Ik doe niet mee!

Identiteit, door de Van Dale omschreven als “eigen karakter.”  Identiteit, het staat tegenwoordig centraal in zo ongeveer elk politiek debat, want dan wordt identiteit van het individuele naar het collectieve niveau getild, naar het niveau van de ‘Nederlandse identiteit’ bijvoorbeeld. De regeringspartijen besteedden er al aandacht aan in hun regeerakkoord en daar heb ik me al eerder over uitgelaten omdat het woord wordt gebruikt om mensen buiten te sluiten. Nu las ik iets bijzonders op de site Opiniez, de site die lastig omgaat met een weerwoord.

holle-bolle-gijs-339478_960_720

Foto: pixabay.com

Op deze site een artikel van Robert Bor. “De beroepsdrammers beitelen zeer succesvol aan het fundament van de Nederlandse identiteit. Telkens weten ze er een stuk af te houwen. Langzaamaan verdwijnen eeuwenoude tradities en wordt de geschiedenis net zo lang herschreven totdat zij past in het utopische streven.” Wat is dan die Nederlandse identiteit? volgens Bor wordt die gevormd door zwarte piet, monsieur Cannibale in de Efteling, cowboys en indianen, Jan Pieterszoon Coen en een film over Michiel de Ruyter. Nu valt er veel te zeggen over de criticasters van al deze zaken. Dat enkelen er bijzondere theorieën op na houden, dat er zijn die in fabeltjes geloven en dat er zijn die de geschiedenis plooien naar het heden.

Nu ben ik Nederlander en vier ik sinterklaas, heb ooit wel eens de Efteling bezocht, cowboy en indiaantje gespeeld, geschiedenis gestudeerd en tijdens die studie kwamen De Ruyter en Coen voor. Dat de Nederlandse identiteit daarmee bestaat uit zwarte piet, en Monsieur Cannibale, de cowboys en indianen, Coen en De Ruyter tot de ‘fundamenten van de Nederlandse identiteit’ behoren, gaat dat niet wat ver?

Volgens Bor verdienen die beroepsdrammers: “een krachtig antwoord van trotse, Nederlandse burgers, verenigd in hun afkeer van de ondermijning van onze gekoesterde identiteit.” Beste meneer Bor, als Nederlander kan ik u zeggen: ik doe niet mee!

Voor mij wordt het fundament van de Nederlandse identiteit niet gevormd door voorgeschreven ‘belangrijke tradities’ of historische figuren’. Voor mij wordt die gevormd door de ruimte die onze rechtstaat biedt om jezelf te zijn en je eigen inspiratiebronnen te kiezen. Door de vrijheid om af te wijken van de ander. De vrijheid om je eigen ‘identiteit’ te bepalen en evenzoveel ruimte voor een ander om zijn ‘identiteit’ te bepalen.

Perspectief

“Historici en politici die bezweren dat men misdaden primair in de context van de tijd moeten plaatsen? Bewaar me. Het kwaad zit in mensen, niet in de tijd.” De afsluitende woorden van een artikel van Sytze Faber in Trouw. Historici die oproepen om het “héle verhaal” te vertellen “dat relativeert lekker.” Politici die selectief winkelen in het verleden: “Baudet en Wilders houden ons het Nederland uit de negentiende eeuw als voorbeeld voor. Ongenoemd blijft dat de helft van de bevolking toen in armoede en drek leefde.” Die Turkije oproepen: “dat het erkent dat het in 1915 genocide heeft gepleegd op Armeniërs,” en ondertussen de Jan Pieterszoon Coen blijven verdedigen Banda: “Rutte vond het helemaal niks, Buma verordonneerde zelfs: “Handen af van J.P. Coen!”” 

