Op uw gezondheid

In de Volkskrant zet Frank Kalshoven alvast wat aandachtspunten voor het nieuwe kabinet op een rijtje. Nummer één op de lijst, de zorgkosten. Kalshoven: “wat wil de partij met die zorgkosten doen? Ik zou zeggen: tem die beer. Zet het mes in de verwachte stijging van de zorgkosten om ruimte te scheppen voor andere dingen…”  Bij het lezen hiervan, moest ik denken aan het boek The Rise and Fall of American Growth van de Amerikaanse econoom Robert J. Gordon.

Gordon

Illustratie: press.princeton.edu

Gordon besteedt aan heel veel zaken aandacht, zo ook aan de ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Natuurlijk beschrijft hij de Amerikaanse situatie, toch biedt het wel stof om over na te denken. Als eerste constateert hij dat commercie in de Verenigde Staten niet tot de beste, meest efficiënte en goedkope zorg heeft geleid. Toch opletten met verdere marktwerking?

Gordon laat zien dat de grote gezondheidswinst, die is bereikt tussen 1870 en nu, voor het grootste deel aan andere zaken is te danken dan pure gezondheidszorg. Collectieve investeringen als aanleg van waterleidingen met schoon drinkwater. De aanleg van rioleringen. Het gebruik van zeep. De komst van de auto. De auto? Ja, de auto want die zorgde ervoor dat het paard uit het straatbeeld verdween en met het paarden de mest, de paardenurine en de paardenlijken. Deze maatregelen zorgden voor een forse daling van de baby- en kindersterfte en daarmee een flinke stijging van de gemiddelde sterfteleeftijd. Vervolgens de toevallige uitvinding van de penicilline door Alexander Flemming en de vaccinaties voor diverse kinderziektes. Deze maatregelen zorgden ervoor dat er voor vele kinderen, vele gezonde levensjaren bijkwamen.

De laatste decennia (in de Verenigde Staten zo ongeveer sinds 1950, ligt de aandacht bij hart- en vaatziektes en kanker, omdat daaraan sinds die tijd de meeste mensen sterven. Verschil met die eerdere maatregelen, is volgens Gordon, dat deze ervoor zorgen dat aan het einde leven het leven een paar jaar worden toegevoegd.

In een tijd waar overgewicht een steeds groter probleem wordt, waar de jeugd steeds minder beweegt en de uittredend commandant der strijdkrachten signaleert dat jeugdige rekruten steeds minder sterk en beweeglijk zijn en de fijne motoriek afneemt. Wat zou dan het nieuwe kabinet van Gordons beschrijving en deze gegevens kunnen leren? In ieder geval dat investeren in  preventie loont.

Inzetten op preventie? Op veel meer sport en spel, bewegingsonderwijs voor kinderen op basis- en middelbare scholen? Sport en spel waarbij tevens aandacht is voor samenwerking en zo ook voor normen en waarden? Want zie je tijdens sport en spel niet het echte kind? Zou dat niet ook kunnen bijdragen aan betere prestaties van jongens?

Eenvoudige oplossingen

Voor de excellente, hoogbegaafde, top-presterende VWO-leerlingen komt er de mogelijkheid om het VWO in vijf in plaats van zes jaar te doen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een klein experiment op 2 scholen verliep succesvol en nu wordt het uitgebreid tot 25 scholen. Die scholen krijgen zelf veel vrijheid om die ‘versnelling’ in te vullen. Er was altijd al de mogelijkheid om extra vakken of modules te volgen. Daar komt nu de versnelling bij, omdat sommige leerlingen liever snel een diploma op zak willen hebben. Goed dat aan deze leerlingen extra mogelijkheden worden geboden. Maar… .

EcoFoto: www.quofataferunt.com

Kent het probleem van de excellente leerlingen niet een andere oorzaak? Is het niveau van het onderwijs de afgelopen decennia flink gedaald of wordt de mens steeds slimmer? Deze vraag stelde ik al eerder. Als de mens steeds slimmer wordt, moeten dan niet de eisen voor diploma’s worden verhoogd? Als we dat niet doen, dan is op termijn iedereen universitair geschoold. Maar wat zegt dat dan nog? Of is het niveau van het onderwijs gedaald? Dit wellicht om de beleidsdoelstellingen met betrekking tot onderwijs te halen.

