Brood en spelen

Via een interessant artikel van Evgeny Morozov bij De Correspondent, kwam ik uit bij het Techno optimistisch manifest van Marc Andreessen. Morozov schreef erover dat het: “bol (staat) van verwijzingen naar economische stagnatie,” en dat, “alleen het lef van ondernemers kan voorkomen dat het systeem vastloopt,” en dat, “versnelling (…) (de) enige deugd (is, en) wie pleit voor voorzichtigheid, wordt weggezet als ketter.” Dat moest ik zelf lezen. Dus dat maar gedaan. Ik viel steil achterover en dat niet van bewondering. Ga er maar even voor zitten want dit is een lange Prikker. Korter kon ik het niet maken

Eerst iets over Marc Andreessen en waarom het belangrijk is om kennis te nemen van het manifest. Andreessen is een van de tech-miljardairs. Hij verdiende zijn geld bij onder andere Netscape en investeerde dat vervolgens in andere techbedrijven zoals Facebook, Pinterest, LinkedIn en Twitter. Hij zit de raad van commissarissen van verschillende grote tech-bedrijven, onder andere Meta. Politiek leunde hij naar de democraten maar maakte in 2024 de overstap naar Donald Trump en steunde diens campagne met een grote som geld. Geld waardoor hij invloed kreeg en onder andere mensen wierf voor Musks Department of Government Efficiency (DOGE).

“We worden voorgelogen,” begint Andreessen zijn manifest. Zo wordt ons, aldus Andreessen: “verteld dat technologie onze banen inpikt, onze lonen verlaagt, ongelijkheid vergroot, onze gezondheid bedreigt, het milieu ruïneert, onze samenleving vernedert, onze kinderen corrumpeert, onze menselijkheid aantast, onze toekomst bedreigt en altijd op het punt staat om alles te ruïneren.” Dat technologie banen kost, staat buiten kijf. De auto betekende het einde voor vele hoefsmeden. Die verloren hun baan. De auto leverde dan weer wel werk op voor automonteurs. Zo is er bij alle delen van deze zin wat op te merken. De belangrijkste vraag is echter wie is degene die ons ‘voorliegt’? Die Andreessen creëert een fictieve vijand. Dit is een stropopredenering. Sterker nog, ook de andere ‘leugens’ die ons volgens Andreessen worden verteld, zijn een drogreden van het soort stropop1.

Met één ‘leugen’ is nog iets bijzonders aan de hand. “Ons wordt verteld dat we ons geboorterecht moeten verloochenen – onze intelligentie, onze controle over de natuur, ons vermogen om een betere wereld op te bouwen.” De leugen in deze zin is niet dat we het vermogen hebben om een betere te bouwen. Dat vermogen hebben we. De leugen is dat we controle hebben over de natuur. Die hebben we maar in beperkte mate. Het voorkomen van stormen, aardbevingen, zonnevlammen, maansverduisteringen en vulkaanuitbarstingen behoort niet tot onze mogelijkheden. Het enige wat we daar kunnen, is ze proberen te voorspellen en vervolgens de schade die ze veroorzaken te beperken.

Na de leugens, Andreessens waarheden. Waarheden zoals dat onze beschaving is gebouwd op technologie. Technologie is inderdaad een belangrijk ingrediënt van onze beschaving. Ingrediënt, geen fundament. Een halve waarheid. En daarmee kom ik bij een andere bewering van Andreessen die hij doet onder het kopje ‘Markten’: “David Friedman wijst erop dat mensen alleen dingen voor andere mensen doen om drie redenen – liefde, geld of dwang. Liefde is niet schaalbaar, dus de economie kan alleen draaien op geld of dwang. Het krachtexperiment is uitgevoerd en ontoereikend bevonden. Laten we het bij geld houden.” Als er iets is wat bij uitstek schaalbaar is, dan is het liefde, of beter gezegd vertrouwen. Iemand liefde of vertrouwen geven, maakt niet dat ik het een ander niet kan geven. Een euro kan ik maar één keer uitgeven. Vertrouwen is het fundament van iedere menselijke samenleving in het verleden, in het heden en waarschijnlijk ook in de toekomst. Vertrouwen dat je partner die je lief hebt, voor je klaar staat. Vertrouwen dat de ‘buurman’ je een ‘kopje suiker’ geeft als je dat nodig hebt. Vertrouwen dat de gemeenschap er voor je is als je zonder inkomsten komt te zitten. Vertrouwen dat we elkaar beschermen als onze gemeenschap, ons land, wordt aangevallen. Vertrouwen dat ik voor dat geld wat Andreessen zo belangrijk vindt, een brood kan kopen.

Na de ‘waarheden’ de lofzang op onze technologische mogelijkheden. Of eigenlijk een lofzang op groei en dan vooral economische groei en de vrije markt: “Wij geloven dat groei vooruitgang is – leidend tot vitaliteit, uitbreiding van het leven, toenemende kennis, hoger welzijn.” En er zijn maar: “drie bronnen van groei: bevolkingsgroei, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en technologie.” En met twee van die drie is wat aan de hand: “Ontwikkelde samenlevingen ontvolken over de hele wereld, in alle culturen – de totale menselijke bevolking is misschien al aan het krimpen.” Dus de groei zal niet komen van meer mensen. En: “Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen heeft scherpe grenzen, zowel reëel als politiek.” Dus ook van die kant komt geen groei. Blijft over technologie: “de enige eeuwigdurende bron van groei is technologie. In feite is technologie – nieuwe kennis, nieuwe gereedschappen, wat de Grieken techne noemden – altijd de belangrijkste bron van groei geweest, en misschien wel de enige oorzaak van groei, omdat technologie zowel bevolkingsgroei als het gebruik van natuurlijke hulpbronnen mogelijk maakte.” Nu zegt mijn logica me dat je bij een krimpende bevolking kunt groeien zonder groei. Of beter gezegd, dat iedere mens in een krimpende samenleving het beter kan krijgen zonder economische groei. Een simpel rekenvoorbeeld. Het bbp van een land is 1.000 en er wonen 100 mensen. Het bbp per hoofd van de bevolking is 10. Als bijvoorbeeld 10 jaar later het bbp nog steeds 100 is maar er wonen slecht 90 mensen, dan is het bbp per hoofd van de bevolking 11,11. Sterker nog, bij een krimp van het bbp naar 95, hebben de dan 90 mensen, nog een hoger inkomen per hoofd van de bevolking dan voorheen. Daarbij kun je terecht afvragen of groei vertaald als economische groei of meer inkomen, de enige vorm van groei is die ertoe doet.

Bij die lofzang een overzicht van ‘problemen’ die technologie oploste: “We hadden een hongersnoodprobleem, dus hebben we de Groene Revolutie uitgevonden. We hadden een probleem met duisternis, dus vonden we elektrische verlichting uit. We hadden een probleem met de kou, dus vonden we de verwarming binnenshuis uit. We hadden een probleem met hitte, dus vonden we de airconditioning uit. We hadden een probleem met isolatie, dus vonden we het internet uit. We hadden een probleem met pandemieën, dus vonden we vaccins uit. We hadden een probleem met armoede, dus vonden we technologie uit om overvloed te creëren. Geef ons een probleem uit de echte wereld en we vinden de technologie uit die het zal oplossen” Even voor techmiljardair Andreessen. Honger en armoede zijn nog steeds problemen. Door technologie gecreëerde ‘overvloed’ lost deze problemen die niet op want er wordt voldoende voedsel geproduceerd en er is voldoende geld. Een gebrek aan ‘overvloed’ is niet het probleem. Het probleem is de verdeling ervan en dus een marktprobleem. Sterker nog, door technologie gecreëerde ‘overvloed’ is op verschillende andere terreinen juist het probleem. We worden overspoeld met goedkope spullen van slechte kwaliteit zoals wegwerp tentjes en als extreem voorbeeld kleding die op de afvalberg in Chili beland. Een berg die je vanuit de ruimte kunt zien2.

Andreessen mag dan wel geloven dat: “markten mensen uit de armoede halen,” en dat markten: “de meest effectieve manier om grote aantallen mensen uit de armoede te halen, en dat is altijd zo geweest. Zelfs in totalitaire regimes leidt het geleidelijk opheffen van de repressieve laars van de keel van de mensen en hun vermogen om te produceren en handel te drijven tot snel stijgende inkomens en levensstandaarden. Til de laars een beetje meer op, nog beter. Haal de laars helemaal weg en wie weet hoe rijk iedereen kan worden.” ‘Geen gezeik, iedereen rijk’, om die spreuk van de Tegenpartij van Jacobse en Van Es aan te halen, zo suggereert Andreessen. Het opheffen van ‘repressieve laarzen’ kan veel goeds opleveren. Een markt zonder ‘laars’ leidt echter tot grote ellende. In het eerste van de 23 dingen in zijn boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, maakt de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang op overtuigende wijze een eind aan de mythe van de vrije markt. Dit ding draagt de toepasselijke titel De vrije markt bestaat helemaal niet. Chang: “De vrije markt bestaat niet. Elke markt kent wel regels en grenzen die de keuzevrijheid beperken. Een markt lijkt alleen maar vrij omdat we de beperkingen die eraan ten grondslag liggen zo onvoorwaardelijk accepteren dat we ze niet meer zien.” En iets verderop: “De overheid is altijd bij de markt betrokken en deze vrijemarktadepten zijn net zo politiek gemotiveerd als wie dan ook.3 Als treffende voorbeeld van overheidsbetrokkenheid bij markten noemt hij kinderarbeid waarbij door overheidsregulering een resultaat is bereikt dat we nu allemaal als geheel normaal zien. Toen het werd voorgesteld lag dat geheel anders en kwam er flink protest van juist de aanhangers van de vrije markt. Een ‘markt zonder laars’ gaat hongersnood en armoede niet oplossen. Die zorgt ervoor dat mensen als Andreessen nog rijker worden en dat de armen steeds armer worden. Om het bewijs daarvan te zien hoeft hij alleen maar om zich heen de kijken in de Verenigde Staten. Het land met de meest vrije markt en de meest scheve verdeling van inkomen en vermogen. Dat is voor het overgrote deel geen gevolg van: “verdienste en prestatie,” waar Andreessen in gelooft, of het ontbreken ervan. Dat is voor het grootste deel een gevolg van geluk bij je geboorte.

Als klap op de vuurpijl: “Wij geloven dat de ultieme morele verdediging van markten is dat ze mensen die anders legers zouden oprichten en religies zouden beginnen, afleiden naar vreedzame productieve bezigheden.” Bijzonder als eerste omdat een goede lezer hier leest dat religies mensen op het oorlogspad zetten. Nu leert de geschiedenis dat er veel oorlogen een religieus tintje hadden, daaruit concluderen dat religies oorlogszuchtig zijn, tart de logica. Dit is tot daaraan toe. Beweren dat de ultieme morele verdediging van markten is, dat de mens afhouden van oorlogen, is heel bijzonder. Heel bijzonder omdat veel van de bedrijven techbro’s die Andreessen geloof in de zegende werking van technologie aanhangen, zo laat Morozov in zijn artikel zien, zich richten op de defensie-industrie. Als markten en technologie voor vrede zorgen, waarom dan je richten op de defensie-industrie?

“Wij geloven dat markten ook het maatschappelijk welzijn verhogen door werk te genereren waar mensen zich productief mee bezig kunnen houden. Wij geloven dat een universeel basisinkomen mensen zou veranderen in dierentuindieren die door de staat gekweekt moeten worden. De mens was niet bedoeld om gekweekt te worden; de mens was bedoeld om nuttig te zijn, om productief te zijn, om trots te zijn.” Aldus Andreessen bij zijn lofzang op de markt. Het bijzondere van het huidige tijdsgewricht is dat die ‘markten’ vooral werk creëren dat niets toevoegt. Werk zoals ‘cryptomijnbouwer’ en ‘infuencer’, een dure’ term voor de ouderwetse colporteur die je aan huis een encyclopedie probeerde te verkopen. Alleen kan die moderne colporteur bij ‘zeer veel deuren tegelijk aanbellen’. Het meest bijzondere is dat werk dat het maatschappelijk welzijn verhoogt, zoals lesgeven, mensen verplegen en vuilnis ophalen, slecht worden betaald.

Dan volgt een lofzang op de techno-kapitalistische machine, zoals Andreessen het noemt. “Wij geloven dat de technokapitaalmachine van markten en innovatie nooit eindigt, maar in plaats daarvan voortdurend in een opwaartse spiraal terechtkomt. Comparatief voordeel verhoogt specialisatie en handel. Prijzen dalen, waardoor koopkracht vrijkomt en vraag wordt gecreëerd. Dalende prijzen komen iedereen ten goede die goederen en diensten koopt, dus iedereen. Menselijke wensen en behoeften zijn eindeloos en ondernemers creëren voortdurend nieuwe goederen en diensten om aan die wensen en behoeften te voldoen, waarbij ze onbeperkte aantallen mensen en machines inzetten.” Behoefte creëert vraag, aldus Andreessen. Voor primaire levensbehoeften zoals voedsel is dat zeker zo. Voor andere behoeften, zoals bijvoorbeeld kleding en schoenen, is dat slechts ten dele het geval. Om je te kleden en van schoenen te voorzien, heb je geen veertig t-shirts en spijkerbroeken, laat staan een kast met vierhonderd paar schoenen nodig. Voor het gros van de producten is het veeleer het product en de marketing ervan die de behoefte creëert. Niemand had ‘behoefte’ aan een mobieltje of een smartphone. Het ding was er en er werd een behoefte bij ontwikkeld. Niemand had behoefte aan een ‘sla molen’ om natte sla droog te draaien, een theedoek volstond. Toch bestaan er slamolens. Niemand had behoefte aan een ‘bitcoin’ … I rest my case in deze.

