De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
Als ik aan spionnen denk, dan denk ik aan James Bond. Een onkwestbare ladykiller die met moderne snufjes techniek en onderkoelde humor de strijd aangaat met het kwaad. Nu is Bond een grove overdrijving van de werkelijkheid, die is veel minder spectaculair en de gemiddelde spion verzamelt informatie en dat is soms lastig. Zeker als die informatie wordt versleuteld zoals nu bij WhatsApp en andere digitale communicatiemiddelen.
De baas van de Nederlandse spionnenorganisatie AIVD wil dan ook dat zijn dienst de mogelijkheid krijgt die versleuteling ongedaan te maken. Dan kan de dienst de appjes van potentiële terroristen lezen. Alleen: “van diegenen die een bedreiging vormen.” aldus opperspion Rob Bertholee in de Volkskrant“bij al die andere mensen willen we niet meekijken,”. Nu ben ik niet wantrouwend van aard en geloof Bertholee op zijn blauwe ogen dat hij rechtsorde wil beschermen en: “Dat betekent dat we gecontroleerd bevoegdheden inzetten. Bij mensen die geen gevaar zijn, mag dat niet.” Dit natuurlijk tot het tegendeel is bewezen. Alleen is het dan te laat, dan hebben de spionnen die bevoegdheid al.
Want ‘diegenen die een bedreiging vormen’ is een rekbaar begrip en dat kan veranderen. In de jaren vijftig werden communisten als een bedreiging gezien. In de jaren zeventig zou je als Molukker een grote kans hebben gelopen om als ‘bedreiging’ gezien te worden. Nu zal menigeen meteen denken aan moslimterroristen en loop je als moslim een grotere kans om als bedreiging gezien te worden. Mochten de Fortuynaanhangers eens aan de macht komen dan zullen veganisten en dierenrechtenactivisten een bedreiging zijn en dan kom je al snel bij donateurs van bijvoorbeeld Wakker Dier. Mocht een verwarde columnist volgende week een politicus vermoorden, zou dan de Ballonnendoorprikker ook een ‘bedreiging’ vormen?
’t Kan verkeeren, aldus Bredero, wie weet tegen wie die bevoegdheid gebruikt kan worden? Bevoegdheden hebben de neiging om opgerekt te worden en ook gebruikt te worden voor zaken waarvoor ze niet bedoeld zijn. Diverse klokkenluiderszaken laten dit zien. Alleen is het lastig om je te verweren tegen een spionnendienst.
“Dit is niet het moment voor vergezichten, noch voor debatten over de structuur van de Unie – daar lopen de meningen te ver voor uiteen.” Zo valt te lezen in de papieren Volkskrant van zaterdag 17 september. Waarvoor is het dan wel de tijd? Het is tijd voor concrete oplossingen, voor daadkracht en eenheid. Dit is, volgens de Volkskrant de uitkomst van de EU-top in Bratislava. Alleen door concrete problemen op te lossen kan de EU het vertrouwen van de burgers terugwinnen.
De landen van de EU zijn het niet eens over de toekomst van de Unie. Over wat ze samen met elkaar willen en of ze wel iets met elkaar willen. Meer of minder Unie? Verdeeldheid alom. De oplossing voor die verdeeldheid? “Don’t mention the War,” om Basile Fawlty te citeren. Het er vooral niet over hebben. Wat wel? Concrete problemen oplossen zoals het vluchtelingenvraagstuk. Of de grensbewaking. Impulsen voor de economie en dan vooral digitaal. Meer samenwerking op het gebied van defensie.
Als je niet weet wat je samen wilt, hoe bepaal je dan wat een passende oplossing is voor een van die concrete problemen? Neem de economie. Stel, er wordt veel gezamenlijk geld gepompt in de Roemeense en Bulgaarse economie en vervolgens stappen beide landen vrolijk uit de Unie. Dan zou ik me wel bestolen voelen. Of die grensbewaking, is het daarvoor niet van belang om te weten waar de grens van de Unie ligt? Wie erbij hoort en wie niet?
