Radicaal

Radicalisering houdt de gemoederen flink bezig. Met name kleinere gemeenten doen er niets aan, die denken ervan gevrijwaard te blijven, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een expert, een voormalig geradicaliseerde meldt in dezelfde krant dat de-radicalisering afdwingen niet werkt. En in Amsterdam werd een ambtenaar ontslagen, zat de burgemeester in het ‘beklaagdenbankje’ en gaat men geen gebruik meer maken van ‘gederadicaliseerden’ bij het voorkomen van radicalisering.

copernicus

Foto: Wikimedia Commons

Laten we eens wat dieper in radicalisering duiken en waar beter te beginnen dan in de Van Dale. Een radicaal is

“iemand die vergaande hervormingen wil,”

aldus het woorden boek. Nu hoor je politici vaker over hervormingen en de ene wil daarin verder gaan dan de andere. Als je praat over flexibilisering van de arbeidsmarkt dan zal iemand van de SP een VVD-er of D66-er radicaal vinden. Omgekeerd wellicht ook wel. Een lid van de SGP of de ChristenUnie vindt D66 om andere redenen radicaal, denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als euthanasie, abortus en het gebruik van embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden. Of de gezondheidszorg, nationaliseren zegt de SP, ‘aan de markt overlaten’  roepen D66 en de VVD.

Ik begin me af te vragen of ik niet ook radicaal ben? Of de gemeente dan ook iets aan mij zou moeten doen? Een pleidooi voor bijvoorbeeld een basisinkomen is voor velen radicaal.  Je moet immers werken voor je geld. Of het idee dat je al deel uitmaakt van, en participeert in de samenleving door er gewoon te zijn, de politieke goegemeente denkt daar anders over. In zijn tijd was Copernicus ook een radicaal, net als Galilei. Zou niet iedereen op een of andere manier radicaal zijn?

Is radicalisme werkelijk een of het probleem? Of is geweld en gewelddadigheid het probleem?

Profiteurs

Het is weer feest bij de PvdA, want de baantjescarrousel draait weer eens harder dan ooit tevoren!”

Als voormalig Kamerlid heb je het maar lastig. Zeker oud-Kamerleden van PvdA-signatuur moeten het ontgelden. Jeroen Recourt heeft na zijn Kamerlid emplooi gevonden. Hij is voorzitter geworden van het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam en hij treedt toe tot de Raad van Advies van de Nederlandse Mediatorsvereniging.

roeptoeterFoto: Flickr

“ Jeroen Recourt is slechts de volgende in wat ongetwijfeld een nog veel langere rij aan PvdA-profiteurs gaat worden.” Dat is tenminste de verwachting, of eigenlijk een mening verpakt in een verwachting, van Tim Engelbart bij De Dagelijkse Standaard. Recourt krijgt vervolgens nog het verwijt mee dat hij: “de zoveelste PvdA’er (is) die zijn Kamerlidmaatschap heeft kunnen inzetten om voornamelijk zijn eigen carrière vooruit te helpen.” Iets wat we volgens Engelbart al: “zagen (…) met andere mislukte PvdA’ers: Ahmed Marcouch (burgemeester), Roos Vermeij (top van een pensioenfonds), Martijn van Dam (top van de NPO) en zelfs de assistent van Jeroen Dijsselbloem (top van een ministerie): allen zijn zij linkse sociaal-democraten in naam, maar rechtse graaiers in werkelijkheid.” Zo dat klinkt als een (populistische) klok, die kunnen die ‘sociaal-democraten, maar in werkelijkheid rechtse graaiers’ zich in hun zak steken.

Laat ik, nadat het geluid van de ronkende zinnen is verstomd, een vraag hebben voor Engelbart. In Nederland klinkt de roep om Kamerleden geen privileges meer te geven voor wat betreft uitkeringen, steeds luider. Voormalig Kamerleden en politiek-bestuurders, en daar hebben we het hierover, zouden niet anders moeten worden behandeld dan andere werklozen. Niet eindeloos lang recht hebben op een uitkering zonder dat er een wezenlijke prestatie tegenover staat. Nee, zo snel mogelijk ander werk vinden.

Wat  verwacht Engelbart nu eigenlijk? Als ze werk vinden zijn het profiteurs van de ‘baantjescarroussel’ van het ‘partijkartel’. Vinden ze geen werk dan zijn het profiteurs en uitvreters die van hun luxe uitkering genieten op kosten van de belastingbetaler. Het is nooit goed of het deugd niet, zou mijn moeder zeggen. Of gewoon een gevalletje ‘roeptoeteren’ van Engelbart?