Andreessen vervolgt: “De technokapitaalmachine laat natuurlijke selectie voor ons werken op het gebied van ideeën. De beste en meest productieve ideeën winnen, worden gecombineerd en genereren nog betere ideeën. Die ideeën materialiseren zich in de echte wereld als technologisch mogelijk gemaakte goederen en diensten die nooit de novo zouden zijn ontstaan.” Andreessen gaat mij toch niet wijsmaken dat de Bitcoin het beste en meest productieve idee is? Ja, mensen hebben interactie met andere mensen nodig, maar Andreessen wil toch niet beweren dat Facebook, Instagram en Snapshat de beste en meest productieve ideeën zijn om hieraan invulling te geven? Invulling te geven door, om de uitspraak van Steve Bannon te gebruiken ‘de zone’ met ‘shit’ te ‘overspoelen’ om ons maar te laten scrollen en klikken. Het lijkt mij dat een sportclub, toneelvereniging of fanfare een veel beter en productiever idee is voor interactie met andere mensen en voor het aangaan van vriendschappen?

“Wij geloven dat intelligentie de ultieme motor van vooruitgang is. Intelligentie maakt alles beter. Slimme mensen en slimme samenlevingen presteren beter dan minder slimme op vrijwel elke metriek die we kunnen meten. Intelligentie is het geboorterecht van de mensheid; we moeten het zo volledig en breed mogelijk uitbreiden,” schrijft Andreessen iets verderop onder het kopje Intelligentie. Een citaat waarin ik me volledig kan vinden. Alleen is intelligentie voor mij iets anders dan technologie en zeker dan Artificiële Intelligentie, door Andreessen beschreven als: “onze alchemie, onze Steen der Wijzen.” Intelligentie is nadenken over zaken voordat je eraan begint. Niet: “to boldly go where no one has gone before” om die Star Trek quote aan te halen, maar door je eerst af te vragen waarom je daar naartoe gaat? Wat het ons meer gaat brengen dan alleen ‘daar geweest’ zijn en welke risico’s eraan verbonden zijn? En om terug te komen op honger en armoede, intelligentie is om eerst dat verdelingsprobleem op te lossen. Dat probleem en het probleem van gelijke vertegenwoordiging van eenieder in de besluitvorming. Want, zoals Morozov in zijn artikel schrijft, de techbro’s hebben de sleutels van het Witte Huis terwijl de invloed van Jo Sixpack reikt tot zijn eigen koelkast.

Na intelligentie komt Andreessen bij het onderwerp energie. Hij start met: “Energie is leven. We vinden het vanzelfsprekend, maar zonder energie hebben we duisternis, honger en pijn. Met energie hebben we licht, veiligheid en warmte.” Energie is belangrijk voor de mens. Maar toch. Ook met energie kan er duisternis, honger en pijn zijn en zonder energie kan er veiligheid, licht en warmte zijn. Hij gaat verder: “Wij geloven dat technologie de oplossing is voor de achteruitgang en de crisis van het milieu. Een technologisch geavanceerde samenleving verbetert de natuurlijke omgeving, een technologisch stagnerende samenleving ruïneert deze. Als je milieuverwoesting wilt zien, bezoek dan een voormalig communistisch land. De socialistische USSR was veel slechter voor het milieu dan de kapitalistische VS. Google maar eens op het Aralmeer.” Technologie heeft die crisis van het milieu mede veroorzaakt. Dat wil niet meteen zeggen dat technologie niet ook een deel van de oplossing kan zijn. Techniek is neutraal, het is de manier waarop techniek wordt gebruikt. Wat bijzonder is aan deze bewering, is dat Andreessen twee voorbeelden als maatgevend gebruikt: de VS en de USSR en daaruit concludeert dat een technologisch geavanceerde samenleving de natuur verbetert een technologisch stagnerende samenleving deze ruïneert. Het lijkt me trouwens sterk dat de natuur in de VS nu in een betere staat is dan bijvoorbeeld tweehonderd jaar geleden. Je kunt geen algemene conclusie trekken uit twee voorbeelden. Hier is, net als in het hele manifest, sprake van geloven. Niet van feitelijkheden.

“Wij geloven dat we intelligentie en energie in een positieve feedbacklus moeten plaatsen en beide tot in het oneindige moeten stimuleren. Wij geloven dat we de feedbacklus van intelligentie en energie moeten gebruiken om alles wat we willen en nodig hebben in overvloed te maken. ….Wij geloven dat technologie de wereld uiteindelijk drijft naar wat Buckminster Fuller “efemerealisatie” noemde – wat economen “dematerialisatie” noemen. Fuller: “Technologie laat je steeds meer doen met steeds minder totdat je uiteindelijk alles kunt doen met niets.” Nu is mij altijd geleerd dat je niets voor niets krijgt, alles kost inspanning. Alles doen met niets en zo overvloed creëren in alles, dat klinkt geweldig. Maar dan toch even. Andreessen gelooft heilig in een vrije markt waar de: “(g)ewillige koper (…) (de) gewillige verkoper,” ontmoet en een prijs afspreken waar beide partijen van profiteren. Maar wie is er bereid om iets te betalen als alles er in overvloed is en, als je met ‘niets doen alles kunt’? Wie gaat er dan nog ondernemen?

Hij gaat verder: “Wij geloven dat het ultieme resultaat van technologische overvloed een enorme uitbreiding kan zijn van wat Julian Simon “de ultieme hulpbron” noemde – mensen. Wij geloven, net als Simon, dat mensen de ultieme bron zijn – met meer mensen komt er meer creativiteit, meer nieuwe ideeën en meer technologische vooruitgang. Wij geloven dat materiële overvloed uiteindelijk meer mensen betekent – veel meer mensen – wat weer leidt tot meer overvloed. Wij geloven dat onze planeet dramatisch onderbevolkt is, vergeleken met de bevolking die we zouden kunnen hebben met een overvloed aan intelligentie, energie en materiële goederen. Wij geloven dat de wereldbevolking zich gemakkelijk kan uitbreiden tot 50 miljard mensen of meer, en dan nog veel verder als we uiteindelijk andere planeten gaan bewonen. Wij geloven dat uit al deze mensen wetenschappers, technologen, kunstenaars en visionairs zullen voortkomen die onze stoutste dromen overtreffen.” 50 Miljard, dat is zes keer de huidige aardbevolking. Recht toe recht aan rekenend betekent dat bijna 110 miljoen mensen in Nederland … . Dat is inderdaad overvloed, om de kop waaronder Andreessen dit schrijft aan te halen. Nu laten de feiten zien,, en dat schrijft Andreessen zelf ook, dat: “Ontwikkelde samenlevingen (…) over de hele wereld (ontvolken), in alle culturen – de totale menselijke bevolking is misschien al aan het krimpen.” Dit terwijl we aan technologie nu ook al geen gebrek hebben. Dat de bevolkingsgroei wereldwijd stagneert en neigt naar krimp vanaf zo 2050, komt omdat wij mensen kiezen voor minder kinderen en op latere leeftijd. Het lijkt mij sterk dat ‘technologie’ ervoor gaat zorgen dat hierin verandering komt. Om tot die 50 miljard te komen, zullen vrouwen meer kinderen moeten baren. Of laat Andreessen dit ook over aan de technologie en wordt seks alleen voor het plezier?

“Wij geloven dat technologie universalistisch is. Technologie geeft niets om je etniciteit, ras, religie, afkomst, geslacht, seksualiteit, politieke opvattingen, lengte, gewicht, haar of het gebrek daaraan. Technologie is de ultieme open samenleving,” aldus Andreessen. Dat klinkt geweldig. De praktijk ziet er echter heel anders uit. Techniek geeft inderdaad niets om etniciteit, ras, religie enzovoorts. Techniek is neutraal. De manier waarop techniek wordt gebruikt echter niet. En net zoals alles op deze aarde, leunt techniek naar macht. Of beter gezegd, de mensen die techniek inzetten leunen naar macht en mensen met macht leunen naar techniek om hun macht te vergroten.

“Technologie wordt gebouwd door een virtuele Verenigde Naties van talent van over de hele wereld. Iedereen met een positieve instelling en een goedkope laptop kan bijdragen,” zo gaat hij verder. Techniek werkt vooral voor de ‘Andreessens, Musks, Gates en Zuckerbergs van deze wereld. Mensen met geld die streven naar macht. Ze werkt ook voor de Xi’s, Poetins en Trumps van deze wereld, mensen die techniek inzetten om hun macht te vergroten. Een positieve instelling en een laptop kunnen daar niet tegenop. In die technologische Verenigde Naties van deze wereld vormen de tech bro’s en de autocraten de ‘Veiligheidsraad’. En net als in de echte Verenigde Naties gebeurt er niets als de Veiligheidsraad het niet wil.

Andreessen vervolgt met: “Technologie is de ultieme open samenleving,” De macht van de Xi’s en Poetins aan de ene kant en Musks, Zuckerbergs en Andreessens aan de andere kant maken dat Andreessens ultieme open samenleving een behoorlijk gesloten indruk maakt. Er is niets opens aan Facebook en Twitter. Een open en democratische samenleving vraagt, zoals Jan Werner Müller terecht constateert om intermediaire instellingen zoals politieke partijen en media die breed toegankelijk, nauwkeurig in de zin dat politieke oordelen en meningen moeten worden onderbouwd door feiten, autonoom in de zin van niet op corrupte wijze afhankelijk zijn van min of meer verborgen actoren, evalueerbaar en controleerbaar zijn4. Facebook en Twitter zijn breed toegankelijk. Aan de andere genoemde aspecten waaraan een intermediaire instelling moet voldoen, schort bij Facebook en Twitter het nodige. En dat geldt ook voor alle vormen van artificiële intelligentie die tot op heden zijn ontwikkeld. En als artificiële intelligentie werkelijk intelligenter wordt dan de mens, dan wordt dat helemaal een probleem.

“Wij geloven dat Amerika en haar bondgenoten sterk moeten zijn en niet zwak. Wij geloven dat nationale kracht van liberale democratieën voortvloeit uit economische kracht (financiële macht), culturele kracht (zachte macht) en militaire kracht (harde macht). Economische, culturele en militaire kracht vloeien voort uit technologische kracht. Een technologisch sterk Amerika is een goede kracht in een gevaarlijke wereld. Technologisch sterke liberale democratieën waarborgen vrijheid en vrede. Technologisch zwakke liberale democratieën verliezen van hun autocratische rivalen, waardoor iedereen slechter af is.” Technologie als wondermiddel om de democratie te redden. De ervaringen in de huidige wereld laten zien dat technologie net zo goed gebruikt kan worden ter inrichting en versterking van een autocratie. Als we alle berichten mogen geloven dan is China hard op weg om de dystopische samenleving die Orwell in zijn roman 1984 schetst, te realiseren. Een staat waarin de overheid ieder aspect van het leven bewaakt, controleert en beïnvloedt. En aan de andere kant worden nu onze ogen geopend dat monopolistische bedrijven op de vrije Amerikaanse markt het gewin boven de moraal stellen en zich voegen naar de ‘wil van Trump’. Bedrijven die in het Westen hetzelfde doen en kunnen als de Chinese staat in China. Bedrijven die zich opwerpen als nieuwe intermediaire instellingen zoals Müller ze beschrijft maar die niet voldoen aan belangrijke kenmerken van intermediaire instellingen. Het is niet de techniek die vrijheid en vrede, laat staan de (liberale) democratie, garandeert. Dat kan alleen de mens. Maar dat kan de mens niet in z’n eentje. Daarvoor is een sterke overheid nodig. Een sterke overheid die, om de al genoemde Müller aan te halen, deze monopolies kan opbreken en ze andere wettelijke kaders oplegt5.

Onder het kopje The Meaning of Life wordt het heel bijzonder, verwarrend en tegenstrijdig. Na inleidende opmerkingen dat techno-optimisme een materiële en geen politieke filosofie is en niet links en ook niet rechts, begint het bijzondere: “Een veelgehoorde kritiek op technologie is dat het de keuze uit ons leven wegneemt omdat machines beslissingen voor ons nemen. Dit is ongetwijfeld waar, maar wordt ruimschoots gecompenseerd door de vrijheid om ons leven in te richten die voortvloeit uit de materiële overvloed die wordt gecreëerd door ons gebruik van machines.” Lees ik hier goed dat het inleveren van de politieke vrijheid om belangrijke keuzes te maken wordt goedgemaakt omdat we ons leven makkelijk kunnen maken door de door de machines gecreëerde materiële overvloed? Dat lijkt verdacht veel op het China onder Xi. De Chinezen hebben geen politieke vrijheid maar wel in toenemende mate spullen om hun leven te vergemakkelijken. Als een volleerd Romeinse keizer stelt Andreessen voor om het volk af te kopen met ‘brood en spelen’.

Dat is niet het enige: “Materiële overvloed van markten en technologie opent de ruimte voor religie, voor politiek en voor keuzes over hoe te leven, sociaal en individueel.” Maar wacht even. De markt moest toch voorkomen dat mensen: “legers zouden oprichten en religies zouden beginnen?” Ze moesten toch worden verleid naar: “vreedzame productieve bezigheden?” Nu opent diezelfde markt met de technologie de ruimte voor religie en via religie dan ook weer naar oorlog want dat beschreef Andreessen als een een-tweetje.