Toen ik dit las, moest ik aan Alice denken. Alice die door Wonderland dwaalt en de Chesire kat tegenkomt en dan vraagt Alice: “Would you tell me, please, which way I ought to go from here?” Waarop de kat antwoordt: “That depends a good deal on where you want to get to.” Waarop Alice vervolgt met: “ I don’t much care where.” De kat antwoordt: “Then it doesn’t matter which way you go.” Alice weer: “So long as I get SOMEWHERE.” En dan sluit de kat af met de legendarische woorden: “Oh, you’re sure to do that, said the Cat, if you only walk long enough.”
Of hopen de EU-landen dat het met die concrete maatregelen gewonnen vertrouwen ineens voor eenheid en en gezamenlijk doel zorgt?
Laat alles uit uw handen vallen. Bent u nogal schrikachtig, ga dan in een stevige stoel zitten en zorg dat u een glas water en kalmeringstabletten bij de hand hebt. Zorg dat u niet alleen bent, want dan kunt u meteen verifieren of u het goed hebt gelezen. Wat is er gebeurd?
De Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump gelooft dat president Obama in de Verenigde Staten is geboren. En wat nog belangrijker is, de Amerikanen, de wereld en vooral president Obama moeten Trump dankbaar zijn: “De heer Trump heeft de president een grote dienst bewezen door het probleem op te lossen, dat veroorzaakt was door Hillary Clinton en haar team. Trump slaagde erin om de geboorteakte van Obama te verkrijgen, waar anderen dit niet lukte,”aldus een woordvoerder van Trump. Leeft u nog? De hardslag weer een beetje naar beneden en van de hyperventilatie verlost?
In welke wereld leven we als een bericht over een non-event in de Verenigde Staten doordringt tot de Nederlandse media? Een non-event dat al een hele lange baard heeft. Het gezeur over de geboorteplaats van Obama is al bijna zo oud als zijn presidentsschap en om er een einde aan te maken, bracht Obama in 2011 zijn geboorteakte naar buiten. Een akte die aantoont dat hij in Hawaii en dus de Verenigde Staten is geboren.
Als dit en een kleine longontsteking van Hillary Clinton, de belangrijkste onderwerpen zijn in de presidentscampagne van de oudste democratie van de wereld, hoe is het dan met die democratie gesteld? Zou dat betekenen dat het zo goed met het land gaat, dat er niets is om je druk over te maken? Geen zaken als bijvoorbeeld massale armoede en een krater tussen arm en rijk? Dalende levensverwachtingen in delen van het land? Of raciale segregatie?
Zou dat kunnen betekenen dat het Clintonkamp morgen het breaking news naar buiten brengt dat The Donald iedere morgen een bruine postzegel in zijn onderbroek heeft? Wist u dat nog niet? Ik ook niet.
Nu zullen ze in de VS niet zoveel aandacht besteden aan de Ballonnendoorprikker, anders zou Trump moeten gaan ontkennen dat hij iedere morgen een bruine postzegel in zijn onderbroek heeft en hoe doe je dat? Schone onderbroeken tonen helpt niet, want wie bewijst dat hij ze heeft gedragen of dat ze niet tevoren zijn gewassen? Wellicht via 24/7 live TV?
De grens tussen Syrië en Jordanië is gesloten waardoor ruim 75.000 Syrische vluchtelingen vastzitten. Ze zitten niet alleen vast, maar zijn ook nog verstoken van hulp omdat ze voor hulpverleners niet of hooguit zeer lastig te bereiken zijn. “De huidige situatie zou te wijten zijn aan het falende vluchtelingenbeleid,” zo valt op nu.nl te lezen.
Inderdaad is de situatie van deze mensen schreinend. De situatie van vluchtelingen in kampen in Jordanië is iets beter. Ook de situatie in Libanon en Turkije is iets beter, maar voor het overgrote deel van de vluchtelingen is het nog steeds uitzichtsloos. Ook voor de vluchtelingen in Griekenland is de situatie niet florisant. Dus je zou kunnen zeggen dat het vluchtelingenbeleid faalt en dat er nodig wat moet gebeuren. Dat het tijd is voor ander beleid.
Kort en cru samengevat komt het Nederlandse en Europese vluchtelingenbeleid neer op het volgende: zo min mogelijk en liefst geen vluchtelingen Europa in. Vluchtelingen ‘ontwrichten’ immers onze samenleving en zorgen voor spanningen. Vooral als het er veel zijn. De afdeling Newspeak, met als hoofd PR VVD-kamerlid Malik Azmani, maakt daar ‘opvang in de regio’ van. Dat is beter voor de vluchtende, hij zit dan immers dicht bij huis. Bovendien kunnen er daar misschien wel vijftig opvangen worden voor eenzelfde prijs als hier één, dus ook een kwestie van gezond verstand.
