Schuldig in de toekomst

De Beeldenstorm. Wie herinnert zich dit nog van de geschiedenislessen op de middelbare school? In de zomer van 1566  vielen protestanten katholieke kerken en kloosters binnen en vernietigden beelden. De Beeldenstorm was een van de aanleidingen voor de Tachtigjarige Oorlog. Daaraan moest ik denken toen in las dat in Saint Paul nabij Minneapolis ook een beeld van Columbus van de sokkel is gekieperd. De activisten stammen af van de oorspronkelijke bewoner van de Verenigde Staten en die, zo lees ik: “zeggen dat Columbus’ ontdekkingsreizen hebben geleid tot de kolonisatie en genocide van hun voorouders.” De leider van het protest Mike Forcia hierover: “Het was het juiste om te doen en het was het juiste moment om het te doen.” Zo lees ik tenminste bij nos.nl.

Beeldenstorm van Jacob Vos. Bron: Wikimedia Commons

Eerder werd al de Engelse slavenhandelaar Edward Colston van de sokkel gerukt en in de haven van Bristol gekieperd. Colston nu van zijn sokkel gooien omdat hij in slaven handelde, daar kan ik nog inkomen al zou ik het niet doen. De man had ook zijn goede kanten want hij liet zijn fortuin na aan goede doelen. Ja, ook toen ging het uitbuiten van mensen en weldoen al samen en kunnen we hem zien als een voorloper van Bill Gates en al die andere miljardair-filantropen. En nu we het daar toch over hebben, zou het voor de mensen in het heden en de toekomst niet nuttiger zijn om te kijken naar het gedrag van mensen die nu leven? Behalve het mooie plaatje verandert een omver geworpen beeld niets aan het huidige en trouwens ook niets aan het toenmalige onrecht.

Nu begrijp ik de symboliek van het van een sokkel trekken van een beeld. Het is voor de actievoerder wat het openen van een gebouw of het onthullen van een beeld is voor een bestuurder. Een ‘concrete daad’ met veel symboliek en bovendien een moment dat het goed doet op een foto en in een filmpje. Zo’n beeld blijft hangen. Een goed voorbeeld hiervan is de ‘man voor de tanks’ op het Tianamenplein. Zo’n beeld blijft hangen maar daarover wil ik het nu niet hebben. Het gaat mij om de bijzondere redenering.

Bijzonder omdat de redelijk systematische volkerenmoord op de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika vooral het werk was van de inwoners van de Verenigde Staten. Een land dat in 1776 het levenslicht zag en de trek naar het Westen vond in de negentiende eeuw plaats. Om Columbus hiervoor verantwoordelijk te houden is nogal iets. Hij wordt zo verantwoordelijk gemaakt voor daden die anderen ver na zijn dood hebben gepleegd. Om hem die verantwoordelijkheid in de schoenen te schuiven, moet hard worden gemaakt dat Columbus er weet van had dat het Amerikaanse congres in 1830 de Indian Removal Act zou aannemen. Die wet maakte het mogelijk om, zo nodig met geweld, oorspronkelijke bewoners uit de oostelijke staten te verplaatsen naar het westen. Een dat oosten lag steeds westelijker. Een wet die leidde tot onder andere een verschrikkelijke gebeurtenis die bekend staat als de Trail of Tears. Het wordt een hele klus voor de aanklager om dit in de schoenen van Columbus te schuiven. Daarbij maar even vergetende dat Noord-Amerika werd gekoloniseerd door de Hollanders, Engelsen en de Fransen.

Zeker omdat Columbus ter verdediging zal zeggen dat hij reisde in opdracht van het Spaanse koningspaar Isabella van Castillië en Ferdinand van Aragon. Hij zal daarbij ook wijzen op de Portugezen die de handel met De Oost probeerden te domineren. ‘Ik ben ook maar een kind van mijn tijd’, zal hij zeggen, ‘en die tijd heb ik geërfd van mijn voorvaderen’. Dus richt je tot hen.’ Voor de christenen zal dat dan eindigen bij de eerste mensen Adam en Eva. ‘Maar Eva gaf mij de appel,’ zal Adam dan roepen in zijn eigen verdediging. Eva zal antwoorden: ‘maar ik ben door god gemaakt uit jouw rib.’ En dan kunnen we uiteindelijk god verantwoordelijk houden. Bij god aanbeland, zal die zeggen dat je toch echt bij de oerknal moet zijn. ‘Dat was, in tegenstelling tot wat Cees Dekker in het boek Oer beweert, echt niet mijn werk. Ik spruit slechts voort uit de menselijke onkunde om met de eigen sterfelijkheid om te kunnen gaan.’ De niet gelovigen kunnen zo’n zelfde betoog ophangen en proberen de voorvaderen die Afrika verlieten, aan te klagen. Hadden zij dat niet gedaan dan had de hele geschiedenis anders gelopen. Sterker nog, dan was er waarschijnlijk geen ‘geschiedenis’ geweest.

