Nieuwe verhalen

We leven in onzekere tijden. Voor velen vormt de komst van vele immigranten de bron van onzekerheid. Immigranten met andere gewoonten en gebruiken veranderen het straatbeeld, de muziek, het eten, de taal, de manier waarop we met elkaar omgaan. Veel mensen die immigrant worden genoemd, zijn geen immigrant, zij hebben de Nederlandse nationaliteit.

appiah

Illustratie: Kleding online insider

Het leven in onzekere tijden is van alle tijden, alleen moeten wij leven in deze onzekere tijd. Levend in onzekerheid houden veel mensen vast aan zaken die zekerheid geven en die zekerheid ligt voor veel mensen in het verleden. De onzekerheid uit vervlogen tijden zijn ze vergeten, die zijn verdrongen door de nostalgische beelden van die goede oude tijd. Dan wordt er, zoals vele politici doen, verwezen naar de joods-christelijke cultuur, pleit een politicus voor het verbieden van de islamitische gebedsoproep omdat dit niet in de westerse traditie past en worden boerka’s en boerkini’s bestreden. Dan lees je in partijprogramma’s: “De Nederlandse cultuur is leidend’” en “Nationale feestdagen blijven onaangetast, dus geen Suikerfeest,” (VNL). “Nederland weer van ons,”  en “Nederland de-islamiseren,” (PVV). Of een lofzang op die geweldige Nederlanders (CDA) en hun geweldige land, hun kernwaarden en glorieus verleden (VVD). Weer andere partijen   willen het verleden herschrijven en ‘zuiveren’ van ongewenste gebeurtenissen en elementen (Denk).

Als historicus zou ik blij moeten zijn met al die aandacht voor het verleden, alleen voel ik die blijdschap niet. Politici en politiek gaan namelijk niet over het verleden, politiek is gericht op de toekomst. Politici die zich met het verleden bezighouden zaaien tweedracht. Tweedracht tussen mensen die ‘geloven’ dat hun voorvaderen onderdeel uitmaakten van dat glorieuze verleden en mensen die later in dit land aankwamen. Worden die laatsten zo niet tweederangs burgers? Zaait dit niet verdeeldheid terwijl politiek en politici juist verbinding zouden moeten zoeken? Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden.

Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Boerkalogica

In Dagblad de Limburger van zaterdag 26 november 2016 zijn enkele brieven van lezers te vinden over een Boerka-verbod. Een van die brieven, van M.J.T. ten Haaf, bevat een bijzondere passage: “Net zoals wij, Nederlanders een sjaaltje om ons hoofd doen uit respect voor andersdenkenden in moskee, getuigt het volgens mij ook van respect dat andersdenkenden zich in ons land toch een beetje aanpassen met hun kledij.” Een bijzondere passage die vaker te horen valt in de discussie over de boerka. Laten we er eens wat langer bij stilstaan.

sfa003001960

Illustratie: Neon-pictura

Het eerste wat opvalt is dat de schrijver de huisregels in een gebouw (moskee) vergelijkt met de openbare ruimte. Staat het mij niet vrij in mijn huis mijn regels te hanteren voor zover ze binnen de wetgeving passen. Kan ik dus van mijn bezoekers eisen dat zij hun schoenen uittrekken of een gele trui dragen? Een moskee kan een bedekt hoofd eisen. Als ik die moskee wil bezoeken, dan moet ik mijn hoofd bedekken.

Een variant op deze uitspraak: ‘Westerse vrouwen in Saoedie Arabië moeten zich ook aanpassen en zich sluieren, dan mogen we van ‘hen’ ook verwachten dat zij zich aan onze Nederlandse (kleding)normen aanpassen.’ Inderdaad heeft Saoedie Arabië wettelijk vastgelegde kleding voorschriften, heeft Nederland ook wetten die voorschrijven welke kleding er gedragen moet worden? Wetten die regelen dat je een spijkerbroek moet dragen of een driedelig pak?

Ja, er zijn bedrijven met kledingvoorschriften. Geldt daar niet hetzelfde voor als mijn huisregels? Maar, wettelijk verplichte kledij? Is in Nederland niet iedereen vrij om zich te kleden zoals het hem of haar blieft? Maken de boerka-dragers niet gewoon gebruik van dat recht?

