Vechten tegen windmolens

Ook voor de verkiezingen in de gemeente Venlo is een stemwijzer beschikbaar. Een van de vragen, meteen de eerste, luidt: “Windturbines in de gemeente toestaan,” en dan mag je een balkje verschuiven op een schaal tussen ‘helemaal eens’ en ‘helemaal oneens’. Wat je ook kunt doen, is de standpunten van de deelnemende partijen over dit onderwerp bekijken. Ik dacht, laat ik dat eens doen bij dit onderwerp. Sommige partijen zijn voor, anderen tegen en weer anderen zijn voor met daarbij een maar zoals: er is eigenlijk geen plek. De meest bijzondere ‘maar’ is van de lokale partij EENLokaal. Het standpunt van deze partij luidt: “Wel toestaan maar op minimaal 3 kilometer van woningen.” 

body-of-water-3162375_960_720Foto: pixabay.com

Nu ben ik mij aan het voorbereiden op de wandeltocht van de Venloop. Een prachtig evenement dat op zondag 25 maart wordt afgesloten met een halve marathon en waar op zaterdag wordt gewandeld. Omdat ik van de natuur hou, leiden die voorbereidingen mij door het prachtige buitengebied van Venlo. Een makkie om er te komen want vanaf mijn huis ben ik makkelijk binnen een half uur de stad uit. Ik ben echter nog geen plek tegen gekomen die aan de eisen van EEnLokaal voldoet. Hoe leeg het ook lijkt, altijd zijn er wel een paar huizen in de buurt.

Om mijn wandelervaringen te toetsen even wat rekenwerk. Van de wiskundelessen op de middelbare school, inmiddels alweer zo’n 35 jaar geleden, weet ik dat de oppervlakte van een cirkel het kwadraat van de straal maal pi is. Dat betekent in het geval van de windturbine dat er in Venlo een plek moet worden gevonden waar het dichtstbijzijnde huis minimaal drie kilometer van is verwijderd. Er moet in de bijna 129 vierkante kilometer die Venlo groot is, waarop trouwens ruim 100.000 mensen wonen en dat is  ruim achthonderd per vierkante kilometer, een cirkelvormig gebied te vinden zijn van 28,26 vierkante kilometer dat onbewoond is. Hoe groot is de kans dat die plek er is en dat er dus een windturbine geplaatst kan worden? Nog sterker, als dit een landelijke norm zou zijn, hoeveel van die plekken zouden er in heel Nederland te vinden zijn waar een windturbine geplaatst kan worden?

Beste EENLokaal, draait u mensen geen rad voor ogen? Waarom zegt u niet meteen dat u geen windturbines wilt? Is dat niet wat eerlijker dan mooie sier maken met een JA en dan een voorwaarde te stellen waaraan niet voldaan kan worden?

Burgers en macht

Bij Joop maken Werner de Gruijter en Elisa Klaus zich druk om het onderwijs: “Het Nederlandse (en Europese) hoger onderwijs biedt de student in toenemende mate slechts het ogenschijnlijk noodzakelijke, namelijk het instrumenteel aanleren van een bepaalde vaardigheid in een zo kort mogelijke tijd. Dat het overige is wegbezuinigd of ingekort, laat zien dat culturele en geestelijke vorming dat zo noodzakelijk is voor de individuele ontplooiing, tegenwoordig onvoldoende op waarde wordt geschat.” Iets waar ik, zoals ik al eerder schreef, me wel in kan vinden.

euro-1144835_960_720

Foto: euro-bankbiljetten-handdruk-1144835

Ik wil het hebben over hun eerste alinea: “De macht in het Westen verschuift richting een nieuw soort feodalisme, ook wel neoliberalisme genoemd. Onder het mom van marktwerking verdween de macht uit handen van de burger en kwam terecht bij investeerders die met geld invloed hebben uitgeoefend op het (Europese) onderwijsbeleid.” Een interessante passage waarin zij betogen dat door de marktwerking de macht van burgers naar ‘ investeerders’, mensen met veel geld die invloed kopen, verschuift. Gevolg hiervan is een soort feodalisme. Nu niet via de grond en fysieke arbeid maar via het aanleren van ‘instrumentele vaardigheden’ die nodig zijn voor bedrijven. Dat klinkt mooi, maar….

