeld. Dat laat onverlet dat de Palestijnen het recht hebben zich te verzetten tegen de Israëlische bezetting. Dat verzetten mag zelfs met geweld. Geweld waarbij zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat er burgerslachtoffers vallen, maar het is geen vereisten dat er geen burgerslachtoffers mogen vallen. De aanslag van 7 oktober verandert niets aan het feit dat Gaza en de Westelijke Jordaanoever 10 juni 1967 door Israël zijn bezet.

Daar waar Rusland veroordeling verdient voor het binnenvallen van Oekraïne en Hamas voor de barbaarse aanslag van 7 oktober, verdient Israël veroordeling voor het bezetten van de twee gebieden, de manier waarop het land als bezetter te werk gaat en de manier waarop het na die aanslag van 7 oktober in Gaza optreedt tegen Hamas. “De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde,” aldus artikel 90 van de Nederlandse Grondwet. Dat Nederland zich wel uitspreekt tegen Russische agressie in Oekraïne en niet tegen het Israëlische optreden in Gaza getuigt, gezien dat Grondwetsartikel wel van dubbele moraal. Het zijn allebei grove overtredingen van de internationale rechtsorde.

Snelwaarheid

 Na de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 staan de kranten vol met artikelen ter verklaring van de winst van de PVV en de NSC maar vooral ook van het verlies van links. ’Links’ zou zijn afgedwaald van haar oorspronkelijke wortels: het opkomen voor de arbeiders. Of het zou ‘links’ ontbreken aan een groot verhaal, zoals Rob Wijnberg betoogt, immers: “Tussen de melodietjes van eerlijker delen en biologischer boeren klinkt namelijk voortdurend het refrein van: minder, minder, minder. Niet het soort ‘minder’ waarmee Geert Wilders al jaren tegen de grenzen van de rechtsstaat aanschuurt, maar van het soort waarmee je de rijke westerse postmoderne consument regelrecht het kamp van de tegenpartij injaagt: die van minder vlees op de barbecue, minder vakanties in verre oorden, minder vrijheid om te doen en laten wat je wil.” Zou het of zou er iets anders aan de hand kunnen zijn?

Neem het ‘opkomen voor de arbeider’. Als je naar de cijfers kijkt, dan is ‘opkomen voor de arbeider’ een verliezende strategie. Het percentage mensen dat in Nederland in de goederenproductie werkt is tussen 1969 en 2021 gedaald van 39% naar16% en een steeds groter deel hiervan is arbeidsmigrant zonder stemrecht. Met de ‘arbeider’ win je geen verkiezingen. Een ‘groot links verhaal’ heeft in Nederland nooit 60 zetels behaald. De PvdA en de voorlopers van GroenLinks haalden maximaal 59 en dat was in 1977. Zelfs de premiersbonus hielp het ‘linkse verhaal’ in 1977 niet aan een meerderheid en nadat Wim Kok de ideologische veren afschudde, was het gedaan met de ‘grote verhalen’. Zitten mensen werkelijk te wachten op een groot links verhaal? Of zou er iets anders aan de hand kunnen zijn? Bij het denken daarover kwam ik uit bij twee boeken van Alessandro Baricco waarin hij de westerse samenleving op een bijzondere wijze analyseert en beschrijft.

Bron: Wikipedia

In de Barbaren  beschrijft hij het steeds oppervlakkiger worden van onze samenleving. Hij doet dat aan de hand van boeken, wijn en voetbal. In een eerdere Prikker besteedde ik al eens aandacht aan Baricco. Er wordt meer wijn gedronken, maar kwaliteitswijn leidt een kwijnend bestaan. Net zoals de literatuur terwijl er veel meer boeken worden verkocht. Als voetballiefhebber betreurt hij het lot van Roberto Baggio de sierlijke specialist die steeds vaker op de bank zat omdat hij geen totaalvoetballer was. Die ‘barbaren’ leken zich niets aan te trekken van oude conventies. Ze leefden in een andere wereld. Het leven als een aaneenschakeling van korte momenten van sensatie zonder verdieping. De nieuwe mens, de barbaar, als een surfer. Scherend over het water ziet de surfer veel van het oppervlak van de zee, maar mist de diepgang van de duiker die veel minder oppervlakte bestrijkt maar wel een betere indruk krijgt van wat een zee is. Met hun gedrag gaven de barbaren een inkijkje in de nieuwe wereld: “een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.[1]

Tien jaar later beschrijft hij in The Game als een soort archeoloog de ontstaansgeschiedenis van die nieuwe wereld. Hij probeert er als het ware een landkaart van te maken of, zoals het op de kaft kort wordt omschreven: “In The Game onderzoekt hij de digitale revolutie en de gevolgen daarvan voor de mens.” Zo ziet hij het Nederlandse totaalvoetbal uit de jaren zeventig als een van de voorgangers van het Web: “het Nederlands elftal heeft maar zelden een toernooi gewonnen …. .Niettemin was de roep ervan onweerstaanbaar, en dat had te maken met een zeker ontsluiten van horizonten, de verpulvering van de vele regels, de vernietiging van onbenullige mentale blokkades en het opeisen van een nieuwe gelijkheid.[2]” Als je het zo leest dan zijn er wel wat parallellen met het Web. Baricco vergelijkt de digitale revolutie met een game, een computerspel, vandaar de titel. In een game gaat het om problemen en snelle oplossingen, om actie en reactie, en om een score. Die eigenschappen vormen, zo betoogt Baricco, de kern van de gehele digitale revolutie.

Baricco gaat terug naar de beginperiode van de die revolutie. De revolutionairen: “ waren mensen op de vlucht … die probeerden te ontsnappen aan een eeuw die een van de gruwelijkste in de geschiedenis van de mensheid was geweest, en die niemand had gespaard.” Een eeuw die: “een indrukwekkende reeks rampen achter zich (liet). En bij bestudering van die rampen zie je: “De obsessie met grenzen, de verafgoding van alle mogelijke scheidslijnen, de drang om de wereld in te delen in beschermde zones die niet met elkaar in contact stonden.[3] Zij wilden beweging. De revolutionairen wilden: “Grenzen boycotten, alle muren neerhalen, één open ruimte inrichten waarin alles moest gaan circuleren. Immobiliteit demoniseren. Beweging aanduiden als eerste, noodzakelijke, totemistische, onbetwistbare waarde.[4]Daarbij stonden twee vijanden in de weg. Als eerste: “een bepaald verontrustend stelsel van normen en waarde” en als tweede: “de keiharde elite die dat stelsel bewaakte. Deze waren allebei diep geworteld in de instituten, al eeuwenlang stevig verankerd, en sterk geworden door een beproefde vorm van intelligentie.[5]

Maar hoe die revolutie vorm te geven? Volgens Baricco kon dat op twee manieren. Als eerste: “kon je kiezen voor een frontale botsing, en dan ging het erom ideeën, normen en waarden te produceren.  … Een ideologische strijd op het open veld der ideeën.” Voor die manier kozen de revolutionairen niet omdat ze:  “al zo vaak (hadden) gezien dat ‘ideeën’ tot  rampen konden leiden, dat ze daar een zekere instinctieve argwaan tegen koesterden. Bovendien waren ze voor het merendeel afkomstig uit een mannelijke, technische, rationele, pragmatische elite, en als ze ergens talent voor hadden dan lag dat in de richting van problem solving, niet in het uitwerken van conceptuele systemen.” Ze richtten zich niet op de theorie maar op de praktijk. Op het oplossen van zaken die zij zagen als probleem. Dat deden ze door: “systematisch die oplossing te kiezen die de grond wegsloeg onder de voeten van de samenleving waaruit zij wilden ontsnappen. Niet de beste oplossing of de meest doeltreffende, nee, de oplossing die de hoekstenen aantastte van de samenleving waarvan ze zich wilden ontdoen. [6] Die ‘aparte mensheid’ liet de ideologie varen en concentreerde zich op de techniek, de tools. ‘In ieder huis een computer,’ voorspelde de al genoemde Brand in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Deze ‘aparte mensheid’ wilde dus weg van ideeën en hun bemiddelaars, de ideologen. Zij wilden de macht bij het volk.

Een van de belangrijkste eigenschappen van de tools was daarom dat iedereen ze makkelijk kan gebruiken. Je hebt geen ‘expert’ of ‘tussenpersoon’ nodig om een app te versturen. Je huis of auto verhuren kun je zelf, via Airbnb of Uber. Om je bankstel te verkopen hoef je het niet meer naar een handelaar in tweedehandsjes te brengen. Je kunt het rechtstreeks aan een geïnteresseerde verkopen. Als de digitale revolutie iets is, dan is het de uitschakeling van de ‘tussenpersoon’. Baricco: “ze verkozen de beweging en ontmantelden elke bemiddeling. Het was een slinkse methode, maar onontkoombaar en moeilijk tegen te gaan. Toegepast op elk aspect van de ervaring – van de aanschaf van een boek en de manier van vakantiekiekjes maken tot het opzoeken van de definitie van ‘kwantummechanica’- genereerde deze een soort erosie die zich niets aantrok van de grote machtsinstellingen (scholen, parlementen, kerken) en die de wereld van onderaf binnendrong, en haar op bijna onzichtbare wijze bevrijdde.[7]

“Veel mensen proberen de aard van de mens te veranderen, maar dat is echt tijdverspilling. Je kunt de aard van de mens niet veranderen, wat je wel kunt doen is de tools die ze gebruiken veranderen, de techniek veranderen. Dan verander je de samenleving.[8]Aldus Steward Brand een van de personen die aan de basis stond van die revolutie. En daar heeft hij een punt. De mens vindt al eeuwen zaken uit en die uitvindingen veranderen de manier waarop mensen samenleven. De ‘uitvinding’ van de landbouw zo’n 10.000 jaar geleden, leidde tot een heel andere manier van samenleven. Hetzelfde geldt voor de industriële revolutie. Maar niet alleen dergelijke grote ontwikkelingen veranderen ons gedrag, ook kleinere. Zo heeft de auto onze wereld vergroot en als je twintig jaar had beweerd dat we te pas en te onpas op een klein beeldscherm zouden kijken dan was je weggelachen.

