Uitgelicht

Aanleiding en oorzaak

Op 28 juni 1914 vermoordde Gavrilo Princip, een lid van de Servisch nationalistische groep Zwarte Hand, de Oostenrijkse aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie. Die moord wordt alom gezien als de aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog. Een maand later, op 28 juli 1914 begon het vechten met de Oostenrijkse invasie van Servië. Die moord was echter niet de oorzaak voor het uitbreken van die oorlog. Aanleiding en oorzaak kunnen hetzelfde zijn, dat hoeft echter niet. Ik moest hieraan denken bij het lezen van een artikel van Jesse Frederik bij De Correspondent. Een artikel over de reden waarom mensen op radicaal en extreem rechtse partijen stemmen.

“Omstandigheden die iets onmiddellijk teweegbrengen of ten gevolge hebben,” de definitie die de Van Dale geeft voor aanleiding. Dezelfde Van Dale geeft:”datgene wat noodzakelijk een zeker gevolg met zich meebrengt (voor zover iets anders dit niet belet), met betrekking tot dat gevolg” als definitie voor oorzaak. Princips daad was de omstandigheid die onmiddellijk tot oorlog leidde. De oorzaak van de oorlog moet veeleer gezocht worden in de rivaliteit tussen de imperialistische Europese grootmachten. Grootmachten die zich via overeenkomsten in twee blokken hadden verenigd. Het Duitse keizerrijk dat zijn plek onder de ‘koloniale’ zon wilde en de rivaliteit met de Britten op zee wilde aangaan. De Britten die de Duitse ambities vreesden en zagen dat ze industrieel door de Duitsers waren overvleugeld. De Duitsers die de Russen vreesden. Dat veel grotere en volkrijkere land was zich aan het industrialiseren en zou in de nabije toekomst de Duitsers voorbij streven, zo vreesden de Duitsers. De Fransen die op wraak zinden voor de nederlaag van 1870 en de toen verloren gebieden Elzas en Lotharingen terug wilden. Het nationalisme van verschillende volkeren op de Balkan, de Serven voorop, bedreigden de Oostenrijk-Hongaarse veelvolkerenstaat. Om maar een paar van de oorzaken te noemen. Nu terug naar Frederiks artikel.

Een artikel waarin Frederik de verklaring voor de groei van radicaal en extreem rechts zoekt in migratie. Hij gebruikt hierbij het boek De Symfonie van onvrede van Catherine de Vries als contrapunt. De Vries houdt een pleidooi voor een nabije overheid. “Er is ,” zo betoogt De Vries, “geen tekort aan staat maar aan nabijheid van de staat.”1 Want:“Een nabije overheid is geen luxe, het is een productiefactor, net zo essentieel voor een gezonde economie als kapitaal en arbeid,”2 aldus De Vries: “Nabijheid is dus geen verlangen naar vroeger tijden maar een strategische voorwaarde voor een samenleving die wil groeien, wil vernieuwen en zichzelf opnieuw wil uitvinden.”3 En de overheid is niet meer nabij: “ door de politieke keuzes van middenpartijen het afschudden van ideologische veren, de uitverkoop van de staat aan de markt en het herdefiniëren van de kiezer als consument,”4 drijft mensen in de armen van radicaal rechts. Zo betoogt De Vries. Frederik hierover: ik ben sceptisch over dit genre kiezersduiding. Wanneer iemand op PRO stemt omdat die zich zorgen maakt over het klimaat, dan vinden we dat volstrekt vanzelfsprekend (niemand die er iets achter gaat zoeken). Maar als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst!’, dan bedoelen ze opeens: ‘Mag de huisartsenpost weer open?’ Is dat niet een beetje vergezocht?”

Inderdaad als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst’ en dat als reden aandragen voor een stem op een radicaal of extreem rechtse partij, dan geloof ik meteen dat ze op die partij stemmen vanwege het immigratieonvriendelijke standpunt van die partij. Dus Frederik heeft gelijk? Ja, hij heeft gelijk.

Maar, om Frederiks collega Simon van Teutem aan te halen: ‘Vraag mensen of het een slecht jaar was voor hen en hun familie, en slechts een minderheid knikt instemmend. Vraag diezelfde mensen of het een slecht jaar was voor hun land, en de meerderheid antwoordt met een somber ja, zoals de grafiek hieronder laat zien.” ‘Met mij gaat het goed met ons slecht.’ Dit ondersteunt het betoog van De Vries. De overheid is immes ‘onze’ vertegenwoordiger. Dus De Vries heeft gelijk? Ja, ook zij heeft gelijk.

En daarmee ben ik bij de reden waarom ik aan Princip en de Eerste Wereldoorlog moest denken. Geeft Frederik niet de aanleiding voor de groei van radicaal en extreem rechts en De Vries de oorzaak? Frederik:“In 1994 vond iets meer dan de helft van Nederland dat we meer asielzoekers moeten terugsturen dan toelaten, in 2023 vond 63 procent dat.” Een kleine groei, maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij erom dat dit standpunt in 1994 niet leidde tot meer dan veertig zetels voor extreem en radicaal rechtse partijen. De extreem rechtse Centrum Democraten van Janmaat die een antimigratiestandpunt verkondigden (‘als wij aan de macht komen dan schaffen we de multiculturele samenleving af’) haalden in dat jaar wel geteld drie hele Kamerzetels. Waarom toen drie en nu meer dan veertig. Waarom, en daar komt het tweede cijfers, baseerde: ‘Maar liefst 35 procent van de kiezers (…)bij de verkiezingen in 2023 (…)hun stem vooral (…)op het onderwerp migratie,” en was dat in 1994 niet het geval?

Volgens Frederik:”hoeft (het) niet per se te verbazen dat in een vertegenwoordigende democratie populaire standpunten vroeg of laat vertegenwoordigd worden. Zeker als die standpunten – bijvoorbeeld: door de komst van meer asielmigranten naar Europa – in het hoofd van veel kiezers relevanter zijn geworden.”Dat hoeft inderdaad niet te verbazen. Het roept echter wel vragen op. Hoe komt het dat politici zich vooral op dit thema focussen? Is het thema dominant geworden omdat er kiezers te halen waren, of werd het thema dominant gemaakt en stroomden daarna de kiezers toe? Maar vooral waarom werd dit thema dominant?

De ‘vreemdeling’ of ‘de ander’ is altijd een welkome schuldige in tijden van onzekerheid. Hitler behaalde pas resultaat na de economische crisis van 1928. Pas toen vele Duitsers alles kwijtraakten en de regering machteloos naar de ‘markt’ keek vond zijn retoriek met de joodse medemens als zondebok ingang bij een groot deel van het volk. Pas toen duidelijk werd dat de Weimar Republiek geen mogelijkheden had en zag om de gewone Duitser te helpen en ondersteunen werd het ‘niet nabij zijn’ een probleem.

Van ‘alles verloren hebben’ is nu geen sprake. Met ‘mij’ gaat het immers goed, met ‘ons’ niet zo. Maar die ‘ik’ is wel bang om ‘te verliezen wat ‘ik’ heb’ en ‘ik’ twijfel eraan dat ‘wij’, de overheid er dan is om mij te helpen. ‘Ik’ twijfel eraan omdat die ‘ik’ al vier decennia van ‘ons’, de overheid, te horen krijg dat ‘ik’ verantwoordelijk ben voor mijn eigen geluk en succes en dus ook voor mijn eigen ongeluk en succesloosheid. Ik schrijf bewust succesloosheid en niet falen omdat het niet hebben van succes iets anders is dan falen. En ‘ik’ zie al vier decennia dat multinationale – en later techbedrijven niets in de weg wordt gelegd om ‘mij’ uit te buiten. ‘Ik’ zie, tenminste een deel van de ‘ikken’, dat het klimaat verandert en dat ‘ik’ daarvoor verantwoordelijk wordt gemaakt terwijl de grote vervuilende bedrijven buiten schot blijven. ‘Ik’ zie, net als de Duitser van eind jaren twintig van de vorige eeuw, een regering die machteloos is omdat ze zichzelf machteloos laat maken door mensen die denken dat alle zegeningen van de markt komen. Dit terwijl een sterke markt niet zonder een sterke overheid kan.

‘Ik’ zie dit alles. En ‘Ik’ hoor ook al bijna vijftig jaar dat er politici zijn die ‘anderen’ de schuld geven. Politici zoals Janmaat en Frits Bolkestein die terecht constateren dat: “Het ontstaan van zwarte scholen (…) te betreuren,” omdat: “Gescheiden scholen (…) immers voorbodes van een gescheiden samenleving,” zijn. Maar die er vervolgens niets aan doen behalve dan ‘de ander’ de schuld te geven: “Gaan islamitische scholen niet juist de segregatie versterken? Welke islam wordt daar onderwezen: de ruimdenkende of de fundamentalistische? “ Politici die, te beginnen met Pim Fortuyn, navolgers hebben gekregen die ervoor hebben gezorgd dat dit het onderwerp was dat alle andere overschaduwde en er alles aan deden om het niet op te lossen. Sterker nog, er alles aan doen om het te verergeren. Dit om af te leiden van de zelf gekozen hulpeloosheid om problemen echt op te lossen. Om bijvoorbeeld de door Bolkestein al gesignaleerde segregatie op te lossen door artikel 23 van de Grondwet aan te passen en ieder kind hetzelfde openbaar onderwijs aan te bieden. Om het stikstof probleem op te lossen door de landbouw echt te hervormen en milieu- en dus toekomst bestendig te maken. Om het woningprobleem op te lossen door als overheid zelf woningen te bouwen. Om het probleem van de toenemende ongelijkheid in vooral vermogen recht te trekken door het belastingstelsel te hervormen en rendement uit en het doorgeven van vermogenveel zwaarder te belasten. Om de afhankelijkheid van Amerikaanse Big Tech op te lossen door als overheid een eigen informatietechnologie infrastructuur te bouwen. Dit liefst in Europees verband. En nu ik het toch over Europees verband heb, door vol voor Europese samenwerking te gaan en samen met de landen van de Unie te bepalen welke zaken gezamenlijk worden opgepakt. Maar dan wel een gemoderniseerde veel democratischere Unie die deze taken uitvoert zonder dat raden van ministers van landen zich daar nog tegenaan bemoeien.

Dit alles geschreven hebbend, denk ik dat Frederik gelijk heeft en dat mensen werkelijk op radicaal en extreem rechts stemmen vanwege het migratiestandpunt van die partijen. Voor wat betreft de oorzaak waarom dit thema het belangrijkste thema in hun overweging werd, daar zou, denk ik, De Vries wel eens een belangrijk punt kunnen hebben.

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

1Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 133

2Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 172

3Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 176-177

4Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 23

Uitgelicht

Gecreëerde boosheid

“Geweld is onacceptabel. Maar de boosheid en radeloosheid bouwen zich al jaren op.” Woorden van Kamerlid Mona Keijzer in een debat naar aanleiding van de terroristische aanslag in Loosdrecht. Een reactie die bij het gros van de politici was te horen. Bij enkelen, zoals Markuszower, in nog wat stevigere woorden. Ware woorden. Alleen dan op een andere manier dan Keijzer ze bedoelde. Die boosheid en woede is opgebouwd door politieke avonturiers die electorale winst zagen in het opbouwen ervan. Een kleine geschiedenis.

