Christus en de Inquisitie

Soms lees ik iets en dan vraag ik me af of ik het wel goed heb gelezen. Zoiets gebeurde me dit weekend toen ik bij De Correspondent de ‘bijsluiter’ las bij een luisterinterview (podcast met een modern woord) van Lex Bohlmeijer met Simone Zeefuik. Zeefuik is een van de initiatiefnemers van Decolonize the Museum, een club die: “musea confronteert met hun tekortkomingen wat betreft het koloniale verleden.”

InquisitieIllustratie: Wikimedia Commons

Aanleiding voor het interview was de tentoonstelling Heden van het slavernijverleden in het Tropenmuseum waaraan Zeefuik heeft meegewerkt. In het interview houdt Zeefuik een pleidooi voor ander taalgebruik, niet spreken over slaven maar tot slaaf gemaakten. “In het woord ‘slaaf,’ zit daar niet het idee in dat het om een specifiek type mens gaat dat voorbestemd was om de anderen te dienen? Goed om er bij stil te staan,” aldus Bohlmeijer. Of: “het zinnetje ‘Columbus ontdekte Amerika,’ zoals we dat allemaal op school leerden. Sluipt daar niet stiekem de gedachte in mee, dat Amerika daarvoor niet eens bestond?” Bij mij niet in ieder geval. Ontdekken zegt in dit geval iets over het perspectief van de ontdekker, niet over het zogenaamde ‘ontdekte’ want dat was er al. Zo vielen de appels ook al van de boom voordat Newton de zwaartekracht ontdekte en niet pas na zijn’ ontdekking’.

Over de dekolonisatie en musea wil ik het niet hebben, wel over zorgvuldig taalgebruik en nadenken bij hetgeen je zegt of schrijft. In de bijsluiter las ik het volgende:

“Of internationaal befaamde wetenschappers als Charles Darwin en Carl Linnaeus – die in feite het racisme wetenschappelijk handen en voeten hebben gegeven.” 

En ook in het luisterinterview werd dit zo gezegd.

Nu kan van Linnaeus worden gezegd dat hij de mens in zijn Systema Naturae in vijf groepen indeelde en die groepen beschreef en bij die beschrijving kunnen vraagtekens worden geplaatst, zoals bij ieder beschrijving. Ter verdediging van Linnaeus kan worden aangevoerd dat hij de mens als geheel bij de zoogdieren indeelde, iets waar velen tegenwoordig nog moeite mee hebben. Darwin is bekend van zijn boek On the Origins of Spiecies, waarin hij het principe van de natuurlijke selectie beschrijft. Het principe dat de best aan de omstandigheden aangepaste (the fittest) zullen overleven en als je terug redeneert, dat alle leven een gemeenschappelijke oorsprong heeft.

Het denken van bijvoorbeeld Darwin werd en wordt door lieden met minder fraaie bedoelingen ge- of eigenlijk misbruikt, dat is mij bekend. Dat zij hun eigen superioriteit ermee verklaren en de inferioriteit van anderen zal ik niet ontkennen. Maar dat Darwin en Linnaeus daarmee het racisme ‘wetenschappelijk handen en voeten’ hebben gegeven, is dat niet een paar stappen te ver? Komt dat niet op hetzelfde neer als Karl Marx de Goelags van de Sovjet Unie in de schoenen schuiven? Of Christus verantwoordelijk houden voor de Inquisitie?

 

Leven in Allenistan

De Nederlandse staat doet er alles aan om mijn mijn recht als volk op zelfbeschikking te ontnemen. Ze blijft mij lastigvallen met blauwe brieven. Als ik volhoud en deze niet betaal, dan valt Nederland mijn land binnen en ontvoert mij naar een gevang in Nederland. Ik ben dan wel maar een heel klein volk, maar toch. Als volkeren recht hebben op zelfbeschikking, dan geldt dat voor alle volkeren dus ook voor mij als volk. Dit kwam bij me op toen ik het artikel van Ewout van den Berg bij Joop las.

karl marx

Foto: Flickr

“De Spaanse staat doet er alles aan om de Catalanen hun recht op zelfbeschikking te ontnemen.” Aldus de eerste zin van zijn artikel waarin hij beweert dat een socialist het recht op zelfbeschikking van de Catalanen wel moeten erkennen, neutraal blijven in dit conflict is niet mogelijk. Maar dit betekent niet dat: “socialisten illusies koesteren in een eigen staat. De Catalanen kunnen breken met Rajoy en de Spaanse staat, maar zolang er niet gebroken wordt met het kapitalisme zullen publieke voorzieningen in Catalonië evengoed geprivatiseerd worden als dit is wat nodig is om de winsten van het ‘eigen’ bedrijfsleven te verhogen.” 

