Romeinen, Arabieren en Hollanders

“Ken jij een ander systeem waarbij gedurende drie eeuwen zo’n 12.5 miljoen mensen in op elkaar gepakte ruimen een oceaan over werden verscheept, onderweg ~1.5 miljoen mensen stierven, de overlevenden onderworpen werden aan een systeem dat hen en al hun kinderen behandelde als objecten, allemaal om wat geld te kunnen verdienen?” Die wedervraag stelde Sander Philipse  een half jaar geleden in een artikel bij Oneworld, op de bewering dat trans-Atlantische slavenhandel niet zo uniek was. Een artikel dat ik nu pas las.

Slavernij monument Rotterdam

Foto: Pixabay

Inderdaad een treurig cijfer, dat is meer dan driekwart van de Nederlandse bevolking. Voor de gevoeligen onder ons komt er nu wat kil rekenwerk. 12,5 miljoen in driehonderd jaar, dat zijn er net geen 42.000 per jaar. Nu heb ik pas het boek De zijderroutes van Peter Frankonpan gelezen. Dat makkelijk te lezen boek beschrijft de wereldgeschiedenis vanuit een ander dan het Westerse perspectief. In dit boek een speciaal hoofdstuk gewijd aan de slavenhandel met de toepasselijke naam De slavenroute. Ik citeer: “Recent onderzoek lijkt erop te wijzen dat het Romeinse rijk op het hoogtepunt van zijn macht elk jaar zo’n 250.000 à 400.000 nieuwe slaven nodig had om het slavenbestand op pijl te houden.” Dat zijn er tussen de zes en ruim negen keer meer dan er jaarlijks werden verscheept via de Atlantische slavenroute. Het toppunt van het Romeinse rijk besloeg ook ongeveer 3 eeuwen en met 250.000 slaven per jaar, komt dat neer op zo’n 75 miljoen verhandelde slaven. Inderdaad werden die niet allemaal in schepen verpakt. Om jaarlijks aan die hoeveelheid nieuwe slaven te komen, zullen er onderweg ook wel de nodigen zijn gesneuveld.

Frankonpan gaat verder: “De markt in de Arabische sprekende landen was aanzienlijk groter – ervan uitgaande dat de vraag naar slaven min of meer identiek was – want die strekte zich uit van Spanje tot Afghanistan, wat erop zou kunnen duiden dat het aantal verkochte slaven veel groter is geweest dan het aantal dat voor Rome bestemd was.”  Slik! Nog meer? Nou voor één systeem wel. Naast het Romeinse rijk op zijn hoogtepunt, lag ook nog het Perzische rijk en ook dat kende slaven.

De vraag van Philipse moet ik daarom volmondig met JA beantwoorden. JA, er waren andere systemen die dergelijk aantallen slaven kenden. Sterker nog, met veel grotere aantallen. Nee, die werden niet allemaal in schepen gestopt en over een oceaan versleept. Frankonpan: “Men heeft voet- en handboeien en kluisters aangetroffen langs de slavenroutes, met name in Noord- en Oost Europa, terwijl nieuw onderzoek erop lijkt te wijzen dat stallen waarvan werd gedacht dat die voor vee bestemd waren, in feite gemaakt waren om mensen op te sluiten die later verkocht moesten worden ….” En ja, ook in die systemen werden mensen en ook kinderen als objecten beschouwd waaraan geld kon worden verdiend.

Inderdaad is de trans-Atlantische slavenhandel met de ‘kennis van nu’ bezien mensonterend, net als alle slavernij. Alleen bekeken de Romeinen, Arabieren en ook de Venetianen, Portugezen en Hollanders het niet met de ‘kennis van nu’. Is het voor nu niet goed om kennis te nemen van wat ‘toen’ normaal was en op welke schaal? En om ons te realiseren dat de wereld er op dit gebied een stuk beter op geworden is?