Maar eerst even iets anders. Keijzer is een Kamerlid dat inmiddels twee politieke partijen heeft versleten, voor beiden in een regering zat en nu ‘voor zichzelf’ is begonnen. Zo’n carrière laat al zien waaraan het schort en niet alleen bij Keijzer, want zoals zij zijn er veel meer. Markuszower, Wilders, Eerdmans, de oude bekende Rita Verdonk en zo kan ik nog wel even doorgaan. Politici waarvoor ‘je zin krijgen’ of beter nog ‘aandacht’ belangrijker is dan problemen oplossen. Ze weten het allemaal beter maar samenwerken met anderen, iets wat toch echt nodig is om iets gedaan te krijgen, dat kunnen ze niet. Voor hen is het: my way or the Highway. Dan nu naar de kleine geschiedenis.

Wij schaffen, zodra wij aan de macht komen, de multiculturele samenleving af.’ Deze woorden sprak Hans Janmaat de leider van de politieke partij Centrum Democraten in de jaren negentig. De rechter veroordeelde hem tot een boete wegens discriminatie. Anders dan de naam doet vermoeden, iets wat vaker het geval is bij politieke partijen, waren de Centrum Democraten geen partij uit het centrum van het politieke spectrum maar extreem rechts en ook op het democratische gehalte viel het nodige af te dingen. Op het hoogtepunt van haar bestaan, in 1994, behaalde de partij drie Zetels in de Tweede Kamer. Janmaat was met zijn partij de eerste die zich afzette tegen mensen die korte of langere tijd geleden als immigrant naar Nederland waren gekomen. Nu was Janmaat een politieke kluns.

Wat Janmaat eigenlijk bedoelde was dat hij terug wilde naar een vroegere tijd toen Nederland nog Nederland was. Naar welke tijd is hem nooit gevraagd maar die tijd moet in ieder geval voor 1960 liggen. Wat hij daarbij vergeet is dat Nederland toen ook al ‘multicultureel’ was. Het was de tijd van de verzuiling. Een tijd waarin katholieken, protestanten, liberalen en socialisten er een heel andere cultuur op nahielden en elkaar als vijanden zagen. Hij verlangde, net zoals Wilders en Baudet nu, terug naar een verleden dat er nooit is geweest. Janmaat werd veroordeeld maar dat betekent niet dat het frame ‘multiculturele samenleving’ geen negatieve connotatie kreeg. Die kreeg het in toenemende mate.

De toenmalige VVD-leider Frits Bolkestein betoogde in de Volkskrant van 1991 dat ‘integratie met behoud van identiteit niet deugd. Hij maakte zich vooral zorgen over de islam: “Het ontstaan van zwarte scholen is te betreuren. Gescheiden scholen zijn immers voorbodes van een gescheiden samenleving. Gaan islamitische scholen niet juist de segregatie versterken? Welke islam wordt daar onderwezen: de ruimdenkende of de fundamentalistische? “ Volgens Bolkestein moest er niet gemarchandeerd worden met fundamentele beginselen zoals de scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting, de verdraagzaamheid en non-discriminatie. Bolkestein constateerde dat: “Kiezers vinden dat de politiek onvoldoende kennis neemt van hun problemen. Het vraagstuk van minderheden is een probleem dat voortdurend over de tong gaat in kroeg en kerk. Als dat niet genoeg wordt weerspiegeld in Den Haag, dan zeggen de kiezers: waarom zou ik nog stemmen? Een volksvertegenwoordiger die voorbijloopt aan wat er leeft bij het volk is geen knip voor de neus waard.”

Dat er problemen waren was evident en dat die besproken moesten worden ook. Alleen bereikte Bolkestein precies het tegengestelde en dat lag vooral aan de manier waarop hij het gesprek opende. Hij constateerde problemen en wees een schuldige aan: de islam is het gevaar! Een erg onhandige manier om een gesprek te beginnen over reële problemen.Gescheiden scholen wordt nu nog steeds als een probleem gezien. Het gesprek openen over deze uitwassen van het door delen van politiek Nederland zo bejubelde artikel 23 van de Grondwet dat de vrijheid van onderwijs garandeert, zou niet verkeerd zijn geweest. Dan waren we nu tenminste wat verder. Tien jaar later bracht Pim Fortuyn een soortgelijke boodschap met dezelfde schuldige sindsdien heeft Geert Wilders het stokje overgenomen en heeft die boodschap ook ingang gevonden bij nieuwe partijen en oudere partijen zoals de VVD. Dit verkeerde begin van een gesprek over terechte zorgen, speelt ons nu ruim 35 jaar later nog steeds parten.

Bolkestein en zijn navolgers leggen de nadruk op het ‘anders zijn’ van anderen. Ze creëren, geheel in lijn met het denken van Carl Schmitt, een strijd van WIJ tegen ZIJ. Hun WIJ is een Nederland uit een nooit geweest verleden. De ZIJ is een migrant en dan vooral een islamitische migrant. In die strijd is de winst van de een het verlies van de ander. Het begrip ‘Multiculturele samenleving kreeg hierdoor een negatieve connotatie terwijl elke samenleving multicultureel en aan verandering onderhevig is. Een samenleving is “het geheel van de met elkaar verkerende mensen,” aldus de Van Dale. Hoe vaststaand is dat geheel? Verandert een samenleving niet permanent omdat er mensen bij komen door geboorte en emigratie en er vallen mensen weg door sterfte en immigratie? Door kennisontwikkeling? Dit verandert immers mensen. Is een samenleving daarmee niet een fluïde iets en iets wat nooit ‘af’ of ‘compleet’ is?

Een navolger van Bolkestein, toenmalig Kamerlid Malik Azmani liet in 2015 weten hoe hij integratie zag. Op de vraag van de Volkskrant of ook Nederlanders verantwoordelijk zijn voor integratie antwoordde hij: “Ik vind niet dat een ontvangende samenleving iets van haar identiteit moet afstaan.” Azmani’s antwoord roept nog aanvullende vragen op. Vragen die ook met helder en logisch nadenken te maken hebben. Is integratie of met een ander woord inburgeren eigenlijk wel mogelijk zonder verantwoordelijkheid van de ontvangende samenleving? Kun je integreren als de groep waarin je moet integreren niet meewerkt? Hoe kan een samenleving waarin geïntegreerd wordt precies dezelfde identiteit of cultuur behouden? Kan dat niet alleen als de nieuwkomers exacte kopieën worden van de reeds aanwezige mensen? Als ze niets van hun vorige leven behouden? Laat de werkelijkheid niet zien dat mensen altijd iets van hun land van herkomst behouden, al is het maar de eetcultuur?

In het door Bolkestein en zijn navolgers gecreëerd denkkader, is integratiebeleid dat erop is gericht om ZIJ tot WIJ te maken rationeel. Als we hen maar voldoende onderwijzen dan zien ZIJ wel in dat WIJ beter zijn en dan worden ZIJ als WIJ en hoeven WIJ niet te veranderen. Waaraan hierbij compleet voorbij wordt gegaan is dat die gecreëerde WIJ niet bestaat. Er is niet één Nederlandse cultuur waarin mensen overal hetzelfde handelen. Die Amsterdammer kan geen prins of prinses worden met de Vastelaovend in Venlo. Eén koekje bij de thee is geen Nederlands gebruik. De WIJ bestaat uit IKKEN die in verschillende samenstellingen verschillende zaken met elkaar gemeen hebben en op andere punten in andere samenstellingen van elkaar verschillen. Beleid dat erop is gericht om ZIJ om te vormen tot een niet bestaande WIJ is gedoemd te mislukken. Zeker omdat de boodschap die ervan uitgaat is dat de individuen die ZIJ vormen, want ook dat is geen homogene groep, anders zijn. Zij zijn anders maar omdat niet duidelijk is wie WIJ zijn zullen zij nooit worden als WIJ en zal het samen leven in de samenleving er niet beter op worden. Het meest bijzondere: volgens de wetten van de logica is het onmogelijk dat iets hetzelfde blijft als er iets anders aan wordt toegevoegd.

Daarmee kom ik tot de conclusie dat er sprake is van rationele irrationaliteit. Van rationele irrationaliteit is sprake als rationeel handelen uit eigen belang tot irrationele resultaten leidt. Binnen het frame dat de afgelopen 35 jaar is gebouwd, zijn alle maatregelen met betrekking tot integratie, inburgering en asiel rationeel. De resultaten zijn echter irrationeel. Ze zorgen ervoor dat er precies dat gebeurt waar Bolkestijn zich terecht zorgen over maakte, dat er een samenleving ontstaat met van elkaar gescheiden levende groepen. Die rationele irrationaliteit leidt tot fanatisme. Tot een intimiderende en onbemiddelde vorm van zekerheid die mensen in hun greep houdt en uiteindelijk met geweld voortstuwt. De gebeurtenissen in Loosdrecht en de vele gewelddadige protesten tegen de komst van een asielzoekerscentrum zijn hiervan het levend bewijs.

Nu wil ik Bolkestein nog wel het voordeel van de twijfel geven dat zijn bedoelingen goed waren. Wat je hem wel kwalijk kunt nemen is dat hij als ervaren politicus een beginnersfout maakte bij het aangaan van het gesprek. Die twijfel heb ik niet bij de Wildersen, De Vossen, Markuszowers en de Keijzers van tegenwoordig. Die stoken het de boosheid, de radeloosheid en het fanatisme op voor eigen gewin.

Uitgelicht

Opzettelijke onwetendheid

“De geschiedenis vraagt om eerlijk onderzoek, niet om ideologische uitwissing.” Met die woorden eindigt een bericht op LinkedIn van Eddy Boevink. Boevink schrijft over de al meer dan honderd jaar durende strijd in wat in 1922 het mandaatgebied Palestina werd. Inderdaad vraagt de geschiedenis om eerlijk onderzoek en daar schort in Boevinks bericht het een en ander aan. Daaraan en aan zijn manier van redeneren.

Bron: Wikipedia

“De slogan “Israël is een koloniaal project” is niet alleen verkeerd, het is ook opzettelijke onwetendheid.” met die woorden begint Het is geen koloniaal project want: “ Het land ten westen van de Jordaan, met inbegrip van Jeruzalem, is niet een recente prijs die met geweld is ingenomen. Het is het 4.000 jaar oude thuisland van het Joodse volk. Archeologie, geschriften en ononderbroken aanwezigheid onder elk rijk bewijzen het. Jeruzalem wordt meer dan 600 keer genoemd in de Hebreeuwse Bijbel en vormt al millennia lang het hart van het Joodse gebed.” Jeruzalem wordt in de bijbel genoemd en er is inderdaad bewijsmateriaal dat duidt op joodse aanwezigheid. En ja, er hebben altijd joden gewoond. Er hebben echter ook andere volkeren gewoond. Gewoond voordat er sprake was van joden zoals de nafutische cultuur, tijdens de hoogtijdagen van de joodse beschaving aldaar zoals de Filistijnen, en het verval van de joodse beschaving woonden er ook diverse volkeren met diverse religies. Boevink pint een moment in de geschiedenis vast en maakt dat tot de maat der dingen. Met evenveel recht en reden zou je een ander moment tot maat der dingen kunnen maken waar weer andere groepen hun claim aan hangen. Jeruzalem wordt ook zeer vaak in Romeinse geschriften genoemd dus zouden ook de Romeinen het gebied kunnen claimen als hunne Of Egyptenaren, de Irakezen als opvolgers van de Babyloniers, de Syriers als opvolgers van de Assyriers en Iran als opvolger van het Perzische rijk. Bovendien maakt die bijbel er ook gewag van dat de Israëlieten na een tocht van veertig jaar door de woestijn het land van Kanaän binnentrokken. Dat zou betekenen dat hun ‘thuisland’ elders was. Er is meer bijzonder aan Boevinks bericht.

