Inburgeringsexamen

Het rijbewijs, dat was in mijn jeugdige jaren het bewijs dat je erbij hoorde. Bij de ‘onafhankelijke’ mensen van de wereld die zomaar ergens naar toe konden gaan als er maar een weg naar toe liep. Natuurlijk moest je dan wel een auto hebben, want met een rijbewijs alleen kun je niet rijden.

Rijbewijs_1928

Foto: Wikimedia Commons

Om zo’n bewijs te krijgen moet je het rijexamen met goed gevolg afleggen en dat bestaat uit een theorie- en een praktijkdeel. Bij het theoriedeel leer je de regels en in het praktijkdeel moet je die toepassen. Als ik me goed herinner heb ik een keer of drie, vier examen moeten afleggen alvorens ik het begeerde papiertje bezat. Vooral de eerste keer staat mij nog goed bij. Op een mooi tijdstip zo rond tien uur moest ik me melden. Ik was er helemaal klaar voor alleen het weer niet, zeer dichte mist en daarop werd mijn examen verplaatst naar een andere dag. Op die dag werd ik rond vijf uur verwacht, na een zware schooldag, werd dat geen succes. De tweede poging maakte ik een fout en ook de derde poging ging in twee keer omdat sneeuw met ijzel maakten dat ook die poging moest worden verplaatst. Maar uiteindelijk kreeg ik het begeerde bewijs en toen ik het papiertje in bezit had, kon ik zo instappen en rijden. Ik hoorde erbij.

Ik moest hieraan denken toen ik bij Binnenlandsbestuur las dat minister Koolmees van Sociale Zaken heeft besloten om het eindgesprek over de arbeidsmarkt te schrappen uit het inburgeringsexamen. Niet om inhoudelijke redenen, maar omdat er te weinig examinatoren zijn. Je kunt je afvragen of dat eindgesprek dan wel belangrijk was als je het ook zonder kunt? Waarom is het ooit onderdeel geworden van het examen als het niet zo belangrijk is?

Als dat onderdeel niet zo belangrijk is, zouden er dan nog meer onderdelen zijn die niet zo belangrijk zijn? Het examen kent ook een onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Een onderdeel waar vragen worden gesteld en de kandidaat moet kiezen uit een aantal mogelijke antwoorden. Vragen zoals: Is Nederland vaak droog of nat? Volgens de toets is ‘nat’ het goede antwoord terwijl het aantal uren zonder regen het aantal met regen ver overschrijdt. Of de vraag hoelang de Nederlandse staat al bestaat, vijftig of vierhonderd jaar? Dit terwijl het koninkrijk der Nederlanden in 2014 haar tweehonderdjarig bestaan vierde. Daarvoor bestond er geen centraal gezag en dus geen Nederlandse staat.

Sterker nog en daarom moest ik aan het rijbewijs en het rijexamen denken, als je het inburgeringsexamen met goed gevolg aflegt en je hebt het diploma, ben je dan ingeburgerd? Ben je dan Nederlander? Hoor je er dan echt bij?

Beste Tahir Ramdjan,

Met veel interesse heb ik uw brief in de Volkskrant gelezen. Uw oproep om: “elkaars opiniestukken lezen, ons verdiepen in elkaar, oprechte interesse en empathie tonen naar elkaar,” onderschrijf ik van harte. Als ik u goed begrijp, dan verschilt ons doel niet. Ik streef naar een wereld waarin iedereen gelijkwaardig is en ook op een gelijkwaardige manier wordt behandeld en gelijke kansen heeft. Volgens mij is dat ook uw doel.