Gaat Nederland met een wettelijk verbod op het dragen van bepaalde soorten kleding, niet de kant van Saoedie Arabië op ? Wat is het verschil tussen een wet die bepaald wat je moet dragen en een wet die bepaald wat je niet mag dragen?

Mocht het zo zijn dat er vrouwen rondlopen die door iemand gedwongen worden om in een Boerka te lopen, dan moet die dwingeland worden aangepakt. Daar helpt een wettelijk boerkaverbod niet tegen. Want zal dat er niet alleen maar toe leiden dat die betreffende vrouw niet meer buiten komt? Zou zij daar bij gebaat zijn?

Vaandelvlucht Georgina Verbaan

In maart worden de honderdvijftig Tweede Kamerleden weer gekozen. De partijen stellen hun verkiezingsprogramma’s op en stellen hun kieslijsten samen. De lijsten met daarop de verkiesbare kandidaten met bovenaan de naam van de lijsttrekker. Mensen die zich graag graag willen inzetten voor het algemeen belang. Mensen die alleen al daarvoor respect verdienen. Alhoewel?

verbaan

Illustratie: Bontkragen

De Partij voor de Dieren ruimt op haar kieslijst plek in voor ‘prominente’ (een andere woord voor bekende) Nederlanders die de partij en haar ideeën een warm hart toedragen. Deze personen worden als lijstduwer op de lijst opgenomen. Wie dit zijn? Onder andere schrijver A.F.Th. van der Heijden, Zanger Dinand Woesthoff, Babette van Veen en Georgina Verbaan. Ze moeten u en mij verleiden om op de partij te stemmen. De gedachte is dat als A.F.Th. of Dinand deze partij steunt, dan kun je als literatuurliefhebber of Nederpop-liefhebber natuurlijk niet achterblijven.

Natuurlijk mogen ‘bekende Nederlanders’ ook een politieke voorkeur hebben, mogen ze die uiten en zich voor een partij inzetten. Een klein probleem, Dinand, A.F.TH en Mensje van Keulen (ook zij doet mee) zijn niet van plan om de Kamer in te gaan. Nee, ze staan er alleen op om meer kiezers te trekken. Deze ‘kandidaat-Kamerleden’ stoppen al voordat ze zijn begonnen. Ze verkwanselen je stem al vóór ze is uitgebracht. Stemmen op Mensje of Dinand zijn stemmen op Lammert van Raan, Frank Wassenberg of Femke Merel Arisen, mensen die u, net als ik, waarschijnlijk niet kent, maar wel de mensen die er met uw stem op Dinand vandoor gaan. Zij hebben iets wat Dinand niet heeft, de wil om de Kamer in te gaan.

Babette, Mensje en A.F.Th. en anderen geven nu al aan dat ze zich niets van uw stem aan zullen trekken. Waarom zouden we dan nog op hen stemmen? Steun je partij financieel, doe mee als campagnemedewerker of in een reclamespotje, maar ga niet op een lijst staan als je niet in de Kamer wilt. Dat is kiezersbedrog of nog erger vaandelvlucht!

Multiculturalistische onzin?

“De term ‘multiculturalist’ lijkt in sommige kringen vandaag de dag wel een scheldwoord geworden te zijn,” zo schrijft Gert Jan Geling in een artikel bij ThePostOnline. Dit terwijl het multiculturalisme in Nederland in veel kringen nog springlevend is, zo beweert hij. In zijn artikel betoogt Geling dat multiculturalisme een onliberale ideologie is terwijl het jarenlang populair is geweest in liberale kringen en was het: “de achterliggende ideologie aan de hand waarvan we decennialang hebben geprobeerd onze diverse samenleving te managen.” En die ideologie luidde dat de overheid niet alleen de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen dient te erkennen, nee: “zij dient hierin verder te gaan, en deze culturele en religieuze groepen in stand te houden, waarbij de unieke groepsidentiteit gekoesterd wordt.”

integratie

Illustratie: Plazilla

De overheid die als plicht heeft om de groep koptische Egyptenaren, winti Surinamers of sjiitische Irakezen in stand te houden? Wanneer is dit ooit een doel van het overheidsbeleid geweest? Als dat zo was, waarom heeft de katholieke kerk dan geen aanspraak gemaakt op ‘overheidshulp’ om de leegloop van de kerken tegen te gaan? Dat zou inderdaad strijdig zijn met de liberale nadruk op het individu. Maar, maakt Geling hier niet een karikatuur van de werkelijkheid?

