Uitgelicht

Een lesje geschiedenis deel 2

“Er is echter nog op een ander punt dat Van der Galien nodig een lesje geschiedenis nodig heeft en dat is de uitspraak dat Nederland tot voorkort een natiestaat was. Dat lesje geschiedenis komt in deel twee van dit lesje geschiedenis.” Met die woorden sloot ik deel 1 van de les geschiedenis af. Een les naar aanleiding van een artikel van Michael van de Galien bij De Dagelijkse Standaard. In het artikel geeft hij ‘geschiedenisles’ aan Jesse Klaver. Klaver deed bij Jinek de uitspraak dat ‘migranten dit Nederland hebben opgebouwd’. In deel twee zoals gezegd de uitspraak dat Nederland tot voor kort een natiestaat was.

Daarvoor eerst even naar Wikipedia.“ Een natiestaat of nationale staat is een staat met één dominante natie waarmee een soeverein territorium wordt geboden aan een bepaalde natie en haar culturele identiteit.”  Om te weten wat hier staat moeten we eerst weten wat een natie is. Een natie is een: “groep van individuen van hetzelfde staatsburgerschap die in een begrensd gebied wonen.” Maar ook wat een culturele identiteit is. Een identiteit is het: “eigen karakter van een persoon of groep.” En cultuur: “het geheel van normen, waarden, tradities, regels, kunstuitingen enz. van een land, volk of groep.” En nu in mijn woorden. Een natiestaat is een staat waarvan de mensen tot eenzelfde culturele groep behoren.

Typisch katholiek. De Heiligdomsvaart in Maastricht van 1962. Bron WikipediaCommons

Volgens Van der Galien was Nederland tot voorkort een natiestaat, een staat met mensen die tot eenzelfde culturele groep behoren. Mensen met dezelfde normen en waarden, tradities, regels en kunstuitingen. Nu zagen we in deel 1 al dat migratie een permanent kenmerk was van het gebied dat nu Nederland is. Migranten met andere taal, gebruiken en tradities. Als ik van der Galien goed begrijp zijn al die immigranten goed geïntegreerd met de al aanwezige Friezen, Hollanders en Zeeuwen. Of ze hebben samen een ‘nieuwe cultuur’ ontwikkeld. Een van twee, maar wat zien we bij het bestuderen van de geschiedenis.

‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.’ Als er een uitspraak is die de verhoudingen in de Nederlandse samenleving het beste weergeeft, dan is het wel deze uitspraak. En nee, die heeft geen betrekking op het christendom en de islam. In zijn De Lage Landen 1780/1980. Twee eeuwen Nederland en België deel II 1914-1980 beschrijft historicus Kossmann de Nederlandse samenleving aan het begin van de twintigste eeuw als volgt: “Verzuiling betekent dat de staat het de grote, in hun levensbeschouwing onderscheidende groepen van de bevolking mogelijk maakt om hun dagelijkse leven geheel volgens eigen inzicht en behoefte te organiseren, in eigen scholen, jeugdbewegingen, universiteiten, huizen, sportclubs, vak- en wekgeversbonden, met instellingen voor sociale verzekering en voor de culturele verzorging van de volksmassa in theaters, weekbladen, zangverenigingen, leesportefeuilles enz., en in Nederland zelfs eigen radioverenigingen. … Dit was geen vredelievend pluralisme, dit was strijd. De gedachten en de levenswijze van een rooms-katholiek en een protestant, van een liberaal en een socialist werden voorgesteld als zo totaal verschillend, hun doeleinden werden gezien als vijandig aan elkaar, dat niet alleen samenwerking tussen hen onmogelijk was, maar dat zij ook werden geacht elkaar voortdurend aan te vallen in het niets ontziende gevecht om de laatste waarheid.[1]

Nederland was een land van langs elkaar levende bevolkingsgroepen. Geen natiestaat maar een staat met erin verschillende naast elkaar heen levende naties. Was je katholiek dan kocht je je brood bij een katholieke bakker, voetbalde je bij een katholieke voetbalclub op de zondag. Als protestant ging je naar de protestantse bakker en voetbalde je bij een protestantse club maar dan op zaterdag. Zelfs de duiven vlogen gescheiden. Die ‘angst’ voor de ander zat er diep in en kende ook een ‘omvolkingstheorie’. De opdracht van de katholieke pastoor om ‘heen te gaan en je te vermenigvuldigen’ zorgde voor hoge katholieke geboortecijfers. Veel hoger dan de protestantse en dat leidde in protestantse kringen tot de vrees voor een katholieke meerderheid. Een meerderheid die er wel eens voor zou kunnen zorgen dat het gezag niet meer uit Den Haag maar uit Rome zou komen. Een van de laatste voorbeelden van de manier waarop de groepsdruk werd opgevoerd, betrof het Mandement van kardinaal De Jong uit 1954. Op straffe van het onthouden van de sacramenten werd het katholieken verboden om lid te zijn van de socialistische vakbond en socialistische vergaderingen bij te wonen, de socialistische pers te lezen of naar de VARA te luisteren.

De leden van Van der Galiens natiestaat zagen de Nederlandse staat in het geheel niet als één natie en behorend tot eenzelfde culturele groep.


[1] E.H. Kossmann, De Lage Landen  1780/1980. Twee eeuwen Nederland en België deel II 1914-1980, pagina 48-49

Uitgelicht

Een lesje geschiedenis deel 1

Bij De Dagelijkse Standaard een artikel van Michael van de Galien. In het artikel geeft hij ‘geschiedenisles’ aan Jesse Klaver. Klaver deed bij Jinek de uitspraak dat ‘migranten dit Nederland hebben opgebouwd’. Een uitspraak die, zo betoogt, Van der Galien: “a) belachelijk is en b) beledigend ten opzichte van al die Nederlanders die door de jaren heen keihard hebben gewerkt om iets van ons land te maken.” Een idiote uitspraak want: “ Nederland was tot voor heel kort geen immigrantenland, maar een natiestaat. De ‘migranten’ zijn pas sinds de jaren 60/70 op significante schaal naar ons land gekomen; toen het economisch herstel van de Tweede Wereldoorlog zo groot was dat we ‘extra’ werkkrachten dachten nodig te hebben.” Een wel heel beperkte kijk op de geschiedenis van wat nu Nederland is. Daarom een lesje geschiedenis in twee delen. Vandaag deel 1 over de bewering dat Nederland tot voorkort geen migratieland was.

De eerste bewoners van het gebied dat nu Nederland is, waren waarschijnlijk Neanderthalers maar er zouden ook zomaar al eerdere mensensoorten in deze omgeving hebben kunnen geleefd. Als we daar even van afzien en ons concentreren op de laatste 10.000 jaar dan weten we dat de jager-verzamelaars die hier rondliepen zo’n 8.000 jaar geleden begonnen aan de overstap naar de landbouw. Hierdoor nam de bevolking toe en ontstonden de eerste culturen, de Bandkeramische en de Rössencultuur. Naast deze agrarische culturen leefden er ook nog steeds jager-verzamelaars. Zo rond 5.000 jaar geleden werden deze voorouders verrast door migranten van de Jamnacultuur die vanuit de steppen van wat nu Oekraïne en Zuid-Rusland is, naar het westen trokken. Aan hen hebben we onze taal te danken, net zoals bijna alle andere  Europese talen. Ze brachten ook het wiel en de wagen mee. Net zoals trouwens de lichte huidskleur en blonde haren. De tot dan toe hier levende mensen hadden een donkerdere huidskleur. Dus ja, ‘we’ hebben het een en ander te danken aan migranten.

Zo moet een Bandkeramische boerderij er naar archeologen denken, uitgezien hebben. Bron: WikimediaCommons

Genoeg oude geschiedenis. Op naar de Middeleeuwen. “Omstreeks het jaar 1000 krioelden ook hier ten lande allerlei min of meer feodale gebieden naast en door elkaar. Een duidelijk patroon ontbrak.[1]Zo omschrijft de historicus Peter W. Klein de politieke situatie in het gebied dat nu Nederland heet. Het gebied lag aan de rand van het continent Europa en uit niets kon je opmaken dat het 600 jaar later zou zijn uitgegroeid tot het centrum van Europa. Sterker nog, geheel Europa lag in die tijd waar het altijd al had gelegen en dat was ‘aan de rand van de wereld’. Het centrum van de wereld dat was het gebied met aan de ene uiteinde wat we nu het Midden-Oosten of de Levant noemen en aan de andere kant het China langs de Yangtze. Het gebied, waar Peter Frankonpan zijn bekende werk naar heeft genoemd, van De zijderoutes. De Romeinen waren erin geslaagd om ‘aan te haken’ bij dat centrum en zo het gebied wat te vergroten. Omdat het zuidelijke deel van het huidige Nederland vanaf het begin van onze huidige jaartelling bij dat Rijk behoorde, was het verbonden met het centrum van de wereld.

