Grenzen, begrenzen, grenzeloos

De Volkskrant kent een leuke rubriek waar mensen aan het woord komen die ergens over van mening zijn veranderd. Als laatste in 2017 mocht Tommy Wieringa vertellen dat hij van mening was veranderd over grenzen. “Grenzen beschouwde ze (Wieringa’s moeder) als een achterlijk en beperkend verschijnsel. Ze hinderden haar. Ik heb dat eigenlijk ook altijd zo gevoeld.” Zo dacht Wieringa lange tijd, maar nu niet meer: “om de open Europese binnengrenzen te verantwoorden en te kunnen laten voortbestaan, is een harde buitengrens noodzakelijk.” Die buitengrens is volgens Wieringa noodzakelijk immers: “Als je zelf bepaalt wie je toelaat, kun je ruimhartig zijn voor vluchtelingen en streng voor economische migranten; niet dat halfslachtige gerotzooi van nu. Degenen die we toelaten moeten we stevig omhelzen door ze onmiddellijk de taal te laten leren en onderdeel te maken van deze waardengemeenschap.”

Mongoolse rijk

Illustratie: Wikimedia Commons

We kunnen het ons nu niet meer voorstellen, maar landsgrenzen en grenscontroles zijn pas een kleine honderd jaar oud. Vroegere rijken en rijkjes omvatten een bepaald gebied, maar het was voor iedereen, nou ja alleen de vrije burgers, mogelijk om zonder al te veel moeite van het ene, naar het andere gebied te reizen. Als lijfeigene niet, dan was je gebonden aan de grond die je voor je heer moest bewerken. Dat beperkte zeer veel mensen. Om van Franse koninkrijk via de diverse Duitse vorstendommen, eventueel het Oostenrijkse keizerrijk naar het Rusland van de tsaar te reizen, had je geen paspoort of visum nodig. Het tv programma Verborgen verleden geeft hiervan mooie voorbeelden.

Grenscontroles, visa en paspoorten zouden leven in mijn woongemeente Venlo onmogelijk hebben gemaakt. Er waren momenten dat dit grondgebied tot vier verschillende rijken behoorden. Rijken en rijkjes met grondgebied dat verspreid lag over Europa en niet aan elkaar grensde. Wilde je van het ene deel van het rijk naar een ander, dan moest je via een of meer andere rijken reizen. Voor toenmalige bewoners maakte dat echter niet veel uit. Of ze nu in het Pruisische Velden, het Gulickse Tegelen of het Republikeinse Venlo behoorden, de stad Venlo was er als ze iets bijzonders nodig hadden of iets wilden verkopen.

Ook de grote Romeinse en Perzische rijken en latere het nog veel grotere Mongoolse rijk kenden poreuze grenzen voor vrije burgers. Poreuze grenzen zelfs in tijden van grote strijd. Voor iedere vrije man tot welke ‘waardengemeenschap’, meestal een ander woord voor religie, je ook behoorde. Als vrij man kon je je meestentijds vrijelijk bewegen als je de locale gebruiken (wetten) maar respecteerde.

Grenzen die mensen niet begrenzen zorgden voor welvaart en voorspoed, voor grenzeloze mogelijkheden. Vrijheid alleen begrenst door de ‘locale gebruiken’, de wet, waarom zou dat nu niet ook kunnen?

De kleur van je hart

Een nieuw jaar. Wat het ons allemaal brengt? Een aantal zaken weten we nu al, tenzij de aarde voor die tijd vergaat. Zo zal het eerste kwartaal van het jaar in het teken staan van de gemeenteraadsverkiezingen en de Olympische Winterspelen. Alhoewel, de eerste anderhalve maand staan in het teken van Vasteloavend, je moet natuurlijk je prioriteiten stellen. Daar begint het verlangen naar het voorjaar. Dat verlangen wordt mooi bezongen in het Venlose vasteloavesleedje ‘Lekker Zunke’.

2018

Illustratie: Pixabay

Het voorjaar dat start met ‘La Primavera’, de wielerwedstrijd Milaan-San Remo, die in het weekend voorafgaande aan de verkiezingen wordt verreden. In Venlo kondigt de Venloop het voorjaar aan. Het wandel- en hardloopevenement dat zich in zeer snel tempo een plek heeft weten te verwerven op de Venlose evenementenkalender.

