Lessons Learned? Not!

“We hadden geen idee wat we aan het doen waren.’ ‘Elk gegeven werd zo aangepast zodat we een zo gunstig mogelijk beeld konden schetsen.’ ‘We hebben duidelijk gefaald.’” Dit schijnen de conclusies te zijn van de evaluatie die de Amerikaanse legertop heeft gehouden over de oorlog in Afghanistan. Ten minste, dat valt te lezen in de Volkskrant. Lessons Learned schijnt de titel van het rapport te zijn. De hoofdlijnen uit het rapport, zo lees ik in de Volkskrant: “ Een gebrek aan strategie (na het verslaan van Al-Qaida), een gebrek aan begrip, een corruptie-bevorderende hoeveelheid geld en, allesoverkoepelend, een totaal gebrek aan eerlijkheid. Generaals, diplomaten en presidenten spraken allemaal in veel te rooskleurige termen over de oorlog, zozeer zelfs dat sommige geïnterviewden van ‘moedwillige misleiding’ spreken.”  Schokkend? Ja. Verrassend? Eigenlijk niet.

Bron: WikimediaCommons

Het machtigste en militair sterkste land van de wereld zou toch geen moeite moeten hebben met Afghanistan? Nu zijn de Amerikanen niet de eersten die zijn vastgelopen in het onherbergzame stammengebied. Als we een kleine 180 jaar terug gaan in de tijd, naar 1838, dan zien we dat het toen machtige Britse rijk een poging doet om het gebied onder haar controle te krijgen. De Britten vallen binnen om er een voor hen vriendelijker gezind staatshoofd aan de macht te krijgen. Dat leek even te lukken maar in 1841 brak over het gehele land de pleuris (opstanden) uit en een jaar later trokken de Britten zich terug. In 1878 waagden ze een tweede poging met min of meer hetzelfde verloop. De Britten zetten het hoofd van het land af en even is het rustig. In 1880 verlieten ze, na een forse nederlaag met de staart tussen de benen het land. Een volgende wereldmacht die zich op de taaiheid van de Afghanen verkeek, was de Sovjet Unie. Eind 1979 vielen de Sovjets Afghanistan binnen. Of, zoals ze het zelf zouden zeggen: schoten ze de bevriende communistische heerser te hulp nadat die erom had gevraagd. In 1989 verlieten ook zij met de staart tussen de benen het land.

In de negentiende eeuw was het Britse rijk het machtigste land van de wereld en eind jaren tachtig was de Sovjet Unie, op de Verenigde Staten na, het machtigste land. Beide machtige landen verslikten zich in de taaie Afghanen met hun sterke tribale inslag. ‘Eigenlijk niet’ dus omdat dit allemaal bekend is. Afghanistan staat bekend als het ‘kerkhof van wereldrijken’. Als de Verenigde Staten de geschiedenis hadden bestudeerd dan had dat hen misschien op andere gedachten gebracht. Als ze hun geschiedenislessen hadden geleerd, dan hadden ze kunnen weten dat ze zich in een wespennest gingen begeven.

Nu is er een connectie tussen de Amerikaanse poging om het land ‘verder te helpen’ van de afgelopen achttien jaar en de eerdere Sovjet inval. In deel drie van mijn vierluik met als titel Wat was en IS van begin dit jaar besteedde ik daar al aandacht aan. De Amerikanen steunden alle groepen die zich tegen de Sovjets verzetten. Dit met als adagium: de vijand van mijn vijand is mijn vriend. Een van die ‘vrienden’ was Osama Bin Laden. Na de terugtrekking van de Sovjets verloren de VS hun interesse in Afghanistan en lieten hun ‘vrienden’ vallen. Een deel van die vrienden onder leiding van Bin Laden beschouwden vervolgens de wereld als haar strijdtoneel voor de ‘ware islam’. Dit met de aanslagen van 11 september 2001 als gevolg. De aanslagen die leidden tot de Amerikaanse inval.