Dat ik een zoon van mijn vader ben, maakt mijn vader niet verantwoordelijk voor mijn daden. De beeldenstormers in 1566 zijn niet verantwoordelijk voor de Tachtigjarige Oorlog. Net zoals we de ellende van de Eerste Wereldoorlog niet in de schoenen kunnen schuiven van Gavrillo Princip. De ouders van Hitler hebben geen schuld aan de Tweede Wereldoorlog. Zonder iets af te doen aan de verschrikkelijke zaken die in het verleden in Noord-Amerika zijn gebeurd, je bij het van de sokkel trekken van Columbus erop beroepen dat hij aan het begin stond van iets wat 170 jaar later plaatsvond, is een erg zwakke onderbouwing. Met een dergelijke redenering zou ik me als actievoerder zorgen maken met welke daden ik mij nu schuldig zou maken aan misdaden in de toekomst.

Bondgenoten

Werken aan een samenleving waarin alle mensen gelijkwaardig zijn en gelijk worden behandeld, is nog niet zo eenvoudig. “Demonstreren of een zwart beeld op Instagram is niet voldoende als je je écht tegen racisme wil verzetten,” aldus Sophie Duvekot  bij OneWorld. Zeker niet als je ‘wit’ bent. Tenminste als we Duvekot mogen geloven. Gelukkig helpt ze je een eind op weg met haar artikel Do’s en Don’ts voor witte bondgenoten. Nieuwsgierig als ik ben, ben ik eens in de ‘tips’ gedoken. En wat blijkt. ‘bondgenoot’ worden blijkt een hele studie.

Bron: publicdomainvectors.org

Als eerste kun je naar de site Wit Huiswerk. “Om je effectief in te zetten voor de strijd tegen racisme is het belangrijk om te weten wie je bent, wat je zelf doet en kan doen en waar je het over hebt.” Toch knap van de site dat ze je helpt te ontdekken wie je bent. Ik dacht dat ik dat al wist, maar om ‘bondgenoot’ te zijn is dat klaarblijkelijk niet voldoende. Dus maar eens even kijken wat de site te bieden heeft zodat ik mezelf kan ontdekken. Onder andere thema’s. Dat zijn er verschillende zoals Wit zijn, Privileges,  Zwarte Piet, Intersectionaliteit, en ook Witte redder complex. Daaronder  een lijst met boeken, artikelen, TED-talks. Wat opvalt is dat het meeste Engelstalig en van Amerikaanse bodem is. Dit aangevuld met vooral werk van Gloria Wekker en het boek Hallo witte mensen van Anousha Nzume en de documentaire Wit is ook een kleur van Sunny Bergman. De potentiële ‘bondgenoot’ die het Engels niet of minder machtig is, komt bedrogen uit. Die moet eerst op cursus Engels.

Om er een start mee te maken, adviseert Duvekot om de Anti-Racism checklist for Whites in te vullen. Die: “geeft je een idee van wat het inhoudt om een bondgenoot te zijn en waar jij je antiracisme wel of niet al in de praktijk brengt.” Laat ik dat advies dan maar opvolgen. Helaas weer in het Engels. Anderhalf A-viertje met vragen. Als ik de vragen zo lees kan ik de eerste pagina allemaal met JA beantwoorden. Zou ik dan een goede bondgenoot zijn? Ik vraag me alleen af hoe die vragen me en vooral de zaak verder helpen. Op de volgende pagina: “problem areas where individuals sometimes get stuck”. Ze zijn, zo lees ik: “specifically for white individuals.”  De eerste vraag is een bijzondere: “I am not clear on the labels people of color prefer to use to identify themselves.” Dat is mij inderdaad niet altijd even duidelijk. Wat mij wel duidelijk is, is hoe ik wil dat men mij labelt. Alleen begrijp ik dat de ‘activisten’ dat anders zien. In Duvekots artikel lees ik namelijk het volgende: “Zo kun je de volgende keer als iemand in je omgeving het woord ‘blank’ gebruikt vragen of diegene zich bewust is van de koloniale betekenis van het woord.” Als ‘bondgenoot’ moet ik de ‘activisten’ dus aanspreken met het label dat zij kiezen en zij spreken mij aan met een label dat zij ook kiezen. Dat voelt wat minder.