Nu zijn er goede redenen om publieke voorzieningen niet te privatiseren en de huidige vorm van kapitalisme eens grondig op de schop te gooien. Iets wat de Ballonnendoorprikker al veel langer wil. Zou ik dan op de steun van Van den Berg mogen rekenen als ik me morgen onafhankelijk verklaar? Als ik gebruik maak van mijn recht als volk op zelfbeschikking? Dan kan ik immers ‘breken met het kapitalisme’ en mijn eigen samenleving inrichten. Nou ja samenleving, meer een ‘alleenleving’ omdat mijn samenleving uit mij alleen bestaat en als jullie dat ook allemaal doen, dan bestaat de hele wereld uit individuen met zelfbeschikking en onafhankelijkheid.

Absurd? Waarschijnlijk wel. Toch is dit een logische conclusie uit de redenering van Van den Berg. Want als de Catalanen of de Limburgers recht hebben op zelfbeschikking, dan hebben de Barcelonezen en Venlonaeren dat ook, en zo kun je doorgaan tot op het individuele niveau. Zou dat wenselijk zijn? Iedereen zijn Allenistan?

In de Volkskrant concludeerde de Amerikaanse hoogleraar: “waarschijnlijk worden absolute eisen tot zelfbeschikking een bron van geweld.” Zouden we niet precies de andere kant op moeten, niet zelfbeschikking maar ‘samenbeschikking’? Naar een post nationale samenleving? Een samenleving voorbij de natiestaat? Zou dat socialisten niet meer aan moeten spreken dan zelfbeschikking, dan worden immers de proletariërs aller landen verenigd? Dit schrijvend, realiseer ik me dat de wind de andere kant opwaait. Zie bijvoorbeeld het nieuwe kabinet dat juist ‘nationale trots’ wil aankweken via bijvoorbeeld ‘Wilhelmuskunde’.

I have a dream, of toch niet?

Aan het begin van dit millennium waren de aandelen van de grote energiebedrijven nog in handen van gemeenten en provincies. Logisch omdat deze bedrijven via fusies van lokale energie bedrijven naar provinciale en vervolgens boven provinciale waren ontstaan. In het eerste decennium van deze eeuw werden twee energiebedrijven, NUON en Essent door de overheidsaandeelhouders verkocht aan respectievelijk Vattenfall en RWE. De verkopende overheden bulkten vervolgens van het geld. Naast het kleine Zeeuwse energiebedrijf Delta is Eneco nog steeds in handen van overheden. Dat laatste bedrijf dreigt nu ook te worden ‘geprivatiseerd’.

energie

Foto: Pixabay

Marc Chavannes van de Correspondent adviseert de 53 gemeentes om het bedrijf niet te verkopen:

“Beste raadsleden van Den Haag, Rotterdam en andere gemeentes, laat u niets wijsmaken door mensen met modieuze commerciële praatjes en beloftes over kopers die zij niet kennen en niet kunnen dwingen. Maak met Eneco nieuwe afspraken en ga samen aan de slag.”

Via hun aandelen kunnen de gemeentes het bedrijf immers in de goede duurzame richting duwen. Die macht verliezen ze bij een verkoop, en duurzame voorwaarden afdwingen bij verkoop is, volgens Chavannes een illusie: “Er zijn weinig bedrijfsovernames bekend waarbij de koper zich veel gelegen laat liggen aan bijzondere, niet-afdwingbare voorwaarden waar hij later geen zin in heeft.”  