‘Parlementaire geschiedenis’

Het Rotterdams kunstinstituut Witte de With houdt de gemoederen flink bezig. Het instituut is, zo wordt beweerd, naar de straat waaraan het ligt, de Witte de Withstraat in Rotterdam genoemd. Die straat is weer genoemd naar een Nederlandse zeeman uit de zeventiende eeuw. Witte de With schijnt een zeer streng kapitein te zijn geweest voor zijn manschappen en als alle ‘kapiteins’ uit die tijd heeft hij ook in ‘de Oost’ zijn sporen (van vernieling, plundering en moord) nagelaten. Voor die tijd was zo’n staat van dienst niets bijzonders en voldoende om in de negentiende en twintigste eeuw als ‘zeeheld’ een straat naar je vernoemd te krijgen.

witte de with

Foto: Wikipedia

Kijkend door onze eenentwintigste eeuwse bril worden deze daden wat ‘anders’ beoordeeld. Een groep activisten, stel te vraag:

“How will this institution start to undo itself?”

Een bijzondere vraag, want wat vragen ze van het instituut? ‘To undo’ is ‘tenietdoen, ongedaan maken, of ‘losmaken’. Wat moet het instituut ongedaan maken? De zeventiende eeuwse daden van Witte de With? Dat lijkt me lastig voor een instituut in de eenentwintigste eeuw. Zelfs de eigen culturele uitingen van het instituut kunnen niet ongedaan worden gemaakt. Het instituut kan zich ‘losmaken’ door een andere naam te kiezen zoals het wil gaan doen. Al kun je je afvragen in hoeverre het zich los kan maken van haar eigen resultaten uit het verleden.

Die naamswijziging geeft ook meteen weer aanleiding tot discussie. Bij Elsevier vindt Gertjan van Schoonhoven het: “krankzinnig, zeker uit democratisch oogpunt,” dat het instituut haar naam wijzigt onder druk van een brief van deze groep activisten. Volgens Van Schoonhoven is het verleden iets van ons allemaal en niet alleen van activisten. Omdat het instituut bovendien met publiek geld wordt gefinancierd, is de naamgeving ook een publieke zaak:

“Dus gemeenteraad, dus parlement: doe jullie werk.” 

Op de redeneringen van de activistische briefschrijvers, net als op de wetenschappelijke onderbouwing ervan, is veel aan te merken. Redeneringen ‘witte superioriteit’ die niet verworpen kunnen worden, immers door ze te verwerpen bevestig je ze. Sterker nog, dat doe je al door er alleen vraagtekens bij te plaatsen. Op een wat grove manier plaats Van Schoonhoven deze kanttekeningen.

Volgens Van Schoonhoven gaat het hier om de “vraag hoe Nederland om moet gaan met andere, kritische opvattingen over het eigen koloniale verleden.” Het beantwoorden van die vraag: “mag geen onderonsje zijn van kunstenaars en activisten die vinden dat zij alléén recht van spreken hebben.”  Wat dit laatste aangaat heeft hij gelijk. Maar gaat hij niet de mist in met zijn oproep aan de gemeenteraad en het parlement? Gaat de Rotterdamse gemeenteraad over de naam van een onafhankelijk cultureel instituut dat zij subsidieert? Gaat het parlement over de geschiedenis en de manier waarop die wordt beoordeeld? De geschiedenis bij wet vastgelegd? Dat zou het begrip ‘parlementaire geschiedenis’ een heel andere betekenis geven.

Demonen in het hoofd

Zou ik me zorgen moeten maken? Waarover? Zou jullie wedervraag kunnen zijn, Zou ik me zorgen moeten maken dat ik doordraai en de verbinding met de realiteit verlies? Dat ik in woorden steeds wilder om me heen ga slaan? Waarom? Zouden jullie me vervolgens kunnen vragen. Wel omdat ik net als Bert Brussen een eigen site ben begonnen om mijn schrijfsels op te publiceren en als ik de schrijfsels van Brussen lees, dan maak ik me ernstig zorgen om zijn mentale vermogens, om zijn geestelijke gesteldheid. Zou dat een gevolg zijn van het beginnen van een site om schrijfsels te publiceren?

demonen hieronumus Bosch

Illustratie: Wikipedia

“Dit keer is het natuurlijk ‘slechts’ een bekladding met verf, heus zo erg nog niet als een kogel, maar het moet toch ultieme voldoening geven om te weten dat jullie met die anonieme, moralistische hetzestukjes in die ‘kwaliteitscourant’ van jullie ook écht kunnen bereiken wat jullie willen: haatzaaien. Andersdenkenden de mond snoeren. Onderdrukken. Macht uitoefenen. Controle houden. De maatschappij naar je hand zetten.”