Hij vervolgt met “Kolonialisme betekent een buitenlandse mogendheid zonder voorafgaande verbinding die land inneemt. De Joodse terugkeer naar Israël was geen kolonisatie – het was de thuiskomst van een inheems volk dat eeuwenlang verbannen en vervolgd werd.” Over dat ‘inheemse’ heb ik het al gehad. Nu het koloniale aspect. Zo’n vierhonderd jaar geleden vertrokken er schepen vanuit Hollandse havens naar Zuidelijk Afrika. Daar stichtten zij koloniën. Maar, Holland is hun oude thuisland dus zij hebben het recht om de boel hier over te komen nemen. Als zij dat doen is er geen sprake van kolonialisme. Zo’n 5.500 jaar geleden trok het Janma volk vanuit de zuidelijk Centraal Azië Europa binnen. Hoe vreedzaam of gewelddadig dit is gebeurd, weten we niet. Wel bleef er van de hier wonende agrarische samenlevingen niet veel meer over. Meest waarschijnlijke scenario is dat de pestbacterie die de Jamna meebrachten, voor de hier wonenden nieuw was. Wij zijn de verre nazaten van de Jamna. Zuidelijk Rusland en westelijk Kazachstan is ons oude thuisland daar kunnen we dus zo weer naar toe trekken en de boel overnemen. Dat zou geen kolonialisme zijn. Zo’n 70.000 jaar geleden begonnen onze verre voorouders met hun trek ‘out of Africa’. Afrika is ons oude thuisland en dat geeft ons het recht naar Afrika terug te gaan en de boel daar over te nemen. Volgens die redenering kan Afrika niet gekoloniseerd worden omdat het de bakermat is van de Homo Sapiens, ons soort mensen. Klinkt dat belachelijk in de oren? Dat is precies de redenering die Boevink hanteert.

Er is sprake van kolonialisme als de ene groep de andere overheerst en het recht claimt om exclusieve soevereiniteit uit te oefenen over de tweede groep. De koloniserende groep komt daarbij uit den vreemde. De joden die vanaf het begin van de twintigste eeuw naar Palestina trokken, kwamen vanuit den vreemde. Ze kwamen niet thuis. Het was niet zo dat de joden wiens families al eeuwen in Palestina woonden, stonden te juichen met de komst van deze kolonisten. Ook zij maakten zich grote zorgen over het koloniaal gedrag van de nieuwkomers. Ze kwamen en begonnen vanaf het begin een eigen bestuur te vormen. Ze segregeerden zich van lokale bevolking. Ze segregeerden zich en namen steeds meer plek in. Hierbij kregen ze de hulp van de Britten, de gezaghebbers in mandaatgebied Palestina. Want die hadden zichzelf de opdracht gegeven om daar een thuisland voor joden te creëren. Met daarbij de aantekening dat dit geen afbreuk mocht doen: “ aan de rechten en de positie van andere bevolkingsgroepen,” aldus het mandaatverdrag van 19221 Die afbreuk zat echter al in het verdrag want aan de joodse migranten werden rechten toegekend die de er al wonende mensen niet kregen. Toen de Britten zich terugtrokken, namen de kolonisten nog meer land in. Daarbij maakten ze gebruik van taktieken die vergelijkbaar zijn met hetgeen Hamas in oktober 2023 deed. Het land innemen zet zich nog steeds voort en het zou mij niets verbazen als dat koloniseren zich in de toekomst ook richting Syrië gaat uitbreiden. Koloniseren en kolonialisme is daarmee een goede beschrijving van wat er gebeurde en gebeurt.

Boevink vervolgt: “Ondertussen ontstond het idee van een duidelijke “Palestijnse” nationale identiteit pas in de 20e eeuw, na de val van het Ottomaanse Rijk.” Is een nationaliteit dan alleen een nationaliteit als ze van voor 1900 is? Natiestaat en nationaliteit is sowieso niet veel ouder dan van het midden van de negentiende eeuw. Dat het Palestijns nationalisme pas in de twintigste eeuw opkwam, ligt er vooral aan omdat het werd opgeroepen door het zionisme. Door joodse migranten die Palestijns land claimden en bezetten. Het Palestijns nationalisme is een antwoord hierop. Vóór de joodse migratie was er geen reden om je specifiek ‘Palestijns’ te noemen, der was niemand die zich met een ‘ nationaliteit’ definieerde.

Boevink: “Toen de Britten in 1922 het Palestijnse Mandaat splitsten, kregen de Arabieren 80% (Transjordanië) en bleven de Joden achter met een stukje van hun thuisland.” Toen de Britten hun mandaatgebied in tweeën splitsten was 11% van de bevolking van nieuwe mandaatgebied Palestina, joods. Daarvan was, om die moderne termen te gebruiken, ongeveer de helft autochtoon en die zagen de komst van de joodse allochtonen niet zo zitten. Die autochtonen leefden al eeuwen lang vreedzaam samen met hun christelijke en islamitische buren. De Britten splitsten dat gebied niet om een deel aan de Arabieren te geven (Transjordanië) en het andere deel aan de joden (Palestina). Ze splitsen het om te voorkomen dat er overal in het hele gebied problemen ontstonden vanwege koloniserende joden. Die komst van joodse migranten leidde tot veel onrust. De eerste rellen met doden vielen al in 1921. En die onrust kostte de Britten veel (militaire) kruim en als die onrust zich over het hele gebied zou verspreiden, dan was de chaos compleet. Bij het splitsen werd joodse migratie naar Transjordanië verboden.

Hij gaat verder: “Tegen 1948 controleerden Arabische staten meer dan 5 miljoen vierkante mijl; Het aandeel van Israël was klein. Maar binnen enkele uren na zijn onafhankelijkheid werd het binnengevallen door vijf Arabische legers, niet om een Palestijnse staat te creëren, maar om een Joodse staat uit te wissen.” Vijf Arabische legers die binnenvielen is bezijden de waarheid. Vijf Arabische landen verklaarden de oorlog. Dan even de feiten: “Ondanks het breed levend beeld van het Israëlische leger dat in het niet viel bij de zeven binnenvallende legers, weten we dat Israël in 1948 in werkelijkheid meer manschappen en meer wapens had dan zijn tegenstanders. Er waren in 1948 maar vijf reguliere Arabische militaire machten op de been, aangezien Saudi-Arabië en Jemen geen noemenswaardig leger hadden. Vier van die legers trokken het Mandaat Palestina binnen (het minuscule Libanese leger is nooit de grens over gegaan) en twee daarvan, het Arabische Legioen van Jordanië en de Irakese strijdkrachten, hadden van hun Britse bondgenoten het verbod gekregen om de grenzen van de gebieden die door de opdeling aan de joodse staat waren toegewezen, te overschrijden en voerden dan ook geen invasie in Israël uit.” 2

Wat Boevink ook vergeet is dat de Palestijnse bevolking geen noemenswaardige wapens had, geen leger en geen leiderschap. Dat was hun uitgangspunt op het moment dat de Britten zich terugtrokken. Zij hadden geen wapens, leger en leiderschap omdat zij twaalf jaar eerder in opstand waren gekomen tegen de toenemende joodse migratie en de verkoop van grond aan joden. Bovendien wilden zij een representatieve regering. En niet eentje waarin zij, een meerderheid van de bevolking, in de minderheid waren en het joodse deel oververtegenwoordigd. Die opstand begon in Jaffa en Nabloes met een algemene staking Die staking liep uit in gewelddadigheden en een opstand toen de Britse politie het vuur opende op de protesterende Arabieren. Dit groeide uit tot een Palestijnse opstand die drie jaar duurde.

Bij het neerslaan van die opstand maakten de Britten gebruik van de door hen getrainde en bewapende Haganah, een strijdgroep bestaande uit joodse kolonisten waaruit later het IDF is gegroeid. De manier waarop Israël nu in Gaza en eigenlijk al jaren tegen de Palestijnen optreedt, is een voortzetting van de manier waarop de Britten met verzet van Arabische kant in Palestina omgingen: collectief straffen. Collectief straffen door het opleggen van boetes, het in bezit nemen van vee, het vernielen van huizen en soms hele dorpen en het detineren van groepen in concentratiekampen, die vervolgens de kans liepen om gemarteld en gedood te worden. Zo werden na de Arabische opstand onder andere 5.000 huizen vernietigend, 150 Arabische leiders ter dood veroordeeld en andere leiders verbannen. Resultaat van de opstand was dat de Arabieren zonder leiders zaten en door de Britten werden ontwapend. Dit terwijl de Britten veiligheidsafspraken maakten met het joodse leiderschap, dit van wapens voorzag en een deel van de kosten ervan voor haar rekening nam. En net zoals nu was een veelvoud van de doden en gewonden Arabier. Nog geen 600 doden aan Britse en joodse kant tegen ongeveer 5.000 aan Arabische kant. Wrang voor de Britten is dat de kolonisten het geleerde en de wapens in de jaren voor 1948 tegen hen inzette. Een voorbeeld daarvan is de bomaanslag op het King Davidhotel.

Boevink is nog niet aan het einde van zijn betoog: “Palestijnse vluchtelingen zijn 75+ jaar lang opzettelijk staatloos gehouden door Arabische regeringen om hun lijden tegen Israël te bewapenen, terwijl Israël 850.000 Joodse vluchtelingen absorbeerde die uit Arabische landen waren verdreven in een van de grootste vluchtelingenintegraties in de moderne geschiedenis.” Die vluchtelingen zijn niet stateloos omdat de Arabische regeringen hen zo houden om dat als wapen tegen Israël te gebruiken. Ze zijn stateloos omdat hun land, die Palestijnse staat die in 1948 tegelijk met die joodse zou moeten ontstaan er toen niet kwam, nu nog steeds niet is en er, als het aan de huidige Israëlische regering ligt, nooit komt. Zij leefden tot 1948 onder mandaat van de VN die hen een staat beloofde. Het zijn trouwens niet alleen vluchtelingen die stateloos zijn. Alle Palestijnen in Gaza en op de Westoever zijn stateloos. Ook de Palestijnen die nog het geluk hebben dat ze in het huis wonen dat hun familie als sinds generaties in bezit heeft. Al die mensen zijn stateloos.

Om Boevink te parafraseren: dit zijn de feiten. Feiten die in 2025: “met toegang tot eindeloze geloofwaardige bronnen,” zijn te achterhalen. En inderdaad: “is onwetendheid een keuze.” Ook voor Boevink.

1Zie hiervoor artikel 6 van van het Mandaatverdrag.

2Rashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 105

Appels, knollen en statistiek

“Wat betreft asielmigratie: bij de vaak gehoorde opmerking dat asiel slechts 10 tot 12 procent van de totale immigratie betreft, geeft Van de Beek een bijsluiter. Van de arbeidsmigranten is na tien jaar nog maar 21 procent in Nederland, van de studiemigranten 18 procent. Bij asielmigranten is dit 55 procent, bij gezinsmigranten 59 procent. Met andere woorden: ‘De bijdrage van asiel aan de bevolkingsgroei is veel groter dan op het eerste gezicht lijkt.’ En dat is van belang om te weten, ‘want geen andere vorm van immigratie belast de samenleving en verzorgingsstaat zozeer als asiel’.” zo lees ik in een interview met de Volkskrant Jan van de Beek in de Volkskrant.  Ik dacht: ‘Je hebt leugens, verdomde leugens en statistieken.’ En toen ik er wat verder indook dacht ik aan appels en peren waarmee knollen voor citroenen worden verkocht.

Van wie deze uitspraak over statistiek is, is onbekend. De Amerikaanse auteur Mark Twain schreef hem toe aan de Britse premier Benjamin Disraeli, maar, als je Wikipedia mag geloven, dan is de uitdrukking: “in geen enkel werk van Disraeli te vinden en de vroegste bekende verschijningen waren jaren na zijn dood. Er zijn verschillende andere mensen genoemd als bedenkers van het citaat, en het wordt vaak toegeschreven aan Twain zelf.” Ik moest denken aan deze uitspraak bij het lezen van het interview. Een interview over zijn nieuwe boek Migratiemagneet Nederland. Mythen. Feiten. Oplossingen. Even vooraf. Ik heb het boek nog niet gelezen en baseer me alleen op zijn uitspraken de Volkskrant en gedaan bij Bar Laat van 22 oktober 2024.

“Als je onderzoek doet, moet je proberen niet links en niet rechts te zijn maar zo zuiver mogelijk je onderzoek te doen en in de spiegel te kijken wat zijn mijn vooroordelen? Waar zou je kunnen struikelen?”  Aldus van de Beek bij Bar Laat. Hij wil ‘niet politiseren’. Nu is dat al een eerste spiegel waarin hij zichzelf wat vertekend waarneemt. De uitspraak over het belasten van de samenleving en de verzorgingsstaat door asielzoekers, is een politieke uitspraak. ‘Belasten’ is een waardeoordeel en waardeoordelen zijn politiserend. “We zitten op een omslagmoment. Het moet mogelijk zijn om een coalitie te smeden van flink wat EU-landen die af willen van het asielrecht in zijn huidige vorm,” in de Volkskrant, is politiseren. ‘Af willen’ van rechten is politiseren. “Je kunt wel zeggen: er wordt te weinig gebouwd, maar er is niet tegenop te bouwen. De kosten voor zorg lopen op, de onderwijskwaliteit daalt. Dat mag je best een crisis noemen.” Iets een crisis noemen is politiseren. Sterker nog, door te zeggen dat je niet wilt politiseren, politiseer je. Je politiseert omdat je als ‘neutraal en feitelijk’ bestempeld en daarmee iedereen die het anders ziet labelt als ‘bevooroordeeld en niet feitelijk’. Op dit punt is Van de Beek al ‘gestruikeld’ om zijn eigen woorden te gebruiken.

Hij noemt iedereen die naar een ander land gaat, migrant. En zo heb je dan arbeidsmigranten, studiemigranten en asielmigranten. Het verbaast me daarom dat hij de ‘vakantiemigranten’ niet heeft meegenomen. Die groepen gaat hij vervolgens met elkaar vergelijken op ‘bijdragen aan de samenleving’ en daarop scoren de asielmigranten het slechtst.  Ja, dank je de koekoek. Natuurlijk doen asielzoekers het slechter op de arbeidsmarkt dan mensen die hier naar toe worden gehaald door een werkgever en maken ze meer aanspraak op sociale voorzieningen dan mensen die hier komen studeren. Als je naar hier wordt gehaald om te werken heb je werk en als je naar hier komt om te studeren dan heb je geld om te overleven. Als vluchteling heb je dat niet. Dan begin je echt bij nul en omdat het gemiddeld bijna twee jaar duurt voordat je als statushouder ergens woont en dan pas mag beginnen met je inburgering, begin je eigenlijk diep in de min. En dus is het niet vreemd dat een veel groter deel van hen een beroep doet on sociale voorzieningen.

Natuurlijk is het percentage van de groep die asiel heeft verkregen dat na tien jaar nog hier woont, groter dan dat van degenen die hier komen voor arbeid of studie. Een studie duurt ongeveer vier jaar. Degenen die blijven hebben hier werk, een partner en waarschijnlijk allebei gevonden. Iets soortgelijks gaat ook op voor mensen die hier voor werk naartoe komen. De tijden dat je na veertig jaar trouwe dienst bij een werkgever met pensioen gaat, zijn allang voorbij. Na een jaar of vier ben je weer toe aan ‘een nieuwe uitdaging’ en die kan overal liggen. Iemand die asiel zoekt, komt hier omdat de persoon een veilig heenkomen zoekt, omdat het land van herkomst door oorlog of de politieke situatie voor de persoon te gevaarlijk is. In de landen waar het gros van de huidige vluchtelingen vandaan komen, landen als Afghanistan, Syrië en Eritrea, is nog steeds in oorlog of is de politieke situatie van dien aard dat velen hun leven er niet zeker zijn.

“‘Dan is er de factor culturele afstand tot het herkomstland. Als die te groot is, is dat nadelig voor integratie. Dat pakt slecht uit voor participatie op de arbeidsmarkt en leidt tot oververtegenwoordiging in criminaliteit. Wat helpt, zijn gemengde relaties.” En “ juist asielmigranten uit andere delen van Afrika en het Midden-Oosten, veelal moslims, hebben weerstand tegen gemengde relaties. Daar hapert de integratiemotor.” Aldus Van de Beek in de Volkskrant. Om te integreren moet de club waarin je verwacht wordt te integreren wel open staan voor je integratie. Het narratief waarvan Van de Beek hier de milde variant geeft, ze zijn ‘te verschillend’, en dat ook in steeds extremere mate door partijen als de BBB en de PVV wordt gehanteerd, draagt niet bij  aan het ‘open staan’ en het zal de belangstelling voor een gemengd huwelijk onder de kant van de geboortige Nederlanders, niet echt doen toenemen. Dat narratief is een self-fulfilling prophecy. 

Wat al deze groepen met elkaar gemeen hebben, is dat het mensen zijn die naar een ander land trekken. De reden voor vertrek naar dat andere land is echter zeer verschillend. Door ze op één hoop te gooien en te spreken over arbeidsmigratie, studiemigratie, asielmigratie worden onvergelijkbare groepen op één hoop gegooid en daarvan wordt de kwetsbaarste groep, de asielzoekers, het slachtoffer. Het wegpoetsen van deze verschillen is politiseren. Daar een bruinkleurig cultureel sausje over gieten is politiseren. Van de Beek vergelijkt appels met peren, verkoopt knollen voor citroenen en onderbouwt dit met statistiek.

Dag Geert,

“Wanneer heeft de Nederlandse bevolking gestemd om al die jodenhaters met stokken en baarden hier binnen te laten? In welk verkiezingsprogramma stond dat? Waarom laten we ze Nederland kapot maken?” Een tweet van jou met erbij een foto van een man met een baard en een Palestijnse sjaal om het hoofd. Wie vraagt kan een antwoord verwachten.

L’histoire se répète: een protest van gastarbeiders op 12 december 1970 tegen hun slechte behuizing. Bron: nationaal fotoarchief

Maar eerst even een vraagje. Hoe weet jij dat die man met die sjaal en stok joden haat? Waaruit leid je dat af? De man heeft sympathieën voor de Palestijnen in Gaza, hij was immers bij de recente actie in Amsterdam. Ik neem tenminste aan dat de foto bij die gelegenheid is genomen. Een actie waarbij de Amsterdamse universiteiten werden opgeroepen om de banden met hun Israëlische collega’s te verbreken. Maar wil sympathie voor de Palestijnen in Gaza meteen zeggen dat je joden haat?  Ook suggereer je dat de man op de foto een migrant is, hij is immers ‘binnengelaten’. Heb je daar bewijzen voor?

Dan het binnenlaten van jodenhaters. Beste Geert, die  hoefden niet te worden binnengelaten. Die kwamen niet van buiten. De eerste pogrom op wat nu Nederlandse bodem is, vond, volgens Wikipedia, plaats in Born in 1309 toen daar 110 Joodse vluchtelingen afkomstig uit Sittard en Susteren werden vermoord. Als je de omvang van de bevolking in acht neemt is dit een gebeurtenis vergelijkbaar met die van 7 oktober 2023. Jodenhaat was er al veel eerder dan dat het moment dat we kennis maakten met die Palestijnse sjaal en dat de eerste moslim voet op Nederlandse bodem zette. De door jou bejubelde joods-christelijke cultuur is een spinsel in je hoofd. Het is een verzinsel. Als er al een joods-christelijke cultuur was, dan was dat er een waarbij het christelijke deel het joodse onderdrukte, het leven zuur maakte en bij tijd en wijlen vervolgde en vermoordde. En Jodenhaat is er nog steeds daar hoeven en hoefden geen mensen voor ‘binnen gelaten’ te worden. Net zoals er haat tegen moslims is maar daar hoef ik jou niets over te vertellen. Daar weet jij alles van.

En daarmee kom ik bij de suggestie die je wekt. Een zwarte ‘baard’ en die sjaal staan voor jou symbool voor een asielzoekende moslim. Je stelt daarmee de vraag: wanneer heeft de Nederlandse bevolking ingestemd met het binnenlaten van moslims? En als vervolgvraag, in welk verkiezingsprogramma dat stond. Daarvoor moeten we terug naar de jaren zestig. De wederopbouw was zo goed als voltooid, de economie was als kool gegroeid en leek ‘eeuwig’ door te groeien. Er was echter één probleem een probleem dat we nu ook hebben: meer werk dan mensen.

Waar er, sinds de val van de muur naar het Oosten wordt gekeken voor goedkope arbeidskrachten, keken de generaties van je ouders en grootouders naar het Zuiden. Het Oosten lag door het IJzeren gordijn buiten bereik, Of beter gezegd, het Westen lag voor mensen uit het oosten buiten bereik. De generaties van je ouders en grootouders, keek naar het Zuiden. Eerst naar Italië en Spanje en wat later naar Turkije en Marokko. Naar armlastige Marokkanen en Turken. Die moesten het werk komen doen en zouden dan na een paar jaar weer vertrekken. Net zoals nu van de Polen en Roemenen wordt verwacht. Ze kwamen hier als gast arbeiden en na de arbeid zouden ze wel weer vertrekken. Om dit mogelijk te maken sloot de Nederlandse regering in 1964, na sterk aandringen van het bedrijfsleven, een overeenkomst met Turkije en in 1969 volgde Marokko. In 1964 en trouwens ook in 1969, vormden de KVP, de ARP, de CHU en de VVD de regering. Of die hiermee hun verkiezingsprogramma uitvoerden, weet ik niet. In 1973 maakte het kabinet,  je weet wel het kabinet van PvdA’er Joop den Uyl, een einde aan die door de staat gesteunde werving van gastarbeiders uit Turkije en Marokko.

