Snelwaarheid

 Na de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 staan de kranten vol met artikelen ter verklaring van de winst van de PVV en de NSC maar vooral ook van het verlies van links. ’Links’ zou zijn afgedwaald van haar oorspronkelijke wortels: het opkomen voor de arbeiders. Of het zou ‘links’ ontbreken aan een groot verhaal, zoals Rob Wijnberg betoogt, immers: “Tussen de melodietjes van eerlijker delen en biologischer boeren klinkt namelijk voortdurend het refrein van: minder, minder, minder. Niet het soort ‘minder’ waarmee Geert Wilders al jaren tegen de grenzen van de rechtsstaat aanschuurt, maar van het soort waarmee je de rijke westerse postmoderne consument regelrecht het kamp van de tegenpartij injaagt: die van minder vlees op de barbecue, minder vakanties in verre oorden, minder vrijheid om te doen en laten wat je wil.” Zou het of zou er iets anders aan de hand kunnen zijn?

Neem het ‘opkomen voor de arbeider’. Als je naar de cijfers kijkt, dan is ‘opkomen voor de arbeider’ een verliezende strategie. Het percentage mensen dat in Nederland in de goederenproductie werkt is tussen 1969 en 2021 gedaald van 39% naar16% en een steeds groter deel hiervan is arbeidsmigrant zonder stemrecht. Met de ‘arbeider’ win je geen verkiezingen. Een ‘groot links verhaal’ heeft in Nederland nooit 60 zetels behaald. De PvdA en de voorlopers van GroenLinks haalden maximaal 59 en dat was in 1977. Zelfs de premiersbonus hielp het ‘linkse verhaal’ in 1977 niet aan een meerderheid en nadat Wim Kok de ideologische veren afschudde, was het gedaan met de ‘grote verhalen’. Zitten mensen werkelijk te wachten op een groot links verhaal? Of zou er iets anders aan de hand kunnen zijn? Bij het denken daarover kwam ik uit bij twee boeken van Alessandro Baricco waarin hij de westerse samenleving op een bijzondere wijze analyseert en beschrijft.

Bron: Wikipedia

In de Barbaren  beschrijft hij het steeds oppervlakkiger worden van onze samenleving. Hij doet dat aan de hand van boeken, wijn en voetbal. In een eerdere Prikker besteedde ik al eens aandacht aan Baricco. Er wordt meer wijn gedronken, maar kwaliteitswijn leidt een kwijnend bestaan. Net zoals de literatuur terwijl er veel meer boeken worden verkocht. Als voetballiefhebber betreurt hij het lot van Roberto Baggio de sierlijke specialist die steeds vaker op de bank zat omdat hij geen totaalvoetballer was. Die ‘barbaren’ leken zich niets aan te trekken van oude conventies. Ze leefden in een andere wereld. Het leven als een aaneenschakeling van korte momenten van sensatie zonder verdieping. De nieuwe mens, de barbaar, als een surfer. Scherend over het water ziet de surfer veel van het oppervlak van de zee, maar mist de diepgang van de duiker die veel minder oppervlakte bestrijkt maar wel een betere indruk krijgt van wat een zee is. Met hun gedrag gaven de barbaren een inkijkje in de nieuwe wereld: “een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.[1]

Tien jaar later beschrijft hij in The Game als een soort archeoloog de ontstaansgeschiedenis van die nieuwe wereld. Hij probeert er als het ware een landkaart van te maken of, zoals het op de kaft kort wordt omschreven: “In The Game onderzoekt hij de digitale revolutie en de gevolgen daarvan voor de mens.” Zo ziet hij het Nederlandse totaalvoetbal uit de jaren zeventig als een van de voorgangers van het Web: “het Nederlands elftal heeft maar zelden een toernooi gewonnen …. .Niettemin was de roep ervan onweerstaanbaar, en dat had te maken met een zeker ontsluiten van horizonten, de verpulvering van de vele regels, de vernietiging van onbenullige mentale blokkades en het opeisen van een nieuwe gelijkheid.[2]” Als je het zo leest dan zijn er wel wat parallellen met het Web. Baricco vergelijkt de digitale revolutie met een game, een computerspel, vandaar de titel. In een game gaat het om problemen en snelle oplossingen, om actie en reactie, en om een score. Die eigenschappen vormen, zo betoogt Baricco, de kern van de gehele digitale revolutie.

Baricco gaat terug naar de beginperiode van de die revolutie. De revolutionairen: “ waren mensen op de vlucht … die probeerden te ontsnappen aan een eeuw die een van de gruwelijkste in de geschiedenis van de mensheid was geweest, en die niemand had gespaard.” Een eeuw die: “een indrukwekkende reeks rampen achter zich (liet). En bij bestudering van die rampen zie je: “De obsessie met grenzen, de verafgoding van alle mogelijke scheidslijnen, de drang om de wereld in te delen in beschermde zones die niet met elkaar in contact stonden.[3] Zij wilden beweging. De revolutionairen wilden: “Grenzen boycotten, alle muren neerhalen, één open ruimte inrichten waarin alles moest gaan circuleren. Immobiliteit demoniseren. Beweging aanduiden als eerste, noodzakelijke, totemistische, onbetwistbare waarde.[4]Daarbij stonden twee vijanden in de weg. Als eerste: “een bepaald verontrustend stelsel van normen en waarde” en als tweede: “de keiharde elite die dat stelsel bewaakte. Deze waren allebei diep geworteld in de instituten, al eeuwenlang stevig verankerd, en sterk geworden door een beproefde vorm van intelligentie.[5]

Maar hoe die revolutie vorm te geven? Volgens Baricco kon dat op twee manieren. Als eerste: “kon je kiezen voor een frontale botsing, en dan ging het erom ideeën, normen en waarden te produceren.  … Een ideologische strijd op het open veld der ideeën.” Voor die manier kozen de revolutionairen niet omdat ze:  “al zo vaak (hadden) gezien dat ‘ideeën’ tot  rampen konden leiden, dat ze daar een zekere instinctieve argwaan tegen koesterden. Bovendien waren ze voor het merendeel afkomstig uit een mannelijke, technische, rationele, pragmatische elite, en als ze ergens talent voor hadden dan lag dat in de richting van problem solving, niet in het uitwerken van conceptuele systemen.” Ze richtten zich niet op de theorie maar op de praktijk. Op het oplossen van zaken die zij zagen als probleem. Dat deden ze door: “systematisch die oplossing te kiezen die de grond wegsloeg onder de voeten van de samenleving waaruit zij wilden ontsnappen. Niet de beste oplossing of de meest doeltreffende, nee, de oplossing die de hoekstenen aantastte van de samenleving waarvan ze zich wilden ontdoen. [6] Die ‘aparte mensheid’ liet de ideologie varen en concentreerde zich op de techniek, de tools. ‘In ieder huis een computer,’ voorspelde de al genoemde Brand in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Deze ‘aparte mensheid’ wilde dus weg van ideeën en hun bemiddelaars, de ideologen. Zij wilden de macht bij het volk.

Een van de belangrijkste eigenschappen van de tools was daarom dat iedereen ze makkelijk kan gebruiken. Je hebt geen ‘expert’ of ‘tussenpersoon’ nodig om een app te versturen. Je huis of auto verhuren kun je zelf, via Airbnb of Uber. Om je bankstel te verkopen hoef je het niet meer naar een handelaar in tweedehandsjes te brengen. Je kunt het rechtstreeks aan een geïnteresseerde verkopen. Als de digitale revolutie iets is, dan is het de uitschakeling van de ‘tussenpersoon’. Baricco: “ze verkozen de beweging en ontmantelden elke bemiddeling. Het was een slinkse methode, maar onontkoombaar en moeilijk tegen te gaan. Toegepast op elk aspect van de ervaring – van de aanschaf van een boek en de manier van vakantiekiekjes maken tot het opzoeken van de definitie van ‘kwantummechanica’- genereerde deze een soort erosie die zich niets aantrok van de grote machtsinstellingen (scholen, parlementen, kerken) en die de wereld van onderaf binnendrong, en haar op bijna onzichtbare wijze bevrijdde.[7]

“Veel mensen proberen de aard van de mens te veranderen, maar dat is echt tijdverspilling. Je kunt de aard van de mens niet veranderen, wat je wel kunt doen is de tools die ze gebruiken veranderen, de techniek veranderen. Dan verander je de samenleving.[8]Aldus Steward Brand een van de personen die aan de basis stond van die revolutie. En daar heeft hij een punt. De mens vindt al eeuwen zaken uit en die uitvindingen veranderen de manier waarop mensen samenleven. De ‘uitvinding’ van de landbouw zo’n 10.000 jaar geleden, leidde tot een heel andere manier van samenleven. Hetzelfde geldt voor de industriële revolutie. Maar niet alleen dergelijke grote ontwikkelingen veranderen ons gedrag, ook kleinere. Zo heeft de auto onze wereld vergroot en als je twintig jaar had beweerd dat we te pas en te onpas op een klein beeldscherm zouden kijken dan was je weggelachen.

De nieuwe tools, de PC, het mobieltje, maar ook Twitter, Facebook, Instagram en sinds kort Artificiële Intelligentie hebben de twee diep in instituten gewortelde vijanden een kopje kleiner gemaakt. De media, de overheid, politieke partijen, vakbonden, de wetenschap, in Baricco’s woorden de in instituten verankerde elite die het ‘stelsel van normen en waarden’ bewaakten, ze zijn geen schim meer van wat ze vroeger waren. Ze zijn geen schim meer van wat ze waren omdat ze de belangrijkste truc van The Game niet beheersen. Die truc noemt Baricco ‘snelwaarheid’.

