Fijne feestdagen

Bij De Dagelijkse Standaard krijgt Denk-kamerlid Farid Azarkan de wind van voren van Tim Engelbart. Toen aan Azarkan werd gevraagd om te kiezen tussen Koningsdag en het Suikerfeest, koos Azarkan voor het Suikerfeest. Dit was dus tegen het zere been van Engelbart: “Farid Azarkan spreekt graag over Nederlanders met een migratie-achtergrond”- een hele mond vol, maar oké. Het blijft echter vreemd om over Nederlanders te spreken als je niet eens de meest Nederlandse feestdag van allemaal – vermoedelijk zelfs de enige – niet eens kan verkiezen boven één van de vele belangrijke dagen in een uitheemse traditie als de islam.” Engelbart ziet zich nu: “gedwongen een even ongemakkelijke vraag te stellen: waar ligt eigenlijk de loyaliteit van dit Kamerlid? Ligt die hier, in Nederland. Of toch elders?”

suikerfeest

Illustratie: Plazilla

Beste meneer Engelbart, mag je als staatsburger van dit land alleen maar inheemse tradities aanhangen? Hebben we in dit land niet de vrijheid om te geloven in wat je wilt? U mag best in de christelijke god geloven en u houden aan de tradities van die religie. Azarkan mag geloven in allah en zich houden aan die tradities en ik mag geloven in niets en me houden aan de tradities van niets. Stelt u die vraag ook aan katholieken, gereformeerden en hervormden die kerstmis verkiezen boven koningsdag?

Beste meneer Engelbart, als u mij vraagt om te kiezen tussen koningsdag en drie dagen vastelaovend in Venlo, dan kies ik voor de vastelaovend. Ik heb niets, maar dan ook helemaal niets met de, zoals u het noemt, ‘meest Nederlandse feestdag van allemaal’ omdat ik niets heb met het koningshuis. Ook heb ik niets met andere ‘inheemse tradities’ zoals de klederdracht in Volendam, Zeeland en Staphorst. Ik kan nog geen seconde luisteren naar de vele Volendamse zangers, de Toppers en vele andere Nederlandstalige zangers.

Gaat u mij nu ook vragen waar mijn loyaliteit ligt? Als je al een maatstaf hebt waaraan je loyaliteit aan het land waarvan je staatsburger bent kunt afmeten, maar daar schreef ik al eerder over.

Het vrije woord en reclame

Geenstijl en Dumpert doen ‘huilie huilie’ om hun eigen vocabulaire te gebruiken. Zoals jullie wellicht al hebben gelezen, staat er in de Volkskrant en het NRC een oproep aan bedrijven om nog eens na te denken over het uitzenden van reclameboodschappen via deze twee websites. De ondertekenaars van deze oproep, een honderdtal vrouwen, ergert zich aan het seksisme op deze sites: “U betaalt mee aan een site waar vrouwenvernedering en racisme de norm is, niet de uitzondering.” 

Die oproep is tegen het zere been van GeenStijl. Als je het niet wilt lezen, blijf dan weg van onze site, zo reageert de site en met de site ook anderen zoals Paroolcolumnist Theodoor Holman. Een wat vreemd argument, je hoeft de Privé niet te lezen om er toch in te staan en zo hoef je de sites niet te bezoeken om er toch afgebrand te worden. Als de Privé alleen over haar eigen lezers mocht schrijven, dan was het een saai blad en als GeenStijl alleen de bezoekers, je ‘vrienden’, mag  afzeiken, dan zou niemand de site bezoeken.

Nog vreemder, de oproep is, volgens GeenStijl: een regelrechte aanval op onze vrijheid,” door: “clubje bezemvliegers met lange tenen.” Hoezo een aanval op uw vrijheid? Wordt u door die oproep belemmerd om uw vuil te spuiten? Uw reactie laat het tegendeel zien. Dat er adverteerders afhaken ook dat belemmert uw vrijheid niet. Zonder deze adverteerders, zelfs zonder alle adverteerders, heeft u nog steeds de mogelijkheid om uw ‘mening’ te geven. Als je een vraag om ‘iemand te doen’ al het hebben van een mening kunt noemen. De Ballonnendoorprikker draait ook zonder reclame en zelfs zonder abonnementsgelden.

Ja, het verlies van de advertentie-inkomsten zal ertoe kunnen leiden dat u, de medewerkers van GeenStijl, brodeloos wordt, maar dan nog wordt u niet gehinderd in het geven van uw vaak abjecte meningen. Ja, jullie zullen op een andere manier inkomen moeten verwerven, iets wat wel meer mensen overkomt.

Voor een site die mensen de stevig en vaak onder de gordel, de maat neemt, laat u zich nu wel erg kennen door uw reactie op die ‘bezemvliegers met lange tenen’. Over ‘lange tenen’ gesproken. Of in termen die u beter begrijpt, bent u wel erg snel ‘op uw pik getrapt’, voelt u zich ‘in uw kruis getast’ of op z’n Vlaams ‘in uw gat gebeten’.

 

Verdeel en verlies

Als het over twerken of blubbling gaat, dan sla ik een artikel over. Dat zegt vast iets over mij. Soms mis je dan een interessant artikel. Zo stuitte ik dit weekend bij de Correspondent op een artikel met de titel Waarom je Kendrick Lamar serieus moet nemen en niet zomaar kunt twerken op Byoncé, geschreven door Anoucha Nzume. Aanleiding voor dit artikel was het verschijnen van Nzume’s boek Hallo witte mensen. Nzume schreef over culturele toe-eigening, een begrip waarover ik al eerder schreef.