Na de val van Rome en het afzetten dan Romulus Augustulus de laatste West-Romeinse keizer op 4 september 476 kwam daaraan echter weer een einde. De ‘Nederlandse’ verbinding met ‘de wereld’ was al eerder verbroken omdat de val van het Romeinse Rijk een geleidelijk proces was. Het verval van het ooit machtige Romeinse Rijk zette al veel eerder in en de wereld van na die val kondigde zich al meer dan twee eeuwen eerder aan. Germaanse en andere stammen begonnen te knibbelen aan de Romeinse macht. Een maaltijd begint met de eerste hap, niet met de laatste. Als we die metafoor op de scheiding tussen Oudheid en Middeleeuwen toepassen, dan kun je met recht en rede betogen dat de Middeleeuwen begonnen met de eerste Germaanse hap in het Romeinse Rijk. Een derde-eeuwse Romein zou bij die eerste hap aan de grenzen van het Rijk niet meteen spreken van een ‘nieuw tijdperk’. Er werd wel vaker ‘geknabbeld’ maar dat werd later wel weer hersteld.

Voor de Germaan Odoakar stelde het afzetten van die laatste keizer niet zoveel meer voor. De macht van de keizer reikte niet veel verder dan de poorten van zijn paleis. Tenminste sinds de Visigotische leider Alarik I in 410 Rome plunderde, stelde het westelijk deel van het Romeinse Rijk al niet meer zoveel voor. Niemand kon zich zo rond het begin van onze jaartelling een wereld zonder Romeinse Rijk voorstellen. Net zo onvoorstelbaar was het in het jaar 1000 dat die uithoek van Europa tot het ‘centrum van de wereld’ zou uitgroeien.

In dat jaar 1000 bestond Holland, de later machtigste van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën nog niet. Het gebied was Fries. “Reeds vanaf de vroege middeleeuwen was de Maas-, Rijn-, en Schelde regio de operatiebasis van de Friezen voor hun verre handel tussen West-Europa en Scandinavië.[2] Onder de rivieren was het vooral Frankisch. Toch gebeurde er in 1018 iets bijzonders. Een van de graven in West-Friesland, Dirk III, behaalde in 1018, zo beschrijft Klein, de eerste militaire ‘Hollandse’ overwinning. Een ‘Hollandse’ overwinning avant la lettre want, zo beschrijft Klein het: “Deze Dirk was en bleef zijn leven lang namelijk niets anders dan een graaf ín (West-)Friesland. Zelfs tot graaf ván (West-)Friesland heeft hij het niet kunnen brengen.[3] Dirks oorspronkelijke ‘rijk’ bestond uit: “twee losse West-Friese gebieden (…) Kennemerland en Rijnland.” En Dirks prestatie bestond eruit dat hij daar “bij stukjes en beetjes Neder-Maasland,” aan toevoegde. Tegenwoordig een zeer rijk gebied, in die tijd: “niet veel anders dan de moerassige zilte gronden aan de mond van de samenvloeiing van Maas en Merwede.[4] Uiteindelijk mocht een van zijn nazaten, Floris II, zich in 1101 echt graaf van Holland noemen. Dat had hij te danken aan de bisschop van Utrecht die bereid bleek om hem als leenman te aanvaarden. Daarmee zijn we honderd jaar verder in de tijd. Ook toen wees er niets op het succes van dat ‘Holland’. De eerste graaf van Holland, graaf van drassig land langs de monding van de Rijn en de Maas,  ‘onderknuppel’ van de bisschop van Utrecht. Iets meer dan niets en daarmee is alles gezegd.

De Graaf van Holland was niet de enige ‘onderknuppel’. Er waren er veel meer zoals de graaf (later hertog) van Gelre, de hertog van Brabant, de graaf van Zeeland die allemaal hun eigen rijkje stichtten en knibbelden aan de macht van de Friezen en aan elkaars macht. Allemaal gebieden die niets met elkaar hadden. “The northern provinces felt no tie with each other and no sence of difference from the south. Each of the seventeen provinces was a small state or country in itself,[5]zo beschrijven Palmer en Colton in hun A history of the Modern World de relatie tussen de verschillende provinciën in het midden van de zestiende eeuw en dat was in de eeuwen daarvoor niet anders. Sterker nog, zelfs binnen een zo’n rijkje hadden mensen vaak al niet veel met elkaar behalve dan dat ze eenzelfde ‘onderknuppel’ boven hen hadden.

Nu ontwaakte Europa zo rond de tijd van Dirks avonturen uit de slaap die het met de val van West-Romeinse Rijk begon. Europa, en dan vooral Italiaanse steden zoals Genua en Venetië begonnen weer te handelen met de Levant, ze herstelden de verbroken verbinding met de Zijderoute. “By the end of the tenth century, Venice was shipping grain, wine, and Lumber to Constantinople and receiving in return fine silken cloth that they sold to her north Italian Neighbors. Allso by that time merchants from Amalfi had established extensive trading contacts with Cairo. The inland towns of northern Italy began to have some industry of their own, natably weaving of woolen cloth, but markets fort his cloth were very limited at first.[6]Dirks’ gebied was nog niets maar iets ten Zuiden van zijn moerassige zilte gronden werd het al iets. Die opleving in Italië had zijn uitwerking op ‘staatjes’ die enkele eeuwen later de 17 provinciën werden genoemd. Voor de Friezen betekende ze een ‘nagel aan hun doodskist’ als dominante macht omdat: “De Friese handel (…) niet bij machte (was) op deze opleving in het zuiden in te haken.”

Anderen wel: “De kooplieden van de Maas- en Scheldevallei daarentegen, die als stedelingen een meer moderne handelstechniek hadden ontwikkeld en die vanouds contacten met de het continentale achterland onderhielden, grepen de geboden kansen. Ze brachten een systematische verbinding tussen Noord-West Europa en het Middellandse-Zeegebied tot stand.” Die handel liep niet over zee en dan via de rivieren het land in met Rotterdam[7] als schakelpunt, zoals in onze tijd. “Het werd een overlandse handel op het zuiden, die steunde op het uitwisselen van luxe producten uit Italië, Noord-Afrika, de Levant en het Verre Oosten enerzijds en van industriële fabrikaten uit eigen streek anderzijds[8].” De Zuidelijke Nederlanden vervulden in toenemende mate een stapelmarktfunctie voor Noord-West Europa.

Stadslucht mocht dan wel vrij maken naar een Middeleeuwse gebruik, de lucht in de stad was in ieder geval niet vrij van ziektekiemen. De steden in de Lage Landen, groeiden maar dat was geen natuurlijke groei: “Zij kwam tot stand ondanks een negatieve natuurlijke groei, dat wil zeggen ondanks het feit dat er veel meer mensen in steden stierven dan dat er geboren werden . … Met andere woorden, de groei van de steden was alleen maar mogelijk door massale immigratie,[9]aldus Leo en Jan Lucassen in hun boek Vijf eeuwen van migratie. Wie waren die migranten? Het waren: Duitsers als belangrijkste groep, maar in textielsteden zoals Leiden en Haarlem waren het, zeker aanvankelijk, vooral Zuid-Nederlanders uit het huidige België en Frans-Vlaanderen. Daar buiten waren Engeland, Schotland en Noorwegen de belangrijkste herkomstgebieden. … Daar waar het economisch leven in het teken stond van handel en scheepvaart, zoals in Amsterdam, maar ook Veere en Hoorn, kwamen de migranten overwegend uit verre streken.[10] Naast deze ‘vaste’ migranten was er de vlottende migranten, de trekarbeiders voor de landbouw, het huishouden, de scheepvaart en het leger. Op een schip was het eerder regel dan uitzondering dat de bemanning voor meer dan 50 procent uit buitenlanders bestond.