Een snelwaarheid: “is een waarheid die om naar de oppervlakte van de wereld te komen – dat wil zeggen, om begrijpelijk te worden voor de meeste mensen, en ieders aandacht te krijgen – zichzelf een aerodynamisch design heeft aangemeten, waarbij ze onderweg aan nauwkeurigheid en precisie inboette, maar wel aan beknoptheid en snelheid won.[9] Cruciaal voor een snelwaarheid is het verhaal erachter: storytelling. Storytelling: “is niet iets wat de realiteit verpakt , of vermomt, of verfraait: het is iets wat deel uitmaakt van de realiteit, het is een deel van alle dingen die echt zijn,” zo betoogt Baricco en vervolgt: “Wil je een formuletje om dat concept gemakkelijker te metaboliseren: Komt-ie: ONTDOE DE REALITEIT VAN DE FEITEN, EN WAT ER DAN OVERBLIJFT IS STORYTELLING.[10]

Nu is storytelling niets nieuws onder de zon. Sprookjes, sagen mythen, het zijn allemaal vormen van storytelling waarvoor opgaat dat het is wat na verwijdering van de feiten overblijft. Wat wel nieuw is, is de compactheid ervan. Baricco geeft een snelwaarheid. Een bericht uit 2016: “De verkopen van vinyl overstegen in 2016 die van digitale muziek”. Een bericht dat boven kwam drijven en door iedereen werd opgemerkt want het lijkt zo onwaarschijnlijk. Dat kan toch niet waar zijn want iedereen heeft toch verschillende playlists op de mobiel. Wat er werkelijk aan de hand was, had geen enkel medium gehaald. Dat was namelijk dat gedurende één week in 2016 in één land, het Verenigd Koninkrijk, er meer vinyl was verkocht dan dat er muziek was gedownload. Om de aandacht van ons te halen moet de echte werkelijkheid wat van haar nauwkeurigheid verliezen. In dit geval dat het slechts één week betrof in slechts één land[11]. Laat dat weg, en de rest is allemaal ‘verhaal’.

Een recent voorbeeld van zo’n snelwaarheid is de veronderstelde mildheid van Wilders. Een prachtig verhaal over een bullebak waarvan wordt verondersteld dat hij minder is gaan ‘bullen’ of is het ‘bullenbakken’? Een snelwaarheid die niet is gebaseerd op Wilders’ uitspraken of daden. Die zijn niet veranderd want ook al voor deze verkiezingen aaide hij poesjes. Het verhaal is gebaseerd op vragen van journalisten aan gewone mensen of zij Wilders milder vonden. Het kreeg echt momentum toen de boodschap werd samengeperst tot het meest ‘aerodynamische design’ dat je je maar kunt bedenken: ‘Milders’.

‘Snelwaarheden’ als oplossing voor problemen maar wel op een bijzondere manier. Baricco: “ Toen ik eens een kort, nutteloos uitstapje naar de politiek maakte, was ik getuige van de volgende situatie: er moest een probleem worden opgelost, en er lagen verschillende oplossingen op tafel. Er moest er een worden gekozen. De politicus van dienst bekijkt ze en zegt: welke zouden we het beste kunnen verkopen?” Let wel hij vraagt niet welke het beste zou kunnen wérken.[12] Ik denk dat ik met ‘Spreidingswet’ verder niets meer hoef uit te leggen. Maar voor degenen die nog twijfelen nog wat voorbeelden: opvang in de regio, de toeslagenaffaire, de decentralisatie van de jeugdhulp naar de gemeenten op basis van snelwaarheden als ‘de gemeente is de meest nabije overheid. Niet de beste oplossing maar de oplossing die het beste verkocht kan worden, een ‘snelwaarheidoplossing’ van het soort ‘de grenzen dicht’. Oplossingen die goed verkopen, weinig tot niets oplossen en vooral problemen verergeren.

Het zal jullie nu wel duidelijk zijn dat deze prikker geen voorbeeld van een snelwaarheid is. Deze prikker is geen voorbeeld van voor eenentwintigste-eeuwse storytelling. Een betoog gestoeld op de interpretatie en analyse van feiten en waarnemingen. De prikker scheert niet als een ‘barbaarse surfer’ over het water’ maar gaat als een duiker de diepte in om te onderzoeken wat er allemaal onder het oppervlak gebeurt. En dat zijn precies de verhalen die het moeilijk hebben in het ‘Gametijdperk. Dat is ook de reden waarom het pleidooi van Wijnberg voor ‘grote verhalen’ niet tot betere verkiezingsresultaten voor links zal leiden. Zo’n ‘groot verhaal’ doet het goed bij mensen zoals de  Ballonnendoorprikker. Maar zo’n groot verhaal kan niet concurreren met ‘minder, minder, minder’ wat de tegenstanders ervan maken. Pas als het grote verhaal kan worden samengeperst tot een refrein van ‘meer, meer, meer’ zal het voldoende ‘aerodynamisch’ zijn om ‘minder, minder, minder’ te verdringen. ‘Meer’ en dan zeker drie keer, doet het beter dan ‘minder’.

“Ik schreef  De barbaren, maar intussen wist ik dat de ontmaskering van de diepte zou kunnen leiden tot de heerschappij van de onbeduidendheid.” Dit schrijft Baricco in het laatste hoofdstuk van De Barbaren. Een hoofdstuk waarin hij zogenaamd vanuit 2026 waarin hij terugblikt op de tijd dat hij het boek schreef. De ‘heerschappij van de onbeduidendheid’ is alom tegenwoordig in de talkshows die televisie bevolken en die ervoor zorgen dat voormalige voetballers Johan Derksen en René van de Gijp zijn ‘uitgegroeid’ tot de belangrijkste politieke duiders aangevuld met gasten zoals de Gerard Jolings en Jack van Gelders van deze wereld. “En ik wist dat de heruitvinding van de oppervlakte vaak leidde tot het ongewenste effect, namelijk dat vanwege een misverstand de pure domheid werd uitgeklaard, of de lachwekkende simulatie van een diepe gedacht,” zo vervolgt Baricco. Een betere beschrijving van de talkshows van vandaag kan ik niet geven. “Van die barbaren ontvangen we een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.[13] Dat hoopvolle plot kan ik tot op heden nog niet ontdekken, maar we hebben nog twee jaar tot 2026.

Wat ik wel zie is, en daarmee vervolg Baricco, dat de ‘barbaren’ zich: “bewegen (…) in hordes, door een revolutionair instinct gedreven tot collectieve en bovenpersoonlijke scheppingen.[14] Dit omdat een mens naast individu nog steeds ook een sociaal groepsdier is maar met wie? Dat is de vraag in een ‘grenzeloze samenleving, zonder muren, die ene open ruimte waarin alles circuleert, zonder bindende centra’.  Dus maar in ‘hordes’ achter de op dat moment bovenkomende  snelwaarheid aan. In maart 2023 was dit Van der Plas en de BBB de bovenkomende snelwaarheid in november 2023 Wilders. Zo ‘surft’ de horde over het wateroppervlak aangedreven of beter gezegd aangetrokken door de meest recente snelwaarheid. Eerst het ‘gewone’ van van der Plas en later ‘Milders’.

Analyse en diepgang, nodig om een ‘groot verhaal’ te schrijven en te begrijpen, zijn zaken voor mensen zoals de Ballonnendoorprikker en Rob Wijnberg, ze zijn van vroeger. Mensen die, zoals ik in mijn vorige prikker deed, wijzen op het gemak waarmee grondrechten verworden tot snelwaarheden. Het recht om je mening te uiten en te demonstreren wordt een ‘verdienmodel’ of een ‘criminele organisatie’. Nu is de kracht van ‘links’ altijd het grote verhaal geweest. En ‘Links’ had dan wel gelijk, het kreeg niet het krediet van dat gelijk. Zo leert Lenny Vulpenhorst bij in een artikel bij Stuk Rood Vlees de lessen van Hans Daudt[15]. De eerste drie lessen van Daudt zijn: “Eén: er is sinds de Tweede Wereldoorlog constant een rechtse meerderheid in de Tweede Kamer. Twee: sociaaldemocraten (…) mogen eigenlijk alleen meeregeren als het niet anders kan. En drie: ondanks dat Nederland een conservatief land is, worden veel onderwerpen die door links worden geagendeerd vroeg of laat door rechts uitgevoerd.”  Zelfs in de tijd van de grote verhalen, hielpen die verhalen ‘links’ dus niet aan macht maar het was wel de stroming die inhoudelijk het meest voor elkaar kreeg.

Wat ‘links’ in deze nieuwe ‘barbarentijd’ moet leren, is niet het verkopen van hun groot verhaal om zo aan de macht te komen om het uit te voeren. Een ‘groot verhaal’ legt het altijd af tegen een snelwaarheid. Voor het uitvoeren van je ideeën is regeren niet nodig. Daudt: regeren wordt overschat: “Coalitievorming leidt ertoe dat standpunten van partijen die niet deelnemen aan een kabinet toch vaak een plek krijgen in het regeringsbeleid.” Wat ‘links’ moet leren is dat grote verhaal op te delen in ‘snelwaarheden’ en op het juiste moment de juiste ‘snelwaarheid’ aan het oppervlak te laten komen. Dan zijn ‘centrum’ en ’rechts’ wel machtshongerig genoeg om op die horde te springen. Het verschil tussen ‘links’ en ‘niet-links’ is dat ‘links’ actie wil als het regeert en er ook op wordt afgerekend terwijl: “Niet-links kan goed regeren door niets te doen of keuzen uit te stellen.” En als er één tijdperk is dat het gelijk van deze uitspraak aantoont, dan zijn het de laatste twintig jaar.


[1] Alessandro Baricco, De Barbaren, pagina 211-212

[2] Alessandro Baricco, The Game, pagina 91

[3] Idem, pagina 98

[4] Idem, pagina 100.

[5] Idem, pagina 104-105

[6] Idem pagina 105

[7] Idem pagina 106

[8] Idem, pagina 113

[9] Idem, pagina 293-294

[10] Idem, pagina 302

[11] Idem, pagima 294-295

[12] Alessandro Baricco, The Game, pagina 306

[13] Alessandro Baricco, De Barbaren, pagina 211

[14] Idem, pagina 211

[15] Daudt was van 1963 tot 1990 hoogleraar in de wetenschap der politiek aan Universiteit van Amsterdam.

Ouderdomsgebreken?

 “Wilders verdedigde het model van de democratische rechtsstaat tegenover de op de sharia gebaseerde theocratie. Hij heeft zich dus niet tégen de rechtsstaat gekeerd, maar deze juist verdedigd. Verdedigd tegenover het constitutionele sjiitische model van de Iraanse Republiek. Of het soennitische model van het koninkrijk van Saoedi-Arabië.” Aldus Paul Cliteur in een artikel van bij De Dagelijkse Standaard. Bij het lezen van het artikel moest ik denken aan twee volkswijsheden. Als eerste ‘wijsheid komt met de jaren’ en als tweede ‘ouderdom met gebreken’. Cliteur lijkt de eerste volkswijsheid te ontkennen en de laatste te bevestigen.