Regioland Libanon zit al overvol, het kent ongeveer één vluchteling op vier inwoners en snakt naar extra geld om die opvang in de regio goed vorm te geven en te voorkomen dat het land nog verder ontwricht en onder de spanningen veroorzaakt door de vele vluchtelingen bezwijkt. Dat geld ontbreekt echter, want de landen buiten de regio betalen niet of niet veel. Over Turkije zullen we maar zwijgen. Nu heeft Jordanië (op iedere tien Jordaniers één vluchteling en van die Jordaniers is een flink deel Palestijnse vluchteling) de grenzen gesloten. Maar, er komen veel minder vluchtelingen naar Europa.
Faalt het vluchtelingenbeleid? De instroom in Europa is flink afgenomen. Syriers worden in de regio opgevangen en uiteindelijk bestaat die regio toch uit het eigen land, eigen streek, stad of wijk? Is het vluchtelingenbeleid daarmee vanuit Nederlands en Europees standpunt bekekenen niet succesvol?
Dat het tot vele slachtoffers en mensonwaardige situaties en daarmee tot schending van elementaire mensenrechten leidt, wie, behalve de Ballonnendoorprikker, maalt daarom? Je wint er de komende verkiezingen immers niet mee.
Bij ThePostOnline neemt Ralph Posset, Timothy Michael Kain de maat. Kain is de democratische vice-presidentskandidaat en is: “De man die een mogelijk doodzieke presidente Clinton zal opvolgen.” Nu heeft Clinton een longontsteking, maar ben je dan doodziek? Ja natuurlijk is ieder levend wezen doodziek. Het leven eindigt immers met de dood. Of je moet de dood als een tussenfase van het leven zien?
Volgens Posset heeft Kain nogal vreemde opvatting: “En hij heeft vooral ook vreemde opvattingen over zijn opvattingen. Zo is hij fel gekant tegen de doodstraf. Wat hem als toenmalige gouverneur voor Virginia dan weer niet belette om 11 maal in te stemmen met dodelijke executies in zijn staat. Dat is toch alsof een vegetariër wel gaat jagen op wild maar de geschoten dieren vervolgens niet eet vanwege zijn overtuiging. Hij is tegen abortus maar wil geen wetgeving die het aborteren verbiedt. Verder is hij tegen het homohuwelijk. Voor Nederlandse begrippen zeker geen progressieve geest.” Is de opvatting van Kain over zijn opvattingen wel zo vreemd?
Als gouverneur staat hij aan het hoofd van de uitvoerende macht in een staat. En als, volgens de geldende wet, bij die uitvoering het instemmen met een uitkomst van een rechtsgang hoort, is het dan zo vreemd dat hij instemt? Natuurlijk kan hij als goeverneur wel een voorstel tot wijziging van de wet indienen en zich daarvoor hard maken. Zou het niet vreemder zijn als hij, tot die tijd, die wet aan zijn laars lapte omdat het niet strookt met zijn opvattingen? Wat als rechters gaan weigeren om scheidingen uit te spreken omdat scheiden volgens hun geloof niet mag? Wat is het recht waard als ieders persoonlijke opvattingen domineren?
Waarom moet iemand die tegen bijvoorbeeld abortus is, voor een wet tegen abortus zijn? Waarom moet iemand met dergelijke opvattingen wetgeving op deze gebieden nastreven? Getuigt het niet juist van tollerantie en van een liberale inslag als iemand zijn persoonlijke opvattingen voor zichzelf laat en anderen de ruimte geeft om er andere op na te houden? Een wet die abortus mogelijk maakt, beperkt Kain niet in zijn daden. Een wet die abortus verbiedt, belemmert voorstanders van abortus wel in hun daden.
Maakt een dergelijk flexibele en vooral liberale geest Kain niet uitermate geschikt voor een bestuursfunctie?
