‘Eeuwenlang racistisch beleid’

Sommige mensen hebben een visie op hoe iets in elkaar zit en zien vervolgens overal een bevestiging van hun verklaring. Als je bijvoorbeeld van mening bent dat er een ‘partijkartel’ is dat zich baantjes toespeelt, dan heeft iedereen die tot dat kartel behoort en ander werk vindt, dat aan zijn lidmaatschap van dat kartel te danken. Op de site OneWorld een voorbeeld uit een andere hoek.

hammer-1502761_960_720Foto: Pixabay

Op deze site een artikel van Sander Philipse. Volgens Philipse is de Nederlandse samenleving inherent racistisch: “Eeuwenlang racistisch beleid heeft niet alleen immateriële, maar ook materiële sporen nagelaten in de hedendaagse samenleving.” Hij ziet dit bevestigd in de inkomenscijfers van het gemiddelde huishouden: “Volgens het CBS is het besteedbaar inkomen van een gemiddeld huishouden met een hoofdkostwinner van Nederlandse afkomst 25.500 euro per jaar. Is die hoofdkostwinner afkomstig uit een ander ‘westers’ land, is het gemiddeld 23.800 euro. Is de herkomst te identificeren als niet-westers, dan valt dit naar 18.200 euro.”

Zou dit werkelijk een gevolg zijn van ‘racistisch beleid’?  Zou daar niet een andere verklaring voor kunnen zijn? Als ik naar een ander land met een andere taal, gebruiken en wetgeving verhuis, dan moet ik die taal, gebruiken en wetgeving leren en dat kost tijd. Ik laat ook mijn bekende netwerk van familie, vrienden en collega’s achter en moet een nieuw netwerk opbouwen. In dat nieuwe land moet ik helemaal opnieuw beginnen en me een positie proberen te verwerven. Hoe meer de taal, gebruiken en wetgeving verschillen van mijn land van herkomst, hoe moeilijker dat is en dus hoe langer dat gaat duren. Waarschijnlijk lukt het mij niet om op een vergelijkbaar niveau te komen dan dat ik had in het land waaruit ik vertrok.

Als ik mijn kinderen meeneem of in mijn nieuwe land kinderen krijg, dan beginnen die kinderen ook met een achterstand op kinderen uit dat land. Zij beginnen vanuit een achterstandspositie in vergelijking met leeftijdsgenoten waarvan de kennis van de gebruiken en het netwerk van hun ouders groter is. Een achterstand die sommigen van hen goed maken, maar velen niet. Voor iedere Pete Hoekstra die het als tweedegeneratie migrant tot ambassadeur schopt, staat een veelvoud aan kinderen die dat bij lange na niet lukt.

Zou dat niet een betere en logischere verklaring zijn voor de ‘inkomensachterstand’ van mensen die van elders naar Nederland zijn gekomen? Beter en logischer dan ‘eeuwenlang racistisch beleid’? Is Philipse een hamer die in alles een spijker ziet?

‘onnodige armoede’

Even over taal en woorden. In Amsterdam is het Flying Squad actief, een team dat voor de gemeente minima bezoekt om ze te wijzen op sociale voorzieningen die ze onbenut laten, zo lees ik bij Binnenlandsbestuur. Je zou verwachten dat het ‘de’ squad zou zijn en niet ‘het’ squad, Ook taal en woorden, maar daarover wil ik het nu niet hebben. Ik wil het hebben over bijvoeglijke naamwoorden die voor een zelfstandig naamwoord worden gebruikt om het zelfstandig naamwoord kracht bij te zetten.

onnodige armoedeFoto: Pixabay

Het artikel over ‘de’ of ‘het’ Flying Squad draagt de titel “Op zoek naar onnodige armoede.” De toevoeging van ‘onnodige’ voor armoede suggereert dat er naast die ‘onnodige’, ook ‘nodige’ armoede is. Kan iemand mij uitleggen wanneer armoede nodig is en wanneer niet? Dat lijkt mij ook voor het (de) Flying Squad van belang. De ‘onnodige’ arme die moet immers worden geholpen, de ‘nodige’ kan aan zijn of haar lot worden overgelaten, maar hoe bepaal je de ‘onnodigheid’ van armoede? Het lijkt me trouwens geen prettige boodschap om iemand te vertellen dat hij of zij arm is en dat er diverse regelingen zijn waarvan gebruik gemaakt kan worden, maar dat die persoon er niet voor in aanmerking komt omdat hij niet ‘onnodig’ maar ‘nodig’ arm is.