Afghanistan is niet de eerste keer dat de Verenigde Staten erop vertrouwden dat hun militaire macht ‘alles’ zou oplossen. “Als een dorp vijf of zes keer gewapenderhand wordt ingenomen, sneuvelen er een hoop burgers. Hun hele patroon van leven zal veranderen (…) Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer we het doel vernietigen waar we voor vechten.”  Woorden van de Amerikaanse generaal James Gavin in 1968. Ik neem ze over uit het boek Vietnam een tragedie 1945-1975 van Max Hastings (pagina 774). Net voor dit citaat is de volgende passage te lezen: “De beslissingen van opeenvolgende Amerikaanse regeringen om het conflict te laten escaleren, zijn vooral achteraf verbijsterend, omdat de sleutelfiguren de onbekwaamheid erkenden van het regime in Saigon, dat ze slechts in stand hielden als de voor hen noodzakelijke Vietnamese façade van een Amerikaans bouwwerk.” En iets onder het eerste citaat: “De Amerikaanse beleidsmakers (…) hadden in de eerste plaats al geen oog voor de economische en culturele impact van een omvangrijk buitenlands leger op een Aziatische boerenmaatschappij. Een Vietnamese secretaresse in dienst van USAID verdiende meer dan een ARVN-kolonel (het Zuid-Vietnamese leger). Bulldozers en containers, antennes en pantservoertuigen, wachttorens, zandzakken en rollen prikkeldraad brachten al schade toe aan de omgeving nog voordat de kanonnen vuurden, de helicopters de lucht doorkliefden, de rijzige Amerikaanse soldaten de liefde kochten van de zoveel kleinere Vietnamese vrouwen. (…) De voetafdruk die zij (de communistische strijders van de Vietcong en het Noord-Vietnamese leger) achterlieten was licht in vergelijking met die van de Amerikanen, wier stappen vergeleken konden worden – en dat door ontwikkelde Vietnamezen ook werden – met die van een reus uit een of andere sciencefictionfilm die door het landschap dendert, de rust verstoort en alles op zijn pad wat kwetsbaar is gedachteloos vernietigt.”  De beschrijvingen van het rapport Lessons Learned in de Volkskrant lijken sprekend op de beschrijving die Hastings geeft van de manier waarop de Amerikanen in Vietnam opereerden en de bijna ‘moedwillige misleiding’ waarmee ze die oorlog aan de wereld en hun landgenoten in het bijzonder, verkochten.

Bron Pixabay

De historica Barbara Tuchman noemt ,in haar boek De mars der dwaasheid, de Vietnamoorlog als een voorbeeld van dwaasheid. Tuchman geeft drie criteria waaraan het handelen moet voldoen om voor haar dwaas genoemd te mogen worden. Als eerste moet de gevoerde politiek destijds ook als averechts zijn onderkend en niet pas achteraf. Het tweede criterium is dat er geschikte alternatieve gedragslijnen beschikbaar moesten zijn. Het laatste criterium is dat het de politiek van een groep moet zijn geweest die langer heeft geduurd dan een politieke levensduur en niet van een individuele heerser. Voldoet de Amerikaanse aanpak in Afghanistan niet ook aan deze criteria? 

“Lessons Learned” luidt zoals gezegd de titel van het Afghanistan-evaluatie. Het enige wat mij te binnen schiet is: NOT!


Rutte, migranten en dwaasheid

“Zo’n dwaas is Rutte niet,” schreef ik in mijn laatste prikker, een dwaas die zich baseert op een theorie die de toekomst voorspelt op basis van het verleden. Dit naar aanleiding van de migratietop van de afgelopen week. Het woord ‘dwaas’ liet mij niet los en deed mij weer denken aan de de historica Barbara Tuchman. Tuchman schreef diverse interessante boeken, een ervan met als titel De Mars der Dwaasheid. Inderdaad is Rutte geen ‘historicistische’ dwaas, maar hoe zit het met ‘Tuchmaniaanse’ dwaasheid?

Map_of_the_European_Migrant_Crisis_2015_-_Asylum_applicants'_countries_of_origin

Illustratie: Wikimedia Commons

Dwaasheid is een van de vier vormen van wanbestuur naast tirannie, buitensporige ambitie en onbekwaamheid. Beleid wordt door Tuchman als dwaas bestempeld als het vijf kenmerken vertoond. Als eerste het ontbreken van een plan voor de lange termijn. In mijn vorige prikker vroeg ik mij af waar Rutte naar toe wil met het migratiebeleid en hoe dat beleid past in zijn beeld van een prettige en open samenleving. 

