Fijne feestdagen meneer Rutte

Beste premier Rutte,

ik hoorde dat ik politiek correct ben en dat ik de Nederlandse identiteit te grabbel gooi of me ervoor schaam. Waarom? Omdat ik u en alle andere mensen op deze wereld fijne feestdagen wil wensen. Het zijn volgens u geen feestdagen, we zijn immers in Nederland en daar vieren kerst. Dat hoort, volgens u, bij de Nederlandse traditie en cultuur en dus moeten we elkaar fijne Kerstdagen wensen.

kersteiFoto: https://www.facebook.com/happyei.bv/?fref=nf

Laten we het religieuze aspect even buiten beschouwing. Al kan ook dat ter discussie worden gesteld omdat onze zeer verre nog heidense voorvaderen rond deze tijd ook een feest vierden. Een feest verbonden met de lichtwende, u weet wel dat de dagen weer langer gaan worden. Laten we het daar niet over hebben. Dan raken we de joods-christelijke wortels van onze cultuur zoals we het nu zien. Als historicus weet u vast ook wel dat daar vroeger heel anders over werd gedacht en dat joden en christenen niet veel met elkaar ophadden. Bovendien is ons heden beïnvloed door veel meer zaken dan het joodse en christelijke.

Beste meneer Rutte, wat er nu wordt gevierd is het kerstfeest en dat duurt twee dagen. Als ik u fijne feestdagen toewens, wens ik u dan niet hetzelfde toe als wanneer ik u een fijne kerst wens? In het eerste geval benadruk ik de twee dagen die het feest duurt, in het tweede geval het feest dat wordt gevierd. Het wordt door menigeen ook wel gecombineerd en die wensen je dan fijne kerstdagen. Wellicht zijn er zelfs mensen, ik ben ze nog niet tegengekomen maar wil het niet uitsluiten, die je fijne kersfeestdagen toewensen. Waarom gooi ik de ‘Nederlandse cultuur’ te grabbel als ik u fijne feestdagen toewens en niet als ik u fijne kerstdagen toewens?

Beste meneer Rutte, maakt u zo niet van een mug een olifant? Of beter gezegd van niets een complete theatervoorstelling? Draagt u met uw uitspraken niet juist bij aan het ter discussie stellen van een traditie? Want wordt iets niet juist als een traditie betiteld als het ter discussie staat?

Beste meneer Rutte, als u zich toch zorgen maakt over ‘tradities’ wilt u uw partijgenoot Halbe Zijlstra er dan op attenderen dat de traditie van het paasei te grabbel wordt gegooid. Nee, niet door de HEMA die er ‘verstopeitjes’ van maakte, dit tot groot ongenoegen van Zijlstra. Meneer Rutte, de kerstdagen worden overspoeld met ‘paaseitjes in kerstversiering’ en die drukken zo de ‘traditionele kerstkransjes weg.

Artikel 1

“Omdat mijn missie en de reden dat ik de politiek ben ingegaan, namelijk het bestrijden van racisme en ongelijkwaardigheid en het zoeken naar verbinding (is),” het antwoord van Sylvana Simons op de vraag “Waarom begint u een eigen partij, die de Volkskrant haar stelde. Voor Simons staat een rechtvaardig Nederland bovenaan en zij wil daar invulling aan geven door op te komen voor mensen die in de verdrukking zitten.

sylvana-simonsFoto: Nu.nl

Beste mevrouw Simons, hulde van de Ballonnendoorprikker voor uw streven en inzet. Het interview in de Volkskrant roept wel wat vragen op. U bent niet de enige politicus die zegt te willen zoeken naar verbinding. Het verbaast mij dat die zoekers naar verbinding elkaar slechts zelden weten te vinden. Zou dat kunnen omdat zij allemaal andere eisen hebben waaraan die verbinding moet voldoen en geen water bij de wijn willen doen? Waarom sluit u zich niet aan bij een bestaande partij? Zou verbinding daar niet al kunnen beginnen? De bestaande partijen verdwijnen niet en ook met hen zult u zich moeten verbinden om wat te kunnen bereiken.

U stelt dat de huidige politieke partijen er: “in de afgelopen vijftien jaar er niet in geslaagd (zijn) om de toon van het debat de juiste kant op te sturen en de polarisatie tegen te gaan.” Dat is niet vreemd want is polarisatie niet eigen aan politiek? Polariseert u zelf niet ook door een nieuwe partij te beginnen? Een partij die al begint met zich af te zetten tegen de partij waarbij u eerst behoorde?

Crucialer is de vraag wat volgens u dan de juiste kant is? Uw vorige partij, DENK, wil een kleurrijk, een eerlijker perspectief in de geschiedschrijving” en het heden ‘zuiveren van ongewenste voorvaderen’. Eigenlijk wil ze het verleden herschrijven en aanpassen aan haar huidige opvattingen zodat het lijkt alsof die denkbeelden een logisch gevolg zijn van dat verleden. Iets wat ook Gloria Wekker, met het ‘cultureel archief dat West-Europese landen verplichtte om gebieden te veroveren en volkeren te onderwerpen’ doet. Als u die kant op wilt, dan hoeft u niet op mij te rekenen.