Een interessant artikel omdat het in vier stappen uitlegt hoe culturele toe-eigening werkt:

  • Eerst vat hebben op privilege. Als je niet snapt dat er machtsverhoudingen zijn in onze maatschappij, dan zal je culturele toe-eigening nooit begrijpen. Zonder machtsverhoudingen zou er namelijk ook geen sprake zijn van culturele toe-eigening, maar van culturele uitwisseling. 
  • Vervolgens moeten de machtsverhoudingen gespecificeerd worden: je moet begrijpen dat er in een land als Nederland heel veel niet-westerse culturen gemarginaliseerd zijn. Als je op een mondiaal niveau kijkt, zie je hetzelfde.
  • Dan kun je zien dat witte Nederlanders culturele gebruiken, symbolen, eten, et cetera, klakkeloos overnemen, badend in hun machtspositie en enorme verlangen naar de exotische supermarkt van cultuur. Voordat het culturele aspect zich door witte mensen was toegeëigend, werd het vaak als een beetje infantiel, ridicuul, extreem, te etnisch, of inferieur beschouwd. Maar als witte mensen gebruik gaan maken van zo’n aspect, is het opeens oké, cool, gezellig of spannend.
  • Vervolgens wordt er status, eer of geld mee verdiend door die witte mensen.”

Een interessante theorie die niet onweersproken kan blijven omdat het een grote ballon lijkt met gebakken lucht. Met iedere stap wordt er meer van die lucht in geblazen.

Bron: WikimediaCOmmons

De eerste stap, de machtsverhoudingen, ik weet dat die er zijn. Die zijn er in iedere samenleving en tussen alle mensen. Als ik het goed begrijp is er alleen sprake van culturele uitwisseling als er geen machtsverhouding is. Als je het zo stelt, kan er dan ooit sprake zijn van culturele uitwisseling? Want is er niet altijd sprake van machtsverhoudingen tussen mensen?

Dan de tweede stap, de gemarginaliseerde niet-westerse culturen tegenover, ja tegenover wat eigenlijk? De dominante westerse cultuur? Of de dominante Nederlandse cultuur? “De Friese, of Groningse cultuur is anders dan de Brabantse of de Limburgse,” las ik zo’n anderhalf jaar geleden in het commentaar van een Limburgse krant. Commentaar dat me verleidde tot een reactie. Waaruit bestaat die ‘dominante cultuur’? Zijn er niet ook gemarginaliseerde ‘westerse culturen’? Nzume schets een beeld van een grote homogene westerse of Nederlandse cultuur en zo’n homogeen blok is er nu niet, is nooit geweest en zal er ook nooit zijn.

De derde stap, het overnemen van, gebruiken, symbolen, eten etcetera. Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die zich om een voorbeeld van Nzume aan te halen, tooien met Samoaanse tatoeages zonder te weten waar Samoa ligt? Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die ‘zomaar twerken op Byoncé. Daarmee zijn we er nog niet. Deze stap is de kern van de theorie van culturele toe-eigening en er zijn veel vragen bij te stellen.

Om te beginnen zijn het alleen ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen? Rijden alleen witte mensen auto? Zijn er geen ‘gekleurde mensen’ die gebruik maken van de trein van elektriciteit? Die weleens naar een verre bestemming vliegen? Zijn het alleen ‘witte mensen die gebruikmaken van de vrijheid van meningsuiting en de democratische rechten? Allemaal resultaten van de ‘witte westerse cultuur’. Ook deze culturele uitingen worden gebruikt binnen machtsverhoudingen en niet alleen machtsverhoudingen tussen ‘witte’ en ‘niet witte’ mensen, ook machtsverhoudingen tussen ‘witte mensen’ die deel uitmaken van ‘gemarginaliseerde westerse culturen’.

Neem de titel van Nzume’s artikel. Ik geloof best dat ik Kendrick Lamar serieus moet nemen, ik neem iedereen serieus totdat de persoon er blijk van heeft gegeven dat dit niet nodig is. Lamar is, net als Nzume, ‘niet wit’, alleen komt Lamar uit Compton, een heel andere ‘cultuur’ dan Nzume’s. Dan Byoncé Knowles, waar we niet zomaar op mogen twerken, afkomstig uit Texas, weer een heel andere cultuur dan die van Lamar en Nzume. Maakt de overeenkomstige huidskleur van Nzume, Lamar en Knowles dat ze een zelfde ‘culturele achtergrond’ hebben?  Maakt de uitvinding van de verbrandingsmotor door de Duitser Benz, dit tot een ‘witte’ uitvinding, een ‘Europese’ een ‘Duitse’ of was het een uitvinding van het individu Benz? Is Twerken ‘zwart’ of is het van … (geen idee wie het heeft uitgevonden). Vindt een cultuur uit of een individu? Wie eigent zich iets toe en dan niet van cultuur, maar van iemands prestaties?

Hangt het dagelijkse leven niet aan elkaar van het gebruik van ‘uitvindingen’ van anderen. Ontwikkelt de mens zich niet juist omdat hij of zij gebruik maakt van wat anderen die hen voorgingen hebben verzonnen en ontwikkelt hij of zij dit zo verder? Zo heeft Benz voortgebouwd op hen die aan hem vooraf gingen. Wil Nzume dit stopzetten? Of moeten we ons bij alles waar we over praten, wat we doen en gebruiken realiseren van wie het afkomstig is en vooral tot welke ‘cultuur’ de persoon behoorde? Dan kunnen we het autorijden wel vergeten. Niet omdat we Benz niet meer kennen, maar omdat de naam en de cultuur van de uitvinder van het wiel geheel onbekend is, net als de eerste ijzersmelter.