Door de eeuwen heen zijn er steeds mensen naar en van hier gemigreerd. In de ene tijdsperiode wat meer zoals met de komst van de Jamna of in de zeventiende eeuw. In een andere tijdsperiode wat minder. Migratie is echter een constant gegeven. Dus in tegenstelling tot wat Van der Galien beweert, is migratie niet iets van de periode: “sinds de jaren 60/70” . Het antwoord op de vraag of migranten Nederland hebben opgebouwd ligt daarmee genuanceerder dan Klaver, maar ook dan dat Van der Galien denkt. Successievelijke groepen migranten hebben wat nu Nederland is mee opgebouwd.

Er is echter nog op een ander punt dat Van der Galien nodig een lesje geschiedenis nodig heeft en dat is de uitspraak dat Nederland tot voorkort een natiestaat was. Dat lesje geschiedenis komt in deel twee van dit lesje geschiedenis.


[1] Peter W. Klein,  1000 jaar vaderlandse geschiedenis, pagina 33

[2] Schöffer, I c.s,  De Lage Landen van 1500 tot 1780, pagina 15

[3] Idem, pagina 33

[4] Idem, pagina 34

[5] Palmer, R.R en Joel Colton, A History of the Modern World, pagina 126

[6] Brian Tierney, Sidney Painter, Western Europe in the Middle Ages 300-1475, pagina 268-269

[7] Rotterdam werd pas zo rond 1270 gesticht en haar bewoners leefden in eerste instantie van de visserij

[8] Schöffer, I cs, De Lage Landen van 1500 tot 1780 pagina 15

[9] Leo en Jan Lucassen, Vijf eeuwen migratie, pagina 19

[10] Idem, pagina 21

Uitgelicht

De benauwde blik van Blommestijn

Zo nu en dan, en tegenwoordig steeds vaker, roept er weer iemand dat Nederland ook uit de Europese Unie kan stappen. Deze keer is het Raisa Blommestijn, zo lees ik bij De Dagelijkse Standaard. Blommestijn in een tweet: “Laffe Rutte wil het migratieprobleem niet aanpakken en verschuilt zich achter de EU en internationale verdragen… Newsflash, je kunt uit de EU en je kunt die verdragen opzeggen – en tot die tijd je rug recht houden voor globalistische intimidatie, zoals Hongarije al jaren doet.”

Voor Blommestijn en voor veel voorstanders van zo’n Nexit zoals de FvD van Baudet, is Nederland het verhaal van Coen, de VOC en die sterke handelsnatie. Voor de toenmalige inwoners van bijvoorbeeld de huidige gemeente Venlo zag dat verhaal er heel anders uit. De Oost en zelfs Amsterdam en de VOC waren ver weg. Sterker nog, voor een groot deel van het grondgebied van de huidige gemeente Venlo gold dat het tot een heel ander land, of eigenlijk landen, behoorde. Zo hoorde Tegelen en Steyl bij het Graafschap Gulick en sloten zij pas in 1817 aan bij het koninkrijk der Nederlanden. Juist ja, toen de “Powers that Be’ daartoe besloten. Een van die ‘Powers’, de Pruisen, moest daar een veer laten want ook zij wilden de plaats erbij hebben. Dit gebeurde met het Traktaat van Aken. Hierin werd de grens tussen het koninkrijk en Pruisen bepaald door een kanonschot vanaf de oever van de Maas. Nederland zou dus een stuk groter zijn geweest als de kanonnen in die tijd wat verder hadden geschoten dan ongeveer 5 kilometer. Voor Arcen, Lomm en Velden ligt dat weer anders. Die behoorde eerst bij Spaans Gelre, na de Spaanse successieoorlog vielen ze toe aan Pruisen en sinds dat beruchte ‘kanonschot’ tot het koninkrijk der Nederlanden. 

Bron: WikimediaCommons

Wat voor alle dorpen gold, was dat er geregeld legers voorbij trokken. Legers op weg naar de ‘hoofdprijs’ de stad Venlo. Die stad wisselde gedurende de Tachtigjarige Oorlog geregeld van eigenaar. Dan weer  was het Spaans, dan weer Republikeins. Aan de Spanjaarden heeft de stad de restanten van het Spaanse fort Sint Michiel ten westen van de Maas te danken. Dat fort moest de stad beschermen tegen aanvallen vanaf de overkant (de westelijke kant) van de Maas. Met de Vrede van Utrecht in 1713 werd Venlo aan de Republiek toebedeeld, werd het een onderdeel van de Generaliteitslanden en zo min of meer een kolonie van de Republiek. Een kolonie omdat die Generaliteitslanden werden bestuurd door de Raad van State, een raad waarin ze zelf geen zeggenschap hadden. De Spaanse invloed tref je, zo betoogde de ‘Venloloog’ Sef Derks in een column op de site van Omroep Venlo, aan het Venlose dialect. Het Venlose woord voor hoofd: “kieëbus heeft een verrassende oorsprong. Het is afgeleid van het Spaanse cabeza.”

Sinds 1817 hoort het volledige grondgebied van de gemeente Venlo dus bij het Koninkrijk der Nederlanden en ging het op in de provincie Limburg. Of toch niet? Nee, inderdaad toch niet. In 1830 stonden de Zuidelijke Nederlanden op tegen het Koninkrijk en scheidden zich af. Limburg, exclusief de stad Maastricht, sloot zich aan bij de opstandelingen. Een afscheiding die pas in 1839 formeel werd maar dan zonder het huidige Nederlands-Limburg. Dat werd afgesplitst en viel toe aan het huidige Nederland. Viel toe want het werd niet veroverd of terugveroverd op de Belgen. Nee, ook hier beslisten weer de ‘Powers that Be’. De Fransen, die toen weer bij die ‘Powers’ hoorden, trokken hun steun aan de Belgen in en daarop werd Limburg gesplitst. De inwoners werd niets gevraagd. Als die zouden mogen stemmen, dan zou Venlo, nu waarschijnlijk Belgisch zijn. Limburg was dan wel, een provincie, voor de Hollandse koning, bleef het, net als de overige Zuidelijke Nederlanden, toch een soort Generaliteitsland, een soort kolonie.  

Nu was die grens in de beginjaren van dat Koninkrijk niet hard en hinderlijk. Als je van Venlo naar Straelen wilde, dan liep je er gewoon naartoe. Een paspoort was in theorie nodig, de praktijk was anders. Die praktijk veranderde tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen werden de grenzen gesloten. Je kon alleen de grens over als je in bezit was van een paspoort. Aan de grens stond de douane die je papieren controleerde. Aan de ene kant de Nederlandse die het verkeer vanuit Duitsland controleerden en aan de andere kant de Duitse die het verkeer dat vanuit Nederland het land inkwam, controleerden. Dat leidde toen al geregeld tot flink oponthoud aan de grenzen.  Nou ja, al het verkeer. Als opgroeiende puber ging ik, net als veel van mijn leeftijdsgenoten, in de zomer graag zwemen in Walbeck net over de grens met Duitsland. Zo’n mooi en groot zwembad met een zo’n lage entreeprijs lag er in Nederland in de wijde omgeving niet. Voor vijftien Duitse Marken, in Nederlandse guldens zo’n fl. 16,50, kocht je een tienrittenkaart. Maar om daar te komen moest je de grens over en dus je paspoort meenemen en soms lang wachten. En dat wachten daar hadden we het geduld niet voor. Dus zochten we onze weg via bospaadjes en gingen we illegaal de grens over. Een beetje zoals veel vluchtelingen nu. Maar ook die werden soms gecontroleerd en dat maakte het tot een spannende fietstocht. Diezelfde en andere paadjes, werden in de jaren vijftig en zestig gebruikt om spullen, zoals boter, de grens over te smokkelen. En dat bleef zo tot het Verdrag van Schengen hieraan een einde maakte.

Ieder jaar wordt de Atlas der Gemeenten uitgebracht. De lijst met meest aantrekkelijke Nederlandse steden. Al jaren staat Amsterdam bovenaan en al jaren bungelt Venlo, net als andere Limburgse steden, onderaan de lijst. Om die ranglijst te bepalen wordt er naar veel zaken gekeken zoals de beschikbaarheid van werk, de prijs van huizen, de aanwezige natuur, de nabijheid van zee en nog wat andere zaken. Venlo scoort slecht omdat het aan de grens ligt en alles wat over die grens ligt, daar wordt niet naar gekeken. Zo is de hoeveelheid natuur in de omgeving beperkt. Klopt, tussen de Maas en de grens is immers maar een kilometer of vijf plek en daar past niet veel op. Als je echter van de Groote Hei de grens over fietst of wandelt, dan loop je zo het bos in en niet veel verder kom je bij de prachtige Krickenbecker Seen. Voor degenen die geen Duits spreken, in Duitsland is een meer een ‘See’ en de zee een ‘Meer’. Op het grootste deel van zowel de Groote Hei als het Duitse natuurschoon, was in de Tweede Wereldoorlog trouwens het grootste Duitse militaire vliegveld van West Europa gevestigd: Fliegerhorst Venlo. De restanten ervan zie je nog links en rechts tussen het natuurschoon.

