Een gezonde dosis wantrouwen

“Van de respondenten geeft 57 procent aan geen vertrouwen te hebben in de lokale politiek.” Een zin in een artikel bij Binnenlandsbestuur. Het artikel geeft de resultaten van een onderzoek dat door een ander blad en een bedrijf is verricht. Interessant omdat over een kleine twee maanden gemeenteraadsverkiezingen zijn. Ook kent de helft van de respondenten ‘hun’ burgemeester niet, laat staan wethouders. Alarmerend natuurlijk, zeker dat gebrek aan vertrouwen. Dat is reden voor grote zorg.

vertrouwen

Illustratie: Pixabay

Als het parlement of een gemeenteraad het vertrouwen opzegt in een minister of wethouder, dan is het einde oefening voor deze minister of wethouder. Een bestuurder kan niet zonder het vertrouwen van de gekozen volksvertegenwoordigers. Politici die niet worden vertrouwd, winnen geen verkiezingen. Mensen kiezen politici die ze vertrouwen. Vertrouwen is belangrijk in politiek en bestuurlijk Nederland, een gebrek eraan is een probleem.

Of toch niet? Het vertrouwen in een politicus dat een individuele kiezer tijdens verkiezingen uitspreekt, kan best gepaard gaan met wantrouwen in de politiek als geheel. Waarom zouden mensen vertrouwen moeten hebben in de politiek als geheel? Is vertrouwen in politici en bestuurders als een burgemeester essentieel voor het goed functioneren van een democratie?

Als we de politiek en het bestuur zien als de macht, is vertrouwen dan nodig om die macht in te beheersen? Moet macht niet in balans worden gehouden door tegenmacht? Tegenmacht die niet per definitie ‘democratisch’ gekozen hoeft te zijn. Tegenmacht die niet ‘vriendelijk’ hoeft te zijn voor de macht. Zou tegenmacht gebaseerd op wantrouwen die macht beter scherp kunnen houden dan op vertrouwen gebaseerde macht?

Wantrouwende tegenmacht die politici en bestuurder op de huid zit, zou dat niet tot betere resultaten kunnen leiden? Moeten we daarom niet juist blij zijn met die 57 procent die aangeeft geen vertrouwen te hebben in de lokale politiek? Sterker nog, moeten we ons niet juist zorgen maken dat 43 procent vertrouwen heeft in de lokale politiek? Is onze democratie niet gebaat bij een gezonde dosis wantrouwen?

Klein pikje

“Deze man zou moeten worden ontslagen.”

Een tweet van de fractievoorzitter en partijleider van Forum voor Democratie, Thierry Baudet. De man die ontslagen moet worden is Gerrit Hiemstra, de weerman. “Eén tweet met 4 keer onzin. Wie kan hier overheen?”  Zo reageerde Hiemstra op de volgende tweet van Baudet: “Welnee, die film van Gore slaat echt werkelijk helemaal nergens op. Er is geen toename in extreme weersomstandigheden. Het klimaat warmt veel minder op dan altijd voorspeld. Meer CO2 heeft geweldig positief effect op plantengroei. Smog in India heeft niets met CO2 te maken. Etc.” Dit alles las ik bij Joop.

BaudetFoto: Wikimedia Commons

Ik ben benieuwd naar wat Baudet op de plek van et cetera nog had willen zeggen, maar daar gaat het mij niet om. Ik wil het ook niet hebben over wie er gelijk heeft in de klimaatdiscussie. Daar denk ik het mijne van en het mijne ligt iets meer in de lijn van Hiemstra, maar daar wil ik het nu ook niet over hebben. Het gaat mij om Baudets tweet dat Hiemstra ontslagen zou moeten worden. Dit is al de tweede keer in korte tijd dat Baudet oproept om iemand te ontslaan. Een maand of twee geleden moest een leraar Nederlands het ontgelden. Baudet is niet de enige politicus die roept om het ontslag van mensen. Zij conculega Wilders riep ook al vaker op tot het ontslag van deze of gene ambtenaar, politieman of rechter als die iets deden of beweerden waar hij het niet mee eens was.

