Jozef en de moslims

In Zwolle staat de grootste levende kerststal van Nederland. In de stal staan mensen die het verhaal rond de geboorte van Jezus moeten uitbeelden. Jozef, Maria, de drie wijzen, de herdertjes die bij nachte lagen, allemaal mensen van vlees en bloed. Of de os, ezel en schapen ook van vlees en bloed zijn, weet ik niet. Als u dat wilt weten, moet u maar zelf gaan kijken. Nu is er iets met deze levende kerststal. De organisator geeft aan dat moslims niet welkom zijn om een van de rollen te spelen.

Gladiator

Illustratie: Flickr

Moslims zijn wel welkom: “als vrijwilliger voor bijvoorbeeld het opbouwen van het evenement en ook het inschenken van koffie en thee in de kerk is geen enkel probleem.” Zo is te lezen in de Stentor. Volgens Cees Scholten, de mede-organisator van het evenement, is het: “voor een moslim, denk ik, lastig om ons beeld van kerst naar voren te brengen. Wie geen christen is, kan bijvoorbeeld moeilijk de rol van bijvoorbeeld Jozef (uitbeelden). Je moet de bezoekers het kerstverhaal kunnen uitleggen.”

Nu gebeurt het in de wereld van film en theater wel vaker dat iemand een rol moet spelen. Het is immers het werk van een acteur om een rol, en niet zichzelf, te spelen. Tom Cruise als aanhanger van de Scientology kerk die de klassieke Duitser Claus Schenk von Stauffenberg speelt in de film Valkyrie. Ben Kingsley die een prachtige vertolking neerzet van de Indiër Mahatma Gandhi. De Nieuw-Zeelandse acteur Russell Crowe die de Romein van Hispaniaanse afkomst Maximus Decimus Meridius speelt in de film Gladiator. Abbie Chalgoum die Jesus speelde bij de Passiespelen in Tegelen. Allemaal zeer geloofwaardige vertolkingen door mensen uit een heel andere tijd en cultuur. Als kijker leef je met hen mee. Je voelt de pijn van Maximus als hij zijn vrouw en kind zwart geblakerd en opgehangen aantreft. Waarom zou een islamiet dan niet de rol van Jozef kunnen spelen? Waarom moet dat een christen zijn?

Even wat anders. De grondlegger van die religie wordt immers pas in die stal geboren. De religie die zich zijn naam toe-eigende ontstond pas veel later. Iedereen in die stal hing daarom een andere religie aan dan het christendom. Als we de redenering van Scholten volgen, kunnen christenen dan wel een rol spelen in een kerststal?

 

PS. voor alle liefhebbers van de film Gladiator en vooral de muziek klik hier voor het mooiste muziekfragment Elysium

Erdogan, Twitter en #MeToo

Spotprenten en de Turkse president Erdogan, het is geen gelukkige combinatie. Aan de ene kant de cartoonisten die in ’s mans handelen voldoende aanleiding vinden om scherpe en soms ook wat minder scherpe prenten te tekenen. Aan de andere kant Erdogan die in de prenten voldoende aanleiding ziet om de cartoonisten te vervolgen. En met succes. Zo ontving cartoonist Ruben L. Oppenheimer een schrijven van de juridische dienst van Twitter dat: “op last van de Turkse regering onderzoek doet naar mogelijke juridische stappen, nadat een rechtbank in Turkije op 6 december een uitspraak heeft gedaan over de cartoon. De tekening is als een ‘belediging van Erdogan’ bestempeld.” Dit las ik op de site Joop alwaar ook de betreffende prent te vinden is. Een prent waarbij Erdogan het Twitter-vogeltje neemt. Een bijzondere zaak.

dislike

Illustratie: Wikimedia Commons

Als eerste omdat een Turkse rechtbank een uitspraak heeft gedaan op basis waarvan Twitter in actie is gekomen. Wie er aangifte heeft gedaan bij de Turkse rechter lijkt wel duidelijk. Wat minder duidelijk is, is welke bevoegdheid de Turkse rechter in deze heeft? Twitter is een Amerikaans bedrijf, Oppenheimer een Nederlandse cartoonist, zijn dan niet de Amerikaanse en Nederlandse rechter aan zet? Als de handelswijze van Erdogan normaal is, kan ik dan de Nederlandse rechter vragen om Erdogan te veroordelen omdat hij Nederlanders voor fascisten uitmaakte? Wellicht voel ik me hierdoor wel in mijn eer aangetast en gekrenkt.

