Kloof

“Het zijn de politici aan wie ze een hekel hebben. Het sentiment in Nederland laat zich misschien zo samenvatten: onze democratie is oké, jammer dat er politici in rondwandelen.” Dit schrijft Scheila Sitalsing in de Volkskrant. De kloof tussen de ‘gewone mensen’ in het land en de ‘elite onder de Haagse stolp’. Communicatief is de kloof een gouden greep geweest. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat bestuur en politiek te ver van het volk afstaan: ‘ze weten niet wat er leeft onder het volk.’

Kloof(foto: icrowds.net)

Bestuurlijk en politiek Nederland is met ‘de kloof’ aan de slag gegaan. Allemaal gaan zij hun eigen gang: de leider kiezen per referendum, je opwerpen als een leider en je standpunten en programma per opiniepeiling samenstellen. Het land in trekken en in gesprek met de burger je standpunten bepalen. De taal van ‘de straat’ in bestuur en politiek introduceren. Dit alles onder het mom van luisteren naar de burger en zo de kloof verkleinen.

Zou het niet kunnen zijn dat die ‘kloof’ inherent is aan de parlementaire democratie? Zijn volksvertegenwoordigers niet aangewezen om te handelen namens het volk en niet om de mening van het volk, als dat al kan, te vertolken? Zouden onze volksvertegenwoordigers daarom niet meer afstand moeten nemen van het ‘volk’ in plaats van er bovenop te kruipen? Zijn volksvertegenwoordigers niet gekozen om, op basis van goede argumenten en belangen, een besluit te nemen en dit besluit vervolgens toe te lichten?

Wordt die kloof niet alleen overbrugd tijdens verkiezingen? Het moment dat wij ons allemaal uitspreken en de volksvertegenwoordigers verantwoording afleggen over de door hen gemaakte keuzes? Zouden we de kloof niet moeten beschermen als een ‘nationaal erfgoed’?

Prikker, dinsdag 29 september 2015

Tautologie met gevolgen

“Als we iedereen erbij willen betrekken, moet het democratische proces dat al meer dan 150 jaar oud is echt gemoderniseerd worden.”  Dit bepleit SCP-directeur Kim Putters in Trouw. Hij constateert een niet bestaand probleem. Niet bestaand omdat juist door de verkiezing (van de Tweede kamerleden, Statenleden en Gemeenteraadsleden) ‘iedereen’ bij de besluitvorming betrokken is. Toch wordt er een probleem ‘gevoeld’ en als het wordt gevoeld dan is er iets aan de hand.

Een gemeenteraad heeft tegenwoordig drie rollen, de:

  1. kaderstellende rol;
  2. controlerende rol;
  3. volksvertegenwoordigende rol.

Die derde rol is iets van de laatste twee decennia en is ook op landelijk en provinciaal waarneembaar. Zou het niet kunnen zijn dat de rol van ‘volksvertegenwoordiger’ die de volksvertegenwoordigers erbij hebben gekregen de oorzaak van het probleem is? Een bijzondere tautologie. Juist in die ander twee rollen zit immers het ‘vertegenwoordigen’ van het volk.

tautologie

Zou die ‘tautologie’ ertoe hebben bijgedragen dat volksvertegenwoordigers zich zijn gaan afzetten tegen de overheid? Een kloof zijn gaan ervaren tussen zichzelf als volksvertegenwoordiger in de klassieke zin, eentje die besluit door, voor en namens het volk. En aan de andere kant zichzelf als spreekbuis van het volk? Want dat is de manier waarop die andere kant wordt ingevuld

Zijn door de explicitering van deze rol, en vooral door de ‘spreekbuis’ invulling ervan, de volksvertegenwoordigers misschien in de kloof van de geloofwaardigheid gevallen? De kloof tussen de grote woorden die nodig zijn om als vertegenwoordiger gehoord te worden en de realiteit van het maximaal haalbare compromis.

De kloof die onvermijdelijk is in een vertegenwoordigende democratie. De kloof die we eens per vier jaar (de laatste tijd wat vaker) op de dag van de verkiezingen overbruggen.

Prikker, maandag 21 september 2015

Inspraak

“Putters waarschuwt in de krant dat besluiten niet altijd worden genomen ‘door de mensen die ook de gevolgen dragen.’ Volgens de SCP-directeur moet worden voorkomen dat Nederlanders het gevoel krijgen dat hun belangen niet worden gezien door de politiek, bijvoorbeeld bij de komst van vluchtelingen. ‘De vluchtelingen zijn een gedeelde zorg van alle Nederlanders’, vindt hij.” Putters pleit voor betere manieren van inspraak en denkt aan internet, burgerconferentie en loting.

inspraak(foto: dagklad.nl)

Een pleidooi dat past in het huidige tijdsgewricht en dat door ongeveer iedereen zal worden toegejuicht. Immers door mensen te betrekken kun je hun argumenten, gevoelens en beleving meenemen bij het besluit. Dat maakt het besluit beter te onderbouwen, uit te leggen en te begrijpen. Zo luidt de theorie achter het betrekken van mensen bij besluiten.