In een ander artikel bij Joop kwam ik een andere bijzonder combinatie van een bijvoeglijk- en zelfstandig naamwoord tegen: objectieve feiten. Nu is een feit een: “gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat.” Dat maakt een feit per definitie objectief. Alleen door het woord ‘objectieve’ voor feiten te plaatsen, ontstaan er ineens ook ‘subjectieve’ feiten en wordt alles ineens een feit. Een andere combinatie met het woord feit werd gebezigd door de regering Trump, de ‘alternatieve’ feiten. Deze combinatie suggereert dat feiten een tegenhanger hebben, de ‘alternatieve’ feiten. Zo zou een kubusvormige aarde het alternatieve feit kunnen zijn voor de bolvormige.

Een bijzondere is de participatiesamenleving. Het bijvoeglijk naamwoord participatieve samengesmolten met samenleving. Een samenleving is ”het geheel van de met elkaar verkerende mensen.” Alle mensen die in een bepaald gebied met elkaar verkeren behoren tot en nemen deel aan de samenleving van dat gebied. Door er participatie, “het hebben van aandeel in iets; = deelname” voor te zetten, ontstaat een vreemde constructie omdat iemand nu iets extra’s moet doen om bij de samenleving te horen. Als je dat extra’s niet levert, hoor je ineens niet meer bij de samenleving. Door het woord deelname voor samenleving te zetten ontstaat ook het spiegelbeeld, het niet deelnemen.

Het ene bezette gebied is het andere niet

“Alsof Rusland de strijd om de Krim niet gewonnen heeft en de strijd met andere middelen moet worden overgedaan. Omdat de VVD de huidige grenzen van Rusland niet erkent en uitgaat van de pre-2016 grenzen, is ieder bouwwerk buiten deze grenzen illegaal. Daardoor worden ook de Marinestad Sebastopol, het historische Jalta met het Lavidiapaleis, het zomerverblijf van de vroegere tsaren aangemerkt als ‘bezet gebied’.” Logisch dat de VVD de grenzen zoals die in 2016 zijn ontstaan niet erkent, zul je zeggen. De Russen hebben de Krim immers via een daad van agressie veroverd en agressie mag niet worden beloond.

Jeruzalem

Foto: Pixabay

Op de site Opiniez maakt Uri van As zich druk over het in zijn ogen “anti-Israëlische stemgedrag” van Nederland in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Die vergadering stemde over een resolutie die de Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël veroordeelt en oproept om het besluit om de Amerikaanse ambassade naar die stad te verplaatsen, ongedaan te maken. Nederland stemde “ondanks alle waarschuwingen van de Amerikaanse regering,” voor deze aangenomen resolutie. Van As: “Alsof Israël de Zesdaagse Oorlog niet gewonnen heeft en de strijd met andere middelen moet worden overgedaan. Omdat de VVD de huidige grenzen van Israël niet erkent en uitgaat van de pre-1967 grenzen, is ieder bouwwerk buiten deze grenzen illegaal. Daardoor worden ook de oude stad in Jeruzalem, de Kotel en de Tempelberg aangemerkt als ‘bezet gebied’.” Ja, dezelfde passage waarmee ik begon maar die ik heb ‘herschreven’ naar een andere situatie.

In 1940 kon je zo’n zelfde passage maken met betrekking tot de Duitse verovering van Nederland. En in 1990 met betrekking tot de Iraakse verovering van Koeweit. In beide gevallen werd die verovering ongedaan gemaakt door een ‘internationale coalitie’. In al die gevallen zou je ook kunnen zeggen dat de strijd door een partij is gewonnen en dat het zinloos is om de strijd met andere middelen over te doen. ‘The winner takes it all’, zong Abba immers.