Nu wil het geval dat de onderzoekers achter de lijst ook eens hun ‘grenzen hebben verlegd’. En wat blijkt, dan stijgen de Limburgse steden ineens naar topposities in de lijst. Maastricht en Heerlen in de top tien en Venlo naar plek elf. Als ‘Venlonaer’ verbaast mij die hoge klassering niet. Het verbaast mij wel dat Heerlen en Maastricht hoger staan maar dat kan aan mij liggen. Het verbaast mij niet omdat er aan de andere kant van de grens een veel grotere wereld ligt dan aan deze kant. Als ik driekwartier autorijd vanuit Venlo dan ben ik aan de Nederlandse kant in Eindhoven, Nijmegen en nog niet eens in Maastricht. Ga ik de grens over dan ben ik in Duisburg, een stad met bijna een 500.000 inwoners en de grootste binnenhaven van Europa. Op weg daarnaartoe passeer ik Krefeld met 225.000 inwoners, net zo groot als Eindhoven en groter dan Maastricht en Nijmegen. Ook ben ik in Düsseldorf de hoofdstad van deelstaat Nordhein-Westfalen met ruim 600.000 inwoners. Daarbij passeer ik Mönchengladbach met bijna 260.000 inwoners. Maak ik er een uur en een kwartier van, dan ben ik aan de Nederlandse kant in Tilburg en Arnhem. Aan de Duitse kant in miljoenenstad Keulen, in Dortmund met meer dan 580.000 inwoners. Een gebied met veel inwoners waar, naast dat er op hoog niveau wordt gevoetbald (vijf clubs in de Bundesliga), vele musea te bezoeken zijn. Waar je naar pop- en andere concerten kunt. Waar je tegen een goede prijs, goed kunt eten. Een gebied waar je, als je de taal spreekt, goede kansen op een baan hebt en waar het prettig en goedkoper wonen is dan aan deze kant van de grens. Een Nexit zou daaraan abrupt een einde maken. Dan ligt Venlo weer ingesloten tussen de Maas en een ‘grenshek’. Dan worden de mogelijkheden van de Venlonaar ineens weer flink begrensd. Dan ligt het zwembad in Walbeck, het bestaat nog steeds, ineens weer veel verder weg en staat er een hek over het oude Fliegerhorst Venlo en kan ik niet meer naar de Krickenbecker Seen wandelen. Ook moet ik dan afscheid nemen van mijn softbal-teamgenoten van ‘euver de päöl’. 

Er is meer. Sinds mijn jeugd is het wagenpark in Nederland meer dan verdubbeld. Tussen mijn jeugd en 2007 nam het wagenpark met 70% toe en sinds 2007 is het wagenpark met weer zo’n 16% gegroeid. Dat zal voor onze buurlanden niet zoveel anders zijn. Als het toen al geregeld ‘stroopte’ aan de grens, hoe zal het dan zijn als er nu weer gecontroleerd gaat worden aan de grens? Voor de grote grensovergang op de A67 bij mijn woonplaats Venlo zou, gezien het aantal vrachtwagens dat er per dag over deze weg rijdt, een file kunnen ontstaan tot aan de Belgische grens. Een file die zich aan de Belgische kant zou voortzetten omdat ook daar gecontroleerd moet worden. Op Schiphol zullen lange rijen ontstaan voor de paspoortcontroles. Wat zal dit betekenen voor bijvoorbeeld de haven van Rotterdam? Een container voor Duitsland kan dan beter in Hamburg worden gelost, dat scheelt een grensovergang en dus veel tijd en controle. Wat betekent dit voor de nummer één logistieke hotspot Venlo? Als die container niet meer in Rotterdam komt, komt hij ook niet meer naar Venlo. Is er dan nog winst te behalen met het centraliseren van logistiek voor verschillende landen op één plek? Komen al die grote logistieke ‘dozen’ dan leeg te staan? Wat betekent dit voor de toenemende groep van grenswerkers?

“De waarheid is dat Rutte gewoon méér migratie wil. Hij wil méér globalisme. Hij wil minder nationale identiteit en minder democratie. Maar in plaats van dat gewoon toe te geven, “verschuilt” hij zich achter verdragen en de EU. Laf.” Voor wat betreft de lafheid van het huidige kabinet in de omgang met het onderwerp migratie, ben ik het met Blommestijn eens. Hierbij de oplossing zoeken in een sentimenteel beeld van het verleden van Nederland en de ‘identiteit’ van ‘de Nederlander’, lijkt mij geen goed idee. Naast douanier is smokkelaar dan de enige beroepsgroep, als je smokkelaar een beroep mag noemen, die er wel bij vaart. Trouwens, met uit de EU stappen verdwijnen migranten en vluchtelingen niet zoals de Britten nog steeds ervaren.

Die goeie ouwe tijd

Vroeger was Nederland een geweldig land waar iedereen goed met elkaar kon opschieten. Tenminste als ik Juliaan van Acker mag geloven. Dat vroeger is van voor de tijd van de massa-immigratie. In die goede ouwe tijd werden: “Mensen (…) beoordeeld op basis van hun karakter, hun talenten en hun moraal. Nederlanders voelden zich Nederlander,” aldus Van Acker in een artikel bij TPO. Een wel erg rooskleurig beeld van het verleden. Nu is Van Acker al in de tachtig en geboren in Vlaanderen dus wellicht kent hij de Nederlandse geschiedenis onvoldoende.

The Good Old Days / Dystopia | Brewery Green, Leeds | Tim Green | Flickr
Bron: Flickr

Nu is hij niet de enige met een rooskleurig beeld van het verleden. Zo verlangt ook Baudet terug naar een mythisch verleden van de deugdzame bourgeoisie waarnaar hij terug wil, dit even terzijde. Terug naar Van Acker. Wellicht is dit gebrek aan kennis van het Nederlandse verleden terug te voeren op zijn eigen verleden. Hij werd in 1940 geboren in Vlaanderen. Toch kan dit niet echt als excuus gelden want behoort Vlaanderen niet tot België? Een land waar mensen al sinds de oprichting in 1830 worden beoordeeld op de taal die ze spreken en niet op de ‘hun karakter, talenten en moraal’?

Nu is Van Acker niet de eerste en zeker niet de enige Vlaming die naar het ‘noorden’ trok. In de zestiende en zeventiende eeuw gingen veel Vlamingen hem voor in een golf van massamigratie vanuit Vlaanderen naar Zeeland en Holland. Ik denk echter niet dat Van Acker die periode van massa-immigratie bedoeld. Ik denk dat hij het heeft over de periode vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. De komst van arbeiders, eerst vanuit Italië en Spanje en later vanuit Marokko en Turkije. Dat ‘gelukkige Nederland’ waar ‘karakter, talent en moraal’ centraal stonden, moeten we dus zoeken voor de jaren zeventig van de vorige eeuw. Laten we die tijd eens wat nader beschouwen.

Het eerste wat opvalt aan die periode is dat ‘karakter, talent en moraal’ van de vrouwelijke helft van de bevolking er helemaal niet toe deed. Daar werd niet naar gekeken. Sterker nog, tot en met 1956 werden ze niet handelingsbekwaam geacht. Hun vader of man hadden die macht. Als ze trouwden, dan was dat een wettelijke reden voor ontslag. Iets wat een jaar later werd afgeschaft. En die afschaffing veranderde de mores maar geleidelijk.

