Economie volgens Van Klaveren (7 van 7)

Vandaag het zevende en laatste deel uit de reeks van artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

Alles van waarde is weerloos

“Klaver (Jesse Klaver) stelt dat veel wat van waarde is geen prijs heeft, en noemt vrije tijd, kunst en zeggenschap als voorbeelden. Maar alles heeft een prijs. Ook de genoemde zaken. Dit is echter helemaal niet negatief. De wetenschap dat ook deze zaken zijn uit te drukken in geld maakt dat ze onderdeel zijn van de vrije markt. En daarmee bereikbaar voor iedereen,” zo schrijft Van Klaveren. Omdat iets een prijs heeft, wordt het voor iedereen bereikbaar? Wat zou de zorgbehoevende oude man van 93 met alleen AOW van wie de huishoudelijke hulp net is wegbezuinigd daarvan vinden? Die hulp heeft nu een prijs, alleen is die van dien aard dat die hulp voor hem onbereikbaar is en daarom vervuilt zijn huis. Wat zou de alleenstaande werkende moeder ervan vinden, die moet stoppen met werken omdat de kinderopvang voor haar onbetaalbaar is?

LucebertIllustratie: www.creatov.nl

Worden deze zaken, juist doordat de markt er een prijs aanhangt, voor mensen onbetaalbaar? En geldt datzelfde niet ook voor kunst? Wie zou er nog naar een concert van het Concertgebouworkest kunnen gaan, als de kaartprijs aan de markt werd overgelaten? Om alle kosten, onder andere de salarissen van de muzikanten, te kunnen betalen zouden de kaartjes zo duur worden dat slechts weinigen het zouden kunnen betalen. Of die kosten moeten omlaag en de muzikanten moeten voor een hongerloontje spelen.

Wellicht vindt Van Klaveren hongerloontjes geen probleem. “… voedsel, kleding en meer recent: telefonie en internet. Allemaal gereguleerd door de tucht van de vrije markt. En in alle gevallen voldoende concurrentie met meer keuzevrijheid en fors dalende kosten voor de individuele consument. Dat is het ware gezicht van economische vrijheid.” De consument profiteert, de werknemer is het slachtoffer en laat dat in de meeste gevallen dezelfde persoon zijn. Die goedkope kleding wordt gemaakt in dubieuze naaiateliers in onder andere Bangladesh en onder omstandigheden waaronder Van Klaveren niet zou willen werken: lange dagen, slecht geventileerde en brandgevaarlijke gebouwen enzovoorts. Zaken die in Nederland verboden zijn omdat de wetgever hier terecht strenge eisen stelt aan de arbeidsomstandigheden. De productie is daar naar toegegaan omdat Nederlandse arbeid ‘te duur’ werd bevonden en vervolgens werkloos werd of tegen een lager salaris elders aan de slag kon. Goedkoop voedsel omdat de producent ervan, de boer en tuinder, wordt uitgeknepen om de winsten van de aandeelhouders van de grote supermarktketens en inkoopcombinaties zo hoog mogelijk te houden.

Lage prijzen voor telefonie en internet? Is het niet terecht dat door de investeringen die de overheden in de ontwikkeling van internet en mobiele telefonie hebben gedaan, de lagere prijs ten goede komt aan de investeerder in casu de belastingbetaler?  En met de belastingen zijn we bij een derde rol van de mens in de huidige samenleving. De ‘Panamapapers’ bevestigden nogmaals dat belasting ontwijken een sport is van de rijken en de grote (en niet alleen multinationale) bedrijven. Bevestigde omdat dit al bekend was en zelfs Warren Buffet zelf al zei dat hij het vreemd vond dat hij minder belasting hoeft te betalen dan zijn secretaresse. En als het grote geld (Buffet) geen of weinig belastingen betaalt, moet het kleine geld (de secretaresse) meer opbrengen. Extra wrang wordt het, als die belastingbetaler op mag draaien voor bijvoorbeeld het falen van de banken. Zou Van Klaveren zich wel eens afvragen hoe het komt dat de heel ver geliberaliseerde markt faalde? Een advies aan hem en alle andere vrije marktadepten, lees het boek Wat als de markt faalt van John Cassidy eens.

