De schaduw van Baudet

Het Forum voor Democratie vertelt een ‘prachtige versie’ van de geschiedenis van Nederland. Je moet het Baudet nageven, op een bombastische wijze weet hij dat verhaal te vertellen. Een verhaal van ‘grootsheid’ dat bedoeld lijkt om mensen ‘trots’ te laten zijn op Nederland. Omdat verhalen mensen binden en het leven zin geven zoals ik in mijn vorige Prikker schreef, is het goed om dat verhaal eens te bestuderen. Zeker omdat de vertellers van verhalen over een verleden van ‘grootsheid’ en ‘trots’ vaak een bedoeling in het heden hebben. 

Baudet vertelt een prachtig verhaal waaraan toch enkele paragrafen en zelfs complete hoofdstukken ontbreken. Slavenhandel bijvoorbeeld en de moordpartijen van Coen in de Oost. Die zouden toch zeker een plekje mogen krijgen. Want als je de VOC en Coen noemt, dan moet je het complete verhaal vertellen. Niet dat Nederland hierin afweek van de mores in die tijd. Neem de Mongolen van Dzjengis, die stonden erom bekend dat zij hen die verzet boden uitmoordden. Werkte je mee dan kon je op hun welwillendheid rekenen. Nee, het uitmoorden van mensen die zich tegen je verzetten, was redelijk gebruikelijk in die tijd. Oorlogen waren voor de overwonnenen geen pretje. Plunderen, roven en het ondertussen verkrachten en vermoorden leverde het soldij voor de soldaten. Die leefden van het veroverde land. Dat iets gebruikelijk was, wil echter niet zeggen dat we het bij de beschrijving van de geschiedenis niet hoeven te vermelden. Wat hij er ook bij vergeet te vertellen is dat die ‘grootse geschiedenis van die Gouden Eeuw’ het resultaat is van immigratie vanuit het huidige België, vanuit Frankrijk en Spanje en op ‘seizoensarbeiders’ voor de landbouw en scheepvaart vanuit de Duitse landen.

Foto: Pixabay

Wat Baudet voor het gemak vergeet, is dat het ‘trotse’ Nederland na de nederlaag van Napoleon bij Leipzig alleen op de kaart verscheen omdat de toenmalige ‘Powers that Be’ Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen zochten naar een machtsevenwicht dat Frankrijk in toom moest houden. In de ‘herschikking’ die daarop volgende, werden de grenzen in Europa flink veranderd. Zo ontstond er een compleet nieuw land: het koninkrijk der Nederlanden. De oude Republiek uitgebreid met de Oostenrijkse Nederlanden. Oostenrijk kreeg als ‘compensatie’ wat gebieden in Italië. Weg waren ongeveer 200 jaar republikeins bewind omdat die ‘Powers that Be’ alleen vertrouwden in de oude adel. 

Die hertekening van ‘grenzen’ was niet de eerste en zeker ook niet de laatste wijziging van grenzen. In kaart en animatie is te zien hoe grenzen in Europa door de tijd veranderden. Voor Baudet en andere ‘trotse’ Nederlanders er is zelfs een animatie die zo’n vierduizend jaar teruggaat. Dit is trouwens niet iets wat specifiek Europees is, ook in Azië, en zelfs in Afrika en Amerika schoven grenzen. 

Als we het over schuivende grenzen hebben dan is Baudets nationale geschiedenis van Coen en de VOC, maar één van de verhalen die je kunt vertellen. Een verhaal met een sterk Hollandse inslag. Voor de toenmalige inwoners van bijvoorbeeld de huidige gemeente Venlo zag dat verhaal er heel anders uit. De Oost en zelfs Amsterdam en de VOC waren ver weg. Sterker nog, voor een groot deel van het grondgebied van de huidige gemeente Venlo gold dat het tot een heel ander land, of eigenlijk landen, behoorde. Zo hoorde Tegelen en Steyl bij het Graafschap Gulick en sloten zij pas in 1817 aan bij het koninkrijk der Nederlanden. Juist ja, toen de “Powers that Be’ daartoe besloten. Een van die ‘Powers’ de Pruisen moest daar een veer laten want ook zij wilden de plaats erbij hebben. Dit gebeurde met het Traktaat van Aken. Hierin werd de grens tussen het koninkrijk en Pruisen bepaald door een kanonschot vanaf de oever van de Maas. Nederland zou dus een stuk groter zijn geweest als de kanonnen in die tijd wat verder hadden geschoten dan ongeveer 5 kilometer. Voor Arcen, Lomm en Velden ligt dat weer anders. Die behoorde eerst bij Spaans Gelre, na de Spaanse successieoorlog vielen ze toe aan Pruisen en sinds dat beruchte ‘kanonschot’ tot het koninkrijk der Nederlanden. 

Illustratie: Wikipedia

Wat voor alle dorpen gold, was dat er geregeld legers voorbij trokken. Legers op weg naar de ‘hoofdprijs’ de stad Venlo. Die stad wisselde gedurende de Tachtigjarige Oorlog geregeld van eigenaar. Dan weer  was het Spaans, dan weer republikeins. Aan de Spanjaarden heeft de stad de restanten van het Spaanse fort Sint Michiel ten westen van de Maas te danken. Dat fort moest de stad beschermen tegen aanvallen vanaf de overkant (de westelijke kant) van de Maas. Met de Vrede van Utrecht in 1713 werd Venlo aan de Republiek toebedeeld, werd het een onderdeel van de Generaliteitslanden en zo min of meer een kolonie van de Republiek. Een kolonie omdat die Generaliteitslanden werden bestuurd door de Raad van State, een raad waarin ze zelf geen zeggenschap hadden.  

Sinds 1817 hoort het volledige grondgebied van de gemeente Venlo dus bij het Koninkrijk der Nederlanden en ging het op in de provincie Limburg. Of toch niet? Nee inderdaad toch niet. In 1830 stonden de Zuidelijke Nederlanden op tegen het Koninkrijk en scheidden zich af. Limburg, exclusief de stad Maastricht, sloot zich aan bij de opstandelingen. Een afscheiding die pas in 1839 formeel werd maar dan zonder het huidige Nederlands-Limburg. Dat werd afgesplitst en viel toe aan het huidige Nederland. Viel toe want het werd niet veroverd of terugveroverd op de Belgen. Nee, ook hier beslisten weer de ‘Powers that Be’. De Fransen, die toen weer bij die ‘Powers’ hoorden, trokken hun steun aan de Belgen in en daarop werd Limburg gesplitst. De inwoners werd niets gevraagd. Als die zouden mogen stemmen, dan zou Venlo, nu waarschijnlijk Belgisch zijn. Limburg was dan wel, een provincie, voor de Hollandse koning, bleef het, net als de overige Zuidelijke Nederlanden, toch een soort Generaliteitsland, een soort kolonie.  