Hij gaat verder. Technologie is: “Bevrijdend van menselijk potentieel. Bevrijdend voor de menselijke ziel, de menselijke geest. Uitbreiding van wat het kan betekenen om vrij te zijn, om vervuld te zijn, om te leven. Wij geloven dat technologie de ruimte opent van wat het kan betekenen om mens te zijn.” Technologie heeft niets met vrijheid te maken. Vrijheid kan zonder technologie en onvrijheid kan ook met technologie. Sterker nog, vrijheid is, aldus de digitale Van Dale: “onafhankelijkheid.” Hoe onafhankelijk ben je als je afhankelijk bent van techniek? Techniek bepaalt niet wat het betekent om mens te zijn. Technologie kan het leven makkelijker maken. Het kan het echter ook veel moeilijker maken. Dit laatste zien we iedere dag als we beeld en geluid uit onder andere Oekraïne en Gaza krijgen.

Andreessen ziet ook ‘vijanden’. Onder dat kopje schrijft hij: “Onze vijanden zijn geen slechte mensen, maar eerder slechte ideeën.” En die slechte ideeën worden: “al zes decennia lang,” als een: “massale demoralisatiecampagne – tegen technologie en tegen het leven,” gevoerd. Gevoerd: “onder uiteenlopende namen als “existentieel risico”, “duurzaamheid”, “ESG”, “Sustainable Development Goals”, “sociale verantwoordelijkheid”, “stakeholderkapitalisme”, “voorzorgsprincipe”, “vertrouwen en veiligheid”, “tech-ethiek”, “risicobeheer”, “ontgroeiing”, “de grenzen van de groei”.” Die slechte ideeën zijn: “gebaseerd op slechte ideeën uit het verleden – zombie-ideeën, veel afgeleid van het communisme, toen en nu rampzalig – die weigeren te sterven.” Noem het ‘communistisch’ en inhoudelijke onderbouwing van je bezwaar is niet meer nodig. Laat alles wat achter die ‘uiteenlopende namen’ gebeurt achterwegen en we kunnen terug naar slavernij en kinderarbeid. Naar massale vervuiling van onze leefomgeving door bedrijven. Naar arbeidssituaties waarbij Rana-plaza een walhalla lijkt. Naar zaken die het leven voor het overgrote deel van de mensheid beter maakt. En eigenlijk voor alle mensen want ook de Andreessens, Musks en Bezossen kunnen de aarde nog niet ontvluchten, al willen ze dat wel graag.

Andreessens vervolgt zijn lijst met wat stropoppen: “Onze vijand is stagnatie. Onze vijand is anti-verdienste, anti-ambitie, anti-streven, anti-prestatie, anti-grootheid. … Onze vijand is bureaucratie, vetocratie, gerontocratie, blinde eerbied voor traditie.” Niemand is voor deze zaken. Niemand is voor bureaucratie. Echter, zonder enige vorm van bureaucratie kan een samenleving die groter is dan 500 mensen niet en een moderne westerse samenleving al zeker niet. “Onze vijand is corruptie, regelzucht, monopolies, kartels.” Een bijzondere opsomming want tegen kartels, monopolies en corruptie zijn, kan niet zonder regels. Vervolgens weer een stropop: “Onze vijand zijn instellingen die in hun jeugd vitaal en energiek waren en de waarheid zochten, maar die nu gecompromitteerd en aangetast en instortend zijn – die vooruitgang blokkeren in steeds wanhopiger pogingen om relevant te blijven, die verwoed proberen hun voortdurende financiering te rechtvaardigen ondanks spiraalvormig disfunctioneren en escalerende onbeholpenheid.” Het zou geen stropop zijn als hij man en paard zou noemen. De ene lezer denkt hierbij aan bijvoorbeeld milieudefensie, ik lees hierin Facebook, Twitter en eenmanspartij PVV.

Dan volgt een bijzondere vijand: “Onze vijand is de ivoren toren, de know-it-all gecrediteerde expert wereldbeeld, zich overgeeft aan abstracte theorieën, luxe overtuigingen, sociale engineering, losgekoppeld van de echte wereld, waanvoorstellingen, ongekozen, en onverantwoordelijk – God spelen met het leven van anderen, met totale isolatie van de gevolgen.” Andreessen heeft hierbij vast mensen op het oog. Bijvoorbeeld ‘woke wetenschappers’ die zich bezighouden met milieubescherming of rechtvaardigheid. Maar als we het dan toch over ‘ongekozen voor God spelen met het leven van anderen, met totale isolatie van de gevolgen’ hebben, dan zie ik Andreessens manifest. Door niets en niemand gekozen pleit hij voor het ongehinderd door die misleidende demoralisatiecampagne en bureaucratie ruim baan geven aan ‘techniek en de markt’. De pot verwijt de ketel.

“Onze vijand is spraak- en gedachtecontrole – het toenemende gebruik, in het volle zicht, van George Orwell’s “1984” als handleiding.” En wat maakt spraak en gedachtecontrole mogelijk? Juist ja, de moderne technische middelen. Het probleem van de Stasi was dat ze een karrenvracht aan ‘Informelle’ nodig had. Op vijftig Oost-Duitsers was er één werkzaam voor de Stasi, in totaal zo’n 300.000. ‘Informelle’ die naast de overige burgers ook elkaar bespioneerden. Zuckerbergs Meta controleert met minder dan 75.000 personeelsleden de gedachten en spraak van meer dan 3 miljard mensen. En het bedrijf gaat daarbij verder dan controle. Het verkoopt je gegevens zodat andere bedrijven of politici je gedachten in een bepaalde richting kunnen sturen. In de richting van een nieuw mobieltje wat je te ‘toch echt nodig hebt’ om erbij te horen. Maar ook in de richting van een politieke stroming.

“Onze vijand is vertraging, afnemende groei, ontvolking – de nihilistische wens, zo trendy onder onze elites, voor minder mensen, minder energie en meer lijden en dood.” En ja, daar is weer de vijand nummer één van iedereen en zeker van een populist: de elite die met vooropgezette plannen ons naar de ondergang wil werken. Bijzonder om een miljardair te horen praten over ‘de elite’. Als ‘ontvolking’ de vijand is, dan behoort het gros van de wereldbevolking tot de vijand. Het gros van de wereldbevolking kiest namelijk voor minder kinderen. Zoveel minder dat in grote delen van de wereld, en dan voor de rijkere en technologische geavanceerdere delen van de wereld er minder kinderen worden geboren dan er nodig zijn om de bevolking op peil te houden. Er is geen ‘elite’ die hen daartoe dwingt. Die keuze maken ze zelf in alle vrijheid. Vervult Andreessen nu niet de rol van de ‘elite’ door erop te wijzen dat de wereld naar de 50 miljard mensen moet?

En na de ‘elite’ komt de heks in beeld: “We zullen mensen die gevangen zitten door deze zombie-ideeën uitleggen dat hun angsten ongegrond zijn en dat de toekomst rooskleurig is. Wij geloven dat deze gevangen mensen lijden aan ressentiment – een heksenbrouwsel van wrok, bitterheid en woede dat ervoor zorgt dat ze verkeerde waarden aanhangen, waarden die schadelijk zijn voor zowel henzelf als de mensen om wie ze geven. Wij geloven dat we hen moeten helpen om de weg te vinden uit hun zelfopgelegde labyrint van pijn.” Wat menslievend van Andreessen dat hij mensen wil redden. De ‘heks’ met zoals we eerder zaken ‘communistische wortels. Andreessen schrijft dit onder het kopje vijanden. Dat duidt op ressentiment van zijn kant. Een vijand is, aldus de digitale Van Dale, naast een “vijandelijk leger, of vijandelijk volk” ook: “iemand die haatgevoelens heeft en deze probeert te uiten in daden of woorden.” Zit Andreessen niet gevangen in zijn eigen ‘terminator-ideeën’ en legt hij hier niet vol ressentiment aan ons uit dat wij de verkeerde waarden aanhangen. Moeten we hem niet ‘bevrijden’ uit zijn ‘zelfopgelegde labyrint van pijn’?

Van de vijanden stapt hij over naar de toekomst. “Welke wereld bouwen we voor onze kinderen en hun kinderen en hun kinderen? Een wereld van angst, schuld en wrok? Of een wereld van ambitie, overvloed en avontuur? Wij geloven in de woorden van David Deutsch: “We hebben de plicht om optimistisch te zijn. Omdat de toekomst open is, niet vooraf bepaald en daarom niet zomaar geaccepteerd kan worden: we zijn allemaal verantwoordelijk voor wat die toekomst in petto heeft. Daarom is het onze plicht om te vechten voor een betere wereld.”” Een laatste stropop. Net als er iemand is die een wereld van angst, schuld en wrok wil en daarvoor pleit. Andreessen manier om voor die betere wereld te vechten is het Techno-Optimisme. Mijn manier om te vechten voor een betere en optimistischer wereld is er door bombastische verhalen als die van Andreessen te ontleden tot wat ze zijn. En wat is dat Andreessens verhaal?

Hierboven wees ik al de tegenstrijdigheid in Andreessens manifest met betrekking tot religie. De tegenstrijdigheid dat markten en techniek de mens daarvan weg moest verleiden en dat hij verderop betoogde dat dezelfde markten en techniek hen daar vervolgens de ruimte voor zou geven. Een goede lezer zal het zijn opgevallen dat veel zinnen uit het manifest beginnen met de woorden: ‘wij geloven’. Daarmee kom ik bij het belangrijkste. Andreessen houdt een lofzang op de markt en onbegrensde mogelijkheden van techniek. Techniek is een product van menselijk vernuft en nam een grote vlucht toen de mens wetenschap ging bedrijven. Het manifest krijgt hiermee een zweem van wetenschappelijkheid. Het manifest heeft echter niets met wetenschap te maken. Het is geloof, het is niets meer en niet minder dan een religie. Een geloof waar de techniek de plaats van God heeft ingenomen en aanbeden moet worden. Techniek is echter geen God, het levert middelen die mensen kunnen gebruiken. Ze kunnen ten goede en ten kwade worden gebruik. Net zoals religieuze verhalen uit de bijbel, koran en de thora ten goede en ten kwade gebruikt kunnen worden. En net zoals die religieuze boeken zit het Techno-Optimistisch Manifest vol met tegenstrijdigheden en met hele, halve waarheden en zelfs onwaarheden. Het Manifest zegt alles over Andreessens denken en veel over het denken in de hoogste regionen van de ‘techindustrie’. Dat er in die regionen op deze manier wordt gedacht, baart grote zorgen. Grote zorgen omdat de kringen waarin Andreessen verkeert, de zoals Morozov ze in het Correspondentartikel noemt: “filosoof-koningen van Silicon Valley (…) niet slechts de weldoeners van vroeger (zijn), die geld stoppen in denktanks. Nee, deze mannen bouwen aan zwaarder geschut: hun investeringsportfolio’s zijn manifestaties van hun filosofische standpunten; ze zetten hun overtuigingen om in klinkklare marktposities. Waar de miljardair uit de industriële tijd een stichting optuigde als hij zijn wereldbeeld wilde vereeuwigen, bouwen deze figuren investeringsfondsen die tegelijkertijd dienen als ideologische forten.”

Morozov: “Deze mannen hebben immers drie dodelijke gereedschappen in hun kist: plutocratisch gewicht (zó geweldig veel geld dat ze de fysieke werkelijkheid kunnen vervormen), orakelachtige autoriteit (waarbij ze hun technologische visies presenteren als onvermijdelijke toekomstvoorspellingen) en platformsoevereiniteit (ze bezitten de digitale knooppunten waar maatschappelijke discussies zich ontvouwen).” Deze mannen zijn gevaarlijk en dat maakt dit manifest gevaarlijk. Gevaarlijk omdat het ons in slaap probeert te sussen met een nieuwe ‘religie’. Een nieuwe religie die net als de eerdere religies, uit is op je slaafse gehoorzaamheid. Dat doet ze door je vrijheid in de vorm van een materialistische hemel op aarde te beloven, maar je ondertussen berooft van je echte vrijheid. Hij berooft je van die vrijheid door je ‘brood en spelen’ te beloven.

1 Een stropop is een redenering waarbij niet de werkelijke redenering van een opponent wordt weerlegd, maar een karikatuur ervan.

2 https://www.businessinsider.nl/in-chili-ligt-een-berg-kleding-die-vanuit-de-ruimte-zichtbaar-is/

3 Ha-Joon Chang, 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, pagina 18. Nieuw Amsterdam 2010

4 Jan Werner Müller,Democracy Rules, pagina 139-140

5 Idem, pagina 183

This machine greens itself

“Even meegelezen met je artikel, interessant, dank voor het delen. Meneer Quivooy heeft echter wel een goed punt. Bitcoin mining kan Ethiopie wel degelijk op een goede manier vooruit helpen, mits de overheid het daar natuurlijk op de juiste manier inzet. De kunst is om dat nationaal- of systeemtechnisch te bekijken. Dat vraagt een flink onderzoek.” De reactie van Bert Bosman op mijn recente prikker waarin ik crypto vergeleek met de second cousin to Harvey the Rabbit. Om de titel van die Prikker aan te halen. Bij het bericht een link naar een filmpje met als titel “This Machine Greens” – Bitcoin and the future of clean energy.” Benieuwd of ik iets had gemist, bekeek ik de film.

bron: valori.it

De film begint met de uitspraak dat beschaving gemeten kan worden aan de hand van het energiegebruik. En, zo wordt terecht opgevoerd, de zon geeft ons veel meer energie dan we gebruiken. Dus om stappen te maken moeten we meer van die energie kunnen ‘vangen’ en naar de juiste plek transporteren. De mens zette hierin de eerste grote stap met het onder controle krijgen van vuur. Die stap maakte het, zo wordt terecht in de film betoogd, mogelijk dat onze hersens groeiden. Vervolgens gebruikten we dieren, wind, water enzovoorts als energiebron en daarmee hield het niet op. Zoals een van de sprekers in de film terecht zegt, als we geen externe energiebronnen meer konden gebruiken, of zoals die man het zegt, de stroom uitzetten, dan sterft het overgrote deel van de mensheid binnen een week en de rest de week erna. Hij sluit af met de woorden: “Energy is everyting.”