Wat nog het meest verwondert, is de houding van Twitter. Had Twitter Erdogan niet gewoon moeten verwijzen naar Oppenheimer? Zo van, beste meneer Erdogan, als u zich door deze cartoon, ik weet niet of ik deze uitdrukking in dit verband mag gebruiken, in uw kruis getast voelt, meldt u zich dan bij de cartoonist. Of beter nog had Twitter Erdogan niet gewoon vriendelijk moeten wijzen op de Amerikaanse vrijheden? Verwacht je van een bedrijf uit ‘the land of the free, and the home of the brave’, niet een andere reactie? Iets met het verdedigen van de vrijheid in het algemeen en vrijheid van meningsuiting in het bijzonder? Of doet dit pijn in de portemonnaie en is die belangrijker dan welke vrijheid ook? Als dat zo is dan rest slechts één optie: allemaal stoppen met Twitter! Dit heeft als bijkomend voordeel dat het belangrijkste communicatiekanaal van de Amerikaanse president Trump wegvalt.

Is het trouwens niet vreemd dat Twitter zelf geen actie onderneemt? Als je de prent bekijkt, dan lijkt de Twitter-vogel het slachtoffer van een daad van seksueel geweld. Een uitgesproken voorbeeld van #MeToo. Ik zie, maar dat kan aan mij liggen, paniek en pijn in de ogen van het vogeltje. De Twitter-vogel is slachtoffer van de dader en die dader meldt en beklaagt zich bij Twitter.

De mug en de ‘collateral damage’

Ruim een maand geleden plakte iemand posters op de pilaren van een brug in Maastricht. Posters met daarop de tekst: “It’s okay to be white.” Dat was volledig aan mij voorbij gegaan totdat ik in de Volkskrant een bespreking las over drie boeken over alt-right. De posters hebben er niet lang gehangen en in die korte tijd had iemand white doorgestreept en vervangen door “anything but racist.” Volgens de recensent van deze boeken, Hassan Bahara: “klonk bij de Nederlandse afdeling van de site 4chan een stevige bulderlach. Missie geslaagd. Want dit was de bedoeling: linkse ‘gutmenschen’ tegen de schenen schoppen en verwarren met een tekst die het blank zijn viert.” 4Chan schijnt een van de alt-right groepen te zijn die de wereld rijk is.

Kanonnen

Foto: Wikimedia Commons

Wat de motieven van de poster-plakker ook mogen zijn, er is niets mis met de tekst “It’s okay to be white.” Niets in deze tekst ‘viert’ het blank zijn. net zoals er niets mis is met de tekst:“ It’s okay to be anything but racist.” En er ook niets mis is met teksten die beweren dat er niets mis is met welke huidskleur dan ook. Als het immers niet ‘okay’ is om ‘white’ te zijn, dan zou er sprake zijn van racisme. Aan de teksten mankeert niets en toch mankeert er wel iets.

Degenen die de boodschap zenden, vinden wellicht dat blanken ‘superieur’ zijn, uit de tekst kun je dat niet opmaken. Waarom besluit iemand deze, op zich niets zeggende, posters te plakken? Wat verleidt iemand andersom de tekst aan te passen? Wat verleidt Bahara om te concluderen dat dit meer is dan: “een flauwe puberstreek van internettrollen. Maar dat is een onderschatting van het ernstige karakter van alt-right (is). Want dit is wat alt-right in een notendop werkelijk inhoudt: bloedserieus racisme dat ironie en humor als glijmiddel gebruikt om pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit het publieke debat binnen te loodsen.” Door tegen de tekst te ageren, zelfs door hem aan te passen zoals in Maastricht gebeurde, roep je de verdenking op je dat je het niet ‘okay’ vindt om ‘white’ te zijn.