Dat Baudet dit er niet bij vertelt is logisch. Het past niet in het verhaal dat hij wil vertellen. Het verhaal van die trotse koppige Nederlander die zijn mannetje staat in de wereld en die niet met zich laat sollen. Want met die trotse Nederlander werd wel degelijk gesold. Ook de laatste keren dat er werd gesold, komt in het trotste verhaal van Baudet niet naar voren. Aan de Duitse bezetting na een oorlog van vijf dagen, de jodenvervolging en de dekolonisatie besteedt hij geen aandacht.

Sollen dat is wat de ‘Powers that Be’ doen met degenen die niet bij die Powers horen. Dat is een constante in de geschiedenis. Alleen wie die ‘Powers’ zijn, verandert door de jaren heen. In 1815 waren dat Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen. Dat laatste land hoorde er voor het eerst bij. Terwijl ze toen op het toppunt van hun macht stonden, zouden de Oostenrijkers nu willen dat ze erbij hoorden. In één eeuw schopten de Oostenrijkers het van hero naar zero. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd het land opgedeeld, gedecimeerd en gedegradeerd tot niet eens een B-land. Die status had het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden al in 1815.

Illustratie: Pixabay

Sollen daar helpt het vertellen van verhalen over je trotse verleden niet tegen. Die ‘rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ om de waarschuwing bij beleggingsproducten aan te halen. Dat ‘trotse’ verleden is hooguit een schaduw en een schaduw wordt groter als de zon ondergaat. Tegenwoordig lijken we anders te denken over het verschuiven van grenzen. Voor onze huidige politici zijn landsgrenzen heilig. Die mogen niet ter discussie worden gesteld en het ene land mag zeker geen stukje van het andere inpikken. Zie bijvoorbeeld de Russische annexatie van de Krim. Die wordt niet getolereerd. Alhoewel heilige grenzen? Zijn die niet alleen heilig als het de huidige ‘Powers that Be’ uitkomt? Want hoe heilig waren de Servische landsgrenzen of een paar jaar eerder de Joegoslavische en de grenzen van de Sovjet Unie? Die landen mochten zomaar uit elkaar vallen en er mochten nieuwe landen ontstaan. De oude grenzen waren niet zo heilig. Je zou kunnen tegenwerpen dat er hier geen sprake is van het ene land, dat grondgebied van een andere land bezet omdat er ‘nieuwe’ landen ontstonden. De Rus kan dan weer tegenwerpen dat die inwoners van de Krim per referendum kozen voor aansluiting bij Rusland. Een keuze die de Venlonaren in 1839 niet kregen. 

Wat nu is zegt niets over de toekomst. Dat is ook wat de verschuivende grenzen uit het verleden laten zien. Is het nu ‘voor eeuwig’ vaststellen van grenzen niet een poging om ons ‘heden’ voor de toekomst vast te leggen? Een manier om het heden te vereeuwigen? Erger nog, zijn trotste verhalen, zoals dat van Baudet, niet pogingen om het verleden ook de toekomst te laten zijn? Een verleden dat bij nadere bestudering helemaal niet zo ‘groots en geweldig’ was als Baudet het laat klinken. Is ‘terug naar het verleden’  geen motie van wantrouwen aan de broek van onze kinderen en kleinkinderen? Ontzeggen wij hen daarmee niet het recht op hun eigen ‘verhalen’?

Wij geven de wereld door aan onze kinderen en kleinkinderen. Dat doorgeven doen we met ons verhaal. Zou dat verhaal er niet een van mogelijkheden moeten zijn? Een verhaal waarin het verleden een belangrijke maar duidelijk andere rol moet spelen dan het verhaal van Baudet. Geen verhaal van ‘trots op’ of ‘grootsheid’ van het verleden, maar een verhaal waarin we leren van het verleden door er patronen in het menselijk gedrag in te herkennen. Patronen zoals het sollen door de ‘Powers that Be’, het misbruiken van het verleden voor politiek gewin. 

Of over de rol van migratie in de geschiedenis. Immers zonder migratie had Baudet zijn trotse verhaal niet kunnen vertellen. Sterker nog, dan hadden we nog steeds rondgelopen op de vlakten van het huidige Oost-Afrika. Nou ja we, hooguit een heel klein deel van de huidige mensheid want veel plek was er niet naast alle andere dieren. Heeft juist die migratie de mens gemaakt tot wat hij is? Een wezen dat grenzen verlegt? 

Illustratie: Wikipedia

Wat zeker niet mag ontbreken zijn verhalen over de rol die macht speelt en wat macht met mensen doet. Verhalen over mensen die macht moeten ondergaan. Mensen waarmee wordt gesold. Verhalen over economische macht van het ene land over het andere. Dus verhalen over de rol van imperialisme en kolonialisme van de oude Egyptenaren tot nu. Want imperialisme en kolonialisme zijn er zo ongeveer sinds de mens zich voor het eerst vestigde in steden. 

Maar vooral ook verhalen over de economische macht van de ene mens over anderen. Dus verhalen over de rol van slavernij en feodalisme vroeger en nu en de manieren waarop onze voorvaderen zich hiertegen teweer stelden. Welke manieren succes hadden en welke niet. manieren zoals de meent. Commons in het Engels en vooral bekend door het artikel The Tragedy of the Commons van Gareth Hardin. Gronden, bos of wateren nabij een dorp waarvan iedereen gebruik mocht maken. Een ouderwets systeem dat ervoor zorgde dat de keuterboeren konden overleven. Een systeem waarbij ieder zijn deel kreeg en dat onderhevig was aan regels die ook door de eigenaar van de grond, de landheer, werden gerespecteerd. 

Een interessante casus over wat mensen samen kunnen bereiken en ook hoe dat teloor kan gaan. Hardin redeneerde als volgt. Het inkomen van de herders wordt bepaald door de omvang van hun kudde. Eén schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Dat ene schaap verhoogt immers zijn inkomen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus zijn een schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is overbeweiding onvermijdelijk. Herder A en met hem de andere herders zitten vast in een systeem dat hen langzaam maar zeker naar de ondergang dringt. Hardin zag onze voorvaderen met een huidige economische bril. Een bril van concurrentie en streven naar winst en die winst kan al zijn dat je iets meer hebt dan je buurman. In werkelijkheid heeft het systeem van de meent eeuwenlang zeer goed gefunctioneerd zonder dat het tot uitputting van die gronden leidde. De keuterboeren, onze voorvaderen dachten helemaal niet aan winst en groei. Zij dachten aan samen overleven. 