Volgens Cliteur is het: “een hypocriete schijnvertoning die gesprekken over Wilders’s ijskast en wat erin moet of eruit mag.”  Want: “Laten we de zaak eens in historisch perspectief plaatsen. Dit jaar is het 20 jaar geleden dat Theo van Gogh werd vermoord door een jihadist. Inmiddels (20 jaar later) is duidelijk geworden dat de moord op Van Gogh niet een “incident” was, maar een “precedent” voor vele andere moorden die vanuit hetzelfde motief werden gepleegd.” Dus zou je: “verwachten dat de ministers van justitie en veiligheid (Hirsch-Ballin, Donner, Grapperhaus, vaak dus van CDA-huize) visies zouden hebben ontwikkeld op hoe deze nieuwe ideologisch-religieus gemotiveerde aanslagen het hoofd kan worden geboden. Dat gebeurde niet.”  Wat er volgens Cliteur wel gebeurde: “te beginnen met de toenmalige burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, is dat een enorme stilte over Nederland neerdaalde. Het bespreken van dit onderwerp werd een taboe. Nu de discussie in Frankrijk na de vele aanslagen in volle hevigheid is losgebarsten (en niet alleen bij “extreemrechts”, maar ook bij de regering-Macron) wordt het contrast duidelijk: in Nederland is het nog steeds stilstaand water op dit onderwerp.”  Alleen Wilders is de uitzondering aldus de passage waarmee ik begon. Een probleem: “Vaak waren de oplossingen van Wilders onhaalbaar of onwenselijk of schofferend of alle drie.” Dit tegenstaande doet dat, aldus Cliteur: “niets af aan de enorme verdiensten die Wilders had, en nog steeds heeft, in het pogen het onderwerp van het jihadistisch terrorisme op de agenda te krijgen.

Op één punt heeft Cliteur een punt en dat is dat de gesprekken over ‘de ijskast’ een hypocriete schijnvertoning zijn, Iedere: “zichzelf respecterende democratische politieke partij zegt NEE tegen partijen die aan de grondrechten willen tornen. Een zichzelf respecterende democratische politieke partij zegt NEE tegen zo’n onderzoek omdat het een hellend vlak is,” schreef ik naar aanleiding van het advies van de verkenner Plassterk om zo’n gesprek te gaan voeren. Dit omdat zo’n gesprek: “schadelijk ( is) voor onze grondrechten. Schadelijk omdat dit uitstraalt dat grondrechten ter discussie kunnen worden gesteld en inwisselbaar zijn.”  

Waar hij geen punt heeft en de zaken verkeerd voorstelt, is dat onze democratische rechtstaat niet werd of wordt aangevallen door een op de ‘sharia gebaseerde theocratie’. De moord op Van Gogh, hoe treurig ook, was geen ‘aanval op onze democratische rechtstaat’. Het was geen poging om een ‘sharia theocratie’ in te voeren. Het was een schendig van de rechtsorde zoals iedere moord een schending van de rechtsorde is. Een schending van de rechtsorde door een eenling, een persoon die zijn eigen morele opvattingen boven de wet stelde. Onze democratische rechtstaat, en dan vooral het deel rechtstaat, reageerde daar adequaat op door de dader op te pakken en voor een onafhankelijke rechter te brengen. Een rechter die de dader vervolgens heeft veroordeeld.

De manier waarop Wilders de democratische rechtstaat, in de woorden van Cliteur, ‘verdedigt’ is juist wel een aanval op onze democratische rechtstaat. Neem het wetsvoorstel op het verbod van bepaalde islamitische uitingen dat Wilders recentelijk heeft ingetrokken: “De islam is geen godsdienst of levensbeschouwing, maar een gewelddadige, totalitaire ideologie,” aldus het eerste lid van het artikel en onderbouwd in de memorie van toelichting met: “De islam is bovendien een allesomvattende ideologie, die ieder aspect van het menselijk bestaan bepaalt. Het is een politiek, juridisch, militair, cultureel en sociaal systeem. Er is in de islam geen scheiding van machten, geen gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en tussen moslims en niet-moslims.” Kenmerk van iedere godsdienst is dat het een allesomvattende ideologie is die alle aspecten van het menselijk bestaan bepaalt: politiek, militair, cultureel en sociaal. Geen enkele godsdienst kent een ‘scheiding van machten’. De gelijkheid tussen man en vrouw is bij iedere godsdienst een probleem en discrimineert niet-gelovigen. Dit voorstel tornt aan de vrijheid van godsdienst omdat de staat, als dit voorstel wordt aangenomen, net als in theocratieën, gaat bepalen wat een godsdienst. Dat is een terrein waarop de democratische rechtstaat zich niet moet begeven want daarmee legt ze de bijl aan haar wortels. Mochten we een Grondwettelijk hof zoals Omtzigt voorstelt, hebben dan zou dit deze wet naar de prullenbak verwijzen. Iets waarvoor zo’n hof niet nodig is omdat de Raad van Staten, het hoogste adviesorgaan van de overheid die conclusie ook al trok en in haar advies met betrekking tot dit voorstel schreef: “Het van overheidswege «weg» definiëren van een religie is echter onverenigbaar met de neutraliteit en terughoudendheid die overheidsorganen in acht dienen te nemen.”

Ook met het Wetsvoorstel verandering in de Grondwet, strekkende tot uitbreiding van de uitsluitingsgronden van het kiesrecht en een verbod op meervoudige nationaliteit bij bepaalde ambtsdragers. Als dit voorstel wordt aangenomen dan verworden Nederlanders met een tweede nationaliteit tweederangs burgers. Het wordt hen dan onmogelijk gemaakt om bepaalde bestuurlijke functies te vervullen. Bijzonder aan het voorstel is dat het met geen woord rept over de aanpassing van artikel 3 van de Grondwet. Dat bepaalt dat: “Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.”  Het voorstel schenkt alleen maar aandacht aan de wijziging van artikel 43 van de Grondwet . Het creëren van tweederangs burgers is een democratische rechtstaat onwaardig. Met betrekking tot dit voorstel concludeerde de Raad van Staten, dat het onverenigbaar is: “met de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat, zoals uitgewerkt in de Nederlandse Grondwet en verschillende verdragen. Het uitsluiten van personen van het kiesrecht op grond van het enkele feit dat zij een dubbele nationaliteit bezitten is in strijd met de in de Grondwet en verdragen vervatte discriminatieverboden. Dat is nog meer evident als van die andere nationaliteit geen afstand kan worden gedaan, zoals in het geval van de Marokkaanse nationaliteit. Het uitsluiten van bevolkingsgroepen met de Nederlandse nationaliteit van het politieke besluitvormingsproces, zonder op de individuele persoon toegespitste gronden, houdt in dat deze groepen als tweederangsburgers worden behandeld en creëert het risico dat zij zich gaan afkeren van de Nederlandse samenleving. Het tegengaan van mogelijke loyaliteitsconflicten kan deze uitsluiting niet rechtvaardigen, nu op geen enkele wijze is aangetoond dat het feit op zich dat iemand een dubbele nationaliteit heeft in negatieve zin verband houdt met zijn loyaliteit aan Nederland.”

Deze twee voorbeelden tonen aan dat Wilders’ verdediging van de democratische rechtstaat zoals Cliteur het noemt, niet alleen: “onhaalbaar of onwenselijk of schofferend of alle drie” maar een aanval juist op die democratische rechtstaat. Het ‘jihadistisch terrorisme’ hoeft niet geagendeerd te worden. Er is geen visie nodig hoe ‘nieuwe ideologisch-religieus gemotiveerde aanslagen’ het hoofd te bieden. Daarvoor is onze democratische rechtstaat uitstekend toegerust met de veiligheidsdiensten, politie, justitie en de onafhankelijke rechtspraak.

Onze democratische rechtstaat wordt niet aangevallen door het een ‘sharia theocratie’ noch door het ‘jihadistisch terrorisme. Ze wordt aangevallen door voorstellen zoals Wilders ze doet. En onze democratische rechtstaat wordt verzwakt door deze aanvallen, zoals Cliteur in zijn artikel doet, te betitelen als ‘het verdedigen van onze democratische rechtstaat’. Als rechtsgeleerde en filosoof zou Cliteur beter moeten weten.

Het systeem

In de Volkskrant een interview met de Duitse journaliste Ulrike Herrmann.  Het is een eerste  in een reeks. In de aanhef bij die reeks de volgende tekst: “Het kapitalisme heeft veel rijkdom gebracht, maar is het nog houdbaar in de 21ste eeuw? Volgens critici verwoest het kapitalisme de planeet en roept het populistische krachten op die de democratie in gevaar brengen. Op mondiale schaal veroorzaakt het onhoudbare verschillen tussen arm en rijk. Is er een alternatief voor het kapitalisme? Of kan het zich aanpassen aan de behoeften van een nieuwe tijd?” ‘Gelukkig het kapitalistische systeem is de schuldige, dan ligt het dus niet aan mij’. Dat zou zomaar het eerste kunnen zijn wat je bij het lezen te binnen schiet. ‘Als het niet aan mij ligt dan hoef ik dus niets te doen. Dan moet er gewoon een ander ‘systeem’ komen’.

Volgens Herrmann moet de economie gehalveerd worden om toekomstbestendig te zijn en weer binnen de grenzen van de planeet te passen. Dat klinkt dramatisch maar: “ In 1978 groeiden de universiteiten, er was een verzorgingsstaat, we hadden een oudedagsvoorziening, niemand leed honger. We hadden het goed. Als we onze consumptie halveren, hoeven we niet terug naar het stenen tijdperk. Bovendien gaan we natuurlijk niet letterlijk terug naar 1978. Technologische vooruitgang, zoals de sterk verbeterde kankerbehandeling, blijft behouden. Internet blijft ook bestaan, al geldt dat misschien niet voor sommige toepassingen die veel energie vergen, zoals het streamen van films op je telefoon…. Maar de productiviteit van de economie is hoger dan in 1978. Bij dezelfde welvaart zullen we minder hard hoeven te werken.” Om dit te bereiken stelt Herrmann de Britse oorlogseconomie van 1939-1945 ten voorbeeld. “Ik denk dat het onze toekomst is, de combinatie van rantsoenering en overheidsplanning in een economie waarin bedrijven in privébezit blijven. Het zal sowieso gebeuren. Dat is iets wat veel mensen niet begrijpen. Ze zeggen: ik wil verder blijven vliegen, vlees eten en grote eengezinswoningen bouwen. Maar dan zal de klimaatcrisis zich zo verscherpen dat de economie in elkaar stort. En dan heb je alsnog rantsoenering en overheidsplanning nodig om de klimaatchaos onder controle te krijgen. Daarom kun je beter het systeem van tevoren op een slimme manier bijsturen.”