Huns_by_Rochegrosse

Illustratie: Wikipedia

Nu ben ik zo’n historicus die beweert dat je zaken in hun tijd moet beoordelen en niet met hedendaagse kennis, normen en opvattingen. Die het hele verhaal wil bekijken. Zo’n historicus die zaken in perspectief bekijkt waardoor er vaak zeer veel grijstonen blijken te zitten tussen zwart en wit. Dan is het uitmoorden van Banda door Coen nog steeds een afschuwelijke moordpartij, maar dan blijkt dat Coen niet de enige was die moordde voor gewin. Het uitmoorden van steden en gebieden die ‘dwars’ lagen kwam vaak voor. De Mongolen werden er bekend door. Plunder en roof vormden eeuwenlang het salaris van de soldaat. Hoe moeten we het bombardement van de Duitsers op Rotterdam zien en de geallieerde equivalenten op Duitse steden zoals de vernietiging van Dresden of de twee atoombommen? Wie herinnert zich nog de uitspraak: “It became necessary to destroy the town to save it?”  Sterker nog, het komt nu nog steeds voor. Neem de sancties tegen Noord-Korea of gebeurtenissen in Syrië en Jemen. Je zou dan ook met Faber kunnen concluderen dat het kwaad in mensen zit en niet in de tijd. Is die conclusie trouwens niet het toppunt van ‘lekker relativeren’?

Faber heeft een punt voor wat betreft de politici die het verleden gebruiken ter meerdere eer en glorie van hun doelen in het heden. Iets wat Faber trouwens ook doet als hij de ondergang van het Nederlandse koopvaardijschip Van Imhoff beschrijft. Dat schip werd in 1942 getroffen door een Japanse torpedo waarbij 400 Duitsers die in het ruim zaten opgesloten, de dood vonden. Het grootste deel van de bemanning wist wel te overleven. “Volkerenmoord. Nederlandse kabinetten stopten de zaak diep in de doofpot,” aldus met veel gevoel voor theater. Een afschuwelijk voorval, maar is volkerenmoord niet erg overdreven? Zouden de achtereenvolgende kabinetten bekend zijn met dit voorval en het bewust in een ‘doofpot’ hebben gestopt?

Hiddema, het parlement en de rechter

“Als wij dat debat willen, is het prettig dat je met een rechterlijk vonnis kunt komen. Want die rechter oordeelt niet langs politieke voorkeuren.” Dit zegt de tweede man van het Forum voor Democratie, Theo Hiddema, zo lees ik bij Elsevier. Dat debat zou dan moeten gaan over het al of niet racistisch zijn van uitspraken van leden van het Forum voor democratie. Over die uitspraken en het al of niet racistische karakter ervan wil ik het niet hebben.

Hiddema

Foto: Wikimedia Commons

Waarover wel? Over het alleen willen voeren van een debat over de gedane uitspraken als er een rechterlijke uitspraak ligt. Is dat niet een zeer bijzondere opvatting voor een lid van het parlement? Zijn het niet juist de leden van het parlement die voorop moeten gaan in het voeren van het debat? Kiezen wij de leden van het parlement niet juist om het maatschappelijk debat te voeren, om daarin voor te gaan en vervolgens op basis van dat debat te besluiten of en zo ja hoe er gehandeld moet gaan worden?

Hoeveel vertrouwen heeft het Forum voor Democratie in de democratie als zij pas een debat wil voeren na een rechterlijke uitspraak? Welk nut heeft een debat nog wanneer eerst de rechter om een uitspraak wordt gevraagd?

Wat fundamenteler. Als we de redenering van Hiddema doordenken, pleit hij dan niet gewoon voor een samenleving waarin rechters bepalen wat er moet gebeuren? En zijn redenering helemaal doorvoerend, pleit hij hier voor afschaffing van het parlement? Immers een debat voeren waarvan de uitkomst al vaststaat, de rechter heeft immers ‘zonder politieke voorkeuren’ besloten wat we moeten vinden, lijkt zinloos. Als hij het dan toch zo ziet, waarom stapt Hiddema niet gewoon uit het parlement en probeert het gehele partijprogramma van het Forum via de rechter gerealiseerd te krijgen?