Alt-right moet serieus worden genomen en we moeten oppassen voor pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit. Net trouwens als voor het spiegelbeeld ervan, de fabeltjeskrant-wetenschap van ‘witte onschuld’. Die ideeën moeten worden bestreden, maar dan wel op het juiste ‘slagveld’ en met gepaste ‘wapens’. Zou het helpen als er met een kanon, ’bloedserieus racisme dat humor als glijmiddel gebruikt’, wordt geschoten op een mug, deze onschuldige teksten? Schieten met een kanon vanwege de ‘bedoelingen’ van de afzender? Zou de ‘collateral damage’ van het schot niet veel groter zijn dan een dode mug?

Schijnkeuze in zorgverzekeringsland

“Het aanbieden van identieke polissen is niet de marktwerking waar de consument beter van wordt.”

Woorden van Kamerlid Sharon Dijksma zo lees ik in de Volkskrant. Een meerderheid van de Tweede Kamer wil af van ‘kloonpolissen’. Kloonpolissen? Een kloonpolis is een identieke zorgverzekeringspolis die onder verschillende namen en tarieven wordt aangeboden: “Polissen die nauwelijks van elkaar afwijken maar wel als alternatief worden gepresenteerd, bieden volgens de parlementariërs een schijnkeuze aan consumenten” De verzekeraars verweren zich met de woorden dat de ‘service’ anders is.

bier

Illustratie: Flickr

Is het aanbieden van identieke producten met een andere prijs niet juist een van de belangrijkste kenmerken van marktwerking? Doen autoconcerns niet hetzelfde? Verkoopt een autoconcern niet bijna identieke auto’s onder verschillende merknamen en prijzen? Of een supermarktketen: melk van een A-merk, een huismerk, een budget-huismerk en een budgetmerk. De verpakking is anders, de prijs is anders, de koe die de melk gaf niet. Een ander voorbeeld bier. Het Heineken-concern verkoopt pils onder de eigen naam, maar ook onder de naam Amstel en Brand. Allemaal met 5% alcohol en gebrouwen van ‘natuurlijk’ hop, gerst en water.

Een markt van zeer bijzondere aard is de elektriciteitsmarkt. Bijzonder omdat het geen ‘kloonpolissen’ zijn, maar ‘kloonbedrijven’. Het product wat deze bedrijven aanbieden, is identiek. Ik kan bij mijn stopcontact niet zien of de stroom is geleverd door het bedrijf waarmee ik een contract heb. Laat staan dat ik kan zien of de stroom is opgewekt met een windmolen, zonnepaneel, door het verbranden van gas of kolen of via kernsplitsing.

“De verschillen zitten in de dienstverlening ,” dat zullen al deze bedrijven zeggen. Daarnaast zullen ze wat stamelen over ‘het gevoel’ dat hun product bij je oproept. Dat ‘gevoel’ dat zorgt voor die ‘unieke beleving’ die je alleen maar krijgt als Jupiler drinkt, ‘mannen’ weten waarom’. En, na een glaasje teveel weet je dat die ‘unieke beleving’ bij iedere pils hetzelfde is.

Op bijna alle markten is: “Het aanbod (…) onnodig groot en onoverzichtelijk.” De reden dat CDA-kamerlid Joba van den Berg de kat aan de ‘polissenbel’ hangt. Zouden de Kamerleden de discussie niet naar een andere niveau moeten tillen? Als de consument in de gezondheidszorg niet beter wordt van het aanbieden van ‘bijna identieke producten, zou de vraag dan niet moeten gaan over nut en noodzaak van marktwerking in de zorg?

Eskimo’s en rechten

“Je ziet dat er in Nederland behoorlijke hoeveelheden migranten binnenkomen. Iets aan mijn gevoel van rechtvaardigheid zegt: dat klopt niet. Het is bij de ­es­kimo’s ondenkbaar dat daar een bevolkingsgroep binnenkomt die gaat claimen dat zij dezelfde rechten hebben als de mensen die er al duizenden jaren wonen.”  Een ‘bijzondere’ uitspraak van ene Albert in een artikel bij Elsevier over ‘alternatief rechts’ in Nederland, over Erkenbrand een clubje waarvan de leden er om het neutraal uit te drukken ‘bijzondere ideeën op na houden. Laten we deze ‘bijzondere’ uitspraak eens onder de loep nemen.