In tegenstelling tot Wilders ‘presenteert Baudet zich als ‘intellectueel’ of eigenlijk als ‘dé intellectueel’. Boeken schrijven, pianospelen, Latijns spreken in de Kamer. Kranten zegt hij niet te lezen en een TV heeft hij niet, zo beweerde hij onlangs. Geef hem maar Shakespeare en Puccini. Gesprekken met de omstreden Amerikaan Jared Taylor voert hij: “om zich te verdiepen in het gedachtegoed van de extreem-rechtse Amerikaanse ‘Alt-right’ beweging.” Maar hij en zijn partij willen met “dergelijke denkbeelden niets te maken hebben.” 

Hoe komt het dan over als je, als groot intellectueel, om het ontslag roept van een weerman of een leraar die het wagen om iets te zeggen wat je niet bevalt? Een groot intelectueel met een ‘klein pikje’ waar hij ook nog eens zeer snel op is getrapt?

Raadslid aan de keukentafel!?

Raadsleden schijnen om te komen in het werk en vooral de verwachtingen waaraan ze moeten voldoen, zo valt te lezen op de site Binnenlandsbestuur. Raadsleden: “zitten klem tussen de selfiedemocratie in (de) wijk en de alles bedisselende regio. Ze bezwijken onder stapels stukken, de groepsdwang om toch vooral veel vragen te stellen, moties te bakken en het luisterend oor te zijn voor menig maatschappelijke misstand.” Adviseur Kirsten Veldhuijzen van de Raad voor het Openbaar Bestuur: “Doe als uw burgemeester en trek uw dorp of stad in en neem waar. Ga keukentafelen en stel met mij vast dat je in het stadhuis alleen de samenleving niet verandert. Daar heb je als publieke bemanning elkaar en de keukentafel voor nodig.”

keukentafel

Foto: Flickr

De site van de Rijksoverheid ziet de volgende taken voor raadsleden: “Raadsleden bepalen de belangrijkste punten van het beleid van de gemeente. Ze controleren of het college van burgemeester en wethouders (college van B&W) het beleid goed uitvoert. De leden van de gemeenteraad maken de begroting en controleren het financiële jaarverslag van de gemeente. Ieder gemeenteraadslid is een volksvertegenwoordiger. Een lid van de gemeenteraad moet dus goede contacten met de inwoners van de gemeente hebben.” Met de ‘keukenktafel’ adviseert Veldhuijzen raadsleden om voor die goede contacten te kiezen.

Is het een taak van een raadslid of welke volksvertegenwoordiger dan ook om de samenleving te veranderen? Hebben volksvertegenwoordigers niet de taak om namens de inwoners van een land of gemeente te handelen? Te handelen zonder ‘last en ruggespraak’?  Te handelen door naar eigen eer en geweten dat te doen wat het algemeen belang het beste dient? Door te handelen en vervolgens dit handelen te verantwoorden?

Moet je hiervoor DUS goede contacten hebben met de inwoners?  Moet een raadslid werkelijk voor de ‘keukentafel’ kiezen? Of zou enige afstand van die ‘keukentafel niet gepast of gewenst zijn om te voorkomen dat: “je betaalt wat (…) de straat bepaalt”? Bovendien loop je grote kans te ‘betalen’ wat het ontevreden, schreeuwende deel van de straat bepaalt.

De mug en de ‘collateral damage’

Ruim een maand geleden plakte iemand posters op de pilaren van een brug in Maastricht. Posters met daarop de tekst: “It’s okay to be white.” Dat was volledig aan mij voorbij gegaan totdat ik in de Volkskrant een bespreking las over drie boeken over alt-right. De posters hebben er niet lang gehangen en in die korte tijd had iemand white doorgestreept en vervangen door “anything but racist.” Volgens de recensent van deze boeken, Hassan Bahara: “klonk bij de Nederlandse afdeling van de site 4chan een stevige bulderlach. Missie geslaagd. Want dit was de bedoeling: linkse ‘gutmenschen’ tegen de schenen schoppen en verwarren met een tekst die het blank zijn viert.” 4Chan schijnt een van de alt-right groepen te zijn die de wereld rijk is.