Een laatste vraag aan Hiddema. Wat als de rechter anders oordeelt dan u hoopt? Als de rechter u ongelijk geeft en er geen sprake is van smaad of laster? Als de rechter Ollongren naspreekt en zegt: “De partij van Baudet lijkt geobsedeerd te zijn door één van de weinige taboes …, het praten over rassen in het politieke debat?”  Wat doet u dan? Beschuldigt u dan, in navolging van Wilders, de rechters van het hebben van ‘politieke voorkeuren? Van het behoren tot het ‘elite-kartel’ dat het volk eronder houdt?

Inburgeringsexamen

Het rijbewijs, dat was in mijn jeugdige jaren het bewijs dat je erbij hoorde. Bij de ‘onafhankelijke’ mensen van de wereld die zomaar ergens naar toe konden gaan als er maar een weg naar toe liep. Natuurlijk moest je dan wel een auto hebben, want met een rijbewijs alleen kun je niet rijden.

Rijbewijs_1928

Foto: Wikimedia Commons

Om zo’n bewijs te krijgen moet je het rijexamen met goed gevolg afleggen en dat bestaat uit een theorie- en een praktijkdeel. Bij het theoriedeel leer je de regels en in het praktijkdeel moet je die toepassen. Als ik me goed herinner heb ik een keer of drie, vier examen moeten afleggen alvorens ik het begeerde papiertje bezat. Vooral de eerste keer staat mij nog goed bij. Op een mooi tijdstip zo rond tien uur moest ik me melden. Ik was er helemaal klaar voor alleen het weer niet, zeer dichte mist en daarop werd mijn examen verplaatst naar een andere dag. Op die dag werd ik rond vijf uur verwacht, na een zware schooldag, werd dat geen succes. De tweede poging maakte ik een fout en ook de derde poging ging in twee keer omdat sneeuw met ijzel maakten dat ook die poging moest worden verplaatst. Maar uiteindelijk kreeg ik het begeerde bewijs en toen ik het papiertje in bezit had, kon ik zo instappen en rijden. Ik hoorde erbij.

Ik moest hieraan denken toen ik bij Binnenlandsbestuur las dat minister Koolmees van Sociale Zaken heeft besloten om het eindgesprek over de arbeidsmarkt te schrappen uit het inburgeringsexamen. Niet om inhoudelijke redenen, maar omdat er te weinig examinatoren zijn. Je kunt je afvragen of dat eindgesprek dan wel belangrijk was als je het ook zonder kunt? Waarom is het ooit onderdeel geworden van het examen als het niet zo belangrijk is?

Als dat onderdeel niet zo belangrijk is, zouden er dan nog meer onderdelen zijn die niet zo belangrijk zijn? Het examen kent ook een onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Een onderdeel waar vragen worden gesteld en de kandidaat moet kiezen uit een aantal mogelijke antwoorden. Vragen zoals: Is Nederland vaak droog of nat? Volgens de toets is ‘nat’ het goede antwoord terwijl het aantal uren zonder regen het aantal met regen ver overschrijdt. Of de vraag hoelang de Nederlandse staat al bestaat, vijftig of vierhonderd jaar? Dit terwijl het koninkrijk der Nederlanden in 2014 haar tweehonderdjarig bestaan vierde. Daarvoor bestond er geen centraal gezag en dus geen Nederlandse staat.

Sterker nog en daarom moest ik aan het rijbewijs en het rijexamen denken, als je het inburgeringsexamen met goed gevolg aflegt en je hebt het diploma, ben je dan ingeburgerd? Ben je dan Nederlander? Hoor je er dan echt bij?