Zo kan het komende jaar alweer worden ingevuld met allerlei evenementen. Ieder jaar een vaste agenda. En net als afgelopen jaren zal er worden gesproken over de economie en het ‘democratisch gebrek’ ook wel bekend als de ‘kloof’. In de sport zal het zeker gaan over doping. Welke sporter, behalve ‘natuurlijk’ alle Nederlanders, is wel en welke niet te vertrouwen? Het zal gaan gaan over ‘Europa’ dat teveel of te weinig doet. Het zal ook weer gaan over Wilders en Baudet en in het verlengde daarvan zullen woorden als ‘extreem rechts’, ‘racisme’ en ‘Nederlandse identiteit’ of ‘cultuur’ vallen. Ook zal het nog steeds gaan over kleur en ook daarbij zal het woord ‘racisme’ worden genoemd, net als ‘onschuld’ en ‘privilege’. Hierbij zal het vooral gaan tussen deze beide kampen. Kampen die elkaar voor van alles en nog wat zullen uitmaken.

“En ik hef het glas op jouw gezondheid, want jij staat niet alleen. Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.” Deze boodschap gaf ik jullie in de eerste prikker van 2017 mee. Want de wereld is van ons allemaal en we moeten er samen het beste van maken. Een jaar eerder hield ik een pleidooi voor nieuwsgierigheid, een pleidooi dat ik gisteren nog een keer herhaalde. Nieuwsgierigheid ligt immers aan de basis van kennis maar ook aan de basis van elkaar kennen. Van het met elkaar in gesprek gaan. Alleen als we elkaar kennen, kunnen we er samen het beste van maken.

“Denk goed na aan welke kant je staat. Denk niet wit, denk niet wit. Denk niet zwart, denk niet zwart. Denk net zwart-wit, maar in de kleur van je hart, maar in de kleur van je hart.”

Aldus de Nijmeegse musicus Frank Boeijen. Zou dat niet een goede raad zijn voor 2018? Een goede raad om samen het gesprek mee aan te gaan? Om elkaar beter te leren kennen?

 

Pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie

De 254ste en laatste prikker van 2017. Tijd om terug te blikken? Nee, en toch ja. Nee, niet op het afgelopen jaar, dat doet Sander van Walsum in de Volkskrant op een goede manier. Van Walsum verhaalt over de roep van dit jaar om het verleden aan te passen aan het heden door straten en gebouwen te vernoemen en beelden te verwijderen. Hij concludeert dat vroeger zaken normaal waren die we nu abnormaal vinden.  Daarom is het beter “verleden in zijn eigen taal (te laten) spreken. … Dat is beduidend interessanter dan aantonen dat het huis van het verleden door dwaallichten werd bewoond.” 

De zijderoutes

Een juiste constatering, maar over het nabije verleden van het aflopende jaar wil ik het niet hebben. En ja, ik ga wat verder terug in het verleden en dat doe ik aan de hand van het boek De zijderoutes van Peter Frankonpan. En dan vooral één passage eruit:

“Terwijl de moslimwereld enthousiast bezig was met innovatie, vooruitgang en nieuwe denkbeelden, bleef een groot deel van Europa hangen in mistroostigheid; het ontbrak er aan middelen, maar ook aan de nieuwsgierigheid.”

Nieuwsgierigheid naar elkaar en de wereld. Want die moslimwereld was tolerant voor andersgelovigen. Joden, christenen, boeddhisten en andere geloven hadden over het algemeen niets te vrezen. Nieuwsgierigheid en tolerantie voor andersgelovigen, waren ook de kenmerken van het Romeinse en het Perzische rijk die eeuwenlang standhielden en waar de welvaart een grote vlucht nam.

Nieuwsgierigheid en tolerantie die in het toenmalige Europa ontbraken. In Europa ging men op in het orthodoxe christendom en was de blik naar binnen gericht: “De heilige Augustinus had weinig op met wetenschap en onderzoek. ‘Mensen willen kennis-om-de-kennis’, had hij misprijzend geschreven ‘hoewel ze aan die kennis niets hebben’. Nieuwsgierigheid was in zijn woorden weinig anders dan iets ziekelijks.” De leer van Augustinus vervulde in het Europese christendom een belangrijke rol.

Nieuwsgierigheid als voedingsbodem voor een welvarende samenleving, want welvarend dat was die moslimwereld. Europa kwam pas in beeld toen men ook hier nieuwsgierig werd. Nieuwsgierig werd en ging onderzoeken en reizen. Toen er een einde kwam aan de religieuze orthodoxie en vooral  toen er een einde kwam aan de religieuze twisten en oorlogen. Toen tolerantie intrad.