Kanonnen

Foto: Wikimedia Commons

Wat de motieven van de poster-plakker ook mogen zijn, er is niets mis met de tekst “It’s okay to be white.” Niets in deze tekst ‘viert’ het blank zijn. net zoals er niets mis is met de tekst:“ It’s okay to be anything but racist.” En er ook niets mis is met teksten die beweren dat er niets mis is met welke huidskleur dan ook. Als het immers niet ‘okay’ is om ‘white’ te zijn, dan zou er sprake zijn van racisme. Aan de teksten mankeert niets en toch mankeert er wel iets.

Degenen die de boodschap zenden, vinden wellicht dat blanken ‘superieur’ zijn, uit de tekst kun je dat niet opmaken. Waarom besluit iemand deze, op zich niets zeggende, posters te plakken? Wat verleidt iemand andersom de tekst aan te passen? Wat verleidt Bahara om te concluderen dat dit meer is dan: “een flauwe puberstreek van internettrollen. Maar dat is een onderschatting van het ernstige karakter van alt-right (is). Want dit is wat alt-right in een notendop werkelijk inhoudt: bloedserieus racisme dat ironie en humor als glijmiddel gebruikt om pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit het publieke debat binnen te loodsen.” Door tegen de tekst te ageren, zelfs door hem aan te passen zoals in Maastricht gebeurde, roep je de verdenking op je dat je het niet ‘okay’ vindt om ‘white’ te zijn.

Alt-right moet serieus worden genomen en we moeten oppassen voor pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit. Net trouwens als voor het spiegelbeeld ervan, de fabeltjeskrant-wetenschap van ‘witte onschuld’. Die ideeën moeten worden bestreden, maar dan wel op het juiste ‘slagveld’ en met gepaste ‘wapens’. Zou het helpen als er met een kanon, ’bloedserieus racisme dat humor als glijmiddel gebruikt’, wordt geschoten op een mug, deze onschuldige teksten? Schieten met een kanon vanwege de ‘bedoelingen’ van de afzender? Zou de ‘collateral damage’ van het schot niet veel groter zijn dan een dode mug?

Liefde

Voor Unilever is belasting een belangrijke factor bij het kiezen van een vestigingsplaats, naast een stabiele overheid, de aanwezigheid van goed personeel en een prima infrastructuur.”  Dit vertelt Kees van der Waaij, voorzitter van de raad van commissarissen van Unilever Nederland, de leden van de Tweede Kamer. De Kamer hield gisteren een hoorzitting over de afschaffing van de dividendbelasting. Trouw doet er verslag van en meldt dat Shell-directeur Marjan van Loon eraan toevoegde:

“Wij koesteren de band met Nederland. Maar de liefde moet van twee kanten komen.” 

Die dividendbelasting bekoelt dus de liefde?

liefde

Illustratie: Pixabay

Beste bedrijfshotemetoten, hoe zit het met de liefde van uw kant en die van uw aandeelhouders? Laten we het lijstje eens nalopen. Die stabiele overheid. Je kunt er veel van vinden en vooral mensen aan de onderkant van de samenleving hebben redenen om te klagen over een gebrek aan stabiliteit. Alhoewel, als de afgelopen jaren iets duidelijk maken voor deze groep, dan is het dat ze op steeds minder ondersteuning van de overheid hoeven te rekenen. De bovenkant van de samenleving en vooral bedrijven zoals de uwen, hoeven zich op dit punt niet te beklagen. Uw tweede thuisland, het verenigd Koninkrijk, lijkt in deze Brexit-jaren op dit gebied aardig ‘van het padje’.

Goed personeel is ook geen probleem. Het opleidingsniveau van ‘de Nederlander’ wordt steeds hoger, al kun je daar wat vraagtekens bij plaatsen. Ja, u ziet wellicht ook dat de samenleving vergrijst en dat er eigenlijk weinig jongeren zijn om de pensioengangers te vervangen. Daar zou u wat aan kunnen doen. U kunt gebruikmaken van ‘die vertrouwelijke contacten’ met politici om te pleiten voor wat minder rigiditeit in de omgang met vluchtelingen en andere ‘gelukszoekers’. U zou eens contact op kunnen nemen met VVD-er Malik Azmani en hem ervan overtuigen dat ‘fort Europa’ en ‘opvang in de regio’ wel goed liggen bij Wilders, maar toch wat minder in het belang zijn van uw bedrijven.