Beste Tahir Ramdjan,

Met veel interesse heb ik uw brief in de Volkskrant gelezen. Uw oproep om: “elkaars opiniestukken lezen, ons verdiepen in elkaar, oprechte interesse en empathie tonen naar elkaar,” onderschrijf ik van harte. Als ik u goed begrijp, dan verschilt ons doel niet. Ik streef naar een wereld waarin iedereen gelijkwaardig is en ook op een gelijkwaardige manier wordt behandeld en gelijke kansen heeft. Volgens mij is dat ook uw doel.

beach-14119_640

Foto: Pixabay

Zoals u aangeeft heeft een: “beschaafde dialoog (…) nog nooit slachtoffers, ordeverstoring en leed veroorzaakt.” Die dialoog wil ik met u aangaan. In uw brief signaleert u twee fouten. Over die eerste van die twee fouten wil ik het met u hebben. Zoals u schrijft is voor de wet iedereen gelijk, de wet maakt geen onderscheid. Terecht constateert u dat we er daarmee niet zijn. Dat komt, volgens u, door het: “institutioneel racisme: een onbewust racisme dat zich heeft vastgeroest in ons doen en laten, van zowel witte als donkere mensen.” Door hier de term ‘racisme’ aan te koppelen, geeft u het een zware lading. Een lading die mensen als een oordeel of beter nog een veroordeling kunnen opvatten. Een lading waarvan je je kunt afvragen of die wel terecht is. Bent u bereid om hier op een andere manier, met een ander frame dan het frame van het ‘institutioneel racisme’ naar te kijken? Mag ik een ander ‘frame’ met u delen?

Gelijkwaardig worden behandeld en gelijke kansen krijgen is lastig te realiseren. Volgens mij is het zeer menselijk om mensen die op een punt anders zijn, anders te behandelen en te benaderen. Dat is niet iets van een specifieke kleur mensen, het is iets van alle mensen. Ik ben de eerste om toe gegeven dat die menselijke eigenschap tot maatschappelijk ongewenste resultaten leidt. Als we ons hier allemaal van bewust zijn, dan kunnen we dat ‘menselijke gedrag’ veranderen, ter discussie stellen en zo maatschappelijk wenselijkere resultaten bereiken.

Een frame waarin we hetzelfde constateren, maar er geen oordeel of veroordeling op plakken. Zou zo’n frame tot een constructiever gesprek en tot betere resultaten kunnen leiden? Belangrijker nog, zou zo’n frame een bredere gemeenschappelijke basis bieden om die maatschappelijk ongewenste resultaten aan te pakken? Zou zo’n frame de tweede, door u geconstateerde, fout kunnen voorkomen? De fout dat: “de donkere mens (…) deze machtsstructuren eerder door (heeft), omdat die daar dagelijks feller mee geconfronteerd wordt, en beschuldigt vervolgens de witte mens van racistisch, fout handelen. Maar laatstgenoemde heeft zichzelf nooit als racist gezien. Zijn intuïtieve reactie: terugvechten.”

De daad bij het woord?

“Hij verzet zich tegen de EU-bemoeienis en zegt dat Hongarije geen islamitisch maar op christelijke waarden gedreven land is en dat dat zo moet blijven. Die houding en politiek voor het behoud van de eigen cultuur verdient alle steun en is een voorbeeld voor alle Europese leiders.” Woorden van PVV-leider Geert Wilders gericht aan de Hongaarse premier Orbán, te lezen bij Elsevier. Een Nederlander die een buitenlandse leider bewondert en ten voorbeeld stelt aan de Nederlandse politici en leiders. Het komt vaker voor, toch is er iets dat mij verwondert.  Budapest

Illustratie: Pixabay

Als je je als Nederlander met Turkse, Marokkaanse of andere niet-Nederlandse voorouders, positief uitlaat over de heerser van het land van je voorouders, dan loop je een groot risico om het ‘verzoek’ te krijgen om maar in dat land van je voorouders te gaan wonen. Dat hoort niet, je moet ‘loyaal’ zijn aan Nederland. Dit verwijt komt met name uit een specifieke hoek van het politieke spectrum en in die hoek bevindt zich ook de PVV van Geert Wilders.