Tot slot

Ik begon met de hoop uit te spreken dat Van Klaveren niet representatief is voor politici in het algemeen en de andere 149 kamerleden in het bijzonder. Ik vrees echter dat Van Klaveren redelijk representatief is voor het economische denken onder politici, bestuurders en wellicht ook ‘gewone’ mensen. In kranten en opinie-websites van allerlei pluimage kom je, aan het denken van Van Klaveren, verwante redeneringen tegen. Dat is niet vreemd na een neoliberale indoctrinatie (of hersenspoeling) van ruim dertig jaar.

Dat een bepaalde manier van denken populair is en vele aanhangers kent, wil echter nog niet zeggen dat het denken de waarheid is, de enig juiste manier. Zeker in de sociale wetenschappen, en economie is een sociale wetenschap, is waar en juist subjectief. Of om John Stuart Mill te citeren: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.” Alleen moeten die individuen de ruimte krijgen om hun wijsheid te berde te brengen. Dat zou in het huidig tijdsgewricht van de vele digitale en analoge media geen probleem moeten zijn. Of juist wel, want om die wijsheid te horen of lezen, moet ze wel de ander bereiken. Dan moeten we voorkomen dat deze eeuw, zoals Pieter Derks vreest, de meest saaie van de eeuw wordt. Dan moeten de Bol.coms van deze wereld, om Derks te parafraseren, aan een algoritme werken dat ons niet almaar hetzelfde pad op stuurt (‘lezers van dit boek, lazen ook), maar juist naar alternatieve paden. Dan moeten mensen (veel meer) open staan voor andere manieren van denken, dan moeten ze nieuwsgierig zijn en in elkaar geïnteresseerd. Geen meningen debiteren, maar vragen stellen. Zelfs als het zo logisch klinkt en helemaal in je straatje past. Sterker nog, juist dan is jezelf bevragen aan te bevelen.

Dit is een zevende artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde, het vierde, het vijfde en het zesde te lezen.

Economie volgens Van Klaveren (6 van 7)

Vandaag het zesde deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

Welvaart en Armoede 

Inkomen en dan vooral nationaal inkomen zegt niets over welvaart of armoede in een land. Als een klein deel van de inwoners het inkomen verdelen en de rest heeft bijna niets, dan zal er geen sprake zijn van welvaart, wel van armoede. Het is dus ook belangrijk om te kijken hoe het inkomen, maar ook het vermogen wordt verdeeld over de inwoners van een land.

Armoede

illustratie: eunmask.wordpress.com

Het boek Capital in the Twenty-first Century van de Franse econoom Thomas Piketty plaatste inkomens- en vooral vermogensongelijkheid op de agenda. Meteen werd er geroepen dat het in Nederland wel meeviel met die ongelijkheid. Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft de vermogensopbouw voor 2014 goed en beeldend in beeld gebracht en hieruit blijkt dat er ook in Nederland sprake is van grote vermogensverschillen en dat die -verschillen toenemen. Zo bezit 1,67% van de huishoudens 35% van het vermogen.

Nu wil een scheve verdeling van het vermogen niet meteen zeggen dat er sprake is van armoede, hooguit relatieve armoede ten opzichte van mensen in je omgeving. Er is meer, aan de onderkant groeit de armoede dit terwijl Van Klaverens neoliberale economische vrijheid, hoog in het vaandel stond en staat. Van Klaverens redenering dat armoedebestrijding en welvaartsvergroting het beste kan op de vrije markt, lijkt niet te werken. De ‘trickle down economics’, zoals de redenering achter dit denken wordt genoemd, werkt niet. Deze redenering gaat als volgt: zorg dat de vrije markt zijn werk kan doen en dat ondernemers succesvol en rijk kunnen worden.

Tot zover stemde theorie nog overeen met de praktijk. Die ondernemers pakken een groot stuk van de koek, maar zorgen er ook voor dat de koek groter wordt. Hier knelt het al, inderdaad pakken sommige ondernemers een groot (steeds groter) stuk van een koek die wel groeit, maar toch veel minder dan hij deed voordat dit beleid werd ingezet.