Macht die verschuift van burgers naar investeerders, dit suggereert dat die macht ooit in handen was van die burgers en op dit punt zitten mijn vragen. De auteurs constateren zelf al dat: “In de periode voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog … te veel macht in te weinig handen,” lag. Als we kijken naar de invoering van het algemeen kiesrecht, dan valt op dat dit pas in het eerste kwart van de twintigste eeuw haar beslag kreeg. Dit betekent dat, als er een moment was dat de burger de macht had, dit moment ergens na de Tweede Wereldoorlog lag.

Als het neoliberalisme de oorzaak is van het verschuiven van die macht, dan moeten we de tijd van ‘burgermacht’ vóór begin jaren tachtig van de vorige eeuw zoeken. Vanaf dat moment werd het neoliberale marktdenken dominant. Die periode moet dus ergens tussen 1945 en 1985 liggen. Hiervan kunnen we de eerste twintig, vijfentwintig jaar gerust afschrijven. De protesten in de jaren zestig waren immers gericht tegen de regenten. Blijven vijftien jaar over. De jaren van de Lockheed affaire met ‘schelm van Oranje’ Bernhard in de hoofdrol. Een affaire waarbij een bedrijf een besluit probeert te ‘kopen’. Precies dat wat de ‘investeerders met geld’ nu doen.

Met de auteurs maak ik me er zorgen omdat: “een uitgebalanceerde en kritische levenshouding steeds minder aan de volgende generaties (wordt) doorgegeven in het (hoger) onderwijs” Of de macht ooit echt in de handen van de burgers heeft gelegen?

Zó eenentwintigste eeuws

“Naar mijn vaste overtuiging is een federaal einddoel als onvermijdelijke historische mars niet hoe het moet zijn in de 21ste eeuw” Woorden van premier Rutte over de Europese samenwerking, zo valt de lezen in de Volkskrant. Hoe het wel moet: “Hooggestemde idealen nuchter invullen. Stap voor stap.” Dat allemaal met als leitmotiv: “Brussel dient de lidstaten, niet andersom.”

international-2679145__340

Illustratie: pixabay.com

Rutte doet negen concrete voorstellen waarvan de laatste de meest bijzondere is: EU-subsidies mogen alleen worden verstrekt aan lidstaten die hun economieën hervormen. “Anders vormen om te verbeteren,” zo definieert Vandale hervormen. Dat zal een flinke discussie worden want wie bepaalt wat beter, of in Ruttes woorden ‘nuchter’, is? Een mooie uitspraak, ‘hooggestemde idealen nuchter invullen’. Wat die idealen zijn laat hij in het midden, behalve dat het geen federaal Europa is. Zou het niet handig zijn om te weten wat dat ‘hooggestemde ideaal’ is? Maakt dat het niet makkelijker om ernaartoe te werken en om te bepalen of we ‘stap voor stap’ ook die richting ingaan? Om dus ook te bepalen of die economie in de gewenste richting wordt hervormd en er dus subsidie kan worden verstrekt? Dit even terzijde.

Ik wil het hebben over de uitspraak: “Brussel dient de lidstaten, niet andersom.” Beste meneer Rutte, dat kunt u als ‘liberaal’ toch niet menen? Ik zal mijn vraag toelichten. Moet de EU, net als trouwens een nationale overheid, niet haar burgers dienen? Is een overheid, welke dan ook, er niet om haar burgers te dienen en te ondersteunen? Zou daar de focus niet op moeten liggen? Dat het ‘vervolmaken van de interne markt 1000 miljard oplevert is mooi, maar gaat het er niet om hoe alle inwoners beter worden van die markt? Soepeler kapitaalverkeer ook leuk, maar wat heb je er als burger aan? Behalve dan dat je als burger (belastingbetaler) de rekening van eventuele schade dient te betalen. Een lagere begroting, ook een van de punten, ook dat klinkt mooi, maar wat als een hogere begroting betere resultaat voor de inwoners oplevert?