Zo schrijft Brussen op zijn site TPO. De ‘jullie’ waar Brussen het over heeft is de NRC. Die krant heeft kritiek op het optreden van kamerlid Baudet. Baudets voordeur is beklad door actievoerder en de NRC is net als de Volkskrant hiervan de schuldige. Deze kranten ‘demoniseren’  Baudet, net zoals ze met Pim Fortuyn hebben gedaan (en we weten  waartoe dat heeft geleid, zo suggereert Brussen).

Laat ik voorop stellen, de woorden van Baudet moeten met woorden worden bestreden niet met verf op zijn voordeur, dreigementen of geweld. Laat de beide kranten nu juist dat doen, ruimte geven aan mensen om elkaar met woorden te bestrijden. Niet om, in dit geval, Baudet de mond te snoeren, maar om hem van repliek te dienen. Om zijn ideeën ter discussie te stellen en op zijn ideeën valt het nodige af te dingen.

Net zoals er wat valt af te dingen op het verwijt dat, in dit geval de NRC, andersdenkenden de mond snoert, ze onderdrukt, macht uitoefent, controle houdt en de maatschappij naar haar handen zet. Als de NRC desnoods samen met de Volkskrant, dat zou doen, dan zouden ze het toch wel heel slecht doen. Baudet haalt, net als Wilders met elke (lavendel)scheet die hij laat het nieuws. Sites als TPO van Bert Brussen en De Dagelijkse Standaard, reageren daar weer zeer verheugd op. Hoezo zet de NRC dan de maatschappij naar haar hand.

Gelukkig is verlies van je mentale vermogens en je geestelijke gezondheid geen gevolg van het hebben van een site om je schrijfsels op te publiceren. Net zoals er ook geen verband is tussen het bieden van weerwoord aan Baudet en de verf op zijn deur. Zou er niet eerder een verband tussen demonen in het hoofd en het smeren van verf op iemands deur of het opschrijven van verwijten zoals Brussen ze debiteert?

Overreactie

“In Europa zijn naar schatting meer dan 50.000 geradicaliseerde moslims. ‘Het kunnen er ook duizend minder zijn. Of duizend meer. Maar ze stellen de veiligheidsdiensten voor een probleem.”

Een uitspraak van EU-coördinator voor terrorismebestrijding Gilles de Kerchove die is te lezen bij Elsevier. Dat zijn veel radicalen en het probleem, zo blijkt, is te bepalen wie van hen gevaarlijk is, geweld wil gebruiken. Niet iedere radicaal is immers bereid geweld te gebruiken. Kerchove betwijfelt of deradicalisering mogelijk is: “Iemand die zeer radicaal is, zal bij zijn ideeën blijven.” Een zorgelijke situatie die om alertheid vraagt van ons allen. Dat iemand die radicaal is radicaal zal blijven valt te betwisten. Er zijn immers veel voorbeelden van mensen die hun radicale jeugdige veren af hebben geschud.

politie

Foto: PxHere

Vijftigduizend zijn er veel en als de helft ervan gevaarlijk is, dan kan dat voor veel ellende zorgen. Een klus waar de veiligheidsdiensten hun tanden in kunnen en moeten zetten. Wat ik me afvraag is of die alertheid zich alleen op die gevaarlijke geradicaliseerde moslims moet richten. Dan bedoel ik niet alleen dat de veiligheidsdiensten ook hun tanden moeten zetten in het zoeken en volgen van anderen die bereid zijn om geweld te gebruiken.

Zouden we niet ook alert moeten zijn op de reactie op radicalen die geweld willen gebruiken? Op de overreactie? Op een permanente ‘noodtoestand’ die in Frankrijk van kracht is? Op de permanent patrouillerende militairen in de Belgische en Franse straten? Op de wetten die veiligheidsdiensten zeer veel ruimte geven om mensen te volgen, af te luisteren en gegevens te bewaren, waarmee recent door de beide Nederlandse Kamers is ingestemd?

Zou de overreactie van een deel van de vijfhonderdmiljoen andere Europeanen niet veel schadelijker kunnen zijn. Een overreactie door politici die aanschurken tegen de uitspraken van ‘reaguurders’ onder het artikel en daarmee het klimaat voor bizarre maatregelen mogelijk maken.