Hardin heeft gelijk dat hebzucht de meent vernietigde, alleen niet de hebzucht van de keuterboertjes, maar de hebzucht van de landheren. Het systeem van de meent functioneerde eeuwenlang omdat niemand het kon veranderen, de keuterboeren niet en ook de landheer niet. Dat veranderde met het steeds democratischer worden van het landsbestuur. Het parlement kreeg wetgevende macht en kon het gewoonterecht van de meent wel wijzigen. En wie zaten er in het parlement? De landheren en die grepen in de 18e en begin 19e eeuw hun kans. Vooral de Engelse situatie is zeer goed gedocumenteerd. In Engeland nam het parlement ‘Acts of Enclosure’ aan. Wetten die de landheer het recht gaven om zijn land te omheinen en zo af te schermen voor gebruik door anderen. Zo’n omheinde meent betekende het einde voor de keuterboeren. Die konden niet meer overleven.

Illustratie: Flickr

Met het verhaal van de meent kunnen we nu en in de toekomst naar de wereld kijken. Je zou de meent kunnen zien als een ‘basisinkomen’ avant la lettre. Als een manier om naar patenten te kijken of naar (belasting)wetgeving voor het bedrijfsleven. Maar ook een manier om naar de rol van belangengroepen en parlementen te kijken en vooral als waarschuwing dat niet alle belangen een ‘groep’ hebben die gehoord en vertegenwoordigd is. 

Hardin met zijn Tragedy of the Commons, maar ook Baudet met zijn verhaal over het ‘grootse en trotse Nederland’ zien, geven een voorbeeld van de rol die verhalen spelen in het denken van mensen. Verhalen die mensen binden. Maar laten ze niet ook zien dat het goed is om die verhalen te onderzoeken, ter discussie te stellen en er andere verhalen tegenover te stellen? Verhalen die ook weer onderzocht en bediscussieerd moeten worden? Dat het voor de huidige mens, net als zijn Afrikaanse voorvaderen, goed is om zijn grenzen te verleggen, nieuwsgierig tet zijn en ‘migrant’ in denken te zijn?


Het leven wordt vooruit geleefd en achteruit verklaard

Het heden is een punt waar verleden en toekomst elkaar raken. Een punt dat even actueel is en dan in het verleden verdwijnt. Aan het eind van een jaar lijken we ons hiervan bewuster te zijn. Dat is immers de tijd van de lijstjes en de voorspellingen. Iets breder bekeken, is het heden de tijd waarin wij leven. Een tijd die bestaat uit de ervaringen uit het recente verleden en de verwachtingen voor de nabije toekomst. Een mens leeft in dat heden. Dat heden is voor hem belangrijker en bijzonderder dan alles wat in het verdere verleden was en ook belangrijker dan alles wat in de verre toekomst zal zijn. 

Illustratie: Pixabay

Een mens die leefde in 1438 vond waarschijnlijk ook dat het toenmalige heden de meest belangrijke en bijzondere periode was. Een mens die in 2238 leeft, zal dat waarschijnlijk ook vinden van de jaren dertig van de 23ste eeuw. Ook zij vinden de periode waarin zij leven de belangrijkste periode uit de geschiedenis van de mensheid. Een tijd die ze, zoals velen nu doen, omschrijven als de meest dynamische waarin de ontwikkelingen elkaar in een razend tempo opvolgen. 

Ieder mens leeft in zijn tijd niet in een verleden of toekomende tijd. Het is immers de periode waarin hij leeft en daarmee de enige periode die hij aan den lijve ondervindt. Dit maakt vergelijken lastig. Door het verleden te bestuderen kun je je een beeld vormen van of inleven in het verleden. Door je fantasie te gebruiken kan dat ook van en in de toekomst. Ontbreekt het je aan die fantasie dan biedt het sciencefiction genre uitkomst. Alleen moet daarbij worden aangetekend dat deze auteurs of filmmaker moeten verkopen en dat betekent dat ze overdrijven. Het leven in de sciencefiction toekomst is zelden saai. Iets wat het normale leven wel vaak is.

Er is nog een andere reden die maakt dat vergelijken lastig is. De gemiddelde Westerse mens denkt in vooruitgang, in ontwikkeling. Dat denken maakt de huidige tijd altijd tot het logische hoogtepunt van die ontwikkeling. Beschrijvingen van de geschiedenis met als doel om mensen trotst te laten zijn op het verleden van een land, zijn hiervan goede voorbeelden. Zo proberen zij de ‘successen’ te claimen van mensen die honderden jaren geleden leefden. Maar ook omgekeerd, geschiedschrijvers die vinden dat we ons moeten schamen voor ‘ons verdorven verleden’. Die ons de daden van mensen die honderden jaren geleden leefden in de schoenen schuiven. Twee vormen van geschiedschrijving die het verleden in dienst plaatsten van het heden. Die vanuit het heden terugkijken en vervolgens momenten selecteren die in hun verhaal te pas komen. 

Sommige denkers, Marx was er een van, gaan nog een stap verder. Die schetsen een ideale wereld. Een ideale wereld in de toekomst en ze delen de geschiedenis vervolgens op in ‘stappen’ op weg naar dat ideaal. Het heden is dan een logische stap tussen het verleden en die ideale toekomst. Het verleden en heden staan, om het zo te zeggen, in dienst van die toekomst.

Iemand die de geschiedenis bestudeert, ziet al snel dat het niet alleen maar ‘vooruit’ gaat. De geschiedenis van de mensheid is een bijzonder kronkelig pad. Soms lijkt het op een Echternach processie, soms op een sprintwedstrijd en dan weer een zeilregatta zonder wind. Soms zo spannend als het laatste kwartier van de wedstrijd tussen Ajax en Bayern München van 12 december 2018 en soms net zo saai als kijken naar het groeien van gras. Een kronkelig pad en een ‘road to nowhere’ om de song van The Talking Heads aan te halen.

Neem de geschiedenis van de stad Rome, een stad met nu ruim 2,5 miljoen inwoners en zo’n 4 miljoen met de ‘ommelanden’ erbij. Tweeduizend jaar geleden was het de kern van een van de  sterkste politiek, bestuurlijke constellaties die de wereld ooit heeft gezien. Een stad met toen al meer dan een miljoen inwoners. In 1870 werd het de hoofdstad van Italië, telde toen zo’n 200.000 inwoners en was in grootte de derde stad van Italië. In de jaren tussen de val van het Romeinse Rijk en het ontstaan van het land Italië viel de stad zelfs terug naar ongeveer 15.000 inwoners. Een stad met een schaduw die groter was dan de werkelijke betekenis van de stad en die schaduw is nu nog steeds groter. 