Even terug naar die ‘hooggestemde idealen’. Wat als blijkt dat de belangen van de inwoners niet gebaat zijn bij nationale overheden? Als ze juist het meeste gebaat zijn bij een federaal Europa? Als dat juist zó eenentwintigste eeuw blijkt te zijn?

Moreel ver plassen

De campagne voor de komende gemeenteraadsverkiezingen is nogal surrealistisch. De kranten staan vol met uitspraken van politici die verkiesbaar zijn en dan ook nog partijen waar het grootste deel van Nederland niet op kan stemmen. Baudet, Wilders, Buma en Pechtold zijn niet verkiesbaar. Het Forum voor Democratie, NIDA, de PVV, Denk en Bij1 doen slecht in een handvol en soms maar één gemeente mee. In de Volkskrant reageert Martin Sommer op een ‘klacht’ van politicoloog Tom van der Meer dat er te weinig over waarden wordt gediscussieerd: “Me dunkt, in Amsterdam en Rotterdam gaat het alleen maar over waarden. Racisten buiten de deur houden, is er iets hogers? Dat begon al bij het debat van de landelijke lijsttrekkers in De Balie. Het was een potje moreel verplassen tussen Pechtold, Klaver en Asscher.”

manneken-pis-1535118_960_720

Foto: pixabay.com

Nu is Nederland veel groter dan Amsterdam en Rotterdam en de rest van Nederland komt er nogal bekaaid vanaf. Als inwoner van welke plaats dan ook hoef je niet echt moeite te doen om niets te merken van de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Terug naar Sommer. Inderdaad als het over racisme gaat, dan gaat het over waarden. Racisme raakt aan waarden als vrijheid, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en broederschap. Een debat over racisme biedt een goede mogelijkheid om te bekijken hoe partijen en politici deze waarden interpreteren en invullen. Hoe breed of smal zien zij vrijheid? Hoe vullen zij rechtvaardigheid in? Daar kun je een aardige boom over opzetten. Hoe wordt gelijkwaardigheid ingevuld en wat betekent dat voor het samen leven, voor broederschap?

Gaat de discussie, het debat, daar ook over? Als deze waarden conflicteren, welke waarde weegt voor een politicus het zwaarste? Voor een VVD-er zal vrijheid belangrijk zijn. Een GroenLinkser zal daarin bijvallen, alleen hebben ze het over hetzelfde als ze het over vrijheid hebben? Vrijheid kun je immers, in navolging van de filosoof Berlin, positief en negatief uitleggen. Gaat de discussie hierover of blijft het debat hangen in het elkaar beschuldigen en het jij-bakken?

Als je het zo bekijkt, heeft Van der Meer dan niet ook een punt en wordt er niet over waarden gesproken?