Het tweede kenmerk is de hardnekkigheid en koppigheid waarmee beleid wordt voortgezet. Eigenlijk al sinds het laatste decennium van de vorige eeuw is migratie en vooral het beheersen en voor menig politicus zelfs stoppen ervan, doel van het beleid. De praktijk laat zien dat dit mensen niet weerhoud om naar hier te komen. 

Het derde kenmerk dat Tuchman geeft, is het je niet kunnen of willen inleven in de ander. Als we de beeldvorming over migranten beschouwen in de media en bij diverse politieke partijen, dan lijkt hiervan sprake. De migrant is een gelukzoeker, een profiteur van onze welvaart. weinig rekening houdend met de ander en weinig inlevend in zijn situatie.

Het vierde kenmerk dat Tuchman onderscheidt is een gevoel en uitstraling van superioriteit. Verraadt de toon en omschrijvingen die aan migranten worden gegeven niet een gevoel van superioriteit? En hoe zit het met ‘opvang in de regio’? Het ‘afkopen’ via ‘deals’ met landen? En de nieuwste variant de ‘ontschepingsplatforms’?   

Tuchmans laatste kenmerk is incompetentie. Wellicht wat lastiger aan te tonen. Alhoewel? Zien we niet een herhaling van steeds dezelfde oplossingen die niets oplossen. Zou dat niet kunnen duiden op incompetentie? Net zoals het niet onderzoeken en proberen van alternatieve oplossingen.

En met die alternatieve oplossingen komen we bij de twee criteria waaraan het beleid moet voldoen. Het eerste alternatief is dat er alternatieven moeten worden geboden. Alternatieven zijn er en worden geboden, maar niet gehoord. Het tweede criterium is dat mensen het beleid ook in de tijd dat het speelde ook al als dwaas bestempelden. Dwaasheid?

Een onderzoek naar dwaasheid

De Mars der Dwaasheid

Illustratie: boeken.tweedehands.net

Het commentaar van de Volkskrant beschreef de affaires bij het ministerie van Veiligheid en Justitie van de afgelopen 20 jaar. Het eerste waaraan ik moest denken bij het lezen van dit commentaar was het boek De Mars der Dwaasheid van de Amerikaanse historica Barbara Tuchman. Waarom? Omdat ik samen met jullie, mijn lezers, een onderzoek wil opstarten naar huidige vormen van dwaasheid.

Beleid dat tegen het eigen belang indruist, dat is de korte omschrijving van dwaasheid. Tuchman geeft drie criteria waaraan het handelen moet voldoen om voor haar dwaas genoemd te mogen worden. Als eerste moet de gevoerde politiek destijds ook als averechts zijn onderkend en niet pas achteraf. Het tweede criterium is dat er geschikte alternatieve gedragslijnen beschikbaar moesten zijn. Het laatste criterium is dat het de politiek van een groep moet zijn geweest die langer heeft geduurd dan een politieke levensduur en niet van een individuele heerser.

Tuchman ziet verschillende kenmerken die zouden kunnen duiden op dwaas handelen en één daarvan is als de bestuurder een gevoel en uitstraling van superioriteit heeft. En is dit niet juist een van de kenmerken van de affaires op dit ministerie? Is dit niet wat de Volkskrant suggereert in de zin:Rond de Teevendeal is sprake van minachting van de waarheid”?

Delven ook nu de waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid niet vaak het onderspit tegen het opportunisme, net zoals Tuchman dat voor vroeger tijden laat zien? Met jullie hulp wil ik onderzoek doen naar hedendaagse dwaasheid. Grote en kleine, Europese, landelijke, provinciale en lokale voorbeelden die op het eerste gezicht passen binnen de criteria en waar verschillende kenmerken worden herkent.

Meld ze! Dan ga ik ze samen met jullie verder onderzoeken en kijken we of we met dwaasheid te maken hebben of iets wat tot dwaasheid kan leiden. Maar voordat jullie gaan melden, lees eerst Een onderzoek naar dwaasheid voor een toelichting op, en voorbeelden van dwaasheid volgens Tuchman.

Meld ze als reactie op dit bericht, per mail via redactie@ballonnendoorprikker.nl of onder de pagina Een onderzoek naar dwaasheid