Cliteuriaans

“Maar de rationele islam zal niet Kantiaans ontstaan, alleen Hobbesiaans.”

Niet stoppen na deze zin uit een artikel van Paul Cliteur bij TPO. Cliteur betoogt dat een ‘rationele islam’ niet vreedzaam zal ontstaan en gebruikt de denkers Immanuel Kant en Thomas Hobbes als contrapunten. Kant voor de vreedzame manier en Hobbes voor de gewelddadige manier. “Wie goed doet, goed ontmoet geldt voor een andere wereld dan de wereld waarin we leven.” Onze overheden zullen weer overheden moeten worden, onze regeringen weer moeten gaan regeren, want anders is het leven solitary, poor, nasty, brutish and short.” Welke maatregelen moeten die regeringen die weer moeten gaan regeren dan nemen? Cliteur: “De financieringsstromen vanuit Saoedi-Arabië zullen moeten worden drooggelegd. De bijzondere leerstoelen gesubsidieerd vanuit Qatar (Tariq Ramadan in Oxford) moeten worden afgeschaft. Talloze Hobbesiaanse maatregelen zullen moeten worden genomen en onze overheden zullen hun onschuld moeten verliezen.”

Cliteur

Foto: Vimeo

Vreemd is wel dat Cliteur in zijn artikel schrijft over een islamiet, Khalid Benhaddou genaamd: “hij hangt een ‘rationele islam’ aan. Dat ‘rationele’ geeft aan dat hij de islam heeft gezuiverd van al die dingen waarmee wij tegenwoordig in botsing komen.” Nu begrijp ik het even niet. Cliteut pleit voor een Hobbiaanse benadering die er nu niet is. Zonder die Hobbiaanse benadering kan er geen rationele islam ontstaan. Hoe kan Benhaddou dan een rationele islam aanhangen? Die kon toch niet ontstaan?

Zou Benhaddou trouwens de enige rationele islamiet zijn? Welke islam zouden bijvoorbeeld de burgemeesters Aboutaleb en Marcouch aanhangen? Of kamervoorzitter Khadija Arib? Zou het kunnen dat die rationele islam al lang bestaat? En al was Benhaddou op dit moment de enige rationele islamiet, bevestigt hij dan niet het ongelijk van Cliteur? Immers ook zonder die Hobbesiaanse maatregelen blijkt er immers een rationele islam te kunnen ontstaan. Dat iets is ontstaan, wat volgens je eigen theorie niet kan ontstaan en het vervolgens niet zien als een ontkrachting van je theorie, zullen we dat vanaf nu dan Cliteuriaans denken noemen?

Zou het niet precies omgekeerd zijn, dat juist het: “theoterrorisme en jihadisme,” zoals Cliteur het noemt, welvaart bij Hobbesiaanse praat en maatregelen? Maatregelen zoals het verbieden, afschaffen en overheden die hun ‘onschuld verliezen?

Een pleidooi voor chaos?

Publicist Diederik Mallien geeft onze gekozen volksvertegenwoordigers een bijzondere rol en positie:

“namens het volk discussiëren en debatteren,”

want dat is wat representatief volgens hem betekent, aldus zijn artikel bij Joop. Eigenlijk doen ze niets meer en niets minder dan dat ik dadelijk in het café ga doen met mijn softbal-vrienden. Gewoon wat kletsen, maar dan wel goed betaald en met koffie van de zaak, terwijl ik mijn drankjes zelf moet betalen.

chaos

Illustratie: Pixabay

Mallien windt zich op over de manier waarop de Nederlandse kabinetten omgaan met het raadgevend correctief referendum en heeft heel bijzondere opvattingen over democratie waarvan ik hierboven al een voorbeeld optekende. In zijn artikel concludeert hij: “In een echte democratie moet het volk de mogelijkheid hebben voor of tegen te stemmen bij elke beslissing (die) wordt genomen door de regering.” Een prachtige conclusie en kunnen we op basis van die conclusie dan ook maar meteen concluderen dat er geen enkele ‘echte democratie’ is in deze wereld? Er zijn landen met referenda, er is echter geen enkel land waar ‘het volk’ bij elke beslissing van de regering de mogelijkheid heeft om voor of tegen te stemmen.