Qua infrastructuur heeft u niets te klagen. Nederland kent zo ongeveer het dichtste wegennet van Nederland. Ja, in het spoor kan wat meer worden geïnvesteerd. Oh nee, voor Shell is dat natuurlijk geen goede zaak, of niet mevrouw Van Loon?

Wij Nederlanders hebben flink geïnvesteerd in deze zaken. Dat doen wij met liefde, voor onszelf maar natuurlijk ook voor u. Wij verdienen daar onze boterham mee en over die verdienste betalen wij belastingen waarmee we dit allemaal betalen. U verdient daar bedragen mee die ik me niet kan voorstellen en daarover betaalt u winstbelasting. Alhoewel, veel multinationals maken gebruik van ‘belastingparadijzen’ zoals Nederland om die belasting te ontwijken. Dat dit ‘paradijselijk belastingklimaat’ in Nederland wellicht een gevolg is van uw ‘vertrouwelijke contacten’ zou ik niet durven te beweren.

Die winst sluist u voor een deel door naar uw aandeelhouders als dividend. Is het teveel gevraagd dat wij uw aandeelhouders vragen om ook een beetje ‘liefde’ te tonen?

Feiten en meningen

“Ik vind dat leraren en politici moeten streven naar zorgvuldigheid. Het moet duidelijk zijn wanneer iets een mening is en wanneer iets een feit. In een opdracht voor leerlingen feiten en meningen met elkaar verweven vind ik onzorgvuldig.”

Een uitspraak van Karin den Heijer lerares wiskunde en bestuurslid bij Beter Onderwijs Nederland. Ik las dit in een artikel bij TPO. Den Heijer reageert hiermee op de commotie die ontstond toen docent Ivar Gierveld een schrijfopdracht over Thierry Baudet gaf aan zijn leerlingen. Baudet en zijn aanhangers reageerden als door een wesp gestoken op deze opdracht.

Feit en fictie

Illustratie: FOODISH.nl

Het gaat mij niet om Baudet en de commotie, maar om de bewering van Den Heijer. Laten we er eens een voorbeeld bij pakken. Gierveld schreef: “In zijn wereldbeeld is klimaatverandering een verzinsel.” Den Heijer geeft aan dat Baudet dit niet heeft beweerd, Gierveld verdraait de woorden van Baudet. Volgens haar zei Baudet: “Door bakken met geld te besteden aan het klimaat, blijft voor reëel en urgente zaken als armoedebestrijding minder over.” Als Baudet dit precies zo heeft gezegd, dan heeft hij inderdaad niet direct beweerd dat de klimaatverandering een verzinsel is. Maar wat zegt hij indirect? Baudet maakt een vergelijking en zet klimaatverandering af tegen armoedebestrijding. Armoedebestrijding noemt hij urgent en reëel. Mag je, omdat hij deze vergelijking zo maakt, dan niet concluderen dat Baudet klimaatverandering niet urgent en niet reëel en dus irreëel vindt? En van irreëel of onwerkelijk naar een verzinsel is slechts een kleine stap. Inderdaad heeft Baudet niet letterlijk gezegd dat klimaatverandering een verzinsel is. Op basis van logisch redeneren is dit wel een goede interpretatie van hetgeen hij heeft gezegd en is het daarmee niet veel meer dan een ‘mening’?

Feiten en meningen moeten volgens Den Heijer worden gescheiden anders ‘verdwalen’ de leerlingen. Alleen gebeurt dat in het ‘echte leven’ ook niet altijd. Met name in de politiek is zorgvuldigheid, waar Den Heijer voor pleit, vaak ver te zoeken. Kijk maar naar de commotie rond het Wetenschappelijk Onderzoek- en documentatiecentrum (WODC), dat politieke wensen ‘wetenschappelijk’ moest onderbouwen. Het leven zou inderdaad veel makkelijker zijn als feiten en meningen duidelijk van elkaar worden gescheiden.