Ik denk niet dat Van As de Russische verovering van de Krim zal goedkeuren. Ook kan ik me niet voorstellen dat hij de Duitse verovering van Nederland noch de Iraakse inpalming van Koeweit goedkeurde. Waarom dan wel een pleidooi om de Israëlische verovering van gebied dan maar te accepteren en te zien als ‘eerlijk veroverd gebied’?

Datagedreven ijsjesverbod

“De ambtenaar van de toekomst komt er bekaaid vanaf in de vacatures die gemeenten publiceren.” De openingszin van een artikel op de ‘ambtenarensite’ Binnenlandsbestuur. HR-dienstverlener Yacht heeft er onderzoek naar gedaan door de vacaturetekst door te struinen en wat ze daar lazen heeft ze niet blij gemaakt: “De gemeentevacatures staan nog vol met clichés uit de oude doos (betrokken, 24 procent, sociaal, 23 procent, resultaatgericht, 26 procent), terwijl moderne competenties als klantgerichtheid, netwerken, verbinden en datagedreven erg weinig voorkomen. ‘Die laatste werd niet een keer genoemd’, zegt Mirjam Beerkens, adviseur bij Yacht en samensteller van het onderzoek.” Daarmee gaan gemeenten het niet redden in de ‘transformatie’: “Als gemeenten daarin succesvol willen zijn, doen ze er verstandig aan om in vacatures de nadruk te leggen op de vaardigheden die passen bij de ambtenaar van de toekomst in plaats van die van vroeger.”

Ijsje

Foto: Pixabay

Nu is men nergens zo goed in het voeren van semantische discussies als bij de overheid. Lijkt dat niet ook hier weer het geval? Is “klantgericht’ niet gewoon een andere omschrijving van ‘betrokken’? En ‘verbinden’ en ‘netwerken’? En werd die ‘transformatie’ waaraan gewerkt moet worden tien jaar geleden niet de ‘kanteling’ genoemd of ‘welzijn nieuwe stijl’? Ik zou trouwens niet weten wat er ‘oud’ is aan resultaatgericht werken?

Meer moeite heb ik met ‘datagedreven’, je laten drijven of leiden door data? Is je laten ‘drijven’ door data niet wat erg mager. Een voorbeeld van Ionica Smeets. Zij vertelde dit enkele jaren geleden op het Venlose Zomerparkfeest. Je hebt een lijst met ‘verdrinkingsdoden’ in een jaar en een lijst met de ijsjesverkoop in datzelfde jaar. Wat blijkt, als er veel ijsjes worden verkocht, verdrinken er meer mensen. ‘Datagedreven’ adviseert de ambtenaar om de verkoop van ijsjes te verbieden. Zou het helpen?

Neem de politie die data gebruikt bij het bepalen in welke wijk agenten worden ingezet. De resultaten van die inzet, worden vervolgens weer aan de data toegevoegd. De volgende periode gebeurt hetzelfde en is die wijk weer aan de beurt. Daar waar je zoekt, vind je immers. Waar je niet zoekt, vind je niets. Zo creëren de data hun eigen succes. Gevolg is wel dat buurten (of mensen) zich uitgezocht voelen, dat ze klagen over de politie die hen ‘stalkt’. Ze zijn het slachtoffer van ‘profilering’.

Loopt de ‘datagedreven’ ambtenaar niet grote kans om verkeerde zaken te doen? Verkeerde zaken omdat data niets zeggen. Dat data op basis van een theorie geanalyseerd en geïnterpreteerd moeten worden? Dat die theorie vervolgens getoetst moet worden in de praktijk? Dat er altijd naar alternatieve theorieën en verklaringen gezocht moet worden om tunnelvisie te voorkomen?

Wie maakt schoon bij de schoonmaker?

“De stijgende welvaart van de afgelopen decennia heeft een nieuwe vorm van armoede gecreëerd: tijdarmoede. Overal in de westerse wereld rapporteren mensen met hogere inkomens meer tijdschaarste.”