Democratisch experiment

“De versplintering van de gemeenteraad in steeds meer fracties biedt een kans tot vernieuwing en daarmee tot andere vormen van overleg, samenwerking en coalitievorming.” De eerste zin van een artikel van Hans Bekkers bij Binnenlandsbestuur. Dit is de conclusie uit een rapport dat de bestuurskundigen Paul Frissen en Martin Schulz schreven in opdracht van de provincie Overijssel. De beide onderzoekers concluderen dat het: “systeem van politiek bedrijven via gedisciplineerde coalitievorming met strakke binding (…) door de versplintering van het politieke landschap in steeds meer en kleinere fracties ‘lastiger (wordt), zo niet onmogelijk’. Daarom is een nieuwe, verruimende politiek nodig.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Bij het lezen van dit artikel moest ik denken aan het boek Counter-Democracy. Politics in an age of distrust van de Fransman Pierre Rosanvallon dat ik momenteel aan het lezen ben. Voor Rosanvallon is democratie veel meer dan ‘verkiezingen’. Democratie versterkt door op hoofdlijnen drie vormen van tegen-democratie: waakzaamheid, aanklacht en beoordeling. Waakzaamheid in de vorm van bijvoorbeeld de pers of actiegroepen die de volksvertegenwoordigers kritisch volgen en beslissingen beïnvloeden. Gebeurt er iets dat niet door de beugel kan, dan wordt de verantwoordelijke voor die keuze aangeklaagd, Halbe Zijlstra kan erover meepraten. Als laatste beoordeling, beoordeling door onderzoek en evaluatie maar ook door de verantwoordelijke voor de rechter te dagen. De Urgenda-zaak is een mooi voorbeeld hiervan. Vormen van tegen-democratie die de democratie versterken maar die risico’s inhouden.

Ik moest denken aan die tegen-democratie toen ik het artikel van Bekkers en de uitspraken van Frissen en Schulz las. Zou de aanwezigheid van deze inmiddels sterke tegen-democratische krachten ook gebruikt kunnen worden voor een gedurfder experiment? Een experiment met een andere vorm van democratische vertegenwoordiging, namelijk loting van volksvertegenwoordigers en dus maximale ‘versplintering’? Volksvertegenwoordiging als een democratische plicht. Het loten van raadsleden gecombineerd met de verkiezing van de burgemeester? Een burgemeester die via zijn uitverkiezing het mandaat krijgt om zijn beleid uit te voeren maar daarvoor wel de middelen en de goedkeuring van de gelote raadsleden moet verkrijgen? Raadsleden die zonder last en ruggespraak hun werk kunnen doen en niet bezig hoeven te zijn met hun herverkiezing. De kans dat ze voor een volgende termijn worden geloot is immers bijzonder klein.

Het kiezen van de bestuurlijk verantwoordelijke en het loten van de controlerende en regelgevende macht, zouden we een dergelijk experiment aandurven?

Hiddema, het parlement en de rechter

“Als wij dat debat willen, is het prettig dat je met een rechterlijk vonnis kunt komen. Want die rechter oordeelt niet langs politieke voorkeuren.” Dit zegt de tweede man van het Forum voor Democratie, Theo Hiddema, zo lees ik bij Elsevier. Dat debat zou dan moeten gaan over het al of niet racistisch zijn van uitspraken van leden van het Forum voor democratie. Over die uitspraken en het al of niet racistische karakter ervan wil ik het niet hebben.

Hiddema

Foto: Wikimedia Commons

Waarover wel? Over het alleen willen voeren van een debat over de gedane uitspraken als er een rechterlijke uitspraak ligt. Is dat niet een zeer bijzondere opvatting voor een lid van het parlement? Zijn het niet juist de leden van het parlement die voorop moeten gaan in het voeren van het debat? Kiezen wij de leden van het parlement niet juist om het maatschappelijk debat te voeren, om daarin voor te gaan en vervolgens op basis van dat debat te besluiten of en zo ja hoe er gehandeld moet gaan worden?

Hoeveel vertrouwen heeft het Forum voor Democratie in de democratie als zij pas een debat wil voeren na een rechterlijke uitspraak? Welk nut heeft een debat nog wanneer eerst de rechter om een uitspraak wordt gevraagd?

Wat fundamenteler. Als we de redenering van Hiddema doordenken, pleit hij dan niet gewoon voor een samenleving waarin rechters bepalen wat er moet gebeuren? En zijn redenering helemaal doorvoerend, pleit hij hier voor afschaffing van het parlement? Immers een debat voeren waarvan de uitkomst al vaststaat, de rechter heeft immers ‘zonder politieke voorkeuren’ besloten wat we moeten vinden, lijkt zinloos. Als hij het dan toch zo ziet, waarom stapt Hiddema niet gewoon uit het parlement en probeert het gehele partijprogramma van het Forum via de rechter gerealiseerd te krijgen?

