Neutraliteit uitstralen

“Volgens het College voor de Rechten van de Mens is het maken van indirect onderscheid niet verboden, zolang daar goede redenen voor zijn, zoals het waarborgen van neutraliteit en objectiviteit middels een neutrale, uniforme gezagsuitstraling bij politieambtenaren.”

Een korte vertaling in de Volkskrant van de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens in een zaak aangespannen door Sarah Izat. Izat mocht bij het opnemen van aangiftes per ‘beeldverbinding’ geen hoofddoek dragen als ze een uniform droeg, dit terwijl ze dat wel mocht als ze geen uniform droeg. Dat was voor Izat reden om de zaak aanhangig te maken bij het College en dat gaf haar dus gelijk.

Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

Illustratie: Wikipedia

Natuurlijk moet een politieagent herkenbaar zijn als politieagent. Alhoewel natuurlijk, een politieagent in burger, bijvoorbeeld van de recherche, is niet aan zijn kleding te herkennen. Die kan gewoon in spijkerbroek en t-shirt van zijn favoriete artiest werken. Mag een rechercheur wel een hoofddoek, keppel, kruis of vergiet dragen?

Het maakt mij niet uit of iemand al dan niet een hoofddoek, kruis, keppel, vergiet (ja, van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster)  draagt of welk ander kerkgenootschap dan ook aanhangt. Van mij en gelukkig ook van onze grondwet mag iedereen geloven en aanhangen wat hij wil. Het gaat mij erom of de neutraliteit en objectiviteit van de overheid wordt gewaarborgd door het verbieden van het zichtbaar dragen van religieuze of levensbeschouwelijke symbolen? Of omgekeerd, komt de neutraliteit en objectiviteit van de overheid in gevaar als een van haar vertegenwoordigers zichtbaar een symbool van zijn religie of levensbeschouwing draagt?

Kan een boete voor te snel rijden worden gegeven op een islamitische, sikh of Spaghettimonster manier? Of moet een politieagent met een hoofddoek, keppel, kruis of vergiet dezelfde wet handhaven op dezelfde manier? Zit de objectiviteit en neutraliteit van de overheid en dus ook van de politie niet juist in consequent en consistent gedrag en handelen en niet in de persoon en de de overtuigingen van de agent? Handelen gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving.

Zouden we de gedragscode uit 2011 die stelt dat zichtbare religieuze uitingen verboden zijn voor geüniformeerde agenten, niet moeten herzien? Zegt het jaartal 2011, met het eerste kabinet Rutte dat met gedoogsteun van de PVV aan de macht was, niet al genoeg over de achtergronden van deze richtlijn?

What are words worth?

“Waarom witte mensen het ‘N-woord’ niet mogen gebruiken.”

De titel boven een artikel bij Joop. Het N-woord staat voor neger en in het artikel, en vooral het bijgevoegde filmpje, legt de Amerikaanse Ta-Nehisi Coates uit waarom niet iedereen het woord neger mag gebruiken. Dit tegen de achtergrond van zwarte hiphoppers die het woord vaak gebruiken in hun teksten, maar er aanstoot aan nemen als anderen dit woord ook gebruiken.

Cultural appropriation

Illustratie: Wikimedia Commons

Aan de hand van wat voorbeelden probeert hij dit duidelijk te maken: “Als voorbeeld noemt hij zijn vrouw die hem ‘honey’ noemt. Dat is prima, maar als wildvreemde vrouwen hem op diezelfde manier zouden aanspreken, dan zou in elk geval zijn vrouw daar wel aanstoot aan nemen. Ook noemt hij zijn vader William. Die werd door diens eigen moeder Billy genoemd, maar het zou niet in Coates’ hoofd opkomen om zijn vader ook zo te noemen.” Hierin kan ik Coates volgen. Ik kan begrijpen en zou het zelf ook niet willen, dat iedere vrouw mij ‘schat’ zou noemen. Dat is iets tussen mijn vrouw en mij. Dat wil echter nog niet zeggen dat die andere vrouwen het woord ‘schat’ niet mogen gebruiken. Maakt dit vergelijk iets duidelijk over het woord  ‘neger’?

