Wraak op vroeger

“De dominante opvattingen van die tijd waren geen opvattingen maar geloofsartikelen. Van de stelligheid waarmee ze werden uitgedragen, ging iets intimiderends uit. Wie er geen deelgenoot van was, had het gevoel te zondigen tegen de tijdgeest – na de doodverklaring van God de hoogste autoriteit.”

De mooiste zin uit het artikel van Sander van Walsum in de Volkskrant. Deze zin beschrijft de sfeer in de jaren zeventig van de vorige eeuw en beweert dat #MeToo afrekent met de ‘hardnekkige restanten’ van de jaren zeventig.

MeToo

Illustratie: Flickr

Even vooraf, natuurlijk is seksueel geweld en – misbruik afschuwelijk en moeten de daders worden gestraft.

Er is iets met dat ‘afrekenen’, worden we tegenwoordig niet overspoeld met ‘#MeToo-achtige’ golven die ons vragen om ‘af te rekenen’ met een voorbije tijd? Altijd is er wel iets uit vervlogen jaren waarmee moet worden afgerekend. De hippies waarmee nu moet worden afgerekend, rekenden af met het collectieve en de ‘groepsdruk’ en pleitten voor de ontplooiing van het individu, vrijheid en alles moet kunnen. Nou ja alles, bemoeienis met Vietnam natuurlijk niet. Via Vietnam komen we als vanzelf bij het kolonialisme, ook daar sturen velen een  ‘#MeToo-achtig’ bericht als slachtoffer van de koloniale politiek van de westerse wereld. En van het kolonialisme is het maar een kleine stap tot de slavernij en logische achterstelling en discriminatie van mensen. Ook hier wemelt het van een soort van ‘#MeToo’ berichten en moet met de schuldigen, de ‘witten’ worden ‘afgerekend’. Een andere favoriet waarmee moet worden afgerekend is de ‘links multiculturalistische Gutmensch’ uit de jaren tachtig en negentig die problemen met migratie ontkende en geloofde in de ‘hemel op aarde’, maar dan met meerdere geloven en culturen. Ook tegen hen wemelt het ‘slachtoffers’ die zich melden met een  soort’ #MeToo’ bericht.

In al die gevallen worden de ‘dominante opvattingen’ van een tijd aan de kaak gesteld waarmee afgerekend moet worden. Ze verkondigden hun opvattingen immers als ‘geloofsartikelen’ en wie zich ertegen verzette was ‘zondig’.

Wat mij opvalt aan dat ‘afrekenen met vroeger tijden’ is dat de oproepers ertoe vaak zeer dominante opvattingen hebben, zo dominant dat het wel ‘geloofsartikelen’ lijken. ‘Geloofsartikelen’ die met een stelligheid worden uitgedragen dat het intimiderend overkomt en het zeer lastig wordt om een andere, genuanceerdere boodschap te laten horen. Geloofsartikelen die verdeeldheid zaaien terwijl ze naar verbinding zeggen te zoeken. Zo intimiderend dat je je zondig gaat voelen en aan jezelf gaat twijfelen omdat je de ‘tijdgeest tegen hebt’ en daardoor maatschappelijk ‘doodverklaard’ lijkt.

Zou deze ‘wraak op vroeger’ en de verdeeldheid die het veroorzaakt iets zijn waar men zich in toekomstige tijden tegen gaat afzetten in een nieuwe ‘#MeToo’? In dat laatste geval alvast ‘#MeToo’.

In nevelen hullen

Het is weer herfst en dat betekent dat de kans op mist weer groter is. Als het fenomeen optreedt, dan lijkt het meteen drukker op de weg en zijn er meer files. Mist belemmert je visuele waarnemingsvermogen. Je bent op de letterlijke manier in nevelen gehuld. Je kunt je ook figuurlijk ‘in nevelen hullen’ en hieraan moest ik denken toen ik het bericht over het hoger beroep tegen Geert Wilders in de ‘minder-Marokkanen’ zaak in de Volkskrant las.

MistFoto: Pixabay

Wilders in de rechtszaal tegen de voorzitter van het gerechtshof: “Klopt het dat u er een privé-stichting op na houdt?’, wil Wilders van de raadsheer weten. ‘De stichting Gascaria? En dat die stichting, met u als juryvoorzitter, een scriptieprijs heeft uitgereikt aan een linkse activiste? Een activiste die mijn politieke tegenpool is? Iemand die actief is in de krakerswereld? Een dame die een anti-Wilders en een anti-Trumpdemonstratie heeft georganiseerd?’, vervolgt Wilders.” 