Daarom in deze 254ste prikker een pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie.

Beste mevrouw Simons,

“Als zwarte vrouw ben ik me bewust van denigrerend taalgebruik. Het voorval met Martin Simek is een klassiek voorbeeld van hoe over vluchtelingen denigrerend wordt gesproken in de media en hoe aanstootgevend dat is voor hen en voor zwarte mensen.”

Dat zegt u, Sylvana Simons, in een interview met het AD. U geeft in dit interview aan dat: “Het is vermoeiend om continu bezig te zijn leugens over mij te ontkrachten.” Dat er leugens worden verspreid is volgens u geen toeval: “Daar is hard aan gewerkt door media die mijn woorden verdraaien en extreemrechtse websites die nepnieuws brengen. Het is een actieve campagne om alles van mij uit de context te halen. Nog steeds wordt alles wat ik zeg en doe negatief ontvangen en zo vertaald in de media.’’

Gaypride

Foto: Flickr

U heeft een punt als u beweert dat er veel mensen zijn die alles wat u zegt verdraaien, die verdraaiing vervolgens uitvergroten en u zo in een kwaad daglicht stellen. Zoek op sites als TPO en De Dagelijkse Standaard en het regent voorbeelden. Dat u hier veel last van heeft, kan ik me heel goed voorstellen. Alleen is hier weinig aan te doen, dat is het maatschappelijke klimaat van tegenwoordig. Een klimaat waarin snel scoren ten koste van anderen hoogtij viert.

Weinig, maar niet niets. Het enige wat we eraan kunnen doen, is ons niet te verlagen tot het met ‘gelijke wapens’ terugslaan. Door ons niet schuldig te maken aan verdraaien van de woorden en bedoelingen van anderen. Schort het daar bij u ook niet aan?

Zo ageerde u tegen uitspraken van de heren Derksen en Van der Gijp bij Voetbal Inside. Van der Gijp had het gewaagd om te zeggen dat hij liever naar darts kijkt dan naar het trouwen van twee homo’s, waarvan Gordon er eentje was. Dat is wat anders dan “walgt van homoseks” dat u ervan maakt. Derksen omschrijft de Gaypride volgens u als een ‘bloemencorso’ van ‘heren met een veer in hun reet.” Iemand die een blik werpt op de botentocht kan er vele conclusies uit trekken, ook de ‘veren’ van Derksen. Maakt een dergelijke mening over de Gaypride of het niet willen kijken naar Gordon gaat Trouwen iemand meteen homofoob?

Ik begon mijn brief niet voor niets met het citaat waarin u refereert aan het ‘voorval’ met Martin Simek. Een citaat waarin u precies dat doet wat u andere verwijt. Als u het interview met Simek nog eens terugkijkt, dan ziet u iemand die enorm begaan is met de vluchtelingen die in Italië aankomen. Je ziet iemand die moeite heeft met de oneerlijkheid, ze het liefste allemaal wil helpen en dan op hele vertederende manier zegt: “ik heb af en toe die zwartjes meegenomen.” Niets denigrerends en dat bevestigt hij ook als u  hem ernaar vraagt, waarna u aangeeft geen moeite te hebben met het gebruik van het woord zwart. Maakt u door uw uitspraak waarmee ik begon, niet ook schuldig aan ‘ uitvergroten’ en ‘in een kwaad daglicht stellen’ van in dit geval Martin Simek?

Beste mevrouw Simons, hoe staat u als ‘aanklager’ als u hetzelfde handelt als degenen die u ‘aanklaagt’?

‘onnodige armoede’

Even over taal en woorden. In Amsterdam is het Flying Squad actief, een team dat voor de gemeente minima bezoekt om ze te wijzen op sociale voorzieningen die ze onbenut laten, zo lees ik bij Binnenlandsbestuur. Je zou verwachten dat het ‘de’ squad zou zijn en niet ‘het’ squad, Ook taal en woorden, maar daarover wil ik het nu niet hebben. Ik wil het hebben over bijvoeglijke naamwoorden die voor een zelfstandig naamwoord worden gebruikt om het zelfstandig naamwoord kracht bij te zetten.