beach-14119_640

Foto: Pixabay

Zoals u aangeeft heeft een: “beschaafde dialoog (…) nog nooit slachtoffers, ordeverstoring en leed veroorzaakt.” Die dialoog wil ik met u aangaan. In uw brief signaleert u twee fouten. Over die eerste van die twee fouten wil ik het met u hebben. Zoals u schrijft is voor de wet iedereen gelijk, de wet maakt geen onderscheid. Terecht constateert u dat we er daarmee niet zijn. Dat komt, volgens u, door het: “institutioneel racisme: een onbewust racisme dat zich heeft vastgeroest in ons doen en laten, van zowel witte als donkere mensen.” Door hier de term ‘racisme’ aan te koppelen, geeft u het een zware lading. Een lading die mensen als een oordeel of beter nog een veroordeling kunnen opvatten. Een lading waarvan je je kunt afvragen of die wel terecht is. Bent u bereid om hier op een andere manier, met een ander frame dan het frame van het ‘institutioneel racisme’ naar te kijken? Mag ik een ander ‘frame’ met u delen?

Gelijkwaardig worden behandeld en gelijke kansen krijgen is lastig te realiseren. Volgens mij is het zeer menselijk om mensen die op een punt anders zijn, anders te behandelen en te benaderen. Dat is niet iets van een specifieke kleur mensen, het is iets van alle mensen. Ik ben de eerste om toe gegeven dat die menselijke eigenschap tot maatschappelijk ongewenste resultaten leidt. Als we ons hier allemaal van bewust zijn, dan kunnen we dat ‘menselijke gedrag’ veranderen, ter discussie stellen en zo maatschappelijk wenselijkere resultaten bereiken.

Een frame waarin we hetzelfde constateren, maar er geen oordeel of veroordeling op plakken. Zou zo’n frame tot een constructiever gesprek en tot betere resultaten kunnen leiden? Belangrijker nog, zou zo’n frame een bredere gemeenschappelijke basis bieden om die maatschappelijk ongewenste resultaten aan te pakken? Zou zo’n frame de tweede, door u geconstateerde, fout kunnen voorkomen? De fout dat: “de donkere mens (…) deze machtsstructuren eerder door (heeft), omdat die daar dagelijks feller mee geconfronteerd wordt, en beschuldigt vervolgens de witte mens van racistisch, fout handelen. Maar laatstgenoemde heeft zichzelf nooit als racist gezien. Zijn intuïtieve reactie: terugvechten.”

De daad bij het woord?

“Hij verzet zich tegen de EU-bemoeienis en zegt dat Hongarije geen islamitisch maar op christelijke waarden gedreven land is en dat dat zo moet blijven. Die houding en politiek voor het behoud van de eigen cultuur verdient alle steun en is een voorbeeld voor alle Europese leiders.” Woorden van PVV-leider Geert Wilders gericht aan de Hongaarse premier Orbán, te lezen bij Elsevier. Een Nederlander die een buitenlandse leider bewondert en ten voorbeeld stelt aan de Nederlandse politici en leiders. Het komt vaker voor, toch is er iets dat mij verwondert.  Budapest

Illustratie: Pixabay

Als je je als Nederlander met Turkse, Marokkaanse of andere niet-Nederlandse voorouders, positief uitlaat over de heerser van het land van je voorouders, dan loop je een groot risico om het ‘verzoek’ te krijgen om maar in dat land van je voorouders te gaan wonen. Dat hoort niet, je moet ‘loyaal’ zijn aan Nederland. Dit verwijt komt met name uit een specifieke hoek van het politieke spectrum en in die hoek bevindt zich ook de PVV van Geert Wilders.

Zou PVV-leider Wilders nu de daad bij het woord voegen? Zou hij ervoor kiezen om te ‘verkassen’ naar het Hongarije van Orbán, toevallig ook het moederland van zijn vrouw?

Hoe zou het gesteld zijn met de loyaliteit aan Nederland van PVV-leider Wilders? Belachelijk natuurlijk om deze vragen te stellen. Waarom worden ze dan wel gesteld aan Nederlanders met niet-Nederlandse voorouders? Gelden daar misschien andere ‘normen en waarden’ voor?