Met dat ‘mindere’ kom ik bij mijn punt. Als je wat dieper in de materie duikt, dan kom je erachter dat een goede ‘bondgenoot’ zich bewust is/moet worden van zijn ‘witte privilege’ en zich moet laten indoctrineren in het intersectioneel denken. Waarom moet een blanke die racisme wil bestrijden op les om zich het denken van Gloria Wekker en de ‘intersectionaliteit’ eigen te maken? Dit zijn voor mij heel grote belemmeringen. Zoals ik al vaker heb aangegeven rammelt er veel aan deze theorie, het denken en de historische onderbouwing ervan. Of eigenlijk is het niet de historische onderbouwing, maar de manier waarop het verleden wordt ‘herschreven’ om het eigen gelijk te onderbouwen. Waarom moet überhaupt een blanke die tegen racisme is op cursus? Zijn het dan alleen blanken die zich schuldig maken aan racisme? Ik meen me toch te herinneren dat de Hutu’s die tijdens de racistische Rwandese genocide van 1994 de Tutsi’s te lijf gingen, allebei dezelfde kleur hadden? Ook bij de racistische vervolging van de Rohingya door de boeddhistische Birmezen waren er geen blanken te bekennen. Hoe zit het trouwens met het denken dat je alleen weet wat racisme is als je ‘van kleur’ bent?

Gelukkig is een cursus, opleiding, checklist niet nodig om je te kunnen inzetten voor een samenleving waarin alle mensen gelijkwaardig zijn en gelijk worden behandeld. Daarvoor is het nodig dat je je realiseert dat ieder mens over een ander oordeelt alvorens te denken, zoals ik in Toonpolitie schreef. Je dat realiseren en dan vervolgens dat oordeel ‘zonder te denken’ gaan overdenken door echt na te denken. Mensen die in de positie zitten of er soms in komen om anderen aan een baan of stage te helpen, zijn daarbij van groot belang. Op dat niveau wordt het verschil gemaakt. Dat levert meer op dan de ‘staatscommissie’ die, zo is bij Joop te lezen, Lodewijk Asscher bepleit. Een staatscommissie die: “die onderzoek doet naar en adviseert over (onbewust) aanwezige uitsluitingsmechanismes en institutioneel racisme. Bij de schooladviezen en mogelijkheden tot stapelen in het onderwijs. Het onder de loep nemen van sociale en fraudewetgeving. En wat er kan verbeteren bij de politie, jeugdzorg en andere instanties.“

Slavernijwetgeving

In de Volkskrant las ik een ingezonden brief waarin Annelies de Vries het volgende schrijft: “Het kolonialisme behoort ook tot de ­Nederlandse geschiedenis, waar racisme en discriminatie vaste onderdelen van waren. De wet- en regelgeving daarvoor werd gewoon door de Nederlandse regering en het parlement in Den Haag vastgesteld, nog niet eens zo lang geleden.” Ik dacht: niet lang geleden vastgestelde slavernij bij wet? Hoe komt ze daarbij? Daarop las ik een, naar blijkt, artikel van vorig jaar van Seada Nourhussen met als titel Met deze koloniale taal stoppen we. En dacht zou het daardoor komen?

Bron: Flickr

Misschien heb ik het vorig jaar gemist en nu stond het ineens weer prominent op de site. “Ook OneWorld heeft een verantwoordelijkheid om ons eigen taalgebruik tegen het licht te houden. Taal kan beeldvorming bepalen en machtsverhoudingen ontkrachten of bevestigen. De volgende termen zijn al uit ons woordenboek geschrapt – ‘Gouden Eeuw’ stond daar niet bij, en zo zijn er vast nog meer blinde vlekken. Denk je mee?” Eronder woorden en termen die volgens OneWorld niet meer kunnen. En ja, ik denk graag mee. In dit geval over het begrip moderne slavernij. OneWorld biedt “Extreme uitbuiting en/of gedwongen arbeid als alternatief. Nu lijkt mij ‘gedwongen arbeid’ toch echt hetzelfde als slavernij. De arbeider is immers niet vrij om te kiezen de arbeid wel of niet te verrichten. De rechten van de arbeider worden ernstig beknot en laat “iemand wiens vrijheden sterk beknot zijn” nu een van de twee omschrijvingen zijn die de Van Dale geeft voor het woord slaaf. De andere is “lijfeigene die geen persoonlijke rechten heeft.” Hierop kom ik straks nog terug.