Of zijn het alleen mensen van eenzelfde kleur als de ‘uitvinder’ die er iets mee mogen doen? Als dat zo is, hoe bepaal je dan iemands kleur? Wat is dan de kleur van iemand met een blanke en een zwarte ouder? Is die blank of zwart? En als we dan enkele generaties verder zijn en er zijn verder alleen nog maar witte partners in het spel, welke kleur heeft de verre nazaat met éénvierenzestigste zwart in zich? Lijkt dit niet ook een doodlopende weg?

Is het werkelijk zo dat iets pas cool en hip wordt als ‘witten’ er iets mee doen? Nzume noemt het voorbeeld: “Döner bij Donnies. Twee witte Nederlanders die döner zo hebben ‘verwit’ dat ook Het Parool vindt dat döner nu eindelijk noemenswaardig is. Of, zoals het in de recensie werd beschreven, eindelijk meer is dan ‘ordinair katervoedsel.’ De recensie opent met een quote van de witte eigenaar van het restaurant: ‘We komen een beetje uit het verdomhoekje.” Döner is nu pas salonfähig? Wat een onzin, zonder al die ‘witte Nederlanders’ waren er nooit zoveel dönerzaken in Nederland. Ja, nu zijn er twee ‘hipsters’ met goede journalistieke contacten en gevoel voor marketing die er wat geitenkaas, kikkererwten en pompoenpitten en vooral veel gebakken lucht aan toevoegen en zich op een ‘andere markt’ richten. Döner wordt er niet anders door en blijf van eenzelfde categorie als de gyros en de shoarma die eraan vooraf gingen. Trouwens, een flinke stap boven de ‘witte’ hamburger van de bekende keten.

Daarmee zijn we bij de laatste stap van Nzume aanbeland: wie verdient ergens geld mee. Volgens Nzume zijn dat ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen. Ja, Miley Cyrus vond twerken niet uit, deed het twintig jaar na dato en het werd hip. Kun je dat haar verwijten? Werd twerken bekend door Cyrus of Cyrus door twerken? Was het wel oké geweest als Byoncé ervoor had gezorgd dat twerken bekend werd? Byoncé zat en zit in eenzelfde machtspositie als Miley Cyrus. Zou dat voor Nzume verschil uitmaken? Zou dat voor de uitvinder verschil uitmaken? Ja, het komt helaas heel vaak voor dat de werkelijke uitvinder niet de credits krijgt, die krijgen uitvinders zelden. Net zoals ze de grootste verdiensten aan hun neus voorbij zien gaan. Dat is niet iets waar alleen ‘gekleurde’ mensen tegenaan lopen. Dat gebeurt ‘witte mensen’ net zo veel en vaak. Want ook het overgrote deel van de ‘witte mensen’ ontbeert de vaardigheid, de mogelijkheid en de middelen om iets tot een succes te maken. Geld is immers het enige in de wereld dat zich niet aan de zwaartekracht houdt, het valt niet naar de ‘have not’s’ beneden, maar naar de ‘have’s’ boven. Of zoals mijn moeder altijd zei: ‘den duvel schiet altied op de groeëtste haup’. 

Daarmee kom ik op het belangrijkste punt. Een punt waar Nzume en de Ballonnendoorprikker elkaar vinden zoals ik al concludeerde naar aanleiding van een interview met Nzume in de Volkskrant. De machts- en middelenverdeling in Nederland en de wereld. Die is behoorlijk scheef en is extra in het nadeel van mensen met een kleurtje omdat er weinig ‘kleur’ te bekennen is in de ‘powers that be’. Het kost tijd en dan moeten we niet in jaren maar in generaties denken, om tot dat ‘machtscentrum’ door te dringen.

Een proces dat kan worden versneld, door dat ‘machtscentrum’ onder druk te zetten en daarvoor hebben we elkaar nodig. Die strijd wil ik graag samen met Nzume aangaan, maar dan hindert een slordige ‘culturele toe-eigeningstheorie, of die van de ‘witte onschuld’ waarover ik al eerder schreef in een brief aan Sunny Bergman. Deze theorieën hinderen omdat ze niet onweersproken mogen blijven. Dat weerspreken kost energie en tijd die anders kon worden ingezet. Belangrijker is echter dat er zo verdeeldheid ontstaat en als het ‘machtscentrum’ ergens van profiteert, dan is het wel verdeeldheid. Of om een bekend Nederlands gezegde (verdeel en heers) wat te verhaspelen: ‘verdeel en verlies’.

Mogen of moeten?

Vaste Joop-columnist Han van der Horst behandelt in een van zijn columns het begrip politieke correctheid. Dit doet hij in de vorm van een soort recensie van een aflevering van Opiniemakers van WNL waarin Wierd Duk verdedigt dat er sprake is van politieke correctheid. Van der Horst is het daar niet mee eens en sluit af met: “Hoe dan ook, politieke correctheid is net zo’n hersenschim als Allah zelf.”