Beste mevrouw Wekker

In haar column in de Volkskrant vergelijkt Elma Drayer de recente ontwikkelingen binnen de antiracisme beweging met godsdienstfanatici: “Wij hebben het licht gezien, de rest van de mensheid wandelt in duisternis. Wij hebben de waarheid in pacht.” Een godsdienstige sekte met een eigen heilige: “De Amsterdamse emeritus-hoogleraar Gloria Wekker, bijvoorbeeld. Haar naam wordt eerbiedig gepreveld, haar geschriften hebben langzamerhand de status van openbaringen waaraan niemand mag twijfelen.” Als u, Gloria Wekker de heilige bent dan is uw boek Witte Onschuld de bijbel of koran van die beweging.

Wekker

Gelovigen twijfelen niet aan de teksten in hun heilige boeken, ze willen ze liefst zo precies mogelijk naleven. Op dit punt is het denken van u vergelijkbaar met de heilige boeken. U laat geen ruimte voor andere verklaringen dan de uwe. Voor degenen die:

“zich verre houdt van het ongeremde, onbehouwen racisme, en zich tegelijk niet actief wil teweerstellen tegen witte onschuld omdat dat onaangenaam en pijnlijk is en mogelijk vérstrekkende gevolgen zal hebben voor de eigen ‘onverdiende voordelen’, resteert een slecht geweten, dat vaak weggestopt moet worden, en dan geprojecteerd wordt op degenen die deze zaken aan de orde stellen. Ook resteert ongemak.”

Zo schrijft u op bladzijde 264. Die verklaring van u is dat ’Witte onschuld’, witte onwetendheid die tot superioriteit leidt en zo tot ‘onverdiende voordelen’ ook wel ‘witte privileges’. Witte onschuld die haar oorsprong vindt in een cultureel archief dat het gevolg is van vierhonderd jaar kolonialisme, is de enige juiste verklaring voor onze huidige samenleving die, volgens u, diep racistisch is. Voor u ben ik daarmee een racist of een lafaard. Zou er niet ook een andere verklaring mogelijk zijn?

Beste mevrouw Wekker, ik zie ongelijkheid in behandeling in Nederland en wil samenwerken met iedereen die deze ongelijkheid mee wil wegnemen. En ja, ik stel me te weer tegen racistische schreeuwlelijken. Ik weiger echter ‘te geloven’ in uw theorie van ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’ en kan me er dus ook niet ‘actief tegen teweerstellen’.

Ik ben het met u eens dat er meer aandacht moet zijn voor de geschiedenis en vooral voor verschillende perspectieven op die geschiedenis. In uw boek geeft u wat flarden van een perspectief waarin de transatlantische slavenhandel en de slavernij van Afrikanen centraal staat en verklaart dat tot de ‘waarheid’. In uw betoog gebruikt u uw kijk op het het heden, een volgens u diep racistische samenleving, om het verleden te verklaren. Die zeevaarders van vroeger moesten dus ook wel gewoon racisten zijn. En als zij racisten waren, dan was de hele toenmalige samenleving racistisch. Dit terwijl meer dan negentig procent van de mensen gewoon bezig waren om te leven en te overleven in hun kleine wereld die vaak niet groter was dan een straal van twintig kilometer om hun huis. Dat stukje wereld vormde hun perspectief en hun ‘culturele archief’. Zou het kunnen dat een andere verklaring dan uw ‘witte onschuld’ mogelijk is. Dat het ‘culturele archief’ veel gevarieerder is gevuld?