De nieuwe tools, de PC, het mobieltje, maar ook Twitter, Facebook, Instagram en sinds kort Artificiële Intelligentie hebben de twee diep in instituten gewortelde vijanden een kopje kleiner gemaakt. De media, de overheid, politieke partijen, vakbonden, de wetenschap, in Baricco’s woorden de in instituten verankerde elite die het ‘stelsel van normen en waarden’ bewaakten, ze zijn geen schim meer van wat ze vroeger waren. Ze zijn geen schim meer van wat ze waren omdat ze de belangrijkste truc van The Game niet beheersen. Die truc noemt Baricco ‘snelwaarheid’.

Een snelwaarheid: “is een waarheid die om naar de oppervlakte van de wereld te komen – dat wil zeggen, om begrijpelijk te worden voor de meeste mensen, en ieders aandacht te krijgen – zichzelf een aerodynamisch design heeft aangemeten, waarbij ze onderweg aan nauwkeurigheid en precisie inboette, maar wel aan beknoptheid en snelheid won.[9] Cruciaal voor een snelwaarheid is het verhaal erachter: storytelling. Storytelling: “is niet iets wat de realiteit verpakt , of vermomt, of verfraait: het is iets wat deel uitmaakt van de realiteit, het is een deel van alle dingen die echt zijn,” zo betoogt Baricco en vervolgt: “Wil je een formuletje om dat concept gemakkelijker te metaboliseren: Komt-ie: ONTDOE DE REALITEIT VAN DE FEITEN, EN WAT ER DAN OVERBLIJFT IS STORYTELLING.[10]

Nu is storytelling niets nieuws onder de zon. Sprookjes, sagen mythen, het zijn allemaal vormen van storytelling waarvoor opgaat dat het is wat na verwijdering van de feiten overblijft. Wat wel nieuw is, is de compactheid ervan. Baricco geeft een snelwaarheid. Een bericht uit 2016: “De verkopen van vinyl overstegen in 2016 die van digitale muziek”. Een bericht dat boven kwam drijven en door iedereen werd opgemerkt want het lijkt zo onwaarschijnlijk. Dat kan toch niet waar zijn want iedereen heeft toch verschillende playlists op de mobiel. Wat er werkelijk aan de hand was, had geen enkel medium gehaald. Dat was namelijk dat gedurende één week in 2016 in één land, het Verenigd Koninkrijk, er meer vinyl was verkocht dan dat er muziek was gedownload. Om de aandacht van ons te halen moet de echte werkelijkheid wat van haar nauwkeurigheid verliezen. In dit geval dat het slechts één week betrof in slechts één land[11]. Laat dat weg, en de rest is allemaal ‘verhaal’.

Een recent voorbeeld van zo’n snelwaarheid is de veronderstelde mildheid van Wilders. Een prachtig verhaal over een bullebak waarvan wordt verondersteld dat hij minder is gaan ‘bullen’ of is het ‘bullenbakken’? Een snelwaarheid die niet is gebaseerd op Wilders’ uitspraken of daden. Die zijn niet veranderd want ook al voor deze verkiezingen aaide hij poesjes. Het verhaal is gebaseerd op vragen van journalisten aan gewone mensen of zij Wilders milder vonden. Het kreeg echt momentum toen de boodschap werd samengeperst tot het meest ‘aerodynamische design’ dat je je maar kunt bedenken: ‘Milders’.

‘Snelwaarheden’ als oplossing voor problemen maar wel op een bijzondere manier. Baricco: “ Toen ik eens een kort, nutteloos uitstapje naar de politiek maakte, was ik getuige van de volgende situatie: er moest een probleem worden opgelost, en er lagen verschillende oplossingen op tafel. Er moest er een worden gekozen. De politicus van dienst bekijkt ze en zegt: welke zouden we het beste kunnen verkopen?” Let wel hij vraagt niet welke het beste zou kunnen wérken.[12] Ik denk dat ik met ‘Spreidingswet’ verder niets meer hoef uit te leggen. Maar voor degenen die nog twijfelen nog wat voorbeelden: opvang in de regio, de toeslagenaffaire, de decentralisatie van de jeugdhulp naar de gemeenten op basis van snelwaarheden als ‘de gemeente is de meest nabije overheid. Niet de beste oplossing maar de oplossing die het beste verkocht kan worden, een ‘snelwaarheidoplossing’ van het soort ‘de grenzen dicht’. Oplossingen die goed verkopen, weinig tot niets oplossen en vooral problemen verergeren.

Het zal jullie nu wel duidelijk zijn dat deze prikker geen voorbeeld van een snelwaarheid is. Deze prikker is geen voorbeeld van voor eenentwintigste-eeuwse storytelling. Een betoog gestoeld op de interpretatie en analyse van feiten en waarnemingen. De prikker scheert niet als een ‘barbaarse surfer’ over het water’ maar gaat als een duiker de diepte in om te onderzoeken wat er allemaal onder het oppervlak gebeurt. En dat zijn precies de verhalen die het moeilijk hebben in het ‘Gametijdperk. Dat is ook de reden waarom het pleidooi van Wijnberg voor ‘grote verhalen’ niet tot betere verkiezingsresultaten voor links zal leiden. Zo’n ‘groot verhaal’ doet het goed bij mensen zoals de  Ballonnendoorprikker. Maar zo’n groot verhaal kan niet concurreren met ‘minder, minder, minder’ wat de tegenstanders ervan maken. Pas als het grote verhaal kan worden samengeperst tot een refrein van ‘meer, meer, meer’ zal het voldoende ‘aerodynamisch’ zijn om ‘minder, minder, minder’ te verdringen. ‘Meer’ en dan zeker drie keer, doet het beter dan ‘minder’.

“Ik schreef  De barbaren, maar intussen wist ik dat de ontmaskering van de diepte zou kunnen leiden tot de heerschappij van de onbeduidendheid.” Dit schrijft Baricco in het laatste hoofdstuk van De Barbaren. Een hoofdstuk waarin hij zogenaamd vanuit 2026 waarin hij terugblikt op de tijd dat hij het boek schreef. De ‘heerschappij van de onbeduidendheid’ is alom tegenwoordig in de talkshows die televisie bevolken en die ervoor zorgen dat voormalige voetballers Johan Derksen en René van de Gijp zijn ‘uitgegroeid’ tot de belangrijkste politieke duiders aangevuld met gasten zoals de Gerard Jolings en Jack van Gelders van deze wereld. “En ik wist dat de heruitvinding van de oppervlakte vaak leidde tot het ongewenste effect, namelijk dat vanwege een misverstand de pure domheid werd uitgeklaard, of de lachwekkende simulatie van een diepe gedacht,” zo vervolgt Baricco. Een betere beschrijving van de talkshows van vandaag kan ik niet geven. “Van die barbaren ontvangen we een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.[13] Dat hoopvolle plot kan ik tot op heden nog niet ontdekken, maar we hebben nog twee jaar tot 2026.

Wat ik wel zie is, en daarmee vervolg Baricco, dat de ‘barbaren’ zich: “bewegen (…) in hordes, door een revolutionair instinct gedreven tot collectieve en bovenpersoonlijke scheppingen.[14] Dit omdat een mens naast individu nog steeds ook een sociaal groepsdier is maar met wie? Dat is de vraag in een ‘grenzeloze samenleving, zonder muren, die ene open ruimte waarin alles circuleert, zonder bindende centra’.  Dus maar in ‘hordes’ achter de op dat moment bovenkomende  snelwaarheid aan. In maart 2023 was dit Van der Plas en de BBB de bovenkomende snelwaarheid in november 2023 Wilders. Zo ‘surft’ de horde over het wateroppervlak aangedreven of beter gezegd aangetrokken door de meest recente snelwaarheid. Eerst het ‘gewone’ van van der Plas en later ‘Milders’.

Analyse en diepgang, nodig om een ‘groot verhaal’ te schrijven en te begrijpen, zijn zaken voor mensen zoals de Ballonnendoorprikker en Rob Wijnberg, ze zijn van vroeger. Mensen die, zoals ik in mijn vorige prikker deed, wijzen op het gemak waarmee grondrechten verworden tot snelwaarheden. Het recht om je mening te uiten en te demonstreren wordt een ‘verdienmodel’ of een ‘criminele organisatie’. Nu is de kracht van ‘links’ altijd het grote verhaal geweest. En ‘Links’ had dan wel gelijk, het kreeg niet het krediet van dat gelijk. Zo leert Lenny Vulpenhorst bij in een artikel bij Stuk Rood Vlees de lessen van Hans Daudt[15]. De eerste drie lessen van Daudt zijn: “Eén: er is sinds de Tweede Wereldoorlog constant een rechtse meerderheid in de Tweede Kamer. Twee: sociaaldemocraten (…) mogen eigenlijk alleen meeregeren als het niet anders kan. En drie: ondanks dat Nederland een conservatief land is, worden veel onderwerpen die door links worden geagendeerd vroeg of laat door rechts uitgevoerd.”  Zelfs in de tijd van de grote verhalen, hielpen die verhalen ‘links’ dus niet aan macht maar het was wel de stroming die inhoudelijk het meest voor elkaar kreeg.

Wat ‘links’ in deze nieuwe ‘barbarentijd’ moet leren, is niet het verkopen van hun groot verhaal om zo aan de macht te komen om het uit te voeren. Een ‘groot verhaal’ legt het altijd af tegen een snelwaarheid. Voor het uitvoeren van je ideeën is regeren niet nodig. Daudt: regeren wordt overschat: “Coalitievorming leidt ertoe dat standpunten van partijen die niet deelnemen aan een kabinet toch vaak een plek krijgen in het regeringsbeleid.” Wat ‘links’ moet leren is dat grote verhaal op te delen in ‘snelwaarheden’ en op het juiste moment de juiste ‘snelwaarheid’ aan het oppervlak te laten komen. Dan zijn ‘centrum’ en ’rechts’ wel machtshongerig genoeg om op die horde te springen. Het verschil tussen ‘links’ en ‘niet-links’ is dat ‘links’ actie wil als het regeert en er ook op wordt afgerekend terwijl: “Niet-links kan goed regeren door niets te doen of keuzen uit te stellen.” En als er één tijdperk is dat het gelijk van deze uitspraak aantoont, dan zijn het de laatste twintig jaar.