Hans TeeuwenFoto: Nu

Het gaat mij er niet om wie van de twee er nu ‘gelijk’ heeft. Het gaat mij om de reactie van ene harry (27 april at 08:06). Hij, ik neem aan dat harry een hij is, schrijft: “Er bestaat zelfcensuur, dat geven artiesten en cartoonisten zelf toe. Dat dit een schande is, in een vrije samenleving mag Wierd Duk toch laten zien?” Hij reageert op de volgende passage van Van der Horst: “Koning kijkt liever niet voor aanvang de zaal in omdat hij bang is te harde grappen over Erdogan te maken als er bijvoorbeeld vijf Turken in het publiek zijn. Ook Hans Teeuwen wees op de gevaren die de maker van harde grappen over de islam bedreigen. Dat komt omdat de moslims dit soort humor niet accepteerden, terwijl de christenen – door Freek de Jonge zo heftig aangepakt – hierover geëmancipeerd glimlachen. Als je een grap over Allah maakte, zo wilde hij maar zeggen, ben je tegenwoordig je leven niet meer zeker en daarom doen cabaretiers aan zelfcensuur, doet iedereen aan zelfcensuur.”

Zelfcensuur mag niet, iedereen moet kunnen zeggen wat hij wil. Zo betoogt harry. Inderdaad moet iedereen kunnen zeggen wat hij wil en, beste harry, volgens mij mag ook iedereen zeggen wat hij wil. Maar, beste harry, is er niet een verschil tussen mogen en moeten? Dat je alles mag zeggen, betekent dat ook meteen dat je alles maar moet zeggen? Als ik iemand een verschrikkelijke idioot vind, maar die persoon is wel een directe collega, zou het dan helpen als ik hem een idioot noem omdat het mag? En al is die persoon geen collega moet ik hem dan een idioot noemen, omdat het kan.” 

Beste harry, is het werkelijk een schande als ik rekening houd met de ander en mijn boodschap daarop aanpas, als ik zelfcensuur toepas? Zou dat voor een cabaretier anders zijn? Zegt een cabaretier trouwens altijd wat hij denkt en omgekeerd zou hij ook werkelijk ‘denken’ (beter is vinden) wat hij zegt? Zou Hans Teeuwen werkelijk menen wat hij over de toenmalige koningin Beatrix zei? Of zou het kunnen dat hij rekening houdt met het effect dat zijn boodschap heeft? Is dat niet juist de kern van het cabaretier zijn?

Beste burgemeester Koelewijn

Ik begrijp uit een artikel in de Volkskrant dat u heel begaan en betrokken bent met het meisje in uw gemeente Kampen, dat meerdere keren bruut is verkracht door een man uit Eritrea. Een man die ten tijde van het misdrijf in het asielzoekerscentrum (AZC) in Dronten verbleef. Die betrokkenheid siert u, er kan niet genoeg aandacht zijn voor slachtoffers van dergelijke vreselijke misdrijven. De dader verdient een zware straf al zal die straf het leed dat het meisje is aangedaan, nooit weg kunnen nemen.

kampenFoto: Kampen Online

Wat ik niet begrijp is uw reactie op hetgeen het meisje zich afvroeg. Ik citeer u: “Het meisje vroeg zich af hoe het toch kan dat mensen die uit oorlogsgebieden komen, en mogelijk oorlogstrauma’s hebben, ’s nachts vrij kunnen rondlopen’,… .Terwijl de situatie ook zo is dat ze dikwijls in de horeca worden geweerd. Dus je nodigt daarmee uit dat die mensen op straat gaan hangen ’s nachts, zonder toezicht. Dat heeft mij aan het denken gezet.” Resultaat van dat denken is een avondklok voor asielzoekers. Die kan volgens u uitkomst bieden omdat de omgeving veiliger wordt, “Maar het is ook een stuk bescherming naar de mensen zelf’.” Met die mensen bedoelt u de bewoners van het AZC.

In het krantenartikel krijgt u, naar mijn mening, terecht veel kritiek, op de vrijheidsberoving die u aan de asielzoekers wilt opleggen. Een vrijheidsberoving van onschuldige mensen omdat iemand uit hun ‘dorp’ een misdrijf heeft gepleegd. Over het straffen van een groep voor een daad van een eenling, wil ik het verder niet meer hebben. Dat wordt in het artikel al genoegd benadrukt en heeft bij diverse media voldoende aandacht gekregen.

Ik wil het met u hebben over over een tussenzin in het citaat hierboven. De zin: “Terwijl de situatie ook zo is dat ze dikwijls in de horeca worden geweerd.” een zin die er zomaar tussendoor glipt. Maar zegt u daar dat u het goed vindt dat de horeca in uw stad een ‘deurenbeleid’ voert dat groepen mensen, in dit geval asielzoekers, weert? Vindt u het werkelijk goed dat horeca-ondernemers in uw stad discrimineren?

Ik hoop toch, al doet de berichtgeving en de manier waarop u deze zin brengt het ergste vrezen, dat u dit niet normaal vindt. Ik hoop dat u eens een goed gesprek met deze ondernemers gaat voeren. Dat u optreedt tegen deze vorm van discriminatie. Mag ik erop rekenen dat u dit gesprek gaat voeren? Dat u deze Kampense horeca-ondernemers stevig gaat toespreken? Mag ik erop rekenen dat u deze horeca-ondernemers eens flink de mantel uitveegt en mocht dat niet voldoende zijn, dat u passende maatregelen neemt tegen de onwilligen?