In zijn boek De Nieuwe Democratie bespreekt de socioloog Willem Schinkels ook de kritiek op het multiculturalisme. Een multiculturalisme dat in zijn ogen nooit heeft bestaan. Volgens Schinkels was het doel van wat achteraf multiculturalisme is genoemd, hetzelfde als het doel sla van het huidige beleid: “Het was gericht op assimilatie. … Het ging uit van het idee dat mensen het makkelijkst hogerop komen wanneer ze dat doen vanuit hun eigen kracht. Die werd, net als tegenwoordig heel essentialiserend, als ‘hun eigen cultuur’ gezien. Het idee was dat vervolgens mensen, wanneer ze succesvol waren en tot ‘maatschappelijke emancipatie’ kwamen, die ‘eigen cultuur’ vanzelf achter zich zouden laten en aangepast zouden zijn.” Daarom was de erkenning van de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen belangrijk. Dit nieuwe beleid dat nodig was omdat dat ‘gastarbeiders’ niet terug gingen, was gebaseerd op een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van 1979

Beleid dat door de achtereenvolgende kabinetten Lubbers door CDA, VVD en PvdA werd gedragen en waar de overige partijen in de Tweede Kamer in meegingen, de CD van Hans Janmaat uitgezonderd. Beleid dat juist zeer goed aansloot bij het liberalisme, het ging immers uit van het zich ontwikkelende individu.

Verkoopt Geling, net als vele andere ‘critici van het multiculturalisme’ geen multiculturalistische onzin?

Niet links. Rechts!

Links heeft het weer gedaan. In de Volkskrant haalt Leon van de Weijgaert (voormalig klinisch psycholoog en taxateur) ongenadig hard uit naar ‘links’. Het linkse gedachtegoed heeft zich met brutale vanzelfsprekendheid de publieke ruimte (onderwijs, media, rechterlijke macht) toegeëigend, zo beweert de auteur.

linksrechts_cartoon_krewinkelkrijstIllustratie: KrewinkelKrijst

Neem het onderwijs. Docenten op de school van zijn kleindochter hadden hun ongenoegen over Trump uitgesproken en het kind had, hoewel ze ‘behoorlijk assertief is’ geen weerwoord durven geven uit angst voor mogelijke repercussies. Daaruit concludeert Van de Weijgaert dat er: “nog steeds geen ruimte voor leerlingen (is) om meningen te verkondigen die niet aansluiten bij het linkse gedachtengoed dat in het onderwijs de mainstream vormt.” Of er ‘repercussies’ dreigden is niet bekend en wellicht is de kleindochter in de klassensituatie toch wat minder assertief dan bij opa. Een stevige conclusie op basis van een ‘gevoel’ van zijn kleindochter.

De media: “Programma’s bij de NPO die moeten bijdragen aan de publieke meningsvorming zijn vrijwel allemaal in linkse handen.” Beste meneer Van de Weijgaert, het publieke bestel kent vele omroepen van verschillende signaturen. Waarom spreekt u WNL of Powned niet aan? Als ze nu nog te klein zijn om een beter uitzendtijdstip te bedingen, zorg dan dat ze groter worden.

Als laatste de rechterlijke macht waarvan, volgens Van de Weijgaert, 70% links-liberaal stemt en dat kan niet: “Het is dan ook zaak dat de werkelijk historisch-politieke verhoudingen gerepresenteerd worden in de rechterlijke macht.” Die scheve verhouding moet worden rechtgetrokken en daarom roept hij op tot de emancipatie van rechts.