En inderdaad is de voorzitter van het gerechtshof ook voorzitter van de betreffende stichting Gascaria. Een stichting met: “als doelstelling het bevorderen van de studie naar het recht in relatie tot de humaniora en al hetgeen hiermee verband houdt of bevorderlijk kan zijn.” En geeft een scriptieprijs uit: “ter bekroning van de beste masterscriptie in Nederland op het interdisciplinaire gebied van het verband tussen het recht en de humaniora. Deze prijs is mede bedoeld als aanmoedigingsprijs voor studenten met belangstelling voor rechtswetenschappelijk onderzoek en wordt tweejaarlijks uitgereikt.” Een nobel streven en in 2016 is deze prijs toegekend aan een scriptie van Sinaed Wendt omdat: “Haar werk is niet alleen van een hoog academisch niveau, het getuigt ook van een persoonlijke betrokkenheid bij deze groep mensen. De jury vond het bijzonder dat de persoonlijke inzet op geen enkele manier afdeed aan de scherpte van de theoretische analyse.” 

Maakt dit de betreffende rechter ongeschikt om te oordelen in de zaak Wilders, want dat is wat Wilders lijkt te suggereren? Is de prijs niet uitgereikt voor een scriptie en niet voor de andere activiteiten van de ontvanger? Nu zal het heel lastig zijn om ook maar één rechter te vinden die niet ergens een connectie heeft met iets of iemand waar Wilders anders over denkt of een tegenpool van is. Dat zou betekenen als we Wilders’ redenering volgen, dat hij niet vervolgd kan worden.

Creëert Wilders hier mist? Probeert hij anderen in nevelen te hullen om zo zelf aan het zicht te ontsnappen?

Uit-geïntegreerd

“Omdat werk een zeer belangrijke onderdeel is van integratie, moet de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond –nieuwkomers én oudkomers– worden verbeterd.”

Deze zin is te vinden op de grens van de pagina’s 26 en 27 van het regeerakkoord waarover ik al eerder schreef. En net zoals de passage waar ik toen over schreef, lijkt er ook niet veel mis met deze tekst. Het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van mensen is nooit verkeerd. Toch is er iets met deze zin.

einde

Illustratie: Pixabay

Het succes, maar vooral het falen van de integratie van mensen die nieuw zijn in Nederland, is vaak onderdeel van discussie, gesprek en heftige meningsverschillen in de politiek en de media. Kijk om je heen, bekijk statistische informatie en je kunt zowel voor het succes als het falen van de integratie voldoende onderbouwing vinden. In deze passage uit het regeerakkoord gebeurt dat ook. Mensen met een migratieachtergrond hebben klaarblijkelijk een achterstand op de arbeidsmarkt wat duidt op gebrek aan integratie.

Deze deze zin roept de vraag op wanneer de integratie is voltooid? Wanneer hoor je erbij? Ben je als vierde generatie Marokkaan met werk, lid van en vrijwilliger bij de sportclub en mantelzorger van je buurvrouw geïntegreerd? Wanneer ben je geen migrant, nieuwkomer of oudkomer meer? Wanneer ben je ‘gewoon’ Nederlander? Met andere woorden, is integratie eindig en zo ja, wanneer is die dan beëindigd? Als vervolg daarop ben je dat als nieuw- of oudkomer nog steeds als je plotsklaps werkloos raakt? 

Als niet duidelijk is wanneer iemand geïntegreerd is, dan kunnen er tot in den treuren of in het oneindige eisen worden gesteld waaraan iemand moet voldoen. Dan kunnen belachelijke cursussen en examens worden opgelegd. Dan kan iemand steeds worden buitengesloten: jij hoort er niet bij want … en dan volgt er iets waaruit moet blijken dat die persoon er nog niet bijhoort.

Moet zonder een duidelijk eindpunt iemand niet steeds maar blijven integreren en raakt hij dus nooit uit-geïntegreerd want hij wordt nooit als geïntegreerd gezien en behandeld?

