Uitgelicht

Lof der zotheid

“ Wat moet hierover nog worden beweerd? Alsof niet uit mijn hele gezicht, zoals men zegt, duidelijk genoeg blijkt wie ik ben. Als iemand zou beweren dat ik Minerva of Sofia ben, dan kan hij toch met één oogopslag duidelijk zien dat ik dat niet ben. Ook als er geen woorden aan te pas zouden komen die een ware spiegel van de geest zijn. Er is bij mij geen plaats voor schmink en er staat op mijn voorhoofd niets anders te lezen dan wat er in mijn hart schuilt. Ik lijk overal op mezelf, zozeer dat de mensen niet kunnen doen alsof ze mij niet kennen, mensen die speciaal voor zichzelf persoon en titel Wijsheid opeisen en rondlopen als apen in purper en ezels in een leeuwenhuid. En terwijl zij ijverig doen alsof, komen toch ergens de uitstekende oortjes van Midas tevoorschijn. Allemachtig, wat is dit slag mensen ondankbaar! Zij zijn bij uitstek lid van mijn partij, maar ze schamen zich zo ten overstaan van de grote massa over mijn naam, dat zij die overal anderen als grote schande voor de voeten werpen. Heb ik niet het volste recht deze domoren – die  juist wijzen en Thaleten willen lijken – morosofen  te noemen?”  De ik die in deze passage spreekt is de zotheid en die is aan het woord in Lof der zotheid van Desiderius Erasmus. Een morosoof is zoiets als een dwaaswijze.

Bron: Wikipedia

Deze week werden we opgeschrikt of verblijd, het is maar hoe je er tegenaan kijkt, door de perikelen binnen het Forum voor Democratie. Perikelen die herkenning oproepen omdat we ze al eerder hebben gezien. De LPF en de PVV gingen de club van Baudet voor. Staand voor mijn boekenkast en met deze perikelen en de erin opererende personen in mijn achterhoofd, trok Lof der zotheid mijn aandacht. Het boek werd voor het eerst in 1511 zonder toestemming de auteur gedrukt door vrienden van de auteur. En al bladerend viel mijn oog op het vijfde hoofdstuk met als titel Zotheid vermomt zichzelf niet waarmee ik hier open. Een bij de perikelen en de erbij betrokken personen passende passage?

Erasmus biedt meer passende hoofdstukken. Bijvoorbeeld Zij imiteert moderne redenaars, het vijfde hoofdstuk. “Daarom lijkt het mij goed onze moderne redenaars te imiteren, die werkelijk geloven dat ze goden zijn, maar het lijkt er eerder op dat ze als een bloedzuiger twee tongen hebben. Zij beschouwen het als een geweldig belangrijke prestatie om in Latijnse redevoeringen van tijd tot tijd een paar Griekse woorden te vlechten als in een mozaïek, ook als ze daar niet op de juiste plaats staan. En als ze die exotische woorden niet kunnen vinden, diepen ze uit stoffige geschriften vier of vijf oude woorden op, die de lezer door hun duistere betekenis in verwarring brengen. De lezers die ze wel begrijpen zijn meer en meer met zichzelf ingenomen, bij wie ze niet begrijpen is hun bewondering omgekeerd evenredig aan hun begrip. Dit is immers juist het niet onaardige genoegen van mijn gevolg om tegen de vreemdste dingen hoog op te zien. Zij die niet zo eerzuchtig zijn lachen en klappen toch als ezels die hun oren bewegen, om anderen goed te laten zien dát ze het begrijpen.”

Of neem hoofdstuk 9 met de titel Haar gevolg. Een hoofdstuk over de personen waarmee Zotheid zich ophoudt. Erasmus: “De dame die u daar ziet, die met die opgetrokken wenkbrauwen, is de Eigenliefde. De andere, die lijkt te lachen en te applaudisseren, heet Vleierij. Die daar half lijkt te slapen is Vergeetachtigheid genaamd, en die daar met de gevouwen handen op beide ellebogen leunt heet Werkschuwheid. De dame die omkranst is met rozen en helemaal besprenkeld met parfum is Genot, die met haar rollende ogen wordt Dwaasheid genoemd. Zij daar, met haar welverzorgde huid en welgedane lichaam, heet Weelderigheid. U ziet ook twee godinnen onder de meisjes: de ene heet Dinkgelag en de andere Vaste slaap. Met behulp van dit trouwe personeel dus onderwerp ik alles en iedereen aan mijn gezag en ben ik zelfs keizers de baas.”