Inuit

Foto: Wikimedia Commons

De meeste eskimo’s wonen op een plek waar niet veel mensen willen wonen. De klimatologische omstandigheden zijn, laten we het mild uitdrukken, niet de meest prettige die je op deze aarde kunt aantreffen. Dit terzijde. Als Albert zich ietsjes meer had verdiept in de geschiedenis van de Eskimo’s of liever Inuit zoals ze zich in Canada en Groenland noemen, dan had hij ontdekt dat het net even iets anders ligt. Dan had hij ‘ontdekt’ dat de Inuit inderdaad al duizenden jaren in de Poolstreken wonen. Net zoals het Amerikaanse continent werd bevolkt door Sioux, Dakota, de Irokezen, de Mohiingan en vele andere volkeren.

Als hij een beetje meer van de historie zou weten, dan zou hij ontdekken dat deze volkeren nu een marginale positie innemen in de landen waar ze wonen. Dan zou hij weten dat de laatste der Mohiingan in de film werd gespeeld door de Engels-Ierse acteur Daniel Day-Lewis. De laatste omdat dit volk is uitgestorven, of moeten we zeggen uitgemoord door de komst van West-Europeanen naar het continent wat nu Amerika heet.

Dan zou hij weten dat de overblijvers van deze volkeren, net als Inuit blij moeten zijn dat ze nog ‘rechten’ hebben. Wellicht zou hij dan hebben gehoord van de Indian Removal Act uit 1830. Een wet uit de koker van president Andrew Jackson. Een wet die de Cherokee van hun traditionele land verdreef en hen verplichtte om te verhuizen naar wat nu Oklahoma heet. Dan zou hij hebben gelezen dat deze ‘verhuizing’ de Trail of Tears wordt genoemd. Het ‘tranenspoor’ dat leidde tot de dood van 4.000 van de 15.000 Cherokee. Dan zou hij hebben gehoord van Wounded Knee, al was het maar via het lied van Redbone.

Dan zou hij weten dat de Inuit en de overblijvers van die andere oude volkeren alleen maar hebben moeten slikken. Dat ze nog steeds moeten ‘slikken’. De huidige president Trump heeft pas besloten om ze nog wat verder te beperken in hun rechten. Dit omdat de ‘belangen’ van de olie-industrie zwaarder wegen. Dat degenen die niet slikten, ‘stikten’ of beter gezegd werden verdreven of vermoord zoals de Cherokee’s. Dan zou hij weten dat hun rechten met voeten zijn getreden door een ‘behoorlijke hoeveelheid migranten’ die binnenkwamen. Sterker nog, die hen vaak niet eens als mens zagen.

Wie maakt schoon bij de schoonmaker?

“De stijgende welvaart van de afgelopen decennia heeft een nieuwe vorm van armoede gecreëerd: tijdarmoede. Overal in de westerse wereld rapporteren mensen met hogere inkomens meer tijdschaarste.”

Aldus Heleen Mees in haar column in de Volkskrant. Gelukkig heeft Mees de oplossing: “Versimpel je leven door vijf dagen per week te werken. Geef het extra inkomen uit aan dingen waarmee je tijd bespaart; een schoonmaakster, kant-en-klaarmaaltijden en een oppas die de kinderen ook naar muziekles en sportvereniging brengt.” 

schoonmaken

Foto: https://pxhere.com/nl/

Ja, als je als goed verdienende hogeropgeleide vijf in plaats van drie dagen gaat werken, kun je het extra geld gebruiken om een schoonmaker in te huren of een kinderoppas. Die verdienen minder dan jij, dus houd je geld en tijd over. Die schoonmaker of oppas verdient dan ook geld en dat is goed voor hem of haar. Zij een inkomen jij iets meer inkomen en vrije tijd. Duidelijk een geval van win-win.

Alhoewel. Laten we eens naar die schoonmaker of oppas kijken. Zou die ook hetzelfde kunnen doen? Als schoonmakers of oppassers vijf in plaats van drie dagen gaan werken, welke werkzaamheden kunnen zij dan uitbesteden om vrije tijd te kopen? Om iets te doen aan hun tijdarmoede?