Aan de VVD heb jij je carrière te danken en als je het niet meer weet, die eerste drie gingen in de jaren zeventig op in het CDA.  En met wie zit jij nu aan tafel om een kabinet te vormen? Met de VVD en met twee nakomelingen van het CDA. Dus als je een gesprek met de opvolgers van de ‘schuldigen’ wilt voeren, kijk dan eens om je heen tijdens de formatiegesprekken. Het uitroepen van de ‘asielcrisis’ die geen crisis is maar een gevolg van jarenlange politieke keuzes uit angst voor jou, gaat daar niets aan veranderen.

ZUCHT……………..

De titel met hoofdletters en veel punten erachter. En nee, die zucht is niet het gevolg van een kater als gevolg van het vieren van Vastelaovend. Die titel met hoofdletters en veel punten is een gevolg van iets dat ik las op de site De Dagelijkse Standaard. “Massa-immigratie gaat niet over het helpen van mensen, maar over het vernietigen van de nationale identiteit. Ze willen dat iedereen volledig geïsoleerd is en niet verbonden door taal, cultuur, familiebanden of een thuisland waar ze zich thuis voelen.” Aldus Kardinaal Gerhard Müller. Als ik het artikel mag geloven.

De auteur is geen persoon, het is Cultuur onder Vuur . Een, zo is te lezen op hun site“campagne van de Stichting Civitas Christiana.”  Dus dan maar even naar de site van die stichting: “Civitas Christiana vecht voor de overwinning van de christelijke tradities, het gezin en de vrijheid van Nederland. Tegen het oprukkende multiculturalisme, de gender ideologie en de cultuur van de dood.”  Doel van de stichting is: “een halt toe te roepen aan de verdere afbrokkeling van de Nederlandse cultuur en tradities. Wij begrijpen de Nederlandse cultuur in de context van de christelijke beschaving, zoals die in de loop der eeuwen in Europa vorm heeft gekregen. Als fundamentele principes van de Europese cultuur zien wij traditie, familie en privé-eigendom.” Een stichting die zich inzet voor de Nederlandse cultuur en tradities met een Duitse hertog, Paul von Oldenburg als voorzitter en een Braziliaanse penningmeester in de persoon van Caio Xavier Da Silveira. Bijzonder. Tot zover de auteur. Terug naar de uitspraak van die kardinaal.

Ik vraag me dan meteen af wie die ‘ze’ zijn. Die ‘ze’ die tegenover ‘we’ staat al vraag ik me ook meteen af wie dan die ‘we’ is die tegenover die ‘ze’ staat. Het artikel geeft een hint: “De Duitse kardinaal stelt dat veel globalisten geloven dat er “te veel” mensen op aarde zijn, wat “klimaatschade” veroorzaakt.” Die ‘ze’ zijn dus ‘globalisten’ en om: “deze vermeende ‘overbevolking’ tegen te gaan, gebruiken deze machtsgroepen abortus en euthanasie als onderdeel van een ‘uitroeiingsprogramma’. De prominente kardinaal voegt daaraan toe: “En tegelijkertijd wordt iedereen die dit bekritiseert een nazi genoemd door degenen die zelf de moorddadige nazi-ideologie van ‘macht maakt macht’ voorstaan.” Volgens de kardinaal vloeit: “het lage respect voor het menselijk leven (…) voort uit de filosofische positie van het materialisme van globalisten. Je moet kijken naar de Frans-Roemeense filosoof Emil Cioran, die in zijn boek Le Mauvais demiurge de meest meedogenloze haat tegen de schepping en de goedheid van God propageert en het slangengif van het nihilisme van alle jakobijnse, communistische, fascistische en woke ‘elites’ van de afgelopen twee eeuwen uitspuwt.”  Het artikel sluit af met: “Müller stelt ook dat klimaatverandering en de ‘groene” beweging worden gebruikt als een ‘vervangende religie’ die velen aanhangen ‘in plaats van het oorspronkelijke christendom te verspreiden’. De Duitse kardinaal voegt eraan toe: ‘Respect voor het schepsel komt voort uit geloof in de goede Schepper en heeft geen catastrofaal wereldbeeld nodig.”

Zo, dat is nogal wat. Er is dus een ‘’ze’, een club globalisten van jakobijnse, communistische, fascistische en woke ‘elites’ die vindt dat de wereld overbevolkt is, die zich van ‘uitroeiingsprogramma’s bedient om hier wat aan te doen en hierbij gebruik maken van klimaatverandering en de ‘groene beweging’ als plaatsvervangende religie. Mij is nog steeds niet duidelijk wie die ‘ze’ nu precies zijn. Jakobijnen, communisten, fascisten, woke elites, allemaal grote woorden maar wat zeggen ze en vooral op wie hebben ze betrekking? En hoe vervolgens zich dit verhoudt tot die massa-immigratie bedoeld om de nationale identiteit te vernietigen en iedereen te isoleren? En wat is daarin dan de rol van die nieuwe plaatsvervangende ‘groene-beweging-religie? Het lijkt mij nogal onwaarschijnlijk dat jakobijnen, communisten, fascisten  en woke elites het ergens met elkaar over eens kunnen worden. Zelfs niet over een agree to disagree’. Laat staan over een gezamenlijk programma met betrekking tot migratie en een plaatsvervangende ‘groene-beweging-religie. Het beeld van die ‘ze’ wordt er niet duidelijker op.

Dan van de ‘ze’ naar het onderwerp migratie. Migratie is een van de wezenskenmerken van de Homo sapiens. De grootste kracht van de mens is zijn voorstellingsvermogen. Dat vermogen maakt dat we verhalen verzinnen, zoals landsgrenzen, bedrijven en religies, die voor de verzinner en voor zijn soortgenoten net zo reëel zijn als een boom of een rivier. Het vermogen om je een beeld te vormen van wat er aan de andere kant van het water is zonder dat je het kunt zien. Dat is iets wat ons mensen drijft en inspireert. Je een mens op de maan kunnen voorstellen was voldoende om er binnen tien jaar op te staan. En als het bij  de maan lukte, waarom zou het dan niet ook bij Mars lukken? Je de reis ernaar toe kunnen voorstellen, maakt dat mensen zoals Elon Musk eraan gaan werken. Je een beter leven elders kunnen voorstellen, is van de belangrijkste drijfveren van de mens. Die drijfveer maakt dat mensen de reis naar elders aanvaarden. Vaak blijkt werkelijkheid na aankomst anders dan de voorstelling die de reiziger ervan had. Ik hoop dat Musk en degenen die met hem de reis naar Mars willen aanvaarden zich dat ook bedenken. Migratie heeft geen ‘ze’ nodig om mensen te verleiden met een ‘groene-beweging-religie’ om te migreren. Migratie gaat inderdaad niet over het helpen van mensen. Het gaat over mensen die zichzelf willen helpen door te migreren. Migratie gaat niet over het bewust vernietigen van ‘de nationale identiteit’.

Kijkmagazine geeft vijf tekenen waaraan je een complottheorie kunt herkennen die ik voor het gemak hier herhaal. Als eerste worden “verbanden gelegd tussen zaken waartussen niet per se een oorzakelijk verband bestaat. Je zou net zo eenvoudig allerlei andere oorzaken kunnen verzinnen.” Als tweede zit het complot: “extreem ingewikkeld in elkaar. Enorme aantallen mensen houden iets geheim. Er moeten welhaast bovennatuurlijke krachten in het spel zijn om dat voor elkaar te krijgen.” Als derde: “Valt het woord ‘werelddominantie’? Of omvat het verhaal een ambitieus plan om controle te krijgen over een complete staat, economie of politiek systeem? Neem het dan maar met een paar korrels zout.” Als vierde worden: “Feiten en wilde speculaties worden in het betoog door elkaar heen gebruikt, zonder enige poging om ze van elkaar te onderscheiden.” Als vijfde en laatste wantrouwt de verteller: “overheden en organisaties enorm. Complotdenkers weigeren automatisch de officiële lezing te geloven, en vaak ook iedere andere verklaring die niet aansluit bij hun theorie.”  Het door De Dagelijkse Standaard overgenomen betoog van kardinaal Gerhard Müller vertoont alle kenmerken van een complottheorie. Een kardinaal complot of beter nog kardinale onzin!

Een pleidooi voor Dilan junior,

Beste mevrouw Yeşilgöz-Zegerius. Even over dat ‘meisje van acht jaar oud dat vandaag als vluchteling in Nederland’ aankomt. Dat meisje speelt een belangrijke rol in het vluchtelingenbeleid van de partij die u leidt. Bij mij roept dit wat vragen op over de vluchtelingen- en migratieparagraaf van het verkiezingsprogramma Ruimte geven. Grenzen stellen. Keuzes voor een optimistische toekomst van uw partij de VVD. Omdat die tijdens al die debatten die er al zijn gevoerd, nog niet aan bod zijn gekomen, stel ik ze in deze brief.

Bron: Flickr

“Immigranten maken Nederland alleen sterker als iedereen die hier mag blijven, ook echt integreert in onze samenleving.” Zo lees ik op pagina 6 van het verkiezingsprogramma van uw partij de VVD. Daar is, zo gaat het verder, nog wel wat te winnen. “Op scholen in ons land wordt zichtbaar hoeveel werk er nog te verzetten” is. En waar blijkt dat uit? “Bijvoorbeeld (uit)de achterstanden waarmee kinderen op school verschijnen. Of botsingen in de klas rond zaken als gelijke rechten tussen vrouw en man en ontkenning van de holocaust.” Dat kinderen van migranten met een achterstand aan hun Nederlandse onderwijs carrière beginnen, vraagt inderdaad aandacht. Voor wat betreft die botsingen wat vragen. Zijn het alleen migranten die de gelijkheid tussen man en vrouw ter discussie stellen en de Holocaust ontkennen? Met deze passage suggereert uw partij dat migranten de oorzaak zijn van die botsingen. Nu bent uzelf, volgens de definitie van de Van Dale een migrant. U bent namelijk iemand die: “naar een andere streek of ander land is) verhuisd.”  Of ziet u zichzelf niet meer als migrant? Of, nee laat ik dezelfde vraag anders stellen? Wie is voor u een migrant? Of nog anders geformuleerd, wanneer ben je geen migrant meer? Als ik migrant was, dan zou ik me door de suggestie die uw programma wekt, in de hoek gezet voelen. In de hoek van de minder ‘verlichte dan ons’ personen. Dit terwijl een deel van die ‘ons’ in een donkerdere omgeving verkeert dan menig migrant. Recentelijk gaf u aan de partij van de belangrijkste vertegenwoordiger van die donkere omgeving niet uit te willen sluiten van regeringsdeelname.

Dan dat meisje van acht, waarvoor uzelf model staat. Dat meisje, laten we haar Dilan noemen, heeft, zo lees ik in het verkiezingsprogramma van uw partij: “geen redelijke kans om later uit te groeien tot ingenieur, verpleegkundige, politievrouw of minister en VVD-leider.”  Dat is niet wat u wilt want, zo gaat het verder: “Terwijl dat is wat we zouden moeten willen. Dus moeten we nog een aantal dingen doen. Het is ten eerste noodzakelijk dat de Europese buitengrens wordt verstevigd. Ten tweede moet Nederland altijd blijven aandringen op opvang in de regio, zoals wij dat ook voor de Oekraïners hebben gedaan. Ten derde moet Nederland minder aantrekkelijk worden als eindbestemming voor mensen van buiten onze regio.”  Hierbij een aantal vragen. Als eerste, hoe draagt het verstevigen van de buitengrens van Europa eraan bij dat de kans van Dilan om VVD-leider te worden, toeneemt? Als zij al in Nederland is, verandert een stevige  buitengrens niets aan haar kansen hier in Nederland. Die grens verandert niets aan haar situatie. Als u haar situatie wilt veranderen, dan moet u in Nederland iets voor haar doen. Of zie ik dit verkeerd?