Dat woorden gevolgen hebben is overduidelijk en dat het woord neger in de Amerikaanse variant een connotatie heeft, zal ik niet ontkennen. Mag het woord daarom niet worden gebruikt? Coates laat in het bijgevoegde gesprek doorschemeren dat het woord is uitgevonden in of komt uit een bepaalde cultuur en dat mensen uit een andere cultuur daarom niet ‘automatisch’ het recht hebben om dit woord te gebruiken.

Een bijzondere redenering omdat het N-woord al ver voor de uitvinding van de hiphop werd gebruikt. Het wordt in de hiphop scene op eenzelfde manier gebruikt als de Ajax-supporters het woord jood gebruiken. Een manier waar bij een woord dat voor sommige mensen een negatieve connotatie heeft, te gebruiken als ‘strijdvlag’ en kern van een bepaalde identiteit.

Coates is een Amerikaanse auteur en denkt en schrijft vanuit zijn Amerikaanse ervaringen en achtergronden en dan ligt het gebruik van dit woord gevoelig. Bij het artikel tevens een stukje uit een Netflix-serie waarin hetzelfde onderwerp wordt behandeld. Een stukje waarin meteen alle clichés worden opgevoerd en gedramatiseerd. Ik vraag me bij dit artikel af welke bedoeling Joop heeft met het plaatsten van dit artikel op deze manier? Is dit een poging om een Amerikaanse discussie in Nederland te importeren? Zou dit een vorm van ‘cultural appropriation’ zijn?

Journalistiek?

“Politiemensen moeten hun werk kunnen doen, journalisten moeten hun werk kunnen doen. Dit is een land waar de staat en niet de straat regeert,”

deze woorden sprak premier Rutte tijdens zijn vrijdagse persconferentie naar aanleiding van de moord op een 22 jarige man uit Blerick. Inderdaad politiemensen en journalisten moeten hun werk kunnen doen. Journalisten moeten verslag kunnen doen van het nieuws en dat is het verzamelen, controleren, analyseren van nieuws en er vervolgens over rapporteren.

PowNed

Foto: PowNed – Wikipedia

Laten we eens even kijken naar wat voorbeelden rond deze casus. Neem Elsevier: “Woensdagmiddag werd de … op straat doodgeschoten, vermoedelijk door leden van een rivaliserende Antilliaanse drugsbende.” Een schoolvoorbeeld van de huidige tijd. Er gebeurt iets, een moord of een neerstortend vliegtuig en een minuut later moet er een verklaring zijn. Alleen die verklaring is voorlopig pure speculatie. Behoort speculeren tot het werk van de journalist? Een juiste analyse zou zijn: we weten niet wie er heeft geschoten en wat de achtergrond erbij is.

In een ander artikel bij Elsevier valt het volgende te lezen: “Het slachtoffer zou familie zijn van …, oud-lid van de bende van Venlo. Deze bende zou zich in 1993 en 1994 schuldig hebben gemaakt aan meer dan 250 geweldsdelicten in de regio. Daaronder tal van moorden met geld als motief.” Het kan dat het slachtoffer familie is van, maar wat bewijst dat? Het enige wat er gebeurt is dat een man wordt gelieerd aan gebeurtenissen waaraan hij part nog deel had, hij was in 1993 en 1994 nog niet geboren. Wellicht heeft de vermoorde man ook wel een tante in de politiek of een neef die profvoetballer is, dit allemaal, net als die oom, doet niet terzake.

Een voorbeeld van de bewegende media. We gaan onder het mom van ‘proeven wat er onder de mensen leeft’ met een camera in een gebied waar iets is gebeurd en de gemoederen verhit zijn, staan en wachten af. Er is altijd wel iemand die boos reageert op de aanwezigheid van die camera en begint te schelden, je bekogelt met iets of een klap uitdeelt. Iets wat niet goed is te praten, maar in een kruitvat is een klein lontje al voldoende. Deze tactiek wordt vooral door PowNed toegepast. Om te laten zien dat je ‘gewoon je werk deed’ plaats je er wat interviews omheen, een paar over de eigenlijke zaak en na de tumult eentje met een burgemeester of andere ambtsdrager die vervolgens moet zeggen dat de ‘journalist toch gewoon zijn werk moet kunnen doen. Een werkwijze die door een voorganger bij PowNed satire werd genoemd.

Suggestie, speculatie en als klap op de vuurpijl nieuwscreatie op een kwalijke manier. Zouden de media zich niet veel terughoudender moeten opstellen? Zich alleen beperken tot de feiten en verre blijven van speculatie? Zou dat misschien ook het werk van de politie vergemakkelijken?