Kapitalisme, een: “maatschappelijk stelsel waarbij de productiemiddelen eigendom zijn van particulieren of vennootschappen (en dus niet van de staat), die betaalde werknemers in dienst hebben.” aldus de Van Dale. Systeem is volgens dezelfde Van Dale: “doelmatig geordend samenhangend geheel van bij elkaar horende dingen en hun onderdelen; = stelsel,” Doelmatig wil volgens weer de Van Dale zeggen: “steeds met het doel voor ogen, zodat geen tijd en middelen worden verspild aan bijzaken.” Een samenleving als een systeem, een soort ‘motor’ die je even op een andere manier moet afstellen. Of volgens weer anderen moet die ‘motor’ worden vervangen door een andere. Deze manier van spreken over onze samenleving doet het voorkomen alsof onze voorouders ooit eens een soort vergadering hebben gehouden met als doel een ‘motor’ uitkiezen om in de samenleving te stoppen. Als historicus zou ik maar wat graag de notulen van die vergadering willen hebben. Welke ontwerpeisen stelden ze aan de ‘motor’? Maar vooral welk doel hadden ze voor ogen? Helaas zullen die notulen nooit boven tafel komen omdat ze er niet zijn. Onze samenleving is een gevolg van ‘toeval en geluk’. Toeval, “een niet te voorspellen geval” en geluk: “een gunstige loop van omstandigheden” aldus weer de Van Dale.

Toeval door keuzes die onze verre voorouders maakten om het hoofd te bieden aan zaken op de korte termijn met onvoorziene gevolgen op de lange termijn. Mijn laatste prikker van 2023 handelde over zo’n keuze met onvoorziene gevolgen. Tenminste, als we Joseph Henrichs betoog in zijn boek The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous, mogen geloven. Die keuze was het successievelijk veranderen van regels rond het huwelijk en de familie in de eerste helft van het eerste millennium door wat later de christelijke kerk werd. Volgens Henrich ligt die keuze aan de basis van de huidige westerse samenleving. Een samenleving die individualistisch is en gericht op zelfverbetering en zelfwaardering. Privé- bezit is alles bepalend. Wat onze ouders doen is niet bepalend voor wat wij gaan doen. We kunnen onze ambities najagen en doen dat ook. Dat wat we willen zijn en najagen wordt vervolgens de kern van onze identiteit en omdat je er positief op wilt staan wordt er hard gewerkt. Dat wakkert innovatie aan. We zoeken mensen op waarvan we denken dat ze ons verder brengen. We vinden rechtvaardigheid belangrijk en daarbij is de vraag naar de intentie van iemands handelen van belang. We denken analytisch en niet holistisch. Regels en wetten bepalen ons handelen en die worden zo objectief mogelijk toegepast en gehandhaafd. Om slechts enkele eigenschappen te geven van wat Henrich de WEIRD samenleving noemt[1]. WEIRD is het acroniem van Western, Educated, Industrialized, Rich and Democratic. Met ‘wat later de christelijke kerk werd’ hebben we een eerste voorbeeld van ‘geluk’ want het was in die tijd nog lang niet zeker dat deze christelijke stroming die uiteindelijk ‘almachtige’ zou worden. Maar ook geluk dat juist op het moment dat de Mongoolse horden op het punt stonden om het westelijk deel van Europa binnen te dringen, Dzjengis Khan overleed en tijdens een tweede poging Ögedei Khan. Of geluk dat de Ottomanen zo overmoedig waren bij het Beleg van Wenen in 1683, dat ze hun verdediging verwaarloosden.

Wie echter de ‘notulen’ en de ‘ontwerpeisen zoekt’ die aan het besluit van de verschillende pausen ten grondslag lag, komt bedrogen uit. Er lag geen plan voor het ontwerpen van een ‘maatschappelijk stelsel waarbij de productiemiddelen eigendom zouden worden van particulieren met als doel en zo privé bezit aan te wakkeren. Het zou namelijk bijzonder vreemd zijn als de christelijke kerk bewust voor een systeem zou hebben gekozen dat haar macht en invloed zou beperken want dat is wel wat er, zo betoogt Henrich, is gebeurd. De belangrijkste ‘nevenschade’ van deze keuze is dat mensen steeds meer zelf gingen nadenken. Hiermee zetten de kerk uiteindelijk de bijl aan de wortel van haar eigen bestaan want mensen gingen ook nadenken over hun geloof, hun relatie met god en de rol van de kerk.

‘Kapitalistisch systeem’ is een voorbeeld van een van de WEIRD kenmerken, het analytisch denken. ‘Kapitalistisch systeem’ is de naam die is geplakt op een analyse van een deel van de samenleving, namelijk dat deel van de samenleving waarbij mensen goederen en diensten uitwisselen via de markt. Het is een beschrijving van de, op het moment van beschrijven, reële situatie. Het is geen ontwerpplan dat aan de situatie voorafging. Een analyse van een deel van de samenleving. Niet van de samenleving als geheel. Een analyse met voor- en nadelen. Belangrijkste voordeel is dat we het ‘markt’-deel van de samenleving er beter door begrijpen. Belangrijkste nadeel is dat de gehele samenleving door de mal van die analyse wordt bekeken en voor alle problemen een oplossing wordt gezocht die past binnen de mal van die analyse. Samenleving en markt worden synoniem terwijl markt, om het wiskundig te formuleren, een deelverzameling is van de verzameling samenleving. Een verzameling samenleving die meer deelverzamelingen bevat dan markt alleen.

Die verzameling samenleving bestaat uit alle mensen die er deel van uitmaken en wat zij op welke manier dan ook met elkaar doen. Dat is veel meer dan alleen de markt alleen blijft het meerdere buiten beeld als er over ‘systemen’ wordt gepraat, net zoals de individuele mens uit beeld verdwijnt. Beiden zouden wel eens cruciaal kunnen zijn bij het aanpakken van het ‘klimaatprobleem’. Het is namelijk niet ‘het systeem’ dat bijgestuurd moet worden maar de mens en daarbij zou het deel ‘niet markt’ van de samenleving wel eens belangrijke rol kunnen spelen.


[1] Joseph Henrich, The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous, pagina 56: op deze pagina geeft Henrich een opsomming van de kerneigenschappen van de psychologie van WEIRD.

Heilig of traditie?

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Wie de jeugd heeft, weet ook dat de jeugd vaak wat aan te merken heeft op het heden. Dat voldoet zelden aan de verwachtingen van jeugdigen en daar moet wat aan gebeuren. Daarom moet er actie worden gevoerd. Zo kreeg ik via een bekende een kleine poster toegestuurd. Die poster was gemaakt door studenten Arts & Culture van de Radbouduniversiteit Nijmegen bij een cursus European Culture in a Global World. Mijn bekende is een van die studenten. De poster: “biedt een meeslepend verhaal dat kijkers uitnodigt om kritisch te kijken naar hoe we hoe we het beeld van Europa waarnemen en denken.[1] Zo vertellen de makers ervan in het bijbehorende artikel. Nu ben ik er altijd voor te porren om kritisch te kijken naar beelden die ik heb van iets en, om aan mijn vorige prikker te refereren: mijn eigen ‘gekheid’ te bevragen.

Poster van de studenten

“De poster getiteld “Dit is Europa” presenteert een tot nadenken stemmende verkenning van de West-Europese cultuur door een unieke en vertrouwde lens. … In essentie probeert onze poster interne processen om te zetten in tastbare ervaringen, een kritisch onderzoek uit te lokken naar het zelfbeeld van West-Europa en toeschouwers uit te dagen om hun begrip van deze dominante cultuur te heroverwegen.”  Aldus de studenten. Dat proberen de studenten te bereiken door drie tweetallen van kunstwerken en/of gebeurtenissen tegenover elkaar te plaatsen.

Zo wordt de kus die  Jenni Hermoso, de aanvoersters van het Spaanse vrouwenvoetbalelftal van bondsvoorzitter Luis Rubiales kreeg geplaatst naast het schilderij De Zelfmoord van Lucretia. De studenten willen hiermee: “de aandacht op hedendaagse gebeurtenissen waar machtige mannen, ondanks hun ongepast of niet-consensueel gedrag, vaak geconfronteerd worden met weinig tot geen consequenties ondervinden voor hun daden. Dergelijke gevallen weerspiegelen een breder patroon van maatschappelijke tolerantie tegenover mannen die vrouwen kwaad doen.” Een onderwerp dat alle aandacht verdient. Terecht dat de studenten hier aandacht voor vragen.

Ook vragen ze terecht aandacht voor de kunstcanon. “De traditionele kunstgeschiedenis heeft zich voornamelijk gericht op de werken van de canon, samengesteld door blanke mannelijke West-Europese kunstenaars.” Vincent van Gogh maakt daar terecht deel van uit. Frida Kahlo, die middels een zelfportret op de poster een paar vormt met Van Gogh, maakt er geen deel van uit? Waarom niet vragen de studenten zich af. Nu ben ik geen kunstenaar, kunstkenner en zeker geen kunstcriticus dus verwacht van mij geen antwoord.

Als laatste plaatsen ze een  beeld van activisten van Just Stop Oildie de glazen bescherming van de Rokeby Venus van Diego Velázquez uit 1647 in de Londense National Gallery hebben beschadigd tegenover een afbeelding van de door Orthodoxe Griekse kerk in Gaza na een bombardement door Israël. Het eerste leidde tot veel opheft in de media het tweede niet. “Deze onthutsende ongelijkheid in de manier waarop de media bewust kiest om hun aandacht te richten roept diepgaande vragen op over de waarden en verhalen die de samenleving prioriteit geeft.” Het zet ons aan om kritisch te onderzoeken waarom de vernietiging van de glazen bescherming van een schilderij de vernietiging van een oud symbool van geloof kan overschaduwen met het verlies van mensenlevens. Door de aandacht te vestigen op deze ongerijmdheid, wil onze poster onze relatie met de media en hoe die onze perceptie kunnen beïnvloeden van wat onze aandacht verdient.” Wederom een terechte vraag.