‘Eeuwenlang racistisch beleid’

Sommige mensen hebben een visie op hoe iets in elkaar zit en zien vervolgens overal een bevestiging van hun verklaring. Als je bijvoorbeeld van mening bent dat er een ‘partijkartel’ is dat zich baantjes toespeelt, dan heeft iedereen die tot dat kartel behoort en ander werk vindt, dat aan zijn lidmaatschap van dat kartel te danken. Op de site OneWorld een voorbeeld uit een andere hoek.

hammer-1502761_960_720Foto: Pixabay

Op deze site een artikel van Sander Philipse. Volgens Philipse is de Nederlandse samenleving inherent racistisch: “Eeuwenlang racistisch beleid heeft niet alleen immateriële, maar ook materiële sporen nagelaten in de hedendaagse samenleving.” Hij ziet dit bevestigd in de inkomenscijfers van het gemiddelde huishouden: “Volgens het CBS is het besteedbaar inkomen van een gemiddeld huishouden met een hoofdkostwinner van Nederlandse afkomst 25.500 euro per jaar. Is die hoofdkostwinner afkomstig uit een ander ‘westers’ land, is het gemiddeld 23.800 euro. Is de herkomst te identificeren als niet-westers, dan valt dit naar 18.200 euro.”

Zou dit werkelijk een gevolg zijn van ‘racistisch beleid’?  Zou daar niet een andere verklaring voor kunnen zijn? Als ik naar een ander land met een andere taal, gebruiken en wetgeving verhuis, dan moet ik die taal, gebruiken en wetgeving leren en dat kost tijd. Ik laat ook mijn bekende netwerk van familie, vrienden en collega’s achter en moet een nieuw netwerk opbouwen. In dat nieuwe land moet ik helemaal opnieuw beginnen en me een positie proberen te verwerven. Hoe meer de taal, gebruiken en wetgeving verschillen van mijn land van herkomst, hoe moeilijker dat is en dus hoe langer dat gaat duren. Waarschijnlijk lukt het mij niet om op een vergelijkbaar niveau te komen dan dat ik had in het land waaruit ik vertrok.

Als ik mijn kinderen meeneem of in mijn nieuwe land kinderen krijg, dan beginnen die kinderen ook met een achterstand op kinderen uit dat land. Zij beginnen vanuit een achterstandspositie in vergelijking met leeftijdsgenoten waarvan de kennis van de gebruiken en het netwerk van hun ouders groter is. Een achterstand die sommigen van hen goed maken, maar velen niet. Voor iedere Pete Hoekstra die het als tweedegeneratie migrant tot ambassadeur schopt, staat een veelvoud aan kinderen die dat bij lange na niet lukt.

Zou dat niet een betere en logischere verklaring zijn voor de ‘inkomensachterstand’ van mensen die van elders naar Nederland zijn gekomen? Beter en logischer dan ‘eeuwenlang racistisch beleid’? Is Philipse een hamer die in alles een spijker ziet?

Sister- en brotherhood

Een feminist ben je als je voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen bent. Zo betoogt Anousha Nzume in een interview met Trouw. De krant interviewt vijf vooraanstaande vrouwen en Nzume is daar een van. Check, ik ben feminist. Ik ben namelijk voor gelijke rechten voor iedereen. Maar wacht eens, waarom moeten feministen dan nog steeds strijd voeren? Iedereen in dit land heeft dezelfde, en dus gelijke, rechten. De wetgever maakt geen onderscheid naar geslacht, kleur, religie of letter van het LHBTQI-alfabet.

feminismeFoto: Wikimedia Commons

Een bijzonder interview. Zo lees ik dat ik als man aardig wat gemist heb. “Vrouwen vallen elkaar zo af. Dat vind ik echt erg. We moeten veel meer sisterhood creëren. Mannen vallen elkaar nooit af, die beschermen elkaar.”  Iets verderop: “En vergeet ook niet dat mannen al duizenden jaren bij elkaar komen om die gezamenlijkheid te creëren. Zij hebben nogal een voorsprong.” Ik geloof dat ik die bijeenkomsten dan allemaal heb gemist. Dat voelt toch wel een beetje als of mannen mij wél afvallen.