Wraak op vroeger

“De dominante opvattingen van die tijd waren geen opvattingen maar geloofsartikelen. Van de stelligheid waarmee ze werden uitgedragen, ging iets intimiderends uit. Wie er geen deelgenoot van was, had het gevoel te zondigen tegen de tijdgeest – na de doodverklaring van God de hoogste autoriteit.”

De mooiste zin uit het artikel van Sander van Walsum in de Volkskrant. Deze zin beschrijft de sfeer in de jaren zeventig van de vorige eeuw en beweert dat #MeToo afrekent met de ‘hardnekkige restanten’ van de jaren zeventig.

MeToo

Illustratie: Flickr

Even vooraf, natuurlijk is seksueel geweld en – misbruik afschuwelijk en moeten de daders worden gestraft.

Er is iets met dat ‘afrekenen’, worden we tegenwoordig niet overspoeld met ‘#MeToo-achtige’ golven die ons vragen om ‘af te rekenen’ met een voorbije tijd? Altijd is er wel iets uit vervlogen jaren waarmee moet worden afgerekend. De hippies waarmee nu moet worden afgerekend, rekenden af met het collectieve en de ‘groepsdruk’ en pleitten voor de ontplooiing van het individu, vrijheid en alles moet kunnen. Nou ja alles, bemoeienis met Vietnam natuurlijk niet. Via Vietnam komen we als vanzelf bij het kolonialisme, ook daar sturen velen een  ‘#MeToo-achtig’ bericht als slachtoffer van de koloniale politiek van de westerse wereld. En van het kolonialisme is het maar een kleine stap tot de slavernij en logische achterstelling en discriminatie van mensen. Ook hier wemelt het van een soort van ‘#MeToo’ berichten en moet met de schuldigen, de ‘witten’ worden ‘afgerekend’. Een andere favoriet waarmee moet worden afgerekend is de ‘links multiculturalistische Gutmensch’ uit de jaren tachtig en negentig die problemen met migratie ontkende en geloofde in de ‘hemel op aarde’, maar dan met meerdere geloven en culturen. Ook tegen hen wemelt het ‘slachtoffers’ die zich melden met een  soort’ #MeToo’ bericht.

In al die gevallen worden de ‘dominante opvattingen’ van een tijd aan de kaak gesteld waarmee afgerekend moet worden. Ze verkondigden hun opvattingen immers als ‘geloofsartikelen’ en wie zich ertegen verzette was ‘zondig’.

Wat mij opvalt aan dat ‘afrekenen met vroeger tijden’ is dat de oproepers ertoe vaak zeer dominante opvattingen hebben, zo dominant dat het wel ‘geloofsartikelen’ lijken. ‘Geloofsartikelen’ die met een stelligheid worden uitgedragen dat het intimiderend overkomt en het zeer lastig wordt om een andere, genuanceerdere boodschap te laten horen. Geloofsartikelen die verdeeldheid zaaien terwijl ze naar verbinding zeggen te zoeken. Zo intimiderend dat je je zondig gaat voelen en aan jezelf gaat twijfelen omdat je de ‘tijdgeest tegen hebt’ en daardoor maatschappelijk ‘doodverklaard’ lijkt.

Zou deze ‘wraak op vroeger’ en de verdeeldheid die het veroorzaakt iets zijn waar men zich in toekomstige tijden tegen gaat afzetten in een nieuwe ‘#MeToo’? In dat laatste geval alvast ‘#MeToo’.

In nevelen hullen

Het is weer herfst en dat betekent dat de kans op mist weer groter is. Als het fenomeen optreedt, dan lijkt het meteen drukker op de weg en zijn er meer files. Mist belemmert je visuele waarnemingsvermogen. Je bent op de letterlijke manier in nevelen gehuld. Je kunt je ook figuurlijk ‘in nevelen hullen’ en hieraan moest ik denken toen ik het bericht over het hoger beroep tegen Geert Wilders in de ‘minder-Marokkanen’ zaak in de Volkskrant las.

MistFoto: Pixabay

Wilders in de rechtszaal tegen de voorzitter van het gerechtshof: “Klopt het dat u er een privé-stichting op na houdt?’, wil Wilders van de raadsheer weten. ‘De stichting Gascaria? En dat die stichting, met u als juryvoorzitter, een scriptieprijs heeft uitgereikt aan een linkse activiste? Een activiste die mijn politieke tegenpool is? Iemand die actief is in de krakerswereld? Een dame die een anti-Wilders en een anti-Trumpdemonstratie heeft georganiseerd?’, vervolgt Wilders.” 

