Vrijheid, democratie en verbieden

”Salafisme met verbod bestrijden” De kop van een artikel op de voorpagina van Dagblad de Limburger van zaterdag 28 november 2015. In dit artikel wordt aandacht besteed aan een motie van de Kamerleden Marcouch (PvdA) en Tellegen (VVD),  waarin de minister van Veiligheid en Justitie wordt verzocht: “onderzoek te (laten) doen naar de mogelijkheid om salafistische organisaties vanwege strijd met de openbare orde te laten verbieden.”  Omdat zij constateren dat: “ het salafisme in Nederland isolationistisch van karakter is gericht op onverdraagzaamheid, antidemocratische activiteiten en polarisatie en daarmee een kweekvijver vormt voor radicalisering en gewelddadig jihadisme.” Krachtige taal en dat gaat er wel in, zo kort na aanslagen gepleegd door mensen die zich op een van de salafistische stromingen beroepen. Populair of niet, is verbieden de juiste weg?

vrijheidIllustratie: www.amnesty.nl

Hoe verhoudt zich het verbieden van een manier van denken en naar de wereld kijken met de vrijheid van meningsuiting? Of met de vrijheid van godsdienst? Of het verbieden van organisaties met de vrijheid van vereniging en vergadering? Vrijheden waarvoor in het verleden hard is gevochten. Vrijheden die tot de kernwaarden van onze samenleving behoren. Zijn deze vrijheden niet de waarden die we moeten verdedigen en niet het ‘recht om op een terras te zitten’?

Hoe verhoudt het verdedigen van deze rechten zich met het verbieden van een religieuze stroming? Of een politieke ideologie, ook al is het een kwaadaardige? Hebben stromingen die isolationistisch van karakter zijn geen recht op bescherming? En van de andere kant, moeten dan ook niet enkele streng gereformeerde stromingen verboden worden? Stromingen waarbij de vrouw het ‘aanrecht’ heeft? Hoe democratisch is het om stromingen die de democratie afwijzen, te verbieden? Zou niet ook de extreem-rechtse ideologie waarnaar Marcouch ter vergelijking wijst, ook ruimte moeten krijgen?

Is het niet veel verstandiger en beter voor de openbare orde om iedereen de ruimte te bieden om te denken wat hij wil en zijn leven zo in te richten als hij wil, als het maar binnen de wet is? En ligt de grens niet precies daar: bij de wet? Is het niet juist de kracht van onze democratie en de waarden, (vrijheid van meningsuiting, godsdienst en vereniging en vergadering) waarop deze is gebaseerd, dat deze meningen en ideologieën in een open debat worden besproken? Begrijpen de Kamerleden het concept democratie wel?

Een eigen land

Zorg en ondersteuning voor hulpbehoevenden, het runnen van gemeenschapshuizen, het schoonhouden van de buurt. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten het liefst inwoners inschakelen. En er is wat nieuws. Als inwoners denken het beter te kunnen, dan kunnen ze de overheid uitdagen: “Dit heet Right to Challenge (het recht om uit te dagen). Het initiatief verschuift dan van overheid naar burger: meedoen, eigen initiatief nemen en met dit Right krijgen bewoners ook de middelen en verantwoordelijkheid.” De bewoners moeten aangeven hoe ze een dienst zelf denken uit te voeren. Dit wordt beoordeeld en na instemming kunnen de bewoners aan de slag. Goed om zo gebruik te maken van de kracht van de inwoners.

Challenge

Illustratie: www.iewm.net

Stel een groep mensen richt een zorgcorporatie op, een van de voorbeelden op de site. Een corporatie op streng christelijke, stalinistische of wahabistische grondslag. Die corporatie mag een dienst in een wijk of buurt gaan leveren. Welke keuze heb ik dan als vrijdenker? Of een groep neemt het park over naast mijn huis en beheert dat op een manier waarin ik en meerdere andere mensen zich helemaal niet kunnen vinden. Bij wie kunnen we dan terecht? Of kunnen we de uitdagers ook weer uitdagen?