Een laatste vraag aan Hiddema. Wat als de rechter anders oordeelt dan u hoopt? Als de rechter u ongelijk geeft en er geen sprake is van smaad of laster? Als de rechter Ollongren naspreekt en zegt: “De partij van Baudet lijkt geobsedeerd te zijn door één van de weinige taboes …, het praten over rassen in het politieke debat?”  Wat doet u dan? Beschuldigt u dan, in navolging van Wilders, de rechters van het hebben van ‘politieke voorkeuren? Van het behoren tot het ‘elite-kartel’ dat het volk eronder houdt?

Oude wijn

Politiek Nederland is al een paar weken in de ban van de ‘Wet Dijkstra’. Het initiatiefvoorstel van D66-kamerlid Pia Dijkstra over de orgaandonatie. Het voorstel waardoor iedereen donor is tenzij je aangeeft het niet te willen zijn. “In feite hebben de nabestaanden dus het laatste woord, alhoewel ze geen vetorecht hebben.” De cruciale zin uit de brief waarmee Dijkstra haar collega’s probeert te overtuigen van haar goede bedoelingen en vooral van de noodzaak van deze wet. Een bijzondere zin.

wine-1574493__340

Foto: Pixabay.com

Bijzonder omdat deze wet, volgens de initiatiefnemer, nodig is om ervoor te zorgen dat er voldoende donoren zijn. Voldoende zodat er niemand hoeft te ‘creperen’ op de wachtlijst. Alleen de Eerste kamer moet nog instemmen met de wet en omdat die Kamer er deze weken over spreekt, berichten de media er volop over.

Voldoende donoren is het doel, een doel dat ook met deze nieuwe wet al twijfelachtig is, zoals ik me vorige week afvroeg. Twijfel die door deze passage alleen maar toeneemt. ‘Nabestaanden’ impliceert dat het meer dan één persoon kan zijn. Stel dat die van mening verschillen, naar wie wordt dan geluisterd? Welke ‘nabestaande’ geeft dan de doorslag?

Wat verandert er door deze nieuwe wet nu werkelijk? In de oude situatie had je je geregistreerd of niet en in beide gevallen werden de nabestaanden gevraagd of ze akkoord waren met donatie van organen. De nabestaanden hadden ‘dus het laatste woord’. In de nieuwe situatie hebben de nabestaanden nog steeds het laatste woord. Wat verandert er?

Wat is nu überhaupt het nut van een donorregistratie? Waarom iets registreren als de keuze van de persoon vervolgens ook maar een mening is? Een mening die vervolgens minder zwaar weegt dan die van de nabestaanden?

Een wetsvoorstel waar politiek Nederland de afgelopen jaren veel tijd en energie aan heeft gespendeerd en wat is er veranderd? Een gevalletje van ‘luchtverplaatsing’ of beter nog: oude wijn in nieuwe zakken? Zonde van de tijd en energie. Of zie ik het verkeerd?

Van de muis en de olifant

“De situatie in Afrin is vreselijk, maar een veroordeling zal niets oplossen. Het klinkt misschien prachtig maar de moraal werkt hier contraproductief. Wij zijn een muis die praat tegen een olifant. Erdogan veroordelen zou geen effect hebben. Militair maken Erdogan en Rusland daar de dienst uit.” En uitspraak van Arend Jan Boekestijn in de Volkskrant. Boekestijn geeft de Minister van Buitenlandse Zaken Zijlstra gelijk dat hij Turkije niet scherp veroordeelt. Immers: “Er zit achter dat iedereen met Erdogan in gesprek wil blijven in de hoop hem te bewegen om niet nog meer gebied te bestoken. Het helpt dan niet als je hem eerst veroordeelt. Dat is een diplomatieke wet. Als de VS en de EU vanuit een moreel standpunt zeggen: wij veroordelen dit, dan heb je geen enkele invloed meer op Erdogan.”