Vervolgens maakt de film een bijzondere ‘afslag’ in een deel met als subtitel: “Money is energy.” Dit wordt, zo betogen de makers, aangetoond door onze voorouders, die veel tijd en energie stopten in het maken van grote stenen (het Micronesische eiland Yap) en schelpen die als geld functioneerden. Die tijd en energie waren, zo betogen de makers, het bewijs van hun waarde. En van daaruit wordt de stap gemaakt naar goud. Ook het delven van goud kost veel tijd en energie. Hoeveel tijd en energie laat de Discovery serie Gold Rush zien. Die stenen, schelpen en goud maakten het mogelijk om waarde te transporteren, aldus de filmmakers.

De gebruikswaarde van die stenen, schelpen en het goud is nihil. Je kunt er hooguit een schelpenpad mee maken of een kunstenaar kan ze gebruiken voor een kunstwerk. In dat geval zit de waarde niet in de schelpen maar in de ‘gek’ die het kunstwerk koopt. Die Micronesische stenen zou je als molensteen kunnen gebruiken of als veel te zwaar wiel van een wagen en de gebruikswaarde van goud is pas recentelijk, sinds het wordt gebruikt in elektronica wat gestegen. Die stenen, schelpen en het goud ontlenen hun waarde alleen aan het vertrouwen van de mensen die het gebruiken, Het vertrouwen dat ik voor die ‘drie schelpen een mand krijg. Dat bepaalt de waarde en niet de energie die het kost om ze te maken. Zo kan de energie die erin wordt gestopt niet de recente stijging tot recordhoogten van de goudprijs verklaren.

De Bitcoin, vraagt ook heel veel energie om te ‘mijnen’. En daarmee kom ik bij de bijzondere logica van de filmmakers. Als alle teckels honden zijn, wil dat nog niet zeggen dat alle honden teckels zijn. De stenen, schelpen en het goud kostten veel energie en daarom vertegenwoordigen ze veel waarde, zo betogen de makers van de film. Bitcoin kost ook veel energie maar dat wil nog niet zeggen dat het veel waarde heeft. Of nog anders, een meubelmaker stopt ook veel tijd en energie in de kast die hij of zij maakt, zou dat dan ook geld zijn? De waarde van een Bitcoin in het verhaal dat je gelooft of niet, niet in de energie. Terecht constateren de makers dat die stenen, schelpen en later het goud ons veel energie kostten maar, zoals ik hier betoog, zit de waarde niet in de energie maar in het vertrouwen. Voor dat vertrouwen is iets wat veel energie heeft gekost niet nodig. Ook een brief met daarop een verklaring van de schrijver voldeed, zo bleek vanaf de dertiende eeuw. Dat maakte uiteindelijk dat iemand de zijn staaf goud meer dan één keer kon uitgeven. Dit heeft zich uiteindelijk zover ontwikkeld dat goud helemaal niet meer nodig is. Sterker nog, zelfs een papiertje (geldbiljet) is niet meer nodig. Je hoeft je plastic kaart alleen maar voor de scanner te houden. Geld kost hierdoor steeds minder energie.

De film maakt een tweede bijzondere wending. Terecht constateren de makers van de film dat sinds de klimaatconferentie van Rio in 1992 de pogingen om de energievoorziening te verschonen, tekort zijn geschoten net als pogingen om de uitstoot van koolstofdioxide te beperken. En daar gaat de Bitcoin verandering in brengen, aldus de makers. Niet van bovenaf, zoals tot nu toe, maar van onderop. Want om geld te verdienen, zoeken de Bitcoin mijnwerkers naar goedkope en schone energie die nodig is om het tij te keren. En dan volgen voorbeelden. Zo gebruiken de mijnwerkers in El Salvador energie opgewekt vanuit een vulkaan. Bitcoin maakt die investering mogelijk, aldus de makers. Mogelijk omdat er een constante hoeveelheid energie nodig is en voor de energiecentrale dus gegarandeerde afname. Of het afvangen van methaan bij de productie van olie en gas om daarmee elektriciteit op te wekken. En zo gaat de film nog even verder. Porté van het verhaal: Bitcoin zorgt voor een schonere wereld. “Bitcoin should be celebrated,” aldus een spreker in de film. Je zou het gaan geloven. Bijna dan.

Bijna, want die hele berg energie wordt gebruikt voor iets waarvan de gebruikswaarde nul komma nul is. Voor een second cousin to Harvey the Rabbit’. De elektriciteit van waterkrachtcentrales die de Ethiopische Bitcoinboys gebruiken, kan ook worden gebruiktom elektrisch op te koken of voor andere zaken van waarde. Dat geldt ook voor de energie van die met die methaan wordt opgewekt. En als het om uitstoot van koolstofdioxide gaat, zou je er ook voor kunnen kiezen om die olie of gas in de grond te laten zitten. Als je de markt eruit haalt, dan kun je die centrale bij die vulkaan ook bouwen en de energie naar plekken transporteren waar ze gebruikt wordt. Daarvoor is Bitcoin niet nodig. Er wordt inderdaad behoorlijk ‘gegreened’ om dat woord uit de titel te gebruiken. Maar dan wel greenwashing: “het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Men doet alsof men weloverwogen met het milieu en/of andere maatschappelijke thema’s omgaat, maar dit blijkt vaak niet meer dan ‘een likje verf’ te zijn.1

1 Zie Wikipedia

It takes a village

“Dit is een terugkerend patroon. Gemeenten beloven hervormingen en accepteren dat daardoor geld bespaard kan worden, maar als puntje bij paaltje komt keren ze zich tegen de bezuinigingen en eisen ze meer geld.” Dit schrijft Wim Groot in een artikel bij Wynia’s Week. Zo, daar kunnen de gemeenten het mee doen. Dat, en het verwijt dat ze: sinds ze in 2015 verantwoordelijk werden voor de Jeugdhulp: “de sluizen open zetten voor het beroep op de jeugdzorg.” Een bijzonder betoog.

Een bijzonder betoog om meerdere redenen. Als eerst adviseert Groot: “leg het rapport van de commissie-Van Ark in een diepe la en stel een commissie van echte deskundigen in om advies te geven over de aanpak van de problemen in de jeugdzorg.” Dat advies moet in de la want: “Wat opvalt aan de leden van de deskundigencommissie is dat het geen experts zijn op het terrein van de jeugdzorg. Naast voormalig zorgminister Van Ark zitten in de commissie twee topambtenaren van Financiën en Onderwijs, een voormalig commissaris van de Koning en een directeur van een onderzoeksinstituut.”Zo adviseert een … hoogleraar economie.

bron: Flickr

Een tweede bijzonderheid is dat Groot, om het met enige overdrijving te zeggen, suggereert dat de wereld pas sinds 1 januari 2015 bestaat. “Sinds in 2015 de gemeenten verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg, zijn het gebruik en de kosten explosief toegenomen. Tussen 2015 en 2022 is het aantal jongeren in de jeugdzorg met een kwart gestegen. De kosten stegen zelfs met 81 procent. In 2022 werd ruim 6,5 miljard euro uitgegeven aan jeugdzorg.” Vandaar Groots ‘constatering’ dat de gemeente de sluizen hebben opengezet. Gemeenten hebben er, zo betoogt Groot, een puinhoop van gemaakt.

Dan even voor Groot. Laten we eens ruim vijftien jaar teruggaan in de tijd, naar 2010. Vijf jaar vóór de decentralisatie waarnaar Groot verwijst. Dat prachtige jaar waarin ‘we’ bijna wereldkampioen werden. Bijna, want na een prachtige pass van de op dat moment in topvorm zijnde Wesley Snijder, stoof Arjen Robben op het Spaanse doel af. Helaas voor ‘ons’ zat ‘de teen van Casillas’ er nog tussen. Dat was ook het jaar dat de Tweede Kamerwerkgroep Toekomstverkenning jeugdzorg verslag uitbracht. “De werkgroep constateert dat de afgelopen jaren sprake is van een gestage toename van de vraag naar jeugdzorg. Hiervoor worden verschillende oorzaken genoemd, die niet allemaal even volledig, betrouwbaar en wetenschappelijk onderbouwd zijn. Voor de goede orde: onder jeugdzorg verstaat de werkgroep in beginsel de zorg die boven preventie uitstijgt, en meer is dan een eenvoudig advies of lichte opvoedondersteuning. De werkgroep vindt de toename van de vraag een zorgelijke ontwikkeling. Daarom vindt zij het van belang om inzicht in de oorzaken van de groei te vergroten, zodat gerichte maatregelen mogelijk zijn.” Zo is te lezen in het rapport van deze commissie. Het beroep op de jeugdhulp steeg ook voor 2015. Dat was juist een van de redenen achter de decentralisatie.

Dat, en opvatting van die Werkgroep: “dat het voorkomen van dreigende ernstige gedragsproblematiek en vroegtijdige interventie bij bestaande ontwikkelingsstoornissen de kansen van kinderen op maatschappelijke participatie in de toekomst sterk kan vergroten. De kern van veel problemen op latere leeftijd dienen zich immers aan in de eerste levensjaren. Problemen worden op dat moment nog te vaak niet of te laat onderkend.” De oplossing: zo vroeg mogelijk signaleren en helpen om ellende later te voorkomen. Maar wat gebeurt er als je ‘vroeg gaat signaleren’? Dan vind je zaken die totproblemen kunnen leiden. Kunnen leiden maar dat is geen wetmatigheid. Problemen kunnen ook ‘vanzelf’ overgaan of kinderen en ouders vinden hun eigen weg om ermee om te gaan. Door het vroege signaleren ontvangen bijna al die kinderen nu een of andere manier van jeugdhulp. Bovendien vinden ze er nog veel meer want, zo constateerde de Werkgroep in 2010: “Er bestaat een lagere acceptatie bij zowel de burger als de samenleving van afwijkend gedrag” Gevolg is dan dat er bij elke afwijking wordt ingegrepen om te voorkomen dat er later ‘ellende ontstaat ook al is de kans dat die ellende optreedt, beperkt. Zo ontstaat langzaam ‘a perfect storm’ of beter gezegd een wicked problem: “een probleem dat moeilijk of onmogelijk oplosbaar is door onvolledige, tegenstrijdige en veranderende voorwaarden voor probleemoplossing die veelal moeilijk te identificeren zijn. Vanwege de interdependenties (samenhang) kan een poging tot oplossing van een deel van een ongestructureerd probleem resulteren in andere problemen,” zoals Wikipedia het omschrijft.

Dat het een wicked problem is, wordt duidelijk als we nog wat verder teruggaan in de tijd, naar 2005. Toen werd de voorganger van de huidige Jeugdwet 2015 aangenomen, de Wet op de jeugdzorg. Een wet die er lang over deed om uiteindelijk wet te worden, want het wetsvoorstel werd in 2001 ingediend. Die wet was nodig, zo is te lezen in de memorie van toelichting omdat de toen geldende wet, de Wet op de jeugdhulpverlening van 1989, onvoldoende: “mogelijkheden voor een eenduidige aansturing en financiering,” bood. “Ter bevordering van de samenhang op uitvoeringsniveau geeft de Wet op de jeugdhulpverlening regels omtrent de samenwerking tussen uitvoerders van voorzieningen,” aldus de memorie van toelichting. Toen mankeerde er dus ook al wat aan de samenwerking. De wet moest invulling geven aan vier doelstellingen: “het versterken van de voorliggende voorzieningen, de totstandkoming van één centrale herkenbare, bekende, laagdrempelige toegang tot de jeugdzorg, zijnde het bureau jeugdzorg, de totstandkoming van een passend en samenhangend zorgaanbod en het versterken van de positie van de cliënt.” Het was aan de provincies om het Bureau Jeugdzorg vorm te geven. De ‘toestanden’ waaraan de Wet op de jeugdzorg een einde moest maken, waren dezelfde die de Kamer-werkgroep in 2010 beschreef en die nu nog steeds bestaan. Naast die bureaus jeugdzorg werden in 2007, op aandringen van minister Rouwvoet ook nog de Centra voor Jeugd en Gezin toegevoegd.

Nu waren de provincies al langer verantwoordelijk voor een deel van de jeugdzorg. Namelijk sinds in 1989 de al eerder genoemde Wet op de jeugdhulpverlening in werking trad. Die wet moest een einde maken aan de sterk verzuilde en verkokerde jeugdhulpverlening. Die ‘sterke verzuiling en verkokering’ werd in de jaren zeventig geconstateerd. En een Gemengde Interdepartementale Werkgroep Jeugdwelzijnswerk adviseerde in 1976 om de jeugdhulp ‘regionaal en in samenhang’ te organiseren. Dit advies werd niet meteen door de regering overgenomen. Twee nieuwe werkgroepen moesten verder onderzoek doen. Die werkgroepen namen er hun tijd voor en in 1984 publiceerden zij hun bevindingen. En wat adviseerden de werkgroepen: hulp moet zo dicht mogelijk bij huis, van zo kort mogelijke duur en in zo licht mogelijke vorm1. Drie keer ‘zo’ maar eigenlijk vijf, want ook zo tijdig mogelijk en zo goedkoop mogelijk. Dit leidde uiteindelijk tot die Wet op de jeugdhulpverlening van 1989.