Het gewelddadige deel van die vijftigduizend Europeanen kan veel ellende veroorzaken. Zij kunnen onze democratie niet omver werpen. Zij kunnen onze wetten niet veranderen. Zij kunnen de luiken van onze open samenleving niet sluiten. Die macht hebben ze niet. Overreactie op hun geweld, kan dat wel.

Marx en het monster van Frankenstein

Na het vallen van de muur werd het denken van Karl Marx bij het grofvuil gezet. Het liberale kapitalisme of kapitalistisch liberalisme had definitief gewonnen en de geschiedenis, de strijd tussen ideologieën werd in navolging van Francis Fukuyama voor beëindigd verklaard. De laatste tijd lijkt het alsof er te vroeg is gejuicht want Marx blijkt slimmer dan we dachten. Het denken van Marx ligt aan de basis van de  ‘identiteitspolitiek’. Als we tenminste mensen als Thierry Baudet, Paul Cliteur en ook Teunis Dokter mogen geloven. Zo’n beetje alles wat deze heren niet aanstaat, is het gevolg van cultuurmarxisme.

FRankenstein

Foto: Flickr

Neem Dokter bij ThePostOnline: De definitie van de ‘Inclusive Society’ –een inherent marxistisch concept– vormt de grondslag voor de sociaal-culturele programma’s en subsidienetwerken van de Verenigde Naties en de Europese Unie.” Dit is allemaal een gevolg van het streven naar gelijkheid uit het denken van Marx. En: “De ironie wil dat dit streven naar gelijkheid van klassen leidt tot identiteitspolitiek. Want wanneer men de gelijkheid tussen verschillende klassen wil doen toenemen moet men deze klassen kunnen onderscheiden en aanwijzen. Zodra een benadeelde klasse is ontdekt wordt deze verheven terwijl andere groepen geen aandacht krijgen.” Zo schrijft Dokter.

Marx schreef over de strijd tussen de kapitalistische klassen en het proletariaat en in zijn theorie zou het proletariaat die strijd winnen. Deze strijd zou, volgens Marx, door het proletariaat worden gewonnen, waarna er een klasseloze samenleving zou ontstaan. Marx schreef niet over culturen of identiteiten. De kreet ‘proletariërs aller landen verenigt u’ getuigt niet echt van het denken in culturen en identiteiten. Iets wat duidelijk werd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In de loopgraven stonden de proletariërs uit ‘allerlei’ landen tegenover elkaar verenigd onder een nationale en culturele vlag.

Op het historicisme van Marx is ook veel aan te merken en daar zijn al vele boeken over vol geschreven. Neem bijvoorbeeld Karl Poppers The Open Society and it’s Enemies om er een te noemen. Wat Marx goed zag is dat een samenleving met grote economische ongelijkheid niet stabiel is. Marx min of meer benoemen tot de vader van de ‘identiteitspolitiek is een gotspe.

Er is ook veel aan te merken op de ‘identiteitspolitiek’ en het ‘pseudo-wetenschappelijk fabuleren’ dat eraan ten grondslag ligt. Een terecht punt van zorg dat de ‘identiteitspolitici’ maken is de ongelijke behandeling van mensen vanwege hun uiterlijk, sekse, religie enzovoorts. Een punt dat hun overschreeuwen en pseudo-wetenschappelijkheid ondersneeuwt.

Zouden de bedenkers van het ‘cultuurmarxisme theorie’ denken dat hun argumenten sterker worden door hun twee ‘vijanden’ in elkaar te knutselen tot een soort ‘monster van Frankenstein’?

Selectief winkelen

“Erkennen van het Nederlandse aandeel in slavernij is erkennen dat er in Nederland een systematische ongelijkheid bestaat voor een groep Nederlanders met een cultureel diverse achtergrond.”

Dit schrijft Jörgen Tjon A Fong in de Volkskrant in reactie op een column van Martin Sommer in dezelfde krant. Tjon A Fong vindt dat Sommer het slavernijverleden bagatelliseert en dat hij door: “betwisten van de cijfers de weg naar gelijkheid juist vertroebelt.” 

slavernijFoto: Pixabay

Het gaat mij er niet om wie gelijk heeft en hoe groot of klein het Nederlandse aandeel in de slavernij handel was. Het gaat mij om deze bewering van Tjon A Fong. Hij beweert hier dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de slavenhandel en de huidige ongelijkheid die er bestaat tussen Nederlanders met diverse culturele achtergronden. Tjon A Fong beweert hier dat het laatste is veroorzaakt door het eerste. Of hemzelf aan het woord te laten: “Het gaat erom dat we in de tijd die we de Gouden Eeuw noemen een sociale constructie hebben gebouwd waarin wit als superieur werd gezien en niet wit als minderwaardig.”