“Ik focus me liever op díé groep mensen wiens hart nog open is,” zegt u. Als u de artikelen leest op mijn site, dan zult u kunnen zien dat mijn hart open is. Dat rechtvaardigheid uitgelegd als opkomen voor de minder bedeelden een van mijn drijfveren is, dat ik altijd het gesprek aan wil gaan, ook met u. Als u me echter, net als sommige mede zwarte-piet-activisten vraagt om mijn ‘witte privilege’ te erkennen, dan haak ik af. Ik haak niet af omdat mijn hart sluit, maar omdat mijn hoofd dat niet kan verdragen.

Als u na het lezen van dit schrijven de verbinding met mij wilt zoeken, laat het me weten.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker

Postadres ‘witte Nederlandse cultuur

Beste meneer Kartosen-Wong, op de site Joop bekritiseert u de criticasters van de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. “De documentaire roept kennelijk al op voorhand zoveel ongemak op bij sommige critici dat zij zich in allerlei bochten wringen om deze te diskwalificeren,” zo schrijft u en daarom begrijpen zij de kern ervan niet. U hoopt toch dat: “witte Nederlanders zich dit realiseren en daardoor openstaan voor de inzichten die de documentaire aandraagt,” omdat die bewustwording uiteindelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem.

racisme

Beste meneer Kartosen-Wong,  wat is het probleem dat moet worden opgelost? Volgens mij komt het erop neer dat iedereen zich moet realiseren dat hij of zij vooroordelen heeft, dat er bij voorkeur wordt gekozen op gelijkenis en niet op verschil. Heel menselijk gedrag, dat onwenselijke gevolgen kan hebben. Net zoals we ons als samenleving moeten realiseren dat we heel voorzichtig moeten zijn met het baseren van beleidskeuzes op statistische gegevens.

Als ik u en de uwen moet geloven ligt het anders, dan is dat ‘ingebouwd racisme’ in de ‘westerse cultuur’ het probleem. “Uiteindelijk wordt ‘witte Nederlandse cultuur’ als voortbrenger van dergelijke vooroordelen aangeklaagd, en niet de individuele witte Nederlander wiens denken en handelen daar onbewust door worden gestuurd, zo schrijft u.

Een cultuur die een gevolg is van een ‘cultureel archief’ van de West-Europese landen: “waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen,” zoals Gloria Wekker bij De Correspondent beweert. Een bijzondere, of eigenlijk dubieuze, theorie omdat ze uitgaat van een vooropgezet plan van ‘witte West-Europeanen’ om de wereld te domineren. Alleen is de ‘plan-kaart’ of, zoals ik eerder schreef, het ‘Risk-opdrachtkaartje‘ nooit gevonden en lijkt het erop dat geschiedenis wordt aangepast aan het door u en de uwen gewenste frame. Bijzonder om nog een tweede reden en dat is dat ontkennen of ter discussie stellen van die theorie geen zin heeft, want dan lijd je aan ‘witte onschuld’ en daarmee toon je het gelijk aan van de theorie.

Als mensen zich niet aangesproken hoeven te voelen, wie dan wel? Waaruit bestaat een cultuur als ze niet uit mensen bestaat? Wie koestert dan dat: “nationale zelfbeeld van een moreel superieure Nederlandse cultuur en samenleving,” zoals u schrijft? Wat is dan het ‘postadres van de witte Nederlandse cultuur?

Zou het kunnen dat u en de uwen zoals Sunny Bergman, Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Gloria Wekker en anderen, eens in de spiegel zouden moeten kijken? Niet letterlijk om de huidskleur te bekijken, maar figuurlijk om uw eigen denken en de theorie die eraan ten grondslag ligt eens kritisch te beschouwen?

Dictatuur van de meerderheid

Het was te voorspellen. GroenLinks stemt in met het Oekraïneverdrag. Nee, dat is niet wat te voorspellen was. Wat wel? Dat dit ‘draaien’ wordt genoemd: “GroenLinks draait: steunt Oekraïnedeal Mark Rutte,” zo luidt de kop boven een artikel van Bas Paternotte bij ThePostOnline. Door iemand van draaien te beschuldigen, zeker als hij een ‘mooi kontje’ heeft, kan de ‘draaier’ verkiezingen verliezen.