Moeten we de scholieren en studenten niet opleiden voor het ‘echte leven’? Een leven waar feit en fictie door elkaar heen lopen? Waar je president van een groot land kunt worden door een feit als mening en een mening als feit te verkopen?

Rationeel in irrationele tijden?

“Ten overstaan van verbijsterde politici heeft de Britse minister voor Brexit David Davis verklaard dat de regering geen flauw idee heeft van de economische gevolgen van de uittreding uit de EU. De voorzitter van de commissie die zich over de Brexit buigt wilde van de minister weten of er onderzoek is gedaan naar de gevolgen. Nee, antwoordde David Davis, Geen enkel.” Dit las ik bij Joop en ik hoorde het eerder al op de radio. Verbazing alom hierover. Is die verbazing wel terecht?

Brexit.jpg

Illustratie: Brexit Panic | frankieleon | Flickr

Welke onderzoeker geloof je? In de aanloop naar het Brexitreferendum verscheen het ene na het andere onderzoek en rapport naar de economische gevolgen van een Brexit. Onderzoeken die economische ‘hel en verdoemenis’ voorspelden of een terugkeer van het ‘stenentijdperk werden afgewisseld met rapporten die voorspelden dat het tot de ‘hemel op aarde’ of een ‘brave new world’ zou leiden. Zo ongeveer te vergelijken met het onderzoek dat de PVV liet doen naar een Nexit, volgens dat onderzoek zou ieder huishouden er tienduizend euro op vooruitgaan bij een Nexit. Hoe de Brexit werkelijk uit zal vallen, weet nu nog niemand.

Een slagje verder. Onderzoek je niet iets als je wilt weten welke effecten dat iets zal hebben. Als je wilt weten of die handeling verstandig is, of je die handeling wel moet verrichten. Als ik wil overstappen van energieleverancier of bank, dan onderzoek ik welke voor- en nadelen de verschillende opties met zich meebrengen. Op basis van dat onderzoek neem ik dan een besluit waarbij ik weeg of bijvoorbeeld het milieu zwaarder weegt dan een klein financieel voordeel. Waarom zou je een onderzoek doen naar de gevolgen van een besluit als het besluit toch al is genomen? Er is immers al tot een Brexit besloten. Welke zin heeft onderzoek dan nog?

‘Om je voor te bereiden op de gevolgen,’ zou het antwoord kunnen zijn. Maar ja, welke gevolgen? Die van de zwartkijkers of de jubelaars? Zou het immers niet vreemd zijn als er nu wel een voor zowel voor- als tegenstanders geloofwaardige onderzoeker te vinden is?

Hoe verbaasd de reacties ook zijn, zou je, op grond van de genomen besluiten en omstandigheden, het handelen van minister Davis niet als rationeel kunnen noemen? Hij accepteert immers het voldongen feit en verspilt geen tijd en geld aan onderzoeken naar gevolgen van een genomen besluit dat niet terug wordt gedraaid. Hoe irrationeel het genomen besluit wellicht ook is.

Risicovermijding

Een week of twee geleden, zo vlak na de intocht van Sinterklaas vroeg ik me af of we de Sint zouden kunnen vragen om bij onze bestuurders, volksvertegenwoordigers  en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand in de schoen te stoppen. Dit naar aanleiding van de gebeurtenissen rond die intocht.

Angst

Foto: Flickr

Afgelopen week konden de ‘anti-piet-demonstranten’ als nog demonstreren en werd alles uit de kast getrokken om dit mogelijk te maken: “Begeleid door negen ME-busjes, twee sleepwagens, een politiewagen en elf motoragenten vertrokken drie bussen vol demonstranten zaterdagochtend naar Dokkum, om daar alsnog te demonstreren tegen Zwarte Piet,” aldus de Volkskrant. Elders viel te lezen dat onderweg op- en afritten werden afgezet om de drie bussen inclusief ‘begeleidende’ voertuigen ongehinderd naar Dokkum te laten rijden. De voorzitter van de politievakbond ACP van de Kamp becijferde dat deze stoet de belastingbetaler wellicht een half miljoen heeft gekost en dat: “Dit gaat ten koste van ander politiewerk dat al flink onder druk staat.” Dat was weer tegen het zere been van Volkskrantcolumnist Sheila Sitalsing: “Het zou er beslist een stuk goedkoper op worden als we in de grondrechten zouden snoeien.”