Dat vrouwen elkaar afvallen, tonen de vijf vrouwen ook weer aan in dit interview. Vrouwen die kritiek hebben op zaken waar de vijf dames enthousiast over zijn moeten het ontgelden: “Je moet niet vergeten dat vrouwen die kritiek uiten, zelf baat hebben gehad bij de status quo.”  Die vrouw had waarschijnlijk het geluk dat ze: “er sexy en lekker uitziet. (En dat ze zich) voegt naar het patriarchaat.” Een van de dames kan het niet nalaten om de hoger opgeleide ‘witte’ vrouw nog even de wind van voren te geven en ze een ‘schuldcomplex’ aan te praten: “Met name in de VS speelt die (de schulddiscussie) al. Daar gaat het over de verantwoordelijkheid van hogeropgeleide witte vrouwen versus die van zwarte vrouwen. Het stemgedrag van zwarte vrouwen komt ook ten goede aan de positie van witte vrouwen, terwijl witte vrouwen ondertussen gewoon op Trump stemmen. Dat is een bekend mechanisme.” Want uiteindelijke moeten er schuldigen zijn die je met ‘pek en veren’ moet overladen, die je, om het moderne jargon te gebruiken, moet ‘slutshamen’.

Zo blijft er van die ‘sisterhood’ die de dames willen, weinig over. Net zoals die ‘brotherhood’ van mannen die al duizenden jaren bijeenkomen om gezamenlijkheid te kweken, niet bestaat. Als de dames in die ‘brotherhood’ blijven geloven, zal dan de emancipatie van vrouwen ooit slagen?

Klein pikje

“Deze man zou moeten worden ontslagen.”

Een tweet van de fractievoorzitter en partijleider van Forum voor Democratie, Thierry Baudet. De man die ontslagen moet worden is Gerrit Hiemstra, de weerman. “Eén tweet met 4 keer onzin. Wie kan hier overheen?”  Zo reageerde Hiemstra op de volgende tweet van Baudet: “Welnee, die film van Gore slaat echt werkelijk helemaal nergens op. Er is geen toename in extreme weersomstandigheden. Het klimaat warmt veel minder op dan altijd voorspeld. Meer CO2 heeft geweldig positief effect op plantengroei. Smog in India heeft niets met CO2 te maken. Etc.” Dit alles las ik bij Joop.

BaudetFoto: Wikimedia Commons

Ik ben benieuwd naar wat Baudet op de plek van et cetera nog had willen zeggen, maar daar gaat het mij niet om. Ik wil het ook niet hebben over wie er gelijk heeft in de klimaatdiscussie. Daar denk ik het mijne van en het mijne ligt iets meer in de lijn van Hiemstra, maar daar wil ik het nu ook niet over hebben. Het gaat mij om Baudets tweet dat Hiemstra ontslagen zou moeten worden. Dit is al de tweede keer in korte tijd dat Baudet oproept om iemand te ontslaan. Een maand of twee geleden moest een leraar Nederlands het ontgelden. Baudet is niet de enige politicus die roept om het ontslag van mensen. Zij conculega Wilders riep ook al vaker op tot het ontslag van deze of gene ambtenaar, politieman of rechter als die iets deden of beweerden waar hij het niet mee eens was.

In tegenstelling tot Wilders ‘presenteert Baudet zich als ‘intellectueel’ of eigenlijk als ‘dé intellectueel’. Boeken schrijven, pianospelen, Latijns spreken in de Kamer. Kranten zegt hij niet te lezen en een TV heeft hij niet, zo beweerde hij onlangs. Geef hem maar Shakespeare en Puccini. Gesprekken met de omstreden Amerikaan Jared Taylor voert hij: “om zich te verdiepen in het gedachtegoed van de extreem-rechtse Amerikaanse ‘Alt-right’ beweging.” Maar hij en zijn partij willen met “dergelijke denkbeelden niets te maken hebben.” 

Hoe komt het dan over als je, als groot intellectueel, om het ontslag roept van een weerman of een leraar die het wagen om iets te zeggen wat je niet bevalt? Een groot intelectueel met een ‘klein pikje’ waar hij ook nog eens zeer snel op is getrapt?