Met vriendelijke groet,

De Ballonnendoorprikker

Beste Anousha Nzume

Ik las het interview met u in de Volkskrant. Een bijzonder interview omdat u een gedeeld verleden heeft met de interviewer, Sander Donkers en die zijn eigen ervaringen erin verweeft. Aanleiding voor het interview is het uitkomen van uw boek Hallo witte mensen. U voert actie omdat het u: “om machtsverhoudingen (gaat), hier bij ons én internationaal. Waar wordt het geld verdiend, door wie?” Een onderwerp dat mij ook bezighoudt en waarover ik geregeld schrijf op mijn site www.ballonnendoorprikker.nl. We zouden elkaar wellicht kunnen vinden in de strijd voor een rechtvaardigere wereld.

Anoucha Nzume

Illustratie: Nieuwwij

Alleen moet mij iets van het hart. U lijkt uw strijd om de machtsverhoudingen te veranderen, nogal sektarisch te willen voeren. Door de manier waarop, en de ‘makkers’ waarmee u de strijd tegen de macht voert. Hoe kom ik tot deze conclusie?

In het interview komt de Diversiteitsmars van Nasrdin Dchar ter sprake. “Als je zo’n onrechtvaardig systeem even denkt te kunnen wegknuffelen door met een ballon te gaan lopen, buig je in feite mee met het establishment,” zo zegt u. De boodschap van die mars was voor u niet sterk genoeg omdat het niets doet aan het lagere schooladvies dat uw zoon krijgt. Beste mevrouw Nzume, door uw boek te schrijven en Dchar in de hoek te zetten als een ‘softe ballonnenknuffelaar’, verandert dat schooladvies ook niet. Laat staan dat de machtsverhoudingen verschuiven in de door u en mij gewenste richting. Wat u daarmee wel doet, is medestanders van u afstoten.

U zegt uw boek te hebben geschreven als: “een soort handboekje waarin ik de theorieën en terminologie van wetenschappers als Gloria Wekker, Kimberlé Crenshaw en Philomena Essed in Jip en Janneke-taal heb vertaald, en dan vermengd met persoonlijke ervaringen.” Nu moet mij van het hart dat vele actievoerders die zich op het denken van Wekker baseren, mensen zoals Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Sunny Bergman, Reza Kartosen-Wong en anderen, mij, een blanke man van middelbare leeftijd, het gevoel geven dat ik aan de verkeerde kant van de streep sta. Mij het gevoel geven dat ik de oorzaak van alle ellende ben en dat ik dat eerst moet erkennen en me er vervolgens voor moet verontschuldigen. Mij het gevoel geven dat ik die twijfelachtige theorieën van Wekker als ‘de waarheid’ moet aanvaarden. Ook hierdoor worden medestanders afgestoten.

Beste mevrouw Nzume, de strijd tegen de gevestigde macht kan alleen met succes worden gevoerd als krachten worden gebundeld. Als de strijders tegen de macht elkaar versterker, als zij zoeken naar overeenstemming in plaats van de nadruk te leggen op verschillen. Zou het kunnen dat u door een dergelijk starre houding  ‘meebuigt met het establishment’?

Bijzondere gehaktballen

Bij ThePostOnline maakt Sietske Bergsma gehakt van Tamar de Waal. Bergsma reageert op een interview met De Waal in de NRC met als kop: Turkse Nederlanders hebben geen integratieprobleem, zegt deze promovenda. Zo’n kop is natuurlijk een trigger voor discussie, alleen dekt de kop niet de lading van het interview. Het is geen uitspraak van De Waal in het interview. Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de manier waarop Bergsma haar gehakt en de bal die zij ervan draait, bereidt.

gehakt

foto: Gehaktballen.nl

Zo begint Bergsma met een indirecte aanval op de universiteiten die De Waal bezocht: “De Waal is politiek filosoof en jurist en heeft aan haar website te zien een religieuze bedevaart gemaakt langs dié universiteiten in de Verenigde Staten, Canada en Engeland die nogal ’heavily to the left’ zitten wat liberale ideologie betreft.” Ze lardeert dit met een voorbeeld van een onderzoek dat een onderzoeker van die universiteiten deed naar: “hersenen van ‘right wingers’ waaruit bleek dat die primitief waren, terwijl die van de ‘left-wingers’ (verrassing!) ‘besluitvaardig en anticiperend’ waren.” Hoe sterk is zo’n indirecte aanval? Volgens Bergsma is dit nodig: “Zonder is er geen andere logische verklaring aan te dragen voor de bezopen, onwetenschappelijke kletspraat…” Zeker omdat begrippen als ‘heavily to the left’ waardeoordelen zijn. Wat zegt dit over De Waal? Zo bezocht Geert Wilders dezelfde middelbare school als de Ballonnendoorprikker, een middelbare school die ook nog eens door ‘ouderengoeroe’ Henk Krol en  CDA politicus Ger Koopmans werd bezocht. Leuk, maar wat zegt dit over deze mensen? Bereidt Bergsma haar gehakt zo niet in een vuile kom?

Over naar de directe aanval op De Waal. Op de vraag of De Waal het gezwaai met Turkse vlaggen als een probleem ziet, antwoordt ze: “Als er Turkse Nederlanders zijn die niet de democratische rechtsstaat onderschrijven dan zie ik dat als probleem. Maar als een partij die in de Tweede Kamer zit bepaalde grondrechten wil afschaffen voor moslims, dan vind ik dat ook een probleem.” De Waal noemt de PVV een dergelijke partij. Bergsma antwoordt: “Niemand wil grondrechten afschaffen, Tamar. Grondrechten staan altijd op gespannen voet met elkaar, zoals religie en vrije meningsuiting.” Beste mevrouw Bergsma, hoe zit het dan met het eerste punt van het verkiezingsprogramma van de PVV, de de-islamisering van Nederland door het preventief opsluiten van radicale moslims, het sluiten van alle islamitische scholen en moskeeën? Gebruikt Bergsma niet ietwat bedorven vlees?