Ben/Ken de geschiedenis

“We vinden het belangrijk de kennis over onze gedeelde geschiedenis, waarden en vrijheden te vergroten. Deze maken ons tot wat we samen zijn. In Nederland is iedereen gelijkwaardig, ongeacht geslacht, seksuele geaardheid of geloof. Tolerantie naar andersdenkenden is de norm en kerk en staat zijn gescheiden. In Nederland kun je kiezen welk geloof je wilt belijden, of om niet te geloven. Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken tot wie we zijn. Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen. Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid. Op school leren kinderen daarom het Wilhelmus, inclusief de context ervan.” 

Deze passage is te vinden op pagina 19 van het regeerakkoord met als titel Vertrouwen in de toekomst.

VOC

Illustratie: Wikimedia Commons

Zo op het oog prachtige zinnen, toch knaagt er iets. Als historicus ben ik een groot voorstander van het vergroten van de kennis van het verleden. De genoemde vrijheden en waarden kan ik onderschrijven. Waarom knaagt het dan? Het knaagt vanwege een paar zinnen. Als eerste de zin: “Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken wie we zijn.” Moet ik als Nederlander trots zijn op die waarden en tolerant naar andersdenkenden of anders geaarden? Als dat zo is, hoe komt het dan dat er zoveel intolerante mensen rondlopen? Maken die waarden mijn identiteit of geven ze mij de ruimte om te zijn wie ik ben? Beschermen die waarden en de rechtsstaat die erop is gebouwd ons juist niet tegen gewelddadige uitingen van intolerantie?

Een tweede zin: “Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen.” Die waarden heb ik in de vorige alinea al besproken, nu het actief uitdragen van die geschiedenis. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Wat moet ik dan uitdragen, de trotse VOC mentaliteit van Balkenende, de anti-guerrillatactiek van Van Heutz? Trots zijn op wat we nu als wandaden zouden betitelen? Ik begrijp hoe iemand in die tijd tot dergelijke daden zou komen. Als Van Heutz of Jan Pieterszoon Coen nu nog zouden leven dan zouden ze waarschijnlijk zeggen dat ze ‘met de kennis van nu’ anders zouden hebben gehandeld. Moet ik trots zijn op de prachtig geschilderde ‘selfie’ van de Amsterdamse Nachtwacht, of de prachtige voetbalacties van Johan Cruyff? Hun daden bewonderen ja, maar trots zijn op de prestaties van een ander dat gaat me toch iets te ver.

Nog zo’n zin: Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid.” De waarden opgenomen in de grondwet en wetten zijn de ankers van het samenleven in dit land, daar moet iedereen zich aan houden. Worden Nederlanders met een andere geschiedenis zo niet buitengesloten? Zij liggen immers niet vast aan het ‘historische anker’ en dat wordt hen extra duidelijk gemaakt via de ‘Wilhelmuskunde’. Wordt hier niet gezegd: ‘als ‘ons’ kunnen jullie nooit worden want toen waren jullie er niet.’ Dat die ‘ons’ er toen ook niet waren, wordt voor het gemak even vergeten.

Her wordt gesuggereerd: ‘Ben deze geschiedenis en waarden’. Zou dat niet ‘Ken deze geschiedenis en waarden’ moeten zijn. Eén letter, maar wel een wereld van verschil.

Aluhoedje

Jan Roos, de oud verslaggever van PowNews die verkleed als ‘Pepi (of Kokki) streed voor een NEE tegen het associatieverdrag met de Oekraïne en vervolgens als lijsttrekker van de partij VNL jammerlijk faalde, is bang. Bij De Dagelijkse Standaard schrijft hij:“Het zou me heerlijk lijken om me veilig te voelen. Maar ik voel het me niet. Of liever gezegd, we zijn het niet.” Hij voelt zich niet veilig vanwege de deplorabele staat en de grootte van het Nederlandse leger:

“Het leger bestaat nog maar uit 52.000 personen, waarvan 24% uit burgerpersoneel. Het aantal militairen is nog geen halve Kuip vol. Een half stadion met mensen die over ons en onze democratie moeten waken.”