Op de opiniesite Joop reageert Tweede Kamerlid Selçuk Öztürk op een artikel van Joopcolumnist Han van der Horst. Onderwerp van hun meningsverschil is een wetsvoorstel van PvdA-kamerlid Yücel. Als dat wetsvoorstel wordt aangenomen dan moeten ondernemingen verantwoording afleggen aan de ondernemingsraad over het beleid dat ze hebben gevoerd om gelijke beloning tussen mannen en vrouwen te bevorderen. Öztürk heeft een amendement ingediend om die verantwoording te verbreden naar de afkomst van mensen. Volgens Van der Horst is dit: “extreem gevaarlijk.”
Het gaat mij niet om het al dan niet gevaarlijk zijn van ‘etnische registratie’ door bedrijven. Het gaat mij om de logica achter het argument van Öztürk. Of eigenlijk het gebrek aan logica. “Als men het geheel intersectioneel benadert zou een vrouw met een migrantenachtergrond dubbel benadeeld kunnen worden in haar loon: vanwege haar geslacht en vanwege haar afkomst,” stelt Öztürk. Klopt die redenering wel? Iedere werknemer in een bedrijf is man of vrouw, meer smaken zijn er niet (of is ‘onzijdig’ er ook? Dan is er een derde smaak). Als het doel van de wet is om ervoor te zorgen dat mensen die hetzelfde werk doen een gelijke beloning te laten krijgen, dan is het vergelijken van mannen en vrouwen meer dan voldoende. Alle werknemers vallen immers in die onderverdeling. Als er beloningsverschillen bij gelijk werk zijn, dan komen die zo naar boven.
Met dat naar boven komen verandert er echter niets en daar zit de zwakte van de wet. Een ondernemingsraad moet instemmen met belonings- en functiewaarderingssystemen. Vervolgens gaat de leiding van het bedrijf aan de slag en is de rol van de Ondernemingsraad uitgespeeld. Welke ‘macht’ heeft de ondernemingsraad om op te treden en de bedrijfsleiding te dwingen zich aan het vastgestelde beleid te houden? Een Ondernemingsraad is geen parlement. Wie garandeert trouwens dat een ondernemingsraad de door de wetgever gewenste richting ondersteunt?
De directie moet afwijkingen in een jaarverslag motiveren. Is dat niet heel makkelijk? Je hoeft slechts te verwijzen naar de ‘kwaliteiten’ of een gebrek eraan van medewerkers. Beoordeling is altijd subjectief en gebeurt door … de bedrijfsleiding.
Sterker nog, zelfs het onderscheid ‘man’ versus ‘vrouw’ is overbodig. Het is voldoende om te kijken of de vervullers van eenzelfde functie gelijk worden beloond. Alle ongelijkheid in beoordeling wordt zo duidelijk. Maar ook zo verandert er niets, want nog steeds is er niemand die iets kan afdwingen.
Beste Annabel Nanninga, bij ThePostOnline herdenkt u de aanslagen van 9 september 2001. De vliegtuigen die de Twintowers invlogen met duizenden doden tot gevolg. Het verbaast u dat: “het gros van de Westerse leiders, media en burgers nog altijd de oorlogsverklaring van de mohammedaanse terroristen angstvallig afhouden” Volgens u leven zij: “nog in de wereld zoals die er voor het laatst was in die ene seconde, toen Falling Man nog gewoon aan zijn bureau zat. In een toren die niet smeulde. Toen wij hier elf september nog als 11/9 schreven.”
Beste mevrouw Nanninga, ik ben zo’n afhouder van die oorlogsverklaring. Nee ik ontken de impact van de aanslagen niet. Ik leef niet in 2001, maar in 2016. Ja ik geloof dat mensen een positieve en constructieve rol kunnen vervullen in het westen. En ja, ook islamieten. Maar ik weet ook dat mensen en niet alleen islamieten, een negatieve en destructieve rol kunnen spelen. En ja, ik maak me zorgen om politici en vooral politieke leiders die mensen naar de mond praten om extra zetels te behalen. Die zich laten leiden door ‘de peilingen’.
Ik weiger om die aanslagen te zien als een oorlogsverklaring. Ik weiger omdat ik daardoor terecht kom in een oorlogsframe en ik denk we hierdoor verder van huis raken. Het oorlogsframe heeft gezorgd voor een kostbare, vele levens kostende en vooral nutteloze interventie in Afghanistan. Tot het dramatische, door een fundamentalistische ideologie van een andere soort gedreven, ingrijpen in Irak. Het oorlogsframe zorgt er, volgens mij, voor dat we het door de terroristen gewenste ‘strijdperk’ betreden. Oorlogen kennen een eigen dynamiek. Een dynamiek die op gespannen voet staat met de waarden van de rechtstaat en democratie. Door het oorlogsframe raken we verder verwijderd van de werkelijke kracht van onze samenleving. En zouden de door extreme interpretaties van de islam gemotiveerde terroristen juist die kracht niet het meest vrezen?