Uitgestoken hand

De afgelopen week gebeurde mij iets heel bijzonders. De Correspondent publiceerde in het kader van de ‘maand van de verzwegen geschiedenis’ een artikel van Patricia D. Gomes. Gomes beschrijft de afschaffing van de slavernij in Suriname. In 1863 werd de slavernij dan wel afgeschaft, dat betekende niet dat alle slaven meteen vrij waren: “Slaafgemaakten in Suriname kregen bij de proclamatie van de ‘afschaffing’ van de slavernij op 1 juli 1863 te horen dat ze nog tien jaar verplicht op de plantages en de werkhuizen moesten blijven werken, tot 1873 dus.” Gomes pleit ervoor om hier expliciet aandacht aan te besteden in de geschiedenisboeken.

uitgestoken hand

Foto: Flickr

Als dit in de geschiedenis lesboeken moet, dan met het brede perspectief, zo pleitte ik. Het verplicht blijven werken na ‘afschaffing’ van de slavernij was niet typisch Surinaams, ook Europese lijfeigenen moesten vaak nog vele jaren voor de landheer blijven werken om deze te compenseren, eigenlijk om zichzelf vrij te kopen. Gomes reageerde dat ze dit prima vond, maar dan wel speciale aandacht voor de zwarte slachtoffers, want: “vergeet niet dat de zwarte slachtoffers extra hebben geleden vanwege de geestelijke en lichamelijk ontberingen die hun weerga in de geschiedenis niet kennen. En dat hun nakomelingen – mensen als ik – nog steeds last hebben van de erfenissen wat betreft gelijke toegang tot het goede der aarde en dat witte mensen over het algemeen nog steeds denken dat ze al hun privileges geheel en al aan zichzelf te danken hebben en dat ze niet lijken in te zien (want zgn meritocratie) dat hun voordelen berusten op eeuwenlange uitbuiting en onderdrukking.” Daar sta je dan als ‘gepriviligeerde ‘witte’ en ook nog eens man. Mooi in de hoek gezet, blind voor het grote voordeel dat je hebt. Ben je, door je pleidooi voor perspectief, ineens beland in het ‘witte-privilege-denken’.

Ik antwoordde dat ik niet mee wil doen aan een spelletje ‘wie heeft het meeste geleden’, maar dat ik, omdat ik me realiseer dat door een toeval mij het geluk heeft toegelachen. Het toeval dat ik geboren ben in de situatie waarin ik geboren ben en dat dit toeval mij de plicht geeft om in het hier en nu anderen, die het minder hebben getroffen, te helpen om het beter te krijgen. Om mijn geluk te delen. Dat zij, als zij dat ook wil, mij aan haar zijde vindt.

Dat had ik verkeerd gezien: “Voor mij bestaat toeval niet en is alles oorzakelijk verbonden. We spreken alleen van toeval wanneer we we (nog) niet in staat zijn alle oorzaken en gevolgen waar te nemen vanwege onze gebrekkige waarnemingsvermogen en intelligentie die verhinderen dat we het hele plaatje zien. Mensen die in toeval geloven zeggen volgens mij zoiets als: Ik zie het niet/ ik ervaar het niet, dus bestaat het niet en wat ik wel zie/ervaar kan ook zomaar… uit het iets ontstaan. Dat is een comfortabele positie, waarbij je niet verder hoeft te kijken dan je neus lang is. Ik bedoel dit niet beledigend.” Aldus Gomes en daar sta ik dan met mijn uitgestoken hand.

Als je zelf je plek kiest waar je wordt geboren, had je dan niet beter moeten kiezen? En als er een ‘plaatsverdeler’ is, moet die er dan niet op worden aangesproken?

Wraak op vroeger

“De dominante opvattingen van die tijd waren geen opvattingen maar geloofsartikelen. Van de stelligheid waarmee ze werden uitgedragen, ging iets intimiderends uit. Wie er geen deelgenoot van was, had het gevoel te zondigen tegen de tijdgeest – na de doodverklaring van God de hoogste autoriteit.”

De mooiste zin uit het artikel van Sander van Walsum in de Volkskrant. Deze zin beschrijft de sfeer in de jaren zeventig van de vorige eeuw en beweert dat #MeToo afrekent met de ‘hardnekkige restanten’ van de jaren zeventig.