Zou PVV-leider Wilders nu de daad bij het woord voegen? Zou hij ervoor kiezen om te ‘verkassen’ naar het Hongarije van Orbán, toevallig ook het moederland van zijn vrouw?

Hoe zou het gesteld zijn met de loyaliteit aan Nederland van PVV-leider Wilders? Belachelijk natuurlijk om deze vragen te stellen. Waarom worden ze dan wel gesteld aan Nederlanders met niet-Nederlandse voorouders? Gelden daar misschien andere ‘normen en waarden’ voor?

‘Eeuwenlang racistisch beleid’

Sommige mensen hebben een visie op hoe iets in elkaar zit en zien vervolgens overal een bevestiging van hun verklaring. Als je bijvoorbeeld van mening bent dat er een ‘partijkartel’ is dat zich baantjes toespeelt, dan heeft iedereen die tot dat kartel behoort en ander werk vindt, dat aan zijn lidmaatschap van dat kartel te danken. Op de site OneWorld een voorbeeld uit een andere hoek.

hammer-1502761_960_720Foto: Pixabay

Op deze site een artikel van Sander Philipse. Volgens Philipse is de Nederlandse samenleving inherent racistisch: “Eeuwenlang racistisch beleid heeft niet alleen immateriële, maar ook materiële sporen nagelaten in de hedendaagse samenleving.” Hij ziet dit bevestigd in de inkomenscijfers van het gemiddelde huishouden: “Volgens het CBS is het besteedbaar inkomen van een gemiddeld huishouden met een hoofdkostwinner van Nederlandse afkomst 25.500 euro per jaar. Is die hoofdkostwinner afkomstig uit een ander ‘westers’ land, is het gemiddeld 23.800 euro. Is de herkomst te identificeren als niet-westers, dan valt dit naar 18.200 euro.”

Zou dit werkelijk een gevolg zijn van ‘racistisch beleid’?  Zou daar niet een andere verklaring voor kunnen zijn? Als ik naar een ander land met een andere taal, gebruiken en wetgeving verhuis, dan moet ik die taal, gebruiken en wetgeving leren en dat kost tijd. Ik laat ook mijn bekende netwerk van familie, vrienden en collega’s achter en moet een nieuw netwerk opbouwen. In dat nieuwe land moet ik helemaal opnieuw beginnen en me een positie proberen te verwerven. Hoe meer de taal, gebruiken en wetgeving verschillen van mijn land van herkomst, hoe moeilijker dat is en dus hoe langer dat gaat duren. Waarschijnlijk lukt het mij niet om op een vergelijkbaar niveau te komen dan dat ik had in het land waaruit ik vertrok.

Als ik mijn kinderen meeneem of in mijn nieuwe land kinderen krijg, dan beginnen die kinderen ook met een achterstand op kinderen uit dat land. Zij beginnen vanuit een achterstandspositie in vergelijking met leeftijdsgenoten waarvan de kennis van de gebruiken en het netwerk van hun ouders groter is. Een achterstand die sommigen van hen goed maken, maar velen niet. Voor iedere Pete Hoekstra die het als tweedegeneratie migrant tot ambassadeur schopt, staat een veelvoud aan kinderen die dat bij lange na niet lukt.

Zou dat niet een betere en logischere verklaring zijn voor de ‘inkomensachterstand’ van mensen die van elders naar Nederland zijn gekomen? Beter en logischer dan ‘eeuwenlang racistisch beleid’? Is Philipse een hamer die in alles een spijker ziet?