Het was ook de periode waarin wat we, in navolging van de politicoloog Arend Lijphart, de ‘pacificatie-politiek noemen, hoogtij vierde. “De pacificatie-politiek was het proces, waarin de problemen die in de onderlinge betrekkingen tussen de zuilen grote spanningen opleverden, toch op vreedzame manier werden opgelost. Het was een proces van vredestichting en de schepping van een zekere mate van consensus tussen de zuilen, waar oorspronkelijk weinig consensus bestond.” De tijd waarin: “Het nationaal saamhorigheidsgevoel in Nederland (niet) sterk (was), maar sterk genoeg om aan de centrifugale neigingen van de zuilen weerstand te bieden.[1] Nu zet Lijphart het scherp weg. Nederland dreigde nooit echt uit elkaar te vallen. Veel met elkaar hadden de verschillende bevolkingsgroepen niet. Als katholiek ging je naar een katholieke school. Lag je in een katholiek ziekenhuis. Voetbalde je katholiek. Was je bij een katholieke vakbond of werkgeversvereniging. Vlogen je duiven katholiek. En stemde je katholiek. Dat in 1954 zelf bij mandement van de Nederlandse bisschoppen. Voor protestanten gold, afgezien van dat mandement, hetzelfde. Je ‘karakter, talent en moraal’ deden er hooguit binnen ‘je eigen zuil’ toe. Als protestant kreeg je geen werk bij een katholieke werkgever. Huwelijken met andersgelovigen waren zeer zeldzaam. Immers: twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen.

We zijn er echter nog niet. Zelfs als man binnen je eigen zuil draaide het niet om je ‘karakter, talent en moraal’. Als arbeiderskind was je gedoemd om na je leerplichtige periode als arbeider in de fabriek te belanden alwaar je vader ook werkte. Alleen als je op exceptionele kwaliteiten werd ‘betrapt’, de schoolmeester je gunstig gezind was en je ouders als niet als lastig bekend stonden, maakte je kans op een vervolg van je schoolloopbaan en dus op een andere carrière dan arbeider in de fabriek waar pa ook werkte. Bij het opbouwen van die carrière zat je verleden als arbeiderskind je wel dwars. Je ouders misten immers het netwerk dat het kind van de fabrieksdirecteur of notaris wel had. Iets waar veel nieuwkomers nu ook last van hebben.

Nee, die goeie ouwe tijd waarnaar Van Acker terugverlangt is vooral oud.


[1] A. Lijphart, Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek, pagina 99

De kwal en de olifant

“De hele landbouw opdoeken, daar kijkt geen Volkskrant-lezer van op.” Zo schrijft Martin Sommer in zijn column in de Volkskrant. Sommer schrijft dit naar aanleiding van een ‘alarmerend’ rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL concludeert, zo vat Sommer het samen: “wij lopen hopeloos achter bij het onder de duim houden van de CO2-productie. CO2 en stikstof zijn grote, hete aardappelen op het bord van de formatie. Als oorzaken van de slechte CO2-prestaties noemde het Planbureau ‘de snelle economische groei én de snelle bevolkingsgroei’.” Over alles wordt gepraat en overlegd: “Maar bevolkingsgroei, daar loopt iedereen als om de spreekwoordelijke kwal omheen.” Hoe ziet die ‘kwal’ eruit waar iedereen omheen loopt?

Afrikaanse Olifant, Bull, Wandelen, De Weg, Dikke Huid
Bron: Pixabay

Sommer gaat te leen bij demograaf Jan van de Beek van wie in april een rapport over de gevolgen van immigratie voor de verzorgingsstaat en de overheidsfinanciën verscheen. Van de Beeks conclusie: “Als de immigratie doorgaat zoals nu, is de verzorgingsstaat op termijn onhoudbaar. De bevolking is nooit zo snel gegroeid als onder premier Rutte: anderhalf miljoen erbij in tien jaar. En allemaal door migratie.”  En dat is niet gratis: “Volgens Van de Beek kosten asielzoekers, nareizigers en arbeidsmigranten samen de schatkist nu al jaarlijks 19 miljard, aan uitkeringen, toeslagen en voorzieningen. Op de lange duur wordt dat 50 miljard per jaar. Van de Beek zegt dat je de verschraling van de verzorgingsstaat al kunt zien: verkorting van de WW-duur, afschaffing van de studiefinanciering, slechtere ouderenzorg.” Zo, dat is ernstig. De discussie spitst zich vervolgens toe op ‘vluchtelingen’ en dat is, zo betoogt Sommer: “Ten onrechte, want de overgrote meerderheid bestaat uit arbeidsmigranten. Juist daar zijn politieke keuzes te maken zonder direct tegen VN-verdragen aan te lopen.”

Gelukkig ziet Sommer ook een oplossing: “Nidi en CBS rekenden voor dat als vrouwen, allochtonen en ouderen meer gaan werken, de vraag naar buitenlandse arbeid spectaculair daalt. Minder huishoudens betekent minder vraag naar woningen, betekent niet elke vijf jaar een stad als Den Haag erbij zoals nu.” Als de genoemde groepen meer en langer werken is migratie niet nodig. Alleen wil niemand het over migratie hebben want: “Rechts wil de ondernemers niet beteugelen in hun behoefte aan goedkope arbeid; links haalt vluchtelingenbeleid en arbeidsmigratie door elkaar. Markt en moraal leiden zo allebei naar open grenzen; de maatschappelijke gevolgen komen pas later.” Conclusie van Sommer: stop de bevolkingsgroei en het CO2-probleem is op te lossen.

Een bijzondere conclusie. Het PBL concludeert dat de bevolkingsgroei én de snelle economische groei de slechte CO2-prestaties veroorzaken. Sommers oplossing pakt alleen de bevolkingsgroei aan, niet de economische. Wat als ouderen tevreden zijn met eerder stoppen met werken en het inkomen dat ze dan hebben? Wat als vrouwen en ook mannen tevreden zijn met het inkomen en hun leven als parttimer? Als dat het geval is, waarom zouden we dan streven naar meer ‘banen creërende’ economische groei? Waarom zouden we dan bijvoorbeeld het gebied rond Venlo nog verder volbouwen met ‘logistieke loodsen’ als er geen mensen zijn die erin kunnen en willen werken? Als er vervolgens weer arbeidsmigranten nodig zijn om het werk te doen. Arbeidsmigranten die weer gehuisvest moeten worden. Waarom dan beleid ontwikkelen dat gericht is op economische groei?

Als de bevolkingsgroei de kwal is waar iedereen omheen loopt, is de economische groei dan niet de olifant in de kamer? Zou het aanpakken van die olifant er niet ook voor zorgen dat het leefklimaat voor de ‘kwal’ verslechtert? Zou dat er samen niet voor zorgen dat de CO2-prestaties verbeteren?

Permanent ad hoc beleid

Dit jaar heeft de Ballonnendoorprikker de vakantie aan zich voorbij laten gaan. Voor de Ballonnendoorprikker is vakantie geen vakantie als je een mondkapje op moet. Als je tevoren een plekje in een museum moet reserveren. Als je nog maar moet afwachten of je naar je vakantieadres toe kunt en er ook weer vandaan. Nee, dit jaar geen vakantie. Behalve dan natuurlijk naar mijn ‘favoriete vakantiebestemming’ mijn hangmat onder de notenboom in onze tuin. Een artikel in de Volkskrant herinnerde me echter aan mijn tweede favoriete vakantiebestemming. Het Griekse eiland Lesbos.

Lesbos, Aquaduct, Moria, Waterpijp, Romeinen, Boog
Oud Romeins aquaduct bij Moria. Bron: Pixabay

“Hoeveel liter pis moet er per dag langs het kapotte koepeltentje van de 16-jarige Fatima Ali Beik druppen voordat haar inhumane situatie inhumaan genoeg is en landen als Nederland wel bereid zijn haar over te vliegen? Hoelang moeten de vriendinnen van Marie France Ndayenge nog met een luier slapen voordat hun situatie voldoende mensonterend is? En hoeveel traangas moet de oproerpolitie nog inzetten tegen zowel protesterende migranten als protesterende Grieken voordat dit onacceptabele leven echt onacceptabel is? Voordat Europa een andere oplossing vindt voor het vluchtelingenprobleem dan kamp Moria op Lesbos?” Deze vragen stelt Visser en restauranthouder Nikos Katsouris in een artikel van Jarl van der Ploeg. Nikos, of eigenlijk zijn vrouw Katarina, runt haar restaurant op een idyllische plek in een haventje aan de baai van Gera. Als je er bent, ga er eten en vergeet ook niet even langs te gaan bij de buurman. Een uitstekende banketbakker.

Het artikel maakt duidelijk dat het eiland grote problemen heeft. Het is het slachtoffer van het Europese vluchtelingen beleid. Beleid dat er op is gericht vluchtelingen in de regio op te vangen. Nu is dat een open deur van jewelste omdat tussen de tachtig en negentig procent van alle vluchtelingen in de regio worden opgevangen. Het gros van de Syrische vluchtelingen zit in Turkije en Libanon. In dat laatste land is er op iedere drie Libanezen één Syriër en dan moeten we niet vergeten dat een aanzienlijk deel van de Libanezen bestaat uit gevluchte Palestijnen. Tussen de drie en vier miljoen Syriërs hebben hun heil gezocht in Turkije. En zo is het met iedere groep vluchtelingen. Het gros blijft dicht in de buurt van hun oorspronkelijke woonplek.