Een helder betoog van Chavannes, niet veel op af te dingen en inderdaad worden bij een verkoop gemaakte afspraken heel makkelijk bij het permanente afval gegooid in plaats van duurzaam gekoesterd. Toch zou het vanuit een andere invalshoek wel eens heel interessant zijn om de aandelen voor goed geld te verkopen. Een kans die de verkopende overheden een decennium geleden hebben laten liggen. Welke invalshoek?

Zou de toekomst niet een kleinschalige, particuliere energie voorziening kunnen zijn? Zelfvoorzienend op energiegebied? Op de eigen daken en het eigen terrein gewonnen zonne-energie die vervolgens in eigen batterijen wordt opgeslagen om te worden gebruikt wanneer die energie nodig is?

Als dat de toekomst is, dan zou het heel interessant kunnen zijn om die aandelen nu te verkopen. Het geld kan dan worden gebruikt om de inwoners van hun gemeente te stimuleren om deze omslag te maken. Om zo het geld dat uit de zakken van de koper is geklopt, te gebruiken om het product dat de koper levert, overbodig te maken. Eigenlijk om hem dubbel te laten betalen. Zou dat een mogelijkheid kunnen zijn of droom ik?

Slavernij en rassenleer

Als historicus kijk ik uit naar de bijdragen die bij De Correspondent gepubliceerd gaan worden in het kader van de door dit medium uitgeroepen ‘Maand van de Verzwegen geschiedenis’. De Correspondent gaat: “onderzoekers en schrijvers die een groter podium verdienen,” dit podium bieden met als uitdaging om: “meer perspectieven op de geschiedenis,” in de schoolboeken te krijgen.

slavernij

Illustratie: Flickr

Niets mis mee, meerdere perspectieven. Zeker niet omdat geschiedenis meestal door de ‘overwinnaars’ en de ‘powers that be’ wordt geschreven en daarbij worden negatieve aspecten van die overwinnaars vaak ‘vergeten’. Onder het aankondigende artikel werd al flink gediscussieerd door lezers en de betreffende onderzoekers en schrijvers. Het thema slavernij kwam hierbij al vrij snel en veel aan bod. Een van de onderzoekers en schrijvers, Miguel Heilbron, nam met name deel aan de discussie omtrent het slavernij verleden en schreef het volgende: “Maar hierbij lijkt wel vergeten te worden dat de transatlantische slavernij door Europeanen een nieuw element introduceerde, namelijk een rassenleer over superieure witte mensen en inferieure zwarte mensen, en het dehumaniseren van zwarte mensen om slavernij te legitimeren. Ideologieën hieromheen zijn honderden jaren verder ontwikkeld en gereproduceerd en werken door tot op de dag van vandaag. Het lijkt me belangrijk de link te leggen met hedendaags racisme en te zien waar dit vandaan komt.” Een redenering die je tegenwoordig vaak hoort en door menigeen wordt verkondigd.

Toch knelt er iets aan deze redenering. De transatlantische slavenhandel kreeg vanaf begin zestiende eeuw de wind in de zeilen en ging door tot het moment dat de slavernij werd afgeschaft in 1867 en kende haar hoogtepunt in de achttiende en begin negentiende eeuw. Een handel waarbij Europese kooplui, waaronder Nederlanders, slaven kochten op de markt in Afrika, hen verscheepte naar de andere kant van de Atlantische oceaan en ze daar weer verkocht aan plantagehouders. Aan deze handel werd flink verdiend en dat was dan ook de drijfveer achter deze handel.

Volgens Heilbron werd dit ideologisch ondersteund door een rassenleer over superieure witte mensen en inferieure zwarte mensen’. Bekijken we echter het ontstaan van de rassenleer, dan zien we dat deze eind negentiende eeuw pas werd ontwikkeld door Duitse en Franse wetenschappers. Niet in verband met slavenhandel, de Duitsers namen daar niet aan deel. Nee, in verband met het opkomend nationalisme.

Hoe kan een leer die pas na de afschaffing van de slavernij ontstond, een nieuw element zijn in de transatlantische slavenhandel? Ik ben benieuwd naar Heilbrons ‘alternatief’ voor dit feit.

Discriminatie! Of niet?

“Dat je dus serieus tegen de grondwet in gaat om een bestaande ongelijkheid op te lossen, wat voor signaal geef je hiermee af?”