Aldus Heleen Mees in haar column in de Volkskrant. Gelukkig heeft Mees de oplossing: “Versimpel je leven door vijf dagen per week te werken. Geef het extra inkomen uit aan dingen waarmee je tijd bespaart; een schoonmaakster, kant-en-klaarmaaltijden en een oppas die de kinderen ook naar muziekles en sportvereniging brengt.” 

schoonmaken

Foto: https://pxhere.com/nl/

Ja, als je als goed verdienende hogeropgeleide vijf in plaats van drie dagen gaat werken, kun je het extra geld gebruiken om een schoonmaker in te huren of een kinderoppas. Die verdienen minder dan jij, dus houd je geld en tijd over. Die schoonmaker of oppas verdient dan ook geld en dat is goed voor hem of haar. Zij een inkomen jij iets meer inkomen en vrije tijd. Duidelijk een geval van win-win.

Alhoewel. Laten we eens naar die schoonmaker of oppas kijken. Zou die ook hetzelfde kunnen doen? Als schoonmakers of oppassers vijf in plaats van drie dagen gaan werken, welke werkzaamheden kunnen zij dan uitbesteden om vrije tijd te kopen? Om iets te doen aan hun tijdarmoede?

Het schoonmaakwerk of het oppassen op de kinderen uitbesteden? Zou de schoonmaker van de schoonmaker genoegen nemen met minder salaris dan de schoonmaker waarvoor wordt schoongemaakt? Waarschijnlijk niet, want dan hadden die hogeropgeleide, goed verdienende de schoonmaker van de schoonmaker ingehuurd. Zij kunnen geen ‘werk’ uitbesteden want daar schieten ze financieel niets mee op en hun tijdschaarste neemt erdoor toe.

Mees: “Waren in de jaren ’80 laagopgeleiden nog het drukst, sinds de jaren ’90 zijn dat de hoogopgeleiden. Het tekort aan tijd ontstaat niet omdat mensen zoveel meer moeten doen, maar vooral omdat ze meer kunnen doen.” Leidt het pleidooi van Mees er niet toe dat de hoogopgeleiden zo meer ‘kunnen’ gaan doen en de lager opgeleiden meer ‘moeten’ doen zonder er iets mee op te schieten?

 

Tapijt

Witte Onschuld het laatste boek van Gloria Wekker . Ik schreef er twee keer eerder over. De eerste keer over ‘ witte onschuld’ een gebrek aan kennis dat volgens Wekker tot macht leidt. De tweede keer over het alles verklarende ‘culturele archief’ waarnaar zij verwijst. Er is nog een punt in haar boek dat grote vraagtekens bij mij oproept.

tapijt

Foto: Pixabay

Dat punt heeft betrekking op een manier waarop zij tot algemene uitspraken komt. In haar boek schrijft ze over protesten die het project Read the Masks: Tradition is not Given in Eindhoven dat handelde over zwarte piet. Het project bestond onder andere uit een protestmars. Die protestmars leidde tot reuring en dan volgt er een bijzonder redenering. Lees mee op pagina 208: “Over de protestmars, die in de zomer was gepland, werd geschreven in het rechtse dagblad De Telegraaf, dat indertijd de grootste oplage in het land had. Dit leidde tot een lawine van overwegend negatieve reacties.” Wekker rubriceert en analyseert de ongeveer vijftienhonderd reacties en komt dan tot de volgende conclusie: “Omdat de thema’s elkaar overlappen en in elkaar overvloeien, betoog ik dat ze samen een dik tapijt vertegenwoordigen van de huidige Nederlandse zelfrepresentatie, belaagd door vijanden binnen en buiten de natie.” Lezen we hier dat de lezers van, of eigenlijk nog beter de reageerders op een artikel in De Telegraaf het denken van Nederland vertegenwoordigen? Ja, De Telegraaf had in die tijd de grootste oplage. Ja, vijftienhonderd reacties is veel. Maar om te concluderen dat dit representatief is voor Nederland?