Het schoonmaakwerk of het oppassen op de kinderen uitbesteden? Zou de schoonmaker van de schoonmaker genoegen nemen met minder salaris dan de schoonmaker waarvoor wordt schoongemaakt? Waarschijnlijk niet, want dan hadden die hogeropgeleide, goed verdienende de schoonmaker van de schoonmaker ingehuurd. Zij kunnen geen ‘werk’ uitbesteden want daar schieten ze financieel niets mee op en hun tijdschaarste neemt erdoor toe.

Mees: “Waren in de jaren ’80 laagopgeleiden nog het drukst, sinds de jaren ’90 zijn dat de hoogopgeleiden. Het tekort aan tijd ontstaat niet omdat mensen zoveel meer moeten doen, maar vooral omdat ze meer kunnen doen.” Leidt het pleidooi van Mees er niet toe dat de hoogopgeleiden zo meer ‘kunnen’ gaan doen en de lager opgeleiden meer ‘moeten’ doen zonder er iets mee op te schieten?

 

Tapijt

Witte Onschuld het laatste boek van Gloria Wekker . Ik schreef er twee keer eerder over. De eerste keer over ‘ witte onschuld’ een gebrek aan kennis dat volgens Wekker tot macht leidt. De tweede keer over het alles verklarende ‘culturele archief’ waarnaar zij verwijst. Er is nog een punt in haar boek dat grote vraagtekens bij mij oproept.

tapijt

Foto: Pixabay

Dat punt heeft betrekking op een manier waarop zij tot algemene uitspraken komt. In haar boek schrijft ze over protesten die het project Read the Masks: Tradition is not Given in Eindhoven dat handelde over zwarte piet. Het project bestond onder andere uit een protestmars. Die protestmars leidde tot reuring en dan volgt er een bijzonder redenering. Lees mee op pagina 208: “Over de protestmars, die in de zomer was gepland, werd geschreven in het rechtse dagblad De Telegraaf, dat indertijd de grootste oplage in het land had. Dit leidde tot een lawine van overwegend negatieve reacties.” Wekker rubriceert en analyseert de ongeveer vijftienhonderd reacties en komt dan tot de volgende conclusie: “Omdat de thema’s elkaar overlappen en in elkaar overvloeien, betoog ik dat ze samen een dik tapijt vertegenwoordigen van de huidige Nederlandse zelfrepresentatie, belaagd door vijanden binnen en buiten de natie.” Lezen we hier dat de lezers van, of eigenlijk nog beter de reageerders op een artikel in De Telegraaf het denken van Nederland vertegenwoordigen? Ja, De Telegraaf had in die tijd de grootste oplage. Ja, vijftienhonderd reacties is veel. Maar om te concluderen dat dit representatief is voor Nederland?

Heeft mevrouw Wekker geen kennis van de basisbeginselen van statistisch onderzoek? Dat er, om valide uitspraken te kunnen doen over een groep als de Nederlanders, meer nodig is dan vijftienhonderd reacties uit één hoek van de Nederlandse samenleving? Het is zelfs maar helemaal de vraag of die 1.500 reageerders een goede afspiegeling vormen van de toenmalige Telegraaflezer. De meeste krantenlezers reageren immers niet op artikelen, het is maar een kleine groep lezers die zich die moeite getroost. Bovendien is de vraag opportuun hoe sturend het bericht in De Telegraaf is geformuleerd.

Ja, de in thema’s gerubriceerde reacties vertegenwoordigden een dik tapijt van de toenmalige Telegraafreageerder. Voor alle Telegraaflezers zal dat tapijt al flink wat dunner zijn en voor de Nederlander wellicht niet meer dan wat versleten draden.

Feiten en meningen

“Ik vind dat leraren en politici moeten streven naar zorgvuldigheid. Het moet duidelijk zijn wanneer iets een mening is en wanneer iets een feit. In een opdracht voor leerlingen feiten en meningen met elkaar verweven vind ik onzorgvuldig.”

Een uitspraak van Karin den Heijer lerares wiskunde en bestuurslid bij Beter Onderwijs Nederland. Ik las dit in een artikel bij TPO. Den Heijer reageert hiermee op de commotie die ontstond toen docent Ivar Gierveld een schrijfopdracht over Thierry Baudet gaf aan zijn leerlingen. Baudet en zijn aanhangers reageerden als door een wesp gestoken op deze opdracht.