onnodige armoedeFoto: Pixabay

Het artikel over ‘de’ of ‘het’ Flying Squad draagt de titel “Op zoek naar onnodige armoede.” De toevoeging van ‘onnodige’ voor armoede suggereert dat er naast die ‘onnodige’, ook ‘nodige’ armoede is. Kan iemand mij uitleggen wanneer armoede nodig is en wanneer niet? Dat lijkt mij ook voor het (de) Flying Squad van belang. De ‘onnodige’ arme die moet immers worden geholpen, de ‘nodige’ kan aan zijn of haar lot worden overgelaten, maar hoe bepaal je de ‘onnodigheid’ van armoede? Het lijkt me trouwens geen prettige boodschap om iemand te vertellen dat hij of zij arm is en dat er diverse regelingen zijn waarvan gebruik gemaakt kan worden, maar dat die persoon er niet voor in aanmerking komt omdat hij niet ‘onnodig’ maar ‘nodig’ arm is.

In een ander artikel bij Joop kwam ik een andere bijzonder combinatie van een bijvoeglijk- en zelfstandig naamwoord tegen: objectieve feiten. Nu is een feit een: “gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat.” Dat maakt een feit per definitie objectief. Alleen door het woord ‘objectieve’ voor feiten te plaatsen, ontstaan er ineens ook ‘subjectieve’ feiten en wordt alles ineens een feit. Een andere combinatie met het woord feit werd gebezigd door de regering Trump, de ‘alternatieve’ feiten. Deze combinatie suggereert dat feiten een tegenhanger hebben, de ‘alternatieve’ feiten. Zo zou een kubusvormige aarde het alternatieve feit kunnen zijn voor de bolvormige.

Een bijzondere is de participatiesamenleving. Het bijvoeglijk naamwoord participatieve samengesmolten met samenleving. Een samenleving is ”het geheel van de met elkaar verkerende mensen.” Alle mensen die in een bepaald gebied met elkaar verkeren behoren tot en nemen deel aan de samenleving van dat gebied. Door er participatie, “het hebben van aandeel in iets; = deelname” voor te zetten, ontstaat een vreemde constructie omdat iemand nu iets extra’s moet doen om bij de samenleving te horen. Als je dat extra’s niet levert, hoor je ineens niet meer bij de samenleving. Door het woord deelname voor samenleving te zetten ontstaat ook het spiegelbeeld, het niet deelnemen.

Welgemeende excuses

“For the last 17 years I’ve been passionate about confronting the global threat of terrorism. This has been a long struggle. We still have much to learn. I made certain remarks in 2015 and regret the exchange during the Nieuwsuur interview. Please accept my apology. I was born in the Netherlands and love the country. It will be the greatest honor of my life to serve as the United States Ambassador to the Netherlands. I look forward tot the opportunity to learn, to listen, and to move on in the spirit of peace and friendship with the people of the Netherlands.”

Hoekstra

Foto: Wikimedia Commons

Woorden van de nieuwe Amerikaanse ambassadeur Hoekstra die ik op nos.nl tegenkwam en die afkomstig zijn uit een Twitterbericht van Hoekstra. Hoekstra ontkende in het Nieuwsuur-interview dat hij in 2015 het volgende zei: “Chaos in the Netherlands. There are cars being burned. There are politicians being burned. And yes there are no go zones in the Netherlands.”

Excuses. Je maakt ze of biedt ze aan als je iemand hebt beledigd, pijn of verdriet hebt gedaan. Volgens een site over excuses aanbieden, ja die is er, kan: “Een effectief excuus of een verontschuldiging (…) in relaties veel “rottigheid” voorkomen. In tegenstelling van wat vaak wordt gedacht is je verontschuldigen geen teken van zwakte. Het is een duidelijk teken van kracht en vertrouwen.” 

De excuses-site geeft tips voor het aanbieden van je excuses. Laten we eens drie van negen tips bekijken. Zo adviseert de site om excuses in levende lijve aan te bieden: “Maak dus geen gebruik van sms, whatsapp, pingen, mail, telefoon etc. Kan het echt niet anders kan, kies dan voor de telefoon.” Hou het bij jezelf: “Vertel hoe jij het hebt beleefd. Hoe eerlijker en kwetsbaarder je je opstelt, hoe zinvoller de verontschuldiging overkomt bij de ander.” En de belangrijkste, biedt alleen je excuses aan als je het meent.