En daarmee is de cirkel rond. De ‘5 keer zo’ van 1984 werden dertig jaar later verwerkt in de volgende uitgangspunten voor het inrichten van de jeugdhulp. Normaliseren: problemen met opvoeden en opgroeien horen erbij en daarbij hulp en ondersteuning vragen en krijgen is normaal. Je helpt elkaar en als je er samen niet uitkomt, dan komt iemand je helpen met specifieke kennis en vaardigheden. Dichtbij: hulp moet dichtbij zijn. Ont-bureaucratiseren: een hulpverlener is er om hulp te verlenen en niet om lijstjes in te vullen. Alleen dat wat voor zijn werk nodig is, wordt bijgehouden. Eigenkracht: vertrouw en versterk de kracht van kind en opvoeder. En als laatste vertrouwen in de professional. Al enkele decennia wordt hetzelfde geconstateerd , wordt de verantwoordelijkheid steeds bij een andere overheid neergelegd en worden er nieuwe instituten toegevoegd om dezelfde problemen op te lossen. Nieuwe toegevoegd terwijl de oude gewoon blijven bestaan.

Volgens Groot schuift de door hem bekritiseerde commissie-Van Ark zaken weg: “Zo zegt de commissie dat de oplossing voor de grote vraag naar jeugdhulp vooral buiten de jeugdzorg ligt: in het gezin, op school en in de samenleving. De rol die gemeenten en jeugdzorgaanbieders hierbij hebben, wordt door de commissie voor het gemak maar vergeten. Gezin, school en samenleving waren er ook al vóór de gemeenten de jeugdzorg gingen uitvoeren en het gebruik en kosten de pan uit gingen rijzen.” Wat het probleem nog meer ‘wicked’ maakt, is dat de commissie-Van Ark hier de spijker op z’n kop slaat. De oorzaak van problemen met jeugdigen zijn niet altijd en zelfs vaak niet problemen van de jeugdigen. Hierdoor is jeugdhulp dus ook niet de meest passende oplossing. Ja, gezin, school en samenleving waren ook al voor 2015 een probleem, zoals ik in de historische beschouwing hierboven beschreef. Dat probleem werd met de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten niet opgelost. De invloed van gemeenten op het beleid van scholen was en bleef beperkt. Ja, beleid moet wederzijds worden besproken in een OOGO, een Op Overeenstemming Gericht Overleg. En nee, dat betekent niet dat ‘overeenstemming’ het eindresultaat moet zijn. Als er maar ‘overlegt’ is. Zo groot is die rol van gemeenten en vooral van jeugdzorgaanbieders niet.

Dat is echter klein bier vergeleken met het grootste probleem. Het grootste probleem heeft te maken met onze samenleving. Niet alleen het aantal jeugdigen dat jeugdhulp krijgt neemt toe. Ook het aantal volwassenen met een burn-out of soortgelijke klachten. Net zoals het aantal volwassenen met geestelijke problemen dat een beroep doet op de geestelijke gezondheidszorg of alternatieve varianten. Het aantal mensen dat zich eenzaam voelt. Weer even terug in de geschiedenis, naar de Memorie van toelichting bij de Jeugdwet 2015. Daarin is het volgende te lezen: “Aan dit wetsvoorstel ligt de visie op de pedagogische civil society ten grondslag waarin ieder kind een veilige omgeving om zich heen heeft, waarin de school, de naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke rol spelen.” Of, om een naar het schijnt Afrikaans gezegde aan te halen: It takes a village to raise a child. Het grootste probleem wordt in de zin erna aangestipt. Die luidt: Investeren in een positieve opvoeding, talentontwikkeling, een succesvolle schoolloopbaan en doorstroom naar werk ligt aan de basis van welbevinden, economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap.Het ultieme doel is dat iedereen het zelf rooit. Dat je van niemand afhankelijk bent. Waar dit toe leidt, tekent zich duidelijk af: een land vol met ‘villages’ zonder ‘villages’. Een land vol ‘dorpen’ zonder gemeenschap. Dorpen waar al die ‘economisch onafhankelijke’ individuen wonen en vooral fulltime werken en waar ze na het werk consumeren en aan ‘zichzelf’ werken. Waar naast elkaar wordt gewerkt en geleefd en waar bij moeilijkheden, problemen en onenigheid naar de overheid wordt gekeken want: ‘daar betalen we immers belasting voor.’

Zolang we de basis van onze samenleving en het democratisch burgerschap bouwen op economische zelfstandigheid van eenieder en daarmee individualisme stimuleren, zal de oorzaak van de toegenomen vraag naar jeugdhulp niet worden aangepakt. Ja, we moeten investeren in positieve opvoeding, talentontwikkeling en een succesvolle schoolloopbaan. Maar dan wel zodat onze kinderen een plek vinden in onze samenleving. Een plek waar ze worden gewaardeerd om wat ze voor anderen betekenen en wat ze bijdragen aan de samenleving als geheel. Die plek is meer, veel meer, dan een betaalde baan en belasting betalen.

1 https://www.canonsociaalwerk.eu/nl_jz/details_verwant.php?cps=2&verwant=251

Weer wereldkampioen worden

“Nederland was ooit de wereldkampioen in weg- en waterbouw dankzij de Zuiderzee- en Deltawerken.” Dit schrijft Peter de Waard in een column in de Volkskrant. “Maar die glorietijd is allang voorbij,” Zo kreeg: “ProRail geen enkele inschrijving (…) op de aanbesteding van de vernieuwing van de economisch zo belangrijke Betuweroute. Aannemers vinden het spoorproject te complex en te risicovol. De enige oplossing is het project nu maar in stukjes op te knippen en die allemaal apart uit te gaan besteden.”De oorzaak: “Overheden werden steeds handiger in het tegen elkaar uit spelen van aannemers bij aanbestedingen. Nu haken ze massaal af.” Zou dat werkelijk te oorzaak zijn?

De Oosterschelde dam. Bron: Flickr

Even een stukje geschiedenis. Net zoals we de burgerlijke stand aan Napoleon te danken hebben, is ook Rijkswaterstaat een product van de ‘kleine keizer’. In 1798, toen Lodewijk Napoleon, de jongere broer van Napoleon, koning van Nederland was, richtte hij het Bureau voor de Waterstaat op. Dit bureau kreeg als belangrijkste taken de aanleg, beheer en onderhoud van rivieren, kanalen, waterkeringen en polders. Die naam bleef bestaan tot 1848 toen de organisatie werd hernoemd tot Rijkswaterstaat. Die taak werd in de loop van de negentiende eeuw uitgebreid tot het ontwikkelen van het spoornet en de aanleg en het onderhoud van wegen en bruggen. Tussen 1820 en 1880 was de organisatie zelfs Rijksbouwmeester en dus verantwoordelijk voor het ontwerpen van overheidsgebouwen en andere gebouwen met een openbare functie.

Dat Nederland ‘wereldkampioen in weg- en waterbouw’ was, zoals De Waard schrijft, was de verdienste van Rijkswaterstaat. De dienst was het kenniscentrum voor weg- en waterbouw. De organisatie was, zoals ze het zelf schrijven: “allesbepalend in infrastructurele werken.” Dat is de organisatie allang niet meer want vanaf de jaren zeventig verandert de rol van de organisatie van: “van bouwer naar beheerder en van maker naar manager.” Dat houdt in dat: “De regie van een project, zoals het aanleggen of onderhouden van een weg of viaduct, (…) in handen (blijft) van Rijkswaterstaat. De uitvoering daarentegen is zo veel mogelijk in handen van de markt.1

Gevolg hiervan is dat de organisatie geen kenniscentrum meer is en de kennis is vervlogen. Die is nu versnipperd over architectenbureaus, bureaus van bouwkundigen, aannemers en andere bedrijven die hier een rol in spelen. En aangezien deze bedrijven zich ook beperken tot hun ‘kerntaken’ zijn dat veel verschillende organisaties tot en met zzp-ers en uitzendbureaus voor goedkoop personeel toe.

De Waard: “Als zich maar één gegadigde meldt is dat slecht voor de concurrentie en innovatie. En als niemand zich meer meldt, zal moeten worden uitgeweken naar het buitenland, met het risico dat Nederland zijn kennis op het gebied van weg- en waterbouw kwijtraakt. Bouwbedrijven zouden de durf moeten tonen zich in te schrijven bij aanbestedingen. En overheden moeten beseffen dat in de uiteindelijke prijs ook de risico’s zijn ingecalculeerd.”Of zou het helpen om Rijkswaterstaat weer tot dat kennisinstituut te maken en van beheerder en manager weer bouwer en maker? In het verleden werkte dat heel goed en was Nederland ‘wereldkampioen’.

1 Alle informatie over de geschiedenis en het heden van Rijkswaterstaat is afkomstig van de site van de organisatie https://www.rijkswaterstaat.nl/over-ons/onze-organisatie/onze-historie

Het oog op de bal

Deskundig gelul of gelul van een deskundige? Die vraag stelde ik me toen ik hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans bij BarLaat het volgende hoorde zeggen over het vonnis dat de Franse politica Marine Le Pen trof:Hier komen dus de rechter en de democratie tegenover elkaar te staan en je wilt de ruimte zo open mogelijk houden voor het publieke debat. Iedereen moet zich kandidaat kunnen stellen want de kiezer moet als rechter optreden en niet de rechter.1Ik viel van mij stoel.

bron: Flickr

De rechter en de democratie tegenover elkaar? Ik dacht het niet. Democratie en rechtsstaat botsen hier niet. Stel ze had een moord gepleegd. Is het dan ook aan de kiezer om hierover te oordelen? Als politici de wet overtreden, en dat deed Le Pen volgens de Franse rechter, dan moeten ze gestraft worden net als iedere andere burger. Voor het vervolgen van misdrijven hebben we in Nederland het openbaar Ministerie en in Frankrijk het Bureau du Procureur. Die klagen namens de staat aan en vervolgens is het in Frankrijk net als in Nederland aan de rechter om een uitspraak te doen. Als de wetgever ontzegging van het passief en/of kiesrecht onderdeel van die straf heeft gemaakt, dan kan de rechter dit als straf opleggen. Stel ze had een moord gepleegd op. Als de procedure Voermans gevolgd zou zijn, dan zou er een snaar zijn geraakt. Namelijk een rechtsstatelijke en grondwettelijke. Dan zouden voor politici andere regels gelden dan voor iedere andere burger. Dan betekent populariteit onschendbaarheid. Dat lijkt me niet de kant die we op moeten.

Toen ik weer op was gekrabbeld viel ik stijl achterover toen ik op LinkedIn een post van de faculteit Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit van Leiden zag. Een post waarin Voermans uitspraken zonder commentaar en kritische kanttekening worden aangehaald. Bijzonder!

Enigszins hersteld van die val achterover las ik het Commentaar van Peter Giesen in de Volkskrant. Terecht constateert hij dat: “ Het (…) de rol van de rechter (is) om wetten toe te passen, niet om aan politiek te doen. Als een scheidsrechter van een voetbalwedstrijd in de tweede minuut een zware overtreding constateert, zal hij de rode kaart moeten trekken, ook al beïnvloedt hij daarmee het verloop van de wedstrijd.” Bijzonder in zijn betoog is dan weer dat hij het discutabel vindt dat: “Le Pen is uitgesloten op basis van het oordeel van één rechter, wiens oordeel in hoger beroep ongedaan kan worden gemaakt.” Dit is niet discutabel. Daar is die rechter voor aangenomen en de wetgever heeft dat zo bepaald. En ja, in hoger beroep kan er anders worden besloten. Als dat gebeurt, dan is dat de nieuwe situatie en moeten we van daaruit verder. Daarop vooruitlopen heeft geen zin want het zou net zo goed kunnen dat de rechters in hoger beroep het vonnis bekrachtigen of zelfs nog zwaarder straffen.

Het zijn bijzondere tijden. Tijden waarin het lastig is om het oog op de bal te houden. Zelfs voor mensen wiens werk het is.

1 Vanaf ongeveer minuut 14.54.

Von Kreyfelts’ stropop

“Dus laten we stoppen met het heilige aura rond ‘de pers’ alsof die vanzelfsprekend boven alle kritiek verheven is. Journalisten zijn geen priesters. En wie de vrijheid van meningsuiting alleen verdedigt zolang het uit zijn eigen kring komt, is niet voor vrijheid, maar voor controle.” aldus Max von Kreyfelt in een artikel op LinkedIn. Bij het lezen van het artikel moest ik denken aan een stropop en dat schreef ik er ook onder. Een stropopredenering of stropop is een manier van redeneren waarbij je niet het werkelijke standpunt van je tegenstander weerlegt, maar een karikaturale variant ervan. Het is een drogredenering, een redenering die niet correct is maar wel aannemelijk lijkt.

bron: Flickr

Volgens Von Kreyfelt, zo begint hij zijn artikel, is: “Vrijheid van meningsuiting is geen persvrijheid—en het wordt tijd dat we dat hardop zeggen.” Volgens Von Kreyfelt leidt dit: “tot een hardnekkige verwarring in het publieke debat.” En dat is dat : “vrijheid van meningsuiting (…) hetzelfde als persvrijheid,” is. Vrijheid van meningsuiting is er voor iedereen en dat is, volgens Von Kreyfelt: “het fundamentele recht om iets te vinden, iets te zeggen, te choqueren, te verwarren, te confronteren. Zonder voorafgaande toestemming, zonder angst voor vervolging.” Deze definitie is correct op de woorden ‘zonder angst voor vervolging’ na. Persvrijheid is zo betoogt Von Kreyfelt: “een professioneel privilege: de ruimte voor journalisten en mediakanalen om te publiceren zonder staatsinmenging, zonder censuur, zonder dreiging. Het is een noodzakelijke pijler onder een gezonde democratie.” En hij vervolgt: “Maar het is géén schild tegen kritiek, géén vrijbrief voor misleiding, en zéker geen eigendomsrecht op de waarheid.”