Er zijn veel signalen die op dit laatste wijzen. Universiteiten geven studenten bijles wiskunde, omdat het niveau te laag is. Middelbare scholieren moeten om dezelfde reden taal en rekentoetsen maken. Nederland daalt op de Pisa-ranglijsten. Zou het aantal VWO’ers dat niet voldoende wordt uitgedaagd niet ook een signaal kunnen zijn van het dalende niveau? En kunnen de University Colleges niet ook als zo’n signaal worden gezien?  Een signaal van een dalend algemeen niveau van onderwijs?

Zouden we onze energie niet moeten richten op het verhogen van de eisen voor alle diploma’s? Niet alleen voor de excellente leerlingen, maar voor alle leerlingen? Dus minder, maar wel beter opgeleide VWO’ers. Beter opgeleide Havisten en meer en beter opgeleide VMBO’ers? Zou dit ons land niet veel meer opleveren? Zouden hiervan niet alle leerlingen profiteren door kwalitatief beter onderwijs? Door reëlere verwachtingen bij zowel de leerling als de samenleving met betrekking tot het kunnen van de leerling? Een oplossing die weliswaar leidt tot een daling van het aantal hoger opgeleiden, maar is dat erg? Zeker als die hogere opleiding voor het beschikbare werk niet nodig is.

Het versnellen van het VWO en ook het oprichten van ‘excellente universiteiten’ zijn manieren om tegemoet te komen aan de behoefte van de intelligente leerlingen en studenten. Een eenvoudige oplossing. Umberto Eco schreef in De Slinger van Foucault het volgende: “Voor ieder ingewikkeld probleem bestaat een eenvoudige oplossing en die is fout.” Zou dat hier ook het geval kunnen zijn?

Modern Times

Maurice de Hond pleit in de Volkskrant voor het op een heel andere manier vormgeven van het onderwijs. De wereld verandert volgens De Hond: “Door Google en Wikipedia, smartphones en sociale media heb je waar ook ter wereld altijd de beschikking over alle informatie in de wereld. Dit leidt tot een compleet andere wereld dan de wereld waarin de mensen boven de veertig jaar zijn opgegroeid.”

ChaplinIllustratie: decentfilms.com

Daarom moet er in het huidige curriculum worden geschrapt (hij denkt aan bijvoorbeeld Latijn, Grieks of wiskunde) om plek te maken voor bijvoorbeeld programmeren en ondernemen. “We leren je het nu, wie weet heb je het ooit nodig. Veel van wat je leerde, was in de rest van je leven nooit meer relevant.” Omdat informatie nu in overvloed beschikbaar is, is dat niet nodig. Als je het nodig hebt, zoek je het immers gewoon even op. De Hond lijkt ervoor te pleiten om het onderwijs af te stemmen op dat wat de markt vraagt.

Volgens De Hond is andere kennis en zijn andere vaardigheden nodig: “We moeten veel ruimte geven aan creativiteit, kritisch denken, leren leren, burgerschap.” Was en is dat niet altijd de opdracht van het onderwijs geweest? Is het daarom niet juist van belang om te weten wat de generaties voor jou dachten? Moet je dan ook niet de kennis van hun taal voor de samenleving behouden zodat die teksten uit de eerste hand gelezen kunnen worden? Is wiskunde niet ook van belang omdat het logisch nadenken en redeneren ontwikkelt en bevordert? Zou de wereld niet juist gebaat zijn bij meer logisch nadenken? En bovenal, is dat niet juist een vaardigheid die je goed van pas komt bij het schrijven van algoritmes en het programmeren?

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum hield een paar jaar geleden in haar boek Not for Profit juist een pleidooi voor het opwaarderen van wat zij humanities, de geesteswetenschappen noemt. Zij waarschuwt voor de dominantie van het ‘marktdenken’: “Hongerig naar winst, verwaarlozen landen en hun onderwijssystemen vaardigheden die nodig zijn om de democratie levend te houden. Als die trend doorzet, produceren landen van over de hele wereld generaties van bruikbare machines in plaats van complete burgers die zelf kunnen denken, tradities bekritiseren en die het belang inzien van andermans lijden en prestaties. De toekomst van de democratie staat op het spel (eigen vertaling).” 