Ook passend hoofdstuk 26. “Maar laat ik terugkeren naar waar ik aan begonnen was: wie anders dan vleierij heeft van al die boerse lieden die zo hard zijn als steen en ruw als hout een beschaafde gemeenschap gemaakt? De citers van Amphion en Orpheus hebben namelijk geen andere betekenis. Wat vormde het uiterst onrustige Romeinse volk weer tot een eensgezinde gemeenschap? Een filosofische toespraak soms? Niks hoor, eerder een belachelijk en kinderachtig fabeltje over de buik en andere lichaamsdelen. Precies evenveel waard was het fabeltje van Themistocles over de vos en de egel. Welke wijze rede zou hetzelfde bewerkstelligen als die verzonnen verhaaltjes van Sertorius over zijn hert of dat van die Spartaan over twee honden en dat belachelijke verzinsel van genoemde Sertorius over het uittrekken van haren uit een paardenstaart? Laat ik nu maar niets zeggen over Minos en Numa, die beiden de zotte menigte bestuurden met fabelachtige verzinsels. Door dit soort onzin wordt het volk, dat reusachtige en machtige ondier, gestimuleerd.” Een  hoofdstuk met de passende titel Het volk laat zich leiden door onzin en verzinsels.

Als afsluiting een laatste keer naar Erasmus: “Ik heb niets tegen offers, ik word ook niet boos en ik eis geen zoenoffers als er een of andere ceremonie is overgeslagen. Ik beweeg ook niet hemel en aarde als de ander goden wel worden uitgenodigd, terwijl ik thuis moet blijven, en als ik niet mag meegenieten van de wettige walm van offerdieren. de andere goden zijn zo lichtgeraakt dat het in zekere zin meer de moeite loont en ook veiliger is hen met rust te laten dan hen te vereren. Zo bestaan er ook mensen die moeilijk doen en zich zo gauw gekwetst voelen, dat ze maar beter wildvreemden voor je kunnen zijn dan huisvrienden. Maar niemand, zegt men, offert aan de Zotheid of bouwt een heiligdom voor haar. Zoals ik al zei, verwonder ik mij inderdaad enigszins over deze ondankbaarheid. maar omdat ik zo toegeeflijk ben neem ik dat voor lief; trouwens, ik heb er ook eigenlijk helemaal geen behoefte aan. Want waarom zou ik vragen om een beetje wierook, offermeel, een bok of een varken, als alle mensen mij overal een eer bewijzen die zelfs door theologen in hoge mate wordt gebillijkt? Zou ik soms Diana moeten benijden omdat aan haar mensenbloed geofferd wordt? Ik denk dat ik heel vroom word vereerd als zij mij overal – zoals iedereen dat nu eenmaal doet – in hn hart sluiten, in hun levenswandel navolgen en in hun dagelijkse doen en laten steeds zichtbaar maken. een dergelijke heiligenverering komt zelfs bij christenen niet vaak voor. Hoeveel mensen zijn er niet die een kaars aansteken voor de Moedermaagd, midden op de dag als het nergens voor nodig is? Hoe weinig mensen zijn er daarentegen die proberen haar kuisheid te evenaren, haar bescheidenheid en haar liefde voor hemelse zaken? Want dat is pas de ware verering en die hemelbewoners het meest dierbaar. Bovendien, waarom zou ik een tempel willen hebben, wanneer de hele wereld, als ik mij niet vergis, mijn allermooiste tempel is? Priesters zijn er ook genoeg, zolang er mensen zijn. Ik ben ook niet zó zot dat ik roodgeverfde stenen beelden wil hebben. Die staan mijn eredienst maar in de weg, omdat al die sufferds en sukkels de beelden in plaats van de heiligen zelf aanbidden. Dan gebeurt er met mij precies wat die heiligen overkomt die door hun plaatsvervangers worden verdrongen. Ik geloof dat er voor mij evenveel standbeelden zijn opgericht als er mensen zijn, want zij zijn mijn levende evenbeelden, zelfs als ze dat niet willen. Zo hoef ik de andere goden nergens om te benijden, als zij op verschillende plaatsen op aarde en zelfs op vaste dagen door steeds weer andere mensen worden vereerd – zoals Phoebus op Rhodos, Venus op Cyprus, Iuno in Argos, Minerva in Athene, Jupiter op Olympus, Neptunus in Terente, Priapus in Lampsacus – zo lang de hele wereld mij maar steeds haar beste offers breng.”  Aldus hoofdstuk 47 uit het werk van Erasmus met de titel De zotheid wordt altijd en overal zelfs tegen wil en dank geëerd. 