Alleen is dat niet wat de ‘beleidsmakers’, zoals VVD’er Azmani ermee bedoelen. Het zal hun een zorg zijn waar mensen naartoe vluchten, als het maar niet naar ‘hier’ is. Want toen Nederland in 2016 ineens in een ‘regio met Venezuela bleek te liggen, pleitte Azmani’s partijgenoot Han ten Broeke  voor ‘preventieve maatregelen’. Dat was ook de insteek van de Turkije-deal. Want als ze naar ‘hier’ komen, dan ‘ontwricht dat onze samenleving’ zoals Azmani in maart 2015 betoogde.  Libanon laat zien dat dit kan gebeuren. Maar niet alleen Libanon, ook Lesbos. Een eiland met net geen honderdduizend inwoners dat meer dan veertigduizend vluchtelingen opvangt. Dat zijn er zestienduizend meer dan Nederland met haar ruim zeventienmiljoen inwoners. En de Nederlandse regering, bij monde van minister Broekers-Knol, ‘wil geen ad hoc oplossingen’ en weigert daarom vijfhonderd minderjarigen op te nemen. In Van der Ploegs artikel vraagt de voorzitster van de dorpsraad van Moria op Lesbos, het dorp waar het opvangkamp voor de vluchtelingen ligt, zich af: “Wat bedoelt ze met ad hoc?” Een interessante vraag.

Interessanter is echter wat minister Broekers-Knol dan een structurele oplossing vindt. De situatie op Lesbos bestaat al ruim vijf jaar en er is nog geen begin van een structurele oplossing. Tot nu toe zoeken onze bestuurders en politici de oplossing voor het probleem elders, namelijk ‘in de regio’, een regio waar Europa om een of andere reden nooit bij hoort. Europa is een regio op zich. Vluchtelingen moeten zich melden in kampen in de regio en daar hun asielaanvraag indienen. Daar moeten de ‘economische’ van de ‘echte’ vluchtelingen worden gescheiden. En die laatsten moeten worden teruggestuurd. Die moeten naar ‘ontschepingsplatforms’.

Het vluchtelingen- en migratiebeleid van Nederland en de Europese Unie kent twee structurele zaken. Als eerste het met geld, betaald vanuit ontwikkelingsbudget, exporteren van het probleem naar andere landen en als tweede de structurele ellende in kampen als het kamp Moria op Lesbos. En dat zijn dan nog plekken waar geregeld een journalist op bezoek komt. De kampen ‘verderop’ in de regio worden al niet meer bezocht. Welke ‘structurele oplossing’ staat Broekers-Knol, onze regering voor? Wat gaan zij doen om ervoor te zorgen dat we volgend jaar niet weer zo’n bericht over Lesbos lezen als dit jaar, vorig jaar, en alle jaren sinds 2015?  Wat gaan ze eraan doen om een einde te maken aan het huidige desastreuze ‘permanente ad hoc vluchtelingenbeleid’?

Raadselachtige wetenschap

De universiteiten van Rotterdam, Delft en Leiden hebben het ‘Centre Governance of Migration and Diversity’ opgericht, zo lees ik bij De Kanttekening. Op die site een interview met Peter Scholten, professor Migratie- en Diversiteitsbeleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de ‘chef’ van dit nieuwe kenniscentrum. “We bundelen de expertise van drie universiteiten, om zo sterker te kunnen zijn in het analyseren van migratie- en diversiteitsvraagstukken.” Zo zegt Scholten. “Wij willen als centrum bijdragen aan de kwaliteit van het maatschappelijke debat. Er zijn heel veel opinies en meningen over migratie en die zijn ook belangrijk, maar er mag meer kennis in dat debat komen. Wat werkt wel en wat niet?” Dat klinkt goed. Toch roept het interview wat bijzondere vragen bij mij op.

Bron: http://studiezaal.nijmegen.nl/ran/_detail.aspx?xmldescid=240990

Zo zegt Scholten: “De aard van migratie is ook veranderd. Vroeger kwam een migrant hier aan en vestigde zich hier. Nu wordt meer gesproken over ‘mobiliteit’. Mensen migreren soms vaker en verblijven vaker tijdelijk ergens.” Ik vraag me af of de hedendaagse ‘migratie’ werkelijk zoveel anders is dan in het verleden. Is die ‘mobiliteit’, het vaker verkassen en je op een andere plek vestigen werkelijk iets nieuws? Als ik me de paar afleveringen van het programma Verborgen Verleden die ik heb gezien, in herinnering roep, dan valt het op dat de ‘voorvaderen van bekende Nederlanders’ geregeld verkasten naar een andere plek en zelfs binnen een generatie. Neem Bijvoorbeeld Karl Marx, geboren in Trier en vervolgens via Keulen, Parijs en Brussel uiteindelijk in Londen gestorven. Of de Fransman René Descartes, geboren in Frankrijk, gestorven in Stockholm, maar een groot deel van zijn leven woonachtig in de Republiek der Zeven Provinciën. En zo zijn er veel meer. Maar niet alleen ‘bekende’ personen. Ook veel ‘werkvolk’ trok van plek naar plek op zoek naar werk. Zweden naar diezelfde Republiek als zeelieden. Zwitsers en Duitsers als soldaten in de leger van de Republiek. De vele trekarbeiders die met de seizoenen naar andere werk migreerden. Dat lijkt verdacht veel op de huidige vormen van migratie.

Echt ‘flabbergasted’ om er eens een Engelse term in te gooien, ben ik echter van de antwoorden op twee vragen. Laat ik met de eerste beginnen: “ Wat is er in het verleden fout gegaan?” Daarop antwoordt Scholten: “Dit gaat al eeuwen fout. Wat daar ook fout aan is, is dat we er geen adequate reactie op hebben. Nu komt dat bewustzijn. Dat is positief, het heeft de aandacht, en nu doorpakken. Geen woorden maar daden. Wij als wetenschappers hebben nu de verantwoordelijkheid om bij te dragen dat dit momentum wordt gegrepen en wordt vertaald naar concrete acties. Wat kun je nou precies doen? Ik denk dat veel mensen, ambtenaren, zich afvragen wat er concreet moet veranderen.” Huh? Nu weet ik nog niet wat er fout is gegaan en nu nog steeds fout gaat en waar we iets aan moeten doen. Als er al iets is ‘fout gegaan’ want dat lijkt Scholten voetstoots aan te nemen.

Een kenniscentrum dat iets gaat onderzoeken maar niet weet wat en alleen constateert dat er geen ‘adequate reactie’ is op dat ‘wat’ dat ze niet kennen. Dit terwijl Scholten eerder vermeldt dat: “Institutioneel racisme (…) nu erg onder een vergrootglas (ligt). Een uniek moment van maatschappelijke bewustwording, maar dat is er helaas al generaties lang.” Dan zou je toch verwachten dat er een antwoord volgt dat aangeeft hoe dat racisme generaties lang ‘institutioneel’ is geworden. En dat het kenniscentrum daar nog dieper in duikt. Nu is ‘institutioneel racisme’ een zo vaag begrip dat alles eronder kan vallen. En als alles eronder kan vallen, is er natuurlijk ook altijd sprake van institutioneel racisme.

Het wordt alleen maar vager na de tweede vraag: “Wat moet er concreet veranderen volgens u?”  Wat is volgens Scholten dan wel een adequate reactie: “Als ik het concreet maak, dan is er de neiging om het te versimpelen. Maar iedereen, ook bedrijven en de overheid, moet kritisch kijken naar welk beeld ze willen uitstralen als ze iemand aannemen, welk taalgebruik daarbij hoort. Maar als ik nu zeg wat er concreet veranderd moet worden, dan suggereer ik misschien dat er een soort quick fix is en die is er niet. Er is wel wat aan te doen, maar dat moeten structurele aanpassingen zijn, waar een lange adem voor nodig is en wat een hoge mate van betrokkenheid vergt. De politiek moet hier ook echt wat mee gaan doen. Het staat nu wel op de politieke agenda, maar het moet zich gaan vertalen van woorden naar daden.”