mouse-1974360_960_720

Foto: pixabay.com

Een muis die een olifant aanspreekt, ja waarom zou die olifant luisteren? Eén tikje met zijn slurf en de muis ligt een paar honderd meter verderop. Eén poot van de olifant op de muis en de muis is een dooie muis. Waarom zou de olifant in een gesprek de muis wel serieus nemen als het weet dat de muis toch niet van zich afbijt als de olifant zich misdraagt? Waarom zou het Turkije van Erdogan zonder een veroordeling wel naar ons luisteren en verdere gebieden meer binnenvallen?

Boekestijn iets verderop in het artikel: “Ik heb het gevoel dat Erdogan weer een betere relatie met Nederland wil. Turkije heeft namelijk belangrijke economische handelsbetrekkingen met Nederland, er wonen veel Turken in ons land en bovendien heeft Erdogan bondgenoten nodig. Zijn buitenlandse politiek in het Midden-Oosten is namelijk vastgelopen nu Assad aan de winnende hand is.” De olifant die de muis nodig heeft? Als die olifant bondgenoten nodig heeft, zou hij zich dan niet anders, meer ‘muiselijk’ moeten gaan gedragen? Als dat zo is, zou de muis dan geen ‘eisen’ kunnen stellen, harde voorwaarden waaraan de olifant moet voldoen voordat hij van de diensten en de steun van de muis gebruik kan maken? Het citaat lezen kun je je zelfs afvragen of de muis aan het groeien is en de olifant aan het krimpen?

Wat fundamenteler. Zou de muis niet duidelijk moeten aangeven dat een bondgenootschap met de olifant er niet inzit zolang die olifant zijn ‘eigen kinderen’ terroriseert en opsluit omdat ze vragen stellen en zijn handelen ter discussie stellen?

Morele saus

Dat Turkije buurland Syrië is binnengevallen, zal u niet zijn ontgaan. Turkije wil, zo lees ik bij NRC, een ‘veiligheidszone’ creëren van zo’n dertig kilometer. Onze minister van Buitenlandse Zaken, Halbe Zijlstra zo lees ik bij Elsevier, wil er geen oordeel over vellen, maar wil wel bewijs zien dat het een actie van zelfverdediging is. Kind van de rekening zijn de Koerden en: “De Koerden kennen een lange geschiedenis van verraad,” zoals Arnon Grunberg het in een Voetnoot in de Volkskrant schrijft. Grunberg eindigt met het cynisch definiëren van samenwerken: “degenen helpen die je morgen zal tegenwerken.”

Koerdistan

Illustratie: Wikimedia Commons

De wereldgeschiedenis zit vol van dergelijk verraad. De Koerden zijn hierin niet de enigen. Inderdaad riep, zoals Grunberg schrijft, president Bush de Eerste de Koerden op om in opstand te komen tegen Saddam Hoessein. Toen zij dat deden liet Bush hen aan hun lot en vooral aan Saddams ‘terreur’ over. Trouwens Saddam Hoessein zou, als hij nog leefde, ook een boekje open kunnen doen over ‘helpen en tegenwerken’. Net als buurland Iran en vele andere landen en volkeren. Bekend is ook het verhaal van Osama Bin Laden. De ‘nuttige idioot’ in de strijd in Afghanistan tegen de Sovjet Unie. Alleen zette hij zijn strijd voort tegen zijn oude ‘vrienden’ en leveranciers van trainingen wapens. Dit geheel volgens de definitie van Grunberg.