Nu eerst de reden die OneWorld geeft om het begrip moderne slavernij niet te gebruiken. We lezen: “Het kenmerk van de trans-Atlantische slavernij was dat mensen in gevangenschap onbetaald werk verrichtten, geregeld bij wet. Wat tegenwoordig moderne slavernij wordt genoemd, is wel betaalde arbeid, maar dan extreem laag gehonoreerd. Vaak zijn er ook andere omstandigheden in het spel: de arbeid is doorgaans illegaal en dus strafbaar. Dat maakt het voor nazaten van tot slaaf gemaakten een oneerlijke vergelijking met het eeuwenlange, legale systeem waaronder hun voorouders leefden.” Nu is het ‘onbetaald’ zijn niet helemaal correct. Een slaaf kreeg onderdak en te eten in ruil voor zijn arbeid. Daarin verschilt hij niet zoveel van de extreem uitgebuite negentiende-eeuwse arbeider zoals is te lezen in Kapitaal van Karl Marx. Die kreeg een karig loon dat maar net en soms niet  voldoende was om onderdak en eten te betalen. Maar, hij kon na werktijd gaan en staan waar hij wilde en kon ook een andere baas kiezen. “Maar,” om Over de muur van het Klein Orkest aan te halen: “wat is nou die vrijheid zonder huis zonder baan. Zoveel Turken in Kreuzberg die amper kunnen bestaan. Goed, je mag demonstreren maar met je rug tegen de muur. En alleen als je geld hebt, dan is de vrijheid niet duur.” Geld had hij amper genoeg om te overleven en ook de vrije tijd was zeer beperkt. Want bij werkdagen van tussen de twaalf en soms wel achttien uur per dag was er niet zoveel tijd na het werk. De tijd was amper voldoende om te slapen en weer op krachten te komen voor de volgende dag. En bij een eventueel andere werkgever was het niet zoveel beter. Ik dwaal af. Of toch niet. Het antwoord komt straks.

Oneworld heeft wel een erg beperkt beeld van slavernij: de trans-Atlantische slavernij.  Slavernij kent een lange en ‘veelkleurige’ geschiedenis. Slavernij is geen zeventiende-eeuwse uitvinding. De trans-Atlantische slavernij was een nieuwe loot aan de slavernij-stam. Voor degenen die er meer over willen weten, lees bijvoorbeeld de Prikker Romeinen, Arabieren en Hollanders. Nu was ook een van de kenmerken van die andere vormen van slavernij dat er, uitzonderingen daargelaten, gewerkt moest worden. Slaaf werd je als je aan de verliezende kant in een oorlog had gevochten. Als je dorp was geplunderd en je gevangen was genomen. Dan kon je worden verhandeld net als een koe, geit of een aardewerken pot. Of je werd als kind van slaven geboren. En dan zijn we weer bij het begrip lijfeigene, de tweede betekenis van het woord slaaf. Dat is de naam die in het feodale stelsel in Europa voor slaaf werd gebruikt. Daarnaast had je nog horigen, die hadden hun eigen huis en stukje grond maar moesten verplicht een deel van hun tijd werken voor de landheer. Werk waarvoor ze niet betaald, nog te eten kregen. Die zijn bij OneWorld helemaal buitenbeeld.

Heel bijzonder is de bewering dat slavernij bij wet geregeld was. Er is in Nederland nooit een wet geweest die regelde wie slaaf kon zijn en wie niet. Een slaaf was eigendom en eigendom was heilig. Kinderen en vrouwen waren, om dezelfde redenen, trouwens ook ‘eigendom’ van de pater familas. De enige wetten die over slavernij zijn aangenomen, zijn wetten die het absolute eigendomsrecht beperkten. Zo werd er eind achttiende eeuw een wet van kracht die de verstrekking van voedsel, kleding en rusttijden voor slaven op Curaçao regelden. De wet van 1814 die de trans- Atlantische slavenhandel verbood en de wetten waarmee in de koloniën de slavernij werd verboden en dus afgeschaft. Het is dus precies andersom. Het was niet wetgeving die slavernij mogelijk maakte, het was wetgeving die slavernij onmogelijk maakte.

In  diezelfde periode, de jaren zeventig van de negentiende eeuw en daarmee zijn we weer bij Marx, werden ook de rechten van de ‘kapitalist’ op het lijf en vooral de tijd van de arbeider beperkt. Als eerste via het zogenaamde Kinderwetje van Van Houten waarmee in 1874 de arbeid van kinderen onder twaalf jaar werd verboden. Een wet die werd gevolgd door een hele serie wetten die de ‘rechten’ van de werkgever beperkten en het leven van de arbeider verbeterden. Wetten die de arbeidstijden regelden, de lengte van de werkdag en de werkweek, de omstandigheden waaronder gewerkt moest worden en uiteindelijk zelfs medezeggenschap. Net als de slavernijwetgeving is ook de wetgeving met betrekking tot arbeid wetgeving die de rechten van ‘kapitalisten’ en dus machtigen beperkt.