Waar het helemaal gaat knellen is het laatste deel van de redenering. Die luidt: omdat de totale koek groeit, zullen ook de armen profiteren. Hun deel van de koek groeit wellicht niet, maar omdat de koek groeit, gaan ze er toch op vooruit. De koek blijkt echter maar weinig te groeien en de groei die er is, wordt door de rijken ingepikt. Sterker nog, zij nemen ook nog een deel van de oude koek van de armen. Het grote verschil tussen geld en water is, dat water, als er niet wordt ingegrepen, naar beneden sijpelt. Geld niet, dat sijpelt naar boven.

Dit is een zesde artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde, het vierde en het vijfde te lezen.

Economie volgens Van Klaveren (5 van 7)

Vandaag het vijfde deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Laveren bij The PostOnline verkondigde.

Inkomen

Die economische vrijheid, die vrije markt van vraag en aanbod zal, zo schrijft Van Klaveren: “inkomens creëren, welvaart vergroten en armoede verkleinen.” De econoom Jaap Van Duijn geeft specifiek Nederlandse cijfers voor de periode vanaf 1948. Hij doet dit per conjunctuurcyclus die hij in die periode onderscheidt. In de tabel zijn bevindingen.

conjunctuurcyslus

econ. groei

groei beroepsbev.

groei arbeidsprod.

1948 – 1956

5,3%

1,1%

4,4%

1957 – 1966

4,4

1,1

3,6

1966 – 1973

4,9

1,1

5,2

1974 – 1980

2,3

0,9

2,4

1981 – 1990

2,2

1,4

2,2

1991 – 2000

3,2

1,7

1,7

2001 – 2008

1,9

1,0

2,2

2009 – 2014

-0,4

0,4

0,5

Economische groei is het resultaat van de groei van de beroepsbevolking en een toename van de arbeidsproductiviteit. In de ideale situatie (volledige werkgelegenheid) is de economische groei precies gelijk aan de som van de andere twee. De situatie is echter zelden normaal. Zo zou de economie tussen 2009 en 2014 met 0,9% per jaar hebben kunnen groeien. Er is echter sprake van krimp. Dit is een gevolg van de toegenomen werkeloosheid waardoor een flink deel van de beroepsbevolking niet productief is. De grote groei van de beroepsbevolking na 1981 is vooral een gevolg van de toetreding van vrouwen op de arbeidsmarkt. Die kwam in de jaren negentig tot een hoogtepunt en dat verklaart ook voor een belangrijk deel de grotere economische groei na 1991.

Rijkdom
Illustratie: www.ans-online.nl

“Economisch onderzoeker Johan Norberg stelde al eens dat 3 procent groei onze economie, ons kapitaal en ons inkomen iedere 23 jaar verdubbelt. Is de groei twee keer zo groot dan gaat het om slechts 12 jaar. Een ongeëvenaarde welvaartsgroei die zelfs door de meest robuuste overheidsmaatregelen om inkomens te herverdelen, niet gehaald wordt. Sterker nog, het is gevaarlijk omdat hoge, nivellerende belastingen de broodnodige groei juist afremmen,” schrijft Van Klaveren. Als we kijken naar de laatste drie decennia waarin het door Van Klaveren voorgestelde beleid, leidend was en dat is het nu nog steeds, dan zien we dat dit een periode is met relatief geringe economische groei, zeker sinds 2001. Op basis van ‘rendementen uit het verleden’ lijkt het dat Van Klaverens beleid niet tot een extra toename van de welvaart leidt. De drie procent wordt alleen in het begin even gehaald.

Kijken we naar de periode tot 1980, dan zien we robuuste groeicijfers die bijna de hele periode boven de 3 procent liggen. In die periode lag het financieel kapitaal stevig aan banden, had de overheid een stevige vinger in de economische pap, werd het stelsel van sociale zekerheid opgebouwd, steeg de levensverwachting, kenden we nog een toptarief in de inkomstenbelasting van 60 procent en kende Nederland relatief geringe verschillen in inkomen en vermogen. Net als trouwens de rest van de westerse landen.