Hoe is dan die ‘sociale constructie’ in de Gouden Eeuw ontstaan? De westerse slavenhandelaren zagen immers niet iedere niet blanke als slaaf. Ze handelden er vrolijk op los met niet blanke slavenhandelaren die hun kleurgenoten verhandelden. Als ze pech hadden, werden ze zelf tot slaaf gemaakt door Arabieren en Noord-Afrikanen.

Ik ben benieuwd hoe het verband dat Tjon A Fong schets eruitziet. Dat twee gebeurtenissen na elkaar optreden wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is tussen die twee. Kan Tjon A Fong of iemand anders mij dit verband uitleggen? Volgens Tjon A Fong gaat het erom de: “bouwstenen van de huidige maatschappij bloot te leggen. En daar vormt de geschiedenis een onuitwisbaar fundament van.” De slavenhandel heeft hierbij tot een ‘constructiefout’ geleid. Winkelt Tjon A Fong zo niet selectief in de geschiedenis?

Als de geschiedenis het fundament van het bouwwerk is, behoort dan de afschaffing van de slavernij niet ook tot die fundamenten? Net als een Grondwet die iedereen gelijk behandelt?

Zou het kunnen dat de oorzaak van de ongelijkheid niet systematisch is, maar een oorzaak in de menselijke natuur heeft? Identificeert een mens zich niet met degenen die op hem lijken. Zou dat niet de oorzaak van de ongelijkheid kunnen zijn?

Gevangen in het eigen web

“Ik ben meer dan mijn kleur,” aldus de titel boven een column van Kiza Magendane in de Volkskrant. Magendane schets zijn droombeeld: “Hierin schrijven en praten de zogenaamde allochtonen over iets anders dan uitsluitend over racisme, discriminatie, de islam en diversiteit.” Dat dit er voorlopig niet van gaat komen, is een gevolg van de ‘mentale tirannie’ die ‘biculturele’ intelligentsia teistert: “Ze verkeren in een ‘psychologisch gevangenis’ zoals ik dat zelf noem. Hun identiteit wordt gereduceerd  tot hun culturele en etnische hokjes.” Hierdoor wordt: “het cultuurverschil tussen diverse etnische groepen als de meest doorslaggevende factor gezien in het verklaren van maatschappelijke problemen.” Een analyse die tot nadenken stemt en die aansluit bij eerdere prikkers.

spin in web

Foto: Pixabay

Ik moest denken aan een eerdere prikker, Cultuur, die ik in 2015 schreef. In haar commentaar stelde Dagblad de Limburger dat de Friese of Groningse cultuur anders is dan de Brabantse of de Limburgse. Waarop ik me afvroeg of er dan ook verschil zou kunnen zijn tussen de Venlose en Maastrichtse cultuur of tussen de culturen binnen de Venlose gemeenschap? Magendane noemt zichzelf een biculturele Nederlander. Wanneer ben je een biculturele Nederlander? Ik ben geboren in Velden, woon in Venlo, die plaatsen liggen in Limburg, in Nederland, in de Europese Unie, in Europa en de wereld? Voldoe ik daarmee aan de criteria om biculturele Nederlander te worden genoemd? Of, als je het op de keper beschouwt, multiculturele Nederlander? Het zijn immers meer dan twee culturen.

Ik sloot de genoemde prikker af met de vraag: “Is cultuur daarmee een woord dat we gebruiken om anderen, al naar wat we willen bereiken, binnen of buiten te sluiten?”  Een interessante vraag die ook naar aanleiding van de column van Magendane gesteld kan worden. Sluit hij zichzelf niet op in een hokje? Of om zijn eigen woorden te gebruiken, ‘reduceert’ hij zichzelf door zich biculturele Nederlander te noemen  tot een ‘cultureel en etnisch hokje’? Zet hij zich zo, om hem te parafraseren, niet ‘gevangen in een ‘psychologische gevangenis’? Zit hij zo niet gevangen in zijn eigen web?