Dat waken moet ook nog eens met ouwe en kapotte meuk en zonder goede training en oefening.

aluhoedje

Foto: Flickr

Na deze opsomming van de staat van het Nederlandse leger, voel ik me ineens een stuk minder veilig. Ik voel me minder veilig omdat ik lees dat het leger de democratie moet beschermen. Dan begin ik me meteen af te vragen wanneer het leger moet ingrijpen in het democratische proces. Is dat als de Partij voor de Dieren, Denk of het Forum voor Democratie onverhoopt in de regering zouden komen? Of als een formatie te lang gaat duren? Liepen we nu al bijna het risico op militair ingrijpen? Immers, wie bepaalt wat te lang is? Wat voor de ene te lang is, is voor een ander te kort. Gelukkig stelt de grootte van het leger, de deplorabele staat van het materieel en de gebrekkige staat van training en oefening mij enigszins gerust. Als de spullen niet werken, dan is die ‘halve Kuip’ er wel onder te krijgen mochten ze onverhoopt vinden dat de democratie in gevaar is en een ‘staatsgreep’ plegen.

Zijn gevoel van onveiligheid wordt nog versterkt omdat: “een miljoen moslims in ons land wonen die vanuit religieus en cultureel oogpunt weinig met onze Westerse waarden hebben en, en dat is misschien nog wel het gevaarlijkste, heeft de EU laten zien weinig problemen te hebben met geweld tegen ongehoorzame burgers, zoals in Catalonië.” Zo daar sta je dan als moslim, hoor je er ineens niet meer bij en mag je van geluk spreken dat het leger zo gammel is. Bovendien hoef je als ‘ongehoorzaam burger’, je hebt immers niet op met de Westerse waarden, ook al niet op de EU te rekenen.

Die slechte staat van het leger kon weleens vanuit Brussel gestuurd zijn: “Noem me een aluhoedje, maar ik denk dat het niet voor niks is dat we nauwelijks nog een leger hebben. Want als we ons straks onveilig genoeg voelen gaan we vanzelf hunkeren naar een EU-leger. Dan heeft het ondemocratische moloch Brussel z’n eigen stormtroepen. Moet je eens kijken wat er dan gebeurt als een volk zich wil afscheiden, een referendum wil houden, of uit de EU wil stappen.”

Gelukkig is de wereld anders dan Roos voorspiegelt en hebben we een leger om de landsgrenzen en niet de democratie te verdedigen. Gelukkig hebben we een democratische rechtsstaat waarbij je andere culturele en religieuze waarden mag hebben dan je buurman. En misschien mogen we wel het meest gelukkig zijn dat er te weinig mensen op VNL hebben gestemd om het in complottheorieën denkende ‘aluhoedje’ in de Kamer te brengen. Alleen jammer, dat andere ‘hoedjes’ dat geluk wel hadden

‘Alternatieve, krachtige’ liberalen

“Een voorstander van een zo groot mogelijke vrijheid op economisch en cultureel gebied, van een zo gering mogelijke overheidsbemoeienis,”

De betekenis die de Van Dale geeft aan het woord liberaal. Zo helder als deze definitie is de politieke betekenis van liberaal niet. Centraal in deze definitie staat het begrip vrijheid en zoals Isaiah Berlin in zijn boek Twee opvattingen over vrijheid liet zien kun je vrij zijn ‘van’ (negatieve vrijheid) en vrij zijn ‘om’ (positieve vrijheid).

liberaal

Illustratie: Liberale verkiezingsaffiche, 1958 | Campaign poster, Belgi… | Flickr

Vrij ‘van’ dwang en inmenging door anderen waaronder een overheid. Vrij ‘om’ dat te doen wat iemand wil. Iemand kan vrij zijn van dwang en inmenging maar toch niet vrij om dat te doen wat hij of zij wil. Zo kan het hem of haar aan de middelen (geld, voedsel) ontbreken om dat te doen wat hij wil. Dat zijn zoals Berlin schrijft: “twee sterk afwijkende, onverenigbare houdingen ten opzichte van de doeleinden van het leven.” 

Vanwaar deze uitwijding over het liberalisme en vooral vrijheid? Omdat het verkiezingsprogramma van Leefbaar Rotterdam (LR) samen met het Forum voor Democratie (FvD) komende gemeenteraadsverkiezingen de slogan: “het krachtvoer voor echte liberalen,” draagt, zo is bij de NOS te lezen.

Wie zijn die ‘echte’ liberalen’ die de beide partijen van krachtvoer willen voorzien? En hoe ziet dat krachtvoer eruit? Daarvoor zou het programma moeten worden bestudeerd. Het jammere is dat dit nog niet te vinden is op het Net. Wel al enige eerste punten. Zo zijn straten ‘voor veel mensen onherkenbaar. Er zit geen groenteboer meer maar wel een Marokkaanse slager. Om daar wat aan te doen moet er een vestigingswet komen. Een wat? Een wet die het mogelijk moet maken om die Marokkaanse slager te weren, zo valt te lezen bij De Dagelijkse Standaard.