Dit lijkt het een feitelijk verhaal. Artikel 6 eerste lid van onze Grondwet stelt dat: “Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren,” en lid 2 en 3 verbreden dit tot alle mogelijke middelen waarmee je je gedachten of gevoelens kunt openbaren. Het eerste lid gaat echter nog verder: “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Door deze toevoeging kun je wel worden vervolgd voor de gedachten of gevoelens die je uit. Welke geuite gedachten of gevoelens strafbaar zijn, wordt geregeld in het Wetboek van strafrecht. Zo zijn smaad, laster en het oproepen tot geweld strafbaar. Het wordt je niet vooraf verboden om je mening te uiten, je kunt er na het uiten echter wel voor worden bestraft.

Von Kreyfelt: “Willen we een volwassen democratie, dan moeten we dit onderscheid scherp trekken. De vrije meningsuiting hoort bij de burger. De persvrijheid hoort bij een beroepsgroep. De eerste is een mensenrecht. De tweede is een beroepsvoorrecht. En de één mag nooit worden ingezet om de ander te beperken.” Dit is onzin. De vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn één en dezelfde. Ze stoelen allebei op hetzelfde artikel 6 van de Grondwet en zijn allebei een grondrecht. De vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Zonder vrijheid van meningsuiting is er geen vrijheid van pers en zonder vrijheid van pers en dus ook radio of televisie (artikel 6 tweede lid) of welk ander middel dan ook (artikel 6 derde lid) wordt het uiten van een mening erg lastig. Dan rest alleen je eigen stem. Persvrijheid is een grondrecht geen beroepsvoorrecht. Persvrijheid is er voor iedereen. Iedereen, niet alleen een journalist, kan publiceren zonder staatsinmenging. Journalisme is geen recht, het is een manier van werken voor het verzamelen, beoordelen en publiceren van informatie.

Volgens Von Kreyfelt: “gedragen veel gevestigde media zich alsof hun persvrijheid hen automatisch tot hoeder van de meningsvrijheid maakt. Alsof kritiek op hén gelijkstaat aan een aanval op de democratie. Ze framen zichzelf als het baken van redelijkheid en ratio, en iedereen die daar buiten valt—te radicaal, te ongehoord, te ongefilterd—wordt weggezet als bedreiging.” En hij gaat verder: “juist in naam van “de vrije pers” worden tegenwoordig meningen onderdrukt. Schrijvers worden geweerd van podia. Academici worden gecanceld. Onafhankelijke platforms worden weggezet als gevaarlijk, omdat ze zich onttrekken aan de codes van de institutionele journalistiek. En ironisch genoeg zijn het vaak journalisten zelf die oproepen tot het deplatformen van andere stemmen.” Dat journalistieke media schrijvers of wetenschappers niet vragen om deel te nemen aan een praatprogramma of hun artikelen niet plaatsen, wil niet zeggen dat de vrijheid van meningsuiting wordt onderdrukt of dat zij ‘gecanceld’ worden. Mijn vrijheid om een stuk te schrijven betekent niet automatisch dat een krant dat stuk moet plaatsen. Het is aan het medium om te bepalen wat het plaatst en wat niet. Als mijn bijdrage daar buiten valt, wil dat nog niet zeggen dat het betreffende medium mij als een bedreiging van haar redelijkheid ziet.

Ik ben trouwens erg benieuwd welk platform dan ‘onafhankelijk is’? Een vraag die ik Von Kreyfelt ook stelde maar waarop ik tot op heden nog geen antwoord heb. En ja, platforms die zich onttrekken aan de journalistieke codes en die kunnen gevaarlijk zijn. Door dit woord te gebruiken wekt Von Kreyfelt de suggestie dat een journalistiek medium afhankelijk is en dat klopt. Maar dat geldt voor ieder platform of medium. Daarin verschilt Twitter niet van de Volkskrant of de Ballonnendoorprikker. Ja ook de Ballonnendoorprikker is afhankelijk. Het hangt namelijk af van mij, de schrijver die de Ballonnendoorprikker als pseudoniem gebruikt. Zonder die schrijver was er geen Ballonnendoorprikker.

En daarmee hebben we de stropop: de karikaturale vertekening van de werkelijkheid. Van de grondwettelijke werkelijkheid en van de journalistieke werkelijkheid. In onze Grondwet zijn de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van pers twee kanten van deze medaille. Ze staat niet tegenover elkaar. Het is van tweeën een. Kranten die iets niet plaatsen of talkshows die iemand niet uitnodigen maken zich niet schuldig aan het beperken van de vrijheid van meningsuiting. Er is geen plicht voor een medium om alles wat wordt ingezonden, te plaatsen. Het staat ieder medium daarin vrij eigen keuzes te maken. De suggestie dat er ‘onafhankelijke platforms’ zijn, en dat die tegenover de ‘afhankelijke journalistieke platforms’ staan, is onzin. Het zal best dat een enkele journalist zich ‘boven alle kritiek verheven’ vindt. Het beeld dat de complete journalistieke wereld zich zo ziet, is een zeer grote vertekening van de werkelijkheid. Deze karikatuur schets Von Kreyfelt omdat hij vindt dat journalistieke media te weinig aandacht besteden aan bepaalde gedachten en gevoelens. Dat kan en mag hij vinden en die gedachte of mening mag hij uiten en dat doet hij ook. Net zoals ik hem erop mag wijzen dat hij hierbij gebruik maakt van een stropop, mag vragen naar onderbouwing en ik het gebruik van een stropopredenering schadelijk mag vinden.

Wilders en de waarheid

“Het is schandalig wat hier gebeurt. Minister Keijzer kondigde in februari al een wetsvoorstel aan om de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen af te schaffen, een maatregel die rechtvaardig is en de Nederlandse woningzoekenden eindelijk een eerlijke kans geeft. Maar wat doen die linkse, eigenwijze gemeenten? Ze negeren het simpelweg.“Zo lees ik in een artikel van Michael van der Galien bij De Dagelijkse Standaard. Bij dat bericht een tweet van enigst PVV-er van Nederland Geert Wilders met de boodschap: “Roep die gemeenten tot de orde @minister_vro Keijzer het is totaal onaanvaardbaar dat ze dwars gaan.” Want zo sluit hij af: “De afspraak is dat de voorrang voor statushouders voor huurwoningen verdwijnt en met minder nemen we geen genoegen.” Die stoute gemeenten. Of ligt het anders?

De vraag stellen is hem beantwoorden. Het ligt anders. Het bijzondere is dat Wilders in de tweede vragende zin die tussen de beide genoemde zinnen staat, al aangeeft dat hij met die eerste de plank mis slaat. Die zin luidt: En waarom duurt het zo lang met die wet?” Er is geen sprake van een schandaal omdat niets gemeenten belet om statushouders voorrang te geven.

Ja, minister Keijzer heeft een plan en dat is die voorrangspositie van statushouders wettelijk te verbieden. Daartoe heeft ze een wetsvoorstel opgesteld. Met het opstellen van een wetsvoorstel verandert er niets. Er verandert pas iets als dat wetsvoorstel door de Tweede – en Eerste Kamer is aangenomen, de koning het heeft bekrachtigd en als het vervolgen is bekendgemaakt in de Staatscourant. Dan is een wet pas een wet. Zo is het bepaald in hoofdstuk 5 eerste paragraaf van onze Grondwet. Tot die tijd is de oude wet van kracht en onder huidige wet staat het gemeente vrij om statushouders voorrang te geven.

Dat Van der Galien dit niet weet kan, want ondanks dat iedere Nederlander geacht wordt de wet te kennen, zijn er maar weinig Nederlanders die aan deze voorwaarde voldoen. En bij die weinigen hoor ik niet. Ook ik ken niet alle wetten. Van der Galien en Wilders verspreiden misleidende en onjuiste informatie. Doen ze dat omdat ze de Grondwet echt niet kent, dan verspreiden ze misinformatie. “Bij misinformatie draait het om valse of misleidende informatie die niet goed wordt begrepen en wordt verspreid zonder verdere schadelijke bedoelingen. De verspreider is er niet van op de hoogte dat de informatie onjuist is, maar het effect van de verspreiding kan nog steeds schadelijk zijn voor de samenleving.” Wilders laat dan zien dat hij niet geschikt om als Kamerlid te fungeren. Niet geschikt omdat je mag verwachten dat een Kamerlid dat informatie naar buiten brengt naar vermogen controleert of die informatie juist is of niet. Dat was in dit geval heel eenvoudig. Een blik in onze Grondwet en het was duidelijk. Dat niet alleen. Wilders, en Van der Galien in zijn kielzog, maken zich schuldig aan smaad, het: “opzettelijk iemands eer of goede naam aanrand(en), door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven.” Aldus artikel 261 eerste lid van het Wetboek van strafrecht.

Doen ze dat bewust, en in het geval Wilders kan ik me niet voorstellen dat Wilders dit niet weet, dan is er sprake van een bewuste actie. Dan is hij te kwader trouw en dan verspreidt hij desinformatie: “doelbewust misleidende informatie,” die: met kwade bedoelingen,” wordt verspreid met de intentie: om willens en wetens meningen te beïnvloeden, geld te verdienen of de samenleving, democratie of volksgezondheid te schaden.” In dit geval om onze democratie te schaden. Schaden door mede-overheden in een kwaad daglicht te zetten waardoor het vertrouwen in de overheid wordt ondermijnd. Die worden als onbetrouwbaar weggezet. Wilders maakt zich dan schuldig aan laster, zo is te lezen in artikel 262 eerste lid van het Wetboek van strafrecht. Hij pleegt: “het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is,”

Het wachten is op een gemeente die aangifte doet. In dat geval kan de straf die op smaad of laster staat met een derde worden verhoogd, zo regelt artikel 267 van het Wetboek van strafrecht.

De O van … ONBENUL

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) waarschuwt ervoor dat statushouders nog langer in een asielzoekerscentrum blijven zitten als zij geen voorrang meer krijgen bij het verkrijgen van een sociale huurwoning en zelf op zoek moeten naar woonruimte. “BBB-minister Keijzer zegt verrast te zijn door de reactie van het COA,” zo las ik in de Volkskrant. En ik hoorde het trouwens ook via NPO Radio1 waar ze het vreemd vond dat ze de reactie van het COA uit de krant moest vernemen. Daardoor ben ik dan weer verrast en daarbij moest ik denken aan de uitspraak “ik heb me een o’tje vergist.” van Appie Happie.

Nee, niet die supermarktketen maar de stripheld verzonnen door tekenaar Dick Bruynesteyn. Begin jaren zeventig verschenen er 8 albums van Appie Happie. Appie was speler van het legendarische voetbalteam De taaie tijgers. Een team met spelers met bijzondere namen. Namen waarin je sporticonen uit die tijd kon herkennen. Neem de super snelle Henri Buitenzorg wiens naam verwijst naar een fameus renpaard uit die periode of de middenvelder Pietje Peelee. De meest illustere spelers waren Dinges I en Dinges II. In mijn jeugd figureerde Appie Happie op de strippagina van het Dagblad voor Noord-Limburg. Ik moest aan Appie Happie denken omdat ik me een serie in die krant kan herinneren van Appie die ook andere sporten deed. Een daarvan was honkbal. En zoals een stripheld betaamd, was Appie daar ook goed in. Zo goed dat hij als slagman steeds aangaf waar hij de bal naartoe sloeg. Alleen ging het het mis en Appie verontschuldigde zich met: “ik heb me een o’tje vergist.” Op een van de reclameborden langs het veld stond de naam van een sponsor met twee o’s erin en de bal vloog er bij de verkeerde o uit. Vanwege die o’s moest ik aan Appie Happy denken. Toen ik Keijzer hoorde spreken, en ook de reactie van collega verantwoordelijk voor asiel, Faber, moest ik aan veel woorden die met een o beginnen denken en zo kwam ik bij Appie Happie. Ik moest denken aan onkunde. Of was het onwetendheid, onbekwaamheid of nog erger onverschilligheid, onwil, onbeschoftheid en onbetrouwbaarheid.

Keijzer kan dan wel boos zijn dat ze iets uit de krant moet vernemen. Ze moet boos zijn op zichzelf. Boos op zichzelf omdat zij een wetsvoorstel indient dat gevolgen heeft voor een andere overheidsdienst, het COA. Als dat het geval is, dan vraag je die dienst vooraf om aan te geven welke impact jou plannen hebben op werkzaamheden van die dienst. Keijzer heeft dit niet gedaan en dat is onkunde en onbekwaamheid.

Zij had moeten weten dat bijna 19.000 van de bijna 72.500 plekken in Asielzoekerscentra (AZC) worden bezet door statushouders. Statushouders mogen blijven en zouden een AZC moeten verlaten en doorstromen naar reguliere huisvesting. Ondanks die voorrangspositie van statushouders gaat dat maar zeer moeizaam omdat er te weinig plekken zijn waar ze kunnen gaan wonen. Die gebrekkige uitstroom is een van de redenen waarom we zoveel asielzoekerscentra in dit land hebben. Ruim een kwart van de mensen in die opvang, horen er niet maar omdat er geen woonruimte is, blijven ze in de opvang. Ik schreef hier al eerder een Prikker over. Zonder die voorrangspositie en de hulp bij het vinden van huisvesting, zal het aantal statushouders in de asielopvang alleen maar groter worden want dan wordt de uitstroom nog veel geringer. Dit had Keijzer moeten weten. Als ze het niet weet is ze onwetend. Als ze het wel weet maar doet alsof haar neus bloed, is ze onbetrouwbaar.