De kop is nog vriendelijk, de reageerders op het artikel hebben het over ‘landverraad’, ‘politieke wentelteefjes’ ‘oplichters’, ‘betweters’, het onvermijdelijke ‘demoniseerders’ en de mooiste komt van Hans van de Kuil: “crypto-communisten die mee willen gaan in het steeds verder illegaal uitbreiden van het imperialistische en corporatische (hij zal wel corporatistische bedoelen) Westen richting Rusland. Het kan alleen maar omdat men zo’n enorme hekel heeft aan Geen Stijl en/of populistische partijen, dat alles geoorloofd is om dat tegen te werken.” Ja, dat krijg je als je ‘verraad pleegt’ aan de uitslag van een referendum, als je ingaat tegen de wil van het volk. Al is dat de vraag, want kwam de meerderheid  van de kiesgerechtigden niet opdagen? Wellicht vanwege de opkomstdrempel die voorstanders twee keuzemogelijkheden gaf.

loesje

Illustratie: https://www.loesje.nl/posters/nijmegen-1111_2/

Realiseren deze criticasters met hun prachtige vocabulaire zich wel dat de keuze van GroenLinks ook een gevolg is van een democratisch proces? Werden immers de leden niet gevraagd wat zij ervan vonden? Lijkt dan niet precies op wat GeenPeil wil gaan doen, een ‘referendum’ houden en dan de uitkomst overnemen? Niet mijn manier van het vertegenwoordigen van het volk, maar wel de manier van deze criticasters die willen dat volksvertegenwoordigers doen wat het volk wil, dat zij niet zelf mogen nadenken. Zien zij de splinter in het oog van anderen, maar niet de balk in het eigen oog?

Belangrijker dan die balk. Een referendum, zelfs al is het bindend, betekent niet dat de ‘verliezers’ ervan, hun mond moeten houden. Zelfs al is er maar één tegenstemmer, dan nog heeft die het recht om ook na de stemming zijn opvatting te blijven verkondigen en zo mensen proberen te overtuigen van zijn gelijk. Wie weet hoe er over een tijdje over hetzelfde onderwerp wordt gedacht? Wellicht verliezen dan de huidige winnaars?

Is het niet juist de kracht van onze democratie dat ook minderheden hun stem mogen laten horen, ook na een stemming? Dat zij niet van mening moeten veranderen en de boodschap van de winnaar moeten verkondigen omdat ze in de minderheid zijn? Dat zou een dictatuur van de meerderheid zijn. Om Loesje te citeren: “Waar één wil is, is de democratie weg.”

Racism or no racism? That’s the question

Ook de opiniesite Joop besteedt aandacht aan het rapport Integratie inzicht? van het Sociaal Cultureel Planbureau. In een artikel met als titel Witten minder bang voor niet-witten, discriminatie neemt toe worden de uitkomsten besproken.  En ik moet zeggen, ik raak ervan in de war. Niet van de uitkomsten van het SCP-rapport, maar van het taalgebruik in het artikel.

Joop gebruikt steevast ‘wit’ waar vroeger over ‘blank’ werd gesproken. Daar zit de verwarring niet. Het wordt verwarrend als de rest op één ‘hoop’ wordt gegooid en die hoop wordt ‘niet-wit’ genoemd.  Die ‘hoop’ omvat onder andere de Surinaamse-Nederlanders en Marokkaanse-Nederlanders. En dan raak ik in de war. Want zijn er niet ook ‘witte’ Surinaamse-Nederlanders? Zijn trouwens alle ‘witte’ Nederlander, of zijn er ook ‘witte’ niet-Nederlanders.

kleurrijk-nederlandFoto: www.arenapoort.nl

Dit wordt cruciaal bij de Marokkaanse-Nederlanders. Het wordt cruciaal omdat het grote probleem juist bij de Marokkaans-Nederlandse jongeren ligt, want die, zo lees ik, “ hebben het meeste last van een gebrek aan acceptatie. Zij lijden het meest onder vooroordelen en kunnen niet rekenen op een positieve dan wel onbevangen houding onder witte Nederlanders.” Hoe ‘niet-wit’ zijn die Marokkaanse-Nederlanders eigenlijk? Als een Marokkaanse-Nederlander ‘niet-wit’ is, hoe ‘wit’ is dan een ‘witte Nederlander’ met zwart haar en een wat donker getinte huid? Hoort een Spaanse-Nederlander bij de ‘witten’ of de ‘niet-witten’?

Loopt Joop zo niet vast met het gebruiken van de termen ‘wit’ en ‘niet-wit’? Als ‘kleur’ het probleem zou zijn, zouden Spaanse- en Italiaanse-Nederlanders dan niet evenveel last moeten hebben van een gebrek aan acceptatie? Laat het voorbeeld van de Marokkaanse-Nederlander niet zien dat de ‘kleur’ niet het probleem is? Zouden er andere oorzaken zijn waardoor Marokkaanse-Nederlanders achtergesteld worden?

Joop concludeert dat de opstellers van het rapport in “de gebruikelijke bedekte termen” schrijven, “waarbij het signaleren van wit racisme angstvallig vermeden wordt.” Zou het kunnen dat de onderzoekers juist wel de nuancering aanbrengen die Joop onder het ‘racisme tapijt’ veegt? Dat een mens iemand die op hem lijkt eerder kiest dan iemand die niet op hem lijkt is menselijk. Dat laten de SCP onderzoekers ook zien, zij constateren (op pagina 16)  immers dat onder andere ook Marokkaanse-Nederlanders zich sterk met de eigen groep identificeren. Dat we ons daarvan bewust moeten zijn en die neiging moeten onderdrukken staat als een paal boven water. Zou het helpen door daar het label discriminatie of zoals Joop doet, racisme op te plakken? Of zouden we dan nog verder van huis raken?

 

 

Koopt Nederlandsche waar!?

Een paar dagen geleden schreef ik over VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer die de industrie weer terug wilde halen naar Nederland. Een nieuw kabinet zou het economische beleid van Trump moeten overnemen, zo betoogde De Boer. Op de site Opiniez ontvouwt Rutger van den Noort een plan om dit te bereiken. Hoe ziet dat plan eruit?

nederlandsche-waar

Illustratie: Uw Drie Kernen

Als eerste: “naast de inkopen van de Nederlandse overheid zelf, worden alle bedrijven verplicht om via een “Nederlandse leverancier-tenzij”-principe al hun inkopen te doen in Nederland.” Zo ontstaat er vanzelf weer een maakindustrie en die: “kan dan vervolgens groeien en zijn vleugels gaan uitslaan: de multinationals van de toekomst.” Zou hij dat werkelijk geloven? Wat let andere landen om een zelfde strategie te kiezen als de Nederlandse? Waar moet die Nederlandse maakindustrie dan haar vleugels uitslaan? Belgen kopen dan immers alleen maar Belgisch, Duitsers Duits, Russen Russisch enzovoort. Dat betekent dat voor een Nederlandse fabrikant de markt wordt beperkt tot Nederland, schaalvergroting zit er niet in. De kosten van mijn machine die makkelijk voor heel Europa kan produceren, moet ik dan terugverdienen op alleen de Nederlandse markt. Wat zou dat voor de prijzen van de producten betekenen?

Oh, nee ik hoef geen machine want Van den Noort lost dat op een andere manier op: “De gezonde bijstandtrekkers moeten vanuit de overheid worden gedwongen in de nieuwe fabrieken te werken (eerste jaar volledig betaald door de overheid, waarna bedrijven worden verplicht deze mensen over te nemen). Migranten die wachten op hun status worden daarnaast verplicht om in de nieuwe fabrieken te werken in ruil voor opvang.” Gedwongen werken, heet dat niet slavernij?  En als ik als bedrijf ‘gratis’ arbeiders krijg, waarom zou ik ze het tweede jaar dan betalen? Wat let me om ze er na een maandje uit te gooien en vervolgens nieuwe ‘gratis’ slaven van de overheid te nemen? Zou dat betekenen dat bijna iedereen op bijstandsniveau leeft? Wie moet dan allemaal die producten van die fantastische Nederlandse maakindustrie kopen?

“We moeten verder vooruit kijken. Het wordt tijd voor een nieuwe Nederlandse visie op werkgelegenheid. Met een gezonde dosis kapitalisme, met een gezonde dosis nationalisme en een gezonde dosis omkijken naar elkaar. Volledige werkgelegenheid in 2021 is geen utopie,” zo eindigt Van den Noort zijn betoog. Inderdaad het beeld dat hij oproept heeft niets van een utopie, het lijkt veel meer op een dystopie.

WC Eend en de rechtspraak

De meeste rechters stemmen D66 en dat betekent dat de ‘D66 opvattingen in de rechtszalen dominant’ zijn. Die rechters kunnen nooit ‘betrouwbaar en onafhankelijk’ zijn. Wilders heeft het er vaak over en nu maakt Bert Brussen bij ThePostOnline zich weer druk. Nu weer naar aanleiding van uitspraken van Geert Corstens, de oud-president van de Hoge Raad. Volgens Corstens is de essentie van het zijn van rechter, dat je je eigen opvattingen ter zijde schuift, niet vooringenomen bent en onpartijdig oordeelt. Dit lijkt mij een uitstekende omschrijving van de functie van rechter.

wc-eend

Foto: langleveeuropa.nl

Deze uitspraak verleidt Brussen ertoe om uit te halen naar de rechterlijke macht, die vol zit met D66-‘WC’eend-rechters’ die beweren dat ze onafhankelijk en betrouwbaar zijn. “Waarom dat zo is kan Corstens zelf ook niet onderbouwen. Daar moet het volk zomaar in geloven, zoals Corstens zelf in 1968 besloot zomaar te gaan geloven in het maakbare paradijs wat voor eeuwig waar zal zijn,” aldus Brussen.

Beste meneer Brussen, zou u de rechterlijke macht wél vertrouwen als het een precieze afspiegeling zou zijn van de actuele politieke verhoudingen? Lijkt me, gezien de steeds wisselende peilingen, lastig om dat actueel te houden. Wat heeft een individuele crimineel aan een volledig aan de politieke voorkeuren gespiegelde rechterlijke macht? Die krijgt te maken met één recht (en soms drie), hoe kan die ene rechter een goede afspiegeling zijn? Moet die ene rechter bijvoorbeeld voor éénvijfde PVV, een tiende PvdA enzovoort standpunten vertegenwoordigen en dus een persoonlijkheidsstoornis hebben? Dan zou ik me pas zorgen maken.