Wie beoordeelt de uitdagingen trouwens? En op basis van welke bevoegdheid? In Eindhoven doet een ‘beoordelingscommissie’ dit, volgens de site en het college mag dan alleen toetsen op de financiën. Wie zitten er dan in die commissie die het inhoudelijke besluit neemt? Wie benoemt die personen? En wie controleert die commissie? Kan ik trouwens die commissie ‘uitdagen’ als ik denk dat ik het beter kan?

Kan ik het gemeentebestuur uitdagen als ik denk dat ik dat beter kan? En nu we toch bezig zijn, waarom niet ook Rijkstaken? Ik denk dat ik een veel beter belastingregime kan ontwerpen en ook veel beter ben in het innen van de belastingen. Waar kan ik mijn ‘uitdaging’ indienen? Kan ik het buitenlandbeleid uitdagen? Of het gehele landsbestuur als ik denk dat ik het beter kan?

Absurd? Wellicht wel. Maar waarom stoppen bij het reinigen van de straat of het organiseren van dagbesteding voor oudjes? Of is er een andere reden voor dit nieuwe ‘recht’? Wellicht een plattere die te maken heeft met geld?

‘Twijfel is het begin van wijsheid’

“Volgens Taheri werkt maar één ding: jongeren door ‘deskundigen in de Koran’ onderwijzen ‘in de juiste leer’.” Een zin uit een verslag over de Schilderswijk in Dagblad de Limburger van 21 november 2015. Ik weet niet wie de twee stukken in de zin tussen haakjes heeft gezet. Ze suggereren wel iets en de vraag is of de spreker, Taheri, die suggestie heeft bedoeld. In dit verslag vragen Taheri en andere geïnterviewden terecht aandacht voor de scheve media-aandacht. Vele pagina’s en dagen over Parijs en niets over Beiroet. De Limburger levert er in deze editie weer een voorbeeld van. De aanslag in Mali moet het doen met een klein stukje op de voorpagina. terwijl Parijs in de overige pagina’s nog volop aanwezig is.

godsdienstIllustratie: cn.dreamstime.com

Om de haakjes en de selectieve media-aandacht, gaat het mij niet. Het gaat mij om de bewering van Taheri en dan zonder de aangebrachte haakjes. Taheri spreekt over de Islam, ik wil het generaliseren naar alle geloof. Want als die bewering voor een geloof geldt, dan ook voor de andere. Verkeerde interpretaties van geloof is alleen te verhelpen door deskundigen die de juiste leer uitleggen. Dit roept vragen op.

Wat is dan die juiste leer van welk geloof dan ook? Hoeveel verschillende varianten en stromingen van het Christendom, de Islam, het Hindoeïsme en het Boeddhisme zijn er niet? En ook seculiere geloven als het communisme telde vele varianten. Elk vinden ze van zichzelf dat ze de juiste leer vertonen.

Zou het advies van Taheri niet tot veel meer geweld kunnen leiden? De geschiedenis stelt hierbij niet gerust. Er zijn tot op heden vele malen meer doden gevallen bij geweld en godsdienstoorlogen tussen stromingen van eenzelfde geloof, dan tussen verschillende geloven. Taheri wil de ene leer door een andere vervangen en denkt zo zekerheid te kunnen bieden. Maar wat is die nieuwe zekerheid meer dan de oude? Hebben we niet meer behoefte aan onzekerheid, aan twijfel.  “Twijfel is het begin van wijsheid,”  zo sprak de Franse filosoof René Descartes. En hebben we, en zeker deze jongeren, niet juist wijsheid nodig?