Wat Rome voor heeft op vele andere grote, belangrijke steden uit het verleden, steden zoals Babylon, is dat er nu nog mensen wonen. Dat de stad nu nog steeds een, zij het veel bescheidener, rol speelt. De enige rol die Babylon in het recente verleden nog heeft gespeeld, is een rol als militair kampement na de Irakoorlog van 2003 voor Amerikaanse en later Poolse militairen. Om het cru te zeggen: als parkeerplaats voor legertrucks, helikopterlandingsplaats en vulling voor zandzakken. 

Wat nu is, zegt niets over de toekomst. Wellicht is Babylon dan weer een belangrijke stad en zwemmen er vissen door Rome. Wat nu is en daarmee onderdeel uitmaakt van de tijd waarin wij leven, kan morgen weg zijn. Dat zorgt even voor onzekerheid maar al vrij snel maakt die nieuwe situatie deel uit van de tijd. Neem de val van het Oostblok in het algemeen en de Sovjet-Unie in het bijzonder. In 1988 speelde het Nederlands elftal de finale van het Europees Kampioenschap voetbal tegen de Sovjet-Unie. Nederland won door doelpunten van Gullit en dat prachtige schot van Marco van Basten. Op dat moment was er niemand  die zich een wereld zonder Sovjet-Unie kon voorstellen. Een jaar later viel de Berlijnse muur en nog twee jaar later bezweek de Sovjet-Unie. Trouwens in 1914 en zelfs in 1917 kon niemand zich een wereld met Sovjet-Unie voorstellen.

Foto: Wikimedia Commons

Dat wat nu is, morgen weg kan zijn hindert ons niet bij het voorspellen van, en plannen voor de toekomst. Neem het Centraal Plan Bureau. Dat werkt met prachtige scenario’s waarbij verleden, heden en toekomst netjes in elkaar overlopen. Stop de gegevens over het verleden en heden erin en de ‘toekomst’ rolt er gewoon uit. Totdat er iets gebeurt wat afwijkt van het model. Of de voorspelling van het aantal inwoners voor Nederland. 18,6 miljoen in 2060, volgens de laatste voorspelling. Ook bij deze voorspelling vloeit het verleden via het heden naadloos over in de toekomst. Vooral zo rond een jaarwisseling zien we hiervan vele voorbeelden. Het afgelopen jaar wordt nog eens bekeken en vervolgens wordt bekeken wat dit zegt over het komende jaar.

Een uitbraak van een dodelijke ziekte, kan deze voorspelling zo naar de prullenbak verwijzen. Neem bijvoorbeeld de uitbraak van de pest in de veertiende eeuw. Die maakte dat de bevolking fors kromp en pas rond 1600 was de bevolking weer op het peil van voor de uitbraak. Een verandering van het klimaat kan desastreuze gevolgen hebben. Ook daarvan is de geschiedenis doorspekt. Neem de grote volksverhuizing of de veroveringen door de Mongolen. Een verandering van het klimaat, bij de Mongolen de kleine ijstijd, maakte dat zij op zoek moesten naar nieuwe weidegebieden voor hun vee. Dit leidde tot schermutselingen en oorlogen met andere volken en uiteindelijk tot de idee dat de Mongoolse Khan (waarschijnlijk was Dzjengis hierin de eerste en dus veroorzaker) de ‘natuurlijke heerser’ van de wereld was. Een idee dat weer leidde tot bijpassend gedrag, zoals veroveringstochten.

De Mongoolse Khan was trouwens niet de eerste heerser die zijn rijk en vooral zichzelf als middelpunt van het universum zag. Vele heersers van rijken waren hem hierin al voorgegaan. Chinese keizers die vanuit hun paleizen aan de top stonden van de ‘hemels orde’, Egyptische farao’s die werden gezien en zichzelf zagen als goden op aarde, om twee voorbeelden uit een hele rij te noemen, gingen Dzjengis hierin voor. Koningen en keizers van Europese rijken en landen waren dan net niet ‘goddelijk’, maar toch zeker wel de eerste plaatsvervanger van god op aarde. En al die koningen en keizers vonden van zichzelf dat die andere ‘koningen’ die hetzelfde over zichzelf beweerden, toch zeker één treetje lager op de hiërarchie stonden dan zijzelf. 

Illustratie: Flickr

Een student van het verleden zal hieruit concluderen dat succes al snel leidt tot zelfoverschatting van de eigen positie en de positie van het ‘eigen volk’. Iets wat niet alleen eigen is aan ‘autocratische’ heersers. Nee, dat iets lijkt eigen aan macht en succes. Historica Barbara Tuchman heeft hierover een verhelderend boek geschreven met als titel De mars der dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam. 

Diezelfde student zal concluderen dat naast Tuchmans ‘mars der dwaasheid’, toeval en geluk een heel belangrijke rol spelen. Eigenlijk een veel grotere rol dan de ‘grote en sterke mannen’ die nu vaak de belangrijkste plek innemen. Die zal concluderen dat die ‘grote sterke mannen’ boven komen drijven door de dwaasheid van anderen. Anderen die de post overnamen van voorvaderen die in hun tijd door toeval en geluk en dwaasheid van anderen aan de macht kwamen. 

Neem de eerder genoemde Dzjengis Kahn. Zijn leven wordt, geromantiseerd, opgetekend in de film Mongol. Toch laat die film zien dat er voldoende momenten waren dat het heel anders had kunnen aflopen. Dan hadden we nooit gehoord van Dzjengis Kahn, zelfs niet van Temudjin, zijn eigenlijke naam. Of daarmee ook het Mongoolse rijk dat hij stichtte er niet zou zijn geweest is de vraag. 

Zo zijn er in de levens van alle ‘sterke mannen’ momenten dat het heel anders had kunnen lopen. Dat toeval of geluk hen een handje hielp. Achteraf zullen veel biografen en bewonderaars van ‘sterke mannen’ dit verklaren uit de keuzes van deze mannen. Keuzes waaruit hun ‘grootsheid’ blijkt. Zij zullen zich verdiepen in hun levens en bij alle kritische momenten die ‘grootsheid’ zien, al is het in een notendop. Achteraf zijn dat immers logische stappen op weg naar die grootsheid. Alleen wordt het leven vooruit geleefd.