In eenheid verdeeld, in verdeeldheid één

‘We agree to disagree’ is een bekende Engelse uitdrukking. Een uitdrukking die wordt gebruikt als partijen het nergens over eens kunnen worden en toch met wat positiviteit uit elkaar willen gaan. Dit omdat ze elkaar in de toekomst nog wel eens nodig zouden kunnen hebben. Ik moest aan die uitspraak denken bij het lezen van een artikel bij Elsevier. Een artikel over de versplintering bij de moslimpartijen. Nu zijn de moslimpartijen daar niet de enigen. Een jaar geleden bereidden we ons voor op Tweede Kamerverkiezingen met een record aantal deelnemende partijen.

Bedtime for Democracy

Illustratie: Flickr

Een nieuwe verbindende kracht is nodig. Vanuit ons geloof, in de stad Den Haag, kunnen wij zoveel meer bijdragen dan er tot op heden is gedaan.” Een uitspraak van de Rotterdamse partij NIDA die nu ook in Den Haag mee gaat doen aan de verkiezingen. In hetzelfde artikel beklaagt leidsman Arnoud van Doorn van de Partij van de Eenheid de keuze van NIDA om in Den Haag onder eigen vlag mee te doen: “Vanaf het begin hebben wij contact gezocht met NIDA om samen te werken. Deze uitgestoken hand hebben ze nooit geaccepteerd. Nu ontstaat er nóg meer verdeeldheid, daar waar we juist eenheid nodig hebben.” Dan zien we op ‘rechts’ in Nederland, als we nog in die termen kunnen spreken, verschillende partijen die namens ‘het volk’ zeggen te spreken, maar dat toch allemaal op hun eigen manier doen omdat die eigen manier toch de beste is en ‘het volk’ het meeste recht doet. Ook links is versplinterd en verdeeld in partijen met een ‘eigen’ geluid omdat ze het allemaal het beste weten.

Om mijn favoriete punkband Dead Kennedys er maar weer eens bij te halen en te citeren uit hun nummer Chickenshit Conformist. een nummer waarin de band de teloorgang van de Punkscene betreurt. Een teloorgang die een gevolg is van succes waardoor de ‘egoïst’ naar boven kwam: “Punk’s not dead, it just deserves to die when it becomes another stale cartoon. A close-minded, self-centered social club. Ideas don’t matter, it’s who you know. If the music’s gotten boring it’s because of the people who want everyone to sound the same. Who drive the bright people out of our so-called scene ’til all that’s lefts is just an meaningless fad.”

Versplintering terwijl ze allemaal roepen dat ‘verbinding’ en ‘eenheid’ gevraagd is. Maar dan wel eenheid op hun manier. Partijen en vooral politici waar het allemaal om het eigen ego draait? Om de Engelse uitdrukking waarmee ik begon wat te ‘verhaspelen: ze zijn in eenheid verdeeld, en in verdeeldheid één.

Beste mevrouw Simons,

“Als zwarte vrouw ben ik me bewust van denigrerend taalgebruik. Het voorval met Martin Simek is een klassiek voorbeeld van hoe over vluchtelingen denigrerend wordt gesproken in de media en hoe aanstootgevend dat is voor hen en voor zwarte mensen.”

Dat zegt u, Sylvana Simons, in een interview met het AD. U geeft in dit interview aan dat: “Het is vermoeiend om continu bezig te zijn leugens over mij te ontkrachten.” Dat er leugens worden verspreid is volgens u geen toeval: “Daar is hard aan gewerkt door media die mijn woorden verdraaien en extreemrechtse websites die nepnieuws brengen. Het is een actieve campagne om alles van mij uit de context te halen. Nog steeds wordt alles wat ik zeg en doe negatief ontvangen en zo vertaald in de media.’’