Sterker nog beleid met hoge, nivellerende belastingen en robuust overheidsbeleid om inkomens te herverdelen, lijkt betere resultaten te behalen. Betere resultaten voor wat betreft de groei van het nationaal inkomen, het creëren van inkomens voor mensen en het verkleinen van de armoede. Lees het boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme van de Zuid-Koreaanse econoom en docent aan de Cambridge University Ha-Joon Chang, en dan vooral Ding 7 vanaf pagina 81. “Met slechts een paar uitzonderingen, zijn alle landen die nu rijk zijn, inclusief Groot Brittannië en de Verenigde Staten – de veronderstelde bakermatten van vrijhandel en vrije markten – rijk geworden door een combinatie van protectionisme, subsidies en andere maatregelen die we nu de ontwikkelingslanden adviseren niet toe te passen. Vrijemarktbeleid heeft tot op heden weinig landen rijk gemaakt en zal er ook in de toekomst maar weinig rijk maken. Nee, van de markt alleen moet je het niet hebben als je welvaart en inkomens voor mensen wilt creëren en de armoede wilt verkleinen.

Dit is een vijfde artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste, het tweede, het derde en het vierde te lezen.

Economie volgens Van Klaveren (3 van 7)

Vandaag het derde deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Klaveren bij The PostOnline verkondigde.

De vrije markt en innovatie

Al die innovatieve ontwikkelingen, die ons leven makkelijker maken, de smartphone, het internet, dat komt toch maar mooi door die innovatieve bedrijven die op de vrije markt in de volle wind van de concurrentie moeten overleven. Ook dat ligt iets genuanceerder want ook voor innovatie moet je voor een belangrijk deel bij de overheid zijn. Mariana Mazzucato geeft in haar boek De ondernemende staat het voorbeeld van het ‘innovatieve’ Apple en de succesproducten de iPod, iPhone en de iPad. Steve Jobs stond ze glunderend te presenteren als een wonder van Apple-innovatie.

iPad

Illustratie: www.a-n-v.be

Mazzucato zet in het onderstaande schema op een rij wie de belangrijke technieken heeft ontwikkeld.

 

Mazzacuto

Zie: Mariana Mazzucato, De Ondernemende Staat. Waarom de markt niet zonder de overheid kan, Nieuw Amsterdam, pagina 151
MvD  = Ministerie van defensie,
MvE  = Ministerie van Energie,
DARPA = Defense Advanced Research Projects Agency (is een instituut van het Amerikaanse ministerie van defensie dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van militaire technologie. De voornaamste taak is het beheer van onderzoeksgelden)
NSF = National Science Foundation
NIH = National Institutes of Health
CIA = Central Intelligence Agency
CERN = Conseil European pour la Recherche Nucleair

Allemaal instituten van, gelieerd aan en gefinancierd door overheden en met name de Amerikaanse overheid.

De belastingbetaler heeft al die zaken betaald en dat maakt het extra wrang dat degenen die er nu geld aan verdienen, dat geld via allerlei schimmige constructies aan belastingbetaling onttrekken.

Voor wie nog niet is overtuigd van de kracht van overheidsbeleid. De landen die nu de grootste groei en ontwikkeling laten zien, zijn landen waar de overheid juist een stevige vinger in de pap heeft zoals China en India. Maar ook bijvoorbeeld Zuid-Korea, een land dat door duidelijke overheidssturing is uitgegroeid tot een economische macht in deze wereld. Door actieve overheidsbemoeienis werden grote en succesvolle concerns als staalgigant POSCO, LG en Hyundai wereldspelers (zie Ha-Joon Chang, 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, Nieuw Amsterdam 2010, pagina 150).

Dit is een derde artikel in een reeks van zeven. Klik hier om het eerste en het tweede te lezen.

 

Economie volgens Van Klaveren (2 van 7)

Vandaag het tweede deel uit de reeks van zeven artikelen over de economische visie die Joram van Laveren bij The PostOnline verkondigde.

De rol van de markt

Neem de ‘heilige markt’ waar Van Klaveren op vertrouwt. Een op de markt georiënteerde (kapitalistische) samenleving is van recente datum. Daarvoor speelde hij slechts een heel beperkte rol. Beperkt omdat er niet voor de markt werd geproduceerd. Mensen produceerden voor het overgrote deel voor eigen gebruik. En dat eigen gebruik betrof het eigen huishouden en de eigen gemeenschap (het dorp of de stam). De molenaar maalde graan voor de boeren en kreeg  een zak meel of wat anders in ruil voor zijn werk, hetzelfde geldt voor de smid. Bovendien hadden de molenaar en de smid zelf vaak ook nog een klein lapje grond. Alleen dat wat over was, kon worden geruild op de markt. Geruild tegen zaken waaraan men een tekort had. Mensen produceerden naar behoefte overwegend agrarische producten en dat viel soms mee en soms tegen. Niet alleen de markt, ook inkomen en geld speelde slechts een marginale rol. Op deze manier hebben onze voorvaderen eeuwen, zelfs millennia lang overleefd, soms in voorspoed en soms in tegenspoed.

