Verantwoordelijk en aanspreekbaar

De heersende klasse, de elite, begrippen die veel worden gebezigd. Eigenlijk gebruikt iedereen ze en bedoelt er anderen mee. Wie is dan die elite? Zo ook Heleen Mees in de Volkskrant: “Het ligt eerlijk gezegd ook niet voor de hand dat de heersende klasse zonder slag of stoot haar privileges opgeeft.” Wie moeten er privileges opgeven?

verantwoordelijkheid

Illustratie: Startpagina

Voor menigeen zal Mees bij de elite horen, ze schrijft immers voor de Volkskrant. Of Geert Wilders, ook iemand die steevast de elite of die ‘kliek’ aan wil pakken. Wilders is een van de langst zittende kamerleden, vaste klant onder de Haagse stolp dus, behoort hij dan niet bij de politieke elite? Neem Donald Trump die de ‘elitaire varkensstal’ in Washington eens zal uitmesten. Doet hij niet wat iedere nieuwe president doet, die ‘varkensstal’ met zijn vriendjes bevolken? Vriendjes uit de Amerikaanse politieke, zakelijke en mediawereld en behoren die niet tot de elite, net zoals Trump, een zakenman en miljardair, zelf? ‘Joe Sixpak’ is nog niet gevraagd als minister. Zou Geert in zijn kabinet een plek inruimen voor Henk of Ingrid?

In zijn boek Het Financiële Regime betoogt Joseph Vogl dat er niet zo zeer sprake is van een ‘big gouvernment’, maar van ‘big gouvernance’: Tegenover de steeds maar verder afgeslankte staat is een ‘schaduwregering’ komen te staan die met privatiseringen, contractors, leasingpartners en onderaannemers een steeds verder groeiende opeenstapeling van regerende instanties produceert.” Instanties die een overheidsrol vervullen zonder overheids- laat staan democratische controle. Een verweving van staat en bedrijfsleven waarbij de staat steeds meer macht en zeggenschap verliest, waardoor de burger beschermd moet worden door ‘onafhankelijke’ autoriteiten zoals de Autoriteit Consument & Markt en de Autoriteit Financiële Markt. Een minister van Verkeer en Waterstaat met de spoorwegen in haar portefeuille die niets over het spoor te zeggen heeft. Haar collega van Volksgezondheid die ziektekostenpremies voorspeld die veel te laag blijken, ze gaat er niet over, maar wordt er wel op aangesproken en er verantwoordelijk voor gehouden. Zou Vogl een punt hebben?

Volgens Mees moet de strijd tegen die heersende klasse: “daarom voluit worden gevoerd, wat mij betreft binnen de kaders die de rechtsstaat stelt.” Wie is die ‘heersende klasse’? Tegen wie moet er worden gestreden? Tegen de politici of alleen politici van een bepaald signatuur? Tegen de grote, boze overheid? Of tegen deze ‘big gouvernance’ waardoor de verantwoordelijken niet aanspreekbaar zijn en de aanspreekbaren niet verantwoordelijk?

Money rules

De Italianen mogen zich binnenkort in een referendum uitspreken over een grondwetswijziging. Net als bij het brexitreferendum wordt er weer naar de financiële markten verwezen. Hoe zouden die reageren op de uitslag en het al dan niet vertrekken van premier Renzi. Neem Emile Knossen bij Elsevier“Aan het politieke referendum zitten vooral veel mogelijke financiële gevolgen vast. Het Italiaanse bankensysteem staat op knappen door 360 miljard euro aan slechte kredieten. De kans dat banken dat geld ooit terugzien is klein en volgens de Financial Times kunnen acht banken, deels als gevolg van politieke instabiliteit, zelfs omvallen.” Dus Italianen bedenk wat u stemt!?

vogl

Wie lijdt er werkelijk schade als die banken omvallen en slechte kredieten niet ingevorderd kunnen worden?

Hebben verkiezingen werkelijk zoveel invloed op het wel en wee op de financiële markt? Hoe groot is de invloed van de politiek, de overheden, op de financiële markten? Ja, overheden lenen geld om hun schulden te financieren, maar is dat invloed? Ja, er is een Europees stelsel  van centrale banken onder aanvoering van de Europese Centrale Bank. Hoeveel invloed en macht heeft de overheid, nationaal of Europees, op het doen en laten van de centrale banken?

Volgens Joseph Vogl weinig, zoals hij beschrijft in zijn boek Het financiële regime. Sterker nog, volgens Vogl is het precies omgekeerd: de politiek staat onder controle van de centrale banken. Centrale banken die op geen enkele wijze verantwoording hoeven af te leggen aan de bevolking. Dit terwijl besluiten van de bank de levens van alle Europeanen beïnvloeden en de centrale banken in de basis toch ‘overheid’ zijn. Centrale banken die de inflatie in toom moeten houden, dus de prijzen stabiel. Of zoals Vogl het beschrijft: “Daarin heeft zich een beslissingsmacht opgehoopt die zichzelf afschermt van gekozen regeringen en instituties, om zich geheel te richten naar de eisen van de financiële markten en hun agenten.”

De centrale banken in dienst van de belangen van de financiële markten? Inflatie vermindert de waarde van geld, wie zou er dan het meeste belang hebben bij lage inflatie? Vogl: “Met de fixatie op monetaire en prijsstabiliteit – en de lage prioritering van andere economische en politieke voorkeuren, zoals werkgelegenheid – wordt bovendien een programma voor de verdeling vastgelegd dat de winstbelangen van banken, financiële instituten, investeringsmaatschappijen, portfoliofinanciering, crediteurenkartels en grote kapitaalvermogens structureel en voor langere duur vooropstelt.”

Zou de uitkomst van het Italiaanse referendum dit kunnen veranderen?

C’est le ton qui fait la musique

Beste Mitchell Esajas,

met veel belangstelling heb ik uw pleidooi bij Joop gelezen. Ik deel uw constatering dat het recht om je mening te laten horen door te demonstreren onder druk staat. Dat autoriteiten te snel en te veel gebruik maken van het argument dat de ‘openbare orde’ in gevaar is. Uw constatering dat vooral tegenstanders van zwarte piet zo monddood worden gemaakt, is niet geheel conform de werkelijkheid laat Bart de Koning bij De Correspondent zien. Die ‘overdrijving’ is u vergeven.

U sluit Uw pleidooi af met vijf punten die iemand concreet kan doen om jullie te steunen. Met het schrijven van dit stuk, voldoe ik al aan uw eerste suggestie, je stem laten horen door iets te schrijven. Zoals ik al schreef, wordt het recht om te demonstreren de laatste jaren te veel beperkt en beknot. Autoriteiten lijken bang en angst is volgens het gezegde, een slechte raadgever. Zeker in een democratie. Dat was niet altijd het geval. De Koning haalt in zijn artikel de liberale minister van Justitie uit de jaren zestig Carel Polak aan: “De democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen, niet voor mensen die voor elke politieke beweging of elke politieke verandering angstig zijn. Wij mogen niet de orde en rust bij voorbaat stellen boven de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting. Ook de vrijheid van degenen, die er prijs op stellen, dergelijke mensen te horen, moeten wij zo veel mogelijk eerbiedigen. In dit geval hebben wij dat gesteld boven bij voorbaat een vrees voor het verstoren van de orde.” Deze woorden zouden de huidige bestuurders zich goed in de oren moeten knopen.

Ik zou zelfs nog een stap verder willen gaan. In een sterke, vrije en democratische samenleving hoort het uiten van je mening in het openbaar, in de openbare ruimte tot de openbare orde. Het kan er dus nooit een verstoring van zijn. De eenzame ‘Erdogan-demonstrant’ en de zwarte sinterklaas die De Koning noemt, hadden nooit opgepakt mogen worden. Iets wat ook voor ‘anti-koningshuis-demonstranten’ geldt die bijvoorbeeld tijdens prinsjesdag in woord of op een bord laten horen dat zij tegen het koningshuis zijn. Met tweehonderd mensen door Rotterdam lopen en je mening laten horen, is geen verstoring van de openbare orde. Dat zou het wel worden, als die tweehonderd bijvoorbeeld blijven lopen op een rotonde, geweld gebruiken of zaken vernielen.

spijkers

Illustratie: DickStolk

Nog een stap verder, maar dit is puur gebaseerd op mijn gevoel. Om de openbare orde te handhaven, zet de politie bij demonstraties en ook bij risicowedstrijden in het voetbal (weet ik als vaste tribuneklant bij VVV-Venlo) zichtbaar veel politie en ME in. Juist die zichtbare macht, roept bij mij gevoelens van onveiligheid op. Omdat ik dat voel, kan ik mij voorstellen dat er meer mensen zijn die dat zo voelen. Ik hoop dat ik hiermee ook uw tweede suggestie, personen in machtsposities verantwoordelijk houden voor hun daden, heb getackeld.

Uw volgende twee suggesties sla ik even over en ga naar uw laatste, het verdedigen van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en betoging met alle benodigde middelen. Ook daar vindt u mij aan uw zijde als u bedoelt dat dit recht met alle vreedzame middelen moet worden verdedigd. Dat geweld slechts in uiterste noodzaak is toegestaan. Van een uiterste noodzaak is pas sprake als fouten van bestuurders niet meer door de rechter worden hersteld. Als kritiek op het optreden van bestuurders onmogelijk is en leidt tot gevangenisstraf.

Resten nog twee punten en hier wordt het iets problematischer.  De Kinderombudsman, de VN en het College voor de Rechten van de Mens hebben geoordeeld dat zwarte piet een discriminerende en raciale karikatuur is van zwarte mensen. Is dat wel zo? Neem de uitspraak van de Kinderombudsman, die concludeert dat: “… de huidige vorm van Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6 IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed voelt bij het Sinterklaasfeest. Door Zwarte Piet te ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken kan er van hem een figuur gemaakt worden die recht doet aan het plezier dat zovelen beleven aan de Sinterklaastraditie en die tegelijk in overeenstemming is met de rechten van alle kinderen in Nederland.” het College voor de Rechten van de Mens komt tot een soortgelijke conclusie. ’Kan bijdragen’ is wat anders dan ‘is een raciale discriminerende karikatuur’. Ik lees hier dat zwarte piet zo kan worden opgevat, dat wil niet zeggen dat expliciet de bedoeling is. Dat geconstateerd hebbende, ben ik het met de Kinderombudsman en waarschijnlijk ook met u eens, dat zwarte piet moet worden aangepast. Want als iets kan bijdragen aan pesten, uitsluiting en discriminatie, ook al is dat niet de intentie ervan, dan moet er iets aan gebeuren. Dat iets lijkt een aanvang te hebben genomen er schijnen nu, naast zwarte, ook roetveeg- en kleurenpieten rond te lopen. Nog niet overal, maar het begin is gemaakt. Of dit (snel) genoeg is, daar kun je over twisten, dat het een begin is, niet.

In dit derde punt gebruikt u het begrip ‘witte privilege’, en uw vierde punt draait om dit begrip. Ik citeer: “Erken je witte privilege en gebruik het door in witte dominantie omgevingen (in je familie, op school, op werk) racisme en discriminatie ter discussie te stellen, juist als het oncomfortabel is.” Met dat ter discussie stellen van discriminatie en racisme, heb ik geen problemen, ook daar vindt u mij aan uw zijde. Dat nog niet iedereen gelijke kansen heeft en dat achtergrond (kleur, religie) daar een rol in speelt, daarvan ben ik me terdege bewust. Dat donker gekleurde mensen, maar ook bijvoorbeeld moslims het lastiger hebben dan mensen met een lichte huidskleur dat is zo en dat is lastig te doorbreken. Mensen zoeken immers naar herkenning, naar iets van zichzelf in de ander. Een andere huidskleur zet iemand dan al op een achterstand. Ik zeg bewust mensen, want dit is niet iets van alleen ‘witte’ mensen. Zo zoeken mensen met buitenlandse wortels bijna altijd een partner met dezelfde wortels. Dit moeten we samen veranderen door het inderdaad ter discussie te stellen en vooral door het gesprek erover aan te gaan.

Lastiger wordt als ik mijn witte privilege moet erkennen. Een privilege is een wettelijk toegestaan recht, een voorrecht aldus Vandale. Als ik erken dat ik zo’n privilege heb, dan erken ik meteen dat u dat (voor)recht niet heeft en daar wringt het. Onze wetgever geeft ons terecht allen dezelfde rechten, niemand heeft daarmee een privilege.

“Dat vele Nederlanders volhouden dat het Sinterklaasfeest in haar huidige hoedanigheid ondanks de schending van burgerrechten van vreedzame antizwarte pietdemonstranten, ondanks de racistische en agressieve bedreigingen van ‘Pietofielen’, ondanks oordelen van mensenrechtenorganisaties en ondanks de toenemende militarisering van het Sinterklaasfeest een onschuldig en gezellig kinderfeestje is, is het ultieme voorbeeld van witte onschuld.” Op het begrip ‘witte onschuld’ kom ik straks terug, nu deze passage. Vermengt u hier niet twee zaken die niets met elkaar te maken hebben behalve het moment waarop ze plaatsvinden? Dat bestuurders de rechten van demonstranten en het recht om te demonstreren schenden, heeft niets met het sinterklaasfeest te maken en zegt niets over het al dan niet racistisch zijn. Dat mensen die tegen zwarte piet demonstreren racistisch en agressief worden benaderd, zegt ook niets over het feest, het zegt iets over mensen die dat doen. In zijn bijdrage op JoopVijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ doet George Arakel hetzelfde. In mijn reactie op Arakel vroeg ik hem of: “de valse noten van een slechte saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid (zijn) van het instrument.” Zo’n manier van argumenteren en onderbouwen is naar mijn stellige overtuiging contraproductief. Hierdoor worden vele goedwillende mensen in een de ‘racistische’ hoek gedrongen die er niet thuis horen en die zullen zich daar tegen verzetten. Het vergroot de afstand en maakt het daarmee moeilijker om gezamenlijke grond te vinden. Dat verzet begint immers met het afwijzen van alles wat u te zeggen heeft. En dat is precies wat er nu gebeurt. Dat racistisch en agressief benaderen zijn daar de extreme uitingen van.

Hiermee kom ik bij het begrip witte onschuld dat u van Gloria Wekker heeft overgenomen: “een dominant zelfbeeld van Nederlanders die zichzelf als open, tolerant en progressief zien en dus fundamenteel niet-racistisch. Dit terwijl Nederland 400 jaar een koloniale natie is geweest.” In januari van dit jaar zette mevrouw Wekker haar denkbeelden bij De Correspondent uiteen. Mevrouw Wekker schrijft daar in grote woorden en met ‘lange halen’ de Nederlandse geschiedenis en de gevolgen daarvan voor het heden. Met lange halen ben je snel thuis. Dat is ook bij haar het geval en dat gaat gepaard met een flinke versimpeling van het verleden. In een eerste reactie op dit artikel heb ik haar gewezen op het toch wat complexer zijn van de geschiedenis en op het niet typisch westers zijn van imperiale en koloniale neigingen en het superioriteitsdenken. In een tweede reactie stelde ik haar gebruik van de geschiedenis voor doelen in het heden ter discussie en concludeerde dat Wekker de geschiedenis aan lijkt te willen passen aan haar huidige mening over het heden.

Aan dat versimpelen van de geschiedenis, in dit geval van de slavernij tot ‘wit is dader en zwart is slachtoffer’, maakte ook documentairemaakster Sunny Bergman zich schuldig in haar ingekorte versie van haar Van der Leeuwlezing in de Volkskrant. In mijn open brief aan haar aanleiding hiervan beschreef ik het als volgt: “Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout.”

Wekker kent navolgers. Recent schreven Rufus Kain en Malique Mohamud artikelen  bij De Correspondent. Kain over bubbling en in de discussie met de lezers die erop volgde vertelde hij over de uitdaging waarvoor hij stond: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Mohamud over de verklaringen van het verlies van Clinton. Hij miste de essentiële vragen: “Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?”

Beste meneer Esajas, zou het kunnen dat het terugbrengen van de complexe werkelijkheid tot zwart (goed) tegen wit (fout, tenzij je erkent dat je door ‘witte’ kleur schuldig bent want dan verlies je je witte onschuld), leidt tot een zwart-wit-discussie? Een discussie waarbij beide partijen zich ingraven en verharden in hun eigen gelijk? Een discussie waarbij verschillen worden uitvergroot en positieve ontwikkelingen als de roetveeg- en kleurenpieten van twee kanten de kop in worden gedrukt.

Een discussie waarbij mensen als ik, hun mond het liefst houden omdat ze door beide partijen worden geslagen en geschopt. Immers, omdat ik erken dat zwarte piet mensen kan kwetsen, krijg ik met dezelfde agressie te maken en wordt ik gezien als een overloper, een ‘collaborateur’ om deze beladen term te gebruiken. Omdat ik aan de andere kant mijn ‘witte privilege’ niet erken en beken dat ik schuldig ben aan het hebben van ‘witte onschuld’, behoor ik voor u tot het kamp van de vijand. Dit terwijl we hetzelfde doel voor ogen hebben: een samenleving waarbij ieder mens even veel waarde heeft, waar iedereen ongeacht afkomst, kleur of religie er mag zijn en van zich mag laten horen. Bovendien is de kans groot dat u mijn weigering zult uitleggen als juist het leiden aan die ‘witte onschuld’, want de redenering achter die ‘witte privilege’ of de ‘witte superioriteit’ is zodanig dat het onmogelijk is om aan te tonen dat ze nergens op is gebaseerd. Dat wordt in die redenering namelijk gezien als een symptoom van het hebben ervan. Dit schreef ik ook al in mijn brief aan mevrouw Bergman.

‘C’est la ton qui fait la musique’ aldus een mooi Frans spreekwoord. Zou het kunnen dat u met uw boodschap meer zou bereiken, dat die tot mooiere muziek zou leiden’ als u de ‘toon’ aanpast door oneigenlijke argumenten achterwege te laten en door ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’ achterwege te laten? Want naast verdeeldheid richten deze termen de aandacht op het verleden en dat is weinig productief. Wellicht zou u eens het interview met de filosoof Kwame Anthony Appiah met de Belgische wedsite MO moeten lezen? Ik schreef hier gisteren een artikel over op mijn website. Omdat ze passen in mijn brief aan u, herhaal ik de laatste zinnen: “Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: “verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden. Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Als het de bedoeling is om ieder mens als even waardevol individu te zien, is het dan verstandig om de nadruk op kleurverschil te leggen, dat gebeurt immers bij het gebruik van termen als ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’? Want wat gebeurt er met iets waar je de nadruk op legt?

Beste meneer Esajas, net zoals ik ook al aan mevrouw Bergman liet weten, wil ik graag met u werken aan een betere wereld die ieder mens als een even waardevol individu ziet. Dat wordt alleen moeilijk als ik mijn ‘witte privilege moet erkennen. Dan werken we naast en deels tegen elkaar aan dat goede doel en dat zou jammer zijn. Wilt u hierover het gesprek met mij aangaan?

Met vriendelijke groet, De Balonnendoorprikker

Nieuwe verhalen

We leven in onzekere tijden. Voor velen vormt de komst van vele immigranten de bron van onzekerheid. Immigranten met andere gewoonten en gebruiken veranderen het straatbeeld, de muziek, het eten, de taal, de manier waarop we met elkaar omgaan. Veel mensen die immigrant worden genoemd, zijn geen immigrant, zij hebben de Nederlandse nationaliteit.

appiah

Illustratie: Kleding online insider

Het leven in onzekere tijden is van alle tijden, alleen moeten wij leven in deze onzekere tijd. Levend in onzekerheid houden veel mensen vast aan zaken die zekerheid geven en die zekerheid ligt voor veel mensen in het verleden. De onzekerheid uit vervlogen tijden zijn ze vergeten, die zijn verdrongen door de nostalgische beelden van die goede oude tijd. Dan wordt er, zoals vele politici doen, verwezen naar de joods-christelijke cultuur, pleit een politicus voor het verbieden van de islamitische gebedsoproep omdat dit niet in de westerse traditie past en worden boerka’s en boerkini’s bestreden. Dan lees je in partijprogramma’s: “De Nederlandse cultuur is leidend’” en “Nationale feestdagen blijven onaangetast, dus geen Suikerfeest,” (VNL). “Nederland weer van ons,”  en “Nederland de-islamiseren,” (PVV). Of een lofzang op die geweldige Nederlanders (CDA) en hun geweldige land, hun kernwaarden en glorieus verleden (VVD). Weer andere partijen   willen het verleden herschrijven en ‘zuiveren’ van ongewenste gebeurtenissen en elementen (Denk).

Als historicus zou ik blij moeten zijn met al die aandacht voor het verleden, alleen voel ik die blijdschap niet. Politici en politiek gaan namelijk niet over het verleden, politiek is gericht op de toekomst. Politici die zich met het verleden bezighouden zaaien tweedracht. Tweedracht tussen mensen die ‘geloven’ dat hun voorvaderen onderdeel uitmaakten van dat glorieuze verleden en mensen die later in dit land aankwamen. Worden die laatsten zo niet tweederangs burgers? Zaait dit niet verdeeldheid terwijl politiek en politici juist verbinding zouden moeten zoeken? Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden.

Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Boerkalogica

In Dagblad de Limburger van zaterdag 26 november 2016 zijn enkele brieven van lezers te vinden over een Boerka-verbod. Een van die brieven, van M.J.T. ten Haaf, bevat een bijzondere passage: “Net zoals wij, Nederlanders een sjaaltje om ons hoofd doen uit respect voor andersdenkenden in moskee, getuigt het volgens mij ook van respect dat andersdenkenden zich in ons land toch een beetje aanpassen met hun kledij.” Een bijzondere passage die vaker te horen valt in de discussie over de boerka. Laten we er eens wat langer bij stilstaan.

sfa003001960

Illustratie: Neon-pictura

Het eerste wat opvalt is dat de schrijver de huisregels in een gebouw (moskee) vergelijkt met de openbare ruimte. Staat het mij niet vrij in mijn huis mijn regels te hanteren voor zover ze binnen de wetgeving passen. Kan ik dus van mijn bezoekers eisen dat zij hun schoenen uittrekken of een gele trui dragen? Een moskee kan een bedekt hoofd eisen. Als ik die moskee wil bezoeken, dan moet ik mijn hoofd bedekken.

Een variant op deze uitspraak: ‘Westerse vrouwen in Saoedie Arabië moeten zich ook aanpassen en zich sluieren, dan mogen we van ‘hen’ ook verwachten dat zij zich aan onze Nederlandse (kleding)normen aanpassen.’ Inderdaad heeft Saoedie Arabië wettelijk vastgelegde kleding voorschriften, heeft Nederland ook wetten die voorschrijven welke kleding er gedragen moet worden? Wetten die regelen dat je een spijkerbroek moet dragen of een driedelig pak?

Ja, er zijn bedrijven met kledingvoorschriften. Geldt daar niet hetzelfde voor als mijn huisregels? Maar, wettelijk verplichte kledij? Is in Nederland niet iedereen vrij om zich te kleden zoals het hem of haar blieft? Maken de boerka-dragers niet gewoon gebruik van dat recht?

Gaat Nederland met een wettelijk verbod op het dragen van bepaalde soorten kleding, niet de kant van Saoedie Arabië op ? Wat is het verschil tussen een wet die bepaald wat je moet dragen en een wet die bepaald wat je niet mag dragen?

Mocht het zo zijn dat er vrouwen rondlopen die door iemand gedwongen worden om in een Boerka te lopen, dan moet die dwingeland worden aangepakt. Daar helpt een wettelijk boerkaverbod niet tegen. Want zal dat er niet alleen maar toe leiden dat die betreffende vrouw niet meer buiten komt? Zou zij daar bij gebaat zijn?

Write your own (version of) history

De leider van het PVV-smaldeel in de Eerste Kamer, Marjolein Faber, doet niet onder voor haar evenknie in de Tweede kamer. In Vrij Nederland besteedt Max van Weezel aandacht aan haar optreden in die Eerste Kamer. Syrische vluchtelinge zijn gelukzoekers, “Busladingen vol profiteurs uit de islamitische woestijn dringen onze dorpen en steden binnen om na het verkrijgen van een verblijfsstatus een ingericht huis te krijgen met de bijbehorende uitkering en verwentoeslagen.” Ronkend, voor de betreffende mensen denigrerend taalgebruik waar Geert Wilders nog een puntje aan kan zuigen, of zoals Van Weezel schrijft: “vergeleken met Marjolein Faber is Geert Wilders een watje.” 

reconquistaIllustratie: Recursos Humanidades

Heel bijzonder wordt het als zij de ‘toestand in de wereld’ en vooral het Midden-Oosten verklaart. Volgens Faber probeerde het Westen daar orde op zaken te stellen en: “ondertussen worden wij in onze eigen achtertuin aangerand, verkracht, neergestoken, neergeschoten en opgeblazen.” Maar dat is eigenlijk niets nieuws voor Faber:“als ik kijk in 1.400 jaar geschiedenis, blijkt dat de islam 1.400 jaar geleden vanuit het Arabisch schiereiland naar het Westen is getrokken. We zien een spoor van verkrachtingen, moord en oorlog.”

Herschrijft Faber hier eigenhandig de geschiedenis? Past zij hier de geschiedenis aan, aan de denkbeelden van haar partij? Welke ‘zaken’ probeerden ‘wij’ op orde te stellen? De situatie in Irak voor de inval door Bush de Tweede? Of was die inval van Bush de Tweede een poging de zaken van Bush de Eerste op orde te krijgen? Of probeerde Bush de Eerste de in ongerede geraakte zaken van de oorlog tussen Iran en Irak op orde te stellen? Of was de oorlog tussen die beide landen waarbij Irak geld en wapens van het Westen kreeg, een poging om de door de Iraanse revolutie in het ongerede geraakte orde, te herstellen? Een revolutie die het gevolg was van Westerse (Amerikaanse) pogingen om de zaken, het regime van de Shah, op orde te houden? En zo kan nog wel even worden doorgegaan en niet alleen voor Irak en Iran.

En ja, de islam werd in haar beginjaren ook met het zwaard verspreid. Een islamitische veldheer drong aan op bekering van de bevolking van veroverde gebieden en daarbij zijn de nodige slachtoffers gevallen. Verschilt dit van de manier waarop de katholieke en later ook de protestantse heersers met de bevolking van veroverd gebied omgingen? Lieten die de bevolking de vrije ‘godsdienstkeuze’? Werden joden en moslims door de katholieke ver- of moet ik zeggen heroveraars van Spanje niet gedwongen bekeerd? Dit terwijl zij, net als voor het katholieke juk gevluchte Europeanen, onder moslim heerschappij in voorspoed en veiligheid konden leven.

Rijk en/of arm

De rijken werden het afgelopen jaar weer rijker, zo valt te lezen in Trouw. Het artikel bevat diverse interessante weetjes. Wist u dat de helft van het wereldvermogen (bezittingen minus schulden) in handen is van slechts één procent van de wereldbevolking en dat je tot die ene procent hoort als je vermogen € 700.000 bedraagt? In 2009 moest die rijkste procent het nog doen moet vijfenveertig procent van het vermogen. Het gemiddelde vermogen van een wereldburger bedraagt € 50.000 en dat dit gemiddelde niet verandert. Dat is flink wat, maar als je iedere wereldbewoner naar zijn vermogen vraagt, dan zal het overgrote deel zeggen dat ze veel minder hebben. Immers, als je vermogen meer is dan € 2.090 dan behoor je tot de meest vermogende helft van de wereldbevolking. Heb je een negatief vermogen van € 1.000, dan behoor je tot de armste twintig procent van de wereldbevolking. Die twintig procent dat zijn ongeveer één miljard mensen en daarvan wonen er honderdmiljoen in Europa.

rooseveltFoto: Pinterest

Leuk om te weten, maar wat weet je als je dit weet? Ja, je kunt jezelf spiegelen aan de bedragen en dan weet je hoe je vermogen zich verhoudt tot de rest van de wereldbevolking. Maar toch. Met €2.090 behoor je tot de rijkste helft van de wereldbevolking en als je in bijvoorbeeld Malawi woont, dan is het ongeveer negen keer het gemiddelde jaarinkomen. Dat geeft je daar enige zekerheid. In Nederland kun je er misschien net vier maanden de huur mee betalen. Een pas afgestudeerde Nederlander met een studieschuld van bijvoorbeeld € 30.000 en een goede baan die hem € 2.300 netto oplevert, behoort tot de armsten van de wereld. Toch zal iemand uit Malawi met een vermogen van € 2.090 en het gemiddelde inkomen van dat land, graag willen ruilen met onze pas afgestudeerde. Dit ondanks dat hij flink zakt op de lijst van rijkste wereldburgers.

Is het enige dat je weet dat vermogen en dus rijkdom scheef is verdeeld en dat het steeds schever wordt verdeeld? Dat dit lijkt aan te tonen dat Thomas Piketty gelijk heeft? “The test of our progress is not whether we add more to the abundance of those who have much; it is whether we provide enough for those who have too little,” aldus Franklin D. Roosevelt de 26e Amerikaanse president, is de wereld aan het zakken voor die test?

Bovendien, wat zou er gebeuren als rijkdom wat breder werd gedefinieerd dan alleen als vermogen? Breder dan alleen geld. Zouden dan de ‘rijken’ op dergelijke lijstje nog steeds ‘rijk’ zijn?

Friet, bami of broodje bal

Voor Chinezen is de aardappel voer voor armelui, zo las in in de Volkskrant. “Rijke mensen en stedelingen blieven geen aardappelen,” zo zegt de Chinese aardappelkoning Wang. Wang hoopt dat te veranderen door middel van friet. Friet is in China nog vrijwel onbekend. Wang heeft ambities“’Ik mik op een toename van de consumptie van ruim 15 procent per jaar. In eerste instantie in de vorm van friet. Er zijn nog veel steden zonder fastfood.”  

Hij heeft de Chinese overheid van het belang van de aardappel weten te overtuigen: “want die heeft aardappels tot het nieuwe, gezonde basisvoedsel uitgeroepen. De Chinese voedselconsumptie stijgt met de welvaart mee, maar het verbouwen van de vaste maagvullers in de vorm van maïs, rijst en tarwe kost per calorie meer water dan aardappelen.” Daarom wordt ook de productie van aardappels opgevoerd. Hiervoor wordt een gebied ter grootte van anderhalf keer Nederland vol gepoot. Niet dat de aardappel in China onbekend is, het land is goed voor ongeveer 20% van de wereld-aardappelproductie. Die worden echter alleen verwerkt in puree, als pannenkoek of als vulling voor een stoofpot. Frietjes moeten dit veranderen. Als we naar de Chinese betrokkenheid bij de Nederlandse cafetaria’s kijken, dan moet het wel goed komen tussen friet en de Chinezen.

Daarom heeft hij, samen met het Nederlandse bedrijf Aviko een grote ‘frietfabriek’ gebouwd en die moet de komende jaren frieten gaan produceren. Als China aan de friet is, wil Wang meer, dan wil hij: “de geïndustrialiseerde voedselproductie … loslaten op onze eigen boerenaardappelgerechten. Daarmee overspoelen we China, en daarna jullie keukens.” Want, zo betoogt Wang optimistisch: “Waarom zou er voor Chinese aardappeldelicatessen geen exportmarkt zijn?” Ja, waarom geen Chinese aardappeldelicatesse? En als we toch bezig zijn, waarom geen Chinese friet in de door de Nederlandse Chinezen geëxploiteerde frietkot?

Heeft Wang goed geluisterd naar naar Theo Maassen: “In China daar eet iedereen elke dag chinees. Dat kan toch niet gezond zijn, altijd bami met wah vlees. Daarom adviseer ik frietje met of broodje bal. Want dat is wat wij eten hier tijdens carnaval.”  Als de Chinezen dan aan de friet zijn of een broodje bal, zou het dan in China tijd zijn voor carnaval?

Vaandelvlucht Georgina Verbaan

In maart worden de honderdvijftig Tweede Kamerleden weer gekozen. De partijen stellen hun verkiezingsprogramma’s op en stellen hun kieslijsten samen. De lijsten met daarop de verkiesbare kandidaten met bovenaan de naam van de lijsttrekker. Mensen die zich graag graag willen inzetten voor het algemeen belang. Mensen die alleen al daarvoor respect verdienen. Alhoewel?

verbaan

Illustratie: Bontkragen

De Partij voor de Dieren ruimt op haar kieslijst plek in voor ‘prominente’ (een andere woord voor bekende) Nederlanders die de partij en haar ideeën een warm hart toedragen. Deze personen worden als lijstduwer op de lijst opgenomen. Wie dit zijn? Onder andere schrijver A.F.Th. van der Heijden, Zanger Dinand Woesthoff, Babette van Veen en Georgina Verbaan. Ze moeten u en mij verleiden om op de partij te stemmen. De gedachte is dat als A.F.Th. of Dinand deze partij steunt, dan kun je als literatuurliefhebber of Nederpop-liefhebber natuurlijk niet achterblijven.

Natuurlijk mogen ‘bekende Nederlanders’ ook een politieke voorkeur hebben, mogen ze die uiten en zich voor een partij inzetten. Een klein probleem, Dinand, A.F.TH en Mensje van Keulen (ook zij doet mee) zijn niet van plan om de Kamer in te gaan. Nee, ze staan er alleen op om meer kiezers te trekken. Deze ‘kandidaat-Kamerleden’ stoppen al voordat ze zijn begonnen. Ze verkwanselen je stem al vóór ze is uitgebracht. Stemmen op Mensje of Dinand zijn stemmen op Lammert van Raan, Frank Wassenberg of Femke Merel Arisen, mensen die u, net als ik, waarschijnlijk niet kent, maar wel de mensen die er met uw stem op Dinand vandoor gaan. Zij hebben iets wat Dinand niet heeft, de wil om de Kamer in te gaan.

Babette, Mensje en A.F.Th. en anderen geven nu al aan dat ze zich niets van uw stem aan zullen trekken. Waarom zouden we dan nog op hen stemmen? Steun je partij financieel, doe mee als campagnemedewerker of in een reclamespotje, maar ga niet op een lijst staan als je niet in de Kamer wilt. Dat is kiezersbedrog of nog erger vaandelvlucht!

Multiculturalistische onzin?

“De term ‘multiculturalist’ lijkt in sommige kringen vandaag de dag wel een scheldwoord geworden te zijn,” zo schrijft Gert Jan Geling in een artikel bij ThePostOnline. Dit terwijl het multiculturalisme in Nederland in veel kringen nog springlevend is, zo beweert hij. In zijn artikel betoogt Geling dat multiculturalisme een onliberale ideologie is terwijl het jarenlang populair is geweest in liberale kringen en was het: “de achterliggende ideologie aan de hand waarvan we decennialang hebben geprobeerd onze diverse samenleving te managen.” En die ideologie luidde dat de overheid niet alleen de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen dient te erkennen, nee: “zij dient hierin verder te gaan, en deze culturele en religieuze groepen in stand te houden, waarbij de unieke groepsidentiteit gekoesterd wordt.”

integratie

Illustratie: Plazilla

De overheid die als plicht heeft om de groep koptische Egyptenaren, winti Surinamers of sjiitische Irakezen in stand te houden? Wanneer is dit ooit een doel van het overheidsbeleid geweest? Als dat zo was, waarom heeft de katholieke kerk dan geen aanspraak gemaakt op ‘overheidshulp’ om de leegloop van de kerken tegen te gaan? Dat zou inderdaad strijdig zijn met de liberale nadruk op het individu. Maar, maakt Geling hier niet een karikatuur van de werkelijkheid?

In zijn boek De Nieuwe Democratie bespreekt de socioloog Willem Schinkels ook de kritiek op het multiculturalisme. Een multiculturalisme dat in zijn ogen nooit heeft bestaan. Volgens Schinkels was het doel van wat achteraf multiculturalisme is genoemd, hetzelfde als het doel sla van het huidige beleid: “Het was gericht op assimilatie. … Het ging uit van het idee dat mensen het makkelijkst hogerop komen wanneer ze dat doen vanuit hun eigen kracht. Die werd, net als tegenwoordig heel essentialiserend, als ‘hun eigen cultuur’ gezien. Het idee was dat vervolgens mensen, wanneer ze succesvol waren en tot ‘maatschappelijke emancipatie’ kwamen, die ‘eigen cultuur’ vanzelf achter zich zouden laten en aangepast zouden zijn.” Daarom was de erkenning van de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen belangrijk. Dit nieuwe beleid dat nodig was omdat dat ‘gastarbeiders’ niet terug gingen, was gebaseerd op een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van 1979

Beleid dat door de achtereenvolgende kabinetten Lubbers door CDA, VVD en PvdA werd gedragen en waar de overige partijen in de Tweede Kamer in meegingen, de CD van Hans Janmaat uitgezonderd. Beleid dat juist zeer goed aansloot bij het liberalisme, het ging immers uit van het zich ontwikkelende individu.

Verkoopt Geling, net als vele andere ‘critici van het multiculturalisme’ geen multiculturalistische onzin?