Die vraagt stelt Annabel Nanning bij TPO. Zij stelt die vraag omdat het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad alleen werkloze jongeren van allochtone afkomst mee op werkbezoek neemt. De Amsterdamse bestuurders doen dit omdat: “Het percentage werkloze Nederlandse jongeren in de stad (…)  rond de 5 procent.(ligt). Bij de Turkse jongeren is 16 procent werkloos, Marokkaanse jongeren spannen de kroon met 21 procent.”  De werkbezoeken met de stadsbestuurders zijn bedoeld om hier wat aan te doen.

Monikken

Foto: Pixabay

Nanninga: “Discriminatie betekent zo veel als ‘onderscheid maken’. Dat mag de overheid dus niet doen, op basis van afkomst. Doen ze toch, in open inrichting Amsterdam.” Ze heeft gelijk, discriminatie op basis van afkomst is verboden, de overheid dient iedereen in gelijke gevallen gelijk te behandelen: gelijke monniken, gelijke kappen. Foei Amsterdam alle werkloze jongeren moeten mee op werkbezoek, ze zijn immers allemaal werkloos! Nu is het onmogelijk om alle werkloze jongeren met een bestuurder mee op werkbezoek te laten gaan. Ik kan me niet voorstellen dat de bezochte zit te wachten op busladingen jongeren die de wethouder begeleiden bij diens bezoek. Er moet dus onvermijdelijk geselecteerd worden wie er mee mag en op basis waarvan kies je wie er mee mag? Op welke manier je ook selecteert, er ontstaan altijd twee groepen, zij die mee mogen en zij die niet mee mogen, er wordt ‘onderscheid gemaakt’ en dus gediscrimineerd.

Belangrijker is of al die werkloze jonge Amsterdamse ‘monniken” wel gelijke kappen hebben. Is die werkloze Turkse of Marokkaanse gelijk aan de ‘autochtone’ jongere? Als deze ‘monniken’ gelijk zouden zijn, zou er dan verschil zijn in het werkloosheidspercentage? Toont het veel hogere werkloosheidspercentage niet juist aan dat deze monniken verschillende kappen hebben en dat er daarmee geen sprake is van discriminatie?

Nanninga lijkt dit ook te voelen als ze schrijft: “Wacht even hoor. Dus het College gaat er van uit dat de ‘niet-westerse achtergrond’ van de jongeren de oorzaak is van de ‘structurele achterstand op de arbeidsmarkt.’ Is dat zo? Nogal een veronderstelling. De Amsterdamse allochtone jeugd is inmiddels veelal derde of vierde generatie qua niet-westerse achtergrond. Dit werkt nog steeds door? Misschien is er dan toch wat mis met die ‘achtergrond’ en het vasthouden daaraan, maar iets zegt mij dat zulks onbespreekbaar is in de Amsterdamse raad.” Als er ‘wat mis is met die achtergrond’ zou is er dan nog steeds sprake van discriminatie bij een andere behandeling? Zou het niet ook kunnen dat er wat mis is met de ‘autochtone achtergrond’ en zou dat niet ook een reden kunnen zijn om mensen anders te behandelen?

Het paard en de ruiter

“Een goed paard is nog geen goede ruiter,”

toen hij deze uitspraak deed, werd hij weggehoond. Wie was hij, Co Adriaanse een marginale voetballer en redelijk trainer, wel niet om Marco van Basten, een van onze grootste voetballers, zo weg te zetten. Van Basten was zojuist benoemd tot bondscoach van het Nederlands elftal terwijl hij nog geen ervaring als coach had. Inmiddels heeft Adriaanse gelijk gekregen. Ondanks zijn kwaliteiten als voetballer bleek Van Basten geen goede trainer.

lucky LukeIllustratie: Flickr

Ik moest hieraan denken toen ik in de Volkskrant een ingezonden brief las van  Jos Engelen.

“In een goed peerreview-systeem is juist dat gewaarborgd. De voordelen van wetenschappelijke vernieuwing en de stimulering van excellentie die hiermee gepaard gaan, wegen ruimschoots op tegen de overhead die het beoordelingssysteem nu eenmaal met zich meebrengt.”