[1] Alessandro Baricco, De Barbaren, pagina 211-212

[2] Alessandro Baricco, The Game, pagina 91

[3] Idem, pagina 98

[4] Idem, pagina 100.

[5] Idem, pagina 104-105

[6] Idem pagina 105

[7] Idem pagina 106

[8] Idem, pagina 113

[9] Idem, pagina 293-294

[10] Idem, pagina 302

[11] Idem, pagima 294-295

[12] Alessandro Baricco, The Game, pagina 306

[13] Alessandro Baricco, De Barbaren, pagina 211

[14] Idem, pagina 211

[15] Daudt was van 1963 tot 1990 hoogleraar in de wetenschap der politiek aan Universiteit van Amsterdam.

Grondrechten op de helling

Mijn zorgen over onze democratische grondrechten die ik eind vorig jaar naar aanleiding van het eindverslag van formatieverkenner Ronald Plassterk in een prikker uitte, zijn vergroot. De aanleiding hiervoor is iets wat zich in de Tweede Kamer in het Vragenuurtje afspeelde. “VVD, PVV en BBB – samen met NSC in gesprek over een nieuw kabinet – grepen het eerste Vragenuur van 2024 dinsdag aan om hun afkeer van de aanhoudende demonstraties van XR te belijden,” aldus een artikel in de Volkskrant dat er verslag van doet. Aanleiding voor de vragen was het besluit van het Openbaar Ministerie om de zaak tegen Extinction Rebellion actievoerders die in 2022 een deel van Schiphol hadden bezet, te seponeren.

“Dus eerst delen we veel te lage straffen uit in Nederland. En dan stoppen we met vervolgen omdat mensen anders toch maar een lage straf krijgen. Dit kan toch helemaal niet? De mensen thuis begrijpen er geen snars van.” Aldus PVV-Kamerlid Marjolein Faber. Dat het Openbaar Ministerie de vervolging staakte omdat duidelijk was geworden dat de manier waarop de actievoerders waren geïdentificeerd niet deugde vergeet ze voor het gemak maar even. Die manier bestond uit het fotograferen van actievoerders en vervolgens via een zoektocht langs foto’s op Internet proberen te achterhalen welke persoon bij de foto hoorde. Dit had ertoe geleid dat er mensen werden beschuldigd van deelname aan die actie die konden aantonen daar niet te zijn geweest.

Deze verdraaiing van de werkelijkheid is nog tot daaraantoe.  Voormalig PVV en nu BBB-Kamerlid Lilian Helder gaat nog een stap verder: “XR weet heel goed hoe het de wet moet omzeilen. Het maakt misbruik van het demonstratierecht. Doe het dan zoals Spanje: noem het een criminele organisatie. Dan wordt het een heel ander verhaal.”  Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen. Dat geldt zeker voor Kamerleden en wat we zeker van Kamerleden mogen verwachten is dat ze de Grondwet kennen. En van die Grondwet toch zeker de grondrechten. Helaas geeft mevrouw Helder er blijk van die kennis te ontberen. We kennen in dit land geen ‘misbruik van het demonstratierecht’. Artikel 7  derde lid van de Grondwet is daarover heel duidelijk: “Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.” Die voorgaande leden behandelen het uiten van gedachten en gevoelens via de geschreven (lid 1) en ongeschreven media (lid 2). Van dit recht maak ik met het schrijven van deze prikker gebruik en daarvoor hoef ik aan niemand toestemming te vragen. Zo hoeft niemand toestemming te vragen om op welke plek dan ook zijn ‘gedachten en gevoelens’ te uiten. Zo kon ‘Rote Fahne’, die in de jaren tachtig zieltjes probeerde te winnen voor het communisme, ongehinderd zijn boodschap verkondigen in de binnenstad van Venlo. Net zoals de ‘stadsprediker’ van Eindhoven zijn christelijke boodschap door de straten mocht schreeuwen.

Echt bijzonder wordt het met Helders idee om XR dan maar tot ‘criminele organisatie’ te benoemen. Het lijkt erop dat de BBB al een heel eind naar beneden is gerold van het hellende vlak. Het hellende vlak van verkenner Plassterks gesprek over ‘een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.’ Benoem iemand met een andere mening die op een voor jou hinderlijke manier de mening uit gewoon een ‘criminele organisatie’ en weg zijn de grondrechten. Bij de BBB zijn onze grondrechten dus niet veilig. Goed om te weten.

Dat ‘misbruik van het demonstratierecht’ klinkt trouwens heel anders dan de sympathie en aanmoedigingen van haar partij voor de ‘trekker terreur’ van boeren de afgelopen jaren. De tactiek van XR verschilt in niets van die van de manier waarop de boeren, Farmers Defence Force voorop, aandacht vroegen voor hun zorgen. De tactiek was niet anders. Qua inzet van middelen is het echter een verschil van dag en nacht. Een tube lijm en een ketting om je aan elkaar vast te ketenen tegenover bijvoorbeeld een John Deere 6R al dan niet met een aanhanger met mest of hooibalen of een Caterpiller 938M shovel. Enige hypocrisie is de partij dus niet vreemd. Trouwens ook de PVV niet want ik kan me geen oproepen van PVV-Kamerleden herinneren om protesterende boeren te vervolgen en hen er niet vanaf te laten komen met ‘een lage straf’.

CDA-Kamerlid Boswijk deed ook een duit in het zakje door erop te wijzen dat de boetes die de activisten krijgen via een crowd funding worden betaald: “Dan is die ene prikkel die je hebt dus ook weg. Dit is gewoon een vorm van anarchie. Er zijn heel veel mensen in Nederland, onder wie ikzelf, die dit heel slecht trekken.”  Minister van Justitie en Veiligheid en VVD-leider Yesilgöz gaat hierop in met de opmerking: “De vragen die in de Kamer leven, zijn heel terecht. Als dit een verdienmodel is, misbruik maken van het demonstratierecht, dan wil ik van het OM graag horen wat het nodig heeft van de politiek om daarop te reageren.”  Ook Yesilgöz geeft er blijk van de wet en vooral de Grondwet en de erin opgenomen grondrechten, niet te kennen. Bijzonder voor een minister van Justitie en Veiligheid. Dat meneer Boswijk en anderen dat ‘slecht trekken’ mag zo zijn, het is niet verboden en als er al sprake is van een ‘verdienmodel’ dan is het de overheid die de verdiensten, de door wie dan ook gefinancierde boetes opstrijkt. En ook hier de nodige hypocrisie. Immers toen er geld werd ingezameld om de boetes voor de ‘Blokkeer-Friezen’ te betalen, bleven CDA en VVD oorverdovend stil.

Na de schertsvertoning van deze partijen, waarvan drie van de vier nu aan tafel zitten om die ‘basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtstaat’ begint het erop te lijken dat het grote risico dat ik in de al genoemde prikker schetste, werkelijkheid begint te worden. Het grote risico: “dat die ‘basislijn’ lager komt te liggen dan nu het geval is. Dat er rechten verdwijnen en dat er gemorreld gaat worden aan onze democratische rechtsstaat.”

Ouderdomsgebreken?

 “Wilders verdedigde het model van de democratische rechtsstaat tegenover de op de sharia gebaseerde theocratie. Hij heeft zich dus niet tégen de rechtsstaat gekeerd, maar deze juist verdedigd. Verdedigd tegenover het constitutionele sjiitische model van de Iraanse Republiek. Of het soennitische model van het koninkrijk van Saoedi-Arabië.” Aldus Paul Cliteur in een artikel van bij De Dagelijkse Standaard. Bij het lezen van het artikel moest ik denken aan twee volkswijsheden. Als eerste ‘wijsheid komt met de jaren’ en als tweede ‘ouderdom met gebreken’. Cliteur lijkt de eerste volkswijsheid te ontkennen en de laatste te bevestigen.

Volgens Cliteur is het: “een hypocriete schijnvertoning die gesprekken over Wilders’s ijskast en wat erin moet of eruit mag.”  Want: “Laten we de zaak eens in historisch perspectief plaatsen. Dit jaar is het 20 jaar geleden dat Theo van Gogh werd vermoord door een jihadist. Inmiddels (20 jaar later) is duidelijk geworden dat de moord op Van Gogh niet een “incident” was, maar een “precedent” voor vele andere moorden die vanuit hetzelfde motief werden gepleegd.” Dus zou je: “verwachten dat de ministers van justitie en veiligheid (Hirsch-Ballin, Donner, Grapperhaus, vaak dus van CDA-huize) visies zouden hebben ontwikkeld op hoe deze nieuwe ideologisch-religieus gemotiveerde aanslagen het hoofd kan worden geboden. Dat gebeurde niet.”  Wat er volgens Cliteur wel gebeurde: “te beginnen met de toenmalige burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, is dat een enorme stilte over Nederland neerdaalde. Het bespreken van dit onderwerp werd een taboe. Nu de discussie in Frankrijk na de vele aanslagen in volle hevigheid is losgebarsten (en niet alleen bij “extreemrechts”, maar ook bij de regering-Macron) wordt het contrast duidelijk: in Nederland is het nog steeds stilstaand water op dit onderwerp.”  Alleen Wilders is de uitzondering aldus de passage waarmee ik begon. Een probleem: “Vaak waren de oplossingen van Wilders onhaalbaar of onwenselijk of schofferend of alle drie.” Dit tegenstaande doet dat, aldus Cliteur: “niets af aan de enorme verdiensten die Wilders had, en nog steeds heeft, in het pogen het onderwerp van het jihadistisch terrorisme op de agenda te krijgen.