Keijzer: “zegt een ‘beetje meer creativiteit’ van de uitvoeringsinstantie te verlangen. ” Maar beste minister Keijzer, het COA heeft geen rol of taak in de huisvesting van statushouders. Het COA vangt asielzoekers op. Dat het COA ook de statushouders die nog geen reguliere woonruimte hebben, opvangt, is omdat deze statushouders anders op straat staan en onder de brug moeten slapen. Als er één overheidsorganisatie is die creatief zoekt naar mogelijkheden om mensen op te vangen dan is dat het COA. Probleem is alleen dat omwonenden’ vervolgens gaan protesteren daarbij gesteund en aangemoedigd door regeringspartijen als de partij van Keijzer en de PVV. Protesten waardoor bestuurders zoals Keijzer hun keutel intrekken en getuigen van onbekwaamheid. Dat maakt de opmerking van Keijzer onbeschoft.

Er is meer”. Keijzer: “geeft aan veel te verwachten van woningdelen, omdat ‘onze eigen’ twintigers en dertigers dat ook doen, ‘en we dat normaal vinden.’” Er is inderdaad niets mis met het delen van een woning. ‘Onze eigen twintigers en dertigers’ die dit doen, doen dit met vrienden. Hoeveel vrienden die voldoende worden vertrouwd om een woning mee te delen zou een statushouder na twee jaar verblijf in een AZC hebben? Bovendien vergemakkelijkt de wetgeving het delen van woningen niet. Zo’n woning moet aan nogal wat eisen voldoen alvorens die door mensen ‘gedeeld’ mag worden. Het overgrote deel van de huurwoningen voldoet hier niet aan. Onwetendheid of onverschilligheid?

Keijzer spreekt over gelijke kansen. Die zouden er door de voorrangspositie van de statushouders niet zijn en daarmee zijn statushouders bevoorrecht. De positie van statushouders is echter alles behalve bevoorrecht. De overgrote meerderheid van de statushouders spreekt geen Nederlands, laat staan dat ze het lezen en schrijven. Met hun inburgering mogen ze pas beginnen als ze hun verblijfsstatus na gemiddeld anderhalf jaar in een AZC krijgen. Beginnen met inburgeren kan pas echt als je weet waar je gaat wonen. Om van werk (vrijwillig of betaald) maar te zwijgen. Ze hebben geen ouders, broers, zussen, ooms, tantes, trainers van de voetbalclub om hen een beetje op weg te helpen. En ze hebben zeker geen ouders waarbij ze kunnen blijven wonen. Als ze dit niet weet, is ze onwetend. Zo over mensen met een enorme achterstandspositie spreken getuigt van onverschilligheid met hun lot en suggereren dat statushouders een voorrangspositie hebben is onbeschoft.

En nee, het is niet normaal dat onze kinderen van twintig en dertig geen eigen woonruimte kunnen vinden. Daar statushouders min of meer de schuld van geven is onbehoorlijk en onbeschoft. Maar het ergste van dit alles is dat Keijzer minister van Volkshuisvesting is. Daar moet zij iets aan doen. Daar is zij voor verantwoordelijk maar het blijft alleen bij woorden. Als ze echt wil dat woningdelen een oplossing is, dan kan zij dat makkelijk maken. Dat Keijzer over voorrang begint en niet doet wat binnen haar mogelijkheden ligt, is onkunde, onbekwaamheid of onwil.

De o’s gaan verder dan Keijzer alleen. Haar collega Faber van Asielzaken zet haar kaarten op ‘doorstroomlocaties’ waar statushouders kunnen wachten op een permanente woning. Alleen zijn er geen doorstroomlocaties en het vinden ervan is ongeveer net zo lastig als het vinden van een plek voor een AZC. ‘Doorstroom’ suggereert dat er van daaruit naar iets anders wordt ‘gestroomd’. Maar laat dat andere, woonruimte, nu net het probleem zijn. In plaats van de energie op het echte probleem, te weinig woonruimte, te richten, steken deze ministers energie in oplossingen die de problemen alleen maar verergeren: onkunde, onverschilligheid en onbetrouwbaarheid.

“Een derde deel van alle geplande nieuwbouw kan mogelijk niet doorgaan door stikstofregels. Dat zegt de vereniging van bouwbedrijven Bouwend Nederland,” aldus een artikel op de site van de NOS. En daarmee komen we bij een volgende minister, Wiersma van landbouw en het echte probleem. “Bouwend Nederland roept het kabinet op de uitstoot van stikstof bij de bron aan te pakken. Dat kan, zegt de vereniging, bij de boeren, de industrie en de bouw.” En op dat gebied is er sprake van een omgekeerde Echternach processie: twee stappen vooruit, drie achteruit. Het probleem is al jaren bekend en de oplossingen zijn ook niet zo moeilijk te bedenken. Sterker nog, ze worden al meer dan veertig jaar genoemd. Alleen ontbrak het al die jaren en ontbreekt het nog steeds aan de wil om er iets aan te doen. Na tegen de spreekwoordelijke muur te zijn gelopen met het zoveelste geitenpaadje (de Programma Aanpak Stikstof), wilde het laatste kabinet Rutte eindelijk het echte probleem aanpakken. BBB frontvrouwe Van der Plas gaf het hiervoor gereserveerde geld prijs en minister Wiersma gooide het voorbereidende werk hiervoor in de prullenbak en zoekt naar het zoveelste geitenpaadje. Onkunde, onbekwaamheid, onwil,

Onbetrouwbaar, onkunde, onbehoorlijk, onbeschoft, onbekwaamheid of onwil? Welk woord past het beste hierbij? Oh, er is nog een woord met een o dat alles samenvat. Een woord met twee betekenissen die allebei passen. Als eerste: “volslagen gebrek aan begrip, kennis of inzicht.” En als tweede: “zeer dom mens.” Dat woord is: ONBENUL

Gelukkig staat Stuurman aan wal

Soms, in mijn geval vrij vaak, lees je iets en denk je ‘wat een bijzondere gedachte’. Dat gebeurde mij toen ik in een bijdrage op LinkedIn een schrijven van Pieter Stuurman onder ogen kreeg; “Nu een einde aan de oorlog in Oekraïne mogelijk lijkt te worden, laat de Europese bestuurlijke elite haar ware gezicht zien.” Zo begint het schrijven en vervolgt iets verderop: “Nu Trump en Poetin willen onderhandelen over vrede, zien Europese leiders hun plannetjes in rook opgaan want overal klinkt agressieve oorlogstaal.” Bij het lezen moest ik denken aan de door Nietsche gebezigde term ‘Umwertung aller Werte’.

Europese leiders slaan, zo betoogt Stuurman, oorlogszuchtige taal uit en daarvan geeft hij een opsomming. Dit terwijl, zo betoogt hij, de Russische inzet vanaf het begin duidelijk was: ‘Twee dingen waren (en zijn) voor hem onacceptabel: het geweld tegen de etnisch Russische bevolking van de oostelijke provincies en een Oekraïens lidmaatschap van de NAVO. Daarin is sinds het begin van de oorlog niets veranderd. … en nooit heeft hij beweerd dat hij andere Europese landen zou willen aanvallen of op welke manier dan ook aanleiding gegeven om dat te denken.” Dit even terzijde, terug naar de ‘umwertung aller werte’ van Stuurman. “Alle hoogdravende retoriek over democratie en vrede blijkt keihard gelogen te zijn,” door die ‘oorlogszuchtige taal’ zo betoogt Stuurman en sluit zijn betoog af met: “Een schaamteloze omkering die de Europese gevestigde orde ontmaskert als het werkelijke kwaad, dat los van alle retoriek, met haar daden bewijst uit te zijn op oorlog, vernietiging en dictatuur. En dat dus niks moet hebben van vrede, de vrijheid en de democratie waarmee ze hun leugens steeds vruchtelozer proberen te maskeren.

Zou Stuurman weten dat er een oorlog is? En dat Poetins Rusland, dat volgens Stuurman vrede wil, de oorlog is begonnen? Dat Poetin de oorlogszuchtige woorden in daden heeft omgezet om het, in zijn ogen fascistische, bewind in Kyiv ten val te brengen. Zou hij weten dat er van structureel geweld tegen ethische Russen geen sprake was totdat er in 2014 ‘groene mannetjes’ in het oosten actief werden en delen van het land bezetten. Een deel, de Krim, voegde Poetin vervolgens eenzijdig toe aan Rusland. Pas met die ‘groene mannetjes’ was er sprake van geweld tegen etnische Russen, maar dan alleen de etnische Russen in die ‘groene pakken’, die het oostelijk deel van het land van Oekraïne wilden afscheiden. ‘Groene mannetjes’ die door Rusland werden gesteund en bewapend. En over Oekraïnes lidmaatschap van welke club dan ook, daar gaan Poetin en Rusland niet over. Dat is tussen Oekraïne en de NAVO-landen. Of het verstandig was, zoals de Amerikaanse president G.W. Bush in 2008 deed, om te zeggen dat hij Oekraïens en Georgisch lidmaatschap op termijn wel zag zitten, is iets heel anders.

Zou hij zich realiseren dat er ook in andere Europese landen Russen wonen en dat daar met argwaan wordt gekeken naar de manier waarop Poetin zich kwijt van zijn zelfopgelegde taak om er te zijn voor de Russen in die landen. Zou hij weten dat Poetin in een schrijven uit 2021 niet alleen de mensen uit het oosten van Oekraïne ziet als Rus, maar alle inwoners van het land. Dat een Oekraïner gewoon een Rus is. Net zoals de nazi’s dachten dat een Nederlander eigenlijk ook ‘gewoon’ een Duitser was.

Stuurman suggereert dat Rusland hierdoor geen andere keuze had dan Oekraïne aan te vallen. Er waren zeker andere keuzes mogelijk. Het was Rusland dat voor geweld en oorlog koos, niemand anders. Rusland is de oorlogszuchtige partij, niet de ‘Europese bestuurlijke elite’. Stuurman maakt zich hier schuldig aan een omkering van de werkelijkheid. Het Orwelliaanse verwijt dat hij de ‘Europese bestuurlijke elite’ maakt dat ‘oorlog, vrede is’, is veel meer op hem van toepassing.

“Bovendien zou een onderhandelde vrede Poetins oprechtheid direct aantonen,” zo beweert Stuurman. Immers: “Als hij samen met Trump tot een vredesakkoord komt en Poetin houdt zich aan zijn belofte de militaire actie vervolgens te staken, dan blijkt dat de bewering dat hij “door de Europese staten wil marcheren”kletskoek is.” Nu is Rusland niet in oorlog met de Verenigde Staten maar met Oekraïne. Een wapenstilstand en vrede moet met Oekraïne worden afgesloten, niet met Trump. Dit als eerste, niet onbelangrijke constatering. De bewering van Stuurman is een als-dan-bewering en die staat of valt met de ‘als’, in dit geval Poetin die zich aan een belofte houdt. Nu laat de geschiedenis zien, dat dit geen gegeven is. Zo heeft Poetin de akkoorden van Minsk gebroken en ook het memorandum van Boedapest uit 1994. Met dat memorandum dat Rusland samen met de Verenigde Staten en nog wat meer landen ondertekende, beloofden de ondertekenaars de onafhankelijkheid en soevereiniteit van Oekraïne (en ook Wit-Rusland en Kazachstan) te eerbiedigen en zich te onthouden van bedreiging met of gebruik van geweld. In ruil hiervoor gaven deze drie voormalige Sovjet republieken hun kernwapens op. Helaas hebben al die landen nagelaten om op te treden toen Rusland het mede door dat land ondertekende memorandum schond. En Trump schendt het nu door het land tot een ‘grondstoffendeal’ te dwingen.

Dus mocht die ‘als’ in Stuurmans bewering niet opgaan, wat dan? Ik ben het met Stuurman ben ik het eens, maar dan om andere redenen, dat de dreiging die van Rusland uitgaat schromelijk is overdreven. Volgens Stuurman wordt die dreiging overdreven omdat Rusland ons niet bedreigt. Dat zie ik anders, maar na drie jaar vechten is de winst die het machtige Russische leger heeft geboekt, zeer beperkt. Dus ‘door ‘Europa marcheren’ zit er niet in. Bovendien is ‘marcheren’ een ding, bezetten is iets heel anders. Dat vergt meer menskracht dan Rusland op de been kan brengen. Sterker nog, het bezetten van alleen Oekraïne zal al teveel menskracht vergen. Iets wat de Amerikanen aan den lijven hebben ondervonden in Vietnam., Afghanistan en Irak. Dit even terzijde. Tussen niets en een ‘mars door Europa’ zit echter nog een hele wereld aan mogelijkheden. Van het saboteren van kabels en cyberaanvallen tot ‘knibbelen aan de grenzen’, verplaatsen van het gevecht naar bijvoorbeeld Georgië, Moldavië of het hervatten van de gevechten in Oekraïne.