Ik vraag me af aan wie die excuses van Hoekstra zijn gericht? Wie voelt zich gegriefd door de opmerking die Hoekstra’s slechte geheugen of wat minder vriendelijk gezegd, zijn creatieve manier om met de waarheid omgaan, aantoont? Als hij zijn excuses aanbood voor zijn duidelijk bezijden de waarheid zijnde opmerkingen uit 2015, dan was het een ander verhaal. Daardoor kan iemand in Nederland zich gegriefd of beledigd voelen.

Hoekstra zoekt er een afstandelijk medium als Twitter voor uit. Nu kan het zijn dat Twitter het enige legitieme communicatiekanaal is van de regering Trump en alles dus via dit medium moet. Hij houdt het bij zichzelf, alleen niet bij het betreffende interview, maar bij hoe geweldig belangrijk zijn werk tot nu toe was en hoe ‘fantastisch’ hij zijn nieuwe baan vindt. Alhoewel bij zichzelf, legt hij met de zin: “We still have much to learn,” niet ook iets bij degene die hem eventueel moet verexcuseren?

Als belangrijkste, zou hij het werkelijk menen? Maakt hij excuses aan zichzelf? Excuses voor zijn eigen onhandige opmerkingen? Domheid zou ik het niet durven te noemen. Onhandige opmerkingen die alleen hem in de problemen brengen. Opmerkingen waar hij pijn of verdriet van heeft? Als dat zo is, dan zou het best gemeend kunnen zijn.

Raadslid aan de keukentafel!?

Raadsleden schijnen om te komen in het werk en vooral de verwachtingen waaraan ze moeten voldoen, zo valt te lezen op de site Binnenlandsbestuur. Raadsleden: “zitten klem tussen de selfiedemocratie in (de) wijk en de alles bedisselende regio. Ze bezwijken onder stapels stukken, de groepsdwang om toch vooral veel vragen te stellen, moties te bakken en het luisterend oor te zijn voor menig maatschappelijke misstand.” Adviseur Kirsten Veldhuijzen van de Raad voor het Openbaar Bestuur: “Doe als uw burgemeester en trek uw dorp of stad in en neem waar. Ga keukentafelen en stel met mij vast dat je in het stadhuis alleen de samenleving niet verandert. Daar heb je als publieke bemanning elkaar en de keukentafel voor nodig.”

keukentafel

Foto: Flickr

De site van de Rijksoverheid ziet de volgende taken voor raadsleden: “Raadsleden bepalen de belangrijkste punten van het beleid van de gemeente. Ze controleren of het college van burgemeester en wethouders (college van B&W) het beleid goed uitvoert. De leden van de gemeenteraad maken de begroting en controleren het financiële jaarverslag van de gemeente. Ieder gemeenteraadslid is een volksvertegenwoordiger. Een lid van de gemeenteraad moet dus goede contacten met de inwoners van de gemeente hebben.” Met de ‘keukenktafel’ adviseert Veldhuijzen raadsleden om voor die goede contacten te kiezen.

Is het een taak van een raadslid of welke volksvertegenwoordiger dan ook om de samenleving te veranderen? Hebben volksvertegenwoordigers niet de taak om namens de inwoners van een land of gemeente te handelen? Te handelen zonder ‘last en ruggespraak’?  Te handelen door naar eigen eer en geweten dat te doen wat het algemeen belang het beste dient? Door te handelen en vervolgens dit handelen te verantwoorden?

Moet je hiervoor DUS goede contacten hebben met de inwoners?  Moet een raadslid werkelijk voor de ‘keukentafel’ kiezen? Of zou enige afstand van die ‘keukentafel niet gepast of gewenst zijn om te voorkomen dat: “je betaalt wat (…) de straat bepaalt”? Bovendien loop je grote kans te ‘betalen’ wat het ontevreden, schreeuwende deel van de straat bepaalt.

Het ene bezette gebied is het andere niet

“Alsof Rusland de strijd om de Krim niet gewonnen heeft en de strijd met andere middelen moet worden overgedaan. Omdat de VVD de huidige grenzen van Rusland niet erkent en uitgaat van de pre-2016 grenzen, is ieder bouwwerk buiten deze grenzen illegaal. Daardoor worden ook de Marinestad Sebastopol, het historische Jalta met het Lavidiapaleis, het zomerverblijf van de vroegere tsaren aangemerkt als ‘bezet gebied’.” Logisch dat de VVD de grenzen zoals die in 2016 zijn ontstaan niet erkent, zul je zeggen. De Russen hebben de Krim immers via een daad van agressie veroverd en agressie mag niet worden beloond.