Wat de grootse nationale geschiedenis, de schandelijke geschiedenis en de biografieën van ‘grote mannen’ gemeen hebben, is dat zij een verhaal vertellen. Een verhaal vertellen dat mensen bindt en hun leven zin geeft. Een verhaal dat laat zien wie bij de groep hoort en wie niet. En daarmee kom ik bij Yuval Noah Harari en zijn boek 21 Lessen voor de 21ste eeuw. Hoofdstuk 20 van dit boek handelt over de plaats van verhalen in het leven en heeft als titel Het leven is geen verhaal. Aan het einde van dit hoofdstuk (op pagina 374) geeft Harari de volgende waarschuwing: “ Pas op als politici in mythische bewoordingen gaan spreken. Dat kan namelijk een poging zijn om het echte leed te gaan verhullen en rechtvaardigen door het te verpakken in moeilijke, onbegrijpelijke termen. Wees vooral op je hoede voor de volgende vier woorden: opoffering, eeuwigheid, zuiverheid en verlossing. Als je een van die woorden hoort, sla dan meteen alarm. En als je toevallig in een land woont waarvan de leider regelmatig dingen zegt als: ‘Hun offer zal de zuiverheid van onze eeuwige natie waarborgen en ons naar de verlossing leiden’, besef dan dat je een groot probleem hebt. Als je een beetje bij je verstand wilt blijven, moet je altijd proberen zulke lulkoek te vertalen naar de werkelijkheid: een soldaat die het uitschreeuwt van pijn, een vrouw die geslagen en aangerand wordt, een kind dat beeft van angst.”

Proost!

GroenLinks politicus Kathalijne Buitenweg pleit voor het reguleren van xtc. Dit om de productie ervan van en de handel erin uit het criminele circuit te halen. Volgens Raoul du Pré moet de overheid niet aan de maatschappelijke realiteit voorbijgaan. “Waarom strikt vasthouden aan een wettelijk verbod op iets waarop in het sociaal verkeer het taboe al lang is verdwenen?” zo schrijft hij in het Commentaar van de Volkskrant. Alleen beginnen dan de problemen zo betoogt Du Pré.

Foto:Pixabay

Zo zullen zich: “onder overheidstoezicht (…) overdoses en andere ongelukken blijven voltrekken. Welke overheid wil daarvoor de verantwoordelijkheid nemen?” Een tweede probleem: “de criminele industrie is grotendeels gebouwd op export en zal dus gewoon blijven bestaan.” Du Pré concludeert: “Overheidsregulering van xtc klinkt logisch, maar het wietexperiment moet eerst wat ervaring brengen,” concludeert Raoul du Pré. Eerst experimenteren, dat klinkt logisch. Maar… . 

Loopt er niet al een experiment met een legaal verdovend middel? Een middel dat je zelfs in de supermarkt kunt kopen. Als je tenminste ouder bent dan achttien jaar. Sterven er aan dat middel niet ook jaarlijks mensen door een overdosis? Neemt de overheid daar niet ook haar verantwoordelijkheid voor? Een middel dat ook niet overal legaal is en in sommige landen schreeuwend duur.

Een middel waarmee de Verenigde Staten in de jaren twintig van de vorige  eeuw een omgekeerd experiment uitvoerde. Trouwens, niet alleen toen en daar. Een experiment dat niet voorkwam dat mensen het middel niet meer gebruikten. Een experiment waaraan Al Capone en zijn collega criminele kopstukken goud geld hebben verdiend. Verdiend met de productie en het verhandelen van dit middel. Een experiment dat tot veel doden leidde. Doden door crimineel geweld maar vooral ook doden door slechte varianten van dit middel. Een middel waarvan velen met de jaarwisseling een soort met bubbels openen en vervolgens proosten op het nieuwe jaar.

Gekkigheid, mogelijkheid en werkelijkheid

Bij DDS een artikel van iemand die zich RPML noemt. In het artikel ergert deze persoon zich aan het gebrek aan beta’s in de politiek. “Gisteren werd bekend dat men in 2030 maar liefst 65% van het autoverkeer elektrisch wil hebben… een techneut gaat dan rekenen…. 65% van 9 miljoen auto’s zijn 5.850.000 voertuigen die vanaf dan gemiddeld 30 kWh per dag (133 km, 0,225 kWh per km) gaan gebruiken… dat is 175 miljoen kWh per dag… een gemiddeld huishouden verbruikt 4.400 kWh per jaar, 12 kWh per dag… 175 miljoen kWh staat dus voor een equivalent van 14.5 miljoen huishoudens. Er zijn in Nederland op dit moment 7 miljoen huishoudens (…) en we gaan het energieverbruik van twee keer zoveel huishoudens aan de elektrische auto hangen… en die stroom komt zeker allemaal van windmolens?”  ‘Totale gekkigheid’ aldus de kop boven het artikel. De rekensom klopt, maar klopt daarmee ook de conclusie dat het een onhaalbare missie is?

Illustratie: wikimedia commons

Een rekensom begint met de cijfers waarmee je rekent. Neem het gebruik van een elektrische auto, 0,225kWh per kilometer volgens de auteur. Dat is iets meer dan een Tesla Model S verbruikt. Er zijn echter auto’s die veel zuiniger zijn. Neem de Renault ZOE, die verbruikt gemiddeld 0,162 kWh per kilometer. reken je met dit verbruik, dan is er al een kwart minder elektriciteit nodig om die 65% te laten rijden. Het is niet uit te sluiten dat de beta’s erin slagen om dit verbruik nog verder terug te dringen.

Als we kijken naar de andere kant, de energieproductie, de windmolens en zonnecellen. De windmolens worden steeds groter en krachtiger. Eén molen wekt steeds meer energie op. En neem de zonnecellen. De eerste zonnecel uit 1883 kende een rendement van 1%. In 1954 was dat al 6% en tegenwoordig is dat zo’n 16,6% voor de gangbare zonnecellen. Er zijn er echter al met een rendement van 44,7%. Deze zijn nu nog onbetaalbaar zo ontdekte ik na wat googelen. Nu nog, maar ervaringen uit het verleden leren dat prijzen snel kunnen dalen. 

Resteert één probleem: de opslag van de gewonnen energie. De zon schijnt niet altijd en en het waait ook niet altijd. Hoe brengen we vraag en aanbod van elektriciteit voor al die auto’s in evenwicht? Dat kan door deze op te slaan in accu’s. Iets waar met namen Tesla flink in investeert. Een beproefde en efficiënte techniek. Zou het omzetten van opgewekte elektriciteit in waterstofgas niet een op termijn veel praktische oplossing zijn. Het maakt het opladen van je accu overbodig. Je gaat gewoon naar een tankstation en tankt waterstofgas net zoals je nu benzine tankt. De infrastructuur hiervoor ligt er al. Een veel belovende mogelijkheid? 