Krachtig ‘voer’ maar wat is er liberaal aan? Hoe bevordert dit idee de vrijheid op economisch en cultureel gebied? Wordt de Marokkaanse slager zo niet belemmerd in zijn economische mogelijkheden? Worden de Marokkaanse slager en zijn klanten niet belemmerd in hun culturele vrijheid? Verkleint het niet de vrijheid ‘van’ dwang en inmenging, de negatieve vrijheid? Om over de positieve vrijheid, de vrijheid ‘om’ maar te zwijgen.

Er zijn politici die er ‘Alternatieve feiten’ op na houden. Zouden LR en het FvD er een nog onbekende ‘alternatieve’ versie van het liberalisme op na houden? Een versie die de vrijheid vergroot door ze te verkleinen?

Data or Utopia

Wanneer we echt willen verbinden, wanneer we écht samen met kiezers oplossingen willen realiseren voor de problemen waar ze mee zitten, dan moeten we werken aan een progressief alternatief voor de ‘big data boeven’ van deze wereld. Dan moeten we juist digitale bruggen bouwen. Een brug van de politiek naar de samenleving, en van de samenleving naar de politiek. Zo willen wij data inzetten om mensen weer te verbinden. Het is tijd voor ‘data for good’.”

Dit schrijven de duo-kandidaten voor het PvdA voorzitterschap Astrid Oosenbrug en Frans van der Sluijs bij Joop en zij constateren dat nu met name rechtspopulisten data gebruiken om kiezers te trekken. ‘Data for good’ moet hieraan tegenwicht bieden volgens de schrijvers.

Utopia Thomas More

Foto: Wikimedia Commons

Data, de panace van alles zo lijkt het. Bedrijven die data verzamelen om precies op maat in je behoeften te voorzien, of eigenlijk te voorzien in behoeften waarvan je niet wist dat je ze had. Het meest recente voorbeeld hiervan is de PSD2 richtlijn van de Europese Unie. Die richtlijn verplicht banken om bankgegevens te delen met bedrijven. Gegevens bij wie je op welk moment wat koopt. De belangrijkste vraag, van wie deze gegevens zijn van de bank of van de klant van de bank, wordt niet gesteld. “Brussel wil allerlei start-ups de kans geven zelf slimme diensten voor consumenten te ontwerpen. Hoe meer partijen er innoveren, hoe sneller de financiële technologie (fintech) vooruitgaat en dat zal leiden tot meer betaalgemak voor consumenten en tot lagere prijzen, is de gedachte.” Zo valt te lezen in de Volkskrant. Via de bedrijven komen deze gegevens uiteindelijk ook bij de politieke partijen die, aldus Oosenbrug cs, gebruiken voor micro-politiek: “een op maat gemaakte boodschap in elkaar (…) zetten. Eentje die inspeelt op jouw zorgen, op jouw angsten en op wat jij belangrijk vindt.” Oosenbrug cs. willen hier goede micro-politiek tegenover stellen, micro-politiek die ‘verbindt’.

Zou dat lukken, verbindende micro-politiek? Moet je, juist als je mensen wilt verbinden, niet het micro niveau verlaten? Een supporter van Ajax en Feyenoord krijg je op clubniveau niet met elkaar verbonden. Dat lukt wellicht wel op een hoger niveau: de liefde voor het voetbal. Zou het met politiek en verbinden niet precies zo zijn? Zouden Oosenbrug cs niet op zoek moeten naar dat hogere niveau?

In haar meest recente boek No is not enough komt Naomi Klein tot een soortgelijke conclusie. Voor werkelijke verbinding en tegenwicht tegen de ‘Trumps’ van deze wereld, is nee zeggen niet voldoende, er moet een positief ideaal tegenover staan. Een ideaal dat mensen bindt en verbindt. Zij haalt hierbij Oscar Wilde aan die dit op de volgende manier treffend onder woorden bracht:

“A map of a world that does not include Utopia is not worth even glancing at, for it leaves out the one country at which Humanity is always landing. And when Humanity lands there, it looks out, and, seeing a better country, sets sail.”

Discriminatie! Of niet?