Ook tegenwoordig zijn er nog voldoende mensen wiens ‘vrijheden ernstig beknot’ zijn en die dus onder de categorie ‘slaaf’ vallen. Neem de arbeiders die in Qatar de voetbalstadions voor de WK bouwen. Ze krijgen wat betaald waarvan ze kunnen leven, maar hebben verdomd weinig vrijheden. Hun paspoorten zijn ingenomen en of ze hun loon krijgen is maar zeer de vraag. Of de vrouwen die met mooie verhalen worden verleid om naar hier te komen en waarvan het paspoort wordt afgenomen waarna ze in de prostitutie te werk worden gesteld. Dit om maar twee voorbeelden te noemen van wat ik toch echt gewoon bij de naam noem: moderne slavernij. Of beter nog, laat het woord modern weg: slavernij!

Toonpolitie

“‘White silence is violence’ scanderen wit en zwart op dit moment tijdens de protesten in Amerika. En ik ben het met ze eens. De structurele oppressie van onze identiteit en onze mensheid kan enkel gebeuren omdat het gros van onze medelanders zich stilhoudt en zich vaak opwerpt als verdedigers van het systeem door te fungeren als toonpolitie tegen hen die zich uitspreken tegen structurele discriminatie.” De op één na laatste alinea van een artikel van Karim Bettache bij Joop waarop ik straks terug kom. Eerst even het betoog van Bettache.

Bron: WikipediaCommons

Bij het lezen van zijn artikel ontstaat een beeld van Nederland als een in en in racistisch land dat andere culturen onderdrukt: “Je gaat de onderdrukking pas zien wanneer je de ogen daadwerkelijk opent, daar ons cultureel systeem bijzonder effectief is om de eigen onderdrukking in de geesten van ons allen te indoctrineren.” En iets verder op: “Bijna twee miljoen mensen in Nederland leven in een dergelijke identiteit en hebben elke dag te maken met een cultuur die vijandig staat ten opzichte van hun menszijn, hun ‘ik’. En ik bedoel dan niet de bewuste vijandigheid van een rechtsextremistische politicus of een neonazi, maar de heimelijke, geniepige vijandigheid die als een altijd aanwezige auto-immuun ziekte langzaam de integriteit van je lichaam van binnenuit aanvreet.” En: “we hebben er in Nederland een handje van naar anderen te wijzen waar het racisme betreft maar, op een paar vreselijke landen na, is er bijna geen ander land in het Westen waar zo ongegeneerd minderwaardig gesproken wordt over etnische minderheden in de publieke ruimte, gevolgd door een pijnlijke stilte van de witte meerderheid.” En de oorzaak hiervan:  “Zo’n vierhonderd jaar geleden hebben onze voorouders besloten de hele buiten-Europese wereld leeg te roven, te misbruiken en hun mensheid tot irrelevant te verklaren om daar vervolgens een heel systeem van waardige versus onwaardige mensen op te stoelen.”  

Over het historische gehalte van deze laatste passage schreef ik al eerder een Prikker met als titel Europese ‘Risk opdracht’. Nu naar de passage waarmee ik begon. Met zo’n beschrijving van Nederland vraag je je af waarom mensen überhaupt naar Nederland zouden willen vluchten, zoals er zovelen doen. Waarom zou je je immers blootstellen aan ‘indoctrinatie van je geest met de eigen onderdrukking’? Waarom je blootstellen aan een cultuur die ‘vijandig staat ten opzichte van hun mens zijn? Of zou er iets niet kloppen aan Bettache’s beschrijving van ‘het culturele systeem’ in Nederland?

Dat in Nederland niet alles ‘perfect’ is en soms zelfs verre van dat, staat buiten kijf. Dat het voor mensen met een minder lange geschiedenis in dit land, lastiger is om een plek te verwerven, staat ook buiten kijf. Betacche: “Op het VWO behoorden mijn resultaten tot de top, toch werd mijn kunnen altijd in twijfel getrokken door de leraren.” Wellicht tot verbazing van de heer Bettache, maar tot nog niet zolang geleden werden de schoolprestaties van arbeiderskinderen steevast in twijfel getrokken: ‘de mavo of lts lijkt mij passend voor uw kind’ kreeg menigeen van hen te horen aan het einde van de lagere school, zoals de basisschool toen heette. Dit terwijl een kind van de notaris met eenzelfde cijferlijst een vwo-advies kreeg. Arbeiderskinderen waren toen de ‘nieuwkomers’. En zo ervaren alle ‘nieuwkomers’ problemen met het zich, om de term van premier Rutte te gebruiken, invechten in de samenleving.