Laten de opkomst van, aanhang voor en de perikelen binnen de LPF, de PVV en het FvD niet zien dat zotheid nog steeds wordt geëerd?

Beste PVV-kamerleden

Ik heb uw vragen in goede orde ontvangen. Bij deze mijn antwoorden op uw vragen. 

Mandela

Illustratie: Flickr

Ja, ik ben ermee bekend dat Syrische ouders hun kinderen naar weekendscholen sturen. Hoeveel van deze scholen er zijn en wie ze betaalt, weet ik niet. En ik moet u eerlijk bekennen, dat interesseert mij ook niet. Net zoals het mij ook niet interesseert dat christelijke ouders hun kinderen in het weekend naar een bijbelschool sturen of, ik weet niet of die er nog zijn, katholieke ouders hun kinderen naar de catechese sturen. Het interesseert mij ook niet dat u in weekenden mensen in klasjes ‘PVV-onderwijs’ aanbiedt. Het staat mensen vrij een dergelijke keuze te maken. 

Dat wij geen Syrische islamscholen nodig hebben, is niet aan mij of u om te beoordelen. Het staat mensen vrij om dergelijk onderwijs voor hun kinderen te zoeken en het te organiseren. Daar is geen toestemming van mij of van u voor nodig. Dat behoort tot de vrijheid van eenieder en aan die vrijheid wil ik niet tornen. Sterker nog, dat is het nemen van eigen verantwoordelijkheid, iets wat te prijzen is.

Ik ben het met u eens dat wij in Nederland gebaat zijn bij uitstekend onderwijs op legale scholen. Onderwijs dat is gericht op deelname in de Nederlandse maatschappij. Onderwijs dat erop gericht is onze kinderen voor te bereiden op het maken van eigen keuzes en een zelfstandig leven. Onderwijs dat hen laat zien wat er ‘te koop’ is de wereld ook op religieus gebied. Dus geen onderwijs dat is toegesneden op het promoten van joods-christelijke waarden, normen en cultuur. Iemand die dat wil, bezoekt daarvoor maar een weekendschool. Bent u er trouwens van op de hoogte dat christenen de joden eeuwenlang niet konden zien of luchten? En dat die joods-christelijke culturele eenheid die u suggereert een waanbeeld is?

Er is geen wet die mensen verbiedt om koranonderwijs of Arabisch te volgen. Van illegaliteit is daarom geen sprake. Dat maakt dat ik geen mogelijkheden heb om deze scholen te verbieden en deze mogelijkheden ook niet wil hebben. Ook de achterliggende organisatie kan en wil ik niet aanpakken puur en alleen omdat er onderwijs in Arabisch en kennis van de koran wordt bijgebracht.

Ja, ik heb ook een bericht gelezen dat Syrische vluchtelingen vanuit Libanon terug zouden gaan naar Syrië. En NEE, ik ben niet bereid om mensen te dwingen terug te gaan naar veilige gebieden in Syrië. Het is aan iedere Syriër zelf om te bepalen of hij terug wil naar het geboorteland. Voor mij staat ook op dit punt de keuzevrijheid centraal. Daarmee heb ik al uw vragen beantwoord en wens ik u een fijne voorzetting van uw zomerreces.

O, wat zou ik ervoor geven dat de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een dergelijk antwoord zouden geven op de door de PVV gestelde vragen.

Neutrale politici

Als volger van de actualiteit en vooral gefocust op ‘bijzondere’ uitspraken en redeneringen, lees je soms dingen waarvan je denkt: hoe krijgen ze het verzonnen? Zo las ik bij rtvdrenthe een wel heel bijzondere redenering van de PVV-fractievoorzitter in Emmen, Tom Kuilder. Kuilder: “Wij vinden de scheiding van kerk en staat een belangrijke zaak. Daarom past het dragen of tonen van religieuze symbolen niet in een volksvertegenwoordigend orgaan. Denk aan keppeltjes, hoofddoeken of mariabeelden. Geloof is iets voor achter de voordeur.” Kuilder richt zijn pijlen op een PvdA-raadslid dat een hoofddoek draagt en het gaat hem niet om de persoon: “Het gaat ons om de achterliggende discussie en de neutraliteit die politici moeten uitstralen.”