Heeft zij hier een punt? Stimuleer je creativiteit niet juist door kinderen kennis te laten maken met andere culturen, of dat nu huidige of vergane culturen zijn? Zou dat niet ook de nieuwsgierigheid en het empathisch vermogen vergroten? Kan dit geen positieve invloed hebben op de samenleving en dus bijdragen aan ‘burgerschap’? Spant De Hond het paard niet achter de wagen?

Nationaliseer het onderwijs

Frank Kalshoven zou het interessant vinden als er een soort ‘franchise-formule’ zou komen die landelijk een paar honderd scholen zou exploiteren. Zo’n keten zou een landelijk trainingscentrum kunnen inrichten, wetenschappelijk kunnen experimenteren, schaalvoordelen benutten bij het inkopen van leermiddelen en ICT en beter personeelsbeleid kunnen voeren.  Die scholen zouden meer kwaliteit per euro kunnen leveren en de huidige scholen het goed lastig maken. Meer marktwerking dus. “Wat een walhalla zou dat kunnen zijn,” volgens Kalshoven in de Volkskrant.

FORTIS OVERNAME

Foto: www.nrc.nl

“Creatieve destructie, dat is precies wat het basisonderwijs nodig heeft,” dit concludeert Kalshoven. Creatieve destructie is een proces van voortdurende innovatie, waarbij door succesvolle toepassingen van nieuwe technieken, oude worden vernietigd. De auto die het paard met wagen verving bijvoorbeeld. Nieuwe plannen van staatssecretaris Dekker moeten het stichten van scholen aan de ene kant makkelijker maken en aan de andere kant het sluiten ervan als niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan.

Wat zouden de gevolgen van creatieve destructie via zo’n ketens zijn? Meer kwaliteit per euro kan, maar is dat een zekerheid? Hebben ervaringen in het MBO, HBO en WO niet laten zien dat het geld ook ergens anders aan kan worden besteed? Aan gebouwen bijvoorbeeld. Welk risico lopen ouders en kinderen als zo’n landelijke keten van bijvoorbeeld 200 scholen failliet gaat? Waar kunnen die kinderen dan onderwijs krijgen? Of moet dan de minister ingrijpen net zoals bij het ROC Leiden?

Leren ervaringen in ander sectoren, de financiële sector, de automobielindustrie enzovoorts, niet dat een markt alleen goed functioneert als er een sterke marktmeester is? En is dat niet juist de rol van de overheid. Moet de macht van die marktmeester niet toenemen naarmate de markt complexer is en dichter bij de mens zelf komt? Pleit dat dan niet voor een heel sterke onderwijsmarktmeester? Een meester die bovenop de markt zit?

Volgens Kalshoven zouden de franchise-scholen door hun omvang meer kwaliteit per euro leveren. Als dat zo is waarom dan niet één landelijke keten van scholen? Dan zou je toch de meeste kwaliteit per euro moeten krijgen?

En als we die sterke marktmeester en de kwaliteit per euro combineren. Zou dat er niet voor kunnen pleiten om deze taak te nationaliseren?

Gratis kennis

De ‘Umwertung aller Werte,’ de herwaardering van alle waarden, een uitspraak van Friedrich Nietzsche waarmee hij God dood verklaarde en de mens opriep om in vrijheid en verantwoordelijkheid zijn eigen leven vorm te geven. Hier moest ik aan denken toen ik in de Volkskant een artikel las over het streven om alle wetenschappelijke publicaties vrij toegankelijk te maken. “Onderzoeksfinancier NWO scherpt volgende week de regels zodanig aan dat ieder nieuwe wetenschappelijk artikel direct gratis publiekelijk toegankelijk moet zijn.”

patentFoto: www.visionair.nl

Nu probeert iedere wetenschapper in zo prestigieus mogelijke tijdschriften te komen. Publiceren in Nature geeft immers meer status dan in Kijk. En om die artikelen te kunnen lezen, moet je een abonnement hebben, ook universiteiten. En de kosten van die abonnementen rijzen de pan uit. De universiteiten willen het nu omdraaien en het abonnementsgeld gebruiken om te betalen voor publicatie in een ‘Open Access’ systeem. Zo kan iedereen de kennis vrij toegankelijk raadplegen. Publiceert een wetenschapper toch in Nature, dan zal hij subsidie moeten terugbetalen. Dat is goed voor de wetenschap en de verspreiding van kennis onder de bevolking. Dit sluit goed aan bij de filosofie van de Ballonnendoorprikker die geeft immer ook alles cadeau.