Stuurman gaat verder:“Andersom als Trump met Poetin tot een dergelijk akkoord komt en Poetin vervolgens dwars door Oekraïne naar het westen zou trekken om dat te bezetten, dan zou dat een rechtstreekse oorlogsverklaring aan de VS zijn. Zo’n flagrant verraad zal nooit worden geaccepteerd.” Even ervan afziend dat zo’n tocht zeer onwaarschijnlijk is, zoals ik hierboven al aangaf, zou ik mijn leven niet in de handen leggen van de Verenigde Staten onder Trump. De casus Gaza laat zien dat het Trump niet te doen is om een betere wereld. Zodra hij een handtekening heeft gezet, is het voor hem klaar en verliest hij zijn interesse en met hem de rest van de Amerikaanse regering. Als de VS onder Trump nu niet bereid zijn om Poetin te stoppen, waarom zouden ze dat dan over een jaar of twee jaar wel zijn?

Stuurman gaat nog verder: “Net zo krankzinnig als de beoogde zelfmoord van de Europese landen die nu proberen een mogelijke vrede te saboteren door middel van eigen militaire inzet, zodat Rusland geen andere keuze resteert, dan doorvechten, ditmaal tegen EU-landen die kennelijk staan te popelen om zichzelf en hun volkeren te laten vernietigen uit naam van vrede.” Hier overschat Stuurman de Russische mogelijkheden en onderschat hij de Europese. Een ‘Russische mars naar het westen’ daarvoor ontbreekt het Rusland aan de mogelijkheden. Daarvoor is zijn leger veel te zwak en te klein. De enige manier om de Europese volkeren te vernietigen is nucleair en dat zou ook vernietiging van Rusland betekenen. Maar belangrijker wil Poetin vrede? En in het verlengde daarvan, wil Trump vrede? Anders gezegd wat is vrede voor hen? Voor Poetin is vrede het zwijgen van de wapens en liefst nog het opheffen van sancties. Voor Trump is vrede een handtekening waarmee hij zichzelf op de borst kan kloppen en zich kan verkopen als ‘peacemaker’. Beiden zouden zeer tevreden zijn als Zelensky het veld zou ruimen. Voor Oekraïne is er vrede als het Russische leger hun land heeft verlaten en Rusland zich, zoals in Boedapest in 1994 afgesproken, niet meer met hun interne aangelegenheden bemoeit. Als zij zelf hun eigen regering kunnen kiezen en als dat Zelensky is, dan is dat Zelensky en dan hebben anderen dat maar te accepteren. Net zoals anderen maar te accepteren hebben dat Trump de president van de VS is en Poetin van Rusland.

Echt bijzonder is echter, en daarbij moest ik aan Nietsche denken, het volgende: “Na zijn verpletterende nederlaag bij de verkiezingen beweerde de (binnenkort voormalig) Duitse bondskanselier Scholz dat ‘de democratie beschermd moet worden en er alles aan gedaan moet worden om te voorkomen dat extreemrechts aan de macht komt’…. De tegenstander is de duivel zelve en als 1 op de 5 Duitsers erop stemt, dan is dat kennelijk niet democratisch volgens deze meneer. Hij vindt dus dat het afschaffen van de democratie en het negeren van de stem van het volk de redding voor diezelfde democratie zou zijn.” Even een rekenkundig feit: 4 op de 5 is vier keer zoveel als 1 op de 5. En als democratie alleen om meerderheden gaat, dan staan die 4 op de 5 in hun recht om die ene niet toe te laten tot de macht. Dat heeft niets met afschaffen van de democratie te maken. De democratie wordt afgeschaft als die 1 van de 5 hun wil doordrukken en de rechten van de 4 van de 5 inperken. Of wil Stuurman beweren dat alleen die 1 van de 5 tot het volk behoren? Iets waar extreem rechtse partijen een handje van hebben.

Wat met afschaffen van de democratie te maken heeft, is extreem rechts de sleutels tot de macht geven. Extreem rechts wil de democratie afschaffen. Niet afschaffen in de zin van dat er geen verkiezingen meer zijn, maar afschaffen dat er geen vrije verkiezingen meer zijn. Zoals in Rusland alwaar tegenstanders van Poetin niet mogen deelnemen en zelfs gevangen worden gezet en waar iedere verkiezing eindigt met een grote overwinning voor Poetin. Dan wordt de rechtsstaat uitgekleed en komen de vrijheden van mensen in het geding. Dat gebeurde in Hongarije. Dat gebeurde in Polen en dat gebeurt nu in de VS waar Trump protesten tegen zijn beleid de kop in wil drukken door de staatsfinanciering van scholen en universiteiten te staken als er ‘illegaal wordt geprotesteerd’ en protesterende scholieren en studenten van school worden verwijderd of gearresteerd. Een besluit dat de vrijheid van meningsuiting stevig uitholt. Dat zie je trouwens ook in Nederland waar tenminste drie van de vier regeringspartijen naar manieren zoeken om het demonstratierecht in te perken. De democratie is de enige regeringsvorm die via verkiezingen kan worden afgeschaft. Door extreem rechtse partijen uit te sluiten wordt de democratie beschermd. Door hen de sleutels tot de macht te geven wordt de democratie aangetast. Dan begint het zagen aan de grondwettelijke vrijheden. Dan wordt de persvrijheid van overheidswegen ingeperkt en dat begint met het weren van media die de macht kritisch volgen. Die niet klakkeloos spreken over de Golf van Amerika. Dan begint het ondermijnen van de rechterlijke macht. Dan worden ‘alternatieve waarheden’ ineens regeringsbeleid. Dan worden artikelen als die van Stuurman van duimpjes omhoog voorzien en van het commentaar dat het een ‘feitelijke en enig juiste analyse van de werkelijkheid’ is. Dan is democratie dictatuur en dictatuur democratie. Dan is de agressor het slachtoffer en het slachtoffer de agressor.

De beste stuurlui staan aan wal, aldus een Nederlands spreekwoord. Waarmee wordt bedoeld dat mensen die een karwei niet hoeven te doen en alleen maar toekijken, vaak wel beter dan de uitvoerder(s) denken te weten hoe het moet worden aangepakt. Gelukkig staat Stuurman aan de wal. Helaas staan er op het Amerikaanse schip stuurlui die zich van eenzelfde logica als Stuurman bedienen.

De don en The Don

Miljardair en Amazon-oprichter Jeff Bezos wil de opiniepagina’s van zijn krant naar zijn hand zetten. Tot afgrijzen van veel van zijn werknemers besloot Bezos dinsdag dat er voortaan alleen nog opiniestukken mogen verschijnen die het belang van ‘persoonlijke vrijheden en de vrije markt’ verdedigen.” Zo is te lezen in de Volkskrant. In de Verenigde Staten maken ze zich erg druk over vrijheid. Terecht dat vrijheid centraal wordt gesteld. Toch gebeurt er iets bijzonders.

Bron: flickr.com

Een tekenend voorbeeld hiervan gaven de Amerikaanse president Trump en zijn vicepresident Vance bij hun ontvangst van de Oekraïense president Zelensky op vrijdag 28 februari 2025. Zelensky kreeg door de beide heren de mantel uitgeveegd. De Oekraïners vechten voor hun vrijheid en Trump en Vance verwijten Zelensky dat hij de wereldvrede op het spel zet en een derde wereldoorlog riskeert. Heel bijzonder om de aangevallen partij te verwijten met vuur te spelen. Dat lijkt verdacht veel op het beschuldigen van de verkrachte vrouw dat ze een te kort rokje droeg.

De Oekraïners, onder leiding van Zelensky vechten voor vrijheid in de ouderwetse interpretatie. Trump, Vance, Musk en nu ook Bezos maken zich druk om een verkeerd geïnterpreteerde moderne interpretatie van vrijheid. In haar boek Vrijheid. Een woelige geschiedenis beschrijft Annelien de Dijn aan de hand van de negentiende-eeuwse schrijver Francs Lieber in het kort de beide interpretaties. De Dijn: “Wat is vrijheid dan? In plaats van deze vraag rechtstreeks te beantwoorden begon Lieber, zoals het een professioneel academicus betaamt, met een lange uitweiding over de geschiedenis van vrijheid. In het bijzonder wilde hij duidelijk maken dat de definitie van vrijheid sinds de oudheid wezenlijk veranderd was. ‘Wat de antieken onder vrijheid verstonden’, schreef hij. ‘verschilde wezenlijk van wat wij, modernen, burgerlijke vrijheid noemen.’ Voor de antieken was vrijheid gebaseerd ‘op de mate van deelname aan het bestuur.’ Daardoor beschouwden ze vrijheid als iets wat alleen te verwezenlijken was in en via de staat. De modernen begrepen vrijheid echter totaal anders, op een manier die vrijwel tegenover de antieke denkwijze stond. Moderne mensen stelden vrijheid gelijk aan ‘de bescherming van het individu en het ongestoord handelen van de samenleving in haar kleinere en grotere kringen.’ In tegenstelling tot de antieken geloofden de modernen dan ook dat vrijheid niet te verwezenlijken viel via de staat maar door de staat uit het leven van individuen te weren.1

De ‘oude interpretatie’ van vrijheid is een randvoorwaarde. Alleen als mensen zelf invloed hebben op hoe ze worden bestuurd, ontstaat er ruimte om je als individu te ontplooien, kun je als individu tot op zekere hoogte ‘ongestoord handelen in kleinere of grotere kringen’. Dat zelf beïnvloeden hoe je wordt bestuurd, kan alleen via de staat. De Oekraïners vechten voor de vrijheid om zelf deel te nemen aan hun eigen bestuur. Zij vechten voor hun eigen staat en voor het recht om die op hun eigen manier vorm te geven. Zij vechten tegen Poetin die zijn manier van besturen aan hen wil opdringen en sinds Zelenski’s bezoek aan Trump, vechten zij ook tegen Trump. Want ook die wil hen een manier van besturen opdringen.

Trump en de zijnen hangen een doorgeschoten versie van de moderne interpretatie aan. Het ‘vrije individu’ dat op een ‘vrije markt’ handelt zonder tussenkomst van wie of wat dan ook. Voor velen roept dat een positief beeld op: ‘ik kan doen wat ik wil, niemand die me daarbij hindert.’ De andere zijde van deze medaille is echter dat dit niet alleen voor ‘ik’ geldt, maar ook voor iedere andere mens. Aangezien niet iedere mens even sterk is en over dezelfde mogelijkheden beschikt, leidt dit tot het recht van de sterkste. Dat Vance, Musk en Trump zo tekeer gaan tegen de Europese Unie (EU) is omdat de EU niet wil meewerken aan het ‘recht van de sterkste’. De EU wil regels waaraan iedereen zich houdt en vooral regels die de zwakkeren, en dat is het gros van de mensen, ook de mensen die nu met Trump weglopen, beschermen tegen de sterkere. Die sterkeren dat zijn precies de bedrijven van Musk, Bezos, Zuckerberg, Thiel en anderen.

Het beroep van Trump, Vance en hun volgelingen op vrijheid en vooral de vrijheid van meningsuiting is misplaatst. De ‘sociale’ mediaplatforms zijn veel, maar niet het summum van de vrijheid van meningsuiting. Sociale tussen aanhalingstekens omdat deze platforms alles zijn maar niet sociaal. Ze tasten juist onze vrijheid aan door onbeperkt gegevens van ons te verzamelen, die te verkopen aan de hoogste bieder en in het geval van Musks X je ook nog te bestoken met halve en hele onwaarheden. De platforms zijn zo geprogrammeerd dat ze je vrijheid beknotten met als doel om je langer door de door hun bepaalde en aangeboden berichten te laten scrollen. Ze zijn verslavend en als een verslaafde iets niet is, dan is het vrij.

Het recht van de sterkste is precies ook waarvan we getuige waren tijdens het bezoek van Zelenski aan Trump. Trump en Vance hadden zich voorgenomen om Zelensky duidelijk te maken dat hij niets te vertellen heeft, dat hij geen macht heeft en dat hij god op z’n blote knieën mocht bedanken dat hij op bezoek mocht komen. ‘Bedanken’ want Zelensky en in zijn kielzog alle Oekraïners moesten zich realiseren dat ze niets voorstellen in de wereld van sterke mannen. Schrijnend voorbeeld hiervan de volgende uitspraak van Trump: “Let me tell you, Putin went through a hell of a lot with me. He went through a phony witch hunt where they used him.“ De ‘they’ die, volgens Trump, Poetin gebruikten waren de democraten onder Hillary Clinton en Biden. Nogal cru om de wel oog te hebben voor de hel waar Poetin al of niet door is gegaan en de werkelijke hel van de oorlog met de vele slachtoffers niet te noemen.

In Trumps wereld van ‘sterke mannen’ staat hij bovenaan op de ‘apenrots’ en dansen alle anderen, ook Poetin, naar zijn pijpen. Dat zou voor iedereen voldoende garantie moeten zijn. Trumps wereldbeeld lijkt verdacht veel op de maffia. Een apenrots met bovenaan ‘don Corleone. In de onderwereld is het gevaarlijk om te vertrouwen op het ‘woord’ van de ‘don’. Er wordt immers continu aan zijn stoelpoten gezaagd en uiteindelijk is de ‘don’ ook maar gewoon een mens die een keer overlijdt. Het overlijden van het hoofd van een maffiafamilie leidt meestal tot oorlog en strijd. En wat voor de ‘don’ geldt, geldt ook voor ‘the Don.’ Na zijn verscheiden als president op welke manier dan ook, komt er een andere en misschien zit die wel niet bovenop de rots.

Dit geschreven hebbend, kwam er één vraag bij mij op: wat als Trump niet bovenaan op de apenrots staat? Wat als, zoals menigeen suggereert, hij bij Poetin ‘onder de plak zit? Dan zou Xijin Ping bovenaan op de rots zitten.

1Annelien de Dijn, Vrijheid. Een woelige geschiedenis, pagina 318-319