Elektrolyse, zoals dat heet, is lastig maar veelbelovend met interessante ontwikkelingen zoals de battolyser: “Deze kan elektriciteit opslaan of leveren op een manier die net zo efficiënt is als een batterij. Bovendien kan hij water splitsen in waterstof en zuurstof door elektrolyse.” Als de overheid iets kan doen, dan is het flink investeren in dergelijk onderzoek. Dan klopt de rekensom van RPML en wordt die wellicht  65% toch werkelijkheid.

Intersectionaliteit en rotondes

 “De koppeling tussen gender en etniciteit is belangrijk om de positie van zwarte vrouwen te begrijpen.” Een uitspraak van Nancy Jouwe die door Trouw wordt geïnterviewd. Jouwe is onderzoeker op het gebied van ras, gender en intersectionaliteit. Wat? ‘Intersectioneel’ of kruispuntdenken gaat ervan uit dat: “Een identiteit bestaat uit verschillende elementen, … In hoeverre mensen gediscrimineerd, bedreigd, racistisch of seksistisch worden bejegend, is afhankelijk van meerdere factoren die op elkaar inwerken: denk aan ras, gender, seksuele voorkeur of sociaal-economische positie.”

Foto: Wikimedia Commons

Intersectionaliteit is een sociologische theorie. Een manier om zicht op en inzicht in de werkelijkheid van discriminatie en onderdrukking te krijgen. Deze theorie probeert een beschrijving te geven van iemands identiteit door de mens in te delen: man of vrouw, zwart of wit, hetero of lhbtqia++, hoog- of laag opgeleid. De identiteit van iemand wordt dan bepaald door de kruispunten van al deze ‘assen’ en dat geeft dan inzicht in de achterstandspositie van iemand. Een interessante theorie om inzicht te krijgen in discriminatie en achterstelling. Als het over identiteit gaat, heb ik meer met een andere manier van kijken. Eentje die meer naar de persoon achter de kleur, sekse en dergelijke kijkt, naar het karakter van de betreffende persoon.

Wat opvalt bij veel aanhangers van deze theorie, is dat zij kleur en sekse als dominant zien. Zo ook Jouwe: “Traditioneel hebben witte mannen de meeste macht. Vrouwen hebben minder macht en zwarte mannen ook. Ben je zwart en vrouw dan treedt er op meerdere fronten machtsongelijkheid op.” Volgens Jouwe verklaart dat ook de bagger die Sylvana Simons en recentelijk columnisten Nourhussen en Gargard over zich heen kregen: “Als een zwarte vrouw vanuit een machtspositie spreekt en ook nog een mening heeft, dan kunnen mensen dat vaak niet goed aan. Dat roept een enorme weerstand op, omdat ze niet de rol speelt die we gewend zijn.” Zou het ook anders kunnen liggen? 

Volgens Jouwe, moeten we allemaal: “nadenken over onze privileges. Dat is toch een interessant intellectueel debat? Als je je rekenschap geeft van je eigen positie, kun je een zinnige bijdrage leveren aan het debat. Meer empathie, dat zou al enorm helpen.” Laten we dat eens doen. Je bent een blanke, hetero man van een jaar of veertig, getrouwd met twee kinderen en probeert die zo goed mogelijk op te voeden van je loon als heftruckchauffeur. Hoeveel macht heb je dan? Hoe zou het dan voelen als je van Gargard, Jouwe of Simons te horen krijgt dat je moet nadenken over je geprivilegieerde positie als witte man? Dames die de kranten en televisie halen en een veel machtigere en invloedrijkere positie bekleden dan jij?

Dat er racistische bagger over mensen wordt uitgestort, mag niet en is niet goed te praten. Maar, wordt het niet eens tijd dat de ‘intersectionalisten’ ook eens afslaan van hun ‘rotondes’ van kleur en sekse op weg naar andere kruispunten? Dat zou huidige ‘tegenstanders’ wel eens kunnen omtoveren tot medestanders.

‘Red Venlo, breek de macht van Den Haag’

 “Of het nou om de vluchtelingencrisis gaat of de Brexit, de oplossing van de Brusselse elite voor problemen is altijd: méér Brussel. Een superstaat Europa voor al uw vragen en antwoorden.” De ‘Brusselse elite’ die ‘meer Brussel’ als oplossing ziet voor alle kwalen, zo schrijven SP-ers Renske Leijten en Arnout Hoekstra. De schrijvers zien het liever anders: “Het is opnieuw tijd voor populair links. Voor een Europese Unie waar niet het conflict, maar het vredesideaal weer centraal staat: een Europa op basis van samenwerking tussen lidstaten. Red Nederland en breek de macht van Brussel.” Een bijzonder artikel.

Foto: wikipedia

‘Een Europa op basis van samenwerking tussen lidstaten?’ Ik dacht altijd dat de Europese samenwerking er een is tussen de lidstaten? Een samenwerking waarbij er soms conflicten zijn tussen de leden over de manier waarop iets moet worden aangepakt, maar die altijd is gericht op vrede en welvaart? Hierbij kiezen de lidstaten wel eens voor oplossingen die niet iedereen even prettig vindt. 

Dat: “Lidstaten (…) met elkaar concurreren op arbeid, met grote bedrijven als lachende derde.” Is een keuze van de lidstaten. Dat is niets nieuws, want dat gebeurt ook in de lidstaten zelf. De lidstaten zijn niet zo homogeen als de auteurs het doen voorkomen. Voor Noord-Italianen begint Afrika onder Rome. En ‘strijden’ in Nederland regio’s en steden niet ook met bedrijven als lachende derde? Is Oost-Groningen niet ook gebaat bij ander beleid dan de Randstad? Ze zouden ook kunnen roepen: ‘Red Venlo en breek de macht van Den Haag.’ 

Beste SP-ers, stop met het verkopen van oude wijn in nieuwe zakken. Jullie voorstel is identiek aan wat er nu gebeurt. ‘Brussel’ dat zijn de samenwerkende lidstaten. ‘Brussel’ dat zijn de leiders en ministers van de lidstaten die de besluiten nemen. ‘Brussel’ dat zijn ook de Nederlandse Eerste- en Tweede Kamer en haar leden. ‘Brussel’ dat zijn jullie zelf. Als jullie andere oplossingen willen, kom er dan mee! Willen jullie een socialer Europa, schets dan dat Europa en overtuig ons ervan. Mijn luisterend oor hebben jullie. Maar stop met het ‘idee fixe’ van een het ‘monsterlijke Brussel’.   