Maar er is meer wetenschappelijke kennis dan artikelen. Hoe zit het met producten die zijn ontwikkeld met behulp van subsidies? Nu worden potentieel succesvolle ontwikkelingen aan het bedrijfsleven verkocht. Of er worden nieuwe bedrijfjes opgericht waarin die kennis verder wordt ontwikkeld. Verkocht bijvoorbeeld in de vorm van patenten. Bij succes vloeien de revenuen naar het bedrijf en de aandeelhouders en betaalt de belastingbetaler een tweede keer voor het patent.

Worden bijvoorbeeld nieuwe geneesmiddelen patentvrij beschikbaar gesteld aan de hele wereld? Dat zou leiden tot een forse verlaging van de kosten van medicijnen. En niet alleen medicijnen, ook techniek en software? Dan had Google nooit zo’n dominante positie gehad. Brin en Page hadden hun algoritme immers vrij moeten publiceren en dan had iedereen erop voort kunnen borduren. Dan waren vele technische snufjes waarop een iPhone draait, ook voor andere telefoonbouwers toegankelijk. Die zijn namelijk met publiek geld ontwikkeld.

“Open Access is voor staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs een speerpunt tijdens het komende halfjaar voorzitterschap van de EU.” Gaat Dekker zich ook hard maken voor deze volgende stap? Een doodverklaring van intellectueel eigendom. Hoe zou Nietsche deze ontwikkeling betitelen?

Komt ooit (n)ooit?

Afgelopen week nam ik, gelokt door de naam ervan, deel aan een training ‘Strategie met Ballen’. Een training waarbij je werd uitgenodigd om over jezelf en je toekomst na te denken. Als aandenken kregen we drie grote en vier kleine ballen aan een koord. Iedere bal stond ergens voor. Zonder de gehele inhoud van de training te vertellen, wil ik inzoomen op de eerste kleine bal.

(n)ooit

Illustratie: dagjeweg.nl

De bal genaamd OOIT. Deze bal staat voor je wens: wat zou je echt willen? Alle deelnemers zaten er betaald door hun werkgever. Bijzonder waren de antwoorden op deze vraag. Van de ongeveer twaalf deelnemers was er maar één die hier iets noemde wat gerelateerd was aan zijn huidige werk. Deze training werd twee keer gegeven en navraag leerde, dat er bij de andere training niemand was die een OOIT noemde dat was gerelateerd aan zijn werk.

Natuurlijk is deze waarneming niet wetenschappelijk verantwoord. Dat vraagt onderzoek op basis van een gedegen hypothese. Maar toch. De uitkomst roept de vraag op wat dit over onze maatschappij zegt?

Sluit onze maatschappij dan nog wel aan bij onze wensen en dromen? Zouden stress, burn-out en andere werkgerelateerde problemen hierin hun oorzaak vinden? Wat betekent dit voor ons onderwijs? Zou het onderwijs niet te veel op de economie en de arbeidsmarkt gericht zijn? Zou het onderwijs niet veel meer gericht moeten zijn op de persoon van de leerling en zijn dromen en verlangens? Heb je hiervoor niet creativiteit, fantasie en inlevingsvermogen nodig? En zou het onderwijs zich daar niet veel meer op moeten richten?

Zouden we onze samenleving niet zo kunnen inrichten dat we onszelf de mogelijkheid bieden om onze dromen na te jagen? Zou de technologie en de robotisering geen kans kunnen bieden om dit te realiseren?

Dan zouden we de revenuen eerlijker moeten verdelen. Dan zouden we bijvoorbeeld een basisinkomen moeten invoeren. Maar ja, hoe reëel is dat? Nee, positief: hoe bereiken we OOIT?