Hebben de jongeren niet veel meer aan het advies van de Engelse wiskundige en filosoof Bertrand Russel: “I should say, love is wise, hatred is foolish. In this world which is getting more and more closely interconnected, we have to learn to tolerate each other, we have to learn to put up with the fact that some people say things that we don’t like. We can only live together in that way — and if we are to live together and not die together, we must learn a kind of charity and a kind of tolerance, which is absolutely vital to the continuation of human life on this planet.”  

 

‘I have a dream…’

In de prikkers Les banlieues  en The Meaning of Life ben ik op zoek gegaan naar mogelijke verklaringen voor het radicaliseren van mensen. Vandaag nog een andere invalshoek. Een invalshoek vanuit het denken van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum. In haar boek Politieke emoties. Waarom een samenleving niet zonder liefde kan, gaat Nussbaum in op de rol en het belang van emoties in de politiek. Nussbaum betoogt dat die rol onderbelicht is en breekt een lans voor emoties.

nussbaum

Foto: www.vanstockum.nl

Nog meer emotie? Als we het huidige debat volgen dan lijkt er eerder sprake van een teveel dan een tekort aan emotie. Om de emoties tot bedaren te brengen, wordt immers de ene na de andere ‘harde’ maatregel afgekondigd en worden er bommen en raketten op steden afgevuurd. Een pleidooi voor ratio in het debat zou meer voor de hand liggen. Niet meer maar minder emotie! Of?

Inderdaad spat de emotie in chocolade letters van het krantenpapier en leiden de tranen van verdriet en woede bijna tot kortsluiting in het beeldscherm. Al die emoties zijn nogal eenzijdig (angst en woede) en eenzijdig gericht (harde maatregelen).

Zou het debat niet ook wat positieve emotie kunnen gebruiken zoals liefde en trots? Liefde voor en trots op onze vrije, open en nog steeds redelijk rechtvaardige samenleving? Een samenleving waar de vrijheid van meningsuiting, van vereniging en verzameling en van godsdienst groot goed zijn. Trots op deze verworvenheden en onze welvaart. Maar ook empathie en compassie voor hen (waar ook ter wereld) die het minder hebben getroffen.

Nussbaum haalt grote leiders aan die emoties gebruikten om een boodschap van tolerantie, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid te brengen. Leiders als Gandhi, Marten Luther King jr, Franklin Delano Roosevelt.

Leiders die mensen verbonden. Mensen van verschillend ras, geloof en achtergrond. Waar vinden we een leider (liefst meer) die in hun voetsporen treedt? Een leider die mensen verbindt.

Vrijheid vieren

“Nederland staat pal naast Frankrijk in de bescherming en verdediging van wat ons lief is: onze vrijheid en onze veiligheid voorop. Die onderlinge verbondenheid is in heel Nederland zichtbaar en voelbaar.” Zo valt te lezen in een brief van premier Rutte aan de Tweede Kamer. In deze brief biedt de Nederlandse regering haar hulp aan na de aanslagen in Parijs. Beschermen en verdedigen van vrijheid, dat klinkt goed. Maar toch wringt er iets.

Berlin

Foto: www.unz.org

Vrijheid is in de politiek een begrip, waarvan volgens de filosoof en liberaal denker Isaiah Berlin twee soorten te onderkennen zijn. De negatieve variant, die inhoudt vrij van externe invloeden en met externe invloeden wordt machtsmisbruik en -gebruik door de overheid bedoeld. En de positieve variant, vrij om iets te doen (autonomie). Laten we eens met deze twee brillen naar de woorden van Rutte kijken. Welke vrijheid moet er dan worden beschermd en verdedigd?

De negatieve vrijheid hoeven we niet tegen IS of welke terroristen dan ook te verdedigen. Deze variant van vrijheid moet worden verdedigd tegen de overheid en de terroristen vormen niet onze overheid. Wel kan deze variant van vrijheid in het gedrang komen door het pleidooi van CDA fractievoorzitter Buma voor een ‘reeks wetten die ons veiliger moeten maken’. De ervaringen van de laatste vijftien jaar leren dat die wetten meestal betekenen, meer macht voor overheden. Meer macht gegevens in te zien en te bewaren, communicatie af te luisteren enzovoort. Betekent pal moeten staan niet de overheid in toom houden? Door te waken voor overreactie?