MeToo

Illustratie: Flickr

Even vooraf, natuurlijk is seksueel geweld en – misbruik afschuwelijk en moeten de daders worden gestraft.

Er is iets met dat ‘afrekenen’, worden we tegenwoordig niet overspoeld met ‘#MeToo-achtige’ golven die ons vragen om ‘af te rekenen’ met een voorbije tijd? Altijd is er wel iets uit vervlogen jaren waarmee moet worden afgerekend. De hippies waarmee nu moet worden afgerekend, rekenden af met het collectieve en de ‘groepsdruk’ en pleitten voor de ontplooiing van het individu, vrijheid en alles moet kunnen. Nou ja alles, bemoeienis met Vietnam natuurlijk niet. Via Vietnam komen we als vanzelf bij het kolonialisme, ook daar sturen velen een  ‘#MeToo-achtig’ bericht als slachtoffer van de koloniale politiek van de westerse wereld. En van het kolonialisme is het maar een kleine stap tot de slavernij en logische achterstelling en discriminatie van mensen. Ook hier wemelt het van een soort van ‘#MeToo’ berichten en moet met de schuldigen, de ‘witten’ worden ‘afgerekend’. Een andere favoriet waarmee moet worden afgerekend is de ‘links multiculturalistische Gutmensch’ uit de jaren tachtig en negentig die problemen met migratie ontkende en geloofde in de ‘hemel op aarde’, maar dan met meerdere geloven en culturen. Ook tegen hen wemelt het ‘slachtoffers’ die zich melden met een  soort’ #MeToo’ bericht.

In al die gevallen worden de ‘dominante opvattingen’ van een tijd aan de kaak gesteld waarmee afgerekend moet worden. Ze verkondigden hun opvattingen immers als ‘geloofsartikelen’ en wie zich ertegen verzette was ‘zondig’.

Wat mij opvalt aan dat ‘afrekenen met vroeger tijden’ is dat de oproepers ertoe vaak zeer dominante opvattingen hebben, zo dominant dat het wel ‘geloofsartikelen’ lijken. ‘Geloofsartikelen’ die met een stelligheid worden uitgedragen dat het intimiderend overkomt en het zeer lastig wordt om een andere, genuanceerdere boodschap te laten horen. Geloofsartikelen die verdeeldheid zaaien terwijl ze naar verbinding zeggen te zoeken. Zo intimiderend dat je je zondig gaat voelen en aan jezelf gaat twijfelen omdat je de ‘tijdgeest tegen hebt’ en daardoor maatschappelijk ‘doodverklaard’ lijkt.

Zou deze ‘wraak op vroeger’ en de verdeeldheid die het veroorzaakt iets zijn waar men zich in toekomstige tijden tegen gaat afzetten in een nieuwe ‘#MeToo’? In dat laatste geval alvast ‘#MeToo’.

Slavernij en rassenleer

Als historicus kijk ik uit naar de bijdragen die bij De Correspondent gepubliceerd gaan worden in het kader van de door dit medium uitgeroepen ‘Maand van de Verzwegen geschiedenis’. De Correspondent gaat: “onderzoekers en schrijvers die een groter podium verdienen,” dit podium bieden met als uitdaging om: “meer perspectieven op de geschiedenis,” in de schoolboeken te krijgen.

slavernij

Illustratie: Flickr

Niets mis mee, meerdere perspectieven. Zeker niet omdat geschiedenis meestal door de ‘overwinnaars’ en de ‘powers that be’ wordt geschreven en daarbij worden negatieve aspecten van die overwinnaars vaak ‘vergeten’. Onder het aankondigende artikel werd al flink gediscussieerd door lezers en de betreffende onderzoekers en schrijvers. Het thema slavernij kwam hierbij al vrij snel en veel aan bod. Een van de onderzoekers en schrijvers, Miguel Heilbron, nam met name deel aan de discussie omtrent het slavernij verleden en schreef het volgende:

“Maar hierbij lijkt wel vergeten te worden dat de transatlantische slavernij door Europeanen een nieuw element introduceerde, namelijk een rassenleer over superieure witte mensen en inferieure zwarte mensen, en het dehumaniseren van zwarte mensen om slavernij te legitimeren. Ideologieën hieromheen zijn honderden jaren verder ontwikkeld en gereproduceerd en werken door tot op de dag van vandaag. Het lijkt me belangrijk de link te leggen met hedendaags racisme en te zien waar dit vandaan komt.”