“Dat je dus serieus tegen de grondwet in gaat om een bestaande ongelijkheid op te lossen, wat voor signaal geef je hiermee af?”

Die vraagt stelt Annabel Nanning bij TPO. Zij stelt die vraag omdat het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad alleen werkloze jongeren van allochtone afkomst mee op werkbezoek neemt. De Amsterdamse bestuurders doen dit omdat: “Het percentage werkloze Nederlandse jongeren in de stad (…)  rond de 5 procent.(ligt). Bij de Turkse jongeren is 16 procent werkloos, Marokkaanse jongeren spannen de kroon met 21 procent.”  De werkbezoeken met de stadsbestuurders zijn bedoeld om hier wat aan te doen.

Monikken

Foto: Pixabay

Nanninga: “Discriminatie betekent zo veel als ‘onderscheid maken’. Dat mag de overheid dus niet doen, op basis van afkomst. Doen ze toch, in open inrichting Amsterdam.” Ze heeft gelijk, discriminatie op basis van afkomst is verboden, de overheid dient iedereen in gelijke gevallen gelijk te behandelen: gelijke monniken, gelijke kappen. Foei Amsterdam alle werkloze jongeren moeten mee op werkbezoek, ze zijn immers allemaal werkloos! Nu is het onmogelijk om alle werkloze jongeren met een bestuurder mee op werkbezoek te laten gaan. Ik kan me niet voorstellen dat de bezochte zit te wachten op busladingen jongeren die de wethouder begeleiden bij diens bezoek. Er moet dus onvermijdelijk geselecteerd worden wie er mee mag en op basis waarvan kies je wie er mee mag? Op welke manier je ook selecteert, er ontstaan altijd twee groepen, zij die mee mogen en zij die niet mee mogen, er wordt ‘onderscheid gemaakt’ en dus gediscrimineerd.

Belangrijker is of al die werkloze jonge Amsterdamse ‘monniken” wel gelijke kappen hebben. Is die werkloze Turkse of Marokkaanse gelijk aan de ‘autochtone’ jongere? Als deze ‘monniken’ gelijk zouden zijn, zou er dan verschil zijn in het werkloosheidspercentage? Toont het veel hogere werkloosheidspercentage niet juist aan dat deze monniken verschillende kappen hebben en dat er daarmee geen sprake is van discriminatie?

Nanninga lijkt dit ook te voelen als ze schrijft: “Wacht even hoor. Dus het College gaat er van uit dat de ‘niet-westerse achtergrond’ van de jongeren de oorzaak is van de ‘structurele achterstand op de arbeidsmarkt.’ Is dat zo? Nogal een veronderstelling. De Amsterdamse allochtone jeugd is inmiddels veelal derde of vierde generatie qua niet-westerse achtergrond. Dit werkt nog steeds door? Misschien is er dan toch wat mis met die ‘achtergrond’ en het vasthouden daaraan, maar iets zegt mij dat zulks onbespreekbaar is in de Amsterdamse raad.” Als er ‘wat mis is met die achtergrond’ zou is er dan nog steeds sprake van discriminatie bij een andere behandeling? Zou het niet ook kunnen dat er wat mis is met de ‘autochtone achtergrond’ en zou dat niet ook een reden kunnen zijn om mensen anders te behandelen?

Kijken

Wat is het eerste wat u te binnenschiet als u de onderstaande foto ziet?

ruud gullit

Foto:  329 × 562 – it.wikipedia.org 

“Weer ging het niet over wat ze kan, maar over haar kleur. Tuurlijk, het is een legitieme vraag, want het is tenslotte nieuwswaarde. Maar het is ook iets geks. Alsof mensen eerst haar kleur zien, en dan pas haar als actrice. Het legt wel feilloos bloot hoe wij kijken. Over colourcasting gesproken.” 

Dit concludeert Jeffrey Spalburg in zijn opiniebijdrage in de Volkskrant naar aanleiding van de Theo d’Ore voor actrice Romana Vrede, of moet ik in dit genderneutrale tijdperk acteur zeggen. Spalburg verbaast zich erover dat het alleen maar over haar kleur gaat en niet over haar acteerprestaties. Ik mag er toch van uitgaan dat de jury juist wel naar de acteerprestaties van Vrede heeft gekeken.