Artificiële Intelligentie en de ‘wielenman’

Zou de uitvinder van het wiel krediet hebben gekregen van een algoritme? Die vraag kwam bij me op na het lezen van een artikel in de Volkskrant over de rol die Artificiële Intelligentie (AI) steeds meer gaat spelen bij het nemen van beslissingen. Bij een kredietaanvraag wordt niet alleen gekeken naar de betaalhistorie van iemand, maar ook: “‘niet-financiële data’ over het gedrag van potentiële kredietnemers, zoals startende ondernemers. Dat zijn vragenlijsten, maar ook gegevens die afkomstig zijn van de socialemedia-accounts van klanten of van hun zoekgeschiedenis.” De kredietaanvrager moet daar natuurlijke ‘toestemming’ voor geven. Probleem is alleen dat geen toestemming geven geen krediet betekent.  

Illustratie: Flickr

Wat zegt een database met gegevens over de toekomst? Zelfs als die, als dat al mogelijk is, ‘zuivere gegevens’ bevat? En vooral wat zegt een database over de toekomst van één individu? Wat de AI doet is niets anders dan kans berekenen en daarbij gebruik maken van gemiddelden: mensen die X doen, doen in zes van de tien gevallen ook Y. En dat over heel veel gegevens. Dat zegt niets over één persoon die X doet. Hoe eerlijk en rechtvaardig is het om die persoon te beoordelen op alle eerdere personen die X deden?  

Terug naar mijn vraag met betrekking tot de uitvinder van het wiel. Laten we er even vanuit gaan dat het grote probleem uit het artikel is opgelost. Dat zijn de gegevens waarin de AI zoekt. Want: “kunstmatige intelligentie gedraagt zich wat dat betreft behoorlijk voorspelbaar: als je er rommel instopt, komt er ook rommel uit.”  Nee, de data zijn perfect. De ‘wielenman’ is, net als bijna alle uitvinders een mens die afwijkt van het normale. De ‘wielenman’ kan trouwens ook een vrouw zijn. Een man met ‘wilde ideeën’ en daarover schrijft op zijn sociale media accounts. Reageert op anderen die niet vernieuwend zijn en die anderen reageren ook op zijn ideeën. Dat gaat er soms wild aan toe en ook toen golden: “twee bekende (internet)wetten: Godwin en Sturgeon. De wet van Godwin luidt: ‘Naarmate onlinediscussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi’s of Hitler tot 1.’ Als we daar de wet van sciencefictionauteur Theodore Sturgeon aan toevoegen (‘90 procent van alles is troep’).” En omdat de ‘wielenman’ ook maar mens is, laat hij zich soms laatdunkend en ongelukkig uit over anderen. Hij wijkt af van het gangbare, van de norm in de databases. Vindt een AI iemand die afwijkt van de norm, kredietwaardig?

Zal hij niet ook nul op het rekest krijgen als die database vol zit met alle uitvindingen en pogingen daartoe? Pogingen tot een uitvinding zijn immers veel talrijker dan successen. Zal AI daaruit niet concluderen dat de kans op mislukken te groot is? AI zoekt correlatie en door daar besluiten aan te verbinden wordt het gepresenteerd als causaliteit. De AI zal ijsjes verbieden omdat er veel mensen verdrinken. 

Koffiequota

Op het gemengd bedrijf van mijn vader liepen kippen. Tenminste toen ik een jaar of vijf was. De eieren werden verkocht voor ongeveer fl 0,12. Voor de jeugd van tegenwoordig, dat is ongeveer € 0,05. Dit is ruim 45 jaar geleden. Mijn vader stopte met eieren. Dit was te weinig om er iets aan te verdienen. Tegenwoordig krijgt de kippenboer, als hij geluk heeft, nog steeds die vijf cent. In de winkel liggen ze voor het drie tot zesvoudige. Hieraan moest ik denken toen ik in de Volkskrant een artikel over Afrikaanse koffieboeren las. Die zitten een een crisis, ze krijgen te weinig voor hun koffiebonen. De koffieboer krijgt maar 10% van de winkelprijs van koffie. Iets minder dan de kippenboer. 

Foto:  Flickr

Wat voor het ei geldt, gaat voor bijna alle agrarische producten op. De prijs ervan is de afgelopen veertig jaar amper gestegen. De gemiddelde Nederlander besteedt nu iets meer dan tien cent van iedere Euro aan voedsel. Begin jaren zeventig was dat bijna 25 cent. Ter vergelijking. Mijn eerste pilsje in de kroeg kostte mij fl 1,00,= oftewel € 0,45. Als ik er nu eentje bestel, moet ik al snel € 2,50 aftikken.

De oplossing voor de koffieboer: “Het is echt aan de grote retailers om met elkaar een minimumprijs af te spreken. Er hoeft maar één grote speler op te staan om de echte verandering in gang te zetten,” aldus hoogleraar Ruben in het artikel. Een goed idee, een minimumprijs zodat de koffieboer er nog iets aan overhoudt? De kippenboer zou dat ook wel willen. Net als trouwens de varkenshouder, de tomatenteler en zijn collega’s die paprika’s en komkommers telen. Ook zij gaan geregeld gebukt onder prijzen waarmee zij niet uit de kosten komen.

Even terug naar mijn vader. Van de Boerenleenbank kreeg hij te horen dat hij moest groeien en zij konden hem wel een lening verschaffen. Vele boeren en tuinders kregen dit verhaal te horen en gingen erin mee, groeiden groter. Zou de bankier dan niet ook de koffieboer verleiden met zo’n verhaal? Ze liepen ook naar de Nederlandse veehouders toen er een minimumprijs voor melk was. Lopen we dan niet immers het risico dat de minimumprijs tot een forse overproductie gaat leiden? Die leidt immers niet tot een prijsdaling, maar tot inkomensstijging. Zou die overproductie vervolgens leiden tot de roep om de productie te beperken? Tot ‘koffiequota’ die vervolgens weer verhandeld worden net zoals de vroegere melkquota? 

Mijn vader deed trouwens het tegenovergestelde. In plaats van lenen om te groeien, betaalde hij zijn lening in een keer af. Dit tot grote verontwaardiging van de plaatselijk bankdirecteur. Mijn vader richtte zich op zijn zestien melkkoeien, teelde per jaar een hectare graan en evenveel suikerbieten. Hij bleef klein en verdiende door zijn lage kosten, hard werken en wat ‘kinderarbeid’ van zijn kinderen, een fatsoenlijke boterham.