Nu de volgende situatie. U wint komende woensdag de verkiezingen en uw vluchtelingen- en migratiebeleid wordt werkelijkheid. Die stevige buitengrens is er. Uw pleidooi voor opvang in de regio is succesvol. Zo succesvol dat alle vluchtelingen ‘in de regio’ worden opgevangen. Het is 2028 en een meisje van acht met de mooie naam Dilan, is met haar ouders op de vlucht vanuit een land ‘in de regio’. Welke regio doet er even niet toe maar het is in ieder geval niet de regio die u als ‘onze regio’ ziet. Wat is voor u trouwens ‘onze regio’? behoort Israël bijvoorbeeld tot ‘onze regio’? Als Israël bij onze regio hoort, horen de in hetzelfde gebied wonende Palestijnen dan ook tot ‘onze regio’?  En als Israël niet tot onze regio behoort, waar moeten de Israëliërs dan vluchten als het hen te heet onder de voeten wordt? Maar ik dwaal af. Ontneemt uw succesvolle beleid deze Dilan dan niet de kans om ergens in 2060 leider van de VVD te worden, als die partij dan nog bestaat? Ontnemen omdat Dilan ergens in ‘de regio’ blijft hangen?

Afsluitend. Het is het goede recht van uw partij om hardvochtig te zijn tegenover vluchtelingen en migranten. Het is niet mijn keuze maar het mag. Wel is het, in mijn ogen, bijzonder cru en schaamteloos een sentimenteel pleidooi te houden voor de kansen van uw opvolger Dilan ter verdediging van beleid dat niets doet voor de  kansen van Dilan van acht van nu en dat de kansen voor een toekomstige Dilan volkomen de grond in boort.  

Verkiezingen: wat inzichten

Op woensdag 22 november 2023 mag Nederland weer naar de stembus. Dit omdat toenmalig VVD-leider en premier Mark Rutte de stekker uit zijn kabinet trok omdat hij geen voor hem bevredigende asieldeal binnen het kabinet kon bereiken. De afgelopen week presenteerden verschillende partijen hun verkiezingsprogramma’s. Anderen zullen snel volgen en dan barst de campagne in volle hevigheid los Rutte’s partij en zijn opvolger Dilan Yeşilgöz-Zegerius hopen dat ‘asiel’ het thema wordt. Weer andere gaan voor ‘bestaanszekerheid’. Twee totaal verschillende onderwerpen. Of toch niet?

Toch niet want als je het op de keper beschouwd, dan draait het bij beide onderwerpen, net zoals bij het gros van de punten in al die gepresenteerde verkiezingsprogramma’s, om drie begrippen. Het draait om vrijheid, gelijkheid en broederschap. Om Liberté, egalité, fraternité de lijfspreuk van Frankrijk en trouwens ook van Haïti, De spreuk is gemunt tijdens de Franse revolutie. Naar het schijnt was Maximilian Robespierre de eerste die deze woorden uitsprak. Een bijzondere persoon deze Robespierre. “Robespierre is een van de meest bediscussieerde en minst begrepen mannen van de moderne tijd. Mensen die gewend zijn aan stabiele omstandigheden doen hem huiverend af als een bloeddorstige fanaticus, dictator en demagoog. Anderen beschouwen hem als een idealist, een visionair en een vurige patriot wiens doelen en idealen op zijn minst openlijk democratisch waren. Allen zijn het eens over zijn persoonlijke eerlijkheid en integriteit en zijn revolutionaire ijver.[1]” Robespierre was een belangrijke architect achter de periode in de revolutie die de Terreur wordt genoemd. Doel van die Terreur was: “om anarchie, burgertwisten en contrarevolutie in eigen land de kop in te drukken en de oorlog te winnen door een grote nationale mobilisatie van het volk en de middelen van het land.[2] Dit allemaal om het land klaar te maken voor de democratie van het gewone volk.

De terreur bestond eruit om tegenstanders van de revolutie op te sporen en te elimineren. In die periode maakte de guillotine overuren. Een programma waaraan Lenin een voorbeeld nam na de Oktoberrevolutie in Rusland en waarmee hij op zijn manier invulling gaf aan het begrip ‘dictatuur van het proletariaat’ van Marx en Engels maar dat zij niet verder uitwerkten. Stalin deed het daarna nog eens ‘dunnetjes’ over met zijn ‘grote zuiveringen’. Een periode van dictatuur en terreur als tussenstap. Alleen, en dat lijkt eigen aan dergelijke tussenstappen, werd niet duidelijk geformuleerd wanneer die tussenstap succesvol zou zijn en kon worden beëindigd. Dus wanneer het land gereed was voor de democratie van het gewone volk. Een periode van onzekerheid want je kon zomaar worden beschuldigd van het zijn van ‘tegenstander van de revolutie’ en dus in aanmerking komen voor amputatie van je hoofd.  Zo at deze revolutie, net als de Russische, ook haar kinderen op. Robespierre werd uiteindelijk ook opgegeten nadat de periode van de Terreur aan haar einde kwam.

De drie woorden werden pas veel later de Franse lijfspreuk. De gewelddadige oorsprong van de spreuk en de afkeer van alles wat ‘revolutionair’ was na de nederlaag van Napoleon I, zal er zeker aan hebben bijgedragen dat de spreuk meer dan dertig jaar in een verdomhoekje zat. Pas twee revoluties later, tijdens de revolutie van 1848, werd het de Franse nationale spreuk. Het was er de overwinnaars van Napoleon alles aan gelegen om de ruim 25 jaar revolutionair Frankrijk te vergeten en liefst uit de geschiedenis te verwijderen. De revoluties van 1830 en 1848 zijn er een bewijs van dat die poging mislukte.

Tot zover. Nu naar het eerste van de drie begrippen: vrijheid. De filosoof Isaiah Berlin weidde zijn inaugurale rede aan een uiteenzetting van het begrip vrijheid. Hij onderscheidt, om de titel van de rede aan te halen  Twee opvattingen over vrijheid.  Twee betekenissen van vrijheid waarbij het: “niet (gaat) om twee interpretaties van één begrip, maar om sterk afwijkende, onverenigbare houdingen ten opzichte van de doeleinden van het leven.[3]  Een ‘negatieve’ en een ‘positieve’ opvatting.

Negatieve vrijheid wordt door Berlin omschreven als: “Gewoonlijk wordt gezegd dat ik vrij ben in die mate waarin geen mens of instantie van mensen zich met mijn handelen bemoeit,[4]” de afwezigheid van dwang. Positieve vrijheid, die: “spruit voort uit de wens van het individu om meester over zichzelf te zijn,[5] een welbewust besluit tot handelen.

Wie een samenleving wil die is gebaseerd op volledige negatieve vrijheid, moet zich realiseren dat die negatieve vrijheid dan ook voor anderen geldt. Die genieten dan dezelfde vrijheid om te kunnen doen wat ze willen en daar kun jij wel eens last van hebben. Berlin spreekt over het ‘domein waarbinnen’ en daar kunnen we uit concluderen dat Berlin ook wel inzag dat dit niet de complete samenleving zou kunnen zijn. Hij zal zijn klassiekers ook wel hebben gekend, in dit geval John Stuart Mill en zijn boek Over vrijheid. Een klassiek werk over vrijheid en de beperkingen ervan. Mill over die beperking: “Zodra een deel van iemands handelen nadelig is voor de belangen van anderen, valt het onder de jurisdictie van de maatschappij, en wordt het een punt van discussie of het algemeen belang al dan niet gediend zal zijn als men ingrijpt.[6] ‘Jurisdictie van de maatschappij’ is een mooie manier om te zeggen dat een overheid mag ingrijpen. Cruciaal zijn de woorden ‘nadelig voor anderen’. Als iets nadelig is voor anderen dan kan de overheid haar machtsmiddelen gebruiken om in te grijpen en de anderen te beschermen tegen het individu. Dat beschermen hoeft niet te betekenen dat iets wordt verboden. Sterker nog, dat is niet nodig als er maar voldoende maatregelen worden genomen om het nadelige effect voor de ander weg te nemen.

Laten we eens naar wat voorbeelden kijken.  Roken in de publieke ruimte. Behoort dit tot het domein waarbinnen iedereen zijn gang kan gaan? Dat je mag roken staat voor mij buiten kijf net zoals ook andere genotsmiddelen zoals alcohol en drugs gebruikt zouden mogen worden. Zo’n keuze is een voorbeeld van positieve vrijheid. Betekent dit dan automatisch dat je overal mag roken? Daarvoor moeten we naar Mills schadebeginsel. De schade die een persoon door te roken aan zichzelf toebrengt is geen reden voor overheidsingrijpen. Maar, roken verschilt hierbij van alcohol en bijvoorbeeld een pilletje xtc, omdat de rook door anderen kan worden ingeademd en die rook kan hun gezondheid schade toebrengen. Die schade is aantoonbaar en berekenbaar in een verhoogde kans op kanker en minder lang leven. Die verhoogde kans op kanker leidt tot hogere uitgaven voor gezondheidszorg. Roken kan anderen dus schade toebrengen. Dit kan overheidsingrijpen rechtvaardigen en dus de negatieve vrijheid van de roker beperken. Om die hogere gezondheidskosten te betalen kan de prijs van het genotsmiddel kunstmatig worden verhoogd door het extra te belasten. Dat doet onze overheid ook bij tabak en alcohol. Het kortere leven bij meeroken wordt hier niet door voorkomen. Daaraan draagt een verbod op roken in publieke ruimtes wel bij. Dit voorkomt immers dat iemand ongewild meerookt. Een beperking van vrijheid van de roker die je kunt verdedigen.

Een tweede voorbeeld: maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Daarvoor kun je een soortgelijke redenering hanteren. Uitstoot van bijvoorbeeld koolstofdioxide kan schadelijk zijn voor land, levensstijl, lijf en leden van anderen. Het beperken van de ‘negatieve vrijheid’ om op dit gebied te doen en laten wat iemand wil, kan daarom verdedigen dat er maatregelen worden genomen om de schade van anderen te voorkomen of te compenseren. Het beprijzen van de uitstoot van koolstofdioxide en de opbrengsten ervan gebruiken om die nadelen voor anderen te compenseren is goed verdedigbaar voor een aanhanger van negatieve vrijheid. Zelfs de meest vergaande beperking van de negatieve vrijheid om op dit gebied te doen en laten  wat je wilt, het verbieden van alle behalve de natuurlijke uitstoot, behoort tot de mogelijkheden. Het verbieden van natuurlijke uitstoot kan niet omdat hiermee alle dierlijk leven en dus ook dat van ons mensen, onmogelijk wordt.