Dit hele gebeuren roept een vraag op, namelijk of de te passieve houding van de overheid van twee weken geleden niet is ingeruild voor een te actieve houding nu? Als onze overheid zich dit twee weken geleden had gerealiseerd en de ballen had gehad, dan had ze de betreffende snelweg vrijgemaakt en de bussen toen fijn naar Dokkum laten rijden alwaar de demonstranten, volgens afspraak, hun mening hadden kunnen uiten.

Demonstreren is een grondrecht dat slechts bij hoge uitzondering en liefst nooit, verboden mag worden. Tegen mensen die een demonstratie proberen te verhinderen, moet worden opgetreden. Optreden door hinderaars te verwijderen en, indien nodig, op te pakken. Dat had, zoals hierboven al geschreven, twee weken geleden moeten gebeuren. Is het optreden van nu niet het andere uiterste? Door als overheid als ‘reisleider’ op te treden van demonstranten en hen met inzet van veel middelen een paar bussen honderdvijfenzestig kilometer lang te begeleiden met zoveel materieel en personeel?

Zou Sint een dosis gezond, democratisch verstand anders hebben geïnterpreteerd? Of zouden de bestuurders mijn schrijven van twee weken geleden verkeerd hebben begrepen? Is zowel die passieve als die actieve houding niet ingegeven door het uit willen sluiten van elke vorm van risico? Dus gebaseerd op angst en zoals het spreekwoord luidt: angst is een slechte raadgever?

…langs elkaar heen lopen

“Kortom, hoe groter de gemeente, hoe slechter de herkenbaarheid van de gemeenteraad en hoe zwaarder haar taak om democratische controle uit te oefenen.”

Dit schrijft Geerten Waling over gemeentelijke herindelingen bij Elsevier. Waling ziet twee bezwaren tegen herindeling.

Landgraaf

Illustratie: Wikimedia Commons

Zijn eerste bezwaar verwoordt hij als volgt: “De gemeenteraden worden weliswaar groter, maar staan ook verder op afstand van de burger. De herkenbaarheid die zo belangrijk is voor de lokale politiek valt daarmee deels weg.” Een bekend argument: de afstand tussen politiek en burger. Nu heb ik me eerder al eens afgevraagd of de afstand tussen kiezer en gekozene niet inherent is aan onze democratie. Afgevraagd of het vertegenwoordigen van het volk niet iets anders is dan het ‘verkondigen van de mening’ van het volk. Dat het vertegenwoordigen van het volk betekent handelen namens het gehele volk en dat daarvoor afstand tot de burger van belang is.

“Ook zijn de dossiers in grote gemeenten ingewikkelder en neemt de omvang van het ambtelijk apparaat toe.” Aldus het tweede bezwaar van Waling. Een wat vreemd bezwaar omdat gemeenten in de basis allemaal dezelfde opdracht hebben. Als het rijk taken, zoals de zorg voor de jeugd of de ondersteuning van hulpbehoevenden aan de gemeente toebedeelt, dan bedeelt zij dit aan alle gemeenten toe. Laat nu het rijk steeds meer zaken bij de gemeente neerleggen omdat de gemeente de ‘meest nabije overheid’ is. Betekent dit niet dat dossiers in kleine gemeenten net zo complex zijn als in grote gemeenten? Een kleine gemeente moet, net als een grote voorbereid zijn op rampen, moet er rekening mee houden dat een jeugdige zeer dure zorg nodig heeft en die dus beschikbaar hebben voor als dit zich voordoet. Het enige verschil, is het verschil in aantal, in grotere gemeenten betreft het meer gevallen, en dus geld.