Dan terug naar de centrale vraag van de studenten om: “kritisch te kijken naar hoe we het beeld van Europa waarnemen en denken.” Als ik, zoals de studenten vragen, Europa en dan vooral het westelijke deel ervan plaats: “in een mondiale context, met erkenning van de onderlinge verbondenheid,” dan zie een Europa dat je terecht kunt bekritiseren. Inderdaad is er voor wat betreft de positie van vrouwen nog een wereld te winnen. Juridisch mag er dan geen onderscheid zijn en worden gemaakt tussen mannen en vrouwen feitelijk is dat onderscheid er nog wel. Het ‘patriarchaat’ geen Europese uitvinding. Sterker nog, het is geen uitvinding maar, zoals ik in mijn vorige prikker aangaf, het resultaat van een door dna gedreven overlevingsstrategie van de mensheid. Een strategie die enkele miljoenen jaren efficiënt was en zorgde voor de overleving van de mens en die heeft geleid tot een patriarchale stammensamenleving. Maar als ik dan toch naar de huidige wereld kijk, dan zie ik weinig gebieden waar het patriarchaat al zoveel veren heeft moeten laten als juist in het westelijk deel van Europa. Dan zie ik weinig gebieden waar het beter is gesteld met de positie van de vrouw. Dan zie ik dat voorzitter Rubiales niet meer wegkwam met zijn gedrag. Na aanhoudende protesten van niet alleen de Spaanse voetbalvrouwen. “We willen het onaanvaardbare gedrag aan de kaak stellen van de heer Rubiales, die niet heeft voldaan aan de instelling die hij vertegenwoordigt”, zei Alvaro Morata namens de Spaanse mannenvoetballers. Dit omdat: “Het Spaanse voetbal moet een bron van respect, inspiratie, inclusiviteit en diversiteit zijn en een voorbeeld, zowel op als naast het veld.”  Het protest tegen het gedrag van Rubiales en het aandringen om zijn ontslag ging nog veel breder dan het voetbal alleen. Rubiales kwam er niet meer mee weg. Was hij een Argentijn, Rus of Arabier geweest dan zat hij nog op zijn post.

Dan zie je dat die media-aandacht soms ook meetrekt aan de goede kant van het touw. Dan zie je dat er in het westelijk deel van Europa een divers medialandschap is waaraan alles aanbod komt. Zo maakte NOS in haar live blog van 20 oktober 2023 melding van het bombardement op de Orthodoxe kerk in Gaza en verscheen er op dezelfde dag al een commentaarloos filmpje over de aanval. De glasplaat kreeg bij de NOS ongeveer evenveel aandacht. Een kort artikeltje met erin een videofragment. Beide haalden de dag nadat ze gebeurden de Volkskrant niet. Dat wil niet zeggen dat er de 21ste oktober geen aandacht was voor het nu al meer dan honderd jaar durende conflict tussen de joden en Arabieren in het Midden-Oosten. Dat kreeg op die dag voldoende aandacht. Maar als ergens je hart van vol is, dan is alle aandacht die iets minder krijgt dan alle aandacht, te weinig. Daarover kan en mag je de media bekritiseren.

Ja, de media geven aandacht zaken die in de samenleving spelen dat is hun werk. Over het belang van al die zaken kan en mag je van mening verschillen. Zo zal het gros van de media van mei tot juli van dit jaar weer uitgebreid schrijven over de belangrijkste bijzaak, het Europees kampioenschap voetbal (zonder Rubiales). In het westelijk deel van Europa kan en mag je daar kritiek op hebben en de media erop aanspreken. Als hun antwoord je niet bevalt, dan mag je een eigen medium beginnen. Dat staat je vrij. Kritiek hebben op de media en er zelf een beginnen is ook een van de verworvenheden waarin het westelijk deel van Europa voorloopt op andere delen van de wereld. Net zoals je inhoud van de kunstcanon ter discussie kan en mag stellen. Canonnen zijn niet heilig. Hier zou ik nog een stapje verder gaan dan de studenten en pleiten voor het afschaffen van de kunstcanon. Wellicht past ook hier een thematische aanpak beter. Een aanpak waar ik bij het geven van geschiedenisonderwijs ook voor pleit. Trouwens ook met canon staat het je vrij om Frida Kahlo’s leven en werk te bestuderen.

De studenten leggen vingers op zere plekken. Ik hoop dat ze zich realiseren dat het leggen van vingers op zere plekken ook een verworvenheid is van de West-Europese en dat West-Europa in de wereld daarin eerder uitzondering dan regel is. Eigenlijk is er in het westelijk deel van Europa niets heilig behalve het geschop van de jeugd tegen echte of vermeende heilige huisjes. Maar is het een ‘heilig’ iets of is het een traditie?


[1] Het artikel is in het Engels en door de Ballonnendoorprikker vertaald naar het Nederlands

Wil de echte fascist nu opstaan?

Nee ik ben Paul Cliteur niet aan het stalken. Het is toeval dat ik nu weer een prikker aan hem wijd. In een schrijven van Cliteur bij De Dagelijkse Standaard lees ik: “Ik plaats het woord “antifascisme” tussen aanhalingstekens om tot uitdrukking te brengen dat ik zelf dit “antifascisme” niet zie als een oprechte afwijzing van fascisme. Het tegenovergestelde zelfs. Volkert van der G. was, of is, een fascist in de zin dat hij gebruik wilde maken van grof geweld om Fortuyn “te stoppen”. En de Oekraïense paraplu-terrorist uit Gent en de Groningse jongeling die, door hun ideologie verblind, geweld aanwenden tegenover Baudet hebben veel meer met echt fascisme gemeen dan de slachtoffers van hun gewelddadige acties.” Geheel in de stijl van Herman Emmink in het programmama Wie van de Drie dacht ik: ‘Wil de echte fascist nu opstaan?’

Bron: Flickr

Cliteur ziet sinds de verkiezingen van 22 november veiligheidsrisico’s vanuit twee kanten. Aan de ene kant het islamitisch jihadisme: “Nu Wilders de beoogde premier is van Nederland zal de dreiging vanuit Pakistan alleen maar groter worden. Hij heeft geen 6 bewakers om zich heen nodig, maar 12.”  De tweede bedreiging: “die van het “antifascisme”, is groot. Het “antifascisme” manifesteerde zich in 2002 met Volkert van der G. Onlangs stak het opnieuw de kop op in Gent toen een Oekraïner Baudet op zijn hoofd sloeg met een verzwaarde paraplu daarbij “fascismo” roepend. Enkele weken daarna herhaalde zich deze gang van zaken, zij het nu met een bierflesje waarmee Baudet werd geslagen tijdens een cafébezoek in een café in Groningen.” Maar die ‘antifascisten’ zijn eigenlijk fascisten als ik Cliteur mag geloven, want ze gebruiken geweld.

Nu is een van de kenmerken van het fascisme de verering van machtsvertoon en geweld. Dat fascisten geweld gebruiken en vereren wil niet meteen zeggen dat iedereen die dat doet meteen een fascist is. Fascisten vinden het gebruik van geweld te verdedigen als het gericht is tegen het omverwerpen van de bestaande maatschappelijke orde. Als het hoofd van Baudet staat voor de bestaande maatschappelijke orde, dan zou de daad op fascisme kunnen wijzen. Als er echter iets kenmerkend is voor Baudet dan is het dat hij zich verzet tegen de bestaande maatschappelijke orde. Zijn hoofd staat juist voor het verwerpen van de maatschappelijke orde en lijkt mij daarmee geen goed symbool om je verzet tegen de maatschappelijke orde te uiten. Dat lijkt mij van dezelfde orde als je verzetten tegen roken door een rookmarathon te houden.

Fascisme heeft echter nog meer kenmerken. Zo is het extreem nationalistisch. Nu ken ik de denkbeelden van de hanteerders van de paraplu en het bierflesje niet. Die van Baudet en zijn Forum voor Democratie wel. De partij wil dat Nederland zich terugtrekt uit zo ongeveer alle internationale samenwerking. Of zoals ze het zelf noemen: “Een intelligente uittreding uit de Europese Unie. In hetzelfde licht moet de betrokkenheid van Nederland bij andere internationale organisaties (EVRM, WEF, WHO, NAVO) worden herzien.” En: “Internationale verdragen opzeggen die onze beleidsvrijheid inperken, zoals het VN vluchtelingenverdrag dat ons dwingt tot het opnemen van migranten.[1]Helaas wordt niet duidelijk hoe zo’n intelligente uittreding eruit ziet en lijkt de partij zich niet te realiseren dat ieder verdrag dat je tekent, je bindt en dus beperkt. Hieruit concludeer ik dat de partij extreem nationalistisch is.

Als je het iets anders bekijkt, dan lijken Baudet en zijn partij een permanente strijd te voeren om de eigen natie te laten overleven te midden van andere staten en laat dat ook een van de kenmerken van het fascisme zijn. Of dat voor de hanteerders van de paraplu en het bierflesje ook op gaat, weet ik niet. Een permanente strijd tegen: de weg-met-ons mentaliteit die onze politieke, culturele en journalistieke elites doordrenkt. De oikofobie. Want die verklaart de slappe knieën van kartelpolitici, de schaamte voor onze geschiedenis, het weggeven van onze gulden, de sfeerloze, liefdeloze architectuur.”  Zoals hij het bij TPO omschreef.

Een ander kenmerk van fascisme is dat het een autoritaire structuur kent met aan het hoofd een leider waaraan charismatische eigenschappen worden toegekend. Nu ken ik de structuur waar binnen de hanteerders van de paraplu en het bierflesje opereren, niet. Die van het FvD, de partij van Baudet en Cliteur lijkt wel iets van een autoritaire structuur te kennen. Toen er na de verkiezingen van 2021 wat discussie binnen de partij ontstond, werden de criticasters de partij uitgebonjourd en vervolgens met ‘pek en veren’ overladen. Of ze stapten er zelf uit waarna ze de FvD en haar leider met ‘pek en veren’ overlaadden.