De Beurs.jpgFoto: www.dailytradingprofits.com

Zou een toekomstige samenleving met maar een beperkte rol voor de markt mogelijk zijn? Wat zou er gebeuren als we niet iedere twee jaar een nieuwe mobiel kochten, maar een blokphone? Als we producten makkelijk reparabel maken? Als we producten maken die, net als de schoffel van vroeger, een heel leven en vaak zelfs langer, meegaan? Als we producten maken waarvan de onderdelen te hergebruiken zijn? Als we ons niet laten leiden door mode? Als niet het bezit centraal zou staan, maar het gebruik zoals Thomas Rau predikt? Dan zou de rol van de markt veel beperkter zijn en zouden we met veel minder inkomen toekomen. Dan zouden de markt en inkomen een minder belangrijke rol vervullen. De Engelsman Paul Mason (zie zijn boek Postkapitalisme) denkt ook dat minder markt de toekomst is. Volgens Mason leidt de verdere robotisering, automatisering en dataïsering van de samenleving tot een overvloed aan producten die bijna niets kosten en zelfs gratis zijn. En, stelt hij, wat is de rol van de markt in een samenleving die is gebaseerd op een overvloed aan gratis producten?

Dat er in het verleden alternatieven voor de markt waren, zou dat kunnen betekenen dat er ook in de toekomst andere vormen van economie mogelijk zijn? Mason schetst een alternatief, wellicht zijn er zo meer. Zouden we daar niet wat meer denkkracht en tijd in moeten stoppen?

Dit is een tweede artikel in een reeks van zeven. Klik hier om ook het eerste te lezen

Economie volgens Van Klaveren (1 van 7)

Bij ThePostOnline geeft Joram van Klaveren van de nieuwe ‘klassiek-liberale’ partij VNL, zijn economische visie. Daar waar GroenLinks voorman Jesse Klaver pleit voor minder, pleit hij voor meer economisme. In ongeveer 650 woorden zet hij zijn visie op de wereld in het algemeen en de economie in het bijzonder neer. Het kost mij helaas meer dan zes keer zoveel woorden om er wat van te zeggen. Zes keer zoveel omdat hij relaties legt die er niet zijn en zaken beweert die hij niet onderbouwt. In verschillende delen, zal ik zijn bijzondere kijk op economie onderzoeken, bevragen en van kritische noten voorzien. Dit kost meer dan één A-4tje, laat staan in 140 tekens omdat achter de redeneringen van Van Klaveren een hele grote, gecompliceerde en genuanceerde wereld schuilgaat. Laat ik beginnen met mijn hoop uit te spreken dat Van Klaveren niet representatief is voor politici in het algemeen en de andere 149 kamerleden in het bijzonder. Dat zou te denken geven. Deze woorden komen tot jullie in verschillende prikkers die ieder zijn gewijd aan een specifiek punt uit het betoog van Van Klaveren. Het zijn er zeven en om de dag komt er een. Plak ze allemaal achter elkaar en je hebt een lange analyse van de economische plannen van Van Klaveren.