Dan de positieve vrijheid, onze autonomie. De mogelijkheid om ons leven zo in te richten als wij dat willen. Ieders vrijheid om te denken, geloven en te handelen volgens de eigen wens. Dit natuurlijk begrenst door de vrijheid van de ander. Deze vrijheid zorgt voor verscheidenheid, geur en kleur, discussie en gesprek, uitdaging en ontwikkeling. Deze vrijheid zorgt ervoor dat we onszelf kunnen zijn. Zit in deze vrijheid niet de kracht van onze samenleving? Die positieve vrijheid is het verdedigen waard.

Of? Is beschermen en verdedigen niet wat te zwak en defensief uitgedrukt? Zouden we die kracht niet moeten uitdragen? Uitdragen door het vieren van deze vorm van vrijheid? Door de verschillen te vieren?

Vrije wil en referenda

Mijn vorige prikker, Scylla en Charybdis, handelde over de keuze tussen markt en overheid. Dit naar aanleiding van een artikel van Patrick van Schie in Trouw. In dit artikel brak hij een lans voor de vrije markt. Van Schie schrijft: De overheid dwingt ons daarentegen geld af te staan voor doeleinden waar wij uit vrije wil veelal niet voor zouden kiezen. Die zelfs nogal eens indruisen tegen onze vaste overtuiging van wat ‘het goede’ is.”  Van Schie suggereert hier dat een eigen gemaakte keuze altijd beter is dan een ‘gedwongen’ keuze.

Als we dit doortrekken naar de samenleving dan wordt de bewering: ‘het algemeen belang is het beste gediend als iedereen zijn eigen belang nastreeft’. Zo maximaliseren we het algemeen belang. Logisch toch, we weten immers zelf het beste wat goed voor ons is.

De Sjaak(foto: gemistvoornmt.nl)

Klopt dat wel? Weten we wat goed voor ons is? Kiezen we altijd voor ons eigen belang? En hoe weten we of iets in ons eigen belang is? Vraag aan mensen of zij zichzelf belachelijk willen maken op TV voor €250. Veel mensen doen dit maar is die keuze goed en in hun belang?

Als het al lastig is om het eigenbelang te bepalen, hoe weten we dan dat het algemeen belang het meeste gediend is bij de eigen vrije keuze? Hoe worden bijvoorbeeld de belangen van de generaties na ons meegenomen? Opwarming van de aarde met 2 graden over vijftig jaar, is voor mij geen probleem. Dus maar door verkwisten. Voor een pasgeboren baby ligt dat anders en voor mijn nog ongeboren kleinkinderen helemaal. Moeten die het dan maar uitzoeken? Het eigenbelang van VW was sjoemelsoftware en VW staat daarin niet alleen. Zie voor mooie voorbeeldenTegenlicht.

Als het algemeen belang geen optelling is van individuele belangen, wat betekent dat dan voor besluiten per referendum?

Scylla en Charybdis

Scylla en Charybdis(illustratie: papundits.wordpress.com)

In een artikel in Trouw vergelijkt Patrick van Schie, directeur van de liberale Telderstichting, de overheid met een monster. Hij vertrouwt liever op de vrije markt, door anderen een beest genoemd. “Dan liever de vrije markt. Niet omdat die heilig is, of door heiligen wordt bevolkt. Maar omdat alle overeenkomsten daar uit vrije wil tot stand komen. De markt is niet immoreel maar amoreel,” schrijft hij. Een betoog dat zeer vaak is te horen en dat logisch klinkt. Kiezend tussen twee kwaden, kiest hij liever het beest.