Het fascisme streeft naar een totalitaire staat die de volledige controle heeft over de sociale, culturele organisaties binnen de samenleving. Nu ken ik de ‘controlebehoefte’ van de hanteerders van de paraplu en het bierflesje opereren, niet. Van de FvD is bekend dat ze werken aan een eigen zuil , ‘Forumland’. Voor de jongeren onder ons. Zuil slaat terug op de periode van het midden van de negentiende- tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Daar waar ‘nostalgisten’ als Wilders en ook Baudet hoog opgeven over ‘de Nederlandse identiteit en normen en waarden gebaseerd op joods, christelijk, humanistische grondslag, kende Nederland in die tijd veel verschillende identiteiten. Zo kende het land de katholieke, de Nederlands hervormde, de gereformeerde, de lutheraans, de joodse, de liberale, de sociaaldemocratische en ik vergeet er vast nog wel een, identiteit. Mensen leefde in die ‘identiteit’ en het contact met de andere identiteiten was er nauwelijks tot niet. Immers: ‘twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen’. Als katholiek deed je je boodschappen bij een katholieke bakker, je ging naar de katholieke kroeg, je stemde op de KVP, je voetbalde katholiek en zelf je duiven vlogen katholiek. Sociaaldemocraten deden dat sociaaldemocratisch en hervormden hervormd. Met ’Forumland’ wil Baudet en zijn club ook zoiets waarbij hij in de top stevige controle heeft over alles binnen ‘Forumland’.  Daarmee raken we nog een ander kenmerk van fascisme namelijk het streven naar sociale eenheid en de opheffing van klassen- en belangentegenstellingen en controle over de economie.

Fascisme streeft naar de instelling van een politieke dictatuur. Nu weet ik niet of de hanteerders van de paraplu en het bierflesje streven naar een politieke dictatuur. De manier waarop binnen de FvD met tegenspraak wordt omgegaan en het streven naar ‘Forumland’ komt nogal totalitair: “waarin alles ondergeschikt wordt gemaakt aan de alles controlerende staat, “ aldus de Vandale En die omschrijving gaat verder met de woorden: “die meestal als dictatuur is ingericht.”

Volgens de definitie van de Britse historicus Roger Griffen maken fascisten gebruik van de mythe van een ‘nationale wedergeboorte’. Voor de toekomstige glorie moeten we terug naar het verleden. Mussolini wilde terug naar de moderne versie van het Romeinse Rijk. Hitler wilde met zijn Derde Rijk voortborduren  op twee eerdere ‘Duitse rijken’ Als eerste de grootsheid van het Eerste Rijk,  het Heilige Roomse Rijk der Duitse naties van de periode van de negende eeuw totdat Napoleon er en einde aan maakte. Nu viel het met de grootsheid en vooral de eenheid van dat Rijk behoorlijk tegen. Als tweede het Tweede Rijk, het Duitse Keizerrijk dat in 1871 ontstond en bestond tot 1918 toen de keizer Wilhelm II voor zijn leven vreesde, zijn biezen pakte en naar Nederland vluchtte. Baudet. Of de hanteerders van de paraplu en het bierflesje ook zo’n fascinatie hebben voor een periode in het verleden, weet ik niet. Baudet wel. Hij wil terug naar de tijd van de:  “delicate balance that has culminated in what we might call ‘the individual properly understood’,” zoals hij in 2019 in een interview bij een Zwitserse krant zei. En wanneer was dat? “This reached its apex, I believe, in the eighteenth century,” de tijd van de: “bourgeois society, bourgeois traditions, the bourgeois way of life of ordinary people.” 

Het fascisme is, volgens de definitie van de Amerikaanse Historicus Stanley G. Payne, antiliberaal, anticommunistisch en anticonservatief.  Nu weet ik niet hoe de hanteerders van de paraplu en het bierflesje naar de wereld kijken. Van Baudet weten uit het interview met de Zwitserse krant, dat hij zich afzet tegen alle partijen, want die waren allemaal: “representatives of the “liberal” or “liberalist” philosophy where emancipation of the individual is the ultimate aim. Maximum equality, maximum individual liberty.” Hij staat er anders in: “It’s the philosophy that starts from the understanding that we are paradoxical beings. We want to be free and, at the same time, we want to be embedded. We want to be individuals, but we also want to be members of a group. In a proper society, there’s an equilibrium there, a delicate balance that has culminated in what we might call ‘the individual properly understood.’”  En naar die tijd wil hij ‘vooruit’. Vooruit naar een Eenentwintigste-eeuwse variant van zijn droombeeld van de Achttiende-eeuwse bourgeoissamenleving.

Of de hanteerders van de paraplu en het bierflesje fascisten zijn, weet ik niet. Het denken van Baudet tikt wel veel kenmerken van fascisme aan.


[1] Het programma van hoop, optimisme en herstel, pagina 10

De jij-bak van Cliteur

”Pieter, wil je nu eens eindelijk met mij gaan praten?” Zo begint een artikel van rechtsfilosoof en voormalig lid van de Eerste Kamer namens het Forum voor Democratie Paul Cliteur bij De Dagelijkse Standaard. Het artikel is geschreven in de vorm van een dialoog tussen PVV -enigst-lid Geert Wilders en NSC-leider Pieter Omtzigt. “Nee, Geert, wat jij zegt is in strijd met de Grondwet, in strijd met de rechtsstaat,” zo laat Cliteur Omtzigt antwoorden. Een artikel waarin Cliteur zich bedient van jij-bak, maar wel eentje die als een tang op een varken slaat. Voor degenen die het niet weten. Een jij-bak is een redenering waarbij het standpunt van de tegenstrever niet wordt verworpen, maar waar hem wordt verweten boter op het hoofd te hebben.

In Cliteurs artikel laat Omtzigt Wilders raden naar uitspraken van Wilders die strijdig zijn met de Grondwet. Na wat gekibbel laat Cliteur Wilders zeggen: “Weet je wat? Ik ben klaar met jou. Ik zal jou eens wat puntjes laten formuleren waarop jouw programma in strijd is met de grondwet.”  Waarop Cliteur Omtzigt verbaast laat reageren met: “Bij ons? Strijd met de Grondwet? Hoe kom je daar nu bij?”  Waarop Cliteurs Wilders antwoordt: “Jij bent een groot voorstander van een Constitutioneel Hof. Dat wil zeggen een rechterlijke instantie die mag toetsen of de wetten die wij, volksvertegenwoordigers, maken wel in overeenstemming zijn met de Grondwet. Dat Hof komt straks helemaal vol te zitten met D66-rechters die alles gaan afhameren wat wij, vertegenwoordigers van het volk, tot wet hebben verheven. Dat plannetje van jou, dat Constitutioneel Hof, is in strijd met de Grondwet. De Grondwet verbiedt namelijk “constitutionele toetsing” in art. 120. Daar staat: “De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen”. Dat wil jij dus mogelijk maken: dat die rechters die beoordeling gaan plegen. In strijd met de Grondwet, Pieter, en dat artikel heeft men niet voor niets in Grondwet opgenomen.” Inderdaad stelt artikel 120 van de Nederlandse Grondwet: “De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.” En precies beoordelen van de grondwettelijkheid is wat Omtzigt met zijn Grondwettelijk hof beoogt. Dus Cliteur heeft een punt?

Niet te snel concluderen! In zijn verkiezingsprogramma stelt ‘Pieter’ voor om: “het verbod op toetsing aan de Grondwet op (te) heffen en een constitutioneel hof in (te) stellen dat aangenomen wetten toetst aan de Grondwet.[1] Om dat mogelijk te maken, moet de Grondwet volgens worden gewijzigd. Een voorstel tot wijziging van de Grondwet is niet ongrondwettelijk. Zo’n voorstel moet twee keer door de Tweede – en Eerste Kamer worden behandeld. De eerste keer moet het voorstel worden aangenomen met een gewone meerderheid. De tweede keer met een twee derde meerderheid. Tussen die twee keren moeten verkiezingen voor de Tweede Kamer zitten. Op die manier heeft ook de kiezer de mogelijkheid om zich erover uit te spreken. Dat weet ‘Pieter’, dat zal ‘Geert’ ook weten en dat weet Cliteur ook.

Wat ‘Geert’ wil, is van een heel andere orde. ‘Geert’ wil: “geen islamitische scholen, korans en moskeeën.[2] Hij wil: “Behoud van artikel 23 van de Grondwet, de vrijheid van bijzonder onderwijs,  en: “Verbod op islamitisch onderwijs, omdat dat onze vrijheid en onze waarden bedreigt.[3] Die laatste twee staan direct onder elkaar in de opsomming. Ook dat kan en mag je willen en ook daarvoor is een wijziging van de Grondwet noodzakelijk. Alleen is die wijziging iets ingrijpender. Die vraagt om een grondige verbouwing van de Grondwet. Daarvoor is het nodig om in ieder geval artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan,” artikel 6 eerste lid:
Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet,”
 en artikel 8: “Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde.” Artikel 9 eerste lid: “Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet,” en bizar genoeg ook artikel 23, dat de vrijheid van onderwijs regelt en dat ‘Geert’ wil behouden, moet worden aangepast. En ja, ook dat kan op de hierboven genoemde manier.

Dus toch een jij-bak: beiden willen de Grondwet wijzigen dus waarom zeurt ‘Pieter’ zo ? Waarom gaat hij niet ‘eens eindelijk met Geert praten’? Waar is dan die tang die op dat varken slaat? Wat ‘Pieter’ wil betreft de structuur van onze rechtsstaat, de instituties. Daar wil hij er eentje aan toevoegen. Over nut en noodzaak daarvan kun je van mening verschillen en daar kun je kanttekeningen bij plaatsen, zoals ik eerder deed. ‘Geert’ tornt niet aan de structuur van onze rechtsstaat, maar aan de cultuur. Hij wil verschil in behandeling. Hij wil eerste- en tweederangs burgers. Dat is van een heel andere orde en dat zou Cliteur, als rechtsfilosoof moeten weten.


[1] Tijd voor herstel, pagina 8

[2] Nederlanders weer op 1, pagina 8

[3] Idem, pagina 34

Een pleidooi voor Dilan junior,

Beste mevrouw Yeşilgöz-Zegerius. Even over dat ‘meisje van acht jaar oud dat vandaag als vluchteling in Nederland’ aankomt. Dat meisje speelt een belangrijke rol in het vluchtelingenbeleid van de partij die u leidt. Bij mij roept dit wat vragen op over de vluchtelingen- en migratieparagraaf van het verkiezingsprogramma Ruimte geven. Grenzen stellen. Keuzes voor een optimistische toekomst van uw partij de VVD. Omdat die tijdens al die debatten die er al zijn gevoerd, nog niet aan bod zijn gekomen, stel ik ze in deze brief.