Wat het centrum wel al weet: “Ons centrum steunt Black Lives Matter. De recente protesten, zowel in Europa als in de Verenigde Staten, bieden een gelegenheid om na te denken over de wijdverspreide gevolgen en bijzondere uitingen van racisme. … Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen om ervoor te zorgen dat we ons ethisch, gezamenlijk en inclusief inzetten voor ons wetenschappelijk werk, om het herstel van het institutioneel racisme te erkennen en te heroriënteren.”  

Een bijzonder kenniscentrum. Bijzonder omdat het zich baseert op twee aannames. Als eerste dat de ‘aard van migratie nu anders is dan vroeger’, als tweede dat er al eeuwen ‘iets fout gaat’. Bijzonder omdat het uitgaat van een begrip, institutioneel racisme’, dat zo alomvattend en dus vaag is dat alles eronder kan vallen. En als laatste bijzonder omdat het op voorhand al een actiegroep steunt. Een wetenschappelijk raadsel met grote kans op raadselachtige wetenschap?

Lesbos

Er vluchten weer meer mensen vanuit Turkije naar Griekenland, zo lees ik bij DeDagelijkseStandaard in een artikel van Teunis Dokter. “In augustus dit jaar arriveerden 1.570 migranten op de Griekse eilanden, een verdriedubbeling in vergelijking met een jaar eerder! In 2018 waren dat er nog maar 479.” Dat heeft desastreuze gevolgen: “hun eilanden liggen deels in puin.” 1.600 migranten per maand zijn er trouwens net geen 20.000 per jaar. En dan houd ik geen rekening met de winterperiode waarin er bijna niemand de overtocht waagt.

Mitylini gezien vanuit het kasteel.

Nu hoorde ik dit al vorige maand tijdens mijn vakantie op Lesbos, een van die eilanden. Ik bezocht het eiland voor derde keer, na 2014 en 2017. En ik moet zeggen dat ‘in puin liggen’ is flink bezijden de waarheid. Het eiland ligt er steeds beter bij. Neem het wegennetwerk, dat is sinds mijn eerste bezoek flink verbeterd en wordt steeds beter. Op vele plekken werkten de Grieken hard aan de verdere verbetering ervan.

Als Dokter ‘economische puin’ bedoelt, dan heeft hij een punt. Het appartementencomplexje van de zeer vriendelijke familie waar ik steeds logeer kende dit jaar meer lege plekken dan in 2017 en zeker dan in 2014. En ja, de stroom vluchtelingen is daarvan de aanleiding. Nu is het goed om te weten dat Lesbos ongeveer even groot is als Limburg. Het ‘vluchtelingenprobleem’ concentreert zich op een klein deel van het eiland en wel op het kamp bij Moria en op de weg tussen Moria en de hoofdstad van het eiland Mitylini. Nou ja kamp, het heeft alles weg van een gevangenis behalve dan dat de deuren ervan openstaan. Als we dit verplaatsen naar Limburg met Maastricht als hoofdstad, dan ligt het kamp in Valkenburg. Zou u dan het Limburgs museum in Venlo of de Outlet in Roermond niet meer bezoeken?

  Daarmee komen we bij de echte oorzaak van de economische ellende. Dokter vat die, zonder het te weten, goed samen met zijn uitspraak ‘de eilanden in puin liggen’. Het probleem tussen Moria en Mitylini wordt in de beeldvorming vereenzelvigd met het hele eiland. Wat daarbij ook niet helpt, zijn al die goede doelenorganisaties. Zij leven van beelden van de werkelijk dramatische situatie in en om het kamp. Dat plaatje levert ze veel geld en ‘vrijwilligers’ op. Vrijwilligers die even twee of drie weken hun eigen ego komen strelen en wat ‘sokken’ uitdelen aan vluchtelingen die pas aankomen. Iedere morgen rijden ze in groepjes met hun gehuurde autootjes van hun overnachtingsplaats naar het kamp. Terug in Nederland vertellen ze van hun ‘nuttige’ werk en de ellende op Lesbos. Zo dragen ze weer bij aan het beeld van ‘eilanden in puin’. En nu de stroom vluchtelingen weer wat aanzwelt zullen we ook de bekende Nederlanders, zoals Johnny de Mol, die zich ‘inzetten voor vluchtelingen’ weer in de media zien om te vertellen hoe ellendig het is. Hierdoor raken de appartementen van zeer vriendelijke familie weer wat leger.

Jammer dat al die goedwillende ‘sokkenuitdelers’ en bekende Nederlanders zich niet inzetten voor een werkelijke oplossing van het probleem. En nee, die oplossing is niet het streng controleren van de grenzen. En ook niet in deals met landen zoals Turkije want dan verlies je, zoals Dokter terecht aangeeft, de regie. Dan ben je afhankelijk van anderen. Die oplossing vind je ook niet in het ‘verbeteren van de omstandigheden in het kamp. In: “filosofie ‘van kamp naar campus’ proberen ze de vluchtelingen op het kamp hun waardigheid terug te geven,” van de organisatie Movement on the Ground, die zich presenteerden tijdens een bezoek van kamerleden Maarten Groothuizen (D66) en Joël Voordewind (CU) waarover op de site van D66 verslag wordt gedaan. Een verslag met de bekende ‘ellende foto’s’ inclusief de foto met de zwemvesten die het beeld van ‘eilanden in puin’ weer bevestigen.

‘Betere kampen’ is geen oplossing. Geen oplossing voor de vluchtelingen en ook niet voor de Griekse eilanden. Geen kampen dat is de oplossing. Een oplossing die aansluit bij, zoals Maite Vermeulen in een artikel bij De Correspondent het formuleert, het accepteren dat migratie inherent menselijk is, het is beweging: “Beweging van platteland naar stad, van droge gebieden naar vruchtbare grond, van armoede naar rijkdom, en ja, dus ook van Afrika naar Europa. Niet omdat die beweging inherent goed, gewenst of gemakkelijk is, maar omdat die nu eenmaal menselijk is. Stilstand is domweg onrealistisch.” Of om het in mijn eigen woorden te zeggen: zonder migratie was de mens nooit verder gekomen dan wat jagen en verzamelen in Oost-Afrika.  

Als we migratie als iets inherent menselijks zien, dan moeten we migratiebeleid maken dat uitgaat van die beweging en deze faciliteert en reguleert. Dan maak je beleid dat bijvoorbeeld ieder jaar 200.000 mensen de gelegenheid (een soort Green card) geeft om naar Europa te migreren met als voorwaarde dat er een werkgever is die je een baan aanbiedt. 200.000 is niet veel op een Europese bevolking van ruim 500 miljoen (voor een Brexit). Het aantal laat je mee-ademen met de economische ontwikkeling. Een baan op allerlei niveau’s zodat het niet alleen de ‘ICT nerds’ zijn die een kans maken. Nee, vooral naar sectoren waar tekorten zijn zoals bijvoorbeeld de zorg. Behoor je niet tot die 200.000 dan kom je er niet in.

Zo creëer je kansen voor migranten. Zo verklein je tekorten op onze arbeidsmarkt. Zo maak je die gevaarlijke overtochten overbodig. Immers voor een kleine € 300 vlieg je comfortabel in een paar uur van Lagos naar bijvoorbeeld Amsterdam. Zo kan de migrant ook voor een vakantie even terug naar het eigen land. Zo hoeft een migrant zich niet te prostitueren of ander schimmig werk te verrichten. Voor seizoensarbeid zou je een soortgelijke maar aparte regeling kunnen maken waarbij de werkgever verantwoordelijk is voor de terugkeer van de seizoensarbeider naar het eigen land.

Agios Ermogenis

En tot die tijd: ga vooral op vakantie naar Lesbos. Een prachtig groen eiland met prachtige stranden en strandjes zoals Vatera en Tarti. Gezellige dorpjes en stadjes zoals Agiassos en Petra. Met verrassende musea, zoals het olijvenpersmuseum van Papados. Een eiland waar verleden en heden elkaar afwisselen en waar je lekker kunt eten. Een eiland met vriendelijke, behulpzame mensen die trots zijn op hun eiland. Mensen die, door die ellendige beeldvorming, onze steun heel goed kunnen gebruiken. Dat steunen is heel makkelijk, boek een vakantie geniet van al het prachtigs dat het eiland te bieden heeft. 