Ja, waarom kiezen ‘rechtse’ mensen voor een baan als manager bij een groot bedrijf, als advocaat of als bedrijfsjurist en niet voor een publieke functie als rechter of docent? Zou dat met het aanzien te maken kunnen hebben? Zou dat met de verdiensten te maken kunnen hebben? Zou dat vooral komen omdat werken voor de gemeenschap mensen met een socialere instelling meer trekt dan mensen die voor roem en succes gaan? Roem en succes die veeleer in het bedrijfsleven zijn te behalen en laat dat nu worden gedomineerd door ‘rechtse’ mensen.

Beste meneer Van de Weijgaert, moet u in plaats van af te geven op ‘links’ niet tot uw ‘rechtse broeders’ richten en hen oproepen om een publieke, minder roem en geld brengende functie te gaan vervullen?

Eerlijke geschiedschrijving

Het is er! Het verkiezingsprogramma van de nieuwe politieke partij DENK. Speciale aandacht vraagt de partij voor de zwarte bladzijden uit het Nederlandse verleden. Zo wil de partij formele excuses voor het slavernijverleden. Ook is de partij: “Vóór het dekoloniseren van onze straatnamen, bruggen, tunnels en musea, door kolonisatoren niet meer te vereren.” Dit wordt gevolgd door een voorbeeld: “De Coentunnel is vernoemd naar de wrede kolonisator Jan Pieterszoon Coen.”

saddamFoto: NRC

Het neerhalen van ‘onwelgevallige’symbolen uit het verleden komt vaker voor. Na de val van de Sovjet Unie werden vele beelden van Stalin, Lenin en monumenten ter ere van de grootheid van het Sovjetrijk van hun sokkel gerukt en vernield. Het eerste wat de Amerikanen deden toen ze Bagdad innamen, was het beeld van Saddam Hoessein van zijn sokkel trekken. De Taliban vernietigden de twee Boeddha’s van Bamyan en IS vernielde recentelijk nog tweeduizend jaar oude overblijfselen in Palmyra.

Het bijzondere aan de geschieduitingen in de openbare ruimte is, dat die altijd door de overwinnaars worden ‘geschreven’. Zo werden er in de jaren na de Tweede Wereldoorlog veel straatnamen vernoemd naar ‘prominente slachtoffers’ van de bezetting. Vanaf het moment dat nog levende verzetslui begonnen te sterven, kregen zij hun straatnaambordjes. Monumenten weerspiegelen de ‘algemene opinie’ van het moment waarop ze worden geplaatst. Hetzelfde geldt voor straatnamen. Zo is de Coentunnel in de jaren zestig gebouwd en vernoemd naar de toen nog populaire ‘Hollandse’ zeeheld. Straatnamen, monumenten en ook gebouwen maken het verleden tastbaar en laten zien hoe er over het verleden werd gedacht.

Het verleden van de Zeven Provinciën en later Nederland kan niet los worden gezien van de reizen naar de Oost en de West, trouwens de geschiedenis van de Oost en de West ook niet. Die reizen werden gemaakt in een heel andere tijd met hele andere opvattingen over goed en kwaad. Coen is inderdaad ook een wrede kolonisator, als we hem vanuit één bepaald huidig perspectief bekijken. Doen we Coen en met hem niet alle voorvaderen onrecht aan als we ze naast de morele maatlat van 2016 leggen?

DENK is: “Vóór het stimuleren van een ‘kleurrijk’ een eerlijker perspectief in de geschiedschrijving, door het opzetten van een faculteit voor Afro-Caribische en Indische geschiedschrijving.”  Dat het DENK’s perspectief van de geschiedenis kleurrijk wordt geloof ik wel, maar hoe eerlijk wordt die geschiedschrijving als hedendaagse opvattingen daarbij overheersen?

Wer ist das Volk?