Sister- en brotherhood

Een feminist ben je als je voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen bent. Zo betoogt Anousha Nzume in een interview met Trouw. De krant interviewt vijf vooraanstaande vrouwen en Nzume is daar een van. Check, ik ben feminist. Ik ben namelijk voor gelijke rechten voor iedereen. Maar wacht eens, waarom moeten feministen dan nog steeds strijd voeren? Iedereen in dit land heeft dezelfde, en dus gelijke, rechten. De wetgever maakt geen onderscheid naar geslacht, kleur, religie of letter van het LHBTQI-alfabet.

feminismeFoto: Wikimedia Commons

Een bijzonder interview. Zo lees ik dat ik als man aardig wat gemist heb. “Vrouwen vallen elkaar zo af. Dat vind ik echt erg. We moeten veel meer sisterhood creëren. Mannen vallen elkaar nooit af, die beschermen elkaar.”  Iets verderop: “En vergeet ook niet dat mannen al duizenden jaren bij elkaar komen om die gezamenlijkheid te creëren. Zij hebben nogal een voorsprong.” Ik geloof dat ik die bijeenkomsten dan allemaal heb gemist. Dat voelt toch wel een beetje als of mannen mij wél afvallen.

Dat vrouwen elkaar afvallen, tonen de vijf vrouwen ook weer aan in dit interview. Vrouwen die kritiek hebben op zaken waar de vijf dames enthousiast over zijn moeten het ontgelden: “Je moet niet vergeten dat vrouwen die kritiek uiten, zelf baat hebben gehad bij de status quo.”  Die vrouw had waarschijnlijk het geluk dat ze: “er sexy en lekker uitziet. (En dat ze zich) voegt naar het patriarchaat.” Een van de dames kan het niet nalaten om de hoger opgeleide ‘witte’ vrouw nog even de wind van voren te geven en ze een ‘schuldcomplex’ aan te praten: “Met name in de VS speelt die (de schulddiscussie) al. Daar gaat het over de verantwoordelijkheid van hogeropgeleide witte vrouwen versus die van zwarte vrouwen. Het stemgedrag van zwarte vrouwen komt ook ten goede aan de positie van witte vrouwen, terwijl witte vrouwen ondertussen gewoon op Trump stemmen. Dat is een bekend mechanisme.” Want uiteindelijke moeten er schuldigen zijn die je met ‘pek en veren’ moet overladen, die je, om het moderne jargon te gebruiken, moet ‘slutshamen’.

Zo blijft er van die ‘sisterhood’ die de dames willen, weinig over. Net zoals die ‘brotherhood’ van mannen die al duizenden jaren bijeenkomen om gezamenlijkheid te kweken, niet bestaat. Als de dames in die ‘brotherhood’ blijven geloven, zal dan de emancipatie van vrouwen ooit slagen?

Klein pikje

“Deze man zou moeten worden ontslagen.”

Een tweet van de fractievoorzitter en partijleider van Forum voor Democratie, Thierry Baudet. De man die ontslagen moet worden is Gerrit Hiemstra, de weerman. “Eén tweet met 4 keer onzin. Wie kan hier overheen?”  Zo reageerde Hiemstra op de volgende tweet van Baudet: “Welnee, die film van Gore slaat echt werkelijk helemaal nergens op. Er is geen toename in extreme weersomstandigheden. Het klimaat warmt veel minder op dan altijd voorspeld. Meer CO2 heeft geweldig positief effect op plantengroei. Smog in India heeft niets met CO2 te maken. Etc.” Dit alles las ik bij Joop.

BaudetFoto: Wikimedia Commons

Ik ben benieuwd naar wat Baudet op de plek van et cetera nog had willen zeggen, maar daar gaat het mij niet om. Ik wil het ook niet hebben over wie er gelijk heeft in de klimaatdiscussie. Daar denk ik het mijne van en het mijne ligt iets meer in de lijn van Hiemstra, maar daar wil ik het nu ook niet over hebben. Het gaat mij om Baudets tweet dat Hiemstra ontslagen zou moeten worden. Dit is al de tweede keer in korte tijd dat Baudet oproept om iemand te ontslaan. Een maand of twee geleden moest een leraar Nederlands het ontgelden. Baudet is niet de enige politicus die roept om het ontslag van mensen. Zij conculega Wilders riep ook al vaker op tot het ontslag van deze of gene ambtenaar, politieman of rechter als die iets deden of beweerden waar hij het niet mee eens was.