Waterworld

Ik moest denken aan ‘Waterworld’  De post-apocalyptische film met Kevin Costner in de hoofdrol. Na een ramp staat de aarde onder een dikke laag water. Land lijkt er niet meer te zijn en de overgebleven mensen leven op restanten van schepen en andere zaken die drijven. Toch gaat er een verhaal over Dryland. Maar bestaat het werkelijk of is het een mythe? Costner speelt de rol van Mariner en is een van de mensen die zich door mutatie hebben aangepast aan de nieuwe situatie. Hij bezit kieuwen waardoor hij ook onderwater kan ademen en heeft zwemvliezen tussen zijn tenen. Op zijn pad, of beter zijn zeiltocht, treft hij een meisje met de naam Enola dat samen met haar verzorgster Helen naar Dryland wil. 

Bron: Flickr

Ik moest aan deze film denken toen ik bij De Dagelijkse Standaard  een stukje van Teunis Dokter las. Dokter geeft af op de Duitse minister  van  buitenlandse zaken Maas: “ Hij is een dromer.”  Waarom is Maas een dromer? Omdat Maas kritiek heeft op de Italiaanse aanpak met betrekking tot vluchtelingen en migranten die per boot de Middellandse Zee over steken. Italië laat schepen die drenkelingen hebben opgepikt niet toe in hun havens. Maas’ kritiek richt zich hierop. Volgens Dokter ziet Maas het verkeerd. Het redden van drenkelingen en ze vervolgens aan land brengen zijn twee verschillende zaken aldus Dokter: “Landen zijn niet verplicht om geredde migranten op te nemen in hun gemeenschappen. Wel zijn mensen verplicht om elkaar te redden uit zee wanneer men drenkelingen ziet dobberen.”  De oplossing van Dokter: “Niemand heeft er problemen mee als er migranten uit zee worden gered, maar zet ze niet af in de haven waar ze -illegaal- naartoe reizen. Dan zijn de migranten gewoon gered en worden problemen rondom het aanmeren van de reddingsschepen voorkomen.” 

Nu hebben die rubberen bootjes en de latere drenkelingen die erin stappen zelden een specifieke haven op het oog. De mensen willen naar Europa of specifieker naar Duitsland, Nederland of enig ander land. Als je het hen vraagt dan zullen ze niet zeggen: ‘ik wil via de haven van Napels en dan naar de Regulierdwarsstraat nummer x in Amsterdam. Voor hen zal iedere haven in deze kant van de Middellandse Zee een goede zijn. Europese havens zouden, als ik Dokter goed begrijp, schepen met drenkelingen moeten weigeren omdat ze dan hun ‘doel’ bereiken. Om hen dus niet in de ‘haven waar ze naartoe reizen’ af te zetten, moeten ze in een Afrikaanse haven worden afgezet. Maar waarom zouden Marokko of Algerije hun havens moeten openstellen voor drenkelingen die zelden staatsburger van hun land zijn? Als zowel de Europese als de Afrikaanse havens de schepen met drenkelingen weigeren, dan hebben we een situatie die op ‘Waterworld’ lijkt. Een groep mensen die op zee leven en wonen op schepen en andere drijvende zaken.

Uiteindelijk vinden Mariner, Helen en Enola Dryland. Helen en Enola gaan aan land. Mariner als gemuteerde voelt zich toch beter op en in het water en zeilt weer weg. Wellicht zullen de drijvers op de Middellandse Zee die dromen van het ‘mythische dryland Europa’ dit voorbeeld volgen. Bijvoorbeeld door met hun schip naar een strand te varen en dan vast te lopen. Wellicht dat enkele avontuurlijken zelfs naar de Noordzee varen om vervolgens vast te lopen op het strand bij Kijkduin. 

Kansberekening

“(E)en grenzeloos Europa kent geen enkele winnaar.” De boodschap van Student geschiedenis en internationale betrekkingen Dennis Witte in een artikel bij Opiniez. Een artikel met bijzondere uitspraken en redeneringen.

Zo zorgt migratie voor een ‘braindrain’ in de landen van herkomst: “Het zijn niet de zwakkeren die de reis maken, maar zij die in staat zijn te verdienen. Met een braindrain als gevolg. Een braindrain zoals de massa exodus Somalië opleverde, waar ontelbare Somaliërs de oversteek maakten naar Europa. Het land veroordelend tot een eeuwig bestaan in de marge.” Hierop kom ik dadelijk terug, eerst de hierop volgende zin: “Een toekomst die landen als Syrië, Eritrea en Albanië ook staat te wachten als wij toestaan dat hun kansrijke inwoners de overtocht wagen. De beruchte foto’s van gammele bootjes vol Afrikaanse mannen, wachtend om de overtocht naar Europa te maken.” 

Bron: Wikimedia Commons

Beste meneer Witte, Albanezen hoeven geen overtocht te maken om Europa te bereiken, zij wonen al in Europa. Of bent u, net als sommige Noord-Italianen van mening dat Afrika onder Rome begint? En zelfs dan hoeven ze geen overtocht te maken. Meneer Witte, die Eritreeërs ontvluchten hun land vanwege het onderdrukkende regime waardoor ze hun leven niet zeker zijn. En meneer Witte, die Syriërs hadden nog netjes in Syrië gewoond als er geen burgeroorlog was uitgebroken. Een burgeroorlog waarmee zich vervolgens allerlei landen gingen bemoeien zodat die eindeloos voortsleept. Wist u dat Syrië met het jaren daarvoor door de Verenigde Staten en bondgenoten vernietigde Irak, op Israel na, het meest Westerse land in het Midden-Oosten was? 

Zoals gezegd pleit Witte voor grenzen. En daarmee kom ik terug op die ‘braindrain’ waardoor landen als Eritrea veroordeeld zijn tot ‘ een eeuwig bestaan in de marge’. Zoals Witte terecht constateert zijn het nu vooral de ‘sterkere’ inwoners die een ‘kaartje’ voor die “gammele bootjes” kunnen betalen. De mensen met geld. De echte arme sloebers blijven, in de regio. Iets wat volgens Witte: “in cultureel opzicht altijd het beste (is), ook voor de sociale condities van de migrant.” Het wegtrekken van die sterkere zorgt volgens Witte voor een braindrain. De mensen die de potentie hebben om het land van herkomst verder te helpen vertrekken, zo betoogt Witte. Daar heeft Witte een punt. Maar …

Maar: “natuurlijk, migratie moet altijd mogelijk blijven. Maar alleen als de migrant van economisch en sociaal toegevoegde waarde is. Stop de kansarme migratie, nu het nog kan.” Zo betoogt Witte. Zou iemand die hier ‘economisch en sociaal van toegevoegde waarde is, niet ook in zijn land van ‘toegevoegde waarde’ zijn? Kansarm, kansrijk? Waar, voor wie en op welke termijn? Het lijkt me een lastige kansberekening.

Enkele jaren geleden riep toenmalig minster en huidig buschauffeur Fred Teeven rijke buitenlanders op om naar Nederland te komen om hun geld hier te investeren. Is dat een vorm van ‘kansrijke migratie’? Zouden die miljonairs niet ook beter in hun land van herkomst kunnen investeren? Zou die miljonair dat geld niet beter kunnen investeren in die ICT-ers in zijn eigen land? ICT-ers die nu van harte welkom worden geheten in Nederland. Om hun ‘brains’ daar in plaats van in Nederland te laten ‘draineren’?

De grenzen dan maar helemaal dicht? Nee, dat sluit mensen op zoals de Ballonnendoorprikker al vaker heeft betoogd. Laatstelijk nog in het kader van Europese verkiezingen en Baudets ideeën voor een Nexit. Geen gesloten, maar ademende grenzen. Grenzen die open staan voor zowel vluchtelingen als arbeidsmigranten. Voor arbeidsmigranten door bijvoorbeeld te werken met arbeidsvergunningen voor bepaalde tijd. Arbeidsvergunningen die aan te vragen zijn in de landen van herkomst. Niet alleen voor de ‘hoogopgeleide ICT nerd’ maar ook en vooral voor lager- of niet opgeleiden. Ademende grenzen die het mogelijk maken om vaker terug te komen. Om bijvoorbeeld seizoensarbeid te verrichten en na het seizoen weer terug te gaan en het verdiende geld in het land van herkomst te investeren in een beter leven. 

Maar vooral ademende grenzen door eerlijke handel. Waarbij eerlijk wat anders is dan vrije handel. Waarbij Afrikaanse landen beperkingen op mogen leggen aan westerse producten om zo hun eigen bedrijvigheid te beschermen en op te bouwen. Zou dat op termijn niet betere kansen bieden voor zowel het land van aankomst als het land van herkomst?