“De bevolking is blijkbaar slimmer dan de journalisten.” De reactie van Jos van Rey, in Dagblad de Limburger op de uitverkiezing van Trump tot president van Amerika. Hij is niet de enige die zich op een dergelijke manier uitlaat. Volgens Wilders is het volk het zat, het wil verandering en heeft daarom Trump gekozen. Dergelijke leuzen zijn populair en je hoort ze na iedere verkiezing. Je hoort ze niet alleen van politici, ook ‘duiders’ en journalisten bezigen ze. “De Amerikaanse kiezers hebben ook de heersende progressieve media in Amerika en Europa weggestemd,” zo schrijft Afshin Ellian  bij Elsevier. De Nederlandse partijen die in maart zetels winnen, zullen iets soortgelijks roepen. Ook uitslagen van referenda, zoals over de Europese grondwet en het Oekraïne-verdrag, worden op verschillende manieren geduid. ‘Het volk wil minder Europa, is tegen de EU, is tegen de elite.’

loesje

Illustratie: https://www.loesje.nl/posters/nijmegen-1111_2/

Zijn dergelijke interpretaties wel correct? Inderdaad is Trump verkozen tot president van de Verenigde Staten, dat kan niemand ontkennen.  De uitslag laat zien dat een minderheid van de mensen die is komen stemmen, op Trump heeft gestemd. Clinton kreeg meer stemmen, maar ook minder dan de helft.

Gaat het dan niet wat te ver om dan te zeggen dat ‘het volk’ iets wil? Bestaat het volk alleen maar uit de mensen die op de winnaar van de verkiezingen hebben gestemd? Horen in dit geval diegenen die niet op Trump hebben gestemd dan niet bij het volk? Om een beroemde Oost-Duitse spreuk uit 1989 wat te verbasteren: ‘Wer ist daß Volk?’

Doet zo’n versimpeling wel recht aan de verkiezingsuitslag? In Nederland kreeg minister Asscher de afgelopen week de wind van voren. In de ‘Zwarte Pieten-discussie’ had hij het gewaagd te zeggen dat de meerderheid van tachtig procent die Piet zwart wil laten, rekening moest houden met de gevoelens van de minderheid. ‘Democratie is toch de meerderheid beslist’, zo wordt hem tegen geworpen. Een zelfde soort versimpeling.

Het vreemde is dat dezelfde mensen die onze democratie zo smal uitleggen, de grootste criticasters zijn van de Turkse president. Die is gekozen door een meerderheid van de Turkse kiezers en houdt ook geen rekening met de gevoelens en wensen van de minderheid. Sterker nog, hij sluit ze op en als het hem lukt om de doodstraf weer in te voeren, dan moet de minderheid voor het leven vrezen.

Zouden onze ‘smalle democraten’ leiden aan een dissociatieve identiteitsstoornis?

Europese ‘Risk opdracht’

“West-Europese landen hebben eeuwen deelgehad aan een algemeen Europees ethos – een ‘cultureel archief,’ zoals Edward Said het noemt in zijn boek. Lees hier Edward Saids boek. Culture and Imperialism (1993) – waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Een zin uit een artikel van Gloria Wekker bij de Correspondent van begin dit jaar, waaraan ik een artikel wijdde. ‘Oud nieuws’ dat weer actueel werd toen ik voor het schrijven van mijn brief aan Sunny Bergman Wekkers artikel nog eens las.

riskFoto: eBay

Begin dit jaar legde ik hier de link naar het imperialisme, het bouwen van grote rijken. Iets wat niet specifiek Europees is. Nu viel me iets anders op in deze zin. Europese landen ‘die de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en volkeren te onderwerpen’. Waaruit blijkt dat dit ‘een plicht’ was?

Dat West-Europeanen de wereldzeeën bevoeren, valt niet te ontkennen. Dat hierbij gebieden onder Spaanse, Portugese, Hollandse, Engelse, Franse controle werden gebracht evenmin. Avonturiers en handelslieden uit de genoemde landen, gingen op zoek naar de bron van ‘Oosterse’ producten. Dat deden zij waarschijnlijk om minder afhankelijk te zijn van Italiaanse steden die de handel tot die tijd domineerden als laatste schakel in de ‘zijderoute’. Zij wilden de ‘tussenpersoon’ uitschakelen en zelf meer winst maken.

Belangrijke voorwaarde voor dit zoeken van een andere route naar Indië en China, was het geloof (dat een feit is geworden) dat de aarde rond was, zo beweert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in zijn boek Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. Volgens Sloterdijk ligt de periode van globalisering achter ons. Voor Sloterdijk is globalisering het in kaart brengen en verbinden van de gehele wereld. Een proces onder Europese dominantie. Die periode begon met de tocht van Columbus in 1492 en eindigde in 1945. De hele wereld was immers ontsloten en de Europese dominantie beëindigd.