Gaypride

Foto: Flickr

U heeft een punt als u beweert dat er veel mensen zijn die alles wat u zegt verdraaien, die verdraaiing vervolgens uitvergroten en u zo in een kwaad daglicht stellen. Zoek op sites als TPO en De Dagelijkse Standaard en het regent voorbeelden. Dat u hier veel last van heeft, kan ik me heel goed voorstellen. Alleen is hier weinig aan te doen, dat is het maatschappelijke klimaat van tegenwoordig. Een klimaat waarin snel scoren ten koste van anderen hoogtij viert.

Weinig, maar niet niets. Het enige wat we eraan kunnen doen, is ons niet te verlagen tot het met ‘gelijke wapens’ terugslaan. Door ons niet schuldig te maken aan verdraaien van de woorden en bedoelingen van anderen. Schort het daar bij u ook niet aan?

Zo ageerde u tegen uitspraken van de heren Derksen en Van der Gijp bij Voetbal Inside. Van der Gijp had het gewaagd om te zeggen dat hij liever naar darts kijkt dan naar het trouwen van twee homo’s, waarvan Gordon er eentje was. Dat is wat anders dan “walgt van homoseks” dat u ervan maakt. Derksen omschrijft de Gaypride volgens u als een ‘bloemencorso’ van ‘heren met een veer in hun reet.” Iemand die een blik werpt op de botentocht kan er vele conclusies uit trekken, ook de ‘veren’ van Derksen. Maakt een dergelijke mening over de Gaypride of het niet willen kijken naar Gordon gaat Trouwen iemand meteen homofoob?

Ik begon mijn brief niet voor niets met het citaat waarin u refereert aan het ‘voorval’ met Martin Simek. Een citaat waarin u precies dat doet wat u andere verwijt. Als u het interview met Simek nog eens terugkijkt, dan ziet u iemand die enorm begaan is met de vluchtelingen die in Italië aankomen. Je ziet iemand die moeite heeft met de oneerlijkheid, ze het liefste allemaal wil helpen en dan op hele vertederende manier zegt: “ik heb af en toe die zwartjes meegenomen.” Niets denigrerends en dat bevestigt hij ook als u  hem ernaar vraagt, waarna u aangeeft geen moeite te hebben met het gebruik van het woord zwart. Maakt u door uw uitspraak waarmee ik begon, niet ook schuldig aan ‘ uitvergroten’ en ‘in een kwaad daglicht stellen’ van in dit geval Martin Simek?

Beste mevrouw Simons, hoe staat u als ‘aanklager’ als u hetzelfde handelt als degenen die u ‘aanklaagt’?

De mug en de ‘collateral damage’

Ruim een maand geleden plakte iemand posters op de pilaren van een brug in Maastricht. Posters met daarop de tekst: “It’s okay to be white.” Dat was volledig aan mij voorbij gegaan totdat ik in de Volkskrant een bespreking las over drie boeken over alt-right. De posters hebben er niet lang gehangen en in die korte tijd had iemand white doorgestreept en vervangen door “anything but racist.” Volgens de recensent van deze boeken, Hassan Bahara: “klonk bij de Nederlandse afdeling van de site 4chan een stevige bulderlach. Missie geslaagd. Want dit was de bedoeling: linkse ‘gutmenschen’ tegen de schenen schoppen en verwarren met een tekst die het blank zijn viert.” 4Chan schijnt een van de alt-right groepen te zijn die de wereld rijk is.

Kanonnen

Foto: Wikimedia Commons

Wat de motieven van de poster-plakker ook mogen zijn, er is niets mis met de tekst “It’s okay to be white.” Niets in deze tekst ‘viert’ het blank zijn. net zoals er niets mis is met de tekst:“ It’s okay to be anything but racist.” En er ook niets mis is met teksten die beweren dat er niets mis is met welke huidskleur dan ook. Als het immers niet ‘okay’ is om ‘white’ te zijn, dan zou er sprake zijn van racisme. Aan de teksten mankeert niets en toch mankeert er wel iets.