Zou een amorele markt tot immorele uitkomsten kunnen leiden? Of is een andere partij nodig om tot morele acceptabele uitkomsten te komen. Zou ‘de markt’ de slavernij hebben afgeschaft? Of de kinderarbeid? Of een beperking van de werkweek? Of tot een verbetering van de arbeidsomstandigheden? Wie voorkomt dat de marktpartijen het milieu schade toebrengen?

Komen alle overeenkomsten tot stand uit vrije wil? Ik kan zelf kiezen bij welke bakker ik brood koop. Maar wie belet de bakkers om prijsafspraken te maken? Wie belet autofabrikanten om sjoemelsoftware in een auto te stoppen? Wie garandeert de naleving van de overeenkomsten?

Zijn alle deelnemers op de markt wel vrij? Hoeveel keus heeft iemand die moet kiezen tussen zijn dood en die van zijn gezin of voor een appel en een ei in een gevaarlijke mijn werken? Is de overheid echt een monster dat ons dwingt: “geld af te staan voor doeleinden waar wij uit vrije wil veelal niet voor zouden kiezen. Die zelfs nogal eens indruisen tegen onze vaste overtuiging van wat ‘het goede’ is,” zoals Van Schie schrijft?

Odysseus moest kiezen tussen twee kwaden, het veelkoppige monster Scylla of de draaikolk van het zeemonster Charybdis. Volgens Van Schie moeten ook wij kiezen tussen Scylla (de overheid) of Charybdis (de markt). Moet dat of zijn een sterke markt en een krachtige overheid twee zijden van dezelfde medaille?

Wilders’ wilde wereld

In de Volkskrant van 6 november 2015 geeft Wilders, PVV, zijn visie op de wereld en de oplossing voor alle Nederlandse problemen. In het kort komt het erop neer dat Nederland nu naar de verdoemenis gaat en dat is de schuld van de politieke elite. Die elite handelt steevast tegen de wil van het volk en de enige manier om dit op te lossen is de macht terug te geven aan het volk en te besturen per referendum. Het is ieders goed recht om een pleidooi te houden voor zijn ideeën, ook de fractievoorzitter van een van de grotere politieke partijen. Toch knelt er iets. Of eigenlijk, iets meer.

f7555588ef9d84473250c4dff892ea85

(Foto: funvending.nl)

Het knelt, omdat Wilders betoogt: “De Nederlanders willen hun identiteit behouden.” Identiteit is het eigen karakter. Om iets te behouden moet je weten wat dat iets is. In dit geval wat die Nederlandse identiteit is? Wat is dat eigen karakter? Een vraag waar Maxima in 2007 ook al mee worstelde. En de vraag is of je die identiteit wel moet behouden zoals die is? Of ontwikkelt een karakter zich en wordt het gevormd door ervaring? Als dat zo is, dan zou het behouden van een identiteit betekenen dat die identiteit over een tijdje uit de tijd is. Ze heeft zich immers niet ontwikkeld.

Het knelt omdat hij schrijft: “De politieke elite doet precies het tegenovergestelde van wat de mensen willen.” Als hij met de politieke elite onze gekozen volksvertegenwoordigers bedoelt, inclusief hijzelf, dan is dat het goede recht van die vertegenwoordigers. Zij worden namelijk gekozen om zonder last of ruggespraak te handelen namens het volk. Betekent zonder last en ruggespraak niet dat zij de vrijheid hebben hun eigen afweging te maken? Een afweging waarbij ze zich door niets of niemand hoeven te laten leiden. Ook niet opiniepeilingen die aantonen dat 99% van de mensen het anders wil. Moeten we niet blij zijn en het stimuleren dat volksvertegenwoordigers afstand kunnen nemen van de ‘waan van dag’? Dat zij actief zoeken naar argumenten voor en tegen? Naar alternatieven en vooral naar het beste alternatief en niet het populairste? Zou de kracht van de democratie niet juist hierin moeten zitten? En zijn verkiezingen niet het moment dat het volk oordeelt over het handelen van haar vertegenwoordigers?