Een redenering die je tegenwoordig vaak hoort en door menigeen wordt verkondigd.

Toch knelt er iets aan deze redenering. De transatlantische slavenhandel kreeg vanaf begin zestiende eeuw de wind in de zeilen en ging door tot het moment dat de slavernij werd afgeschaft in 1867 en kende haar hoogtepunt in de achttiende en begin negentiende eeuw. Een handel waarbij Europese kooplui, waaronder Nederlanders, slaven kochten op de markt in Afrika, hen verscheepte naar de andere kant van de Atlantische oceaan en ze daar weer verkocht aan plantagehouders. Aan deze handel werd flink verdiend en dat was dan ook de drijfveer achter deze handel.

Volgens Heilbron werd dit ideologisch ondersteund door een rassenleer over superieure witte mensen en inferieure zwarte mensen’. Bekijken we echter het ontstaan van de rassenleer, dan zien we dat deze eind negentiende eeuw pas werd ontwikkeld door Duitse en Franse wetenschappers. Niet in verband met slavenhandel, de Duitsers namen daar niet aan deel. Nee, in verband met het opkomend nationalisme.

Hoe kan een leer die pas na de afschaffing van de slavernij ontstond, een nieuw element zijn in de transatlantische slavenhandel? Ik ben benieuwd naar Heilbrons ‘alternatief’ voor dit feit.

Selectief winkelen

“Erkennen van het Nederlandse aandeel in slavernij is erkennen dat er in Nederland een systematische ongelijkheid bestaat voor een groep Nederlanders met een cultureel diverse achtergrond.”

Dit schrijft Jörgen Tjon A Fong in de Volkskrant in reactie op een column van Martin Sommer in dezelfde krant. Tjon A Fong vindt dat Sommer het slavernijverleden bagatelliseert en dat hij door: “betwisten van de cijfers de weg naar gelijkheid juist vertroebelt.” 

slavernijFoto: Pixabay

Het gaat mij er niet om wie gelijk heeft en hoe groot of klein het Nederlandse aandeel in de slavernij handel was. Het gaat mij om deze bewering van Tjon A Fong. Hij beweert hier dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de slavenhandel en de huidige ongelijkheid die er bestaat tussen Nederlanders met diverse culturele achtergronden. Tjon A Fong beweert hier dat het laatste is veroorzaakt door het eerste. Of hemzelf aan het woord te laten: “Het gaat erom dat we in de tijd die we de Gouden Eeuw noemen een sociale constructie hebben gebouwd waarin wit als superieur werd gezien en niet wit als minderwaardig.”

Hoe is dan die ‘sociale constructie’ in de Gouden Eeuw ontstaan? De westerse slavenhandelaren zagen immers niet iedere niet blanke als slaaf. Ze handelden er vrolijk op los met niet blanke slavenhandelaren die hun kleurgenoten verhandelden. Als ze pech hadden, werden ze zelf tot slaaf gemaakt door Arabieren en Noord-Afrikanen.

Ik ben benieuwd hoe het verband dat Tjon A Fong schets eruitziet. Dat twee gebeurtenissen na elkaar optreden wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is tussen die twee. Kan Tjon A Fong of iemand anders mij dit verband uitleggen? Volgens Tjon A Fong gaat het erom de: “bouwstenen van de huidige maatschappij bloot te leggen. En daar vormt de geschiedenis een onuitwisbaar fundament van.” De slavenhandel heeft hierbij tot een ‘constructiefout’ geleid. Winkelt Tjon A Fong zo niet selectief in de geschiedenis?