Redenerend vanuit het heden, zou je, zoals Wekker doet, kunnen beweren dat de Europeanen een op een plan gebaseerde plicht hadden om de volkeren te onderwerpen. Wil er werkelijk sprake zijn van plan en plicht, dan moet er ergens een bijna zeshonderdjarig ‘Risk-opdrachtkaartje’ opduiken dat ondertekend is door alle toenmalige Europese heersers met een verhaal dat alle Europeanen moest inspireren. Sloterdijk hierover: “op geen enkel moment is er zoiets geweest als een gemeenschappelijk plan voor een Europese verovering van de wereld, zodat er in actu ook nooit behoefte is geweest aan een gecentraliseerd inspirerend verhaal over het handelen van een veroverend collectief.” 

Wekker lijkt de geschiedenis aan te willen passen aan haar huidige mening over het heden. Totdat het ‘risk opdrachtkaartje er is, hou ik me vast aan Sloterdijk.

Hyperinflatie

Economische en financiële beleidsmakers zien twee procent inflatie als ideaal. Dan is er sprake van prijsstabiliteit. Het is zelfs een van de hoofddoelstellingen van de Europese Centrale Bank om de inflatie op die twee procent te houden. Omdat de inflatie nu bijna nul is, zijn er deskundigen die willen dat de ECB inflatie bevordert. Bijna honderd jaar geleden werd Duitsland geteisterd door hele hoge inflatie, ook wel hyperinflatie genoemd. Bankbiljetten van tien miljard Reichsmark werden de ene dag gedrukt en de volgende dag was het papier waarop ze waren gedrukt, bij wijze van spreken, al meer waard dan het bedrag wat erop stond.

fiets

Foto: Zaplog

Waarom dit uitstapje? Op het hoofdkwartier van Hearst-uitgevers in Amsterdam is een terroristische aanslag gepleegd. Onverlaten hebben het slot vernield. Door er lijm in te gieten, kan het niet meer worden geopend en op de deur is een sticker geplakt met het woord ‘misogynie’ (vrouwenhaat). Een van de bladen van de uitgever, Quote, publiceerde enige tijd geleden een lijst die nu niet uitblinkt door vrouwvriendelijkheid (31 typen vrouwen waarmee u als man wellicht eens het bed deelde). Een lijst die eerder op de site van het blad Esquire werd gepubliceerd en na protest weer werd verwijderd. Esquire is ook een blad van Hearst.

Het dichtlijmen van een slot en een sticker op de deur is natuurlijk niet leuk. Het slot moet worden vervangen en de sticker verwijderd. Een dergelijke actie is niet goed te praten, zelfs niet als een onsmakelijke lijst de aanleiding is. Quote zelf noemt het dichtgelijmde slot een ‘aanslag’ en de daders ‘terroristen’. Is het niet erg zwaar om een dichtgelijmd slot en een sticker terrorisme te noemen?

Terrorisme is “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.”  En terreur is: Georganiseerd politiek geweld.” Een actie waarbij een redactie onder druk wordt gezet. Niet door bedreiging met geweld. Nee door, het mag niet en is niet goed te praten, het dichtlijmen van een slot en het plakken van een sticker. 

Voldoet dit aan de definitie van terrorisme? Is dit een daad van terreur? Nog even en het niet uitsteken van je hand bij het afslaan met je fiets is ook een terroristische daad. Is het woord terreur dan niet onderhevig aan hyperinflatie?

Beste Sunny Bergman

Ik heb u hoog zitten als documentairemaakster. Uw werk raakt de tijdgeest en roept op tot discussie en gesprek omdat het een vaak andere invalshoeken biedt om naar zaken te kijken. Waarschijnlijk trekt mij dat, omdat ook ík zoek naar andere invalshoeken, omdat alternatieven en het gesprek erover ons verder helpen. Na het lezen van de ingekorte versie van uw Van der Leeuwlezing in de Volkskrant moet mij echter iets van het hart.