Er is van alles aan te merken op onze parlementaire democratie. Het duurt soms heel lang voordat er op belangrijke punten voortgang wordt geboekt. Maar, het werkt wel. Zou een samenleving met ‘Mallien-democratie’ kunnen functioneren? Het parlement kan in ieder geval worden afgeschaft. Het is immers een betaalde discussie en debat-club die verder niets toevoegt.

Wat zou de positie van de regering in zo’n democratie zijn? In onze democratie bestuurt de regering het land, ze neemt besluiten en die worden vervolgens uitgevoerd. Hoe zit dat in een ‘Mallien-democratie’? Wat is dan de rol van de regering? Besluiten nemen ze niet, dat doet immers ‘het volk’. Is de regering dan niet een adviesraad die ‘het volk’ adviseert hoe te kiezen? Een soort ‘Raad van State’, maar die hebben we toch al? Kunnen we dan een van de twee afschaffen?

Als we alle besluiten van gemeenten, provincies, het rijk en de EU bij elkaar optellen, dan is dat een flink aantal. Dan zouden we zo ongeveer iedere dag naar de stembus moeten om over een of meer onderwerpen te stemmen. En om goed gemotiveerd te kunnen stemmen, is inlezen en in even in de materie nodig. Dat zou een flinke dagtaak zijn, wanneer moet ik dan werken voor mijn geld? En als dat voor mij geldt, wie voert dan die besluiten uit?

Een mooi betoog op papier, maar chaos in de werkelijkheid? Toch maar even de goede kanten van onze parlementaire democratie koesteren? Voor de minder goede kanten zijn andere oplossingen mogelijk.

Jeugd en toekomst

“Zonder de overheersende stem van vijftigplussers was Trump geen president in de Verenigde Staten, en zouden de Britten geen Brexit voor hun kiezen krijgen. Ongeacht wat je vindt van Trump en de Brexit, feit is dat jongeren keihard overstemd werden.”

Zo start een artikel bij Joop van twee jeugdige kandidaat-raadsleden, Rob Hofland uit Amsterdam en Elene Walgenbach uit Rotterdam, voor D66 bij de komende raadsverkiezingen. Ze constateren dat de jeugdigen worden overstemd door de alom tegenwoordige vijftigplussers. Vijftigplussers die bovendien ook dominant zijn in volksvertegenwoordigende functies: “In onze steden, Amsterdam en Rotterdam, zijn er van de in totaal 90 gemeenteraadsleden slechts 3 jonger dan 30.”

jong en oud

Foto: PxHere

Dat moet anders en daarom roepen ze jongeren op om zich beschikbaar te stellen. Want: “De stem van jongeren, zowel in de stembus als in het debat, is belangrijk omdat juist jongeren staan voor een betere toekomst. Of het nu gaat om een gezonde, groene toekomst, een eerlijk pensioen of meer betaalbare huizen: daar zijn veranderingen voor nodig die de oudere generatie liever niet ziet komen, of voor zich uit blijft schuiven.” Als vijftigplusser kan ik het pleidooi voor meer jeugdige volksvertegenwoordigers van harte onderschrijven. Maar bij het door de beide auteurs gegeven argument gaan mijn haren toch lichtelijk van ergernis overeind staan.

Wordt hier niet een karikatuur van de werkelijkheid gemaakt? Vreemd dan dat, om een Amerikaans voorbeeld te noemen, de meest progressieve kandidaat bij de Amerikaanse voorverkiezingen ver in de zeventig was. Vreemd ook dat een van de meest behoudende fractievoorzitters in Nederland de jeugdige Baudet is. Zou Sanders de enige vooruitstrevende vernieuwende oudere zijn en Baudet de enige conservatieve, behoudende jongere? Dat lijkt me sterk. Een ander voorbeeld, de Ballonnendoorpikker, een vijftigplusser, behoudend en conservatief of vooruitstrevend en vernieuwend?

Beste jonge kandidaat-raadsleden. Ik geloof meteen dat: “Er zijn genoeg jongeren die barsten van het talent en de politieke ambitie.” Waarvan de “ervaring per definitie beperkt,” is  maar (met) een frisse blik (die) minstens zo waardevol” kan zijn. Er zijn echter ook voldoende jongeren met een belegen en bekrompen blik.

De jeugd heeft de toekomst volgens het spreekwoord, alleen welke toekomst? Als jullie werkelijk vernieuwende friskijkers willen, zouden jullie dan niet moeten zoeken naar ‘vernieuwende friskijkers’ en niet (alleen) naar jongeren?

Uitgestoken hand

De afgelopen week gebeurde mij iets heel bijzonders. De Correspondent publiceerde in het kader van de ‘maand van de verzwegen geschiedenis’ een artikel van Patricia D. Gomes. Gomes beschrijft de afschaffing van de slavernij in Suriname. In 1863 werd de slavernij dan wel afgeschaft, dat betekende niet dat alle slaven meteen vrij waren: “Slaafgemaakten in Suriname kregen bij de proclamatie van de ‘afschaffing’ van de slavernij op 1 juli 1863 te horen dat ze nog tien jaar verplicht op de plantages en de werkhuizen moesten blijven werken, tot 1873 dus.” Gomes pleit ervoor om hier expliciet aandacht aan te besteden in de geschiedenisboeken.

uitgestoken hand

Foto: Flickr

Als dit in de geschiedenis lesboeken moet, dan met het brede perspectief, zo pleitte ik. Het verplicht blijven werken na ‘afschaffing’ van de slavernij was niet typisch Surinaams, ook Europese lijfeigenen moesten vaak nog vele jaren voor de landheer blijven werken om deze te compenseren, eigenlijk om zichzelf vrij te kopen. Gomes reageerde dat ze dit prima vond, maar dan wel speciale aandacht voor de zwarte slachtoffers, want: “vergeet niet dat de zwarte slachtoffers extra hebben geleden vanwege de geestelijke en lichamelijk ontberingen die hun weerga in de geschiedenis niet kennen. En dat hun nakomelingen – mensen als ik – nog steeds last hebben van de erfenissen wat betreft gelijke toegang tot het goede der aarde en dat witte mensen over het algemeen nog steeds denken dat ze al hun privileges geheel en al aan zichzelf te danken hebben en dat ze niet lijken in te zien (want zgn meritocratie) dat hun voordelen berusten op eeuwenlange uitbuiting en onderdrukking.” Daar sta je dan als ‘gepriviligeerde ‘witte’ en ook nog eens man. Mooi in de hoek gezet, blind voor het grote voordeel dat je hebt. Ben je, door je pleidooi voor perspectief, ineens beland in het ‘witte-privilege-denken’.

Ik antwoordde dat ik niet mee wil doen aan een spelletje ‘wie heeft het meeste geleden’, maar dat ik, omdat ik me realiseer dat door een toeval mij het geluk heeft toegelachen. Het toeval dat ik geboren ben in de situatie waarin ik geboren ben en dat dit toeval mij de plicht geeft om in het hier en nu anderen, die het minder hebben getroffen, te helpen om het beter te krijgen. Om mijn geluk te delen. Dat zij, als zij dat ook wil, mij aan haar zijde vindt.

Dat had ik verkeerd gezien: “Voor mij bestaat toeval niet en is alles oorzakelijk verbonden. We spreken alleen van toeval wanneer we we (nog) niet in staat zijn alle oorzaken en gevolgen waar te nemen vanwege onze gebrekkige waarnemingsvermogen en intelligentie die verhinderen dat we het hele plaatje zien. Mensen die in toeval geloven zeggen volgens mij zoiets als: Ik zie het niet/ ik ervaar het niet, dus bestaat het niet en wat ik wel zie/ervaar kan ook zomaar… uit het iets ontstaan. Dat is een comfortabele positie, waarbij je niet verder hoeft te kijken dan je neus lang is. Ik bedoel dit niet beledigend.” Aldus Gomes en daar sta ik dan met mijn uitgestoken hand.

Als je zelf je plek kiest waar je wordt geboren, had je dan niet beter moeten kiezen? En als er een ‘plaatsverdeler’ is, moet die er dan niet op worden aangesproken?

Ponzifraude

Een briefje van twintig euro. Een klein papiertje met een blauwe opdruk, de ramen van een gotische kerk en op de andere kant een kaartje van Europa. Ik kan ermee naar de winkel gaan en dan kan ik er brood, pasta of een kratje bier voor kopen. In vroeger tijden werkten schelpen ook. Eigenlijk vreemd dat ik zoiets belangrijks als eten of drinken krijg voor iets zo onbelangrijks als dat gekleurde snippertje papier. Maar omdat iedereen erin gelooft kan het.

Dat is de kracht van geld. Geld maakt het economische verkeer makkelijk. Ik hoef nu niet iedere keer meer om te rekenen hoeveel ‘advies’ ik moet geven voor een brood. En als de bakker geen advies nodig heeft en ik wel brood, dan hoef ik niet op zoek naar iemand die wel behoefte heeft aan ‘advies’ en die iets heeft wat de bakker wel wil zodat we een ruilketen kunnen maken.

geld

Illustratie: Public Domain Pictures

De afgelopen jaren schijnt er een nieuwe vorm van geld bij te zijn gekomen, de bitcoin: “… revolutionair, decentraal, neutraal en vrijwillig. Om het simpel te stellen: bitcoins zijn digitaal geld en je kan ze dus gebruiken net zoals je dat met Euro’s of Dollars zou doen. Je kan er goederen mee kopen, ze onderling uitwisselen, ze ontvangen in ruil voor een dienst, ermee speculeren of ze weer omruilen voor bijvoorbeeld Euro’s. En dat zijn nog maar een paar van de bijna ontelbare toepassingen.” Die nieuwe munt is een wonder der technologie en bestaat alleen maar virtueel, dus bij een grote langdurige stroomstoring kan er niet meer worden betaald. Dan wordt het bij de andere munten ook lastig omdat het grootste deel van de ‘handel’ ook virtueel wordt betaald, maar die bieden dan het reële alternatief van briefjes en munten.

Wat ik het meest bijzondere aan deze ‘nieuwe munt’ vind, is dat er reclame voor moet worden gemaakt. Zo las ik in de Volkskrant dat beroemde Amerikanen en ‘beroemde’ Nederlanders er reclame voor maken. ‘Beroemde’ tussen aanhalingstekens omdat ik nog nooit heb gehoord van Joel Beukers en Nipsey Hussle. Is er niet iets goed mis met geld waarvoor ‘reclame’ moet worden gemaakt? Als geld wordt vertrouwd, is reclame immers niet nodig, dan accepteert iedereen het als vanzelf.

Nu is er met die bitcoin en andere ‘virtuele munten’ want er zijn er meer, iets bijzonders aan de hand. Die munt is het afgelopen halfjaar ongeveer vijfduizend euro in waarde gestegen en meer dan vijf keer zo veel waard geworden. Sinds zijn uitvinding in augustus 2010 is hij 12.681.660% in waarde gestegen. Dat is mooi voor degene die de eerste bitcoin in omloop bracht. Stel hij bracht er honderd in omloop en gaf er tien niet uit, dan heeft hij met die tien die hij in bezit heeft gehouden een kapitaal vergaard van meer dan 126 miljoen euro.

Iets wat allemaal is betaald door de latere instappers. Lijkt dat niet verdacht veel op een Ponzifraude of een piramidespel? Dat kan de reclame verklaren. Er is immers nieuwe inleg in euro’s, dollars en andere echte valuta nodig om de oude investeerder uit te betalen in die euro’s, dollars en andere echte valuta.

In der Beschränkung zeigt sich der Meister

“De bevordering van emancipatie van LHBTI en mensen met een beperking is belangrijk en door verschillende maatschappelijke groeperingen onder de aandacht gebracht. Er worden verschillende maatregelen tegen discriminatie genomen zoals de aanvulling van artikel 1 van de Grondwet tegen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en een beperking.” 

Een van de zaken waar het pas gestarte kabinet mee aan de slag gaat, dat staat tenminste in het regeerakkoord.

discriminatie

Foto: Flickr

Goed dat de gelijke behandeling van mensen en het voorkomen van discriminatie van mensen op grond van hun sexualiteit of eventuele beperking ter hand wordt genomen. Artikel 1 van de Grondwet luidt nu: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Als ik het goed begrijp, worden seksuele voorkeur en beperking aan dit lijstje toegevoegd. Toch een kritische noot hierbij. Niet bij het doel, maar het middel dat het kabinet wil inzetten, het aanpassen van dit artikel.

Wordt het artikel in de Grondwet sterker door er nieuwe categorieën aan toe te voegen? Waar eindigt het toevoegen van categorieën? Hoe zit het met ouderen, jeugdigen, mensen met flaporen, grote neuzen, dikke derrières? Moeten die ook aan het lijstje worden toegevoegd? Gebeurt er door het toevoegen van groepen en categorieën niet iets bijzonders, namelijk dat juist de nadruk wordt gelegd op deze groepen en categorieën? Worden zij zo niet ongelijk behandeld terwijl juist gelijke behandeling het doel is?

Zou het niet veel sterker zijn om, als de Grondwet toch moet worden gewijzigd, de gehele laatste zin weg kunnen laten en het artikel beperken tot ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld”? Maakt dat het artikel niet veel sterker omdat het precies dat zegt wat we bedoelen, namelijk dat iedereen in gelijke gevallen gelijk wordt behandeld. Dat ongelijke behandeling niet mag? En als er dan echt toch een tweede zin moet zijn, zou die dan niet beperkt moeten worden tot ‘Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan’?

Een kort maar krachtig artikel. Zou dat niet een beter middel zijn om dat doel te bereiken. Of om een Duits spreekwoord aan te halen dat het nog beter uitdrukt:

In der Beschränkung zeigt sich der Meister.

(On)democratisch

Struinend langs de diverse digitale media op zoek naar bijzondere berichten en redeneringen, kwam ik op de site Novini terecht. Een site voor The bigger picture, zoals haar ondertitel luidt. Een artikel met de kop We ‘knuffelen’ radicalisten de jihad in’, geschreven door David Pinto, trok mijn aandacht. Pinto schrijft over het ‘falende cultuurmarxistische’ Amsterdamse beleid om radicalisering te voorkomen, iets wat Pinto de pas overleden burgemeester Van der Laan verwijt. En via Van der Laan komt hij bij Martin Bosma terecht die hij graag als Amsterdamse burgemeester zou zien: “Bosma is een intellectueel, een voortreffelijk politicus, een buitengewoon kundig lid van het presidium van de Tweede Kamer en bovendien een aimabel mens.”

MEDION DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Het gaat mij niet over de persoon Bosma, ik ken hem niet, het enige wat ik erover zeg is dat hij een eenmanspartij vertegenwoordigt die zeer ver van mij af staat. Het gaat mij over de redenering van Pinto: “Bovendien, de PVV is de tweede partij in grootte van ons land. En vreemd genoeg, er is nog niet één burgemeester afkomstig van deze partij, terwijl de PvdA met haar magere 9 zetels, twee van de vier grote steden gijzelt. Hoe democratisch is dit eigenlijk?”  Pinto schetst hier een beeld van een partij die wordt achtergesteld en een andere partij die wordt bevoordeeld. Het beeld van Pinto komt er in het kort op neer dat de traditionele partijen (het ‘partijkartel’ van Thierry Baudet) de bestuursposten onder elkaar verdeelt, een ondemocratische bedoeling.

Is het zo vreemd dat er nog geen PVV-burgemeester is? Om burgemeester te worden, moet je als eerste solliciteren op een vacante burgemeesterspositie. Als er geen PVV-er solliciteert, kan er geen PVV-er worden benoemd. Als de PVV burgemeesters wil, dan zullen ze eerst moeten solliciteren, daar begint het. Vervolgens kiest een vertegenwoordiging van de gemeenteraad in de betreffende gemeente enkele sollicitanten uit die op gesprek mogen komen. Als er al een politieke keuze wordt gemaakt, dan gebeurt dat door de partijen in de gemeenteraden. De PVV ontbreekt op lokaal niveau waardoor ze de boot hier kunnen missen. Wie kun je dat verwijten?

Als laatste het woord gijzelen. Wie houdt de PvdA gevangen? De betreffende burgemeesters hebben normaal gesolliciteerd en zijn benoemd. Dit is op de democratisch vastgestelde manier gebeurd. Inderdaad is de PVV de tweede partij en heeft de PvdA maar negen zetels. Een klein jaar geleden, had de PvdA er nog achtendertig en was zij de tweede partij van het land, iets wat de afgelopen vijftig jaar redelijk gebruikelijk was. Burgemeestersbenoemingen staan los van kamerzetels.

Pleit Pinto ervoor dat na iedere Tweede Kamerverkiezing alle burgemeesters ontslag moeten nemen en de burgemeestersposten vervolgens naar rato over de partijen worden verdeeld? Als hij dat wil, dan moet hij ervoor zorgen dat er voldoende kamerleden in beide kamers hem steunen om de Grondwet te wijzigen. Dat is democratie meneer Pinto.