En inderdaad is de voorzitter van het gerechtshof ook voorzitter van de betreffende stichting Gascaria. Een stichting met: “als doelstelling het bevorderen van de studie naar het recht in relatie tot de humaniora en al hetgeen hiermee verband houdt of bevorderlijk kan zijn.” En geeft een scriptieprijs uit: “ter bekroning van de beste masterscriptie in Nederland op het interdisciplinaire gebied van het verband tussen het recht en de humaniora. Deze prijs is mede bedoeld als aanmoedigingsprijs voor studenten met belangstelling voor rechtswetenschappelijk onderzoek en wordt tweejaarlijks uitgereikt.” Een nobel streven en in 2016 is deze prijs toegekend aan een scriptie van Sinaed Wendt omdat: “Haar werk is niet alleen van een hoog academisch niveau, het getuigt ook van een persoonlijke betrokkenheid bij deze groep mensen. De jury vond het bijzonder dat de persoonlijke inzet op geen enkele manier afdeed aan de scherpte van de theoretische analyse.” 

Maakt dit de betreffende rechter ongeschikt om te oordelen in de zaak Wilders, want dat is wat Wilders lijkt te suggereren? Is de prijs niet uitgereikt voor een scriptie en niet voor de andere activiteiten van de ontvanger? Nu zal het heel lastig zijn om ook maar één rechter te vinden die niet ergens een connectie heeft met iets of iemand waar Wilders anders over denkt of een tegenpool van is. Dat zou betekenen als we Wilders’ redenering volgen, dat hij niet vervolgd kan worden.

Creëert Wilders hier mist? Probeert hij anderen in nevelen te hullen om zo zelf aan het zicht te ontsnappen?

Uit-geïntegreerd

“Omdat werk een zeer belangrijke onderdeel is van integratie, moet de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond –nieuwkomers én oudkomers– worden verbeterd.”

Deze zin is te vinden op de grens van de pagina’s 26 en 27 van het regeerakkoord waarover ik al eerder schreef. En net zoals de passage waar ik toen over schreef, lijkt er ook niet veel mis met deze tekst. Het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van mensen is nooit verkeerd. Toch is er iets met deze zin.

einde

Illustratie: Pixabay

Het succes, maar vooral het falen van de integratie van mensen die nieuw zijn in Nederland, is vaak onderdeel van discussie, gesprek en heftige meningsverschillen in de politiek en de media. Kijk om je heen, bekijk statistische informatie en je kunt zowel voor het succes als het falen van de integratie voldoende onderbouwing vinden. In deze passage uit het regeerakkoord gebeurt dat ook. Mensen met een migratieachtergrond hebben klaarblijkelijk een achterstand op de arbeidsmarkt wat duidt op gebrek aan integratie.

Deze deze zin roept de vraag op wanneer de integratie is voltooid? Wanneer hoor je erbij? Ben je als vierde generatie Marokkaan met werk, lid van en vrijwilliger bij de sportclub en mantelzorger van je buurvrouw geïntegreerd? Wanneer ben je geen migrant, nieuwkomer of oudkomer meer? Wanneer ben je ‘gewoon’ Nederlander? Met andere woorden, is integratie eindig en zo ja, wanneer is die dan beëindigd? Als vervolg daarop ben je dat als nieuw- of oudkomer nog steeds als je plotsklaps werkloos raakt? 

Als niet duidelijk is wanneer iemand geïntegreerd is, dan kunnen er tot in den treuren of in het oneindige eisen worden gesteld waaraan iemand moet voldoen. Dan kunnen belachelijke cursussen en examens worden opgelegd. Dan kan iemand steeds worden buitengesloten: jij hoort er niet bij want … en dan volgt er iets waaruit moet blijken dat die persoon er nog niet bijhoort.

Moet zonder een duidelijk eindpunt iemand niet steeds maar blijven integreren en raakt hij dus nooit uit-geïntegreerd want hij wordt nooit als geïntegreerd gezien en behandeld?

