En ’t werd zomer

“De overheid als grote herverdeler, als bezorger van banen en een basisinkomen. Een overheid die ondernemers hun winsten afroomt en verwacht dat zij risico’s voor lief nemen. Een droomwereld waar de overheid zorgt en regelt, waar nivelleren een nationale feestdag heeft en waar kleinschalige landbouw 7 miljard mensen voedt.”  Dat is het grote ‘linkse’ wensdenken volgens Roderick Veelo in zijn column op RTL Z.

Zwaluw.jpgFoto: zoom.nl

In die column verwijt hij ‘links’ dat het onmogelijke zaken belooft, dat weet en eenmaal aan de macht deze beloften moet breken dus liegt. Hij vraagt zich af waarom het vertrouwen van links in de overheid nog fier overeind staat na alle ellende die de overheid heeft veroorzaakt. Want de crisis is immers een gevolg van het beleid van de Amerikaanse regering dat iedere Amerikaan een eigen huis zou moeten bezitten, aldus Veelo. Dit heeft immers tot al die rommelhypotheken geleid. Is het beloven van zaken die niet waar worden gemaakt alleen iets van ‘links’ of is dit eigen aan de politiek?

Ja, inderdaad heeft overheidsbeleid in Amerika de weg vrijgemaakt voor rommelhypotheken die uiteindelijk tot de financiële en economische crisis hebben geleid. Alleen, zouden daar niet wat stappen tussen zitten? Was dat beleid niet gebaseerd op het ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme? Het absolute vertrouwen in de vrije markt en het absolute wantrouwen in de overheid? Leidde dit beleid er niet toe dat de overheid de rol van toezichthouder op de markt slechts zeer beperkt invulde? En bood dat de banken en financieel dienstverleners niet de mogelijkheid om veel verder te gaan in het verlenen van kredieten dan goed voor hen en voor de kredietontvangers was?

Kwam deze crisis niet van ‘rechts’? En is dat ‘rechtse’ neoliberale vrije-markt-utopisme niet nog steeds dominant in politiek en bedrijfsleven? Heeft het niet werkelijke hervormingen weten tegen te houden?

Liet de periode tussen 1945 en pak weg 1970 zien wat een actieve overheid kon bereiken: welvaartsgroei voor iedereen bij een beperkte inkomens- en vermogensongelijkheid, welvaarts- en economische groei, innovatie gebaseerd op overheidsinvesteringen? Zou het ‘linkse’ vertrouwen in de overheid hierop gebaseerd zijn?

Inderdaad kon het Griekse Syriza haar belofte niet waarmaken, het strijden tegen een ‘rechtse’ neoliberale overmacht. ‘Een zwaluw maakt nog geen zomer,’ luidt het spreekwoord. Wat als Syriza de eerste zwaluw is? Inmiddels is er Podemos in Spanje doet Jesse Klaver het goed in Nederland, hebben we Corbyn in Engeland en Sanders in de VS. Zou het toch zomer worden?

Waar vóór?

Grasduinend op LinkedIn kwam ik een post tegen van een van mijn contacten:“ Van Rijn: Meer jeugdwerk tegen radicalisering.” Niet de eerste keer dat ik las dat iemand weer nieuwe ideeën had om radicalisering van jeugdigen tegen te gaan. Het zal ook niet de laatste zijn. De suggestie van staatssecretaris Van Rijn in het korte stukje is positief. Zet jeugdwerkers in om radicalisering te voorkomen. Toch bekruipt mij een angstig gevoel bij deze en alle andere oproepen om radicalisering tegen te gaan.

voor_4Illustratie: www.fonts2u.com

Een groot deel van de jeugdigen begint zich, als ze de puberteit bereiken, af te zetten. Ze worden ‘rebels’ en lijken moeite met regels te hebben. Een waardevolle periode in het opgroeien want de jeugdigen beginnen hun omgevingen er de personen erin te ontdekken en ontdekt zo wie hij of zij zelf is en wat zij of hij kan en wil. Ze gaan op zoek naar hun zin van het leven. Het is de periode in het leven dat de mens het meeste warm loopt voor grote ideeën en idealen. In revoluties vervullen jeugdigen een belangrijke rol. Zie bijvoorbeeld dat wat we toen de Arabische lente noemden.

Veel jeugdigen zijn gevoelig voor idealen en ideeën en een groot deel gaat er ook naar op zoek. Op zoek, maar wat is er te vinden? En wat is er spannend genoeg?  Waar kunnen ze hun energie en enthousiasme kwijt? De Christelijke religies hebben sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw flink aan aantrekkingskracht ingeboet. Afgezien dan van nieuwe stromingen als de Doorbrekers die een ‘feelgood’ religie bieden, maar dat spreekt ook niet iedereen aan.

De politieke stromingen dan? Missen we daar niet grote, inspirerende verhalen? Draait het daar niet alleen maar om een half procent koopkracht of een procent economische groei? Om economisme: “Het is het terugbrengen van alle vraagstukken tot een financieel-economische kwestie. En het is een impliciete ideologie die gedeeld wordt door bijna alle partijen hier in de Tweede Kamer. Dat betekent dat er in de Kamer eigenlijk altijd naar dezelfde oplossing wordt gezocht: meer markt, minder overheid, meer groei.” zoals GroenLinks fractievoorzitter Jesse Klaver het omschreef?

Missen we verhalen zoals de vroegere communistische-, socialistische of de vroegere liberale verhalen? Verhalen die mensen raakten, enthousiasme opwekten en aanzetten tot actie.

De oproepen om iets te doen tegen radicalisering roepen bij mij een vraag op. Welke alternatieven kunnen we jeugdigen en ook de potentiële radicalisme bieden?  Welke inspirerende alternatieven zijn er voor de jeugd?