Van KlaverenFoto: www.dagelijksestandaard.nl

Verleden, heden, toekomst

Van Klaveren start met een ronkende passage: “Door in te zetten op de fundamentele uitgangspunten voor welvaart: vrij ondernemerschap, individualisering, lage belastingen, deregulering en het principe van prijsbepaling door vraag en aanbod. Kortom, inzetten op meer economische vrijheid,” zullen we: “inkomens creëren, welvaart vergroten en armoede verkleinen.”  Het leest lekker weg en lijkt logisch en past in het dominante neoliberale discours. Maar toch. Van Dale geeft een “toestand van maatschappelijke voorspoed,” als betekenis voor welvaart. Zijn de door Van Klaveren genoemde zaken fundamentele uitgangspunten voor welvaart? Kan er zonder deze ‘fundamentele uitgangspunten’ geen welvaart zijn? En welvaart voor wie? Heeft welvaart wel uitgangspunten? Als we naar het verleden kijken, dan zijn er diverse rijken en landen geweest waar het maatschappelijk voorspoedig ging, neem het Romeinse rijk, de Inca’s of het oude Egypte. Kenden deze vrij ondernemerschap? Was individualisering er niet ver te zoeken? Speelde de markt niet een heel marginale rol, laat staan de vrije markt? Van Klaveren lijkt te denken dat het huidige economische systeem met een belangrijke rol voor de vrije markt en ondernemers, altijd heeft bestaan. Hij kent aan het huidige economische systeem eeuwigheidswaarden toe die het niet heeft. Niet naar het verleden en waarschijnlijk ook niet naar de toekomst. Want zou het niet toevallig zijn dat de economische ontwikkeling, precies nu wij leven, haar eindpunt heeft bereikt?

Wisdom of the crowd

De PvdA-fractie in het Europees Parlement pleit voor het kwijtschelden van een fors deel van de Griekse schulden. Dit valt te lezen in de Volkskrant. Die schuld zou, volgens de fractie, maximaal 100 procent van het Bruto Binnenlands Product mogen bedragen. Dit zou betekenen dat een slordige €140 miljard aan schulden kwijtgescholden moeten worden, een astronomisch bedrag. Volgens fractieleider Paul Tang is dit wel nodig om ervoor te zorgen dat Griekenland financieel weer op eigen benen kan staan: “We zijn nu al zes jaar met de Griekse crisis bezig. Ik wil niet dat Griekenland over zes jaar nog steeds onder Europese curatele staat.”

griekenlandIllustratie: www.welingelichtekringen.nl

Tangs partijgenoot en minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, reageert kort en duidelijk en gooit het voorstel in de prullenbak: “Nu bijna 150 miljard euro kwijtschelden, daarvoor is zeer begrijpelijk geen enkel draagvlak in de eurolanden die dat zouden moeten betalen.” Ook economisch snijdt het volgens Dijsselbloem geen hout: “Tang kijkt ten onrechte alleen naar de omvang van de schuld en niet naar de zeer lage rente en de lange tijd die Griekenland krijgt om deze af te lossen.” Een partij, twee opvattingen. Goed dat er ook binnen partijen verschillend wordt gedacht. Welke PvdA-ers het ‘economisch’ beste voorstel doet, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de argumentatie van Dijsselbloem, het draagvlak.

Draagvlak is een politiek ‘toverwoord’. Voordat een besluit wordt genomen, wordt eerst onderzocht wat de mensen ervan vinden. Daarna wordt er een oplossing gezocht die tegenmoet komt aan de ideeën en wensen van wat de grootste groep vindt. Waar komt toch de idee vandaan dat besluiten op draagvlak moeten kunnen rekenen? Dat een meerderheid van de bevolking zich erin moet kunnen vinden? Ja, het lijkt op en top democratisch om dát te doen waar een meerderheid zich in kan vinden. Je maakt gebruik van de ‘Wisdom of the crowd’. Klopt het wel dat een door een meerderheid gedragen besluit ook het beste of wijste besluit is wat je kunt nemen? Of zou John Stuart Mill gelijk hebben toen hij schreef: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.”

Hebben onze volksvertegenwoordigers en onze regering niet als taak om de de beste, wijste  besluiten te nemen? Als dat een besluit is waar het overgrote deel van de mensen zich in kan vinden is het mooi meegenomen. Als dat niet het geval is, is het een impopulair besluit, is het dan niet aan de volksvertegenwoordigers en de regering om dit besluit uit te leggen en er zo draagvlak voor te creëren en leiderschap te tonen?