Ik mis in uw lezing de uitnodiging om het gesprek aan te gaan. Ik zal u proberen uit te leggen waarom. Ik krijg uit uw betoog namelijk het gevoel dat het niet uitmaakt wat ik zeg of inbreng. Wat ik zeg zult u, zo maak ik uit uw betoog op, altijd als een bevestiging van uw gelijk opvatten. Enkele voorbeelden.

handen

foto: Regina Coeli

Als ik zeg dat ik, in tegenstelling tot wat u schrijft, als blanke (volgens u witte), hoogopgeleide man, mijzelf niet als fragiel zie en als wel behorende tot een raciale categorie, dan loop ik het risico dat u zult antwoorden dat ik door zo te reageren blijk geef van ‘boosheid en verontwaardiging’, dat ik mij aangevallen voel omdat ik word beschuldigd van racisme en dat zijn nu precies de kenmerken van ‘white fragility’ dat u leent van Robin DiAngelo.

Het begrip ‘witte superioriteit’ dat u leent van Gloria Wekker. Ik beken, ik vind menig Wildersaanhanger ‘dom’, maar dat heb ik ook met VVD’ers, GroenLinksers, PvdA’ers, CDA’ers enzovoorts. Die opvatting baseer ik niet op hun politieke voorkeur, maar op de manier waarop ze hun meningen, plannen en opvattingen onderbouwen. Als iemand op een vraag op onderbouwing antwoordt: ‘dat heb ik gelezen op Facebook’ of ‘dat heeft …. gezegd’ of nog platter: ‘dat vind ik gewoon’, dan houdt het voor mij op. Als politieke partijen bijvoorbeeld het vluchtelingenprobleem willen oplossen via opvang in de regio en daarbij helemaal voorbij gaan aan het probleem van de vluchteling, dan houdt het op. Betekent dat meteen dat ik mezelf superieur vind en het daardoor moeilijker vind om mijn ‘witte’ superioriteit’ te onderzoeken?

Dan de vraag of ik ‘witte superioriteit’ heb, als ik het zo tenminste goed omschrijf? Heb je het, lijdt je eraan of wordt je erdoor verblind? Ik ben er in ieder geval nooit van uitgegaan dat ik wel die ‘neutrale scheidsrechter’ kon spelen. Ik identificeer mij en Nederland niet met een zelfbeeld van ‘klein, onschuldig land’. Als historicus ben ik me er terdege van bewust dat er in het verleden verschrikkelijke zaken gebeurden en dat ook mensen die uit het gebied dat nu Nederland heet, zich daaraan schuldig hebben gemaakt. Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout. Want dat is wat ik proef in het denken van u en Gloria Wekker.

Ik weiger mee te gaan in een dergelijke, zoals ik het zie, oversimplificering van de werkelijkheid. In een artikel bij de Correspondent zette Gloria Wekker haar denken begin dit jaar uiteen en in een reactie daarop heb ik mijn vragen erbij verwoord. Dat mensen mensen bevoordelen die veel op hen lijken, is niet iets wat alleen licht gekleurde mensen hebben. Denk maar eens aan de donker gekleurden die over hun kleurgenoten spreken als ‘brothers en sisters’. Dergelijk taalgebruik sluit ook mensen uit. Dat bevoordelen soms te ver gaat en tot discriminatie leidt, daar ben ik me terdege van bewust. Daarvoor wil ik mijn ogen niet sluiten en daar wil ik tegen strijden. In die strijd kunnen we ons vinden, maar niet als dat betekent dat ik mee moet in het denken van u en Wekker. Dat weiger ik. Ik weiger om, u te citeren, te: “accepteren dat we in mindere of meerdere mate gesocialiseerd zijn met witte superioriteit,” en dat wij ‘witte mensen’ dat moeten accepteren. Al denk ik dat dit u waarschijnlijk zal bevestigen in uw denken. Want net als het zetten van kanttekeningen bij  ‘white fragility’ zal ook het stellen van vragen en het ter discussie stellen van ‘witte suprematie’ worden gezien als een bevestiging van het hebben van, lijden aan of verblind zijn door die ‘witte suprematie’.

Mocht ik het mis hebben en u wilt toch het gesprek aangaan, neem contact met mij op.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker