Open debat

Volgens Geerten Waling ben je politiek correct als: “je eigen gevoel, of dat van anderen, (…) zwaarder (weegt) dan redelijke argumenten.” In een artikel bij Elsevier verdiept hij zich in het begrip. Waling verwijt mensen die andere beschuldigen van ‘politieke correctheid’ luiheid. Hij ziet, en daar kan de Ballonnendoorprikker zich bij aansluiten, liever dat er op de inhoud wordt ingegaan in plaats van het beschuldigen van de persoon: “Een open debat valt of staat met de gedachte dat de tegenstander ook een mens is. Een mens, bovendien, met hoogstwaarschijnlijk een moreel besef en de overtuiging dat zijn ideeën de wereld echt beter maken.” Een mooi betoog, maar hij ondersteunt zijn betoog met een karikaturaal voorbeeld.

Debat_in_Tweede_Kamer_Maarten_Vrolijk_aan_het_woord,_Bestanddeelnr_911-4021

Foto: Wikipedia

Waling: “Is het daarom politiek correct om, zoals ‘links’ bijvoorbeeld doet, voor meer immigratie te pleiten? Nee, niet per definitie. Er zijn best rationele argumenten te geven voor die stelling. Maar als die argumenten achterwege blijven, of als tegenargumenten niet serieus worden genomen, dan domineert al snel het gevoel dat pro-immigratie het betere standpunt is. En zulke morele superioriteit kan nooit vriendjes zijn met een open debat.” Een bijzonder voorbeeld.

Bijzonder omdat links in dit voorbeeld wordt verweten te pleiten voor meer immigratie. Inderdaad zijn er argumenten waarmee je immigratie van mensen in Nederland kunt onderbouwen en die zijn ook geregeld te horen. Maar, wie is of zijn dat links dat voor meer migratie pleit? Welke ‘linkse’ politieke partij heeft in haar programma staan dat Nederland meer migranten moet toelaten? 

Zijn er niet juist alleen maar politici die voor goede regulering van migratie pleiten en verschillen ze over het doel van en de manier waarop er gereguleerd moet worden?  Aan de ene kant mensen die de migratie tot nul willen reguleren. Partijen die ‘ontschepingsplatforms‘ in landen buiten Europa willen, anderen willen. Aan de andere kant mensen die gereguleerd migratiemogelijkheden willen bieden, bijvoorbeeld door een soort ‘green-card-systeem’. Maar pleiten voor meer migratie? 

“Het is misschien niet de makkelijkste weg, maar het serieus nemen van andermans overtuiging, en de moeite nemen om zinnige argumenten daartegen te formuleren, is het absolute minimum dat een democratie van ons vraagt,’ aldus Waling. begint dat serieus nemen niet met het goed verwoorden van het standpunt van de ander?

Pestprotocol

In een passage uit de column bij Jalta bespreekt Rik de Jong de rechtszaak die Sylvana Simons heeft aangespannen tegen mensen die haar op de sociale media bedreigden of beledigden. Volgens De Jong dient bedreiging gestraft te worden, “uitspraken die geen directe bedreiging of smaad en laster behelzen,” niet: “Ook platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen die iemand geen aantoonbare schade toebrengen, moeten in een publiek debat besproken kunnen worden.”

pesten

Illustratie: Moed

Een redelijk betoog van De Jong, we kennen immers de vrijheid van meningsuiting. In dat vrije debat moet je elkaar goed de maat kunnen nemen en dat is niet iets voor watjes. Maar toch…

Kinderen die worden gepest, een gruwel en bron van zorg voor ouders en opvoeders. Scholen zijn er alert op, hebben ‘pestbeleid’ en een pestprotocol. Terecht want er is niets zo vervelend voor een kind dan gepest worden. Niet alleen op school wordt gepest, ook bij de sportvereniging of op het werk worden mensen gepest. Google op pesten en je vindt vele sites en berichten (3.550.000 in 0,44 seconden op het moment dat ik googelde) over pesten.“Platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen,” brengen de kinderziel wel schade toe.

Zouden die “platte, domme, achterlijke en bovendien verwerpelijke uitlatingen” de volwassen ziel geen schade toebrengen, net als aan de kinderziel? Kun je dit ook zien als een vorm van pesten? Pesten op scholen en het werk krijgt terecht veel aandacht. Moeten we ‘pesten’ in het publieke debat dan wel zo normaal vinden?

Bespreken in het publieke debat klinkt mooi, maar heeft dat effect als de ene helft niet naar de ander luistert? Als de ene helft uitlatingen toejuicht die de andere helft verfoeit? Misschien toch een ‘pestprotocol’ voor het publieke debat opstellen?

 

Ik ben de elite!

In de Volkskrant is een hele discussie losgebarsten over een artikel van NIOD onderzoeker Ton Zwaan. Zwaan betoogt dat een referendum een vorm van volksverlakkerij is. Dit leidde tot veel ingezonden brieven en reacties. Een van die reacties is van Frank van Dalen, de voorzitter van de stichting Politieke Academie. Volgens Van Dalen slaat Zwaan de plank volledig mis en kunnen burgers heel goed met referenda omgaan.

eliteIllustratie: jaar2011.middendelfland.net

Volgens Van Dalen is Zwaan door zijn artikel: “… de verpersoonlijking van de elite die schande spreekt dat het volk soms het heft in eigen hand neemt.” Het gaat mij nu niet om het middel referendum, maar om deze opmerking. Van Dalen gebruikt ‘elite’ op eenzelfde manier als Zwaan de woorden ‘namaakjournalisten, neppolitici en pseudo-intellectuelen’. Beide heren zijn niet de enigen die dergelijke woorden gebruiken. Ook Kamerleden zoals bijvoorbeeld Wilders (‘nepparlement’ ) maken zich hieraan schuldig.

Wanneer ben je een pseudo-intellectueel? En wie hoort er bij de elite? Is Wilders bijvoorbeeld een pseudo-intellectueel die, ondanks zijn bijna twintigjarig Kamerlidmaatschap niet bij de elite hoort?

Is het effect van dergelijke woorden niet dat degene die ervan wordt beschuldigd, in een hoek wordt gezet? Dat zijn redeneringen en argumenten er niet meer toe doen? Dat je er dus niet meer op in hoeft te gaan? Dat je er niet meer naar hoeft te luisteren? Dat inleven in de positie van de ander niet meer hoeft? De elite moet immers worden verafschuwd. Wat pseudo-intellectuelen zeggen telt immers niet mee. Voor anderen telt wat intellectuelen zeggen niet mee.

Is dat niet een verarming en verenging van het gesprek en het debat? Want is het maatschappelijk debat er niet bij gebaat dat alle standpunten en argumenten aan bod komen? Is het maatschappelijk debat niet gebaat bij het inleven in de leefwereld, standpunten en argumenten van de ander? Is deze manier van debatteren niet schadelijk voor de samenleving als geheel? Schadelijk omdat er zo groepen ontstaan die niet meer met elkaar praten en die langs elkaar heen leven? Groepen die steeds onverschilliger en wellicht zelfs vijandig tegenover elkaar komen te staan?

Daarom, in navolging van Kennedy. ‘Ik ben de:

  • pseudo-intellectueel
  • intellectueel
  • namaakjournalist
  • neppoliticus
  • …, en
  • elite!

Debat, partijen en parlement

In de Volkskrant stelt Willem van Ewijk een bijzondere vraag naar aanleiding van het Oekraïnereferendum. Een referendum waardoor er eindelijk een debat over de inhoud en niet over ‘poppetjes’ werd gevoerd. Eindelijk een debat tussen mensen die het niet met elkaar eens zijn. Eindelijk een debat over concreet beleid, zo constateert Van Ewijk, alleen jammer dat het was over een verdrag dat al getekend was.

debat

Foto: dspace.library.uu.nl

Zo’n debat smaakt naar meer, want dat is: “waar een gezonde democratie op draait: het voortdurende debat”, zoals Van Ewijk terecht constateert.  Alleen: “Het is een ideaal natuurlijk, maar iets waar de Tweede Kamer al lang niet meer in uitblinkt”  Het debat wordt, aldus Van Ewijk, nu beheerst door het kleine groepje Nederlanders dat lid is van een politieke partij. En dan stelt hij de vraag: “Als burgers niet meer debatteren via politieke partijen, waarom houden we dan zo krampachtig vast aan die parlementaire democratie?” Op de vraag wat er dan voor in de plaats moet komen, geeft hij geen antwoord, maar daar gaat het nu niet om.

Een bijzondere vraag, omdat er een relatie wordt gelegd tussen het publieke debat, politieke partijen en het parlement. Eerst de relatie tussen het publieke debat en politieke partijen. Van Ewijk lijkt het publieke debat te beperken tot de het debat in de Tweede Kamer. Is dat niet heel erg beperkt? Die partijen zouden het debat moeten voeren en dat doen ze niet. Is het publieke debat niet het gesprek tussen burgers op straat, in kranten, via Facebook en Twitter, via sites als www.ballonnendoorprikker.nl? Zijn politieke partijen hierbij onmisbaar?

Dan de relatie tussen politieke partijen en de parlementaire democratie. Van Ewijk lijkt te suggereren dat partijen cruciaal zijn in een parlementaire democratie. De Grondwet kent geen politieke partijen. Die kent parlementsleden die: “stemmen zonder last (artikel 67 lid 3). Zij zijn vrij om naar eigen oordeel en goeddunken te stemmen. Zou een parlementaire democratie kunnen functioneren zonder politieke partijen? Gewoon 150 landgenoten die we kiezen en die ons representeren, of ze representatief kunnen uitloten naar de ideeën van David van Reybrouck?

En daarmee zijn we aanbeland bij de relatie tussen parlement en publiek debat.  Parlementsleden moeten het publieke debat volgen, vragen stellen en op basis van de argumenten voor en tegen en hun eigen opvattingen, een keuze maken. Een keuze die niet overeen hoeft te komen met de ideeën en wensen van de meerderheid. Want het publieke debat kan eeuwig doorgaan, op enig moment moet er echter worden besloten en daarvoor worden die 150 mensen gekozen. Zou onze parlementaire democratie zo kunnen werken?

Het kind en het badwater

Pegida, de beweging die zich keert tegen vluchtelingen, migranten en de islam, demonstreerde in Den Haag. Een demonstratie waarbij tientallen mensen zijn opgepakt. Zij werden door de politie aangehouden, omdat er een ordeverstoring dreigde. Volgens de berichtgeving bij de NOS ging het hierbij voornamelijk om tegendemonstranten.

Demonstratie Pegida tegen de huidige vluchtelingenstroom

Foto: nos.nl

Van Dale beschrijft de openbare orde als: ”de maatschappelijke rust en orde,” waarbij orde begrepen moet worden als “een regelmatige plaatsing of schikking van iets.” Verstoring van de openbare orde is dan iets wat de normale regelmatigheid verstoort en daarmee de maatschappelijke rust. Aangezien een demonstratie niet tot de ‘normale regelmatigheid’ behoort, is er bij een demonstratie dus al sprake van een verstoring van die openbare orde. Maar in onze democratie hebben we het recht om onze mening te uiten en dat kan ook in een demonstratie, maar dan moet je wel een vergunning hebben om te demonstreren.

Een demonstratie, of uiting van een mening door een grote groep, kan ertoe leiden dat de omstanders aanstoot nemen aan die mening en hun afkeer van die mening duidelijk laten horen. Dat moet kunnen in een gezonde democratie. Het wordt pas een probleem als het tot een handgemeen of erger een vechtpartij komt. Pas dan is de openbare orde in de klassieke zin, in het geding. Dan wordt het recht met geweld in eigen hand genomen en dat kan niet, omdat de overheid immers het geweldsmonopolie heeft. Dan moet de overheid optreden.

Gaat de overheid niet te ver als zij het laten horen van een tegengeluid bij een demonstratie ziet als een verstoring van de openbare orde? Belemmert de overheid daarmee niet het publieke debat? Zeker als “Agenten … een linkse activist die met Pegida-aanhangers in discussie ging,” arresteerden. Is het in gesprek gaan, of het voeren van een discussie een (dreigende) verstoring van openbare orde?

Wordt zo een gesprek, discussie of debat tussen mensen met verschillende opvattingen niet onmogelijk? En moet een sterke democratie het niet juist van een gesprek, die discussie of dat debat hebben? Gooit, de overheid door zo te handelen, het democratische kind niet met het badwater weg?

 

 

Allemaal politiek correct

Politiek correct. Eerst een artikel van Rutger Bregman bij de Correspondent en een dag later besteedt de ombudsvrouw van de Volkskrant, Annieke Kranenberg, er haar bijdrage in de zaterdagkrant aan. In reacties van lezers op het net, wordt het woord veelvuldig gebruikt. Met name ‘links’ wordt ervan beschuldigd politiek correct te zijn.