Ben/Ken de geschiedenis

“We vinden het belangrijk de kennis over onze gedeelde geschiedenis, waarden en vrijheden te vergroten. Deze maken ons tot wat we samen zijn. In Nederland is iedereen gelijkwaardig, ongeacht geslacht, seksuele geaardheid of geloof. Tolerantie naar andersdenkenden is de norm en kerk en staat zijn gescheiden. In Nederland kun je kiezen welk geloof je wilt belijden, of om niet te geloven. Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken tot wie we zijn. Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen. Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid. Op school leren kinderen daarom het Wilhelmus, inclusief de context ervan.” 

Deze passage is te vinden op pagina 19 van het regeerakkoord met als titel Vertrouwen in de toekomst.

VOC

Illustratie: Wikimedia Commons

Zo op het oog prachtige zinnen, toch knaagt er iets. Als historicus ben ik een groot voorstander van het vergroten van de kennis van het verleden. De genoemde vrijheden en waarden kan ik onderschrijven. Waarom knaagt het dan? Het knaagt vanwege een paar zinnen. Als eerste de zin: “Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken wie we zijn.” Moet ik als Nederlander trots zijn op die waarden en tolerant naar andersdenkenden of anders geaarden? Als dat zo is, hoe komt het dan dat er zoveel intolerante mensen rondlopen? Maken die waarden mijn identiteit of geven ze mij de ruimte om te zijn wie ik ben? Beschermen die waarden en de rechtsstaat die erop is gebouwd ons juist niet tegen gewelddadige uitingen van intolerantie?

Een tweede zin: “Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen.” Die waarden heb ik in de vorige alinea al besproken, nu het actief uitdragen van die geschiedenis. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Wat moet ik dan uitdragen, de trotse VOC mentaliteit van Balkenende, de anti-guerrillatactiek van Van Heutz? Trots zijn op wat we nu als wandaden zouden betitelen? Ik begrijp hoe iemand in die tijd tot dergelijke daden zou komen. Als Van Heutz of Jan Pieterszoon Coen nu nog zouden leven dan zouden ze waarschijnlijk zeggen dat ze ‘met de kennis van nu’ anders zouden hebben gehandeld. Moet ik trots zijn op de prachtig geschilderde ‘selfie’ van de Amsterdamse Nachtwacht, of de prachtige voetbalacties van Johan Cruyff? Hun daden bewonderen ja, maar trots zijn op de prestaties van een ander dat gaat me toch iets te ver.

Nog zo’n zin: “Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid.” De waarden opgenomen in de grondwet en wetten zijn de ankers van het samenleven in dit land, daar moet iedereen zich aan houden. Worden Nederlanders met een andere geschiedenis zo niet buitengesloten? Zij liggen immers niet vast aan het ‘historische anker’ en dat wordt hen extra duidelijk gemaakt via de ‘Wilhelmuskunde’. Wordt hier niet gezegd: ‘als ‘ons’ kunnen jullie nooit worden want toen waren jullie er niet.’ Dat die ‘ons’ er toen ook niet waren, wordt voor het gemak even vergeten.

Her wordt gesuggereerd: ‘Ben deze geschiedenis en waarden’. Zou dat niet ‘Ken deze geschiedenis en waarden’ moeten zijn. Eén letter, maar wel een wereld van verschil.

Aluhoedje

Jan Roos, de oud verslaggever van PowNews die verkleed als ‘Pepi (of Kokki) streed voor een NEE tegen het associatieverdrag met de Oekraïne en vervolgens als lijsttrekker van de partij VNL jammerlijk faalde, is bang. Bij De Dagelijkse Standaard schrijft hij:“Het zou me heerlijk lijken om me veilig te voelen. Maar ik voel het me niet. Of liever gezegd, we zijn het niet.” Hij voelt zich niet veilig vanwege de deplorabele staat en de grootte van het Nederlandse leger:

“Het leger bestaat nog maar uit 52.000 personen, waarvan 24% uit burgerpersoneel. Het aantal militairen is nog geen halve Kuip vol. Een half stadion met mensen die over ons en onze democratie moeten waken.”