Volgens De Waal wordt het probleem van de Turkse Nederlanders: “niet gezien als óns maatschappelijke probleem, maar als hún integratieprobleem. Als bewijs dat ze hier niet horen. … Daarmee verlies je de ‘inclusieve’ houding van gelijkheid voor iedereen die een democratisch land altijd zou moeten hebben ten opzichte van álle burgers.” Bergsma antwoordt: “Ik dacht al waar blijft hij, het orgelspel van ‘de inclusieve houding’… Gelijkheid voor iedereen in een democratische rechtsstaat heeft in ieder geval niets te maken met dat als ik mijn reet niet wil afvegen, en dat anderen het vinden stinken, dat het dan toch ook het probleem van een ander is, als bewijs dat ik er ook bij hoor. Of zoiets.” Uw stinkende reet kan voor overlast bij anderen zorgen beste mevrouw Bergsma, dat terzijde. Wat De Waal beweert is dat er wordt geklaagd over de ‘stinkende reet’ van de ander terwijl de eigen ‘stinkende reet’ niet wordt geroken. Is het ei wat ze voor haar gehaktballen gebruikt niet rot?

“Dat is een gevoel dat Nederlanders met een migratieachtergrond kunnen hebben. Maar ze krijgen juridisch ook steeds meer een punt. Gelijkwaardig burgerschap en gelijke bescherming gelden steeds minder voor mensen met een migratieachtergrond. Dat is geen probleem van links of rechts, het is een probleem van de kwaliteit van onze rechtsorde.” Dit antwoord geeft De Waal op de vraag waarom Nederlanders met een migranten achtergrond zich tweederangsburger voelen. Hiermee ontkent De Waal alles waar migranten recht op hebben: “huisvesting, uitkering, taalles, scholing, (aangepaste) woningen, gebedsruimtes, verenigingen, gezondheidszorg, gratis rechtsbijstand etcetera.” Beste mevrouw Bergsma, is er niet een verschil tussen Nederlanders met een migranten achtergrond en migranten? Zijn de eerste, waar De Waal over spreekt, niet gewoon Nederlander en hebben ze niet ook dezelfde rechten en plichten als iedere andere Nederlander? Voegt u zo niet zaagsel aan uw gehakt toe in plaats broodkruim?

Vervolgens komen de Syrië-gangers aan de beurt. De Waal kaart de ongelijke behandeling aan van mensen met twee paspoorten. “Dus als mensen willen vechten in een oorlog die er op uit is het Westen te vernietigen, … Dan is een dubbel paspoort afpakken discriminatie?” zo betoogt Bergsma op De Waals uitspraak dat het afnemen van het Nederlanderschap zonder tussenkomst van de rechter alleen mensen met een dubbel paspoort treft en dus zorgt voor rechtsongelijkheid. Bergsma vraagt zich af: “Welke andere ideeën heeft Tamar om iets te doen tegen de onmacht over uitreisende jihadisten? Subsidiariteitsbeginsel, Tamar, propedeuse rechten, tweede trimester strafrecht” Wellicht gewoon vervolgens via het strafrecht? Maar nu geef ik antwoord op de vraag. Beste mevrouw Bergsma, verandert het doen van ridicule suggesties en aan De Waal te vragen of dat wellicht alternatieven zijn, iets aan het feit dat zij constateert? Het feit dat er sprake is van rechtsongelijkheid? Heeft Bergsma haar handen wel gewassen voordat zij het gehakt ging kneden?

Dan het gevoel tweederangs burger te zijn. De Waal: “De symboliek erachter is: migranten moeten zich aanpassen aan ons en zich ideaal gedragen. Doe je dat niet, dan ga je maar terug. Of we sturen je terug. Integreer of ga! Dat geldt ook voor mensen die hier geboren en getogen zijn met een migrantenachtergrond. Dat veroorzaakt het tweederangsburgergevoel.” Bergsma antwoordt: “Arme migranten! Alsof je aan de democratische beginselen houden, hetzelfde is als ‘ideaal gedrag’. En nog altijd heb ik niet gehoord van Tamar wat die migranten dan allemaal wel niet moeten wat zo vreselijk is dat ze zich tweederangsburgers voelen. Althans, meer nog dan in de landen van herkomst waar ze (als vrouw, homo, Christen of vrije denker) derde- of vierderangsburgers zouden zijn.”  Ook hier verwisselt Bergmsa Migranten met Nederlanders met een migranten achtergrond. De laatsten zijn in Nederland geboren en hebben geen ander land van herkomst dan Nederland. Ze hebben wel te maken met mensen die hen terug willen sturen naar een land waar ze niet vandaan komen. Een tweede rot ei?

Dan de universele mensenrechten. De Waal beweert dat minister Schippers in haar HJ Schoo-lezing eigenlijk zei: “universele waarden zijn cultureel Nederlands. En wij Nederlanders – en dan bedoelt ze de mensen zonder vluchtelingen- of migrantenachtergrond – kunnen met die waarden omgaan. Mensen met een andere achtergrond kunnen dat niet of minder.” Volgens De Waal: “Het idee van die universele waarden en mensenrechten is nou juist dat iedereen vanuit zijn eigen achtergrond zich eraan kan verbinden.” Bergsma antwoordt: “Nee, het idee van universele waarden (voor de rechten van de mens) oftewel mensenrechten is dat ze nou juist niet ter interpretatie staan, want why bother als alles cultureel bepaald is en vloeibaar?” Is ‘verbinden met’ hetzelfde als ‘ter interpretatie stellen’, want dat is wat Bergsma beweert? En als iemand zich verbindt met mensenrechten, worden dan die mensenrechten ter interpretatie gesteld? Of zou het ook omgekeerd kunnen zijn, dat door dat verbinden met de mensenrechten juist de ‘eigen achtergrond’ zoals De Waal en de ‘cultuur’ zoals Bergsma het noemt, ter interpretatie wordt gesteld? Neemt in Bergsma’s gehaktbal het zout het gehakt op?