Feit en fictie

Illustratie: FOODISH.nl

Het gaat mij niet om Baudet en de commotie, maar om de bewering van Den Heijer. Laten we er eens een voorbeeld bij pakken. Gierveld schreef: “In zijn wereldbeeld is klimaatverandering een verzinsel.” Den Heijer geeft aan dat Baudet dit niet heeft beweerd, Gierveld verdraait de woorden van Baudet. Volgens haar zei Baudet: “Door bakken met geld te besteden aan het klimaat, blijft voor reëel en urgente zaken als armoedebestrijding minder over.” Als Baudet dit precies zo heeft gezegd, dan heeft hij inderdaad niet direct beweerd dat de klimaatverandering een verzinsel is. Maar wat zegt hij indirect? Baudet maakt een vergelijking en zet klimaatverandering af tegen armoedebestrijding. Armoedebestrijding noemt hij urgent en reëel. Mag je, omdat hij deze vergelijking zo maakt, dan niet concluderen dat Baudet klimaatverandering niet urgent en niet reëel en dus irreëel vindt? En van irreëel of onwerkelijk naar een verzinsel is slechts een kleine stap. Inderdaad heeft Baudet niet letterlijk gezegd dat klimaatverandering een verzinsel is. Op basis van logisch redeneren is dit wel een goede interpretatie van hetgeen hij heeft gezegd en is het daarmee niet veel meer dan een ‘mening’?

Feiten en meningen moeten volgens Den Heijer worden gescheiden anders ‘verdwalen’ de leerlingen. Alleen gebeurt dat in het ‘echte leven’ ook niet altijd. Met name in de politiek is zorgvuldigheid, waar Den Heijer voor pleit, vaak ver te zoeken. Kijk maar naar de commotie rond het Wetenschappelijk Onderzoek- en documentatiecentrum (WODC), dat politieke wensen ‘wetenschappelijk’ moest onderbouwen. Het leven zou inderdaad veel makkelijker zijn als feiten en meningen duidelijk van elkaar worden gescheiden.

Moeten we de scholieren en studenten niet opleiden voor het ‘echte leven’? Een leven waar feit en fictie door elkaar heen lopen? Waar je president van een groot land kunt worden door een feit als mening en een mening als feit te verkopen?

Beste mevrouw Wekker

In haar column in de Volkskrant vergelijkt Elma Drayer de recente ontwikkelingen binnen de antiracisme beweging met godsdienstfanatici: “Wij hebben het licht gezien, de rest van de mensheid wandelt in duisternis. Wij hebben de waarheid in pacht.” Een godsdienstige sekte met een eigen heilige: “De Amsterdamse emeritus-hoogleraar Gloria Wekker, bijvoorbeeld. Haar naam wordt eerbiedig gepreveld, haar geschriften hebben langzamerhand de status van openbaringen waaraan niemand mag twijfelen.” Als u, Gloria Wekker de heilige bent dan is uw boek Witte Onschuld de bijbel of koran van die beweging.

Wekker

Gelovigen twijfelen niet aan de teksten in hun heilige boeken, ze willen ze liefst zo precies mogelijk naleven. Op dit punt is het denken van u vergelijkbaar met de heilige boeken. U laat geen ruimte voor andere verklaringen dan de uwe. Voor degenen die: “zich verre houdt van het ongeremde, onbehouwen racisme, en zich tegelijk niet actief wil teweerstellen tegen witte onschuld omdat dat onaangenaam en pijnlijk is en mogelijk vérstrekkende gevolgen zal hebben voor de eigen ‘onverdiende voordelen’, resteert een slecht geweten, dat vaak weggestopt moet worden, en dan geprojecteerd wordt op degenen die deze zaken aan de orde stellen. Ook resteert ongemak.” Zo schrijft u op bladzijde 264. Die verklaring van u is dat ’Witte onschuld’, witte onwetendheid die tot superioriteit leidt en zo tot ‘onverdiende voordelen’ ook wel ‘witte privileges’. Witte onschuld die haar oorsprong vindt in een cultureel archief dat het gevolg is van vierhonderd jaar kolonialisme, is de enige juiste verklaring voor onze huidige samenleving die, volgens u, diep racistisch is. Voor u ben ik daarmee een racist of een lafaard. Zou er niet ook een andere verklaring mogelijk zijn?