Dat waken moet ook nog eens met ouwe en kapotte meuk en zonder goede training en oefening.

aluhoedje

Foto: Flickr

Na deze opsomming van de staat van het Nederlandse leger, voel ik me ineens een stuk minder veilig. Ik voel me minder veilig omdat ik lees dat het leger de democratie moet beschermen. Dan begin ik me meteen af te vragen wanneer het leger moet ingrijpen in het democratische proces. Is dat als de Partij voor de Dieren, Denk of het Forum voor Democratie onverhoopt in de regering zouden komen? Of als een formatie te lang gaat duren? Liepen we nu al bijna het risico op militair ingrijpen? Immers, wie bepaalt wat te lang is? Wat voor de ene te lang is, is voor een ander te kort. Gelukkig stelt de grootte van het leger, de deplorabele staat van het materieel en de gebrekkige staat van training en oefening mij enigszins gerust. Als de spullen niet werken, dan is die ‘halve Kuip’ er wel onder te krijgen mochten ze onverhoopt vinden dat de democratie in gevaar is en een ‘staatsgreep’ plegen.

Zijn gevoel van onveiligheid wordt nog versterkt omdat: “een miljoen moslims in ons land wonen die vanuit religieus en cultureel oogpunt weinig met onze Westerse waarden hebben en, en dat is misschien nog wel het gevaarlijkste, heeft de EU laten zien weinig problemen te hebben met geweld tegen ongehoorzame burgers, zoals in Catalonië.” Zo daar sta je dan als moslim, hoor je er ineens niet meer bij en mag je van geluk spreken dat het leger zo gammel is. Bovendien hoef je als ‘ongehoorzaam burger’, je hebt immers niet op met de Westerse waarden, ook al niet op de EU te rekenen.

Die slechte staat van het leger kon weleens vanuit Brussel gestuurd zijn: “Noem me een aluhoedje, maar ik denk dat het niet voor niks is dat we nauwelijks nog een leger hebben. Want als we ons straks onveilig genoeg voelen gaan we vanzelf hunkeren naar een EU-leger. Dan heeft het ondemocratische moloch Brussel z’n eigen stormtroepen. Moet je eens kijken wat er dan gebeurt als een volk zich wil afscheiden, een referendum wil houden, of uit de EU wil stappen.”

Gelukkig is de wereld anders dan Roos voorspiegelt en hebben we een leger om de landsgrenzen en niet de democratie te verdedigen. Gelukkig hebben we een democratische rechtsstaat waarbij je andere culturele en religieuze waarden mag hebben dan je buurman. En misschien mogen we wel het meest gelukkig zijn dat er te weinig mensen op VNL hebben gestemd om het in complottheorieën denkende ‘aluhoedje’ in de Kamer te brengen. Alleen jammer, dat andere ‘hoedjes’ dat geluk wel hadden

‘Alternatieve, krachtige’ liberalen

“Een voorstander van een zo groot mogelijke vrijheid op economisch en cultureel gebied, van een zo gering mogelijke overheidsbemoeienis,”

De betekenis die de Van Dale geeft aan het woord liberaal. Zo helder als deze definitie is de politieke betekenis van liberaal niet. Centraal in deze definitie staat het begrip vrijheid en zoals Isaiah Berlin in zijn boek Twee opvattingen over vrijheid liet zien kun je vrij zijn ‘van’ (negatieve vrijheid) en vrij zijn ‘om’ (positieve vrijheid).

liberaal

Illustratie: Liberale verkiezingsaffiche, 1958 | Campaign poster, Belgi… | Flickr

Vrij ‘van’ dwang en inmenging door anderen waaronder een overheid. Vrij ‘om’ dat te doen wat iemand wil. Iemand kan vrij zijn van dwang en inmenging maar toch niet vrij om dat te doen wat hij of zij wil. Zo kan het hem of haar aan de middelen (geld, voedsel) ontbreken om dat te doen wat hij wil. Dat zijn zoals Berlin schrijft: “twee sterk afwijkende, onverenigbare houdingen ten opzichte van de doeleinden van het leven.” 

Vanwaar deze uitwijding over het liberalisme en vooral vrijheid? Omdat het verkiezingsprogramma van Leefbaar Rotterdam (LR) samen met het Forum voor Democratie (FvD) komende gemeenteraadsverkiezingen de slogan: “het krachtvoer voor echte liberalen,” draagt, zo is bij de NOS te lezen.

Wie zijn die ‘echte’ liberalen’ die de beide partijen van krachtvoer willen voorzien? En hoe ziet dat krachtvoer eruit? Daarvoor zou het programma moeten worden bestudeerd. Het jammere is dat dit nog niet te vinden is op het Net. Wel al enige eerste punten. Zo zijn straten ‘voor veel mensen onherkenbaar. Er zit geen groenteboer meer maar wel een Marokkaanse slager. Om daar wat aan te doen moet er een vestigingswet komen. Een wat? Een wet die het mogelijk moet maken om die Marokkaanse slager te weren, zo valt te lezen bij De Dagelijkse Standaard.