Voor De Waal is dit verwarren van mensenrechten met Nederlandse waarden (wat die ook mogen zijn) de kern van het probleem omdat: “witte Nederlanders (zo) altijd al supergeïntegreerd (zijn). Wij snappen de universele waarden zó goed, dat we ons er altijd aan houden. We hoeven het dus alleen maar over ‘buitenstaanders’ te hebben die er eventueel een potje van maken, niet over onszelf…”  Bergsma reageert hierop: ‘Witte Nederlanders die niet geïntegreerd zouden zijn’, is een gekunsteld verzinsel om de mumbo jumbo puzzelstukken in elkaar te krijgen, en het wordt niet beter door er heel zweverig over te praten.” Is de mumbo jumbo er niet juist een gevolg van dat integratie. Integratie betekent immers: “het maken van of opnemen in een groter geheel.” In dat geheel zitten ook die ‘witte Nederlanders’ en dat betekent dat niet ook zij iets moeten? Iets wat Bergsma lijkt te ontkennen. Wil zij uiengehakt maken zonder het vlees met de uien te vermengen?

En daarmee komen we bij het laatste ingrediënt van Bergsma’s gehaktbal. De Waal: “Of dat nou Erdogan-aanhangers zijn die hier met vlaggen zwaaien, of roomblanke Nederlanders die discriminerende leuzen roepen in een voetbalstadion. Het is in beide gevallen een probleem, het zijn Nederlanders met verkeerde opvattingen. Het is niet in het ene geval een integratieprobleem en in het andere geval cultureel conservatisme.” Bergsma antwoordt: “Het is onzin om allemaal ‘probleem-eigenaar’ te zijn van elkaars problemen, alleen maar omdat we allemaal op magische wijze via universele waarden verbonden zouden zijn.” Is het niet juist een kenmerk van integratie dat we daar juist wel allemaal eigenaar zijn van elkaars problemen? We proberen immers een groter geheel te maken.

Beste mevrouw Bergsma, u concludeert verzuchtend: “Kunnen we het woord integratie gewoon afschaffen alsjeblieft, want het betekent tegenwoordig van alles.” Ja, mevrouw Bergsma, het zou wel eens een heel goed idee kunnen zijn om ‘integratie’ af te schaffen. In een van mijn eerste ‘prikkers’ schreef ik: “Probleem is echter dat die ‘inburgering’ nooit leidt tot daar waar hij voor bedoeld is, namelijk tot ‘integratie’ van de migrant. Ook als aan alle eisen is voldaan, blijven we de migrant, migrant noemen. Zelfs hier geboren kinderen en kleinkinderen. We onderscheiden immers tweede- en derdegraads Turken, Antilianen, Marokkanen enzovoort. Die horen nog steeds niet bij de samenleving. Zo blijft de migrant een aparte categorie die iets moet doen om erbij te horen.” Dat grotere geheel dat we willen maken ontstaat zo niet. Organiseren we zo niet ‘apartheid’ zoals ik het in die prikker noemde? ‘Apartheid’ omdat we verschillen zoeken en dus vinden. Of sterker nog, organiseren we zo niet juist het verafschuwde ‘multiculturalisme’? Zouden we we niet beter de verschillen kunnen accepteren en zoeken naar overeenkomsten? Wellicht vinden we die dan.

Beste mevrouw Bergsma, misschien moet u eens met mevrouw De Waal in gesprek en zoeken naar overeenkomsten? Dat levert waarschijnlijk lekkerdere gehaktballen op dan die u nu presenteert.

Loyaliteit

In Turkije is een referendum gehouden, dat zal jullie niet zijn ontgaan. Ook in Nederland konden stemgerechtigden laten weten of ze het eens waren met de voorstellen of niet. De uitkomst van dat referendum heeft niet alleen gevolgen voor Turkije, maar ook voor Nederland, zo viel te horen op Radio1 bij het programma Nieuws en Co. Een van die gevolgen is dat de ‘loyaliteitsvraag’ weer wordt gesteld. Die luidde ongeveer als volgt: ’Hoe loyaal ben je aan Nederland als je JA stemt en dus voor de ‘afbraak van de ‘democratie’ in Turkije?’

dubbele loyaliteit

Illustratie: Trouw

Het gaat mij even niet om het al dan niet democratische karakter van Turkije na het referendum. Dat laat ik graag aan anderen over, of aan mezelf, maar nu even niet. Het gaat mij om ‘loyaal zijn aan’ Nederland of welk ander land. Aan de ‘loyaliteit’ van mensen met twee paspoorten wordt immers ook getwijfeld. Hoe doe je dat, loyaal zijn aan een land in het algemeen en Nederland in het bijzonder?

Sta je dan te juichen als het Nederlands elftal wint of als Epke de rekstok vijf keer achterelkaar loslaat, weer vastgrijpt en olympisch goud wint of Max Verstappen de Grote Prijs van Spanje wint? Als dat zo is, dan kan aan de ‘loyaliteit’ van veel mensen worden getwijfeld.