Het knel, omdat Wilders betoogt: “De meeste Nederlanders beseffen dat massa-immigratie geen verrijking is, maar leidt tot verlies van welvaart, veiligheid en identiteit.” Beseffen suggereert dat er sprake is van een feit. Is hetgeen Wilders hier betoogt wel een feit? Was de Hollandse Gouden Eeuw niet gebaseerd op massa-immigratie vanuit wat nu België heet? En op ‘gelukzoekers’ uit de Duitse landen die als huurling in het leger of op de VOC-schepen dienden? Is de welvaart van de Verenigde Staten niet gebaseerd op massa-emigratie? En hoe zit het met China? Al is het in dat geval binnenlandse migratie. Maar hoe binnenlands is het als een Oeigoer vanuit het westen van China naar Shanghai verhuist?

Het knelt, omdat daarna valt te lezen: “De burgers willen de grenzen dicht. Maar wat krijgen ze? Open grenzen en méér asielzoekers.” Hoe weet de heer Wilders wat de burgers willen? Heeft hij ze allemaal gesproken? Zou het niet kunnen zijn dat veel burgers wat anders willen? Mij als inwoner van Wilders’ geboorteplaats Venlo, lijken gesloten grenzen verdomde lastig. Ze beperken mijn mogelijkheden. Zouden er niet ook asielzoekers komen met gesloten grenzen? In de jaren vijftig waren onze grenzen gesloten en toch kwamen er veel asielzoekers binnen uit Hongarije, het geboorteland van Wilders’ vrouw.

Ietsje verder knelt het weer: “Ze willen veiligheid. Maar krijgen méér islam en méér criminaliteit.” Suggereert Wilders hier dat er een relatie is tussen de islam en veiligheid? Tussen de islam en criminaliteit? Wat is die relatie?

Een zin verder knelt het weer: “Ze willen betere zorg en meer aandacht voor de ouderen. Maar moeten betalen voor migranten en Grieken.”  Is het wel een keuze tussen zorg aan de ene kant en Grieken en migranten aan de andere kant? Wie werden er gered door het vele geld dat naar Griekenland ging? De Grieken? Als de Grieken ermee geholpen zouden zijn, hoe komt het dan dat het grootste deel van de Griekse bevolking er door die ‘hulp’ alleen maar op achteruitgaat? Waren het misschien niet de Grieken maar de banken die werden gered?

Welke partijen er ook de regering vormden, steeds werd er bezuinigd op, en gesneden in de zorg en de aandacht voor ouderen. En ook voordat we de Grieken moesten ‘redden’ werd er al stevig op zorg beknibbeld. Willen we wel betere zorg? Of hebben we liever belastingverlichting van vijf miljard?

Nog wat verder in het betoog knelt het weer: “Het regime in Den Haag is wereldvreemd en spreekt niet langer namens het volk.” Ik neem aan dat hij met het regime de volksvertegenwoordigers en de door die volksvertegenwoordigers gecontroleerde regering bedoelt. Is het wel mogelijk om namens het volk te spreken? Hoe weet je dan wat er gezegd moet worden? Is het de taak van volksvertegenwoordigers om namens het volk te spreken? Handelen namens het volk is de taak van een volksvertegenwoordiger, spreken namens niet. Hebben Wilders en met hem vele andere politici begrepen wat het betekent om volksvertegenwoordiger te zijn? Begrijpt hij onze democratie wel?

Een bijzonder knelpunt: “De asielcrisis en alle andere problemen van Nederland kunnen alleen worden aangepakt als we de macht teruggeven aan het volk.” Heeft het volk niet de macht en gebruikt zij die macht niet bij het kiezen van haar vertegenwoordigers? Is er ooit een periode in de geschiedenis van Nederland en laat ik het wat ruimer nemen, van het grondgebied wat nu Nederland is, geweest dat het volk de macht had op een andere manier dan sinds 1917 via algemene verkiezingen? Zijn er in de Middeleeuwen of in enig ander tijdvak in het verleden referenda gehouden?