Dat Nederlanders, net als trouwens iedere andere menselijke bewoner van deze planeet, oordelen over anderen staat buiten kijf. Maar dat dit een gevolg is van het door Bettache beschreven ‘cultureel systeem’?  Zou het niet veeleer een nu hinderlijk gevolg zijn van onze geschiedenis als mens? Zou dat oordelen niet een hele lange geschiedenis hebben? Was het millennia lang niet onontbeerlijk voor het overleven van onze voorvaderen? Het was voor de jager- verzamelaars nodig om gevaar te detecteren: ‘is deze persoon of groep een gevaar voor mij en mijn groep?’ Dat moest heel snel gebeuren omdat treuzelen je dood kon betekenen. En bij dat snel beoordelen keken we, en dat doen we nu nog steeds, onbewust naar overeenkomsten maar vooral naar verschillen. Hoe meer verschillen, hoe meer gevaar. Millennia lang zo denken heeft gezorgd voor keuzes op basis van ‘vooroordelen’. Heel menselijk gedrag dat ons al die tijd heeft laten overleven maar dat in ons huidig tijdsgewricht, waarin er in een land als Nederland mensen wonen, leven en willen werken afkomstig uit alle landen en delen van de wereld, hindert en tot ongewenste gevolgen leidt. Dan moeten ze samen toch iets en dan wordt dat oude ‘overlevingsgedrag’ hinderlijk. Dat leidt ertoe dat: “wanneer je witte ruimtes binnenstapt zoals bepaalde cafés en restaurants en je de blikken op je rug voelt branden,” om een voorbeeld dat Bettache noemt, aan te halen. Een gevoel dat ook ik heb wel eens heb als ik ‘ruimtes’ binnenstap waarin ik weinig van mezelf herken.

Dan moeten we, zoals Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman het in zijn boek Ons feilbare denken noemt, van systeem 1 naar systeem 2 denken. “Systeem 1 werkt automatisch en snel, met weinig of geen inspanning en geen gevoel van controle.” Het systeem dat het overgrote deel van het werk voor ons mensen doet. Zonder deze manier van denken zouden we niets gedaan krijgen. Het systeem dat gevaar detecteert en dat onbewust onze houding jegens anderen bepaalt: vriend of vijand! Als we ons realiseren dat we volgens dit patroon mensen beoordelen dan kunnen we het veranderen en voor dat veranderen, hebben we systeem 2 nodig. “Systeem 2 omvat bewuste aandacht voor de mentale inspanningen die worden verricht, waaronder ingewikkelde berekeningen. De werking van systeem 2 wordt vaak gekoppeld aan de subjectieve ervaring van handelingsvermogen, keuze en concentratie.”  Systeem 2 kost tijd en moeite en dat is wat er nodig is om die eerste, onbewuste indruk over iemand op basis van systeem 1, ter discussie te stellen.  

Dit ‘jager- verzamelaargedrag’ om het zo te noemen wordt tegenwoordig door sommigen ook ‘institutioneel racisme’ genoemd. Ik vraag me af of die benaming helpt bij het aanpakken van dit gedrag. Door die naam eraan te geven, krijgt degene die het gedrag vertoont het gevoel van racisme te worden beschuldigd en daarin zal hij of zij zich niet herkennen. En dat gaat weer belemmeren in het voeren van het gesprek over de gevolgen van dat gedrag. Het wordt dan een gesprek met als thema ‘ik ben geen racist’ terwijl het eigenlijk moet gaan over de ongewenste gevolgen van dit ‘jager- verzamelaargedrag’.

Als dit mij de kwalificatie ‘toonpolitie’ en daarmee verdediger van ‘het systeem’ oplevert, het zij zo. Maar op de toon en vooral de inhoud van Bettache’s betoog is, zoals ik hierboven schreef, nogal wat aan te merken. Die toon en inhoud richten de aandacht op het verkeerde en dat is jammer.

Geschiedenis maar dan anders

Het is niet dat ik iets tegen OneWorld heb. Het is gewoon toeval dat ik drie dagen achter elkaar iets op de site lees waarbij ik grote vraagtekens zet. In een artikel met als titel Mens ken je plek staat speciësisme centraal. Na intersectionaliteit en validisme alweer een bijzondere term. Speciësisme is de, zoals auteur Emma L. Meelker het omschrijft: “overtuiging dat dierenlevens minder waard zijn dan die van mensen.”  Voor haar artikel spreekt Meelker met onder andere Emma-Lee Amponsah. Die heeft een bijzondere kijk op de geschiedenis.