Nolensplein

Foto: de Ballonnendoorprikker

Gelukkig vindt hij de scheiding tussen kerk en staat belangrijk. Op dat punt zijn nog wel wat slagen te winnen, zoals ik een tijdje geleden al betoogde. Betekent een neutrale overheid dat een volksvertegenwoordiger geen religieus symbool mag dragen? Gaat Kuilder dan ook de strijdt aan met partijen die in hun naam verwijzen naar een religie? Moeten die niet ook worden ‘verboden’? Die stralen immers geen neutraliteit uit. Hoe zit het met het benoemen van het ‘joods- christelijke’ karakter van de samenleving dat de laatste jaren, ook bij PVV-leider Wilders, erg populair is? Ook verbieden? En als we dan toch bezig zijn, is het liberalisme niet ook een visie op het leven, net zoals een religie? Iets wat je ook van het socialisme zou kunnen zeggen. Verbieden nu we toch bezig zijn? 

“Geloof is iets voor achter de voordeur,” aldus Kuilder en hij lijkt dit letterlijk op te vatten. Alleen echt consequent is hij niet, want ik mis een pleidooi voor de sloop van alle kerken, maar misschien komt dat nog. Dat zijn immers uitingen van een religie aan de verkeerde kant van de voordeur. Daarna kan hij zich wellicht nog werpen op alle pleinen en straten die zijn vernoemd naar paters, pastoors, heiligen, dominees en andere religieuze persoonlijkheden. Dat heeft een voordeel, dan wordt het Venlose Nolensplein weer het Gaasplein.

Wanneer kunnen we van Kuilder de oproep verwachten aan zijn politiek leider Wilders? Politici moeten immers ‘neutraliteit’ uitstralen. En zo blijft er niemand over die geschikt is als politicus. Of zou Kuilder bedoelen dat de PVV neutraal is?

Vrijheid en slavenmoraal

“Door het ontstaan van fusiepartijen als het CDA, Christen Unie en GroenLinks zijn de onderlinge verschillen tussen de politieke partijen verdwenen. Er is een sociaal-liberaal midden ontstaan dat ons land al een halve eeuw regeert, waarbij het weinig uitmaakt of dat uit centrumlinkse of centrumrechtse partijen bestaat.” Zo begint Henk Strating zijn betoog op de site Opiniez. Als Strating bedoelt dat de vele partijen weinig van elkaar verschillen, dan heeft hij een punt.

Nietzsche-Denkmal_Naumburg_2013

Foto: Wikipedia

Gelukkig zijn er sinds de eeuwwisseling alternatieven, aldus Strating: “Fortuyn, Wilders en Baudet hebben er met hun LPF, PVV en Forum voor Democratie een bres in geslagen.” Die hebben, zo beweert Strating, het lef om zich te onderscheiden. De essentie van dat onderscheiden vat Strating in één woord samen: “vrijheid. En dan vooral het vrije denken en de vrijheid van meningsuiting. Pim Fortuyn sprong daarvoor in de bres en wilde daarom het verbod op belediging en discriminatie afschaffen. De PVV voert vrijheid zelfs in de naam van de partij. Maar het meest duidelijk is het bij Thierry Baudet van het Forum voor Democratie.” 

Heb ik het dan helemaal verkeerd gezien, gelezen en gehoord de afgelopen jaren? Verkeerd gezien dat de partij die vrijheid in haar naam voert, wel heel erg vaak het woord verbieden in de mond neemt. Bijvoorbeeld als het gaat over een hoofddoek, de bouw van een moskee of het bezoek van een imam. Verkeerd gelezen dat diezelfde partij en ook nieuwkomer Baudet wel erg vaak pleiten voor het optreden tegen, of het ontslag van bijvoorbeeld een politieagent, leerkracht en anderen als die hun mening uiten en die mening niet overeenkomt met hun mening. Verkeerd gehoord dat als er iets wordt gezegd dat de ‘leiders’ van deze partijen onwelgevallig is, het woord ‘demoniseren’ heel snel valt. Dit met de bedoeling om die ander de mond te snoeren. Dat het bovendien niet bij woorden alleen blijft, nee er worden aangiftes gedaan.