Deze uitspraak kent nog een andere knelpunt, namelijk dat problemen alleen opgelost kunnen worden als het volk de macht heeft, dus in een directe democratie. Kan Wilders aantonen dat problemen alleen opgelost kunnen worden als de macht wordt teruggegeven aan het volk? Worden in een, al dan niet verlichte, dictatuur geen problemen opgelost? Of in een autocratie? Betekent deze bewering dat alle problemen uit het verleden nog bestaan?

Ook zijn oplossing knelt: “Nederlanders moeten veel vaker de kans krijgen in referenda rechtstreeks over hun eigen lot te beslissen.”  Een directe democratie, en dat is regeren per referendum, lijkt op en top democratisch, maar is dat wel zo? Is een goede democratie niet meer dan besluiten per meerderheid? Wordt in een goede democratie niet ook rekening gehouden met de belangen van de minderheid? Hoe wil hij ervoor zorgen dat in een ‘referendumsamenleving’ rekening wordt gehouden met de belangen van minderheden? Is een democratie per referendum geen dictatuur van de meerderheid?

Leidt JA of NEE zeggen wel tot die duidelijke besluiten? Zou er aan een uitspraak niet meer betekenis gegeven kunnen worden? Het NEE tegen een Europese grondwet werd immers ook geïnterpreteerd als een NEE tegen meer Europa. Hoe duidelijk is dan een uitspraak? Zou een JA, MAAR niet hetzelfde kunnen zijn als een NEE, TENZIJ? Zijn bij een referendum ook compromissen of win-win oplossingen mogelijk? Zou het niet kunnen, dat iets wat een minderheid, al is het maar één persoon, inbrengt van meer waarde is dan de mening van 80% van het volk? Hoe zorgen we ervoor dat die inbreng in een referendum naar boven komt?

“Die talrijke verkiezingen zijn de uitdrukking van de volkswil,” valt iets verderop te lezen. Is het wel de volkswil die we krijgen als we referenda houden? Is de uitkomst van een referendum niet alleen het optellen van de individuele meningen teruggebracht tot een JA of een NEE? De volkswil of algemene wil is een term afkomstig van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hij legt dit begrip anders uit dan Wilders. De volkswil is, dat wat in het belang is van het volk en dat is wat anders dan de mening van het volk. De volkswil is alleen te achterhalen als het volk kan kiezen of stemmen met volledige kennis van zaken, heldere redenering, een zuiver oordeelsvermogen, en een ingesteldheid die het gemene goed nastreeft. Wie van het volk voldoet aan al deze voorwaarden?

En een laatste knelpunt: “De Zwitsers zijn een trots en patriottisch volk dat zich nooit heeft willen uitverkopen aan Brussel.” Wilders doet het voorkomen alsof alle landen zich willoos aan ‘Brussel’ hebben uitgeleverd. Hebben de andere landen zich uitverkocht’ aan Brussel? Is ‘Brussel’ geen resultaat van onderhandelingen tussen de betrokken landen? Waren de deelnemende landen er, in de persoon van de democratisch gekozen regeringen, niet zelf bij? Stemden de democratisch gekozen parlementen niet zelf in? Waren die landen en hun bevolkingen (voor het grootste deel) niet hartstikke blij met ‘Brussel’?

Toch nog even bezinnen voordat we met Wilders’ wilde wereld beginnen?

Modellen of modellen?

Model

In zijn wekelijkse column in de Volkskrant bespreekt Wouter Bos het politieke spectrum. Hij komt tot de conclusie dat: “Het hoefijzer is, …,  recht gebogen.” Het hoefijzer verwijst naar een theorie, waarbij de partijen van extreem links tot extreem rechts niet op een rechte lijn worden verdeeld, maar op een hoefijzer. Aan de twee uiteinden de extremen en in het midden de middenpartijen. In deze theorie staan de extremen qua methoden en gevoelens dicht bij elkaar en bij een lijn is dat niet het geval.