Op één punt heeft Cliteur een punt en dat is dat de gesprekken over ‘de ijskast’ een hypocriete schijnvertoning zijn, Iedere: “zichzelf respecterende democratische politieke partij zegt NEE tegen partijen die aan de grondrechten willen tornen. Een zichzelf respecterende democratische politieke partij zegt NEE tegen zo’n onderzoek omdat het een hellend vlak is,” schreef ik naar aanleiding van het advies van de verkenner Plassterk om zo’n gesprek te gaan voeren. Dit omdat zo’n gesprek: “schadelijk ( is) voor onze grondrechten. Schadelijk omdat dit uitstraalt dat grondrechten ter discussie kunnen worden gesteld en inwisselbaar zijn.”  

Waar hij geen punt heeft en de zaken verkeerd voorstelt, is dat onze democratische rechtstaat niet werd of wordt aangevallen door een op de ‘sharia gebaseerde theocratie’. De moord op Van Gogh, hoe treurig ook, was geen ‘aanval op onze democratische rechtstaat’. Het was geen poging om een ‘sharia theocratie’ in te voeren. Het was een schendig van de rechtsorde zoals iedere moord een schending van de rechtsorde is. Een schending van de rechtsorde door een eenling, een persoon die zijn eigen morele opvattingen boven de wet stelde. Onze democratische rechtstaat, en dan vooral het deel rechtstaat, reageerde daar adequaat op door de dader op te pakken en voor een onafhankelijke rechter te brengen. Een rechter die de dader vervolgens heeft veroordeeld.

De manier waarop Wilders de democratische rechtstaat, in de woorden van Cliteur, ‘verdedigt’ is juist wel een aanval op onze democratische rechtstaat. Neem het wetsvoorstel op het verbod van bepaalde islamitische uitingen dat Wilders recentelijk heeft ingetrokken: “De islam is geen godsdienst of levensbeschouwing, maar een gewelddadige, totalitaire ideologie,” aldus het eerste lid van het artikel en onderbouwd in de memorie van toelichting met: “De islam is bovendien een allesomvattende ideologie, die ieder aspect van het menselijk bestaan bepaalt. Het is een politiek, juridisch, militair, cultureel en sociaal systeem. Er is in de islam geen scheiding van machten, geen gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en tussen moslims en niet-moslims.” Kenmerk van iedere godsdienst is dat het een allesomvattende ideologie is die alle aspecten van het menselijk bestaan bepaalt: politiek, militair, cultureel en sociaal. Geen enkele godsdienst kent een ‘scheiding van machten’. De gelijkheid tussen man en vrouw is bij iedere godsdienst een probleem en discrimineert niet-gelovigen. Dit voorstel tornt aan de vrijheid van godsdienst omdat de staat, als dit voorstel wordt aangenomen, net als in theocratieën, gaat bepalen wat een godsdienst. Dat is een terrein waarop de democratische rechtstaat zich niet moet begeven want daarmee legt ze de bijl aan haar wortels. Mochten we een Grondwettelijk hof zoals Omtzigt voorstelt, hebben dan zou dit deze wet naar de prullenbak verwijzen. Iets waarvoor zo’n hof niet nodig is omdat de Raad van Staten, het hoogste adviesorgaan van de overheid die conclusie ook al trok en in haar advies met betrekking tot dit voorstel schreef: “Het van overheidswege «weg» definiëren van een religie is echter onverenigbaar met de neutraliteit en terughoudendheid die overheidsorganen in acht dienen te nemen.”

Ook met het Wetsvoorstel verandering in de Grondwet, strekkende tot uitbreiding van de uitsluitingsgronden van het kiesrecht en een verbod op meervoudige nationaliteit bij bepaalde ambtsdragers. Als dit voorstel wordt aangenomen dan verworden Nederlanders met een tweede nationaliteit tweederangs burgers. Het wordt hen dan onmogelijk gemaakt om bepaalde bestuurlijke functies te vervullen. Bijzonder aan het voorstel is dat het met geen woord rept over de aanpassing van artikel 3 van de Grondwet. Dat bepaalt dat: “Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.”  Het voorstel schenkt alleen maar aandacht aan de wijziging van artikel 43 van de Grondwet . Het creëren van tweederangs burgers is een democratische rechtstaat onwaardig. Met betrekking tot dit voorstel concludeerde de Raad van Staten, dat het onverenigbaar is: “met de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat, zoals uitgewerkt in de Nederlandse Grondwet en verschillende verdragen. Het uitsluiten van personen van het kiesrecht op grond van het enkele feit dat zij een dubbele nationaliteit bezitten is in strijd met de in de Grondwet en verdragen vervatte discriminatieverboden. Dat is nog meer evident als van die andere nationaliteit geen afstand kan worden gedaan, zoals in het geval van de Marokkaanse nationaliteit. Het uitsluiten van bevolkingsgroepen met de Nederlandse nationaliteit van het politieke besluitvormingsproces, zonder op de individuele persoon toegespitste gronden, houdt in dat deze groepen als tweederangsburgers worden behandeld en creëert het risico dat zij zich gaan afkeren van de Nederlandse samenleving. Het tegengaan van mogelijke loyaliteitsconflicten kan deze uitsluiting niet rechtvaardigen, nu op geen enkele wijze is aangetoond dat het feit op zich dat iemand een dubbele nationaliteit heeft in negatieve zin verband houdt met zijn loyaliteit aan Nederland.”

Deze twee voorbeelden tonen aan dat Wilders’ verdediging van de democratische rechtstaat zoals Cliteur het noemt, niet alleen: “onhaalbaar of onwenselijk of schofferend of alle drie” maar een aanval juist op die democratische rechtstaat. Het ‘jihadistisch terrorisme’ hoeft niet geagendeerd te worden. Er is geen visie nodig hoe ‘nieuwe ideologisch-religieus gemotiveerde aanslagen’ het hoofd te bieden. Daarvoor is onze democratische rechtstaat uitstekend toegerust met de veiligheidsdiensten, politie, justitie en de onafhankelijke rechtspraak.

Onze democratische rechtstaat wordt niet aangevallen door het een ‘sharia theocratie’ noch door het ‘jihadistisch terrorisme. Ze wordt aangevallen door voorstellen zoals Wilders ze doet. En onze democratische rechtstaat wordt verzwakt door deze aanvallen, zoals Cliteur in zijn artikel doet, te betitelen als ‘het verdedigen van onze democratische rechtstaat’. Als rechtsgeleerde en filosoof zou Cliteur beter moeten weten.

Het systeem

In de Volkskrant een interview met de Duitse journaliste Ulrike Herrmann.  Het is een eerste  in een reeks. In de aanhef bij die reeks de volgende tekst: “Het kapitalisme heeft veel rijkdom gebracht, maar is het nog houdbaar in de 21ste eeuw? Volgens critici verwoest het kapitalisme de planeet en roept het populistische krachten op die de democratie in gevaar brengen. Op mondiale schaal veroorzaakt het onhoudbare verschillen tussen arm en rijk. Is er een alternatief voor het kapitalisme? Of kan het zich aanpassen aan de behoeften van een nieuwe tijd?” ‘Gelukkig het kapitalistische systeem is de schuldige, dan ligt het dus niet aan mij’. Dat zou zomaar het eerste kunnen zijn wat je bij het lezen te binnen schiet. ‘Als het niet aan mij ligt dan hoef ik dus niets te doen. Dan moet er gewoon een ander ‘systeem’ komen’.

Volgens Herrmann moet de economie gehalveerd worden om toekomstbestendig te zijn en weer binnen de grenzen van de planeet te passen. Dat klinkt dramatisch maar: “ In 1978 groeiden de universiteiten, er was een verzorgingsstaat, we hadden een oudedagsvoorziening, niemand leed honger. We hadden het goed. Als we onze consumptie halveren, hoeven we niet terug naar het stenen tijdperk. Bovendien gaan we natuurlijk niet letterlijk terug naar 1978. Technologische vooruitgang, zoals de sterk verbeterde kankerbehandeling, blijft behouden. Internet blijft ook bestaan, al geldt dat misschien niet voor sommige toepassingen die veel energie vergen, zoals het streamen van films op je telefoon…. Maar de productiviteit van de economie is hoger dan in 1978. Bij dezelfde welvaart zullen we minder hard hoeven te werken.” Om dit te bereiken stelt Herrmann de Britse oorlogseconomie van 1939-1945 ten voorbeeld. “Ik denk dat het onze toekomst is, de combinatie van rantsoenering en overheidsplanning in een economie waarin bedrijven in privébezit blijven. Het zal sowieso gebeuren. Dat is iets wat veel mensen niet begrijpen. Ze zeggen: ik wil verder blijven vliegen, vlees eten en grote eengezinswoningen bouwen. Maar dan zal de klimaatcrisis zich zo verscherpen dat de economie in elkaar stort. En dan heb je alsnog rantsoenering en overheidsplanning nodig om de klimaatchaos onder controle te krijgen. Daarom kun je beter het systeem van tevoren op een slimme manier bijsturen.”

Kapitalisme, een: “maatschappelijk stelsel waarbij de productiemiddelen eigendom zijn van particulieren of vennootschappen (en dus niet van de staat), die betaalde werknemers in dienst hebben.” aldus de Van Dale. Systeem is volgens dezelfde Van Dale: “doelmatig geordend samenhangend geheel van bij elkaar horende dingen en hun onderdelen; = stelsel,” Doelmatig wil volgens weer de Van Dale zeggen: “steeds met het doel voor ogen, zodat geen tijd en middelen worden verspild aan bijzaken.” Een samenleving als een systeem, een soort ‘motor’ die je even op een andere manier moet afstellen. Of volgens weer anderen moet die ‘motor’ worden vervangen door een andere. Deze manier van spreken over onze samenleving doet het voorkomen alsof onze voorouders ooit eens een soort vergadering hebben gehouden met als doel een ‘motor’ uitkiezen om in de samenleving te stoppen. Als historicus zou ik maar wat graag de notulen van die vergadering willen hebben. Welke ontwerpeisen stelden ze aan de ‘motor’? Maar vooral welk doel hadden ze voor ogen? Helaas zullen die notulen nooit boven tafel komen omdat ze er niet zijn. Onze samenleving is een gevolg van ‘toeval en geluk’. Toeval, “een niet te voorspellen geval” en geluk: “een gunstige loop van omstandigheden” aldus weer de Van Dale.