Is dit in lijn met de uitspraak waarmee Strating eindigt en die aan de Franse denker Voltaire wordt toegeschreven: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen?” Of is dat een kenmerk van wat Nietsche, zoals Strating hem parafraseert: “een slavenmoraal (noemt), waarin vrije geesten verstikken, omdat afwijkende meningen taboe verklaard zijn?” 

Rationeel in irrationele tijden?

“Ten overstaan van verbijsterde politici heeft de Britse minister voor Brexit David Davis verklaard dat de regering geen flauw idee heeft van de economische gevolgen van de uittreding uit de EU. De voorzitter van de commissie die zich over de Brexit buigt wilde van de minister weten of er onderzoek is gedaan naar de gevolgen. Nee, antwoordde David Davis, Geen enkel.” Dit las ik bij Joop en ik hoorde het eerder al op de radio. Verbazing alom hierover. Is die verbazing wel terecht?

Brexit.jpg

Illustratie: Brexit Panic | frankieleon | Flickr

Welke onderzoeker geloof je? In de aanloop naar het Brexitreferendum verscheen het ene na het andere onderzoek en rapport naar de economische gevolgen van een Brexit. Onderzoeken die economische ‘hel en verdoemenis’ voorspelden of een terugkeer van het ‘stenentijdperk werden afgewisseld met rapporten die voorspelden dat het tot de ‘hemel op aarde’ of een ‘brave new world’ zou leiden. Zo ongeveer te vergelijken met het onderzoek dat de PVV liet doen naar een Nexit, volgens dat onderzoek zou ieder huishouden er tienduizend euro op vooruitgaan bij een Nexit. Hoe de Brexit werkelijk uit zal vallen, weet nu nog niemand.

Een slagje verder. Onderzoek je niet iets als je wilt weten welke effecten dat iets zal hebben. Als je wilt weten of die handeling verstandig is, of je die handeling wel moet verrichten. Als ik wil overstappen van energieleverancier of bank, dan onderzoek ik welke voor- en nadelen de verschillende opties met zich meebrengen. Op basis van dat onderzoek neem ik dan een besluit waarbij ik weeg of bijvoorbeeld het milieu zwaarder weegt dan een klein financieel voordeel. Waarom zou je een onderzoek doen naar de gevolgen van een besluit als het besluit toch al is genomen? Er is immers al tot een Brexit besloten. Welke zin heeft onderzoek dan nog?

‘Om je voor te bereiden op de gevolgen,’ zou het antwoord kunnen zijn. Maar ja, welke gevolgen? Die van de zwartkijkers of de jubelaars? Zou het immers niet vreemd zijn als er nu wel een voor zowel voor- als tegenstanders geloofwaardige onderzoeker te vinden is?

Hoe verbaasd de reacties ook zijn, zou je, op grond van de genomen besluiten en omstandigheden, het handelen van minister Davis niet als rationeel kunnen noemen? Hij accepteert immers het voldongen feit en verspilt geen tijd en geld aan onderzoeken naar gevolgen van een genomen besluit dat niet terug wordt gedraaid. Hoe irrationeel het genomen besluit wellicht ook is.

(On)democratisch

Struinend langs de diverse digitale media op zoek naar bijzondere berichten en redeneringen, kwam ik op de site Novini terecht. Een site voor The bigger picture, zoals haar ondertitel luidt. Een artikel met de kop We ‘knuffelen’ radicalisten de jihad in’, geschreven door David Pinto, trok mijn aandacht. Pinto schrijft over het ‘falende cultuurmarxistische’ Amsterdamse beleid om radicalisering te voorkomen, iets wat Pinto de pas overleden burgemeester Van der Laan verwijt. En via Van der Laan komt hij bij Martin Bosma terecht die hij graag als Amsterdamse burgemeester zou zien: “Bosma is een intellectueel, een voortreffelijk politicus, een buitengewoon kundig lid van het presidium van de Tweede Kamer en bovendien een aimabel mens.”

MEDION DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Het gaat mij niet over de persoon Bosma, ik ken hem niet, het enige wat ik erover zeg is dat hij een eenmanspartij vertegenwoordigt die zeer ver van mij af staat. Het gaat mij over de redenering van Pinto: “Bovendien, de PVV is de tweede partij in grootte van ons land. En vreemd genoeg, er is nog niet één burgemeester afkomstig van deze partij, terwijl de PvdA met haar magere 9 zetels, twee van de vier grote steden gijzelt. Hoe democratisch is dit eigenlijk?”  Pinto schetst hier een beeld van een partij die wordt achtergesteld en een andere partij die wordt bevoordeeld. Het beeld van Pinto komt er in het kort op neer dat de traditionele partijen (het ‘partijkartel’ van Thierry Baudet) de bestuursposten onder elkaar verdeelt, een ondemocratische bedoeling.