Met deze woorden onderstreept Engelen het voordeel van de huidige manier van verdelen van onderzoeksgelden voor wetenschappers. Hij zet zich hiermee af tegen een alternatief dat in een interview in dezelfde krant door Krist Vaesen wordt gepromoot. Vaesen pleit voor egalitaire verdeling van onderzoeksgelden over wetenschappers, een soort ‘basisbeurs’.

Het pleidooi van Engelen klinkt overtuigend: laat wetenschappers beoordelen welke onderzoeksvoorstellen zij het meest vernieuwend vinden en subsidieer die. Wetenschappers kunnen elkaars werk immers het beste beoordelen. Maar toch, zijn het werkelijk wetenschappers die het beste in staat zijn om de kans op succes en vooral vernieuwing van de plannen van andere te beoordelen? Zou ‘wisdom of de crowd’, in dit geval de wetenschappelijke ‘crowd’ werkelijk de kans op vernieuwing maximaliseren? Zou een peerreview-systeem het onderzoeksvoorstel van Copernicus en Galilei hebben ondersteund of zouden de ‘peers’ het hebben weggelachen?

Nu is het onwetenschappelijk om aan de hand van één voorbeeld te concluderen dat een ‘basisbeurs’ meer vernieuwing oplevert dan peerreview, of eigenlijk, dat specialisten, in dit geval wetenschappers, beter zijn in het herkennen van winnaars. Maar toch, zouden wetenschappers niet ook kunnen leiden aan de ‘confirmation bias’, naar bevestiging van hun eigen denken en gelijk zoeken en dus onderzoeken stimuleren die hun gelijk bevestigen? Dezelfde confirmation bias die goede voetballers tot goede trainers maakt en goede trainers zonder voetbalverleden niet serieus neemt?

Begrensd door grenzen

In Dagblad de Limburger van zaterdag 16 september schrijft Johan van de Beek over radicalisering. In zijn column citeert hij uit een brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) van twee jaar geleden over radicalisering:

“De aanpak van radicalisering en gewelddadig jihadisme is een van de belangrijkste thema’s in het internationale en nationale veiligheidsbeleid. de rijksoverheid werkt intensief aan de versterking van de aanpak van radicalisering en jihadisme. Gemeenten hebben bij uitstek een belangrijke rol in de integrale aanpak.”

Deze week bleek dat veel kleine gemeenten weinig aan voorkoming van radicalisering en gewelddadig jihadisme doen.

terrorismebestrijdingFoto: Pixabay

Waarom deze gemeenten er niets aan doen? “Die krijgen geen ‘signalen’ en denken dan dat er ook niets is. Het kan ook zijn dat de gemeenten het niet zien, zegt de inspectie.” Van de Beek ziet andere oorzaken: “ze zien het wel maar doen net alsof het niet bestaat (in de hoop dat het weggaat), ze hebben mensen aangenomen die het niet zien omdat ze niet weten waar ze moeten kijken of hebben mensen aangenomen die het zien maar met houtje-touwtjeoplossingen een probleem proberen aan te pakken waar ze zelf onderdeel van zijn.” Een forse conclusie of moet ik zeggen beschuldiging? Mensen die bewust niet ingrijpen en zelfs onderdeel van het probleem zijn, “ambtenaren die geen flauw benul hebben.”

Zou het niet nog wat anders kunnen zijn? Zou het kunnen dat de VNG het verkeerd heeft gezien? Dat die ‘bij uitstek belangrijke rol in de integrale aanpak’ van gemeenten niet zo belangrijk is? Al eerder vroeg ik me af of het uitgangspunt achter het zorgbeleid dat er vanuit gaat dat de gemeente de meest nabije overheid is en dat die meest nabije overheid het beste de zorg voor mensen kan organiseren, een aanname is. Zou het kunnen dat de belangrijke rol die de gemeenten voor zichzelf zien en waarin het rijk hen bijvalt, een aanname is?