Beste mevrouw Wekker, ik zie ongelijkheid in behandeling in Nederland en wil samenwerken met iedereen die deze ongelijkheid mee wil wegnemen. En ja, ik stel me te weer tegen racistische schreeuwlelijken. Ik weiger echter ‘te geloven’ in uw theorie van ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’ en kan me er dus ook niet ‘actief tegen teweerstellen’.

Ik ben het met u eens dat er meer aandacht moet zijn voor de geschiedenis en vooral voor verschillende perspectieven op die geschiedenis. In uw boek geeft u wat flarden van een perspectief waarin de transatlantische slavenhandel en de slavernij van Afrikanen centraal staat en verklaart dat tot de ‘waarheid’. In uw betoog gebruikt u uw kijk op het het heden, een volgens u diep racistische samenleving, om het verleden te verklaren. Die zeevaarders van vroeger moesten dus ook wel gewoon racisten zijn. En als zij racisten waren, dan was de hele toenmalige samenleving racistisch. Dit terwijl meer dan negentig procent van de mensen gewoon bezig waren om te leven en te overleven in hun kleine wereld die vaak niet groter was dan een straal van twintig kilometer om hun huis. Dat stukje wereld vormde hun perspectief en hun ‘culturele archief’. Zou het kunnen dat een andere verklaring dan uw ‘witte onschuld’ mogelijk is. Dat het ‘culturele archief’ veel gevarieerder is gevuld?

‘migratieachtergrond’

“Begin 2017 telde Nederland 1,3 miljoen jongeren met een migratieachtergrond.”

De eerste zin van paragraaf 2.3 van de Landelijke jeugdmonitor 2017. Een document dat ik voor mijn werk doornam. Een paragraaf waarin je kunt lezen of dat een westerse of een niet-westerse migratieachtergrond is en vervolgens worden die groepen weer verder onderverdeeld. Een bijzondere paragraaf.

vuinisbak

Foto: Pixabay

Als eerste omdat het opvallend is dat een ‘Indonesische migratieachtergrond’ meetelt bij de categorie ‘westers’ terwijl dit land toch veel oostelijker ligt dan bijvoorbeeld Turkije. Zou dat komen omdat het onze voormalige kolonie Indonesië betreft? Als dat de verklaring is, dan is het vreemd dat de Surinamers en Antillianen, die veel westelijker wonen dan ‘wij Nederlandse westerlingen’, bij de groep ‘niet-westers’ horen. Een logische verklaring hiervoor geeft het document niet.

Een migratieachtergrond heb je (pagina 181) als: “ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie). De herkomstgroepering wordt bepaald aan de hand van het geboorteland van de persoon zelf of dat van de moeder, tenzij de moeder in Nederland is geboren. In dat geval geldt het geboorteland van de vader. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen personen met een westerse en met een niet-westerse achtergrond.”  Lastig omschreven, maar er staat dat als een van je ouders uit een ander land dan Nederland komt, dan heb je een migratieachtergrond ondanks een volledige Nederlandse opvoeding, scholing en paspoort. Je hebt hier niet voor hoeven te migreren.

Het document legt ook uit wanneer je een Nederlandse achtergrond hebt (zelfde bladzijde): “Persoon van wie de beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht het land waar men zelf is geboren.” Ben je geboren in bijvoorbeeld Zaire uit twee Nederlandse ouders, spreek je geen enkel woord Nederlands en begrijp je in het geheel niets van de Nederlandse samenleving alvorens je naar hier komt (migreert), dan heb je een Nederlandse achtergrond.

Nu is ‘minderhedenbeleid’ sinds een aantal jaren passé,  waarom dan dit allemaal bijhouden en erover rapporteren? Wordt het niet eens tijd dat we iedereen met een Nederlands paspoort Nederlander noemen? Dat we ‘migratieachtergrond’, ‘allochtoon’, ‘bicultureel’ en meer van dergelijk onderscheid makende woorden naar de prullenbak verwijzen? Woorden die niets toevoegen behalve de verdeeldheid die ze zaaien?