Dat verschil in aantal en geld maakt ook dat een grotere gemeente meer specialisme in huis heeft. Iets wat de kwaliteit van het bestuur ten goede komt. Dat verschil maakt dat kleinere gemeenten samen moeten werken. Als mijn ervaring bij de gemeentelijke overheid me iets heeft geleerd, dan is het dat samenwerking zeer veel energie, tijd en geld kost. Iedere gemeente wil haar eigenheid of zoals ze dat dan noemen ‘couleur locale’ behouden. Dit houdt meestal in dat iedere gemeente overal over mee wil denken, praten en besluiten. Dit is te begrijpen want iedere gemeente is ook verantwoordelijk. Tot efficiënte samenwerking leidt het zelden. Het leidt meestal tot ‘zo dicht mogelijk langs elkaar heen lopen’. Zo proberen ze de opgave aan te passen aan de gemeente, de bestuurseenheid.

Waling pleit voor beter luisteren naar de bevolking, die meestal geen herindeling wil. Hij haalt het voorbeeld van Landgraaf aan, daar: “is inmiddels per referendum tegen de fusie gestemd.” Nu is Landgraaf zelf een fusiegemeente, zouden we hier niet uit kunnen concluderen dat mensen na verloop van tijd wennen aan het nieuwe en zich eraan hechten? Als dat zo is, zouden we in dit land dan in een keer de bestuurseenheid aanpassen aan de opgave?

Legers en vertrouwen in democratie

“De vrede in Europa, die we intussen al onwaarschijnlijk lang beleven, zou dus met een Europees leger nog meer worden veilig gesteld en extreem nationalistische of fascistische elementen weten zich bij voorbaat kansloos.”

Met die zin sluit Henk Witte zijn artikel bij Joop af. Witte pleit voor een Europees leger en dat kan en mag. Hij zal tegen- en medestanders op zijn weg vinden.

Leger

Foto: Pixabay

Of zo’n leger er wel of niet moet komen, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om een van de argumenten die Witte gebruikt: “Noch van de Russen, noch van de moslimwereld behoeven we, op wat individuele dwaallichten na, werkelijk bang te zijn. Het zijn vooral de ontwikkelingen binnen Europa zelf die op gespannen voet met onze vrije democratieën staan.” Dat Europese leger zou met name een rol moeten krijgen in het bestrijden van die extreem nationalistische of facistische elementen. Een rol die al begint met de afschrikking die uitgaat van zo’n leger. De afschrikking zou die elementen al de moed in de schoenen moeten doen zakken.

Lees ik het goed? Pleit Witte ervoor om dat leger met name binnenlands in te zetten? Pleit hij ervoor het leger in te zetten tegen binnenlandse politieke partijen en bewegingen? Wordt het leger zo geen speelbal van de politiek? Als we dit naar de Nederlandse situatie vertalen, dan zou het kunnen betekenen dat de vier partijen die het kabinet vormen, besluiten het leger in te zetten tegen het Forum voor Democratie. Je zou die partij immers ‘extreem nationalistisch’ kunnen noemen, net als trouwens de PVV en afhankelijk van je eigen ‘denkframe’ zou je ook het CDA, de VVD onder die noemer kunnen scharen. Lastig hierbij is dat die mede de regering vormen. Leiden Witte’s ideeën er niet toe dat het leger een binnenlandspolitiek instrument wordt? Zou het werkelijk verstandig zijn om die weg op te gaan?

Witte lijkt vooral te denken aan het inzetten van dat leger in andere Europese landen: “Sommige landen in Europa maken al een aardige beweging in de richting van een staat waarin democratie een ondergeschikte rol lijkt te gaan spelen.” Gaan dan de andere landen dat leger de opdracht geven om bijvoorbeeld Hongarije of Polen binnen te vallen om de regering aldaar af te zetten?

Is een van de kenmerken van een vrije democratie niet dat politieke meningsverschillen in het publieke domein worden bediscussieerd? Als iemand hierbij de wet overtreedt is het dan niet de taak van de politie en justitie om op te treden en van de rechter om recht te spreken? Zou een kenmerk van de Europese samenwerking niet moeten zijn dat een land dat de Europese democratische grondregels schendt, uit de EU wordt gezet en dus ook niet meer de vruchten van die samenwerking kan plukken? Getuigt het pleidooi van Witte niet van een gebrek aan vertrouwen in de kracht van de vrije democratie?