Gemeenten zijn gebonden aan de grenzen van hun grondgebied, mensen niet. Mensen trekken vrijelijk van de ene naar de andere plek en via de digitale snelweg ‘flitsen’ ze nog sneller en verder over de aardbol. Zou het kunnen dat gemeenten, door hun gebondenheid aan hun grenzen juist niet de ‘bij uitstek een belangrijke rol’ kunnen spelen die ze claimen? Worden ze niet begrensd door hun grenzen?

Radicaal

Radicalisering houdt de gemoederen flink bezig. Met name kleinere gemeenten doen er niets aan, die denken ervan gevrijwaard te blijven, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een expert, een voormalig geradicaliseerde meldt in dezelfde krant dat de-radicalisering afdwingen niet werkt. En in Amsterdam werd een ambtenaar ontslagen, zat de burgemeester in het ‘beklaagdenbankje’ en gaat men geen gebruik meer maken van ‘gederadicaliseerden’ bij het voorkomen van radicalisering.

copernicus

Foto: Wikimedia Commons

Laten we eens wat dieper in radicalisering duiken en waar beter te beginnen dan in de Van Dale. Een radicaal is

“iemand die vergaande hervormingen wil,”

aldus het woorden boek. Nu hoor je politici vaker over hervormingen en de ene wil daarin verder gaan dan de andere. Als je praat over flexibilisering van de arbeidsmarkt dan zal iemand van de SP een VVD-er of D66-er radicaal vinden. Omgekeerd wellicht ook wel. Een lid van de SGP of de ChristenUnie vindt D66 om andere redenen radicaal, denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als euthanasie, abortus en het gebruik van embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden. Of de gezondheidszorg, nationaliseren zegt de SP, ‘aan de markt overlaten’  roepen D66 en de VVD.

Ik begin me af te vragen of ik niet ook radicaal ben? Of de gemeente dan ook iets aan mij zou moeten doen? Een pleidooi voor bijvoorbeeld een basisinkomen is voor velen radicaal.  Je moet immers werken voor je geld. Of het idee dat je al deel uitmaakt van, en participeert in de samenleving door er gewoon te zijn, de politieke goegemeente denkt daar anders over. In zijn tijd was Copernicus ook een radicaal, net als Galilei. Zou niet iedereen op een of andere manier radicaal zijn?

Is radicalisme werkelijk een of het probleem? Of is geweld en gewelddadigheid het probleem?

Profiteurs

Het is weer feest bij de PvdA, want de baantjescarrousel draait weer eens harder dan ooit tevoren!”

Als voormalig Kamerlid heb je het maar lastig. Zeker oud-Kamerleden van PvdA-signatuur moeten het ontgelden. Jeroen Recourt heeft na zijn Kamerlid emplooi gevonden. Hij is voorzitter geworden van het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam en hij treedt toe tot de Raad van Advies van de Nederlandse Mediatorsvereniging.

roeptoeterFoto: Flickr

“ Jeroen Recourt is slechts de volgende in wat ongetwijfeld een nog veel langere rij aan PvdA-profiteurs gaat worden.” Dat is tenminste de verwachting, of eigenlijk een mening verpakt in een verwachting, van Tim Engelbart bij De Dagelijkse Standaard. Recourt krijgt vervolgens nog het verwijt mee dat hij: “de zoveelste PvdA’er (is) die zijn Kamerlidmaatschap heeft kunnen inzetten om voornamelijk zijn eigen carrière vooruit te helpen.” Iets wat we volgens Engelbart al: “zagen (…) met andere mislukte PvdA’ers: Ahmed Marcouch (burgemeester), Roos Vermeij (top van een pensioenfonds), Martijn van Dam (top van de NPO) en zelfs de assistent van Jeroen Dijsselbloem (top van een ministerie): allen zijn zij linkse sociaal-democraten in naam, maar rechtse graaiers in werkelijkheid.” Zo dat klinkt als een (populistische) klok, die kunnen die ‘sociaal-democraten, maar in werkelijkheid rechtse graaiers’ zich in hun zak steken.

Laat ik, nadat het geluid van de ronkende zinnen is verstomd, een vraag hebben voor Engelbart. In Nederland klinkt de roep om Kamerleden geen privileges meer te geven voor wat betreft uitkeringen, steeds luider. Voormalig Kamerleden en politiek-bestuurders, en daar hebben we het hierover, zouden niet anders moeten worden behandeld dan andere werklozen. Niet eindeloos lang recht hebben op een uitkering zonder dat er een wezenlijke prestatie tegenover staat. Nee, zo snel mogelijk ander werk vinden.