Terug naar de conclusie van Spalburg. Zien mensen werkelijk eerst de kleur van Vrede? Ja, Vrede is de eerste gekleurde actrice die deze prijs wint en dat is nieuwswaardig en daar wordt naar gevraagd. Betekent dat dan ook dat eerst haar ‘ kleur’ wordt gezien? Ja, toen ik naar haar keek, zag ik haar kleur, want ik kende Vrede niet. Niet als actrice en al helemaal niet als persoon. Net zoals ik de meeste winnaars van deze prijs niet ken. Dat ligt vooral aan mij, niet aan Vrede en de eerdere winnaars. Het lijkt mij daarom logisch dat ik haar niet als eerste als actrice zie. Als vervolgens wordt vermeld dat zij actrice is, dan zie ik nog steeds haar kleur, maar denk ik: dan zal ze wel een heel goede actrice zijn anders had ze die prijs niet gewonnen. Daarmee lijkt het dat de casus Ballonnendoorprikker Spalburg gelijk geeft, ik zie immers eerst de kleur van Vrede en zie haar pas als actrice als ik lees dat ze dat is.

Ik heb alleen het gevoel dat Spalburg het anders bedoelt. Ik heb het gevoel dat hij bedoelt dat mensen die weten dat Vrede actrice is, haar nog steeds eerst als gekleurd zien en dan pas als actrice en dat is iets wat ik waag te betwijfelen. Laat ik eens een ander voorbeeld nemen: Ruud Gullit. Wordt Gullit eerst als gekleurd gezien of eerst als voetballer, iets wat hij trouwens als jaren niet meer is? Spalburg zal mij, als hij me tegenkomt, eerst als blanke (of tegenwoordig waarschijnlijk witte) zien en niet als schrijver van stukjes. Zou dat nog steeds zo zijn als hij me kent als stukjesschrijver? Zou het werkelijk zo zijn dat mensen die iemand kennen, eerst de ‘kleur’ zien en dan pas de persoon die zij kennen? Zou het kunnen dat Spalburg, omdat hij is gefocust op kleur, denkt dat dit voor iedereen zo is?

Terug naar de vraag waarmee ik begon, ik ben benieuwd naar jullie antwoord op die vraag.

Total destruction

“Terrorist and extremist have gathered strength and spread to every region of the planet. Rogue regimes represented in this body not only support terrorists but threaten other nations and their own people with the most destructive weapons know to humanity.”

Deze woorden sprak de Amerikaans president uit bij zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Hiroshima

foto: Wikimedia Commons

Hij bedoelt hier vooral Noord-Korea. Nu is het maar helemaal de vraag of het Noord-Korea van Kim Jong-un terroristen ondersteunt. Bewijzen hiervoor zijn, bij mijn weten, nog nooit bijgeleverd. Dit maakt deze uitspraak vergelijkbaar met de uitspraak van de voorganger van de voorganger van Trump, George W. Bush, die het Irak van Saddam Hoessein van hetzelfde beschuldigde zonder ook maar een flinter bewijs bij te leveren. Of zou hij toch zijn ‘vrienden’ de koning en diens hofhouding van Saoedi-Arabië bedoelen? Een interessante vraag waar ik hier mijn tanden niet in ga zetten.

Het gaat mij om de tweede zin de ‘schurkenstaten’ onder de lidstaten van de VN die andere landen en hun eigen bevolking bedreigen met de meest vernietigende wapens. Ook hier zal hij doelen op Noord-Korea. Dat land schiet immers raketten af en houdt kernproeven en dat wordt door andere landen, waaronder de VS, als een bedreiging voor de wereldvrede gezien. Iets waarin andere landen al zijn voorgegaan.

In dezelfde toespraak spreekt hij een waarschuwing uit aan die ‘rogue nations’. Hen wacht de totale vernietiging als de Verenigde Staten zich moeten verdedigen. Spiegelt hij niet exact wat hij de andere kant verwijt? Is het dreigen met totale vernietiging en dus met het inzetten van ‘the most destructive weapons kown to humanity’ niet precies dat wat de tegenstander, Noord-Korea, wordt verweten? Je zou kunnen tegenwerpen dat de VS geen schurkenstaat is, al zullen er verschillende andere landen zijn die daar anders over denken. Zelfs als die tegenwerping correct is en de VS geen schurkenstaat zijn, waarin verschilt dan het gedrag van een schurkenstaat van het gedrag van de VS onder Trump?