Winst en verlies

Als je bij het voetballen wilt winnen, moet je tenminste één keer meer scoren dan je tegenstander. Scoor je evenveel, dan speel je gelijk en scoor je minder, dan verlies je de wedstrijd. Op andere terreinen ligt winst of verlies wat lastiger. Zo verloor de VVD bij de laatste verkiezingen acht zetels ten opzichte van de voorgaande verkiezingen in 2012 en toch staat de partij als winnaar te boek. In een oorlog kun je veldslagen verliezen en toch de oorlog winnen.

zeearendFoto: Flickr

Een bijzondere interpretatie van winst en verlies geeft wetenschapsjournalist en columnist Matt Ridley in een interview in de Volkskrant. Ridley beziet de klimaatverandering van een positieve kant. Niet dat hij die verandering ontkent, nee hij ziet de positieve kanten ervan. Zeer terecht maakt hij bezwaar tegen pogingen om afwijkende meningen in deze discussie monddood te maken: “Je moet de dialoog aangaan met argumenten en bewijzen maar niet proberen om iemand monddood te maken.” Iets dat de Ballonnendoorprikker van harte onderschrijft, maar daar gaat het nu niet om.

Het gaat nu om winst en verlies. Op een vraag over afnemende biodiversiteit antwoordt hij:

“Maar er is ook biodiversiteitswinst. In Nederland zijn de wolf en de zeearend alweer gespot, hier in de uiterwaarden van Wageningen zie je weer bevers. Soorten keren terug naar hun voormalige leefgebieden. Omdat we soorten meenemen op reizen of bewust uitzetten in natuurgebieden, ontstaan nieuwe soorten. Het is zeer waarschijnlijk dat we zullen ontdekken hoe we uitgestorven diersoorten terug kunnen brengen.”

Een mooie twist aan een vraag. Door de schaal te verkleinen, van de wereld naar Nederland en door te focussen op een paar dieren die Nederland weer aandoen, wordt verlies omgezet in winst. Is de terugkomst van de zeearend in Nederland compensatie voor de massale insectensterfte? Nee, de soortendiversiteit is hierdoor nog niet afgenomen, het risico erop is wel flink toegenomen. Is de terugkomst van de wolf in Nederland een compensatie voor  het verlies aan diversiteit elders in de wereld?

Vergroten we die winst nog met een waarschijnlijke revival van de mammoet, sabeltandtijger en de diprotodon, waarover ik gisteren schreef, want die kunnen we waarschijnlijk weer tot leven wekken?

Beste meneer Ridley, waar moeten die uitgestorven dieren leven? Waar moeten die kuddes mammoeten gaan rondtrekken? Zou die weer tot leven gewekte sabeltandtijger het beter krijgen dan de Siberische tijger? Zou de diprotodon zich nog wel thuis voelen in het huidige Australië?

Uit-geïntegreerd

“Omdat werk een zeer belangrijke onderdeel is van integratie, moet de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond –nieuwkomers én oudkomers– worden verbeterd.”

Deze zin is te vinden op de grens van de pagina’s 26 en 27 van het regeerakkoord waarover ik al eerder schreef. En net zoals de passage waar ik toen over schreef, lijkt er ook niet veel mis met deze tekst. Het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van mensen is nooit verkeerd. Toch is er iets met deze zin.

einde

Illustratie: Pixabay

Het succes, maar vooral het falen van de integratie van mensen die nieuw zijn in Nederland, is vaak onderdeel van discussie, gesprek en heftige meningsverschillen in de politiek en de media. Kijk om je heen, bekijk statistische informatie en je kunt zowel voor het succes als het falen van de integratie voldoende onderbouwing vinden. In deze passage uit het regeerakkoord gebeurt dat ook. Mensen met een migratieachtergrond hebben klaarblijkelijk een achterstand op de arbeidsmarkt wat duidt op gebrek aan integratie.