Clavan’s opvolger

Voormalig Powned journalist (al maakt hij er tijdens de verkiezingen een satiricus van) en ook voormalig lijsttrekker van de partij VNL, Jan Roos, heeft een nieuwe bezigheid. Hij schrijft stukjes en maakt vlogjes. Zo kwam ik op de site De Dagelijkse Standaard een stukje van hem tegen waarin hij terrorisme-experts de maat neemt.

Clavan

foto: Mannen met plannen

Deskundige één, Beatrice de Graaf, adviseert volgens Roos: “wegkijken, wijkagenten en een monotheïstisch geloof.” Over deskundige twee, Edwin Bakker: “Een terrorisme-expert die terroristen terug naar Nederland wil halen. Dan ben je niet alleen bijzonder naïef als je denkt dat die jongens opeens goede burgers worden, maar voornamelijk heel gevaarlijk bezig.” En over expert nummer drie, Peter Knoope: zegt Roos het volgende: “Mogelijke arbeidsdiscriminatie geeft dus volgens deze terrorisme-expert genoeg reden om vrouwen en kinderen met een busje dood te rijden. Het is dus eigenlijk gewoon “onze” schuld.” Daarop concludeert Roos:

“Als dit onze experts zijn die de overheid met hun expertise helpen beleid te maken zijn we aardig de pineut, me dunkt.”

Die experts zijn volledig van het padje als we Roos mogen geloven. Zou Roos expert experts zijn? Hoe zit het dan wel volgens de expert experts Roos? Wat zijn dan wel de oorzaken van het terrorisme en wat er dan wel moet gebeuren? Expert experts Roos spreekt zich niet uit, maar in zijn verwijten klinkt door dat terrorisme een gevolg is van het geloof, nou het geloof, één geloof, de islam. Ook klinkt erin door dat ‘we’ de oorzaak en de te nemen maatregelen vooral niet bij ‘onszelf’ moeten zoeken.

Nu moet je van goede huize komen om na ‘Oost Europadeskundige Clavan’ om experts en deskundigen nog de maat te nemen. Clavan was dé deskundige op alle terreinen. Zou Clavan in Jan Roos dan zijn legitieme opvolger van Clavan hebben gevonden? Roos weet het immers ook beter.

Solidariteit en identiteit

Econome Heleen Mees houdt, in haar column in de Volkskrant, een warm pleidooi voor diversiteitsbeleid: “Neem bijvoorbeeld het controversiële voorkeursbeleid. Door meer minderheden aan te stellen bij de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht, neemt het vertrouwen in de rechtsstaat toe, en zullen de criminaliteit en het gevoel van onveiligheid afnemen.” Hiervan profiteren ook de ‘witte’ Amerikanen. Net zoals zij ook profiteren van laagopgeleide migranten: “Dankzij de goedkope arbeid van migranten gaan Amerikanen ook vaker uit eten dan Europeanen. Daardoor zijn er in de VS ook meer banen in restaurants.” 

solidairFoto: Vimeo

Volgens Mees moet ‘links’ niet terug naar: “de kernbeginselen van solidariteit en gelijke bescherming voor iedereen. … Dat zou immers betekenen dat misstanden als rassen- en seksediscriminatie zouden blijven voortbestaan zij het op een hoger welvaartsniveau. De uitdaging voor de linkse politiek is om een programma te ontwikkelen dat opkomt voor de legitieme belangen van minderheidsgroepen zonder de legitieme grieven van de witte arbeidersklasse uit het oog te verliezen.”  Volgens haar is ‘links’ nu te veel gericht op ‘identiteitspolitiek’ en geeft zo het belangrijke sociaal-economische terrein prijs aan ‘rechts’.

Ik moest het een paar keer lezen. Als de staat iedereen gelijk beschermt en solidariteit als uitgangspunt neemt, dan blijven rassen- en seksediscriminatie bestaan. Wat zegt Mees hier? Hoe kan rassen en seksediscriminatie blijven bestaan als iedereen op eenzelfde bescherming en solidariteit kan rekenen? Is welke vorm van discriminatie niet juist een gevolg van ongelijke bescherming? Van juist niet solidair met elkaar zijn en dus van het maken van onderscheid?

Is het zorgen voor een betere afspiegeling bij bijvoorbeeld de politie niet juist een voorbeeld van solidariteit? Net zoals het ook binnen laten van laagopgeleide migranten? Is de fout die ‘links’ maakt niet juist dat het solidariteit als diversiteit verkoopt? Dat die diversiteit-politiek tot in het extreme doortrekt tot de schadelijke identiteitspolitiek? Zou ‘links’ daarom niet juist voor solidariteit en gelijke bescherming moeten pleiten?