Hoe ziet u dat voor zich? Wilt u de verdachte bijvoorbeeld het recht geven om een rechter van de eigen kleur te kiezen of geeft u dat recht aan het slachtoffer? Hoe moet dat dan in een zaak met meerdere daders en/of slachtoffers van verschillende politieke voorkeuren?

Nog iets beste meneer Brussen, ook een PVV rechter kan niet bewijzen dat hij betrouwbaar en onafhankelijk is. Geen enkele rechter kan dat en toch is het een belangrijke pijler onder onze rechtstaat. Daaraan twijfelen is twijfelen aan de rechtstaat zelf. Daarop moeten we vertrouwen. Bovendien zijn uitspraken van rechters aan te vechten via beroep en hoger beroep en als laatste cassatie bij de hoge raad.

C’est le ton qui fait la musique

Beste Mitchell Esajas,

met veel belangstelling heb ik uw pleidooi bij Joop gelezen. Ik deel uw constatering dat het recht om je mening te laten horen door te demonstreren onder druk staat. Dat autoriteiten te snel en te veel gebruik maken van het argument dat de ‘openbare orde’ in gevaar is. Uw constatering dat vooral tegenstanders van zwarte piet zo monddood worden gemaakt, is niet geheel conform de werkelijkheid laat Bart de Koning bij De Correspondent zien. Die ‘overdrijving’ is u vergeven.

U sluit Uw pleidooi af met vijf punten die iemand concreet kan doen om jullie te steunen. Met het schrijven van dit stuk, voldoe ik al aan uw eerste suggestie, je stem laten horen door iets te schrijven. Zoals ik al schreef, wordt het recht om te demonstreren de laatste jaren te veel beperkt en beknot. Autoriteiten lijken bang en angst is volgens het gezegde, een slechte raadgever. Zeker in een democratie. Dat was niet altijd het geval. De Koning haalt in zijn artikel de liberale minister van Justitie uit de jaren zestig Carel Polak aan: “De democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen, niet voor mensen die voor elke politieke beweging of elke politieke verandering angstig zijn. Wij mogen niet de orde en rust bij voorbaat stellen boven de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting. Ook de vrijheid van degenen, die er prijs op stellen, dergelijke mensen te horen, moeten wij zo veel mogelijk eerbiedigen. In dit geval hebben wij dat gesteld boven bij voorbaat een vrees voor het verstoren van de orde.” Deze woorden zouden de huidige bestuurders zich goed in de oren moeten knopen.

Ik zou zelfs nog een stap verder willen gaan. In een sterke, vrije en democratische samenleving hoort het uiten van je mening in het openbaar, in de openbare ruimte tot de openbare orde. Het kan er dus nooit een verstoring van zijn. De eenzame ‘Erdogan-demonstrant’ en de zwarte sinterklaas die De Koning noemt, hadden nooit opgepakt mogen worden. Iets wat ook voor ‘anti-koningshuis-demonstranten’ geldt die bijvoorbeeld tijdens prinsjesdag in woord of op een bord laten horen dat zij tegen het koningshuis zijn. Met tweehonderd mensen door Rotterdam lopen en je mening laten horen, is geen verstoring van de openbare orde. Dat zou het wel worden, als die tweehonderd bijvoorbeeld blijven lopen op een rotonde, geweld gebruiken of zaken vernielen.

spijkers

Illustratie: DickStolk

Nog een stap verder, maar dit is puur gebaseerd op mijn gevoel. Om de openbare orde te handhaven, zet de politie bij demonstraties en ook bij risicowedstrijden in het voetbal (weet ik als vaste tribuneklant bij VVV-Venlo) zichtbaar veel politie en ME in. Juist die zichtbare macht, roept bij mij gevoelens van onveiligheid op. Omdat ik dat voel, kan ik mij voorstellen dat er meer mensen zijn die dat zo voelen. Ik hoop dat ik hiermee ook uw tweede suggestie, personen in machtsposities verantwoordelijk houden voor hun daden, heb getackeld.

Uw volgende twee suggesties sla ik even over en ga naar uw laatste, het verdedigen van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en betoging met alle benodigde middelen. Ook daar vindt u mij aan uw zijde als u bedoelt dat dit recht met alle vreedzame middelen moet worden verdedigd. Dat geweld slechts in uiterste noodzaak is toegestaan. Van een uiterste noodzaak is pas sprake als fouten van bestuurders niet meer door de rechter worden hersteld. Als kritiek op het optreden van bestuurders onmogelijk is en leidt tot gevangenisstraf.