Degenen die de boodschap zenden, vinden wellicht dat blanken ‘superieur’ zijn, uit de tekst kun je dat niet opmaken. Waarom besluit iemand deze, op zich niets zeggende, posters te plakken? Wat verleidt iemand andersom de tekst aan te passen? Wat verleidt Bahara om te concluderen dat dit meer is dan: “een flauwe puberstreek van internettrollen. Maar dat is een onderschatting van het ernstige karakter van alt-right (is). Want dit is wat alt-right in een notendop werkelijk inhoudt: bloedserieus racisme dat ironie en humor als glijmiddel gebruikt om pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit het publieke debat binnen te loodsen.” Door tegen de tekst te ageren, zelfs door hem aan te passen zoals in Maastricht gebeurde, roep je de verdenking op je dat je het niet ‘okay’ vindt om ‘white’ te zijn.

Alt-right moet serieus worden genomen en we moeten oppassen voor pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit. Net trouwens als voor het spiegelbeeld ervan, de fabeltjeskrant-wetenschap van ‘witte onschuld’. Die ideeën moeten worden bestreden, maar dan wel op het juiste ‘slagveld’ en met gepaste ‘wapens’. Zou het helpen als er met een kanon, ’bloedserieus racisme dat humor als glijmiddel gebruikt’, wordt geschoten op een mug, deze onschuldige teksten? Schieten met een kanon vanwege de ‘bedoelingen’ van de afzender? Zou de ‘collateral damage’ van het schot niet veel groter zijn dan een dode mug?

Tapijt

Witte Onschuld het laatste boek van Gloria Wekker . Ik schreef er twee keer eerder over. De eerste keer over ‘ witte onschuld’ een gebrek aan kennis dat volgens Wekker tot macht leidt. De tweede keer over het alles verklarende ‘culturele archief’ waarnaar zij verwijst. Er is nog een punt in haar boek dat grote vraagtekens bij mij oproept.

tapijt

Foto: Pixabay

Dat punt heeft betrekking op een manier waarop zij tot algemene uitspraken komt. In haar boek schrijft ze over protesten die het project Read the Masks: Tradition is not Given in Eindhoven dat handelde over zwarte piet. Het project bestond onder andere uit een protestmars. Die protestmars leidde tot reuring en dan volgt er een bijzonder redenering. Lees mee op pagina 208: “Over de protestmars, die in de zomer was gepland, werd geschreven in het rechtse dagblad De Telegraaf, dat indertijd de grootste oplage in het land had. Dit leidde tot een lawine van overwegend negatieve reacties.” Wekker rubriceert en analyseert de ongeveer vijftienhonderd reacties en komt dan tot de volgende conclusie: “Omdat de thema’s elkaar overlappen en in elkaar overvloeien, betoog ik dat ze samen een dik tapijt vertegenwoordigen van de huidige Nederlandse zelfrepresentatie, belaagd door vijanden binnen en buiten de natie.” Lezen we hier dat de lezers van, of eigenlijk nog beter de reageerders op een artikel in De Telegraaf het denken van Nederland vertegenwoordigen? Ja, De Telegraaf had in die tijd de grootste oplage. Ja, vijftienhonderd reacties is veel. Maar om te concluderen dat dit representatief is voor Nederland?

Heeft mevrouw Wekker geen kennis van de basisbeginselen van statistisch onderzoek? Dat er, om valide uitspraken te kunnen doen over een groep als de Nederlanders, meer nodig is dan vijftienhonderd reacties uit één hoek van de Nederlandse samenleving? Het is zelfs maar helemaal de vraag of die 1.500 reageerders een goede afspiegeling vormen van de toenmalige Telegraaflezer. De meeste krantenlezers reageren immers niet op artikelen, het is maar een kleine groep lezers die zich die moeite getroost. Bovendien is de vraag opportuun hoe sturend het bericht in De Telegraaf is geformuleerd.

Ja, de in thema’s gerubriceerde reacties vertegenwoordigden een dik tapijt van de toenmalige Telegraafreageerder. Voor alle Telegraaflezers zal dat tapijt al flink wat dunner zijn en voor de Nederlander wellicht niet meer dan wat versleten draden.