Columbus ontdekt de ‘nieuwe wereld’. Of ontdekt de nieuwe wereld Columbus? Bron: WikimediaCommons

Volgens Amponsah is het: “belangrijk (…) om te begrijpen dat het onderscheid tussen menselijkheid en dierlijkheid in dezelfde periode is ontstaan als het onderscheid tussen witte mensen en mensen van kleur. Het verlichtingsdenken en de bijbehorende rassenleer zijn direct verbonden aan het idee dat mensen buiten de natuur staan, dat mensen bovenaan de piramide van het natuurlijke leven staan, of er zelfs volledig buiten staan. Maar ook dat sommige mensen minder mens zijn dan anderen. Op basis van deze ideeën over menselijkheid en dierlijkheid is onze sociale orde ingedeeld, is kolonialisme vergoelijkt en slavernij aanvaard. Dat het ooit mogelijk was om zoveel mensen als slaven te verhandelen, is omdat zwarte Afrikanen buiten de menselijke wereld werden geplaatst door allerlei wetenschappers die het normaal vonden dat de natuur in bezit genomen en verhandeld kon worden. Op die manier kun je speciësisme niet lostrekken van racisme en kolonialisme.” Amponsah: “Het vreemde is dat witte mensen nu ook nog eens doen alsof zij aan kop gaan in de anti-speciësismebeweging. Alsof begaan zijn met dierenleed en zorgen voor de natuur een ding is voor witte mensen. De geschiedenis toont anders aan.” Laten we dit eens wat nader bekijken.

Het onderscheid tussen mens en dier is dus iets wat is ‘verzonnen’ door de blanke mens. Iemand met een groene huidskleur zou immers een ander onderscheid maken. Die zou de wereld verdelen in ‘groene mensen’ en ‘niet groene mensen’. Die blanke mens heeft dat verzonnen ergens in de zeventiende of achttiende eeuw, want dat was de periode van de Verlichting. Alhoewel het misschien ook aan het einde van de negentiende eeuw zou kunnen zijn, want dat is de periode dat de rassenleer ontstond. Nu heeft de verhouding tussen mens en dier een heel lange geschiedenis. Onze voorvaderen hebben eeuwen, wat zeg ik, millennia lang geleefd als jager- verzamelaars. Het lijkt mij dat daarvoor een onderscheid tussen de eigen soort en andere soorten van groot belang is. Zo’n tienduizend jaar geleden zetten onze voorvaderen hierin een volgende stap. Groepjes vestigden zich op een vaste plek en begonnen met het domesticeren van planten en dieren.  Of, en dat is een andere manier om ernaar te kijken, die planten en dieren begonnen de mens te ‘domesticeren’. Vanuit evolutionair perspectief bekeken zijn die gedomesticeerde planten en dieren immers de meest succesvolle. Als we, en dat doet Amponsah, redeneren vanuit het menselijk perspectief, dan is ook hiervoor onderscheid maken tussen mens en dier van belang. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de blanke mens in de achttiende eeuw de eerste was die onderscheid maakte tussen mens en dier.

Dat ‘verzinsel’  tijdens die Verlichting heeft ook slavernij vergoelijkt en het ‘normaal’ gemaakt dat mensen als slaven werden verhandeld. De zwarte Afrikaan was immers buiten de ‘menselijke wereld’ geplaatst. Excusez? Wordt hier de geschiedenis van de slavernij niet ernstig geweld aangedaan? Geweld aangedaan door deze te beperken tot de gruwelijke trans-Atlantische slavenhandel? Slavernij is echter veel ouder en trof niet alleen zwarte Afrikanen. Sterker nog. Slavernij is van alle tijden en ook van alle kleuren mensen.

Een zeer bijzondere kijk op de geschiedenis. Een kijk waarbij het doel, alle ellende in de schoenen schuiven van de blanke man, centraal staat. Een doel waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt. Bij deze manier van denken moet ik denken aan een passage uit het boek Het Kristalpaleis van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk: ”Men is intussen zo vrij om te stellen dat de Europeanen in oktober 1492 door Caribische inboorlingen ontdekt werden. Voor de bedroefde ontdekkers bleek het voortaan raadzaam om gegevens te verzamelen ter bestudering van hun bezoekers; deze archieven hoeven alleen nog geëvalueerd te worden.”

‘Life’s not fair …

Gisteren schreef ik over de ‘intersectionele blik’ die OneWorld in al haar artikelen wil hebben. Dit naar aanleiding van een bijsluiter bij een artikel waarin de auteur, Amanda Govers, werd verweten dat die blik in haar artikel ontbrak. Ik moest aan die bijsluiter denken toen ik bij OneWorld een artikel las van Tamar Doorduin.