Resten nog twee punten en hier wordt het iets problematischer.  De Kinderombudsman, de VN en het College voor de Rechten van de Mens hebben geoordeeld dat zwarte piet een discriminerende en raciale karikatuur is van zwarte mensen. Is dat wel zo? Neem de uitspraak van de Kinderombudsman, die concludeert dat: “… de huidige vorm van Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6 IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed voelt bij het Sinterklaasfeest. Door Zwarte Piet te ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken kan er van hem een figuur gemaakt worden die recht doet aan het plezier dat zovelen beleven aan de Sinterklaastraditie en die tegelijk in overeenstemming is met de rechten van alle kinderen in Nederland.” het College voor de Rechten van de Mens komt tot een soortgelijke conclusie. ’Kan bijdragen’ is wat anders dan ‘is een raciale discriminerende karikatuur’. Ik lees hier dat zwarte piet zo kan worden opgevat, dat wil niet zeggen dat expliciet de bedoeling is. Dat geconstateerd hebbende, ben ik het met de Kinderombudsman en waarschijnlijk ook met u eens, dat zwarte piet moet worden aangepast. Want als iets kan bijdragen aan pesten, uitsluiting en discriminatie, ook al is dat niet de intentie ervan, dan moet er iets aan gebeuren. Dat iets lijkt een aanvang te hebben genomen er schijnen nu, naast zwarte, ook roetveeg- en kleurenpieten rond te lopen. Nog niet overal, maar het begin is gemaakt. Of dit (snel) genoeg is, daar kun je over twisten, dat het een begin is, niet.

In dit derde punt gebruikt u het begrip ‘witte privilege’, en uw vierde punt draait om dit begrip. Ik citeer: “Erken je witte privilege en gebruik het door in witte dominantie omgevingen (in je familie, op school, op werk) racisme en discriminatie ter discussie te stellen, juist als het oncomfortabel is.” Met dat ter discussie stellen van discriminatie en racisme, heb ik geen problemen, ook daar vindt u mij aan uw zijde. Dat nog niet iedereen gelijke kansen heeft en dat achtergrond (kleur, religie) daar een rol in speelt, daarvan ben ik me terdege bewust. Dat donker gekleurde mensen, maar ook bijvoorbeeld moslims het lastiger hebben dan mensen met een lichte huidskleur dat is zo en dat is lastig te doorbreken. Mensen zoeken immers naar herkenning, naar iets van zichzelf in de ander. Een andere huidskleur zet iemand dan al op een achterstand. Ik zeg bewust mensen, want dit is niet iets van alleen ‘witte’ mensen. Zo zoeken mensen met buitenlandse wortels bijna altijd een partner met dezelfde wortels. Dit moeten we samen veranderen door het inderdaad ter discussie te stellen en vooral door het gesprek erover aan te gaan.

Lastiger wordt als ik mijn witte privilege moet erkennen. Een privilege is een wettelijk toegestaan recht, een voorrecht aldus Vandale. Als ik erken dat ik zo’n privilege heb, dan erken ik meteen dat u dat (voor)recht niet heeft en daar wringt het. Onze wetgever geeft ons terecht allen dezelfde rechten, niemand heeft daarmee een privilege.

“Dat vele Nederlanders volhouden dat het Sinterklaasfeest in haar huidige hoedanigheid ondanks de schending van burgerrechten van vreedzame antizwarte pietdemonstranten, ondanks de racistische en agressieve bedreigingen van ‘Pietofielen’, ondanks oordelen van mensenrechtenorganisaties en ondanks de toenemende militarisering van het Sinterklaasfeest een onschuldig en gezellig kinderfeestje is, is het ultieme voorbeeld van witte onschuld.” Op het begrip ‘witte onschuld’ kom ik straks terug, nu deze passage. Vermengt u hier niet twee zaken die niets met elkaar te maken hebben behalve het moment waarop ze plaatsvinden? Dat bestuurders de rechten van demonstranten en het recht om te demonstreren schenden, heeft niets met het sinterklaasfeest te maken en zegt niets over het al dan niet racistisch zijn. Dat mensen die tegen zwarte piet demonstreren racistisch en agressief worden benaderd, zegt ook niets over het feest, het zegt iets over mensen die dat doen. In zijn bijdrage op JoopVijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ doet George Arakel hetzelfde. In mijn reactie op Arakel vroeg ik hem of: “de valse noten van een slechte saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid (zijn) van het instrument.” Zo’n manier van argumenteren en onderbouwen is naar mijn stellige overtuiging contraproductief. Hierdoor worden vele goedwillende mensen in een de ‘racistische’ hoek gedrongen die er niet thuis horen en die zullen zich daar tegen verzetten. Het vergroot de afstand en maakt het daarmee moeilijker om gezamenlijke grond te vinden. Dat verzet begint immers met het afwijzen van alles wat u te zeggen heeft. En dat is precies wat er nu gebeurt. Dat racistisch en agressief benaderen zijn daar de extreme uitingen van.

Hiermee kom ik bij het begrip witte onschuld dat u van Gloria Wekker heeft overgenomen: “een dominant zelfbeeld van Nederlanders die zichzelf als open, tolerant en progressief zien en dus fundamenteel niet-racistisch. Dit terwijl Nederland 400 jaar een koloniale natie is geweest.” In januari van dit jaar zette mevrouw Wekker haar denkbeelden bij De Correspondent uiteen. Mevrouw Wekker schrijft daar in grote woorden en met ‘lange halen’ de Nederlandse geschiedenis en de gevolgen daarvan voor het heden. Met lange halen ben je snel thuis. Dat is ook bij haar het geval en dat gaat gepaard met een flinke versimpeling van het verleden. In een eerste reactie op dit artikel heb ik haar gewezen op het toch wat complexer zijn van de geschiedenis en op het niet typisch westers zijn van imperiale en koloniale neigingen en het superioriteitsdenken. In een tweede reactie stelde ik haar gebruik van de geschiedenis voor doelen in het heden ter discussie en concludeerde dat Wekker de geschiedenis aan lijkt te willen passen aan haar huidige mening over het heden.