Talentverspilling

In mijn vorige prikker schreef ik over talent. Dit met de zin laat geen talent verloren gaan als aanleiding. Ik stelde de vraag waarom er geen talent verloren mag gaan. In deze prikker een andere benadering. Hierbij ga ik ervan uit dat het inderdaad zo is dat we geen talent verloren mogen laten gaan en dat het inderdaad de taak is van het onderwijs om talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Deze manier van denken is een vorm van utilitarisme. Een stroming die streeft naar een zo groot mogelijk nut. Zet geld en middelen daar in waar het grootste maatschappelijke nut te verwachten is.

Talentverspilling(illustratie: craftlean.com)

Als we talent niet verloren mogen laten gaan, dan moet het vervolgens ook op die plekken worden ingezet waar het grootste maatschappelijke rendement te verwachten is. En zijn dat niet uitdagingen als eerlijke handel, wereldvrede, het klimaat, ongelijkheid, vergrijzing, gezondheidszorg enzovoort. Uitdagingen die veel fantasie, denkkracht en doorzetting vragen van ieder van ons en zeker van onze knapste koppen.

Zouden we dan niet veel kostbaar opgeleid talent dat nu wordt ingezet in managementfuncties, vrij moeten maken? Zouden we dan niet het vele talent dat nu binnen bedrijven, onderwijs en overheden door de protocollen, procedures en machtsspelletjes aan banden wordt gelegd, daarvan moeten bevrijden? Zouden we dan niet het vele talent dat nu werkloos langs de kant staat, omdat ze te oud zijn of waarvoor geen werk is, moeten benutten. Zouden we dan niet het vele talent dat nu wordt ingezet bij het ontwikkelen van computerspelletjes, apps en financieel risicovolle producten, een maatschappelijk nuttigere opdracht moeten geven? Deze beperking van de keuzevrijheid willen we niet.

Waarom ontwikkelen we talent om het vervolgens zo ‘verloren’ te laten gaan? Waarom mag het onderwijs dan geen talent verloren laten gaan?

Talent

talent 2(Illustratie: thelinncountyfair.wordpress.com)

In een eerder schrijven Talentontwikkeling heb ik ook al eens geschreven over talent en eindigde ik met de vraag of talentontwikkeling een manier is om mensen hun falen in de eigen schoenen te schuiven. Nu schrijft Hans Wansink in het commentaar in de Volkskrant: “Laat geen talent verloren gaan. Dat is al tientallen jaren het adagium van de Nederlandse onderwijspolitiek.” In dit commentaar bespreekt hij de toenemende tweedeling in het onderwijs. Het gaat mij niet om die tweedeling en wat daaraan gedaan kan en moet worden. Niet dat dit niet belangrijk is en geen aandacht vraagt. Het gaat mij om de eerste zin: Laat geen talent verloren gaan.

Talent is een natuurlijke begaafdheid of aanleg. Bij talent denken we al snel aan bijvoorbeeld sporters en muzikanten die zeer goed zijn. Of aan iemand met een wiskunde- of talenknobbel. Alleen blijkt dat talent meestal niet voldoende is voor bijvoorbeeld een voetballer. Een voetbaltalent zonder doorzettingsvermogen, inzet en geluk komt er niet. Hetzelfde geldt ook voor een muzikant of wiskundige. Talent wordt vaak afgemeten aan succes en succes aan geld verdienen. Een muzikaal talent dat zich ontwikkelt in een muzieksoort die niemand mooi vindt heeft pech. Daarvan wordt al snel gezegd dat hij zijn talent verspilt.

Wat maakt dat we geen talent verloren mogen laten gaan? En belangrijker, wat maakt dat ik mijn talent niet verloren mag laten gaan? Wat maakt het zo belangrijk dat al het talent wordt benut? Is het wel een taak van het onderwijs om talenten te ontdekken en ontwikkelen? Is de taak van het onderwijs niet kinderen kennis bijbrengen om zich in onze samenleving te kunnen redden? Is het ontwikkelen van een eventueel talent niet aan de bezitter van dat talent?

Lastige vragen, maar wel vragen waar we het over moeten hebben.