Bron: Flickr

“Immigranten maken Nederland alleen sterker als iedereen die hier mag blijven, ook echt integreert in onze samenleving.” Zo lees ik op pagina 6 van het verkiezingsprogramma van uw partij de VVD. Daar is, zo gaat het verder, nog wel wat te winnen. “Op scholen in ons land wordt zichtbaar hoeveel werk er nog te verzetten” is. En waar blijkt dat uit? “Bijvoorbeeld (uit)de achterstanden waarmee kinderen op school verschijnen. Of botsingen in de klas rond zaken als gelijke rechten tussen vrouw en man en ontkenning van de holocaust.” Dat kinderen van migranten met een achterstand aan hun Nederlandse onderwijs carrière beginnen, vraagt inderdaad aandacht. Voor wat betreft die botsingen wat vragen. Zijn het alleen migranten die de gelijkheid tussen man en vrouw ter discussie stellen en de Holocaust ontkennen? Met deze passage suggereert uw partij dat migranten de oorzaak zijn van die botsingen. Nu bent uzelf, volgens de definitie van de Van Dale een migrant. U bent namelijk iemand die: “naar een andere streek of ander land is) verhuisd.”  Of ziet u zichzelf niet meer als migrant? Of, nee laat ik dezelfde vraag anders stellen? Wie is voor u een migrant? Of nog anders geformuleerd, wanneer ben je geen migrant meer? Als ik migrant was, dan zou ik me door de suggestie die uw programma wekt, in de hoek gezet voelen. In de hoek van de minder ‘verlichte dan ons’ personen. Dit terwijl een deel van die ‘ons’ in een donkerdere omgeving verkeert dan menig migrant. Recentelijk gaf u aan de partij van de belangrijkste vertegenwoordiger van die donkere omgeving niet uit te willen sluiten van regeringsdeelname.

Dan dat meisje van acht, waarvoor uzelf model staat. Dat meisje, laten we haar Dilan noemen, heeft, zo lees ik in het verkiezingsprogramma van uw partij: “geen redelijke kans om later uit te groeien tot ingenieur, verpleegkundige, politievrouw of minister en VVD-leider.”  Dat is niet wat u wilt want, zo gaat het verder: “Terwijl dat is wat we zouden moeten willen. Dus moeten we nog een aantal dingen doen. Het is ten eerste noodzakelijk dat de Europese buitengrens wordt verstevigd. Ten tweede moet Nederland altijd blijven aandringen op opvang in de regio, zoals wij dat ook voor de Oekraïners hebben gedaan. Ten derde moet Nederland minder aantrekkelijk worden als eindbestemming voor mensen van buiten onze regio.”  Hierbij een aantal vragen. Als eerste, hoe draagt het verstevigen van de buitengrens van Europa eraan bij dat de kans van Dilan om VVD-leider te worden, toeneemt? Als zij al in Nederland is, verandert een stevige  buitengrens niets aan haar kansen hier in Nederland. Die grens verandert niets aan haar situatie. Als u haar situatie wilt veranderen, dan moet u in Nederland iets voor haar doen. Of zie ik dit verkeerd?

Nu de volgende situatie. U wint komende woensdag de verkiezingen en uw vluchtelingen- en migratiebeleid wordt werkelijkheid. Die stevige buitengrens is er. Uw pleidooi voor opvang in de regio is succesvol. Zo succesvol dat alle vluchtelingen ‘in de regio’ worden opgevangen. Het is 2028 en een meisje van acht met de mooie naam Dilan, is met haar ouders op de vlucht vanuit een land ‘in de regio’. Welke regio doet er even niet toe maar het is in ieder geval niet de regio die u als ‘onze regio’ ziet. Wat is voor u trouwens ‘onze regio’? behoort Israël bijvoorbeeld tot ‘onze regio’? Als Israël bij onze regio hoort, horen de in hetzelfde gebied wonende Palestijnen dan ook tot ‘onze regio’?  En als Israël niet tot onze regio behoort, waar moeten de Israëliërs dan vluchten als het hen te heet onder de voeten wordt? Maar ik dwaal af. Ontneemt uw succesvolle beleid deze Dilan dan niet de kans om ergens in 2060 leider van de VVD te worden, als die partij dan nog bestaat? Ontnemen omdat Dilan ergens in ‘de regio’ blijft hangen?

Afsluitend. Het is het goede recht van uw partij om hardvochtig te zijn tegenover vluchtelingen en migranten. Het is niet mijn keuze maar het mag. Wel is het, in mijn ogen, bijzonder cru en schaamteloos een sentimenteel pleidooi te houden voor de kansen van uw opvolger Dilan ter verdediging van beleid dat niets doet voor de  kansen van Dilan van acht van nu en dat de kansen voor een toekomstige Dilan volkomen de grond in boort.  

Nederland redden met … buitenlanders

Soms lees ik iets dat tot een diepe zucht leidt. Dat overkwam me toen ik bij De Dagelijkse Standaard een kort artikeltje ‘Frans Timmermans bashen’ las. Een artikeltje waarin de auteurs pogen aan te tonen dat Timmermans hypocriet is. Een interessant artikel dat inderdaad uitblinkt in hypocrisie maar dan niet van Timmermans.

Bron: Wikipedia

Eerst even kort de inhoud. “Het huis van Frans Timmermans: ‘Verduurzaming’ afdwingen in Europa, thuis blijft alles energielabel G.” Zo begon het stuk. Timmermans kocht in 2010 een flink huis met energielabel G voor € 575.000, zo is in het artikel te lezen en verkocht het in 2019 en toen was het nog steeds energielabel nog steeds G. Timmermans had er een hypotheek op gevestigd van € 700.000: “Minstens een ton aan verduurzamingsmaatregelen was zeker mogelijk geweest. Een inkoppertje voor een politicus die zo serieus streeft naar een beter klimaat.” En oh ja: “Frans Timmermans laat zich voorstaan op zijn Limburgse afkomst, ook al woonde hij in zijn vroege leven slechts vijf jaar in de provincie.” Het huis kocht hij, zo betogen de auteurs: “Om het imago van Limburger in stand te houden.

Tot zover de inhoud. Of Timmermans hypocriet is, laat ik graag aan anderen om te beoordelen. Het gaat mij in deze niet om Timmermans, nog om het huis of het energielabel. Dan nu naar de auteur, want daar gaat het mij om. De auteur is geen persoon, het is Cultuur onder Vuur . Een, zo is te lezen op hun site: “campagne van de Stichting Civitas Christiana.”  Dus dan maar even naar de site van die stichting: “Civitas Christiana vecht voor de overwinning van de christelijke tradities, het gezin en de vrijheid van Nederland. Tegen het oprukkende multiculturalisme, de gender ideologie en de cultuur van de dood.”  Doel van de stichting is: “een halt toe te roepen aan de verdere afbrokkeling van de Nederlandse cultuur en tradities. Wij begrijpen de Nederlandse cultuur in de context van de christelijke beschaving, zoals die in de loop der eeuwen in Europa vorm heeft gekregen. Als fundamentele principes van de Europese cultuur zien wij traditie, familie en privé-eigendom.” Vreemd dat een stichting die zoveel waarde hecht aan privé-eigendom zich druk maakt over hoe een ander met zijn privé-eigendom omgaat. Ook bijzonder dat een stichting die een halt wil toeroepen aan de verdere afbrokkeling van de Nederlandse cultuur, iemand anders verwijt dat die ‘zich laat voorstaan op zijn Limburgse afkomst’. Timmermans met zijn Limburgse roots precies dat wat Civitas Christiana met Nederland wil.

Er is meer: “De leidende waarden in het werk van Civitas Christiana zijn: verantwoordelijkheid, betrouwbaarheid en inzet.” Hoe ‘verantwoordelijk’ voel je je als je een schrijven ondertekent met ‘Cultuur onder Vuur’ en dit niet laat volgen door ‘namens deze’ en dan de naam van de auteur? Die auteur of auteurs kunnen vijftien personen zijn, want: “Hugo Bos is algemeen manager. Naast hem zijn er nog veertien medewerkers (deels parttime) in dienst voor zowel redactionele als praktische werkzaamheden.”  Dus beste meneer Bos, is het niet lafjes om een aanval op een persoon niet met uw eigen naam te ondertekenen? In mijn wereld wel en dan zeker als je je zo hoogdravend presenteert als Civitas Christiana doet. Als aanvallen op de persoon zonder jezelf kenbaar te maken Civitas Christiana de invulling van haar leidende waarden verantwoordelijkheid en betrouwbaarheid is, dan zegt dat genoeg.

Het meest bijzonder is echter dat een stichting die zich inzet voor de Nederlandse cultuur en tradities een Duitse hertog, Paul von Oldenburg, als voorzitter heeft en een Braziliaanse penningmeester in de persoon van Caio Xavier Da Silveira. De Nederlandse cultuur redden met  … buitenlanders.

ZUCHT ……. .

Nieuwe bestuurscultuur

Sinds deze week is Nederland weer een politieke partij rijker: Nieuw Sociaal Contract. De partij is opgericht door Pieter Omtzigt. Omtzigt zit al sinds 2003 in de Tweede Kamer. De laatste twee jaar op eigen titel daarvoor namens het CDA. Bij de presentatie van de partij gaf leider Omtzigt aan dat de partij zich gaat focussen op goed bestuur en bestaanszekerheid. Bij dat goed bestuur hoort ook zijn ideeën om de binding tussen kiezer en gekozene te versterken. Hij denkt aan een soort districtenstelsel. Want, zo lees ik: “als er in je kiesdistrict iets gebeurt dat kiezers in hun wezen raakt, dan maakt het niet uit of je in de oppositie of coalitie zit. Dan sta je op en zeg je: ‘Dit gaat zo niet langer’.” Een goed idee? Daar hoeven we niet over te hypothetiseren. Daarvoor kunnen we ‘over de grens’ kijken.  

Neem het Verenigd Koninkrijk. Dat kent al eeuwen een districtenstelsel. De kandidaat met de meeste stemmen in zo’n district, krijgt een plek in het Britse Lagerhuis. Als er maar twee partijen of beter nog twee kandidaten zijn, is dat altijd een kandidaat die meer dan 50% van de stemmen krijgt. Er zijn echter zelden slechts twee partijen. Doen er drie partijen mee dan is het niet zeker dat het gekozen Lagerhuislid ook de stem van een meerderheid van de kiesgerechtigden in zijn district krijgt. Met drie kandidaten voor een plek is in het meest extreme geval, een derde plus één stem voldoende om te worden verkozen. Aan de laatste verkiezingen namen naast de Tory’s en Labour ook liberaal democraten, de Brexit Party, de Groenen en in Schotland de SNP en in Wales Plaid Cymru en in Noord-Ierland deden de DUP en Sinn Féin mee. Die laatste wint zetels maar gaat niet naar het parlement. Het kan in een districtenstelsel dus gebeuren dat de meerderheid van de stemgerechtigde niet op het verkozen Lagerhuislid heeft gestemd.