Aan dat versimpelen van de geschiedenis, in dit geval van de slavernij tot ‘wit is dader en zwart is slachtoffer’, maakte ook documentairemaakster Sunny Bergman zich schuldig in haar ingekorte versie van haar Van der Leeuwlezing in de Volkskrant. In mijn open brief aan haar aanleiding hiervan beschreef ik het als volgt: “Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout.”

Wekker kent navolgers. Recent schreven Rufus Kain en Malique Mohamud artikelen  bij De Correspondent. Kain over bubbling en in de discussie met de lezers die erop volgde vertelde hij over de uitdaging waarvoor hij stond: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Mohamud over de verklaringen van het verlies van Clinton. Hij miste de essentiële vragen: “Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?”

Beste meneer Esajas, zou het kunnen dat het terugbrengen van de complexe werkelijkheid tot zwart (goed) tegen wit (fout, tenzij je erkent dat je door ‘witte’ kleur schuldig bent want dan verlies je je witte onschuld), leidt tot een zwart-wit-discussie? Een discussie waarbij beide partijen zich ingraven en verharden in hun eigen gelijk? Een discussie waarbij verschillen worden uitvergroot en positieve ontwikkelingen als de roetveeg- en kleurenpieten van twee kanten de kop in worden gedrukt.

Een discussie waarbij mensen als ik, hun mond het liefst houden omdat ze door beide partijen worden geslagen en geschopt. Immers, omdat ik erken dat zwarte piet mensen kan kwetsen, krijg ik met dezelfde agressie te maken en wordt ik gezien als een overloper, een ‘collaborateur’ om deze beladen term te gebruiken. Omdat ik aan de andere kant mijn ‘witte privilege’ niet erken en beken dat ik schuldig ben aan het hebben van ‘witte onschuld’, behoor ik voor u tot het kamp van de vijand. Dit terwijl we hetzelfde doel voor ogen hebben: een samenleving waarbij ieder mens even veel waarde heeft, waar iedereen ongeacht afkomst, kleur of religie er mag zijn en van zich mag laten horen. Bovendien is de kans groot dat u mijn weigering zult uitleggen als juist het leiden aan die ‘witte onschuld’, want de redenering achter die ‘witte privilege’ of de ‘witte superioriteit’ is zodanig dat het onmogelijk is om aan te tonen dat ze nergens op is gebaseerd. Dat wordt in die redenering namelijk gezien als een symptoom van het hebben ervan. Dit schreef ik ook al in mijn brief aan mevrouw Bergman.

‘C’est la ton qui fait la musique’ aldus een mooi Frans spreekwoord. Zou het kunnen dat u met uw boodschap meer zou bereiken, dat die tot mooiere muziek zou leiden’ als u de ‘toon’ aanpast door oneigenlijke argumenten achterwege te laten en door ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’ achterwege te laten? Want naast verdeeldheid richten deze termen de aandacht op het verleden en dat is weinig productief. Wellicht zou u eens het interview met de filosoof Kwame Anthony Appiah met de Belgische wedsite MO moeten lezen? Ik schreef hier gisteren een artikel over op mijn website. Omdat ze passen in mijn brief aan u, herhaal ik de laatste zinnen: “Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: “verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden. Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Als het de bedoeling is om ieder mens als even waardevol individu te zien, is het dan verstandig om de nadruk op kleurverschil te leggen, dat gebeurt immers bij het gebruik van termen als ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’? Want wat gebeurt er met iets waar je de nadruk op legt?

Beste meneer Esajas, net zoals ik ook al aan mevrouw Bergman liet weten, wil ik graag met u werken aan een betere wereld die ieder mens als een even waardevol individu ziet. Dat wordt alleen moeilijk als ik mijn ‘witte privilege moet erkennen. Dan werken we naast en deels tegen elkaar aan dat goede doel en dat zou jammer zijn. Wilt u hierover het gesprek met mij aangaan?

Met vriendelijke groet, De Balonnendoorprikker

Boerkalogica

In Dagblad de Limburger van zaterdag 26 november 2016 zijn enkele brieven van lezers te vinden over een Boerka-verbod. Een van die brieven, van M.J.T. ten Haaf, bevat een bijzondere passage: “Net zoals wij, Nederlanders een sjaaltje om ons hoofd doen uit respect voor andersdenkenden in moskee, getuigt het volgens mij ook van respect dat andersdenkenden zich in ons land toch een beetje aanpassen met hun kledij.” Een bijzondere passage die vaker te horen valt in de discussie over de boerka. Laten we er eens wat langer bij stilstaan.

sfa003001960

Illustratie: Neon-pictura

Het eerste wat opvalt is dat de schrijver de huisregels in een gebouw (moskee) vergelijkt met de openbare ruimte. Staat het mij niet vrij in mijn huis mijn regels te hanteren voor zover ze binnen de wetgeving passen. Kan ik dus van mijn bezoekers eisen dat zij hun schoenen uittrekken of een gele trui dragen? Een moskee kan een bedekt hoofd eisen. Als ik die moskee wil bezoeken, dan moet ik mijn hoofd bedekken.