Die kracht is onder andere dat u en ik vrijelijk van mening kunnen verschillen en daarover van gedachten kunnen wisselen zonder dat we hoeven te vrezen voor ‘staatsingrijpen’. Die kracht is dat wij ons leven op een grotendeels door onszelf bepaalde manier vorm kunnen geven. Die kracht is dat wij uitgaan van de gelijkwaardigheid van mensen. Door die kracht is het bijzonder prettig leven in het westen. Op dit ‘strijdperk’ winnen we met gemak van de terroristen.
Daarom mevrouw Nanninga houd ik de oorlogsverklaring af. Niet angstvallig maar juist vanuit kracht.
Een tijd geleden las ik het boekDe kunst van het vreedzaam vechten van Hans Achterhuis en Nico Koning. Een boek waarin de schrijvers oorzaken van geweld en de manier waarop de mens geweld door de eeuwen heen heeft beteugeld, onderzoeken. Zij zien gelijkheid als een van de belangrijkste oorzaken van geweld.
Als de beteugeling van geweld van boven komt, dan is er, volgens hen, sprake van een verticale beschavingsorde. Dit was eeuwen lang de manier om het onderling geweld in een clan, stam, dorp, stad of rijk te beteugelen. Beteugelen door ongelijkheid aan te brengen. Het gezag kwam van boven en werd uiteindelijk gesanctioneerd door een god of de goden. In sommige culturen werd aan de hoogste leider zelfs een goddelijke status toegekend. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Egyptische farao’s maar ook de Chinese en Japanse keizers. Dit zorgde voor stabiliteit en meestentijds voor interne vrede, meestentijds maar niet altijd. Rebellie tegen een heerser betekende dan vaak ook rebellie tegen de heersende godsdienst en dat zorgde voor een flinke drempel. Maar te brute uitoefening van gezag, het ontstaan van een concurrerende religie, ideologie of identiteit of langdurige onvrede over de manier waarop de macht wordt uitgeoefend, waren en zijn de drie hoofdoorzaken waarom mensen in opstand komen.
Wat zien we als we naar onze huidige westerse samenleving kijken? Dan zien we dat gelijkheid samen met vrijheid de basis vormt van die samenleving. Onze samenleving kent, in de woorden van Achterhuis en Koning een horizontale beschavingsorde. De orde wordt niet van bovenaf afgedwongen en gesanctioneerd, dat kan immers niet tussen gelijken. De eerste artikelen van onze grondwet handelen over gelijkheid en vrijheid. Als gelijkheid een van de belangrijkste oorzaken van geweld is, zoals de auteurs beweren, hoe komt het dan dat onze samenleving die is gebaseerd op gelijkheid, toch relatief vreedzaam is? Volgens de auteurs is dit een gevolg van een proces van modernisering. Een proces dat ervoor heeft gezorgd dat in de westerse wereld de verticale ordening is vervangen door horizontale vormen van beschavingsordening. We hebben manieren gevonden om zonder de hiërarchie toch geweld te beteugelen. Hierbij moeten we denken aan beschavingsordening via: “… de rechtsorde, de marktorde, de wetenschap, de sport, de overlegcultuur en de democratische procedures.” Dit zijn manieren om de gevaren van gelijkheid te beteugelen en beheersen.
Laten we eens wat verder kijken? Lijkt er dan niet een vorm van verticale ordening te groeien in onze samenleving die horizontaal van aard is? Kijken we naar de marktorde dan zien we dat hier onder invloed van het neoliberalisme een verticale ordening te ontstaan tussen rijk en arm. De groeiende tweedeling tussen tussen de 1% en de overige 99%, zoals Joseph Stiglitz het noemt in zij boek The Price of Inequality noemt, lijkt die richting op te wijzen. En voor wat betreft de Verenigde Staten toont Stiglitz aan dat die 1% ook de rechtsorde, de (economische en sociale) wetenschap, en de democratische procedures naar hun hand aan het zetten zijn. Barber noemt het in Consumed. How Markets Corrupt Children, Infantilize Adults & Swallow Citizens Wholehet ‘consumer capitalism’ en komt tot eenzelfde conclusie.