Wat  verwacht Engelbart nu eigenlijk? Als ze werk vinden zijn het profiteurs van de ‘baantjescarroussel’ van het ‘partijkartel’. Vinden ze geen werk dan zijn het profiteurs en uitvreters die van hun luxe uitkering genieten op kosten van de belastingbetaler. Het is nooit goed of het deugd niet, zou mijn moeder zeggen. Of gewoon een gevalletje ‘roeptoeteren’ van Engelbart?

‘Parlementaire geschiedenis’

Het Rotterdams kunstinstituut Witte de With houdt de gemoederen flink bezig. Het instituut is, zo wordt beweerd, naar de straat waaraan het ligt, de Witte de Withstraat in Rotterdam genoemd. Die straat is weer genoemd naar een Nederlandse zeeman uit de zeventiende eeuw. Witte de With schijnt een zeer streng kapitein te zijn geweest voor zijn manschappen en als alle ‘kapiteins’ uit die tijd heeft hij ook in ‘de Oost’ zijn sporen (van vernieling, plundering en moord) nagelaten. Voor die tijd was zo’n staat van dienst niets bijzonders en voldoende om in de negentiende en twintigste eeuw als ‘zeeheld’ een straat naar je vernoemd te krijgen.

witte de with

Foto: Wikipedia

Kijkend door onze eenentwintigste eeuwse bril worden deze daden wat ‘anders’ beoordeeld. Een groep activisten, stel te vraag:

“How will this institution start to undo itself?”

Een bijzondere vraag, want wat vragen ze van het instituut? ‘To undo’ is ‘tenietdoen, ongedaan maken, of ‘losmaken’. Wat moet het instituut ongedaan maken? De zeventiende eeuwse daden van Witte de With? Dat lijkt me lastig voor een instituut in de eenentwintigste eeuw. Zelfs de eigen culturele uitingen van het instituut kunnen niet ongedaan worden gemaakt. Het instituut kan zich ‘losmaken’ door een andere naam te kiezen zoals het wil gaan doen. Al kun je je afvragen in hoeverre het zich los kan maken van haar eigen resultaten uit het verleden.

Die naamswijziging geeft ook meteen weer aanleiding tot discussie. Bij Elsevier vindt Gertjan van Schoonhoven het: “krankzinnig, zeker uit democratisch oogpunt,” dat het instituut haar naam wijzigt onder druk van een brief van deze groep activisten. Volgens Van Schoonhoven is het verleden iets van ons allemaal en niet alleen van activisten. Omdat het instituut bovendien met publiek geld wordt gefinancierd, is de naamgeving ook een publieke zaak:

“Dus gemeenteraad, dus parlement: doe jullie werk.” 

Op de redeneringen van de activistische briefschrijvers, net als op de wetenschappelijke onderbouwing ervan, is veel aan te merken. Redeneringen ‘witte superioriteit’ die niet verworpen kunnen worden, immers door ze te verwerpen bevestig je ze. Sterker nog, dat doe je al door er alleen vraagtekens bij te plaatsen. Op een wat grove manier plaats Van Schoonhoven deze kanttekeningen.

Volgens Van Schoonhoven gaat het hier om de “vraag hoe Nederland om moet gaan met andere, kritische opvattingen over het eigen koloniale verleden.” Het beantwoorden van die vraag: “mag geen onderonsje zijn van kunstenaars en activisten die vinden dat zij alléén recht van spreken hebben.”  Wat dit laatste aangaat heeft hij gelijk. Maar gaat hij niet de mist in met zijn oproep aan de gemeenteraad en het parlement? Gaat de Rotterdamse gemeenteraad over de naam van een onafhankelijk cultureel instituut dat zij subsidieert? Gaat het parlement over de geschiedenis en de manier waarop die wordt beoordeeld? De geschiedenis bij wet vastgelegd? Dat zou het begrip ‘parlementaire geschiedenis’ een heel andere betekenis geven.