Ben je loyaal aan een land als  je de maatregelen van de regering toejuicht en verdedigt? Erdogan, maar ook Trump lijken dit loyaal te vinden. Als dit loyaliteit is, dan mag aan de loyaliteit van velen worden getwijfeld, om te beginnen aan de loyaliteit van de Ballonnendoorprikker. In diverse schrijfsel heb ik immers kritische vragen gesteld bij regeringsmaatregelen.

Ben je loyaal aan een land als je trouw belasting betaalt en de wetten respecteert? Waarom zouden we dan juichen met de successen van Max Verstappen? Hij woont inmiddels in Monaco en dat is vast niet alleen vanwege de zee en het mooiere weer. Verstappen is niet de enige zoals de Panama-papers uitwijzen en de vele Nederlanders in Brasschaat laten zien.

Toch verwarrend dat ‘loyaal’ zijn aan ‘je land’, zelfs als je maar één paspoort en nationaliteit bezit.

All Lives Matter!

Gelukkig behoor ik niet tot de doelgroep van Patrisse Cullors, een van de oprichters van Black Lives Matter. “Het is volgens Cullors sowieso onverantwoordelijk om je als vrouw, etnische minderheid of LHBTQIA níet in te zetten in de strijd voor gelijkheid,” zo valt te lezen in een interview dat Vera Mulder van de Correspondent heeft met Cullors. Ik heb namelijk een hekel aan mensen die vinden dat ik iets moet en me onverantwoordelijkheid verwijten als ik dat niet doe.

Nu strijd ik al mijn hele leven voor de gelijkwaardigheid van alle mensen, dus eigenlijk zou ik me thuis moeten kunnen voelen bij mensen als Cullors. Juist die dwingende of verwijtende toon maakt echter dat ik me niet thuis voel bij haar en haar medestrijders. Ik ben een man, blank, boerenzoon, echtgenoot, vader, Venlonaer, VVV supporter (een leuke bezigheid dit seizoen), speel softbal, vier Vastelaovend, ben historicus, hetero, schrijf graag prikkelende stukjes en zo zijn er nog veel meer zaken die bij mij horen, die mij vormen. Ik ben ze allemaal en ook nog eens allemaal tegelijk. In al die hoedanigheden kan ik me met mensen identificeren en me van hen onderscheiden, want dat is de spiegel van identificeren.

Cullors en met haar vele andere zoals Sunny Bergman en Gloria Wekker reduceren of simplificeren me tot alleen ‘blanke’, ‘man’ of ‘VVV supporter’. Zo maken zij een karikatuur van mij. Juist die veel-, of beter heelheid maakt mij tot de mens die ik ben en juist vanuit die heelheid kan ik strijden voor gelijkwaardigheid. Is het elkaar als ‘heel’ zien en elkaar als ‘heel’ behandelen niet een belangrijke voorwaarde om tot elkaar te komen en gelijkwaardigheid te bereiken? We behoren immers allemaal tot een minderheid. En ook nog wel de kleinst mogelijke minderheid van één persoon.

Vanuit die heelheid zie ik dat niet alleen ‘black’, maar ‘all lives matter’. Mulder mag dat een slechte tegenwerping vinden: “Natuurlijk, in een ideale wereld zou iedereen achter laatstgenoemde staan, maar puur de noodzaak van het oprichten van de beweging bewijst dat onze wereld zover nog niet is.” Zeg je door de nadruk te leggen op één kleur niet dat de andere kleuren er niet toe doen?

Die tegenwerping van Mulder berust trouwens op een vreemde redenering: omdat we onszelf hebben opgericht, kan de wereld niet zonder ons.

Pestprotocol

In een passage uit de column bij Jalta bespreekt Rik de Jong de rechtszaak die Sylvana Simons heeft aangespannen tegen mensen die haar op de sociale media bedreigden of beledigden. Volgens De Jong dient bedreiging gestraft te worden, “uitspraken die geen directe bedreiging of smaad en laster behelzen,” niet: “Ook platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen die iemand geen aantoonbare schade toebrengen, moeten in een publiek debat besproken kunnen worden.”

pesten

Illustratie: Moed

Een redelijk betoog van De Jong, we kennen immers de vrijheid van meningsuiting. In dat vrije debat moet je elkaar goed de maat kunnen nemen en dat is niet iets voor watjes. Maar toch…

Kinderen die worden gepest, een gruwel en bron van zorg voor ouders en opvoeders. Scholen zijn er alert op, hebben ‘pestbeleid’ en een pestprotocol. Terecht want er is niets zo vervelend voor een kind dan gepest worden. Niet alleen op school wordt gepest, ook bij de sportvereniging of op het werk worden mensen gepest. Google op pesten en je vindt vele sites en berichten (3.550.000 in 0,44 seconden op het moment dat ik googelde) over pesten.“Platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen,” brengen de kinderziel wel schade toe.

Zouden die “platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen” de volwassen ziel geen schade toebrengen, net als aan de kinderziel? Kun je dit ook zien als een vorm van pesten? Pesten op scholen en het werk krijgt terecht veel aandacht. Moeten we ‘pesten’ in het publieke debat dan wel zo normaal vinden?

Bespreken in het publieke debat klinkt mooi, maar heeft dat effect als de ene helft niet naar de ander luistert? Als de ene helft uitlatingen toejuicht die de andere helft verfoeit? Misschien toch een ‘pestprotocol’ voor het publieke debat opstellen?