Het hoefijzer en de rechte lijn zijn sociaalwetenschappelijke theorieën of modellen. Een model is een vereenvoudiging van de werkelijkheid om die werkelijkheid beter inzichtelijk en begrijpelijk te maken.

Het hoefijzermodel is zo aantrekkelijk, omdat het de extremen dicht bij elkaar plaatst maar toch een drempel voor overstappen opwerpt. Nu uit peilingen blijkt dat veel kiezers overstappen van de SP (extreem links) naar de PVV (extreem rechts), zet Bos het hoefijzer bij het grofvuil.

Handelt hij niet te snel? Zou het niet kunnen, dat de extreme partijen wat uit de uiterste punt van het hoefijzer zijn gezakt? Dat ze wat meer naar het centrum zijn geschoven? Of moeten we juist spreken van het ‘sluiten’ van het hoefijzer en dus de introductie van het cirkelmodel?

Zou het kunnen, dat alle partijen steeds meer op elkaar lijken en dat we het ‘kluitjesmodel’ moeten introduceren? Omdat zoals Willem Schinkels het formuleert: “Politieke partijen (…) een grote amalgameren (hebben) ondergaan: ze zijn inhoudelijk samengesmolten en hun verschillen zijn miniem geworden” (zie zijn boek: De Nieuwe Democratie. Naar andere vormen van politiek, pagina 13).  Een model waarbij mensen niet meer kiezen voor een wetenschappelijk model of ideologie, maar voor modellen met ’mooie praatjes’ of een ‘lekker kontje’?

Kater

referendum 2

(Illustratie pggibbons.blogspot.com)

Binnenkort mogen we waarschijnlijk naar de stembus. Niet om nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen, maar ons uit te spreken over het associatieverdrag met de Oekraïne. Dit wordt dan het eerste landelijke raadgevende correctieve referendum. Een referendum wordt door velen gezien als het toppunt van democratie. Het volk spreekt zich immers uit en wat is er nu democratischer dan dat? Niets. Dat is het korte antwoord. Maar…

In een prettige en rechtvaardige samenleving zoeken mensen en groepen samen naar oplossingen. Oplossingen die voor zoveel mogelijk mensen acceptabel zijn. Liefst een win-win oplossing en anders een compromis dat aan zo veel mogelijk belangen recht doet. Leiden referenda ook tot dergelijke oplossingen?

Een prettig en rechtvaardige samenleving is een genuanceerde samenleving. Waar mensen oog hebben voor elkaar en elkaars belangen. Waar mensen zoeken naar gemeenschappelijke grond, naar wat hen samenbrengt. Zorgt besturen per referendum er ook voor dat we zoeken naar gemeenschappelijke grond, naar dat wat ons samenbrengt?

Een prettige en rechtvaardige samenleving is een democratische samenleving waarbij de meerderheid rekening houdt met en ruimte geeft aan minderheden. Hen de ruimte geeft om zo veel als mogelijk te leven volgens hun eigen wensen. Een samenleving waar mensen invoelend en inlevend zijn. Leidt besturen per referendum ook tot zo’n prettige en rechtvaardige samenleving?

Referenda zijn volgens velen het feest van de democratie. Een prettige en rechtvaardige samenleving vraagt meer dan alleen democratie. In onze huidige parlementaire democratie zijn deze zaken redelijk gewaarborgd. Hoe houden die waarborgen zich in de directe democratie van de referenda? Stof om goed over na te denken en met elkaar over van gedachten te wisselen. Want hoe voorkomen we dat we de dag na het ‘feest van de democratie’ wakker worden met een stevige kater?

Prikker, vrijdag 2 oktober 2015