Jeruzalem

Foto: Pixabay

Op de site Opiniez maakt Uri van As zich druk over het in zijn ogen “anti-Israëlische stemgedrag” van Nederland in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Die vergadering stemde over een resolutie die de Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël veroordeelt en oproept om het besluit om de Amerikaanse ambassade naar die stad te verplaatsen, ongedaan te maken. Nederland stemde “ondanks alle waarschuwingen van de Amerikaanse regering,” voor deze aangenomen resolutie. Van As: “Alsof Israël de Zesdaagse Oorlog niet gewonnen heeft en de strijd met andere middelen moet worden overgedaan. Omdat de VVD de huidige grenzen van Israël niet erkent en uitgaat van de pre-1967 grenzen, is ieder bouwwerk buiten deze grenzen illegaal. Daardoor worden ook de oude stad in Jeruzalem, de Kotel en de Tempelberg aangemerkt als ‘bezet gebied’.” Ja, dezelfde passage waarmee ik begon maar die ik heb ‘herschreven’ naar een andere situatie.

In 1940 kon je zo’n zelfde passage maken met betrekking tot de Duitse verovering van Nederland. En in 1990 met betrekking tot de Iraakse verovering van Koeweit. In beide gevallen werd die verovering ongedaan gemaakt door een ‘internationale coalitie’. In al die gevallen zou je ook kunnen zeggen dat de strijd door een partij is gewonnen en dat het zinloos is om de strijd met andere middelen over te doen. ‘The winner takes it all’, zong Abba immers.

Ik denk niet dat Van As de Russische verovering van de Krim zal goedkeuren. Ook kan ik me niet voorstellen dat hij de Duitse verovering van Nederland noch de Iraakse inpalming van Koeweit goedkeurde. Waarom dan wel een pleidooi om de Israëlische verovering van gebied dan maar te accepteren en te zien als ‘eerlijk veroverd gebied’?

Baudet, Beethoven en barbaren

“Ik lees al jaren geen kranten meer. De televisie heb ik twaalf jaar geleden de deur uitgedaan. Netflix: ik kijk dat allemaal nooit. Ik leef als een 19de-eeuwer. Als ik wat zie ben ik ’s nachts onrustig, bangig. Reclames ook: ik vind het allemaal zo indringend.” Een uitspraak van Thierry Baudet in een interview met de Volkskrant. Of we waarde aan deze uitspraak moeten hechten? Iets verder in het interview legt hij uit waarom hij Facebook en Twitter gebruikt: “Het is nodig omdat de gewone media zo slecht zijn, omdat er zo’n gekleurde berichtgeving is, omdat je niet meer door die politieke correctheid heen kan breken.” Je zou de vraag kunnen stellen hoe Baudet weet dat die media zo slechts zijn als hij ze al tien jaar niet meer raadpleegt en er alles aan doet om erin te verschijnen? Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om zijn kijk op de samenleving.

Baricco

“Wat wij onze kinderen toch aandoen, door ze die afgrijselijke populaire popcultuur maar op te leggen. In plaats dat wij Shakespeare en Puccini onderwijzen, wordt het gestimuleerd dat ze staan te schuren op schoolfeesten met Lil’ Kleine of hoe dat ook heet.” Vroeger was het allemaal beter, zo lijkt Baudet te zeggen. “Elegantie, puurheid en maat, die de basisprincipes van onze kunst vormden, maken geleidelijk plaats voor een nieuwe, frivole en pompeuze stijl die wordt gehanteerd door de oppervlakkige talenten van onze tijd. Hersenen die door opvoeding en gewoonte, nergens anders aan kunnen denken dan aan kleren, mode, roddels, romans lezen en morele losbandigheid zijn nauwelijks in staat te genieten van ingewikkeldere, minder koortsachtige geneugten van de wetenschap en de kunst.” Aldus een negentiende eeuwse kunstcriticus die Alessandro Baricco in zijn zeer lezenswaardig boek De barbaren citeert. Baudet zou het hem zo na kunnen zeggen. De Criticus gaat verder: “Beethoven schrijft voor dié hersenen, en daarin schijnt hij tamelijk succesvol te zijn, als ik de lofuitingen moet geloven die ik overal hoor opkomen voor dit laatste werk van hem.” Beethoven als de Lil’ Kleine van begin negentiende eeuw. Voor de negentiende eeuwse criticus was het vroeger ook allemaal beter.