Bij ieder lastig besluit zullen er mensen zijn die het gevoel krijgen dat hun belangen niet, of onvoldoende worden gezien. Het nemen van een besluit is het afwegen van argumenten, gevoelens en belangen. Over de afweging, kun je van mening verschillen. Wat de ene persoon of groep zwaar laat wegen, kan voor de andere niet van belang zijn. Zou dit probleem opgelost worden door meer mensen bij het besluit te betrekken?

De praktijk trekt zich in de sociale wetenschappen vaak niet veel aan van de theorie. Maar de theorie beïnvloedt wel het werkveld, in dit geval de samenleving. Zal het betrekken van mensen bij de besluitvorming er niet toe kunnen leiden dat je hun verwachtingen vergroot? En, zoals bij ieder besluit, zullen er ook ‘verliezers’ zijn. Zal door die verhoogde verwachtingen, het verlies niet harder aankomen: dus tot grotere teleurstelling leiden? Met als risico nog meer afkeer van de politiek?

Onze democratisch gekozenen zijn vanwege hun dubbelrol als beslisser en volksvertegenwoordiger niet te benijden.

Prikker, maandag 21 september 2015

Onderwijs, arbeidsmarkt en democratie

“We moeten het onderwijs vervlechten met het bedrijfsleven, zodat er eigenlijk geen onderscheid meer is. Het huidige onderwijssysteem polariseert alleen maar door ze tegenover elkaar te zetten. Ga dat nou eens aanpakken, zou ik zeggen.”  Dit antwoordt geeft lifehacker Martijn Aslander op de vraag of het MBO beter moet inspelen op de wensen van het bedrijfsleven zoals minister Bussemaker wil.

onderwijs en arbeidsmarkt

(Illustratie: organisatieactivist.nl)

Aslanders suggestie lijkt logisch. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is immers niet goed. Hier is betere afstemming nodig. Aslanders suggestie lost die kloof helemaal op, dus dat lijkt mooi. Lastig hierbij is echter dat het onderwijs onze jeugd moet voorbereiden op werk en banen die nog niet bestaan. Werk waarvan het bedrijfsleven dus nog geen weet kan hebben. Vervlechten lost dit probleem niet op. Er is meer. Onderwijs en bedrijfsleven vervlechten betekent dat het onderwijs als doel heeft om werknemers te produceren. Is dit wel de opgave van het onderwijs? Is die opgave niet veel breder?

Moet het onderwijs niet ook onze jeugd opleiden tot goede democratische burgers? De jeugd kennis bijbrengen en vaardigheden aanleren die nodig zijn om te kunnen functioneren in de wereld van vandaag? Een wereld die uit meer bestaat dan alleen werk en economie. Zou dat niet de hoofdtaak van het onderwijs zijn? Als dat zo is, is het dan wel zo logisch om onderwijs en bedrijfsleven te vervlechten? Doen we onze kinderen en onszelf dan niet tekort?

Hebben onze kinderen en heeft onze democratie niet meer behoefte aan kritisch denkvermogen, aan fantasie, aan inlevingsvermogen in anderen? Zijn dat niet ook de eigenschappen die je nodig hebt om je op het onverwachte voor te bereiden? Het onverwachte zou een baan of werk kunnen zijn dat nu nog niet bestaat.

Prikker, dinsdag 15 september 2015

Geschiedmisbruik

De democratie deels opheffen van landen die EU-hulp krijgen. Daarvoor pleit Harry Verbon, hoogleraar in de economie. Hij heeft hierbij Griekenland op het oog en beargumenteert dit met de Griekse monetaire geschiedenis, waarbij vooral democratische periodes een stijging van de staatsschuld lieten zien.

Harry Verbon(foto: www.tilburguniversity.edu)

Over de negentiende eeuw schrijft hij: “Uit (…) verzamelde gegevens blijkt dat in de 19de eeuw de Griekse schuld vrijwel voortdurend hoger was dan het nationaal inkomen, op de top zelfs vier keer zo hoog.” Griekenland stond daarin niet alleen. Nederland had die eeuw bijna altijd een staatsschuld die boven het nationaal inkomen lag. Met als topper de 245% van het jaar 1834. Zie hiervoor het CBS-rapport: De naakte feiten over de Nederlandse staatsschuld. Net als in Nederland werd in Griekenland in die tijd strijd geleverd voor meer democratie en de democratie was hierbij aan de winnende hand en ook in Nederland fluctueerde de staatsschuld.