Heeft mevrouw Wekker geen kennis van de basisbeginselen van statistisch onderzoek? Dat er, om valide uitspraken te kunnen doen over een groep als de Nederlanders, meer nodig is dan vijftienhonderd reacties uit één hoek van de Nederlandse samenleving? Het is zelfs maar helemaal de vraag of die 1.500 reageerders een goede afspiegeling vormen van de toenmalige Telegraaflezer. De meeste krantenlezers reageren immers niet op artikelen, het is maar een kleine groep lezers die zich die moeite getroost. Bovendien is de vraag opportuun hoe sturend het bericht in De Telegraaf is geformuleerd.

Ja, de in thema’s gerubriceerde reacties vertegenwoordigden een dik tapijt van de toenmalige Telegraafreageerder. Voor alle Telegraaflezers zal dat tapijt al flink wat dunner zijn en voor de Nederlander wellicht niet meer dan wat versleten draden.

Feiten en meningen

“Ik vind dat leraren en politici moeten streven naar zorgvuldigheid. Het moet duidelijk zijn wanneer iets een mening is en wanneer iets een feit. In een opdracht voor leerlingen feiten en meningen met elkaar verweven vind ik onzorgvuldig.”

Een uitspraak van Karin den Heijer lerares wiskunde en bestuurslid bij Beter Onderwijs Nederland. Ik las dit in een artikel bij TPO. Den Heijer reageert hiermee op de commotie die ontstond toen docent Ivar Gierveld een schrijfopdracht over Thierry Baudet gaf aan zijn leerlingen. Baudet en zijn aanhangers reageerden als door een wesp gestoken op deze opdracht.

Feit en fictie

Illustratie: FOODISH.nl

Het gaat mij niet om Baudet en de commotie, maar om de bewering van Den Heijer. Laten we er eens een voorbeeld bij pakken. Gierveld schreef: “In zijn wereldbeeld is klimaatverandering een verzinsel.” Den Heijer geeft aan dat Baudet dit niet heeft beweerd, Gierveld verdraait de woorden van Baudet. Volgens haar zei Baudet: “Door bakken met geld te besteden aan het klimaat, blijft voor reëel en urgente zaken als armoedebestrijding minder over.” Als Baudet dit precies zo heeft gezegd, dan heeft hij inderdaad niet direct beweerd dat de klimaatverandering een verzinsel is. Maar wat zegt hij indirect? Baudet maakt een vergelijking en zet klimaatverandering af tegen armoedebestrijding. Armoedebestrijding noemt hij urgent en reëel. Mag je, omdat hij deze vergelijking zo maakt, dan niet concluderen dat Baudet klimaatverandering niet urgent en niet reëel en dus irreëel vindt? En van irreëel of onwerkelijk naar een verzinsel is slechts een kleine stap. Inderdaad heeft Baudet niet letterlijk gezegd dat klimaatverandering een verzinsel is. Op basis van logisch redeneren is dit wel een goede interpretatie van hetgeen hij heeft gezegd en is het daarmee niet veel meer dan een ‘mening’?

Feiten en meningen moeten volgens Den Heijer worden gescheiden anders ‘verdwalen’ de leerlingen. Alleen gebeurt dat in het ‘echte leven’ ook niet altijd. Met name in de politiek is zorgvuldigheid, waar Den Heijer voor pleit, vaak ver te zoeken. Kijk maar naar de commotie rond het Wetenschappelijk Onderzoek- en documentatiecentrum (WODC), dat politieke wensen ‘wetenschappelijk’ moest onderbouwen. Het leven zou inderdaad veel makkelijker zijn als feiten en meningen duidelijk van elkaar worden gescheiden.

Moeten we de scholieren en studenten niet opleiden voor het ‘echte leven’? Een leven waar feit en fictie door elkaar heen lopen? Waar je president van een groot land kunt worden door een feit als mening en een mening als feit te verkopen?

‘migratieachtergrond’

“Begin 2017 telde Nederland 1,3 miljoen jongeren met een migratieachtergrond.”