In tegenstelling tot Wilders ‘presenteert Baudet zich als ‘intellectueel’ of eigenlijk als ‘dé intellectueel’. Boeken schrijven, pianospelen, Latijns spreken in de Kamer. Kranten zegt hij niet te lezen en een TV heeft hij niet, zo beweerde hij onlangs. Geef hem maar Shakespeare en Puccini. Gesprekken met de omstreden Amerikaan Jared Taylor voert hij: “om zich te verdiepen in het gedachtegoed van de extreem-rechtse Amerikaanse ‘Alt-right’ beweging.” Maar hij en zijn partij willen met “dergelijke denkbeelden niets te maken hebben.” 

Hoe komt het dan over als je, als groot intellectueel, om het ontslag roept van een weerman of een leraar die het wagen om iets te zeggen wat je niet bevalt? Een groot intelectueel met een ‘klein pikje’ waar hij ook nog eens zeer snel op is getrapt?

In eenheid verdeeld, in verdeeldheid één

‘We agree to disagree’ is een bekende Engelse uitdrukking. Een uitdrukking die wordt gebruikt als partijen het nergens over eens kunnen worden en toch met wat positiviteit uit elkaar willen gaan. Dit omdat ze elkaar in de toekomst nog wel eens nodig zouden kunnen hebben. Ik moest aan die uitspraak denken bij het lezen van een artikel bij Elsevier. Een artikel over de versplintering bij de moslimpartijen. Nu zijn de moslimpartijen daar niet de enigen. Een jaar geleden bereidden we ons voor op Tweede Kamerverkiezingen met een record aantal deelnemende partijen.

Bedtime for Democracy

Illustratie: Flickr

“Een nieuwe verbindende kracht is nodig. Vanuit ons geloof, in de stad Den Haag, kunnen wij zoveel meer bijdragen dan er tot op heden is gedaan.” Een uitspraak van de Rotterdamse partij NIDA die nu ook in Den Haag mee gaat doen aan de verkiezingen. In hetzelfde artikel beklaagt leidsman Arnoud van Doorn van de Partij van de Eenheid de keuze van NIDA om in Den Haag onder eigen vlag mee te doen: “Vanaf het begin hebben wij contact gezocht met NIDA om samen te werken. Deze uitgestoken hand hebben ze nooit geaccepteerd. Nu ontstaat er nóg meer verdeeldheid, daar waar we juist eenheid nodig hebben.” Dan zien we op ‘rechts’ in Nederland, als we nog in die termen kunnen spreken, verschillende partijen die namens ‘het volk’ zeggen te spreken, maar dat toch allemaal op hun eigen manier doen omdat die eigen manier toch de beste is en ‘het volk’ het meeste recht doet. Ook links is versplinterd en verdeeld in partijen met een ‘eigen’ geluid omdat ze het allemaal het beste weten.

Om mijn favoriete punkband Dead Kennedys er maar weer eens bij te halen en te citeren uit hun nummer Chickenshit Conformist. een nummer waarin de band de teloorgang van de Punkscene betreurt. Een teloorgang die een gevolg is van succes waardoor de ‘egoïst’ naar boven kwam: “Punk’s not dead, it just deserves to die when it becomes another stale cartoon. A close-minded, self-centered social club. Ideas don’t matter, it’s who you know. If the music’s gotten boring it’s because of the people who want everyone to sound the same. Who drive the bright people out of our so-called scene ’til all that’s lefts is just an meaningless fad.”

Versplintering terwijl ze allemaal roepen dat ‘verbinding’ en ‘eenheid’ gevraagd is. Maar dan wel eenheid op hun manier. Partijen en vooral politici waar het allemaal om het eigen ego draait? Om de Engelse uitdrukking waarmee ik begon wat te ‘verhaspelen: ze zijn in eenheid verdeeld, en in verdeeldheid één.