Daar is wat aan te doen. Daarvoor moeten we naar Frankrijk. Ook daar kent men een districtenstelsel. Om daar te worden gekozen moet een meerderheid van de kiesgerechtigden in je kiesdistrict op jou als kandidaat hebben gestemd. Is er niemand die de meerderheid behaalt, dan nemen de twee kandidaten met de meeste stemmen het in een tweede ronde tegen elkaar op. Tenminste, als 25% van de stemgerechtigden heeft gestemd. Dit betekent dat iemand met 12,5% plus één van het aantal kiesgerechtigden in zijn district in de Franse Assemblée nationale kan komen.

Tot zover één kandidaat in één district. Nu naar het hele land. Ervaringen uit bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk leren dat je in het Lagerhuis een ruime meerderheid van de zetels kunt behalen terwijl maar een minderheid van de kiesgerechtigden op je partij heeft gestemd. Zo behaalden de Tory’s (de Conservatieve Partij) bij de laatste verkiezingen in 2019 een meerderheid van 80 zetels terwijl maar 43,6% van de Britten op de partij stemden. Als we de Britse verkiezingsuitslagen bekijken, dan zien we dat de laatste regering die op een meerderheid van de stemmers kon bogen, de regering Cameron-Clegg was, een coalitieregering van de Conservatieve partij en de Liberaal Democratische Party. Dat was dan tevens de enige naoorlogse Britse regering gesteund door een meerderheid van de Britse kiezer.

Om uit te leggen hoe dit kan een fictief rekenvoorbeeld. Een land met 100 districten met ieder 100.000 kiezers. Je partij wint in 51 ervan met 1 stem meer dan de helft. Dat zijn dan 2.550.051 (50.001 x 51) stemmen. In de andere 49 verliest je partij grof en haal je bijvoorbeeld maar 20 procent van de stemmen. Dat zijn er 980.000 (20.000 x 49). In totaal heb je dan 3.530.051 stemmen, net iets meer dan 35%. Als we met deze kennis eens kijken naar de laatste Provinciale Statenverkiezingen in Nederland, wat zou dat dan betekenen als dit landelijke verkiezingen waren? Dat zou betekenen dat de Boer Burger Beweging een absolute meerderheid zou hebben behaald. De partij behaalde bijna overal de meeste stemmen. Maar van alle kiesgerechtigden bracht net geen 23% de stem uit op deze partij. Ik weet niet of dit de kant is die we op moeten. Of eigenlijk weet ik het wel: die kant moeten we niet op.

“Als er in je kiesdistrict iets gebeurt dat kiezers in hun wezen raakt, dan maakt het niet uit of je in de oppositie of coalitie zit. Dan sta je op en zeg je: ‘Dit gaat zo niet langer’,” aldus Omtzigt. Op de vraag wat de twee belangrijkste speerpunten van zijn partij zijn, antwoordt Omtzigt: “De bestuurscultuur, waar ik al zolang op hamer. De noodzaak om een goed bestuur terug te brengen in Nederland.” Daarmee kom ik bij het belangrijkste. Goed bestuur zit niet in structuren en zeker niet in de manier waarop we onze volksvertegenwoordigers kiezen. Goed bestuur is een kwestie van cultuur. Cultuur zit in de mensen die zich kandidaat stellen en die worden gekozen. Als je alleen opkomt ‘voor iets dat mensen in hun wezen raakt’ als het je buren zijn, laat je dan niet zien dat je uit het verkeerde hout bent gesneden? Dat je cultureel gemankeerd bent?

Een democratische structuur, of die haar vertegenwoordigers nu zoals wij nu doen via evenredige vertegenwoordiging kiest of via een districtenstelsel zoals Omtzigt lijkt te willen, staat of valt bij de mensen die de functie volksvertegenwoordiger vervullen. De laatste twintig jaar piept en kraakt ons democratische systeem in haar voegen terwijl de huidige structuur een jaar of tachtig goed heeft gefunctioneerd. Het begon echter al eerder fout te gaan en dat lag en ligt niet aan ons democratische bestel, maar aan het wereldbeeld dat de laatste veertig jaar dominant is: “Het verlies aan autonomie in combinatie met een kafkaiaanse regelgeving is geen toeval, maar een structureel gevolg van het neoliberale mensbeeld, dat uitgaat van het idee dat iedereen uit is op eigen voordeel en niemand echt te vertrouwen valt[1],” met deze woorden beschrijft Paul Verhaeghe dit wereldbeeld in zijn boek Onbehagen. Dat mensbeeld kantelen, daar wat aan doen, dat gaat de bestuurscultuur veranderen. Daarvoor is een districtenstelsel niet nodig. Sterker nog, het is verspilde moeite want in landen met een districtenstelsel zoals de Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ervaren de burgers hetzelfde ‘verlies aan autonomie in combinatie met kafkaiaanse regelgeving.


[1] Paul Verhaeghe, Onbehagen, pagina 153

Onder de knie krijgen

Bij De Kanttekening las ik een wel heel bijzondere column van hoogleraar radicaliseringsstudies in Leiden Tahir Abbas. Volgens Abbas brengt: “Het verbranden van een koran (…) niet alleen tekortkomingen in het Zweedse rechtssysteem aan het licht, maar laat ook de uitdagingen zien waarvoor de Zweedse overheid staat in een steeds diverser wordende samenleving.” Het land: “dat voorheen bekend stond om zijn diplomatieke en pragmatische aanpak, worstelt met zijn identiteit.” Ik verslikte me pardoes in mijn kopje thee toen ik dit las.

Abbas: “De koranverbrandingen brengen het ontbreken van een duidelijke visie op de multiculturele samenleving aan het licht, de veranderende demografie en integratieproblemen waarmee West-Europese landen worden geconfronteerd.” De schuld van het ontbreken van zo’n visie: “kun je toeschrijven aan de bredere tekortkomingen van de neoliberale economie, die in haar streven om globalisering te bevorderen onbedoeld sociaaleconomische ongelijkheden heeft aangemoedigd, de effectiviteit van regeringen heeft ondermijnd en het geloof in de ongereguleerde markten heeft bestendigd.” Ja, de: “vrijheid van meningsuiting is absoluut noodzakelijk; maar je mag de vrijheid van meningsuiting niet misbruiken om te beledigen of om haat te zaaien. De vrijheid van meningsuiting mag alleen bestaan in combinatie met inspanningen om empathie, begrip en de bloei van diversiteit te bevorderen.” 

Identiteit doet er hier niet toe. Wat er toe doet is dat Zweden, net als Nederland trouwens, een democratische rechtstaat is. Een staat met een grondwet die ons rechten geeft en wetgeving die aangeeft waar die rechten worden begrensd. Een van de belangrijkste van die rechten is het recht van vrije meningsuiting, artikel 7 van onze Grondwet. Dat recht wordt hier in Nederland wettelijk begrensd via artikel 137d dat het Wetboek van strafrecht stelt dat: “het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft.” Ook de artikelen 131 en 132 die het tot oproepen tot geweld verbieden.

Volgens Abbas onderstrepen: “De koranverbrandingen en de verontwaardiging hierover, in Zweden en wereldwijd, (…) dat je rekening moet houden met culturele en religieuze gevoeligheden en de fijne kneepjes hiervan onder de knie moet krijgen. Tevens weerspiegelt de situatie in het land de moeilijkheid waarmee veel landen momenteel worden geconfronteerd bij hun pogingen om binnen de complexiteit van diversiteit, integratie en identiteit te navigeren.”  Het verbranden of verscheuren van een heilig boek als een manier om je mening te uiten, is geen aanzetten tot discriminatie of haat.

Er is in deze geen sprake van: ‘rekening houden met culturele en religieuze gevoeligheden en de fijne kneepjes hiervan onder de knie krijgen.’ Daarvoor pleiten richting overheid, is pleiten voor speciale behandeling van specifieke groepen. Wat er ‘onder de knie gekregen’ moet worden, is dat onze mores zijn dat je iedere godsdienst naar keuze mag aanhangen, artikel 6 van onze Grondwet. Dat recht geldt voor iedereen en dat betekent dat je buurman een heel andere godsdienst mag aanhangen. Dat allemaal binnen de grenzen van de wet. Je mag een godsdienst aanhangen, je hoeft het niet dus. Jij mag openbaar verkondigen dat jouw god de enige is en dat de rest een stelletje ongelovigen zijn. Je buurman met die andere godsdienst mag dat ook en die ongelovige mag tegen jullie allebei zeggen dat jullie, om het in goed Venloos te zeggen ‘en pan aaf hebbe’. Voor degenen die het Venloos niet machtig zijn, dat jullie niet goed bij jullie hoofd zijn. Dat mag allemaal. Of het slim is om elkaar zo te bejegen, is een tweede.

Er hoeft niet ‘genavigeerd te worden binnen de complexiteit van diversiteit, integratie en identiteit.’ Er moet genavigeerd worden binnen de wettelijke grenzen van ons bestel en binnen de grenzen van het fatsoen. Dat er mensen onder ons zijn, zoals Pegida voorman Edwin Wagensveld, die voor wat dit betreft geen grenzen van fatsoen hebben, maakt nog niet dat de ‘overheid’ iets moet. Die moet pas iets als de wet wordt overtreden en als iemand denkt dat dit gebeurt dan moet die persoon aangifte doen. Die grenzen van fatsoen en wellicht ook nog enkele wettelijke grenzen, worden ook overschreden als anderen iemand bekogelen met stenen uit protest tegen het verscheuren van een heiligboek.

Even een tip voor Abbas en anderen, vooral mensen die werkzaam zijn bij de media. De beste manier om met acties als die van Wagensveld om te gaan, is er geen aandacht aan te besteden. Media hebben niet de plicht om van iedere oprisping van elke idioot verslag te doen. Ik ben geen kenner van heilige boeken maar ik denk dat ze allemaal wel een of andere passage bevatten waarin staat dat het goed is om iemand die je iets aandoet of kwetst te vergeven en/of iets zoals ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’.