Nu kun je denken, wat een theoretisch geneuzel op de vierkante centimeter. Dat geneuzel ligt in de Verenigde Staten ten grondslag aan alle discussies over een verplichte ziektekostenverzekering in het algemeen en Obamacare in het bijzonder. Amerika kent een grote groep mensen die niets van de overheid moeten hebben. Mensen die liefst geen overheid en dus maximale negatieve vrijheid zouden hebben. Deze mensen zijn niet tegen een ziektekostenverzekering, maar wel tegen het verplichtende karakter ervan. Dat is voor hen een te grote aanslag op hun vrijheid. Zij willen zelf bepalen of en zo ja welke ziektekostenverzekering zij nemen. Nu kennen de VS ook een grote groep mensen die zich graag willen verzekeren tegen ziekte maar die de premie niet kan betalen of die iets markeert waardoor geen verzekeraar ze als klant wil. Die groep zou zijn geholpen met een betaalbare verplichte ziektekostenverzekering. Die zou hun positieve vrijheid vergroten. Negatieve of positieve vrijheid, beiden kunnen grote invloed hebben op ons leven. Zo zijn veel overheidsmaatregelen die de negatieve vrijheid verkleinen gericht op het vergroten van de positieve vrijheid. Neem de AOW en de andere sociale wetgeving die bestaanszekerheid bieden. Die beperken de negatieve vrijheid omdat ze beslag leggen op een deel van iemands inkomen. De AOW was immers, net als de werkloosheidswetgeving, bedoeld om een onafhankelijk leven mogelijk te maken. Onafhankelijk van de goedertierenheid van anderen.

Bijzonder zijn maatregelen zoals het bij de PVV en de Fvd populaire boerkaverbod. Een boerka beperkt de drager in haar mogelijkheden. De kansen op de arbeidsmarkt en op aansluiting bij het grootste deel van de samenleving, zijn beperkt. De boerka beperkt hierin net zoals het niet kunnen lezen en schrijven iemand beperkt. Je kunt vanuit dit standpunt verdedigen dat een boerkaverbod de kans vergroot dat iemand werk vindt. Dus dat het haar positieve vrijheid op werk vergroot. Een vrijwillig boerkadraagster zal daar met recht en reden tegenin kunnen brengen dat haar positieve vrijheid, haar wens om ‘meester over zichzelf te zijn’wordt beperkt.  Maar wat als die boerka onder druk wordt gedragen? Dan is een verbod toch een oplossing? Als dat het geval is, is het dan niet vreemd dat het slachtoffer van de druk wordt gestraft en niet de dader? Bijzonder hierbij is dat vooral partijen die voor een zo groot mogelijke, vooral negatieve vrijheid zijn, de PVV en de FvD, voor een boerkaverbod zijn.

Ook bij het asielvraagstuk staat vrijheid centraal. In haar bemoeienis met positieve vrijheid kan een overheid ook doorschieten. Dan wordt het betuttelend en gaat het te veel ten koste van de negatieve vrijheid. Zo kan een fervent aanhanger van het oude Sovjetregime met recht en rede beweren dat het regime de vrijheid van mensen bevorderde terwijl het voor de mensen onder het regime kon voelen als een beknotting van hun vrijheid, maar ook een land met geen of minimale negatieve vrijheid is geen pretje. Maar tussen geen en maximale positieve en of negatieve vrijheid zitten hele werelden.  De prettigste samenlevingen in deze wereld hebben een evenwicht gevonden tussen binnen en tussen de twee vormen van vrijheid. Ontbreekt dat evenwicht dan kan dat een reden zijn om elders je geluk te beproeven. Daarmee zijn we bij migratie en asielvraagstuk. Geen asielzoekers opvangen betekent dat we mensen in negatieve onvrijheid vastzetten. Economische migratie moeilijker maken betekent dat we mensen de kans ontzeggen om  te ‘worden wat ze willen’.

Via die economische migratie komen we weer bij bestaanszekerheid. Dat ‘willen worden’ van deze migranten kan wel een belemmering zijn om ‘te worden wat je wilt’ voor de Nederlander. Dus de bestaanszekerheid beperken. Een strijd tussen ‘hun’ en ‘onze’ bestaanszekerheid? Dat is een manier om ernaar te kijken. In plaats van dit als een strijd te zien, kun je ook de nadruk leggen op waar beide zijden zich zorgen om maken: de bestaanszekerheid. Via eerlijke handel en dus eerlijke prijzen waar ‘hen’ in hun eigen land een redelijk zeker bestaan geeft, kunnen we ervoor zorgen dat het ‘hier’ geen strijd wordt. Daarmee zijn we bij economische beleid aanbeland en de keuzes die we daar kunnen en moeten maken.

Tot zover vrijheid. De volgende keer gelijkheid.


[1] Palmer en Colton, A History of the Modern World zesde editie, pagina 375-376, eigen vertaling.

[2] Idem, pagina 376, eigen vertaling 

[3] Isaiah Berlin, Twee opvattingen over vrijheid, kaft van de uitgave uit 2010 van de Boom reeks Kleine Klassieken

[4] Idem, pagina 12

[5] Idem, pagina 25

[6] John Stuart Mill, Over vrijheid, pagina127

Het hek en de laatste kans

“Mr. Gorbatshov, tear down this wall.” Die woorden sprak de Amerikaanse president Ronald Reagan op 12 juni 1987 uit in wat toen nog West-Berlijn heette. Die uitspraak werd in de gehele westerse wereld met instemming begroet. Het gejuich werd nog groter toen de muur tweeëneenhalf jaar later werkelijk viel. Muren om mensen te beletten te reizen en een gebied te verlaten, werd als iets archaïsch en barbaars gezien. ‘Het kan verkeeren’, om de zeventiende eeuwse dichter Gerbrand Adriaensz. Bredero te citeren

Nu ruim dertig jaar later, denkt die westerse wereld daar heel anders over. De Amerikanen bouwen, ondanks dat de Mexicanen ze niet betalen, nog steeds verder aan een hek aan hun zuidgrens. De Australiërs wijzen iedereen die aan land probeert te komen uit naar eilandstaatjes als Nauru. De Britten en Denen proberen vluchtelingen in een ‘derde land’ in Afrika onder te brengen om daar ‘hun procedure af te wachten’. De rechterkant van de Nederlandse politiek wil ook die kant op en op een recente op Nederlands verzoek georganiseerde top van de Europese Unie over migratie, was ‘een hek om Europa’ geen taboe meer.

Bron: https://mlpp.pressbooks.pub

Nu was die ene muur, de Berlijnse, bedoeld om mensen binnen te houden en ‘het hek dat geen taboe meer is’, om mensen buiten te houden. Een duidelijk verschil of toch niet? De Berlijnse muur beknotte de vrijheid van de Oost-Duitsers. Die konden niet vrij naar het Westen reizen en hun geluk aldaar beproeven. Zij zaten opgesloten in het Oosten. ‘’ Het hek’ is bedoeld om mensen buiten te houden, niet om de vrijheid van de mensen binnen de muur te beknotten. Of is dit slechts een kwestie van semantiek? Even wat geschiedenis.

De bekendste muur is ongetwijfeld de Chinese muur. Een verdedigingslinie bestaande uit rivieren, heuvels bergen én muren. Die linie is niet in één keer gebouwd. Er is eeuwen aan gewerkt, grofweg tussen 700 voor onze jaartelling en de Ming dynastie die tot 1644 over China heerste. De muur was bedoeld om de ruitervolken van de steppen ten noorden van de muur, op afstand te houden. Om een paar van die steppenvolkeren te noemen, in de begintijd van de muur waren dat de Xiongnu, een volk dat erg bedreven was in het boogschieten tijdens het paardrijden. In de dertiende eeuw de Mongolen onder Dzjengis Khan en in 1644 maakten de noordelijke Mantsjoe een einde aan de Mingdynastie. Voor al deze volkeren was de muur een lastige hindernis in hun opmars, meer niet. Lees Jonathan Holslags boek Vrede en Oorlog. Een wereldgeschiedenis of The Mongol Empire van John Man er maar op na.

Niet dat die muren werkelijk effect hadden bij het buiten houden van de vijand. Al snel ontwikkelde de mens werktuigen om ommuurde steden te belegeren. Als het daarmee niet lukte om de muren te slechten dan lukte het in ieder geval wel om het leven binnen de muren tot een ellende te maken. Bijzonder nadeel van vestingmuren is dat een eventuele belager van de stad ze ‘gratis’ kon gebruiken bij de belegering. Gratis gebruiken door ervoor te zorgen dat er niets meer de stad in kon gaan. Als je lang genoeg wachtte dan verhongerde iedereen binnen de muren omdat het eten op was. Dezelfde muur die de stad die ze bouwde veiligheid zou moeten bieden, zorgde voor ellende en onveiligheid. Met de introductie van het kanon bood de muur nog minder bescherming. Trouwens ook de ‘kleine vijand’, de landloper, wist de muren te slechten en de stad binnen te komen.

Toch bleef men nog heel lang aan vestingen vasthouden. In haar boek Tegen terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon besteedt Beatrice de Graaf veel aandacht aan de rol van forten in de verdediging van Europa tegen Frans geweld na de Napoleontische oorlogen. In die tijd dacht men dat een bedreiging alleen maar vanuit Frankrijk kon komen. Een eeuw later wist men wel beter. Het is trouwens heel normaal dat men de ‘vorige’ oorlog als maat neemt voor de volgende. Terug naar die forten. Napoleon had al laten zien dat een reeks forten weinig meer te betekenen had. Hij liet ze gewoon links liggen, trok verder en negeerde het bewonende garnizoen. Dat kon je in bedwang houden door een klein deel van je troepen achter te laten. Die les weerhield de Europese machten niet om een fortuin te besteden aan de bouw van forten. De grote man in die tijd de hertog van Wellington, zag dat zelf ook in: “De recente campagnes tijdens de revolutionaire oorlogen hebben laten zien dat versterkte plaatsen enigszins uit de mode zijn geraakt… dat forten en vestingen weinig nut hebben en in ieder geval niet de investeringen waard zijn die ze kosten.[1]” 

Dat forten en vestingen weinig militaire waarde hadden, was al bekend. Dat betekende echter niet dat ze niet meer werden gebouwd. Neem het Belgische fort van Eben Emael. Na de redelijk snelle doortocht van de Duitse troepen in 1914 (redelijk snel, maar voor het Duitse keizerrijk te traag), trok de Belgische regering in de jaren twintig de conclusie dat de oude forten gemoderniseerd moesten worden. De zwakheden van 1914 moesten eruit en het zogenaamde ‘gat van Visé’ moest worden gedicht. De Duitsers hadden in 1914 gebruik gemaakt van dit gat tussen Visé en de Nederlandse grens. Hier verrees het ‘moeder aller forten’, het fort Eben Emael. Volgens de militaire experts was het fort onneembaar en daarmee waren de risico’s die de Belgen zagen, beheerst. Toch werd het fort op 10 mei 1940 binnen een kwartiertje door de Duitse troepen uitgeschakeld. De bekende risico’s waren beheerst, onbekende, vernieuwende risico’s niet. Laat de Duitsers nu net met het onbekende, gedurfde aan de slag zijn gegaan. Zweefvliegtuigen en paratroepen die ongezien op het fort landden en het zo van binnenuit uitschakelden. De Belgen waren trouwens niet de enige. Zo hadden de Fransen de Maginotlinie om een snelle Duitse opmars onmogelijk te maken, de Duitsers hun Westwall en investeerden diezelfde Duitsers veel geld en materiaal in de Atlantikwall die op D-Day niet in staat bleek om een geallieerde landing te voorkomen.