Als we de lijn van Baudet en de criticus volgen, dan moet er ooit heel vroeger een tijd zijn geweest, dat alles perfect was. Zij sluiten aan bij een lange traditie die de geschiedenis als achteruitgang ziet. Een traditie die teruggaat tot de Griekse schrijver Hesiodos die dit verval, voor zover bekend, als eerste onder woorden bracht met zijn gouden, zilveren, bronzen en ijzeren geslachten.

Baudet zou het boek van Baricco eens moeten lezen. Hij ziet net als Baricco ‘barbaren’ die de hem geliefde en bekende wereld bedreigen. Baricco ziet ‘barbaren’ in de boekenwereld, in de wijnindustrie en het voetbal waarover ik al eerder schreef. In het laatste hoofdstuk blikt Baricco vanuit 2026 terug op de tijd dat hij het boek schreef en spreekt waarderend over die ‘barbaren: “Van die barbaren ontvangen we een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.” Geen achteruitgang, ook geen vooruitgang trouwens, maar aanpassen aan nieuwe opstandigheden.

Datagedreven ijsjesverbod

“De ambtenaar van de toekomst komt er bekaaid vanaf in de vacatures die gemeenten publiceren.” De openingszin van een artikel op de ‘ambtenarensite’ Binnenlandsbestuur. HR-dienstverlener Yacht heeft er onderzoek naar gedaan door de vacaturetekst door te struinen en wat ze daar lazen heeft ze niet blij gemaakt: “De gemeentevacatures staan nog vol met clichés uit de oude doos (betrokken, 24 procent, sociaal, 23 procent, resultaatgericht, 26 procent), terwijl moderne competenties als klantgerichtheid, netwerken, verbinden en datagedreven erg weinig voorkomen. ‘Die laatste werd niet een keer genoemd’, zegt Mirjam Beerkens, adviseur bij Yacht en samensteller van het onderzoek.” Daarmee gaan gemeenten het niet redden in de ‘transformatie’: “Als gemeenten daarin succesvol willen zijn, doen ze er verstandig aan om in vacatures de nadruk te leggen op de vaardigheden die passen bij de ambtenaar van de toekomst in plaats van die van vroeger.”

Ijsje

Foto: Pixabay

Nu is men nergens zo goed in het voeren van semantische discussies als bij de overheid. Lijkt dat niet ook hier weer het geval? Is “klantgericht’ niet gewoon een andere omschrijving van ‘betrokken’? En ‘verbinden’ en ‘netwerken’? En werd die ‘transformatie’ waaraan gewerkt moet worden tien jaar geleden niet de ‘kanteling’ genoemd of ‘welzijn nieuwe stijl’? Ik zou trouwens niet weten wat er ‘oud’ is aan resultaatgericht werken?

Meer moeite heb ik met ‘datagedreven’, je laten drijven of leiden door data? Is je laten ‘drijven’ door data niet wat erg mager. Een voorbeeld van Ionica Smeets. Zij vertelde dit enkele jaren geleden op het Venlose Zomerparkfeest. Je hebt een lijst met ‘verdrinkingsdoden’ in een jaar en een lijst met de ijsjesverkoop in datzelfde jaar. Wat blijkt, als er veel ijsjes worden verkocht, verdrinken er meer mensen. ‘Datagedreven’ adviseert de ambtenaar om de verkoop van ijsjes te verbieden. Zou het helpen?

Neem de politie die data gebruikt bij het bepalen in welke wijk agenten worden ingezet. De resultaten van die inzet, worden vervolgens weer aan de data toegevoegd. De volgende periode gebeurt hetzelfde en is die wijk weer aan de beurt. Daar waar je zoekt, vind je immers. Waar je niet zoekt, vind je niets. Zo creëren de data hun eigen succes. Gevolg is wel dat buurten (of mensen) zich uitgezocht voelen, dat ze klagen over de politie die hen ‘stalkt’. Ze zijn het slachtoffer van ‘profilering’.

Loopt de ‘datagedreven’ ambtenaar niet grote kans om verkeerde zaken te doen? Verkeerde zaken omdat data niets zeggen. Dat data op basis van een theorie geanalyseerd en geïnterpreteerd moeten worden? Dat die theorie vervolgens getoetst moet worden in de praktijk? Dat er altijd naar alternatieve theorieën en verklaringen gezocht moet worden om tunnelvisie te voorkomen?