Toeval door keuzes die onze verre voorouders maakten om het hoofd te bieden aan zaken op de korte termijn met onvoorziene gevolgen op de lange termijn. Mijn laatste prikker van 2023 handelde over zo’n keuze met onvoorziene gevolgen. Tenminste, als we Joseph Henrichs betoog in zijn boek The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous, mogen geloven. Die keuze was het successievelijk veranderen van regels rond het huwelijk en de familie in de eerste helft van het eerste millennium door wat later de christelijke kerk werd. Volgens Henrich ligt die keuze aan de basis van de huidige westerse samenleving. Een samenleving die individualistisch is en gericht op zelfverbetering en zelfwaardering. Privé- bezit is alles bepalend. Wat onze ouders doen is niet bepalend voor wat wij gaan doen. We kunnen onze ambities najagen en doen dat ook. Dat wat we willen zijn en najagen wordt vervolgens de kern van onze identiteit en omdat je er positief op wilt staan wordt er hard gewerkt. Dat wakkert innovatie aan. We zoeken mensen op waarvan we denken dat ze ons verder brengen. We vinden rechtvaardigheid belangrijk en daarbij is de vraag naar de intentie van iemands handelen van belang. We denken analytisch en niet holistisch. Regels en wetten bepalen ons handelen en die worden zo objectief mogelijk toegepast en gehandhaafd. Om slechts enkele eigenschappen te geven van wat Henrich de WEIRD samenleving noemt[1]. WEIRD is het acroniem van Western, Educated, Industrialized, Rich and Democratic. Met ‘wat later de christelijke kerk werd’ hebben we een eerste voorbeeld van ‘geluk’ want het was in die tijd nog lang niet zeker dat deze christelijke stroming die uiteindelijk ‘almachtige’ zou worden. Maar ook geluk dat juist op het moment dat de Mongoolse horden op het punt stonden om het westelijk deel van Europa binnen te dringen, Dzjengis Khan overleed en tijdens een tweede poging Ögedei Khan. Of geluk dat de Ottomanen zo overmoedig waren bij het Beleg van Wenen in 1683, dat ze hun verdediging verwaarloosden.

Wie echter de ‘notulen’ en de ‘ontwerpeisen zoekt’ die aan het besluit van de verschillende pausen ten grondslag lag, komt bedrogen uit. Er lag geen plan voor het ontwerpen van een ‘maatschappelijk stelsel waarbij de productiemiddelen eigendom zouden worden van particulieren met als doel en zo privé bezit aan te wakkeren. Het zou namelijk bijzonder vreemd zijn als de christelijke kerk bewust voor een systeem zou hebben gekozen dat haar macht en invloed zou beperken want dat is wel wat er, zo betoogt Henrich, is gebeurd. De belangrijkste ‘nevenschade’ van deze keuze is dat mensen steeds meer zelf gingen nadenken. Hiermee zetten de kerk uiteindelijk de bijl aan de wortel van haar eigen bestaan want mensen gingen ook nadenken over hun geloof, hun relatie met god en de rol van de kerk.

‘Kapitalistisch systeem’ is een voorbeeld van een van de WEIRD kenmerken, het analytisch denken. ‘Kapitalistisch systeem’ is de naam die is geplakt op een analyse van een deel van de samenleving, namelijk dat deel van de samenleving waarbij mensen goederen en diensten uitwisselen via de markt. Het is een beschrijving van de, op het moment van beschrijven, reële situatie. Het is geen ontwerpplan dat aan de situatie voorafging. Een analyse van een deel van de samenleving. Niet van de samenleving als geheel. Een analyse met voor- en nadelen. Belangrijkste voordeel is dat we het ‘markt’-deel van de samenleving er beter door begrijpen. Belangrijkste nadeel is dat de gehele samenleving door de mal van die analyse wordt bekeken en voor alle problemen een oplossing wordt gezocht die past binnen de mal van die analyse. Samenleving en markt worden synoniem terwijl markt, om het wiskundig te formuleren, een deelverzameling is van de verzameling samenleving. Een verzameling samenleving die meer deelverzamelingen bevat dan markt alleen.

Die verzameling samenleving bestaat uit alle mensen die er deel van uitmaken en wat zij op welke manier dan ook met elkaar doen. Dat is veel meer dan alleen de markt alleen blijft het meerdere buiten beeld als er over ‘systemen’ wordt gepraat, net zoals de individuele mens uit beeld verdwijnt. Beiden zouden wel eens cruciaal kunnen zijn bij het aanpakken van het ‘klimaatprobleem’. Het is namelijk niet ‘het systeem’ dat bijgestuurd moet worden maar de mens en daarbij zou het deel ‘niet markt’ van de samenleving wel eens belangrijke rol kunnen spelen.


[1] Joseph Henrich, The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous, pagina 56: op deze pagina geeft Henrich een opsomming van de kerneigenschappen van de psychologie van WEIRD.

Voorkomen dat niemand meer protesteert

Het is weer bijna TOP2000 tijd. Het nummer Big Yellow Taxi  van Joni Mitchell zal er vast wel een plek hebben in de lijst. Het lied met erin de ijzersterke tekstpassage: “Don’t it always seem to go that you don’t know what you’ve got till it’s gone. They paved paradise and put up a parking lot.” Die passage kwam in me op bij het lezen het eindverslag van verkenner Ronald Plassterk.

Gedicht van Martin Niemöller

“Ik adviseer een informateur met de volgende opdracht te benoemen: Te onderzoeken of er overeenstemming is of kan worden bereikt tussen de partijen PVV, VVD, NSC en BBB over een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.  ‘Dan ben je professor doctor in de biologie. Ben je minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geweest en tussendoor nog lid van de Tweede Kamer en schrijf je zoiets met droge ogen en bloedserieus op.’ Dat was mijn eerste reactie.

Die ‘gezamenlijke basislijn’ voor wat betreft de grondrechten en de democratische rechtsstaat’ ligt er al. Dat noemen we de Grondwet. Die begint met artikel 1 het belangrijkste grondrecht: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Die regelt in artikel 3 dat: “Alle Nederlanders (…) op gelijke voet in openbare dienst benoembaar”, zijn. Die regelt de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in artikel 6. Die regelt de vrijheid van meningsuiting in artikel 7. Het recht vereniging in artikel 8. Het recht op vergadering en betoging in artikel 9. Het recht de persoonlijke levenssfeer in artikel 10. De onaantastbaarheid van je lichaam in artikel 11 en zo kunnen we verder gaan.

Dat de partijen, volgens Plassterk, overeenstemming moeten bereiken over een ‘gezamenlijke basislijn’ betekent niet dat de ‘gezamenlijke basislijn’ waarover overeenstemming wordt bereikt, hoger komt te liggen. Er zullen geen rechten worden toegevoegd. Voor het toevoegen van rechten is het niet nodig om tot overeenstemming te komen over een ‘gezamenlijke basislijn’. Dan is die ‘basislijn’ er namelijk al. Dat is de huidige Grondwet. Ook voor het eventueel toevoegen van instituten zoals Omtzigts Grondwettelijk hof, is overeenstemming over een gezamenlijke basislijn niet nodig. Ook dan ligt de ‘basislijn’ er, die wordt gevormd door de huidige instituten.

Onderhandelen over een ‘gezamenlijke basislijn’ van grondrechten en de democratische rechtsstaat brengt het grote risico met zich mee dat die ‘basislijn’ lager komt te liggen dan nu het geval is. Dat er rechten verdwijnen en dat er gemorreld gaat worden aan onze democratische rechtsstaat. Aan welke rechten eenmanspartij PVV hierbij onder andere denkt, daarover schreef ik recentelijk al een prikker. Zelfs als de partijen tot de overeenstemming komen dat die basislijn de huidige Grondwet en democratische rechtsorde zijn, dan nog is een gesprek aangaan over die ‘basislijn’, schadelijk voor onze grondrechten. Schadelijk omdat dit uitstraalt dat grondrechten ter discussie kunnen worden gesteld en inwisselbaar zijn.

Een zichzelf respecterende democratische politieke partij gaat niet in gesprek over een “gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat”. Een zichzelf respecterende politieke partij die handhaaft die basislijn en doet voorstellen om die basis daar waar nodig geacht te verhogen. Een zichzelf respecterende democratische politieke partij zegt NEE tegen zo’n gesprek.  Een zichzelf respecterende democratische politieke partij zegt NEE omdat de basisrechten niet onderhandelbaar zijn. Een zichzelf respecterende democratische politieke partij zegt NEE tegen partijen die aan de grondrechten willen tornen. Een zichzelf respecterende democratische politieke partij zegt NEE tegen zo’n onderzoek omdat het een hellend vlak is.

Een zichzelf respecterende democraat zou zoiets niet adviseren. Een zichzelf respecterende democraat zegt die basislijn is onze Grondwet. Een zichzelf respecterende democraat zegt dat de in de Grondwet opgenomen grondrechten niet ter discussie staan. Een zichzelf respecterende democraat adviseert niet samen te werken met een partij die de in de Grondwet opgenomen rechten wil beperken. Een zichzelf respecterende democraat waarschuwt voor dit hellend vlak in plaats van het te adviseren. 