Nu is ‘konkelen’ en het ‘de-vijand-van-mijn-vijand-is-mijn-vriend-denken’ iets van alle tijden. Wat knelt er dan? Waarom hebben volkeren en landen dan zo’n hekel aan het westen en veel minder aan konkelende Russen, Chinezen of Arabieren? Zou dat te maken kunnen hebben met de morele lading of ‘saus’ die het weten over haar gekonkel gooit? Het refereren aan idealen van vrijheid, democratie en zelfbeschikking? referenties die worden ‘vergeten’ zodra er financieel of enig ander gewin om de hoek komt kijken?

Zou dat het antwoord zijn op de bekende vraag  ‘why do they hate us so much?’ Zou die morele saus ‘maken dat “degene helpen die je morgen zal tegenwerken,” westerse landen zo wordt aangerekend?

Democratie meer dan verkiezingen?

(Z)e wantrouwen ons nog altijd fundamenteel. (…) het (is) nog steeds niet de bedoeling dat wij, de kleine mensen, daadwerkelijk ingaan op het aanbod om mee te doen.” Woorden van Sheila Sitalsing in haar column in de Volkskrant. Sitalsing komt tot deze conclusie op basis van de antwoorden van minister Ollongren. In die brief geeft Ollongren antwoord op vragen gesteld door politieke partijen over de afschaffing van het raadgevend correctief referendum. “Nou daarom. Omdat het kabinet dat vindt. Of juist niet vindt, al naar gelang de vraag.” zo vat Sitalsing de antwoorden samen.

demonstratie

Foto: Flickr

Over de vragen en antwoorden wil ik het niet hebben, ik heb de brief van de minister niet gelezen. Over wantrouwen schreef ik gisteren al en eindigde met de vraag: “Is onze democratie niet gebaat bij een gezonde dosis wantrouwen?”  Wantrouwen in de politiek. Als we Sitalsing mogen geloven, dan is dat wantrouwen wederzijds. Nu het ‘niet mee mogen doen’.

(D)emocratie vereist burgerbetrokkenheid. De overheid heeft legitimatie nodig” Een citaat van Pieter Winsemius in het artikel en een terechte constatering. Winsemius gaat verder: “Vraag in een zaal met honderd man: wie heeft er wel eens aan inspraak gedaan? Dan gaan zo’n vijftig, zestig handen de lucht in. Vraag je daarna: wie vond het bevredigend, dan blijven er een paar handen over. In de Bijlmer, dat was wel geestig, bleef er een hand over. Dat was de stadsdeelwethouder, die vond dat het wel goed liep.” Herkenbaar? Voor mensen die in de publieke sector werken wel. Besluiten over iets is namelijk keuzes maken en daarbij zullen altijd mensen ontevreden zijn. En mijn ervaringen leren mij dat met name mensen die ontevreden zijn naar inspraakbijeenkomsten komen, het niet eens zijn met iets.

Inspraakavonden en ook dat raadgevend correctief referendum zijn middelen om die burgerbetrokkenheid te organiseren en vorm te geven. Inderdaad is de opkomst bij ‘inspraakavonden’ vaak bedroevend en voorspelbaar. De opkomst bij verkiezingen, vooral voor lagere overheden, laat vaak te wensen over, maar is dat de enige manier om betrokken te zijn bij onze democratie, ze leveren echter nog steeds legitieme vertegenwoordigers op. Vertegenwoordigers die immers volgens de democratische regels zijn gekozen.

De vraag is echter of het slecht is gesteld met die burgerbetrokkenheid? Wat te denken van de vele actiegroepen, de demonstraties, de procedures tegen besluiten van de overheid, het ‘naming and shaming’ van bestuurders en politici die hun bevoegdheden misbruiken, de diverse (digitale) media, de onderzoekers die falend beleid aan de kaak stellen, de (groepen) inwoners die initiatieven nemen waarmee ze politici en bestuurders voor het blok zetten? Zijn dat niet ook tekenen van betrokkenheid bij de democratie? Is de democratie niet veel omvangrijker dan verkiezingen alleen?