Kijken we naar de politieke discussie dan is er steeds sprake van ‘elite’ en ‘volk’ die tegenover elkaar staan. Al is niet duidelijk wie wanneer tot ‘volk’ of ‘elite’ behoort. Het denken in ‘elite’ en ‘volk’ is dat niet denken in verticale structuren? En als we kijken naar verschillende migranten, in hoeverre kennen de landen waaruit de migranten zijn geëmigreerd een verticale ordening? Zou dat een reden kunnen zijn voor wrijving tussen migrant en ‘land van aankomst’?
Een westerse wereld met een horizontale ordening en nu lijkt er onder de grote druk van de markt een nieuwe verticale ordening te ontstaan. Wat zou dat voor de westerse samenleving betekenen? Achterhuis en Koning laten zien dat dit knellen in het verleden vaak gepaard gingen met veel geweld tenzij andere factoren een dempend effect hadden. Zou de manier waarop solidariteit of, zoals ik eerder schreef, empathie en compassie wordt vormgegeven niet een belangrijke ‘geweldsdempende’ factor kunnen zijn?
Minister van Financiën Dijsselbloem roept in de Volkskrant bedrijven en hun commissarissen op om iets aan de almaar stijgende salarissen en bonussen van de topbestuurders te doen. Dijsselbloem: “Koppel de stijging van topsalarissen aan de stijging van de lonen in de cao. Volg voor de variabele beloning voor topbestuurders het maximum van 20 procent dat inmiddels geldt in de financiële sector en bij staatsdeelnemingen.” Volgens Dijsselbloem moet er iets gebeuren: “Het maatschappelijk debat hierover zal niet snel verstommen. Integendeel, het raakt aan de onvrede over de kloof tussen ‘de elite’ en de gewone burgers. Als we één samenleving willen blijven vormen, zullen de bestuurders en commissarissen zich rekenschap moeten geven van die onvrede.”
Het zou inderdaad goed zijn als bestuurders en commissarissen van bedrijven zich wat gelegen zouden laten liggen aan de onvrede die ontstaat over de beloning en bonussen van hun bestuurders. Maar… .
Is het niet de taak van de overheid om te zorgen voor rust en orde in de samenleving? En dus ook om in te grijpen als die rust en orde worden bedreigd? Om hiertegen preventieve maatregelen te nemen? In de strijd tegen het terrorisme neemt de overheid die rol zeer serieus en vragen ministers en overheidsdiensten steeds meer bevoegdheden die de privacy van mensen schenden.
Ligt de taak om die maatschappelijke onrust door te hoge bonussen en beloningen te voorkomen niet ook bij de overheid en dus op het bordje van minister Dijsselbloem en vooral van zijn staatssecretaris Wiebes? Door de inzet van het belastinginstrument heeft de overheid uitstekende papieren om die onrust te voorkomen. Een extra belasting schijf van bijvoorbeeld tachtig of negentig procent voor inkomens (inclusief bonussen) boven bijvoorbeeld de bekende ‘Balkenendenorm’ zou wonderen verrichten. De kloof in inkomen zou hierdoor flink worden verkleind en daarmee ook het risico op onvrede. Bovendien zou het een welkome aanvulling betekenen op de belastinginkomsten.
Absurd? Dergelijke tarieven waren tot in de jaren zeventig heel gebruikelijk. Nederland kende een toptarief van tweeënzeventig procent, de Verenigde Staten een van eenennegentig procent het Verenigd Koninkrijk spande de kroon met vijfennegentig procent.
Beste minister Dijsselbloem, als u zich werkelijk zorgen maakt, handel en hef belasting: geen woorden maar daden!
Minister Schippers van Volksgezondheid hield dit jaar de H.J. Schoo-lezing georganiseerd door Elsevier. De minister sprak niet over haar beleidsterrein, maar hield een pleidooi voor het beschermen van onze kernwaarden. Dit omdat ze zich zorgen maakt om haar dochter: “Die zorgen gaan over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om haar eigen keuzes te kunnen maken. Over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om zelf te kunnen beslissen hoe zij wil leven en wie zij liefheeft. Om zelf te beslissen waarin zij wil geloven. Om haar eigen identiteit te kunnen bepalen. Wat zij wil worden, wat zij wil doen, hoe zij zich wil kleden.” Schippers wil terecht dat haar dochter zelf mag kiezen wat ze met haar leven wil.