En nee, dat is niet het uitsluiten van 25% van de kiezers. Dat is het uitsluiten van partijen en politici die mensen willen uitsluiten van grondrechten. Dat is niet het uitsluiten van mensen maar het voorkomen dat er mensen uitgesloten worden. Dat is voorkomen dat gaat zoals altijd  dat ‘we don’t know what we’ve got till it’s gone’ om Joni Mitchell te parafraseren en dat we op een dag wakker worden en ons geplaveide paradijs een parkeerplaats blijkt te zijn. Dat is voorkomen dat er ‘niemand meer is om te protesteren, als ze mij komen arresteren’ om de beroemde preek van de Duitse predikant Martin Niemöller aan te halen.

Wil de echte fascist nu opstaan?

Nee ik ben Paul Cliteur niet aan het stalken. Het is toeval dat ik nu weer een prikker aan hem wijd. In een schrijven van Cliteur bij De Dagelijkse Standaard lees ik: “Ik plaats het woord “antifascisme” tussen aanhalingstekens om tot uitdrukking te brengen dat ik zelf dit “antifascisme” niet zie als een oprechte afwijzing van fascisme. Het tegenovergestelde zelfs. Volkert van der G. was, of is, een fascist in de zin dat hij gebruik wilde maken van grof geweld om Fortuyn “te stoppen”. En de Oekraïense paraplu-terrorist uit Gent en de Groningse jongeling die, door hun ideologie verblind, geweld aanwenden tegenover Baudet hebben veel meer met echt fascisme gemeen dan de slachtoffers van hun gewelddadige acties.” Geheel in de stijl van Herman Emmink in het programmama Wie van de Drie dacht ik: ‘Wil de echte fascist nu opstaan?’

Bron: Flickr

Cliteur ziet sinds de verkiezingen van 22 november veiligheidsrisico’s vanuit twee kanten. Aan de ene kant het islamitisch jihadisme: “Nu Wilders de beoogde premier is van Nederland zal de dreiging vanuit Pakistan alleen maar groter worden. Hij heeft geen 6 bewakers om zich heen nodig, maar 12.”  De tweede bedreiging: “die van het “antifascisme”, is groot. Het “antifascisme” manifesteerde zich in 2002 met Volkert van der G. Onlangs stak het opnieuw de kop op in Gent toen een Oekraïner Baudet op zijn hoofd sloeg met een verzwaarde paraplu daarbij “fascismo” roepend. Enkele weken daarna herhaalde zich deze gang van zaken, zij het nu met een bierflesje waarmee Baudet werd geslagen tijdens een cafébezoek in een café in Groningen.” Maar die ‘antifascisten’ zijn eigenlijk fascisten als ik Cliteur mag geloven, want ze gebruiken geweld.

Nu is een van de kenmerken van het fascisme de verering van machtsvertoon en geweld. Dat fascisten geweld gebruiken en vereren wil niet meteen zeggen dat iedereen die dat doet meteen een fascist is. Fascisten vinden het gebruik van geweld te verdedigen als het gericht is tegen het omverwerpen van de bestaande maatschappelijke orde. Als het hoofd van Baudet staat voor de bestaande maatschappelijke orde, dan zou de daad op fascisme kunnen wijzen. Als er echter iets kenmerkend is voor Baudet dan is het dat hij zich verzet tegen de bestaande maatschappelijke orde. Zijn hoofd staat juist voor het verwerpen van de maatschappelijke orde en lijkt mij daarmee geen goed symbool om je verzet tegen de maatschappelijke orde te uiten. Dat lijkt mij van dezelfde orde als je verzetten tegen roken door een rookmarathon te houden.

Fascisme heeft echter nog meer kenmerken. Zo is het extreem nationalistisch. Nu ken ik de denkbeelden van de hanteerders van de paraplu en het bierflesje niet. Die van Baudet en zijn Forum voor Democratie wel. De partij wil dat Nederland zich terugtrekt uit zo ongeveer alle internationale samenwerking. Of zoals ze het zelf noemen: “Een intelligente uittreding uit de Europese Unie. In hetzelfde licht moet de betrokkenheid van Nederland bij andere internationale organisaties (EVRM, WEF, WHO, NAVO) worden herzien.” En: “Internationale verdragen opzeggen die onze beleidsvrijheid inperken, zoals het VN vluchtelingenverdrag dat ons dwingt tot het opnemen van migranten.[1]Helaas wordt niet duidelijk hoe zo’n intelligente uittreding eruit ziet en lijkt de partij zich niet te realiseren dat ieder verdrag dat je tekent, je bindt en dus beperkt. Hieruit concludeer ik dat de partij extreem nationalistisch is.

Als je het iets anders bekijkt, dan lijken Baudet en zijn partij een permanente strijd te voeren om de eigen natie te laten overleven te midden van andere staten en laat dat ook een van de kenmerken van het fascisme zijn. Of dat voor de hanteerders van de paraplu en het bierflesje ook op gaat, weet ik niet. Een permanente strijd tegen: de weg-met-ons mentaliteit die onze politieke, culturele en journalistieke elites doordrenkt. De oikofobie. Want die verklaart de slappe knieën van kartelpolitici, de schaamte voor onze geschiedenis, het weggeven van onze gulden, de sfeerloze, liefdeloze architectuur.”  Zoals hij het bij TPO omschreef.

Een ander kenmerk van fascisme is dat het een autoritaire structuur kent met aan het hoofd een leider waaraan charismatische eigenschappen worden toegekend. Nu ken ik de structuur waar binnen de hanteerders van de paraplu en het bierflesje opereren, niet. Die van het FvD, de partij van Baudet en Cliteur lijkt wel iets van een autoritaire structuur te kennen. Toen er na de verkiezingen van 2021 wat discussie binnen de partij ontstond, werden de criticasters de partij uitgebonjourd en vervolgens met ‘pek en veren’ overladen. Of ze stapten er zelf uit waarna ze de FvD en haar leider met ‘pek en veren’ overlaadden.

Het fascisme streeft naar een totalitaire staat die de volledige controle heeft over de sociale, culturele organisaties binnen de samenleving. Nu ken ik de ‘controlebehoefte’ van de hanteerders van de paraplu en het bierflesje opereren, niet. Van de FvD is bekend dat ze werken aan een eigen zuil , ‘Forumland’. Voor de jongeren onder ons. Zuil slaat terug op de periode van het midden van de negentiende- tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Daar waar ‘nostalgisten’ als Wilders en ook Baudet hoog opgeven over ‘de Nederlandse identiteit en normen en waarden gebaseerd op joods, christelijk, humanistische grondslag, kende Nederland in die tijd veel verschillende identiteiten. Zo kende het land de katholieke, de Nederlands hervormde, de gereformeerde, de lutheraans, de joodse, de liberale, de sociaaldemocratische en ik vergeet er vast nog wel een, identiteit. Mensen leefde in die ‘identiteit’ en het contact met de andere identiteiten was er nauwelijks tot niet. Immers: ‘twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen’. Als katholiek deed je je boodschappen bij een katholieke bakker, je ging naar de katholieke kroeg, je stemde op de KVP, je voetbalde katholiek en zelf je duiven vlogen katholiek. Sociaaldemocraten deden dat sociaaldemocratisch en hervormden hervormd. Met ’Forumland’ wil Baudet en zijn club ook zoiets waarbij hij in de top stevige controle heeft over alles binnen ‘Forumland’.  Daarmee raken we nog een ander kenmerk van fascisme namelijk het streven naar sociale eenheid en de opheffing van klassen- en belangentegenstellingen en controle over de economie.

Fascisme streeft naar de instelling van een politieke dictatuur. Nu weet ik niet of de hanteerders van de paraplu en het bierflesje streven naar een politieke dictatuur. De manier waarop binnen de FvD met tegenspraak wordt omgegaan en het streven naar ‘Forumland’ komt nogal totalitair: “waarin alles ondergeschikt wordt gemaakt aan de alles controlerende staat, “ aldus de Vandale En die omschrijving gaat verder met de woorden: “die meestal als dictatuur is ingericht.”

Volgens de definitie van de Britse historicus Roger Griffen maken fascisten gebruik van de mythe van een ‘nationale wedergeboorte’. Voor de toekomstige glorie moeten we terug naar het verleden. Mussolini wilde terug naar de moderne versie van het Romeinse Rijk. Hitler wilde met zijn Derde Rijk voortborduren  op twee eerdere ‘Duitse rijken’ Als eerste de grootsheid van het Eerste Rijk,  het Heilige Roomse Rijk der Duitse naties van de periode van de negende eeuw totdat Napoleon er en einde aan maakte. Nu viel het met de grootsheid en vooral de eenheid van dat Rijk behoorlijk tegen. Als tweede het Tweede Rijk, het Duitse Keizerrijk dat in 1871 ontstond en bestond tot 1918 toen de keizer Wilhelm II voor zijn leven vreesde, zijn biezen pakte en naar Nederland vluchtte. Baudet. Of de hanteerders van de paraplu en het bierflesje ook zo’n fascinatie hebben voor een periode in het verleden, weet ik niet. Baudet wel. Hij wil terug naar de tijd van de:  “delicate balance that has culminated in what we might call ‘the individual properly understood’,” zoals hij in 2019 in een interview bij een Zwitserse krant zei. En wanneer was dat? “This reached its apex, I believe, in the eighteenth century,” de tijd van de: “bourgeois society, bourgeois traditions, the bourgeois way of life of ordinary people.” 

Het fascisme is, volgens de definitie van de Amerikaanse Historicus Stanley G. Payne, antiliberaal, anticommunistisch en anticonservatief.  Nu weet ik niet hoe de hanteerders van de paraplu en het bierflesje naar de wereld kijken. Van Baudet weten uit het interview met de Zwitserse krant, dat hij zich afzet tegen alle partijen, want die waren allemaal: “representatives of the “liberal” or “liberalist” philosophy where emancipation of the individual is the ultimate aim. Maximum equality, maximum individual liberty.” Hij staat er anders in: “It’s the philosophy that starts from the understanding that we are paradoxical beings. We want to be free and, at the same time, we want to be embedded. We want to be individuals, but we also want to be members of a group. In a proper society, there’s an equilibrium there, a delicate balance that has culminated in what we might call ‘the individual properly understood.’”  En naar die tijd wil hij ‘vooruit’. Vooruit naar een Eenentwintigste-eeuwse variant van zijn droombeeld van de Achttiende-eeuwse bourgeoissamenleving.