Een variant op deze uitspraak: ‘Westerse vrouwen in Saoedie Arabië moeten zich ook aanpassen en zich sluieren, dan mogen we van ‘hen’ ook verwachten dat zij zich aan onze Nederlandse (kleding)normen aanpassen.’ Inderdaad heeft Saoedie Arabië wettelijk vastgelegde kleding voorschriften, heeft Nederland ook wetten die voorschrijven welke kleding er gedragen moet worden? Wetten die regelen dat je een spijkerbroek moet dragen of een driedelig pak?

Ja, er zijn bedrijven met kledingvoorschriften. Geldt daar niet hetzelfde voor als mijn huisregels? Maar, wettelijk verplichte kledij? Is in Nederland niet iedereen vrij om zich te kleden zoals het hem of haar blieft? Maken de boerka-dragers niet gewoon gebruik van dat recht?

Gaat Nederland met een wettelijk verbod op het dragen van bepaalde soorten kleding, niet de kant van Saoedie Arabië op ? Wat is het verschil tussen een wet die bepaald wat je moet dragen en een wet die bepaald wat je niet mag dragen?

Mocht het zo zijn dat er vrouwen rondlopen die door iemand gedwongen worden om in een Boerka te lopen, dan moet die dwingeland worden aangepakt. Daar helpt een wettelijk boerkaverbod niet tegen. Want zal dat er niet alleen maar toe leiden dat die betreffende vrouw niet meer buiten komt? Zou zij daar bij gebaat zijn?

Write your own (version of) history

De leider van het PVV-smaldeel in de Eerste Kamer, Marjolein Faber, doet niet onder voor haar evenknie in de Tweede kamer. In Vrij Nederland besteedt Max van Weezel aandacht aan haar optreden in die Eerste Kamer. Syrische vluchtelinge zijn gelukzoekers, “Busladingen vol profiteurs uit de islamitische woestijn dringen onze dorpen en steden binnen om na het verkrijgen van een verblijfsstatus een ingericht huis te krijgen met de bijbehorende uitkering en verwentoeslagen.” Ronkend, voor de betreffende mensen denigrerend taalgebruik waar Geert Wilders nog een puntje aan kan zuigen, of zoals Van Weezel schrijft: “vergeleken met Marjolein Faber is Geert Wilders een watje.” 

reconquistaIllustratie: Recursos Humanidades

Heel bijzonder wordt het als zij de ‘toestand in de wereld’ en vooral het Midden-Oosten verklaart. Volgens Faber probeerde het Westen daar orde op zaken te stellen en: “ondertussen worden wij in onze eigen achtertuin aangerand, verkracht, neergestoken, neergeschoten en opgeblazen.” Maar dat is eigenlijk niets nieuws voor Faber:“als ik kijk in 1.400 jaar geschiedenis, blijkt dat de islam 1.400 jaar geleden vanuit het Arabisch schiereiland naar het Westen is getrokken. We zien een spoor van verkrachtingen, moord en oorlog.”

Herschrijft Faber hier eigenhandig de geschiedenis? Past zij hier de geschiedenis aan, aan de denkbeelden van haar partij? Welke ‘zaken’ probeerden ‘wij’ op orde te stellen? De situatie in Irak voor de inval door Bush de Tweede? Of was die inval van Bush de Tweede een poging de zaken van Bush de Eerste op orde te krijgen? Of probeerde Bush de Eerste de in ongerede geraakte zaken van de oorlog tussen Iran en Irak op orde te stellen? Of was de oorlog tussen die beide landen waarbij Irak geld en wapens van het Westen kreeg, een poging om de door de Iraanse revolutie in het ongerede geraakte orde, te herstellen? Een revolutie die het gevolg was van Westerse (Amerikaanse) pogingen om de zaken, het regime van de Shah, op orde te houden? En zo kan nog wel even worden doorgegaan en niet alleen voor Irak en Iran.

En ja, de islam werd in haar beginjaren ook met het zwaard verspreid. Een islamitische veldheer drong aan op bekering van de bevolking van veroverde gebieden en daarbij zijn de nodige slachtoffers gevallen. Verschilt dit van de manier waarop de katholieke en later ook de protestantse heersers met de bevolking van veroverd gebied omgingen? Lieten die de bevolking de vrije ‘godsdienstkeuze’? Werden joden en moslims door de katholieke ver- of moet ik zeggen heroveraars van Spanje niet gedwongen bekeerd? Dit terwijl zij, net als voor het katholieke juk gevluchte Europeanen, onder moslim heerschappij in voorspoed en veiligheid konden leven.