Free to choose

Het basisinkomen krijgt steeds meer aandacht. Een burgerinitiatief is al door bijna 50.000 mensen ondertekend. In Zwitserland zijn ze al een stapje verder. Daar wordt een referendum gehouden over het invoeren van een basisinkomen. Peter de Waard besteedt hier zijn column in de Volkskrant aan. Het Zwitserse basisinkomen zou 2.500 frank per maand bedragen en moet in de plaats komen van andere sociale regelingen zoals pensioenen, werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, bijstand, studiebeurzen en kinderbijslag.

basisinkomenIllustratie: www.flickr.com

De Waard gebruikt een rekensom om de onbetaalbaarheid van het basisinkomen aan te tonen: “Nu verdient een Zwitsers echtpaar met allebei een parttime baan van 50 procent in het onderwijs ieder 3.500 frank: samen 7.000 frank. Wie na de invoering van een basisinkomen geen dief van de eigen portemonnee wil zijn, kiest ervoor een van de parttimers fulltime te laten werken voor 7.000 frank, waarna de ander thuis nog eens 2.500 binnenhaalt: samen 9.500 frank.” Het gezin zou zo netto 2.500 frank meer te besteden hebben en wie moet dat betalen?

Maakt De Waard niet een basisfout door alleen de partner die niet werkt een basisinkomen toe te rekenen in laats van aan beiden? Maar dat zou de onbetaalbaarheid nog verhogen omdat het gezin dan 5.000 frank meer te besteden heeft. Alle reden dus om tegen een basisinkomen te zijn. Zeker als er: “…geen mensen meer zijn te vinden voor vuil en onaangenaam werk, dat nu vaak laagbetaald is.”

Of toch niet? Het basisinkomen moet ergens uit worden betaald en dat kan alleen maar uit belastinginkomsten. Andere inkomsten heeft een overheid niet. Zou een basisinkomen niet betekenen dat die werkende partner meer belasting moet betalen om zijn eigen en het basisinkomen van zijn partner mee te betalen? Dat het belastingstelsel veel progressiever wordt dan het nu is? Dat aftrekposten, zoals de hypotheekrente-aftrek, vervallen. Dat hij voor een fulltime functie dan netto geen 7.000 frank overhoudt, maar wellicht maar 2.500 of zelfs maar 2.000? In dat laatste geval heeft het gezin net zoveel te besteden als voor de invoering van het basisinkomen. En zou het voor mensen met een topinkomen niet kunnen betekenen dat hun besteedbaar inkomen zelfs daalt?

Maakt De Waard niet de fout om te suggereren dat een basisinkomen is bedoeld om iedereen iets extra’s te geven? Is het niet bedoeld om mensen een redelijk bestaan en meer keuzevrijheid te bieden? De vrijheid om minder te werken, anders te werken of om niet te werken?

En over dat vuile werk hoeft hij zich geen zorgen te maken. Als het echt noodzakelijk is, dan zal de beloning stijgen waardoor mensen het toch gaan doen. Of, en dat zou beter zijn, het wordt geautomatiseerd. Nu kan het tegen lage beloning omdat mensen geen keus hebben, met een basisinkomen is die keuze er wel.

En ’t werd zomer

“De overheid als grote herverdeler, als bezorger van banen en een basisinkomen. Een overheid die ondernemers hun winsten afroomt en verwacht dat zij risico’s voor lief nemen. Een droomwereld waar de overheid zorgt en regelt, waar nivelleren een nationale feestdag heeft en waar kleinschalige landbouw 7 miljard mensen voedt.”  Dat is het grote ‘linkse’ wensdenken volgens Roderick Veelo in zijn column op RTL Z.

Zwaluw.jpgFoto: zoom.nl

In die column verwijt hij ‘links’ dat het onmogelijke zaken belooft, dat weet en eenmaal aan de macht deze beloften moet breken dus liegt. Hij vraagt zich af waarom het vertrouwen van links in de overheid nog fier overeind staat na alle ellende die de overheid heeft veroorzaakt. Want de crisis is immers een gevolg van het beleid van de Amerikaanse regering dat iedere Amerikaan een eigen huis zou moeten bezitten, aldus Veelo. Dit heeft immers tot al die rommelhypotheken geleid. Is het beloven van zaken die niet waar worden gemaakt alleen iets van ‘links’ of is dit eigen aan de politiek?