Of de hanteerders van de paraplu en het bierflesje fascisten zijn, weet ik niet. Het denken van Baudet tikt wel veel kenmerken van fascisme aan.


[1] Het programma van hoop, optimisme en herstel, pagina 10

De jij-bak van Cliteur

”Pieter, wil je nu eens eindelijk met mij gaan praten?” Zo begint een artikel van rechtsfilosoof en voormalig lid van de Eerste Kamer namens het Forum voor Democratie Paul Cliteur bij De Dagelijkse Standaard. Het artikel is geschreven in de vorm van een dialoog tussen PVV -enigst-lid Geert Wilders en NSC-leider Pieter Omtzigt. “Nee, Geert, wat jij zegt is in strijd met de Grondwet, in strijd met de rechtsstaat,” zo laat Cliteur Omtzigt antwoorden. Een artikel waarin Cliteur zich bedient van jij-bak, maar wel eentje die als een tang op een varken slaat. Voor degenen die het niet weten. Een jij-bak is een redenering waarbij het standpunt van de tegenstrever niet wordt verworpen, maar waar hem wordt verweten boter op het hoofd te hebben.

In Cliteurs artikel laat Omtzigt Wilders raden naar uitspraken van Wilders die strijdig zijn met de Grondwet. Na wat gekibbel laat Cliteur Wilders zeggen: “Weet je wat? Ik ben klaar met jou. Ik zal jou eens wat puntjes laten formuleren waarop jouw programma in strijd is met de grondwet.”  Waarop Cliteur Omtzigt verbaast laat reageren met: “Bij ons? Strijd met de Grondwet? Hoe kom je daar nu bij?”  Waarop Cliteurs Wilders antwoordt: “Jij bent een groot voorstander van een Constitutioneel Hof. Dat wil zeggen een rechterlijke instantie die mag toetsen of de wetten die wij, volksvertegenwoordigers, maken wel in overeenstemming zijn met de Grondwet. Dat Hof komt straks helemaal vol te zitten met D66-rechters die alles gaan afhameren wat wij, vertegenwoordigers van het volk, tot wet hebben verheven. Dat plannetje van jou, dat Constitutioneel Hof, is in strijd met de Grondwet. De Grondwet verbiedt namelijk “constitutionele toetsing” in art. 120. Daar staat: “De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen”. Dat wil jij dus mogelijk maken: dat die rechters die beoordeling gaan plegen. In strijd met de Grondwet, Pieter, en dat artikel heeft men niet voor niets in Grondwet opgenomen.” Inderdaad stelt artikel 120 van de Nederlandse Grondwet: “De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.” En precies beoordelen van de grondwettelijkheid is wat Omtzigt met zijn Grondwettelijk hof beoogt. Dus Cliteur heeft een punt?

Niet te snel concluderen! In zijn verkiezingsprogramma stelt ‘Pieter’ voor om: “het verbod op toetsing aan de Grondwet op (te) heffen en een constitutioneel hof in (te) stellen dat aangenomen wetten toetst aan de Grondwet.[1] Om dat mogelijk te maken, moet de Grondwet volgens worden gewijzigd. Een voorstel tot wijziging van de Grondwet is niet ongrondwettelijk. Zo’n voorstel moet twee keer door de Tweede – en Eerste Kamer worden behandeld. De eerste keer moet het voorstel worden aangenomen met een gewone meerderheid. De tweede keer met een twee derde meerderheid. Tussen die twee keren moeten verkiezingen voor de Tweede Kamer zitten. Op die manier heeft ook de kiezer de mogelijkheid om zich erover uit te spreken. Dat weet ‘Pieter’, dat zal ‘Geert’ ook weten en dat weet Cliteur ook.

Wat ‘Geert’ wil, is van een heel andere orde. ‘Geert’ wil: “geen islamitische scholen, korans en moskeeën.[2] Hij wil: “Behoud van artikel 23 van de Grondwet, de vrijheid van bijzonder onderwijs,  en: “Verbod op islamitisch onderwijs, omdat dat onze vrijheid en onze waarden bedreigt.[3] Die laatste twee staan direct onder elkaar in de opsomming. Ook dat kan en mag je willen en ook daarvoor is een wijziging van de Grondwet noodzakelijk. Alleen is die wijziging iets ingrijpender. Die vraagt om een grondige verbouwing van de Grondwet. Daarvoor is het nodig om in ieder geval artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan,” artikel 6 eerste lid:
Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet,”
 en artikel 8: “Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde.” Artikel 9 eerste lid: “Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet,” en bizar genoeg ook artikel 23, dat de vrijheid van onderwijs regelt en dat ‘Geert’ wil behouden, moet worden aangepast. En ja, ook dat kan op de hierboven genoemde manier.

Dus toch een jij-bak: beiden willen de Grondwet wijzigen dus waarom zeurt ‘Pieter’ zo ? Waarom gaat hij niet ‘eens eindelijk met Geert praten’? Waar is dan die tang die op dat varken slaat? Wat ‘Pieter’ wil betreft de structuur van onze rechtsstaat, de instituties. Daar wil hij er eentje aan toevoegen. Over nut en noodzaak daarvan kun je van mening verschillen en daar kun je kanttekeningen bij plaatsen, zoals ik eerder deed. ‘Geert’ tornt niet aan de structuur van onze rechtsstaat, maar aan de cultuur. Hij wil verschil in behandeling. Hij wil eerste- en tweederangs burgers. Dat is van een heel andere orde en dat zou Cliteur, als rechtsfilosoof moeten weten.


[1] Tijd voor herstel, pagina 8

[2] Nederlanders weer op 1, pagina 8

[3] Idem, pagina 34

Moraal en het Midden-Oosten

Rationele irrationaliteit, ik schreef er al vaker over. Ik las het voor het eerst in het boek Wat als de markt faalt  van John Cassidy. Hij definieert het als volgt: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn.[1] Hij gebruikt dit begrip in zijn boek Wat als de markt faalt om de economische situatie vóór de bankencrisis te beschrijven.  Ik moest er weer aan denken tijdens het lezen van het boek Moraal. Goed en kwaad van prehistorie tot polarisatie van Hanno Sauer.

“De geschiedenis schetst de fundamentele morele veranderingen van de mensheid van onze vroegste, nog niet menselijke, voorouders in Oost-Afrika tot en met de recentste conflicten rond identiteit, ongelijkheid, onderdrukking en duidingsmacht over het heden, die online in de metropolen van de moderne wereld worden beslecht[2],” aldus Sauer. In zijn boek schetst hij de reis die de mensheid hierin heeft gemaakt. Een reis waarin het leven van het groepsdier mens centraal staat. Een reis van de Oost-Afrikaanse vlakten zo’n vijf miljoen jaar geleden tot en met de digitaal, met zo ongeveer de hele wereld, verbonden mens van tegenwoordig.

Een reis waarin de mens en zijn relatie tot de te medemens centraal staat. Een reis die aantoont hoe afhankelijk de mens is van zijn medemens. Een reis waarin samenwerking en het aanpassingsvermogen centraal staat. Sauer: “Het beslissende van onze specifiek menselijke evolutie (…) vond plaats in een uiterst volatiele omgeving. … Een instabiele natuurlijke omgeving beloont een toeneming van flexibiliteit en plasticiteit, wat voeding, mobiliteit en vaste woonplaats betreft.” En om het wat beeldender te vertellen: “Als je slechts met minstens zes mensen op een olifant of zebra kunt jagen, is de keus tussen jagen met vijven en het jagen met zessen niet die tussen vijf of zes konijntjes, maar tussen vijf konijntjes en een olifant.[3] Sauer concludeert over dat samenwerken: “Vijf miljoen jaar geleden hebben we de voordelen van samenwerking ontdekt. Maar samenwerking is altijd duur, en niet-coöperatief gedrag blijft voordelig. Om evolutionair stabiel te worden, moesten we onze coöperatieve inspanningen beperken tot een kleine groep mensen: We werden altruïstisch en hulpvaardig, maar alleen in combinatie met een psychologie die mensen verdeelt in ‘wij’ en ‘zij daar.’[4]

Wat in die vijf miljoen jaar is gebeurd, is dat de ‘wij’ steeds groter werd. Dat begon met de directe familie en een groep van maximaal zo’n 150 individuen en is nu gegroeid tot hele grote groepen. Bij die groei speelt moraal een belangrijke rol. Die bepaalt welk gedrag acceptabel is en welk niet. Niet acceptabel gedrag werd, en wordt nog steeds gestraft. En met betrekking tot het straffen concludeert Sauer dat: Er (…) uitstekende redenen (bestaan)om onze behoefte aan straf te matigen – dat  blijkt vooral als we bijvoorbeeld politieke besluiten nemen, alleen omdat we ons verlangen naar vergelding bevredigd willen zien.”

En dan kom ik waar ik wilde zijn, en dat is een voorbeeld dat Sauer vervolgens geeft: “Zelfs als je de War on Terror oorspronkelijk voor gerechtvaardigd hebt gehouden, zou je je de vraag moeten stellen of de moord op drieduizend Amerikanen op 11 september 2001 passend is goedgemaakt door nog eens zesduizend Amerikanen de dood in te jagen – om maar te zwijgen van de honderdduizenden doden aan Afghaanse en Iraakse kant -, alleen om twintig jaar na het begin van de oorlog met de oorspronkelijke vijand een vredesverdrag te sluiten.[5]Toen  dacht ik aan rationele irrationaliteit van Cassidy: een rechtvaardig nagestreefd doel dat tot een dergelijk irrationeel resultaat leidt.