Iets verder in de tijd verwijt Verbon de Grieken dat ze tijdens de crisis van de jaren dertig de drachme lang aan het goud gekoppeld lieten, wat tot grote economische ellende leidde. Griekenland stond hierin niet alleen. Neem Nederland dat in 1925 de goudkoppeling herstelde. Dit, omdat deze tijdens de Eerste Wereldoorlog was losgelaten. Pas in 1936, als een van de laatste landen in de wereld, werd de gulden weer losgekoppeld.

En tijdens het Kolonelsregime bleef de staatsschuld ‘ongrieks’ constant, aldus Verbon. Om vervolgens onder de democratie vanaf 1974 weer te stijgen. Nederland kende geen ‘kolonels’ maar de staatsschuld laat dit patroon ook voor Nederland zien.

Verbon maakt misbruik van de geschiedenis door er selectief en zonder context in te winkelen. Hij zal met betere of liever echte argumenten moeten komen.

Prikker, donderdag 27 augustus 2015

Historicisme of culturisme

“Er zijn 675 miljoen arme boeren. De bevolking vergrijst snel. Ook kampt China met grootschalige corruptie, geringe innovatie en emigratie van de rijke elite die hun geld naar het Westen verkassen. Het grootste risico is echter dat het land nog de transitie van dictatuur naar democratie moet maken.” Dit indrukwekkende rijtje risico’s voor de ontwikkeling van China schetst Peter de Waard in De Volkskrant. Eén risico springt eruit: de transitie naar de democratie. Dit roept de vraag op waarom moet China transfereren naar een democratie?

China

(foto: cindystephenson.wordpress.com)

Is dat een geschiedkundige wetmatigheid? Het denken van De Waard is dan een voorbeeld van historicisme, een opvatting dat de geschiedenis zich volgens vaste wetten ontwikkelt in de richting van een bepaalde eindsituatie, die door bestudering van het verleden te kennen is. De Waard lijkt hier Francis Fukuyama te volgen die begin jaren negentig van de vorige eeuw in zijn boek The End of History and the Last Man dacht dat dit eindpunt bereikt was in de liberale democratie van kapitalistische snit. Een andere historicist, Karl Marx, voorspelde ruim een eeuw eerder dat de geschiedenis zou eindigen in het communisme. Dus er is keus.

Of meent De Waard dat onze cultuur superieur is? Dan is het denken van De Waard een voorbeeld van culturisme. Dit denken gaat uit van de superioriteit van de eigen cultuur, die zal overwinnen en andere culturen zullen zich eraan aanpassen. De eigen cultuur is dan het liberaal democratisch kapitalisme.

Of is het een combinatie van beide manieren van denken? Waarbij ‘onze cultuur’ het eindpunt van de geschiedenis is en daarmee superieur aan andere. Dat zou een wel bijzonder arrogante denkwijze zijn.

Gelukkig trekt de geschiedenis zich hier meestal niets van aan en ontwikkelt zij zich op haar eigen grillige onverklaarbare manier.

Prikker, zaterdag 22 augustus 2015

Democratische legitimiteit

Tevens wil hij afstand doen van de wensdroom van een ‘almaar hechtere unie’, een lagere EU-begroting en de invoering van een ‘rode kaart’-systeem, waarmee nationale parlementen onwelgevallige EU-wetgeving kunnen tegenhouden,” zo schrijft Patrick van IJzendoorn over de Britse premier Cameron. De ideeën van Cameron zijn niet zo gek en veel EU burgers zullen instemmend knikken, aldus Van IJzendoorn.

rode kaart

(foto: www.bloggen.be)

Het lijkt sympathiek om de nationale parlementen de ’rode kaart’ bevoegdheid te geven. Dit voorkomt immers dat een land wordt opgezadeld met wetgeving, waaraan het geen behoefte heeft of die nadelige gevolgen heeft. Er is veel op de EU aan te merken en het belangrijkste punt is wel het gebrek aan democratische legitimiteit. Door de nationale parlementen het vetorecht te geven, wordt iets gedaan aan dat democratische tekort.

Toch wringt er iets. Je pakt alleen dat wat je wilt of wat je goed uitkomt. Het maakt de EU tot een keuzemenu en waarom moet je daarvoor een Unie hebben?

Er wringt meer. Als we toch met rode kaarten gaan werken, waarom dan niet ook op nationaal niveau. Geef de ‘rode kaart’ bevoegdheid aan provincies en  gemeenten. En waarom op gemeentelijk niveau niet aan de inwoners? Want ook nationale regeringen doen wel eens iets waar provincies of gemeenten niet op zitten te wachten. Ook acties van gemeenten vallen niet altijd even goed bij inwoners. Lijkt dat niet verdacht veel op regeren per referendum?

Het wringt vooral dat het gebrek aan democratische legitimiteit op het Unie-niveau zo op het nationale niveau wordt opgelost. Zou de EU niet gebaat zijn bij een democratische hervorming met een heldere bevoegdheidsverdeling? Met een EU-regering en -parlement die over de Europese bevoegdheden beslissen?

Prikker, vrijdag 26 juni 2015