De eerste zin van paragraaf 2.3 van de Landelijke jeugdmonitor 2017. Een document dat ik voor mijn werk doornam. Een paragraaf waarin je kunt lezen of dat een westerse of een niet-westerse migratieachtergrond is en vervolgens worden die groepen weer verder onderverdeeld. Een bijzondere paragraaf.

vuinisbak

Foto: Pixabay

Als eerste omdat het opvallend is dat een ‘Indonesische migratieachtergrond’ meetelt bij de categorie ‘westers’ terwijl dit land toch veel oostelijker ligt dan bijvoorbeeld Turkije. Zou dat komen omdat het onze voormalige kolonie Indonesië betreft? Als dat de verklaring is, dan is het vreemd dat de Surinamers en Antillianen, die veel westelijker wonen dan ‘wij Nederlandse westerlingen’, bij de groep ‘niet-westers’ horen. Een logische verklaring hiervoor geeft het document niet.

Een migratieachtergrond heb je (pagina 181) als: “ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie). De herkomstgroepering wordt bepaald aan de hand van het geboorteland van de persoon zelf of dat van de moeder, tenzij de moeder in Nederland is geboren. In dat geval geldt het geboorteland van de vader. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen personen met een westerse en met een niet-westerse achtergrond.”  Lastig omschreven, maar er staat dat als een van je ouders uit een ander land dan Nederland komt, dan heb je een migratieachtergrond ondanks een volledige Nederlandse opvoeding, scholing en paspoort. Je hebt hier niet voor hoeven te migreren.

Het document legt ook uit wanneer je een Nederlandse achtergrond hebt (zelfde bladzijde): “Persoon van wie de beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht het land waar men zelf is geboren.” Ben je geboren in bijvoorbeeld Zaire uit twee Nederlandse ouders, spreek je geen enkel woord Nederlands en begrijp je in het geheel niets van de Nederlandse samenleving alvorens je naar hier komt (migreert), dan heb je een Nederlandse achtergrond.

Nu is ‘minderhedenbeleid’ sinds een aantal jaren passé,  waarom dan dit allemaal bijhouden en erover rapporteren? Wordt het niet eens tijd dat we iedereen met een Nederlands paspoort Nederlander noemen? Dat we ‘migratieachtergrond’, ‘allochtoon’, ‘bicultureel’ en meer van dergelijk onderscheid makende woorden naar de prullenbak verwijzen? Woorden die niets toevoegen behalve de verdeeldheid die ze zaaien?

‘Mijn Ballonnendoorprikker’

“De meeste informatie over uw hypotheek, zoals uw jaaropgave, ontvangt u digitaal van ons. Wel zo handig en overzichtelijk. Staat er een document voor u klaar? Dan informeren wij u per mail. U vindt uw digitale post via Mijn …. bij ‘Mijn documenten’. Zo kunt u het later altijd eenvoudig terugvinden. Wij breiden deze service steeds verder voor u uit.”

Dit las ik in een brief van mijn hypotheekverstrekker. Jullie hebben vast ook wel eens zo’n soort brief ontvangen. Bedrijven die een ‘Mijn …’ beginnen en alleen maar op die manier willen communiceren. De overheid wil ook die kant op met ‘Mijn Overheid’, daar schreef ik al eens eerder een prikker over, dus daar ga ik het niet over hebben.

postbode

Foto: Wikimedia Commons

Ik wil het hebben over de geciteerde passage uit de brief. Dat ik alle informatie digitaal ontvang, is wel zo handig en overzichtelijk. Beste schrijvers, ik vind het per post ontvangen jaaropgaven net zo handig. Die berg ik dan netjes op in een map en als ik het wil inzien dan kan ik de map pakken en die heel eenvoudig raadplegen. Dat vind ik wel zo handig en overzichtelijk. Ook kan ik zo alles later eenvoudig terugvinden.

Ja, via jullie ‘Mijn…’ kan dat ook. Alleen moet ik dan een gebruikersnaam en wachtwoord onthouden en niet alleen voor jullie, ook voor al jullie collega’s die ook een ‘Mijn …’. Die kan ik echt niet allemaal onthouden, dat vind ik niet zo ‘eenvoudig’. Bovendien is die informatie, mijn gegevens, verbonden met het Internet en er verschijnen geregeld berichten van gehackte bedrijven. Zelfs van ‘tech-bedrijven’, zo bleek Uber laatst gehackt. Is het niet veiliger om die gegevens los te koppelen van het Internet en alleen maar via papieren post te communiceren?