In die Eerste Wereldoorlog was men trouwens ook getuige van het eerste moderne grenshek. Nee, niet in een uithoek van de wereld, maar tussen Nederland en België. Nadat in het najaar van 1914 zo’n 800.000 Belgen vluchtten naar het neutrale Nederland, besloten de Duitsers een 300 kilometer lang hek van prikkeldraad met daarop 2000 volt aan spanning tussen Vaals en Zeeuws-Vlaanderen aan te leggen. “Het ‘doodshek (‘Todeszaun’) was het eerste ‘ijzeren gordijn’ in Europa van de twintigste eeuw, dat aan de ‘staatsgrens’ van DDR-dictatuur doet denken,” aldus Patrick Dassen in zijn boek Sprong in het duister. Duitsland en de Eerste Wereldoorlog.” Een hek was bedoeld om mensen binnen te houden. Met beperkt succes want: “Toch lukte het nog zo’n 20.000 Belgen (maar ook Duitse deserteurs en geallieerde spionnen) om hun land via deze grens te ontvluchten. [2] 

Nederland en ook de andere Europese landen protesteren terecht tegen landen, zoals Noord-Korea, die reizen naar andere landen onmogelijk maken. Zo’n land is in de basis één grote openluchtgevangenis waarbij grensbewaking vooral gevangenenbewaking is en minder het voorkomen van ongeoorloofd binnentreden. Dergelijke protesten waren ook voor het vallen van de Berlijnse muur te horen ten opzichte van de Sovjet Unie en de andere landen van het voormalige Oostblok. Deze landen maakten het hun burgers onmogelijk om naar het Westen te reizen en op mensen die ‘over de muur’ wilden vluchten werd zelfs geschoten. Dit zijn duidelijke schendingen van artikel 13 tweede lid van de Universele Verklaring voor de rechten van de Mens. Dit artikel stelt dat iedereen: “het recht (heeft) welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.”  Nu is een land verlaten iets anders dan een land bezoek. Of toch niet?

Ik schreef al vaker over negatieve vrijheid, de vrijheid van onderdrukking en dwang en positieve vrijheid, de vrijheid om iets te kunnen doen. Een land dat haar inwoners belemmert om naar een ander land te reizen, beperkt de (negatieve) vrijheid van haar inwoners. Het belemmert hen in hun handelen en in dit geval zelfs in handelen dat tot de mensenrechten behoort, namelijk het recht om je land te verlaten. De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens bevat geen artikel dat bepaalt dat iedereen het recht heeft om naar de Europese Unie te komen. De spiegel van ‘het verlaten van welk land dan ook, met inbegrip van het zijne’ is echter het bezoeken van een ander land. Om bezoek te reguleren, te weten wie er op bezoek komt, is onder andere het visumsysteem in het leven geroepen. Het ‘verlaten’ van een land wordt onmogelijk als andere landen je niet toelaten. Dan heb je niets aan je negatieve mensenrecht om je land te kunnen verlaten omdat de andere landen je positieve vrijheid, je mogelijkheid om je land te verlaten, beperken.

Daarmee kom ik bij Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis van Lea Ypi. In hoofdstuk 13 met als titel Iedereen wil weg schrijft ze over Albanezen die hun land willen verlaten om elders een beter bestaan op te bouwen. De eersten lukt dat. Symbool hiervoor staat het schip de Partizani dat met een groep vluchtelingen aan boord wordt verwelkomt in Italië. Al snel doen zich hierbij onverwachte problemen voor. Een ander schip, de Vlora, dat iets later en volgepakt met mensen de overtocht maakt, staat centraal voor de moeilijkheden. De vluchtelingen worden in Italië in een stadion ondergebracht en van daaruit moeten ze weer terug. Ze zijn niet meer welkom. Wat was er veranderd in die korte tijd? Ypi: “In het stadion verspreidde zich het gerucht dat, omdat ons land technisch gezien geen communistische staat meer was, verzoeken om politiek asiel waarschijnlijk zouden worden afgewezen. In plaats daarvan zouden de nieuw aangekomenen beschouwd worden als economische migranten. Dit was een nieuwe, onbekende categorie.[3] ” Een nieuwe, nu zeer bekende categorie die nu door menigeen gelukszoekers worden genoemd. En dan concludeert ze: “Misschien was bewegingsvrijheid wel nooit echt belangrijk geweest. Het was gemakkelijk om die te verdedigen als iemand andere het vuile werk van gevangenschap opknapte. Maar welke waarde heeft het recht om te vertrekken als het recht om elders binnen te komen ontbreekt? Waren grenzen en muren alleen maar verwerpelijk als ze dienden om mensen binnen, in plaats van buiten te houden?[4]  Was het ijzeren gordijn alleen maar verkeerd omdat het niet ‘ons ijzeren gordijn’ was?

“Ik ben onder de indruk hoezeer we het vertrouwen van het mondiale zuiden verliezen”.  Die ik is de Franse president Macron zo is te lezen in een artikel van Arnout Brouwers in de Volkskrant. Een artikel dat is gewijd aan de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München. Macron, spreekt aldus Brouwers: “’van een laatste kans’ om landen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika ervan te overtuigen dat de regels van de internationale orde hun ook kansen bieden en beschermen. ‘In 2050 zullen er talloze grote sterke landen in die continenten zijn die zich de les niet laten lezen.’”  Zouden ‘Grenshekken’,’ asielzoekers in Rwanda onderbrengen’ en het opportunistisch uitleggen van mensenrechten eraan bijdragen dat die laatste kans wordt benut?


[1] Beatrice de Graaf, Tegen terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon, pagina 232

[2] Patrick Dassen”, Sprong in het duister. Duitsland en de Eerste Wereldoorlog, pagina 280

[3] Lea Ypi, Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis, pagina 198

[4] Idem, pagina 203

Een lesje geschiedenis deel 2

“Er is echter nog op een ander punt dat Van der Galien nodig een lesje geschiedenis nodig heeft en dat is de uitspraak dat Nederland tot voorkort een natiestaat was. Dat lesje geschiedenis komt in deel twee van dit lesje geschiedenis.” Met die woorden sloot ik deel 1 van de les geschiedenis af. Een les naar aanleiding van een artikel van Michael van de Galien bij De Dagelijkse Standaard. In het artikel geeft hij ‘geschiedenisles’ aan Jesse Klaver. Klaver deed bij Jinek de uitspraak dat ‘migranten dit Nederland hebben opgebouwd’. In deel twee zoals gezegd de uitspraak dat Nederland tot voor kort een natiestaat was.

Daarvoor eerst even naar Wikipedia.“ Een natiestaat of nationale staat is een staat met één dominante natie waarmee een soeverein territorium wordt geboden aan een bepaalde natie en haar culturele identiteit.”  Om te weten wat hier staat moeten we eerst weten wat een natie is. Een natie is een: “groep van individuen van hetzelfde staatsburgerschap die in een begrensd gebied wonen.” Maar ook wat een culturele identiteit is. Een identiteit is het: “eigen karakter van een persoon of groep.” En cultuur: “het geheel van normen, waarden, tradities, regels, kunstuitingen enz. van een land, volk of groep.” En nu in mijn woorden. Een natiestaat is een staat waarvan de mensen tot eenzelfde culturele groep behoren.

Typisch katholiek. De Heiligdomsvaart in Maastricht van 1962. Bron WikipediaCommons

Volgens Van der Galien was Nederland tot voorkort een natiestaat, een staat met mensen die tot eenzelfde culturele groep behoren. Mensen met dezelfde normen en waarden, tradities, regels en kunstuitingen. Nu zagen we in deel 1 al dat migratie een permanent kenmerk was van het gebied dat nu Nederland is. Migranten met andere taal, gebruiken en tradities. Als ik van der Galien goed begrijp zijn al die immigranten goed geïntegreerd met de al aanwezige Friezen, Hollanders en Zeeuwen. Of ze hebben samen een ‘nieuwe cultuur’ ontwikkeld. Een van twee, maar wat zien we bij het bestuderen van de geschiedenis.

‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.’ Als er een uitspraak is die de verhoudingen in de Nederlandse samenleving het beste weergeeft, dan is het wel deze uitspraak. En nee, die heeft geen betrekking op het christendom en de islam. In zijn De Lage Landen 1780/1980. Twee eeuwen Nederland en België deel II 1914-1980 beschrijft historicus Kossmann de Nederlandse samenleving aan het begin van de twintigste eeuw als volgt: “Verzuiling betekent dat de staat het de grote, in hun levensbeschouwing onderscheidende groepen van de bevolking mogelijk maakt om hun dagelijkse leven geheel volgens eigen inzicht en behoefte te organiseren, in eigen scholen, jeugdbewegingen, universiteiten, huizen, sportclubs, vak- en wekgeversbonden, met instellingen voor sociale verzekering en voor de culturele verzorging van de volksmassa in theaters, weekbladen, zangverenigingen, leesportefeuilles enz., en in Nederland zelfs eigen radioverenigingen. … Dit was geen vredelievend pluralisme, dit was strijd. De gedachten en de levenswijze van een rooms-katholiek en een protestant, van een liberaal en een socialist werden voorgesteld als zo totaal verschillend, hun doeleinden werden gezien als vijandig aan elkaar, dat niet alleen samenwerking tussen hen onmogelijk was, maar dat zij ook werden geacht elkaar voortdurend aan te vallen in het niets ontziende gevecht om de laatste waarheid.[1]

Nederland was een land van langs elkaar levende bevolkingsgroepen. Geen natiestaat maar een staat met erin verschillende naast elkaar heen levende naties. Was je katholiek dan kocht je je brood bij een katholieke bakker, voetbalde je bij een katholieke voetbalclub op de zondag. Als protestant ging je naar de protestantse bakker en voetbalde je bij een protestantse club maar dan op zaterdag. Zelfs de duiven vlogen gescheiden. Die ‘angst’ voor de ander zat er diep in en kende ook een ‘omvolkingstheorie’. De opdracht van de katholieke pastoor om ‘heen te gaan en je te vermenigvuldigen’ zorgde voor hoge katholieke geboortecijfers. Veel hoger dan de protestantse en dat leidde in protestantse kringen tot de vrees voor een katholieke meerderheid. Een meerderheid die er wel eens voor zou kunnen zorgen dat het gezag niet meer uit Den Haag maar uit Rome zou komen. Een van de laatste voorbeelden van de manier waarop de groepsdruk werd opgevoerd, betrof het Mandement van kardinaal De Jong uit 1954. Op straffe van het onthouden van de sacramenten werd het katholieken verboden om lid te zijn van de socialistische vakbond en socialistische vergaderingen bij te wonen, de socialistische pers te lezen of naar de VARA te luisteren.

De leden van Van der Galiens natiestaat zagen de Nederlandse staat in het geheel niet als één natie en behorend tot eenzelfde culturele groep.


[1] E.H. Kossmann, De Lage Landen  1780/1980. Twee eeuwen Nederland en België deel II 1914-1980, pagina 48-49