Politiek correctFoto: www.pinterest.com

Maar wat betekent het? Wikipedia, voor zover die betrouwbaar is, geeft de volgende omschrijving: “voorzichtig taalgebruik over, of het vermijden van, onderwerpen die politiek gevoelig liggen, om belediging (van met name minderheden) te voorkomen.” Het cultureel woordenboek geeft een wat bredere omschrijving: “Het taboeïseren van benamingen en opvattingen en het gebruiken van eufemismen bij wijze van oplossing van maatschappelijke problemen en gevoeligheden.” Dus in plaats van gehandicapt heeft iemand een functiebeperking.

Zou het kunnen dat iemand ‘politiek correct’ noemen een manier is om het gesprek, de discussie of het debat te vermijden? Vermijden door de ander te diskwalificeren? Net zoals je een andere kunt diskwalificeren door hem of haar irreëel of onpraktisch te noemen. Of juist door jezelf als praktisch en realistisch neer te zetten. Met onpraktische en niet realistische mensen hoef je immers niet te praten. Die kun je negeren. Is de ander irreëel, onpraktisch en ook politiek correct noemen daarmee niet een zwaktebod in een gesprek, discussie of debat?

Zou je niet juist het gesprek aan moeten met mensen wiens opvattingen anders zijn dan de jouwe? In gesprek door de ander te bevragen en andersom? Zou een dergelijk gesprek niet veel meer opleveren dan het zwaktebod van de gespreksvermijding?

Interessant is de vraag wie nu bepaalt wat politiek correct is? Als ik tegen de opvang van vluchtelingen ben en ik haal alle negatieve voorbeelden aan ben ik dan politiek correct omdat ik de positieve verzwijg? En als ik voor de opvang van vluchtelingen ben en ik haal juiste de positieve voorbeelden en roem de diversiteit, ben ik dan politiek correct omdat ik de negatieve gevolgen verzwijg? Zou het niet kunnen dat iedereen in een debat of discussie zijn zienswijze in een positief daglicht zet en de negatieve kanten ‘vergeet’ of ‘niet ziet’.

Dus: we zijn allemaal irreëel, onpraktisch en vooral POLITIEK CORRECT!

Stem ballonnendoorprikker!

“Ongekozen CDA-asielmeneer het beste bewijs voor de noodzaak van snelle invoering van de gekozen burgemeester.” Een tweet van Geert Wilders en een zin aan het einde van een artikeltje in de Volkskrant. Aanleiding voor de uiting van Wilders is de boodschap die de burgemeester van Katwijk, Jos Wienen, zendt. Die boodschap luidt dat uitspraken van politici effect hebben op mensen en dat politici zich hiervan bewust moeten zijn.

stemmenIllustratie: slimbeleggen.net

Het gaat nu even niet om de boodschap van de burgemeester, nog nut en noodzaak van gekozen burgemeesters. Het gaat erom dat een ‘ongekozen’ iemand een uitspraak doet en van Wilders een veeg uit de pan krijgt omdat hij ongekozen is.

Sinds wanneer is het recht om uitspraken te doen alleen voorbehouden aan gekozen functionarissen? Hoe zit het dan met de rolverdeling? Mogen raadsleden alleen een mening hebben over zaken die hun gemeente raken en niet over provinciale of landelijke zaken? Daar zijn ze immers niet voor gekozen. Betekent dat ook dat Wilders zijn mond moet houden over Europa omdat hij ‘alleen maar’ een nationaal gekozene is?

Ik was altijd van mening dat de vrijheid om een mening te uiten aan iedereen toebehoorde? Is dat nu niet meer het geval? Als dat zo is dan kunnen alle kranten, media en ‘meningenmensen’ en ook de ballonnendoorprikker wel opdoeken. Ze zijn niet gekozen en mogen hun mening dus niet uiten. Jammer, ben ik net begonnen moet ik al weer ophouden.

Gaat het in een gesprek, discussie of debat niet om de inhoud van wat iemand zegt en zijn kennis en kunde van het onderwerp? Gaat het niet om de inhoud? Of zou het kunnen zijn dat de ontvanger van de boodschap nattigheid voelt en om die te verdoezelen de boodschapper op de korrel neemt? Als de boodschap je niet bevalt dan schiet je gewoon de boodschapper neer. Is dit niet een bijzonder zwakke en laffe manier van gespreks- discussie- of debatvoering? Is dergelijk gedrag niet een parlementslid onwaardig?

En als het toch zo is dat alleen gekozenen een mening mogen hebben, dan bij deze een oproep aan jullie, mijn lezers. Voor een frisse mening: STEM op de BALLONNENDOORPRIKKER!