Rijstepap met kaneel

Mijn moeders authentieke rijstepap met wat kaneel. Pap gemaakt van melk van onze eigen koeien en dus lekker romig. Hieraan moest ik denken toen ik het artikel van Munganyende Hélène Christelle bij de Correspondent las.

Foto: Max Pixel

“Afrikaanse millennials zoals ik willen altijd meer weten over traditionele Afrikaanse kunst en cultuur, het erfgoed dat mede onze identiteit vormt. Over een deel van dat erfgoed ontstaat nu discussie. Zo heb ik moeite met de herkomst van de Afrikaanse waxstof, gemaakt in Helmond, vanwege de koloniale wortels. Maar mijn moeder vindt het prachtig.” De opening van haar artikel waarin de de prachtige gekleurde stoffen die in Afrika worden gedragen, centraal staan. Alleen blijken die stoffen vaak een Helmondse herkomst te hebben. Haar generatie: “gaat daarvoor op zoek naar een authenticiteit die de kenniskloof die we overhielden aan kolonisatie en migratie, kan dichten. Ons eigen verhaal van Afrika.” 

Zoeken naar authenticiteit, maar wat is echt authentiek? Is er wel iets echt authentiek? Zo zijn de Helmondse stoffen ooit geïnspireerd op Javaanse batiks. En als je in de geschiedenis van de batiks duikt dan verlaat je Java ook weer voor het vasteland van Azië. Munganyende sprak voor haar artikel met de vanuit Parijs naar Dakar verhuisde ontwerpster Sarah Diouf. “Diouf maakt haar ontwerpen niet in de felle kleuren die je van Afrikaanse mode en waxprint zou verwachten, maar juist in zachte bruintinten, verwijzend naar de invloed van bogolan of ‘modderdoek’ uit Mali. Dioufs kleding viel deze zomer in de smaak bij niemand minder dan Beyoncé, die een foto op haar Instagram postte in een complete Tongoro-outfit.” Hoe authentiek is het verhaal van een dergelijke outfit? Hoe Afrikaans is die? Hoe Authentiek is die?

Is niet alles wat er momenteel is een resultaat van vermenging van zaken die er vroeger waren? Ook die outfit ontworpen door Diouf. Neem een werk van Mondriaan of Esscher, die zijn in hun stijl herkenbaar en dus kun je ervan zeggen dat ze authentiek zijn. Tegelijkertijd kun je je afvragen of Mondriaan en Esscher hun werk wel zouden hebben kunnen maken zonder Van Gogh en Rembrandt. En zou die echte Rembrandt er wel kunnen zijn zonder het werk van eerdere schilders. Zo kunnen we teruggaan tot de grotschilderingen van Lascaux en wellicht nog verder. 

Moeten we niet juist blij zijn met de vermenging van zaken? Zorgt dat niet juist voor kleur in de wereld? Ik ben blij dat ik van mijn moeders rijstepap heb kunnen genieten. Die was er echter nooit geweest zonder rijst en kaneel.

Beste meneer Bor,

Ik las uw artikel bij Opiniez waarin u betoogt dat rechts het debat beter zonder links kan voeren. Volgens u heeft dat geen zin omdat: “Op alle bovengenoemde onderwerpen domineert zonder uitzondering het linkse narratief. De hoeders van het linkse gedachtegoed hebben een beschermende laag eromheen weten te leggen, zodat het niet besmet kan worden door andere invloeden. Daar omheen ligt een agressieve schil die iedere poging daartoe afslaat door middel van sociale uitsluiting of zelfs fysiek geweld.” De onderwerpen waar u over spreekt zijn immigratie, integratie, islam, de EU, cultuur en klimaat. Er moet mij na het lezen van uw artikel toch wat van het hart.

Breda_Juttemis.jpg

foto: Wikipedia, de vrije encyclopedie

Als eerste geeft u een beschrijving van de positie van links en rechts op deze thema’s: “Zonder op voorhand aan te geven wat de betere zienswijze is.” In die opzet bent u, wat mij betreft, niet geslaagd. Er zal best iemand zijn die vindt dat “immigratie (…) altijd goed is, dat “de EU (…) een prachtig streven (is) waar we alles aan moeten geven” of dat “alle culturen (…)g elijk” zijn en dat “we (…) één overkoepelende cultuur nodig (hebben), gelijkheid boven alles.” Door dit dé standpunten van links te noemen, maakt u een karikatuur van de werkelijkheid.

Dan moet mij als volger van de media toch van het hart dat uw ‘rechtse’ standpunten zeer veel aandacht krijgen. Niet alleen op de site waar uw artikel is geplaatst en op sites als De Dagelijkse Standaard, TPO en Geenstijl, ook uit de Telegraaf, het AD en Elsevier stijgt uw ‘rechtse’ geluid op. En zelfs in de als ‘links’ bestempelde de Volkskrant wordt plek ingeruimd om uw rechtse geluid te brengen. Denk bijvoorbeeld aan de column van Derk Jan Eppink die nu lijsttrekker van het Forum voor Democratie wordt bij de Europese verkiezingen. Hoe ‘dominant’ is dan dat linkse narratief?

Vervolgens wilt u de discussie pas aangaan als “als de rechterzijde net zo sterk is als de linkerzijde en niet eerder.”  Als we kijken naar de politiek dan is die linkerzijde flink in de minderheid. Uw rechtse standpunten zijn te horen bij het gros van de partijen in de Kamer, Van PVV en Forum voor Democratie tot het CDA en de PvdA en op sommige terreinen zelfs de SP.

Als laatste het “graag met modder gooien naar serieuze wetenschappers” die een ander standpunt hebben. Nu kan ik me op de sites en in de media die uw rechtse standpunten vertegenwoordigen, vele voorbeelden herinneren van wetenschappers die een lading modder over zich heen kregen. Neem alleen al het artikel van uzelf waarnaar u verwijst en waarin u een andere wetenschapper afserveert omdat hij vraagtekens zet bij het werk van uw ‘held’. Of van bijvoorbeeld uw Opiniez-collega Johannes Vervloed in zijn schrijven over het IPCC: “Er zitten allerlei ‘geleerden’ in, natuurwetenschappers, maar ook andere beroepen.”  Om vervolgens jullie andere collega natuurkundige Kees de Lange te scharen onder de: “Echte natuurkundigen.” 

Over al deze onderwerpen en ook andere, wil ik graag het gesprek met u aangaan. Daarvoor hoeven we niet te wachten tot  links en rechts ‘even sterk’ zijn. Dat is wachten tot Sint Juttemis