Die toekomst wordt, volgens Schippers bedreigd door de politieke islam en de: “vaak hoogopgeleide mensen die bereid zijn tot dat compromis op onze kernwaarden.” Van die compromissen zijn anderen, homo’s, transgenders, vrouwen, mensen die kiezen anders te zijn, moslimvrouwen die meer vrijheid willen, kwetsbaren in onze samenleving de dupe.
Om die bedreiging het hoofd te bieden wil Schippers juist de kracht van de vrijheid inzetten, want, zo schrijft Schippers: “onze propositie is beter! Onze vrijheid is nú, onze kansen kun je nú pakken, onze welvaart kun je nú hebben, jouw kinderen kunnen het beter krijgen dan jij nu. Je mag nu van het leven genieten, muziek luisteren, een feestje vieren, jezelf ontplooien, verliefd worden.” Uitgaan van de kracht van vrijheid, daar kan Schippers op mijn steun rekenen. Ik hield immers al eerder een pleidooi voor leiderschap dat uitgaat van de kracht van onze vrije, open democratische samenleving.
Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet vergezeld gaat van empathie en compassie met degenen in onze samenleving die het minder hebben getroffen. Degenen waarvoor er geen of slechts kleine kansen zijn omdat ze voor een dubbeltje geboren zijn. Degenen met een andere dan een blanke huidskleur. Diegenen die door jaren van neoliberaal beleid, geen deel hebben aan ‘onze welvaart’ en waarvan de kinderen het waarschijnlijk niet beter krijgen. Diegenen die de vrijheid hebben, maar die het aan de mogelijkheid, of de vermogens zoals Martha Nussbaum en Amartya Sen het noemen, ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Schippers maakt zich hierbij terecht druk om de islamitische vrouw die vrijheid wil, maar er zijn veel meer mensen die het aan het vermogen ontbreekt om van die vrijheid gebruik te maken. Empathie en sympathie gevolgd door acties om hen die vermogens te geven.
Alleen slaat een dergelijk pleidooi dood als het niet wordt vergezeld van empathie en compassie met degenen buiten onze samenleving die het minder hebben getroffen. Daarvoor is, beste minister Schippers, een veel beter verhaal nodig dan de ‘opvang in de regio’ die ook u lijkt te bepleiten. Want die regio bestaat bijvoorbeeld uit landen als Turkije, Saoedie-Arabië en Iran. Landen die, en daar verzet u zich tegen, geld in: “koranscholen en moskeeën (pompen) om deze vijandige gedachten te verspreiden.” Landen die zich weinig tot niets aan de vrijheden waarvoor u terecht pleit, gelegen laten liggen.
Is die politieke islam wel de grootste bedreiging voor onze vrijheden? Is de onmacht van onze politieke leiders om empathie en sympathie met de achterblijvers in en buiten onze samenleving vorm te geven en iets aan hun situatie te verbeteren, niet een grotere vijand? En zou die onmacht gekoppeld aan de overreactie van vele politici, opiniemakers en ook gewone burgers op die politieke islam niet een veel grotere bedreiging zijn voor die vrijheden dan de politieke islam? Neem bijvoorbeeld de PVV die moskeeën en islamitische scholen wil sluiten en de koran wil verbieden. Ideeën die strijdig zijn met onze grondwet en onze vrijheden. Een partij die virtueel meer dan dertig kamerzetels heeft, meer dan eenvijfde van de kiezers. Dat is een veelvoud van het aantal politiekislamieten en door dat grote aantal ‘potentiële aanhangers’ nemen andere partijen ideeën over.
“And sympathy. Is what we need my friend. And sympathy. Is what we need. And sympathy. Is what we need my friend, ‘cause there’s not enough love to go round. Gevolgd door: “Now half the world. Hits the other half. And half the world. Has all the food. And half the world, lies down and quietly starves, ‘cause there’s not enough love to go round.” Aldus Rare Bird eind jaren zestig van de vorige eeuw. Een vooruitziende blik of is er sindsdien niet veel veranderd?