Zou de vraag die Sauer opwerpt niet ook leidend moeten zijn in het conflict tussen Israël en de Palestijnen? Israël heeft het recht om zichzelf te verdedigen, zoals premier Rutte ook betoogde. Maar wordt de moord op vijftienhonderd Israëliërs goedgemaakt door de dood van nog meer Israëliërs, het vermoorden van nu al meer dan tienduizend Palestijnen en het voor de komende jaren onleefbaar maken van de Gazastrook? Dit om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat Hamas en haar ideeën niet weggebombardeerd en geschoten kan worden? Leidt de ‘rationele’ keuze tot zelfverdediging van Israël niet tot een irrationeel resultaat? Kunnen Hamas en haar ideeën niet alleen worden bestreden door de Palestijnen dat te geven wat Hamas niet kan geven en dat is een fatsoenlijk en menswaardig leven waarin zij meedenken, -praten en -beslissen over hun eigen toekomst. Een leven gelijkwaardig aan hetgeen de Israëliërs hebben? Of is zelfverdediging een irrationele reactie op hetgeen 7 oktober jongstleden gebeurde?

Of, en dat kan ook, is het doden van Palestijnen en het ‘naar het stenen tijdperk’ bombarderen van de Gazastrook een maatschappelijk gezien superieur en rationeel resultaat? Behalve als de ellende die we nu in Gaza zien superieur en rationeel is en die mening ben ik in iedere geval niet toegedaan, is er meer dan voldoende aanleiding om een andere aanpak te kiezen.


[1] John Cassidy, Wat als de markt faalt?  Pagina 159

[2] Hanno Sauer, Moraal. Goed en kwaad van prehistorie tot polarisatie, pagina 9

[3] Idem, pagina 28-29

[4] Idem, pagina 66

[5] Idem pagina 208

Grondwettelijk hof

“Weet je waar ze een constitutioneel hof hebben? In de Verenigde Staten. Dat heeft vrouwen het recht op abortus afgepakt. En raad eens hoe Omtzigt stemt als het gaat om het recht op abortus.”  Aldus Francisco van Jole. Van Jole verbaast zich erover dat niemand NSC-leider Omtzigt aanvalt op zijn plannen om zo’n hof in te stellen. Dat niemand Omtzigt aanvalt vanwege de Amerikaanse ervaringen met zo’n hof, is nog niet eens zo bijzonder. Het meest bijzondere is dat niemand Omtzigt vraagt welk probleem zo’n hof moet oplossen en hoe hij zo’n hof wil vormgeven en vooral hoe hij aan de leden voor zo’n hof wil komen? Het is zo vaag dat hem erop aanvallen onmogelijk is. Bijzonder is dat niemand hem erop bevraagt, Dus dan doet de Ballonnendoorprikker het maar.

Het NSC- verkiezingsprogramma rept alleen over het probleem: “We zetten dus een grondwettelijk hof op om grondrechten te verankeren,[1] meer woorden dan dit maakt de partij er niet aan vuil. Een grondwettelijk hof om grondrechten te verankeren. Veel landen kennen een grondwettelijk hof. Rusland heeft er een. Ook heeft het land een prachtige grondwet met vrijheid van meningsuiting, vrijheid van politieke diversiteit en alle andere mooie artikelen. De werkelijkheid laat zien dat zo’n hof geen garantie is op ‘verankering van de grondrechten’. Daar is meer voor nodig. Nu kun je tegenwerpen dat ‘Rusland een slecht voorbeeld is’. Dat kan, het voorbeeld laat wel zien dat zo’n hof en de borging van grondrechten geen een-tweetje is. 

‘Slecht voorbeeld’, dan een ander. Van Jole verwijst naar de Verenigde Staten. Dat land heeft het Supreme Court of the United States. Het hof heeft, om Van Joles woorden te gebruiken, ‘vrouwen abortus afgepakt’ maar is dat een argument tegen het hof als je je realiseert dat het hof ook een belangrijke rol spelen in het ‘geven van het recht op abortus’ aan vrouwen. Dat gebeurde in 1973 met het arrest Roe v. Wade. Het arrest waar dezelfde Supreme Court vorig jaar weer afstand van nam. Pikant in deze zaak is dat de vrouw die de aanleiding was voor de initiële uitspraak later actief werd in de anti-abortusbeweging of zoals ze zich zelf noemen de pro-life-beweging. Dit even terzijde. Het wedervaren van Roe v Wade laat zien dat rechters verschillend over zaken kunnen denken en grondrechten anders kunnen interpreteren en dus dat die ‘verankering’ door de tijd verandert.

 Let wel: de coronamaatregelen waren een forse en langdurige inperking van grondwettelijke rechten, zoals het gelijkheidsbeginsel, het recht op vergadering en betoging, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het recht op onaantastbaarheid van het lichaam of het eigendomsrecht. Er is dus niet alleen een discussie of de inperking proportioneel was, bijvoorbeeld om de volksgezondheid te bevorderen – tevens een grondwettelijke opdracht – maar ook een relevante discussie of de inperkingen rechtmatig waren. Zijn bij de inperking van grondrechten de voordelen wel afdoende afgewogen tegen de grote schade? Als het enige doel van de staat is om het aantal besmettingen binnen een bandbreedte te houden, dan is dat wel een zeer beperkte taakopvatting. En meer fundamenteler: mocht het Catshuisberaad, zeker toen de crisis langer duurde, feitelijk dit soort vergaande maatregelen effectief nemen?[2] Aldus Omtzigt in zijn Thorbeckelezing. Als hij op zoek is naar ‘duidelijkheid voor altijd’, dan is het maar de vraag of een grondwettelijk hof die kan bieden. De afweging van verschillende belangen tegen elkaar, is niet objectief. Het is subjectief. Mijn afweging kan anders zijn dan de jouwe en dat geldt voor rechters precies zo. Dat liet ook de Toeslagenaffaire zien. Ook in die affaire werd de redelijkheid van een maatregel op verschillende momenten verschillend beoordeeld door dezelfde instituten.

Dan de benoeming van de leden van zo’n hof. In de VS worden rechters genomineerd door de president en voor de rest van hun leven benoemd door de Senaat. Wat er sinds 1973 is veranderd, is het politieke klimaat. Het land is tot op het bot verdeeld en gepolariseerd en het Supreme Court, of beter gezegd de benoeming van haar leden, is de afgelopen jaren onderdeel geworden van die polarisatie. Het is, onderdeel geworden van het politieke spel. De politieke opvattingen van rechters in spé zijn veel belangrijker geworden dan hun inhoudelijke kwaliteiten. Door rechters te benoemen kan een president en een meerderheid in de senaat ver over het politieke graf regeren. Zo is de 75 jarige Clarence Thomas al opperrechter sinds 1991 in functie. Via Thomas regeert de in 2018 overleden George Bush de oudere nog steeds, zelfs over zijn werkelijke graf.

Een voorbeeld van die politisering begon met het overlijden van rechter Antonin Scalia op 13 februari 2016, het jaar waarin er een nieuwe president werd gekozen om Obama op te volgen. Obama kon niet meer worden herkozen omdat hij al twee termijnen had gediend. Om de vacante plek op te vullen droeg Obama Merrick Garland voor. De Republikeinen, die op dat moment een meerderheid hadden in de Senaat gingen hier niet in mee. Zij vonden dat Obama niet over zijn graf mocht regeren en dat hij de benoeming van een nieuwe opperrechter aan zijn opvolger moest overlaten. Die opvolger, Donald Trump  droeg uiteindelijk Neil Gorsuch voor en die werd benoemd. Als ‘over het graf regeren’ een reden is om een benoeming te frustreren dan kan er geen enkele rechter worden benoemd. Door hun ‘levenslange’ aanstelling wordt er altijd over het graf van de voordragende president geregeerd. Iets meer dan vier jaar later vonden dezelfde Republikeinen het geen probleem om iets meer dan twee maanden voor het einde van het presidentschap van Trump Amy Barrett te benoemen als opvolger van de een maand eerder overleden Ruth Ginsburg.

Over het graf regeren kan worden beperkt. Dat laat Duitsland zien. Om rechter te worden van het Duitse Bundesverfassungsgericht moet je minimaal 40 jaar zijn en met 68 jaar word je van rechtswegen gepensioneerd. De ambtstermijn van een rechter bedraagt maximaal 12 jaar. Duitsland kent 16 opperrechters. De helft wordt benoemd door het Duitse parlement, de Bundestag, en de andere helft door de Bundesrat, in dat orgaan zitten door de regeringen van de deelstaten benoemde leden. Die leden zijn lid van de regeringen van de deelstaten. Aangezien er in Duitsland tot nu toe altijd in coalitie wordt geregeerd, is het risico op politieke polarisatie van de benoeming gering.

Veel verder dan ‘Thorbecke vond het ook’ komt Omtzigt niet: “De regering voegde de volgende zin aan de grondwet toe: “De Wetten zijn onschendbaar.” Uit de memorie van toelichting wordt duidelijk dat dit het toetsingsverbod behelst. Dus wetten kunnen niet getoetst worden aan de grondwet door de rechter. Thorbecke was fel tegenstander van deze toevoeging. Hij schreef: “Voor deze nieuwe spreuk zal, geloof ik, ieder als voor eene gesloten deur blijven staan.” Hij maakt zijn tegenstand duidelijk: “De grondwet zou ophouden Grondwet te zijn; en de gewone wetgever, die zijn bestaan en zijn regt enkel uit de Grondwet ontleent, boven de Grondwet wezen.[3]””  Een wel erg magere uitwerking voor iemand die zich inzet voor ‘bestuurlijke vernieuwing’.

Daarom: beste meneer Omtzigt. Hoe wilt u het grondwettelijk hof vormgeven? Hoe moet dat bijdragen aan de verankering van onze grondrechten? En om actueel te maken, hoe had zo’n hof zoiets als de Toeslagenaffaire kunnen voorkomen? En als ‘voorkomen’ een brug te ver is, hoe had zo’n hof ervoor gezorgd dat er eerder een einde aan was gekomen?


[1] Verkiezingsprogramma 2023. Vertrouwen. Zekerheid. Perspectief, Pagina 3

[2] Thorbeckelezing Pieter Omtzigt, pagina 12

[3] Idem, pagina 25-26