Als de geschiedenis het fundament van het bouwwerk is, behoort dan de afschaffing van de slavernij niet ook tot die fundamenten? Net als een Grondwet die iedereen gelijk behandelt?

Zou het kunnen dat de oorzaak van de ongelijkheid niet systematisch is, maar een oorzaak in de menselijke natuur heeft? Identificeert een mens zich niet met degenen die op hem lijken. Zou dat niet de oorzaak van de ongelijkheid kunnen zijn?

Vrije markt, of toch niet?

Volgens Alexander Sassen van Elsloo staan we aan de vooravond van een ‘enorme ramp’, zo valt te lezen bij Opiniez. Een economische ramp waarbij de crisis van 2008 in het niet zal vallen. De oorzaak van die ramp: “een elite (die) zich met van alles en nog wat bemoeit, zo ook met de economie.” Dat zou die elite (de overheid) niet moeten doen, want: “Als mensen met rust worden gelaten (staat is er voor bescherming van lijf en eigendom), dan is er een vrije markt waaruit juiste prijzen voortkomen. Deze prijzen geven weer impulsen om meer of minder te consumeren, dan wel meer of minder te investeren. Over- of onderproductie komt nauwelijks voor (wordt gelijk afgestraft) en alleen de meest solide projecten krijgen daarvoor financiering.”

Hayek

Omdat de overheid zich wel met de economie bemoeit, loopt alles in het honderd. De reden, omdat: “de overheid handelt (…) met onvolledige dan wel onjuiste informatie.”  De markt kent dit falen niet, die heeft alle informatie in zich vervat. De Oostenrijker Friedrich Hayek , de belangrijkste grondlegger van het neoliberale denken, zou het niet beter kunnen verwoorden. En, overheidsbemoeienis leidt tot slavernij, zo betoogt Hayek in zijn boek Road to Serfdom. De ‘schuldensamenleving’ die ook Sassen van Elsloo constateert, zou je kunnen zien als die moderne vorm van slavernij. Sassen van Elsloo heeft een punt.

Of toch niet. Kwam de grote ‘verschulding’ niet juist op gang toen de overheid de regels voor het bankwezen versoepelde? Toen de overheid bankiers en verzekeraars de ruimte gaf om ‘innovatieve’ maar vooral ondoorzichtige producten op de markt te brengen. Producten zoals beleggen met geleend geld en ‘collaterized mortgage obligations’. De ruimte om tophypotheken te verstrekken aan mensen zonder een inkomen om de erbij horende lasten te kunnen betalen. De ruimte om grote sommen geld zonder enige belemmering te verschuiven van de ene naar de andere kant van de wereld. Toen de overheid dat deed waar Sassen van Elsloo voor pleit: geen overheidsbemoeienis?

De overheid moet zich niet met de economie bemoeien, alles moet vrij zijn. Nou ja alles? Wijkt hij in een tweede artikel niet van af: “Dat arbeid maar vrij moeten kunnen bewegen en dat het pensioenstelsel demografisch ondersteund moet worden, kan dan economisch in eerste instantie kloppen, de secondaire effecten zullen desastreus zijn voor maatschappij en dus ook voor de economie.”  Als vrije migratie schadelijk is, zouden er dan niet meer schadelijke effecten kunnen zitten aan een vrije markt? Zou de overheid dan niet ook op andere punten moeten ingrijpen? Zou ook te weinig overheidsbemoeienis tot een economische crisis kunnen leiden?

Om de parallel van Hayek met slavernij door te trekken. Hoe zijn de slavernij of de kinderarbeid aan hun einde gekomen? Was het een gevolg van ‘marktwerking’ dat de slaven hun vrijheid verkregen? Of was het de overheid die het verbood?