Ja, inderdaad heeft overheidsbeleid in Amerika de weg vrijgemaakt voor rommelhypotheken die uiteindelijk tot de financiële en economische crisis hebben geleid. Alleen, zouden daar niet wat stappen tussen zitten? Was dat beleid niet gebaseerd op het ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme? Het absolute vertrouwen in de vrije markt en het absolute wantrouwen in de overheid? Leidde dit beleid er niet toe dat de overheid de rol van toezichthouder op de markt slechts zeer beperkt invulde? En bood dat de banken en financieel dienstverleners niet de mogelijkheid om veel verder te gaan in het verlenen van kredieten dan goed voor hen en voor de kredietontvangers was?

Kwam deze crisis niet van ‘rechts’? En is dat ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme niet nog steeds dominant in politiek en bedrijfsleven? Heeft het niet werkelijke hervormingen weten tegen te houden?

Liet de periode tussen 1945 en pak weg 1970 zien wat een actieve overheid kon bereiken: welvaartsgroei voor iedereen bij een beperkte inkomens- en vermogensongelijkheid, welvaarts- en economische groei, innovatie gebaseerd op overheidsinvesteringen? Zou het ‘linkse’ vertrouwen in de overheid hierop gebaseerd zijn?

Inderdaad kon het Griekse Syriza haar belofte niet waarmaken, het strijden tegen een ‘rechtse’ neoliberale overmacht. ‘Een zwaluw maakt nog geen zomer,’ luidt het spreekwoord. Wat als Syriza de eerste zwaluw is? Inmiddels is er Podemos in Spanje doet Jesse Klaver het goed in Nederland, hebben we Corbyn in Engeland en Sanders in de VS. Zou het toch zomer worden?

‘Just because you can’

“Jolene, Jolene, Jolene, Jolene I’m begging of you, please don’t take my man. Jolene, Jolene, Jolene, Jolene. Please don’t take him just because you can.” Aan deze song van Dolly Parton moest ik denken toen ik het commentaar van Fokke Obbema in de Volkskrant las.

SterksteFoto: www.youtube.com (voor de liefhebber is hier ook de song te beluisteren)

Het streven van de Franse regering om het ontslagrecht te versoepelen, is volgens Obbema geen overbodige luxe. Het land kent een hoge werkloosheid en: “Elders in Europa drong al eerder het inzicht door dat ontslagbescherming nieuwe toetreders tot de arbeidsmarkt in de weg kan zitten.” Is het inzicht of geloof dat elders doordrong? Geloof dat een vrije markt het algemeen belang het beste dient?

Zorgt dat geloof er niet voor dat de positie van het individu (de werknemer) wordt uitgehold ten gunste van de werkgever? Voor neerwaartse druk op de beloning? Inderdaad hebben andere landen, waaronder Nederland, het ontslagrecht al eerder versoepeld en ook die landen kampen met werkloosheid. Werkloosheid die weer leidt tot pleidooien voor verdere versoepelingen van het ontslagrecht. En de banen die het oplevert, zijn veelal te mager om fatsoenlijk van te kunnen leven.

Bizar wordt het als Obbema de wet omschrijft: “… ook al gaat het om een verder weinig effectieve wet,” een: “wettekst die vis noch vlees is.” Een wet van niks die niet zal bijdragen aan het bereiken van het doel. Toch drukt Obbema de Franse regering op het hart om door te gaan en geen ‘bakzijl te halen onder druk van de straat’. Waarom een flutwet erdoor drukken? Omdat: “Een volgende nederlaag voor een linkse regering zou bewijzen dat de Franse politieke klasse niet tot dit soort hervormingen in staat is.” 

Alleen maar om aan te tonen dat je in staat bent om dit soort hervormingen door te drukken? Om te laten zien dat je een wet aan kunt nemen, dat je kunt ‘hervormen’, moet je het doen? Al is het een wet waar niemand iets mee opschiet en dus geen toonbeeld van een ‘hervorming’? ‘Pietje, waarom sla je Jantje? Omdat ik het kan!’

Dat moet volgens Obbema omdat een nederlaag, en dat zou het intrekken van deze wet zijn, de: “… toch al grote afkeer van de politiek,” voedt en dat zou extreem-links en extreem-rechts in de kaart spelen. Kracht tonen om te laten zien dat je het kunt, is dat geen zwaktebod? Zou dat niet juist leiden tot een grotere afkeer van de politiek?