In de laatste zin geven jullie aan dat jullie ‘deze service’ steeds uitbreiden en dat jullie dat voor mij doen. Alleen kan ik me niet herinneren dat ik om deze service heb gevraagd. Misschien ben ik iets vergeten, dan hoor ik het graag.

Is het niet eerder dat jullie deze ‘service’ voor jullie zelf uitbreiden? Dat jullie digitaliseren om jullie bedrijfsprocessen te automatiseren en uiteindelijk om kosten te besparen? Een goede en legitieme reden, maar doe het dan niet voorkomen alsof jullie dat voor mij doen.

Slavernij-museum

“De realisatie van een slavernijmuseum kan alleen door de ervaringen en perspectieven van zwarte mensen nu echt voor het eerst dominant te maken.”

Een van de laatste zinnen uit een artikel van Aicha Hamdi bij Trouw. Volgens Hamdi wordt het tijd dat er ook in Nederland een slavernij-museum komt, een pleidooi dat ik alleen maar kan onderschrijven. De rol die slavernij heeft gespeeld in de wereld is een eigen museum waard.

Romeinse slaven

Foto: Wikimedia Commons 

Toch maak ik me wat zorgen over het slavernij-museum. Zorgen om de geciteerde zin uit het artikel van Hamdi. Zorgen ook om zinnen als: “Want ook vandaag de dag zijn de effecten van kolonialisme en slavernij merkbaar. Denk maar aan raciale ongelijkheid, racisme en stereotiepe, schadelijke beelden die er bestaan over de ander.” En: “Als er in het dominante discours wordt gesproken over de vaderlandse geschiedenis en de Gouden Eeuw wordt niet de gepaste aandacht besteed aan de duistere zijde van die tijd. Dat dit tijdperk voorheen als positief werd ervaren is evident, maar in een multiculturele samenleving, in 2017, is dit onacceptabel.”

Ja, een slavenij-museum moet aandacht besteden aan de transatlantische slavenhandel. Aan de rol van alle handelaren, welke ‘kleur’ ze ook hadden, dus ook de donker gekleurde en Arabische slavenhandelaren. Aan de rol van de plantage eigenaren en vooral ook aan het leed dat de slaven werd aangedaan. Aan het dagelijkse leven van slaven. Aan het proces dat leidde tot de afschaffing van de slavernij en wie daarin welke rol speelde.

Slavernij kent echter een veel langere en bredere historie en die mag in een goed slavernij-museum niet ontbreken. Neem de slavernij bij de oude Egyptenaren, de Grieken en het Romeinse rijk. De rol die slavenij (horigheid en lijfeigenschap) speelde in de middeleeuwen. De rol die slavernij speelde bij de Inca’s, de Maya’s, in het Chinese rijk, in de Indiase geschiedenis en zeker ook in Afrika. En, zeker zo belangrijk, de rol die slavernij speelt in onze huidige samenleving. Er wordt immers nog steeds in mensen gehandeld en mensen (en kinderen) worden nog steeds onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld.

Ik maak me zorgen omdat ik dit pleidooi voor perspectief mis bij de meest fervente pleitbezorgers van een slavernij-museum. De drie genoemde passages uit Hamdi’s artikel wakkeren mijn vrees aan. Ik vrees omdat ik denk dat vele ‘activisten pas tevreden zullen zijn als er een museum staat waarin hun echte en vermeende ‘dominante ervaringen en perspectieven van zwarte mensen’ van nu, centraal zullen staan. Een geschiedenis die volledig in dienst staat van de huidige opvattingen van de activisten. Opvattingen die een lineair en causaal verband leggen tussen de huidige achterstand op de arbeidsmarkt en de eerste tocht van Columbus. Die de geschiedenis van de Gouden Eeuw volledig herschrijven tot een variant die wordt gedomineerd door hun huidige ‘duistere zijde’ die al het andere zo overschaduwt dat het niet meer kan groeien.