Krachtig ‘voer’ maar wat is er liberaal aan? Hoe bevordert dit idee de vrijheid op economisch en cultureel gebied? Wordt de Marokkaanse slager zo niet belemmerd in zijn economische mogelijkheden? Worden de Marokkaanse slager en zijn klanten niet belemmerd in hun culturele vrijheid? Verkleint het niet de vrijheid ‘van’ dwang en inmenging, de negatieve vrijheid? Om over de positieve vrijheid, de vrijheid ‘om’ maar te zwijgen.

Er zijn politici die er ‘Alternatieve feiten’ op na houden. Zouden LR en het FvD er een nog onbekende ‘alternatieve’ versie van het liberalisme op na houden? Een versie die de vrijheid vergroot door ze te verkleinen?

Data or Utopia

“Wanneer we echt willen verbinden, wanneer we écht samen met kiezers oplossingen willen realiseren voor de problemen waar ze mee zitten, dan moeten we werken aan een progressief alternatief voor de ‘big data boeven’ van deze wereld. Dan moeten we juist digitale bruggen bouwen. Een brug van de politiek naar de samenleving, en van de samenleving naar de politiek. Zo willen wij data inzetten om mensen weer te verbinden. Het is tijd voor ‘data for good’.”

Dit schrijven de duo-kandidaten voor het PvdA voorzitterschap Astrid Oosenbrug en Frans van der Sluijs bij Joop en zij constateren dat nu met name rechtspopulisten data gebruiken om kiezers te trekken. ‘Data for good’ moet hieraan tegenwicht bieden volgens de schrijvers.

Utopia Thomas More

Foto: Wikimedia Commons

Data, de panace van alles zo lijkt het. Bedrijven die data verzamelen om precies op maat in je behoeften te voorzien, of eigenlijk te voorzien in behoeften waarvan je niet wist dat je ze had. Het meest recente voorbeeld hiervan is de PSD2 richtlijn van de Europese Unie. Die richtlijn verplicht banken om bankgegevens te delen met bedrijven. Gegevens bij wie je op welk moment wat koopt. De belangrijkste vraag, van wie deze gegevens zijn van de bank of van de klant van de bank, wordt niet gesteld. “Brussel wil allerlei start-ups de kans geven zelf slimme diensten voor consumenten te ontwerpen. Hoe meer partijen er innoveren, hoe sneller de financiële technologie (fintech) vooruitgaat en dat zal leiden tot meer betaalgemak voor consumenten en tot lagere prijzen, is de gedachte.” Zo valt te lezen in de Volkskrant. Via de bedrijven komen deze gegevens uiteindelijk ook bij de politieke partijen die, aldus Oosenbrug cs, gebruiken voor micro-politiek: “een op maat gemaakte boodschap in elkaar (…) zetten. Eentje die inspeelt op jouw zorgen, op jouw angsten en op wat jij belangrijk vindt.” Oosenbrug cs. willen hier goede micro-politiek tegenover stellen, micro-politiek die ‘verbindt’.

Zou dat lukken, verbindende micro-politiek? Moet je, juist als je mensen wilt verbinden, niet het micro niveau verlaten? Een supporter van Ajax en Feyenoord krijg je op clubniveau niet met elkaar verbonden. Dat lukt wellicht wel op een hoger niveau: de liefde voor het voetbal. Zou het met politiek en verbinden niet precies zo zijn? Zouden Oosenbrug cs niet op zoek moeten naar dat hogere niveau?

In haar meest recente boek No is not enough komt Naomi Klein tot een soortgelijke conclusie. Voor werkelijke verbinding en tegenwicht tegen de ‘Trumps’ van deze wereld, is nee zeggen niet voldoende, er moet een positief ideaal tegenover staan. Een ideaal dat mensen bindt en verbindt. Zij haalt hierbij Oscar Wilde aan die dit op de volgende manier treffend onder woorden bracht:

“A map of a world that does not include Utopia is not worth even glancing at, for it leaves out the one country at which Humanity is always landing. And when Humanity lands there, it looks out, and, seeing a better country, sets sail.”