Deze deze zin roept de vraag op wanneer de integratie is voltooid? Wanneer hoor je erbij? Ben je als vierde generatie Marokkaan met werk, lid van en vrijwilliger bij de sportclub en mantelzorger van je buurvrouw geïntegreerd? Wanneer ben je geen migrant, nieuwkomer of oudkomer meer? Wanneer ben je ‘gewoon’ Nederlander? Met andere woorden, is integratie eindig en zo ja, wanneer is die dan beëindigd? Als vervolg daarop ben je dat als nieuw- of oudkomer nog steeds als je plotsklaps werkloos raakt? 

Als niet duidelijk is wanneer iemand geïntegreerd is, dan kunnen er tot in den treuren of in het oneindige eisen worden gesteld waaraan iemand moet voldoen. Dan kunnen belachelijke cursussen en examens worden opgelegd. Dan kan iemand steeds worden buitengesloten: jij hoort er niet bij want … en dan volgt er iets waaruit moet blijken dat die persoon er nog niet bijhoort.

Moet zonder een duidelijk eindpunt iemand niet steeds maar blijven integreren en raakt hij dus nooit uit-geïntegreerd want hij wordt nooit als geïntegreerd gezien en behandeld?

Christus en de Inquisitie

Soms lees ik iets en dan vraag ik me af of ik het wel goed heb gelezen. Zoiets gebeurde me dit weekend toen ik bij De Correspondent de ‘bijsluiter’ las bij een luisterinterview (podcast met een modern woord) van Lex Bohlmeijer met Simone Zeefuik. Zeefuik is een van de initiatiefnemers van Decolonize the Museum, een club die: “musea confronteert met hun tekortkomingen wat betreft het koloniale verleden.”

InquisitieIllustratie: Wikimedia Commons

Aanleiding voor het interview was de tentoonstelling Heden van het slavernijverleden in het Tropenmuseum waaraan Zeefuik heeft meegewerkt. In het interview houdt Zeefuik een pleidooi voor ander taalgebruik, niet spreken over slaven maar tot slaaf gemaakten. “In het woord ‘slaaf,’ zit daar niet het idee in dat het om een specifiek type mens gaat dat voorbestemd was om de anderen te dienen? Goed om er bij stil te staan,” aldus Bohlmeijer. Of: “het zinnetje ‘Columbus ontdekte Amerika,’ zoals we dat allemaal op school leerden. Sluipt daar niet stiekem de gedachte in mee, dat Amerika daarvoor niet eens bestond?” Bij mij niet in ieder geval. Ontdekken zegt in dit geval iets over het perspectief van de ontdekker, niet over het zogenaamde ‘ontdekte’ want dat was er al. Zo vielen de appels ook al van de boom voordat Newton de zwaartekracht ontdekte en niet pas na zijn’ ontdekking’.

Over de dekolonisatie en musea wil ik het niet hebben, wel over zorgvuldig taalgebruik en nadenken bij hetgeen je zegt of schrijft. In de bijsluiter las ik het volgende:

“Of internationaal befaamde wetenschappers als Charles Darwin en Carl Linnaeus – die in feite het racisme wetenschappelijk handen en voeten hebben gegeven.” 

En ook in het luisterinterview werd dit zo gezegd.

Nu kan van Linnaeus worden gezegd dat hij de mens in zijn Systema Naturae in vijf groepen indeelde en die groepen beschreef en bij die beschrijving kunnen vraagtekens worden geplaatst, zoals bij ieder beschrijving. Ter verdediging van Linnaeus kan worden aangevoerd dat hij de mens als geheel bij de zoogdieren indeelde, iets waar velen tegenwoordig nog moeite mee hebben. Darwin is bekend van zijn boek On the Origins of Spiecies, waarin hij het principe van de natuurlijke selectie beschrijft. Het principe dat de best aan de omstandigheden aangepaste (the fittest) zullen overleven en als je terug redeneert, dat alle leven een gemeenschappelijke oorsprong heeft.

Het denken van bijvoorbeeld Darwin werd en wordt door lieden met minder fraaie bedoelingen ge- of eigenlijk misbruikt, dat is mij bekend. Dat zij hun eigen superioriteit ermee verklaren en de inferioriteit van anderen zal ik niet ontkennen. Maar dat Darwin en Linnaeus daarmee het racisme ‘wetenschappelijk handen en voeten’ hebben gegeven, is dat niet een paar stappen te ver? Komt dat niet op hetzelfde neer als Karl Marx de Goelags van de Sovjet Unie in de schoenen schuiven? Of Christus verantwoordelijk houden voor de Inquisitie?