Is het zo vreemd dat er nog geen PVV-burgemeester is? Om burgemeester te worden, moet je als eerste solliciteren op een vacante burgemeesterspositie. Als er geen PVV-er solliciteert, kan er geen PVV-er worden benoemd. Als de PVV burgemeesters wil, dan zullen ze eerst moeten solliciteren, daar begint het. Vervolgens kiest een vertegenwoordiging van de gemeenteraad in de betreffende gemeente enkele sollicitanten uit die op gesprek mogen komen. Als er al een politieke keuze wordt gemaakt, dan gebeurt dat door de partijen in de gemeenteraden. De PVV ontbreekt op lokaal niveau waardoor ze de boot hier kunnen missen. Wie kun je dat verwijten?

Als laatste het woord gijzelen. Wie houdt de PvdA gevangen? De betreffende burgemeesters hebben normaal gesolliciteerd en zijn benoemd. Dit is op de democratisch vastgestelde manier gebeurd. Inderdaad is de PVV de tweede partij en heeft de PvdA maar negen zetels. Een klein jaar geleden, had de PvdA er nog achtendertig en was zij de tweede partij van het land, iets wat de afgelopen vijftig jaar redelijk gebruikelijk was. Burgemeestersbenoemingen staan los van kamerzetels.

Pleit Pinto ervoor dat na iedere Tweede Kamerverkiezing alle burgemeesters ontslag moeten nemen en de burgemeestersposten vervolgens naar rato over de partijen worden verdeeld? Als hij dat wil, dan moet hij ervoor zorgen dat er voldoende kamerleden in beide kamers hem steunen om de Grondwet te wijzigen. Dat is democratie meneer Pinto.

Wat de kiezer wil

De PVV gaat lokaal! De komende gemeenteraadsverkiezingen gaat de PVV in een zestigtal gemeenten meedoen aan de verkiezingen. In een interview in het AD kondigt partijleider en enigst lid Wilders dit aan. In de Volkskrant ligt PVV-europarlementariër Olaf Stuger toe waarom de partij die stap waagt: “Zo komen we in de haarvaten van de samenleving, van stratenmaker tot medisch specialist. De partij is er aan toe.”  Dat zou kunnen, alleen kan de Ballonnendoorprikker dit niet beoordelen en moet dit dan maar aannemen van Stuger.

De kiezer

Illustratie: Managementboeken

De lokale afdelingen mogen hun eigen programma’s opstellen, daar bemoeit Wilders zich niet mee. Al geeft hij in het AD wel wat richting: “Al zal het niet gebeuren dat er een stedenband met Ramallah wordt bepleit. Het blijft wel de PVV.” De Nieuwe raadsleden moeten zich wel realiseren dat ze het, volgens Stuger, niet makkelijk krijgen: “We zijn politieke commando’s, vaak opererend op vijandelijk terrein. Daar moet je tegen bestand zijn.”

Echt interessant wordt het als het over die programma’s gaat. Daar waar de klassieke partijen hun programma’s door de leden laten vaststellen, ontbreken die bij de PVV. Geen nood: “Ons referentiekader is wat de kiezers willen.” Wat willen die kiezers dan en hoe komt de partij dat te weten?

Wat ‘het volk’ wil dat wordt pas na de verkiezingen duidelijk. Dan heeft ‘het volk’ immers gesproken. Dat moet uitermate lastig zijn voor een partij die ‘wat de kiezer wil’ als referentiekader heeft. Afgelopen 15 maart hebben de kiezers weer gesproken en laten weten wat ze willen. Het resultaat is een kamer met dertien partijen in grootte variërend van twee tot drieëndertig zetels. En wat weet je als je die uitslag weet? Weet je dan waarom iedere kiezer heeft gekozen zoals hij heeft gekozen?

Of wil de PVV nog een stap verder dan GeenPeil? U weet wel de partij die per peiling onder haar leden wilde bepalen wat de Kamerleden zouden moeten stemmen. De PVV lijkt nu iedereen, die kiezer is, te willen peilen.