Bron: Public Domain Pictures

Bij het opheffen van de tegen de verspreiding van het coronavirus genomen maatregelen pleit Doorduin voor containment. Bij contaiment wordt: “éérst (…) ingezet op het zoveel mogelijk indammen van het virus en pas daarná op het versoepelen van maatregelen. Vlamt het virus toch weer ergens op, dan wordt het brandje zo snel mogelijk geblust door middel van bron- en contactonderzoek en een striktere vorm van quarantaine dan in Nederland nu gangbaar is.” Dit duurt langer: “Maar het is wel de eerlijkste strategie.”… Het doel van containment is immers om tot een situatie te komen waarin het voor iederéén veilig is om het huis te verlaten en mee te doen – dus ook voor mensen uit de risicogroepen.” Immers: “rampen vergroten de ongelijkheid niet, dat doen mensen. Het komt niet door het virus zélf dat zieke en gehandicapte mensen nog verder worden buitengesloten, maar door de politieke keuzes die het kabinet maakt.” Doorduin ziet het gebeuren dat de nu stikte maatregelen langzaam worden versoepeld: “Oudere, zieke en gehandicapte mensen moeten voor onbepaalde tijd thuis blijven.” Terwijl de ‘gezonde Nederlander’ al weer de straat en het terras op mag. Daardoor: “líjkt (het) misschien alsof het kabinet op deze manier rekening houdt met mensen die meer risico lopen: er wordt immers gesproken over het ‘beschermen van de kwetsbaren’. In de praktijk blijkt die bescherming neer te komen op opsluiting en uitsluiting.” Dit is niet eerlijk naar mensen die meer risico’s lopen, containment is dat, volgens haar wel. Het klinkt inderdaad eerlijk en democratisch om te wachten tot er een situatie is waarin het voor iedereen veilig is om het huis te verlaten. En vooral lijkt het artikel geschreven met een ‘intersectionele blik’. Doorduin maakt zich immers druk om mensen voor wie het virus extra gevaarlijk is.

Nu heb ik, als het over eerlijk gaat, de neiging om Scar uit The Lion King te citeren. Scar zit te mokken in een grot omdat Simba is geboren en die heeft hem verstoten van de positie als eerste gegadigde om koning Mufasa op te volgen. Tijdens dat mokken vangt hij een muis die hij wil verorberen en dan spreekt hij de woorden: “Life’s not fair you see. For I will never be king and you will never see the light of another day.” Een pijnlijke waarheid maar wel een waarheid als een koe. Trouwens ook een waarheid die van toepassing is op het opheffen van de beperkende maatregelen. Welke manier van ‘opheffen’ er ook wordt gekozen.

Inderdaad is het ‘not fair’ dat er: “een tweedeling ontstaa(t). In de meerderheid zijn de jonge, gezonde mensen voor wie de samenleving langzaam maar zeker weer opengaat. Oudere, zieke en gehandicapte mensen moeten voor onbepaalde tijd thuis blijven.” Maar maakt dat het alternatief van Doorduin, allemaal thuis totdat het voor iedereen veilig is, wel tot ‘fair’? Hoe ‘fair’ is zo’n ‘one size fits all’ oplossing? Hoe ‘fair’ is het voor ouders en kinderen om op drie hoog in een flatje opgesloten te zitten met drie kinderen? Hoe ‘fair’ is het om als kind opgesloten te zitten in een huis waar je ouders of verzorgers je fysiek of emotioneel mishandelen? Hoe ‘fair’ is het überhaupt om kinderen op te sluiten in een huis? Hoe ‘fair’ is het dat langer ‘opsluiten’ tot meer werkloosheid en verlies van inkomen leidt wat weer tot gezondheidsschade en sterfte kan leiden? Ook Doorduins oplossing vergroot ongelijkheid.

Welke oplossing er ook wordt gekozen, er zullen altijd mensen de dupe zijn. Er zullen altijd mensen zijn waarvoor de gekozen oplossing niet ‘fair’ is. Helaas komen deze ’intersecties’ in het artikel niet aan de orde en dat roept de vraag op hoe het zit met de ‘intersectionele blik’ van dit artikel maar ook van OneWorld.

‘Intersectionele blik’

“Onze lezers wezen ons erop dat een intersectionele blik in dit stuk ontbreekt.”  De eerste zin in een ‘noot van de redactie’ bij een artikel van Amanda Govers op de site OneWorld. Govers, zelf veganist, pleit in haar artikel voor een meer plantaardig dieet. Zij ziet: “verontrustende dieetadviezen voorbijkomen. In de strijd tegen het virus leggen sommige diëtisten sterk de nadruk op het eten van dierlijke producten.” In haar pleidooi ontbreekt dus de ‘intersectionele blik’.  

Bron: WikimediaCommons

Intersectionaliteit, ik schreef er al eerder over, is: “a theoretical framework for understanding how aspects of one’s social and political identities (gender, race, class, sexuality, ability, height etc.) might combine to create unique modes of discrimination.” Zo is te lezen op Wikipedia. Dus om discriminatie van iemand of een groep goed te kunnen beoordelen, moet je kijken naar verschillende aspecten van iemands identiteit. Iemands identiteit wordt zo bepaald door de persoon eerst in stukken te hakken in verschillende aspecten en hem vervolgens vanuit een beoordeling van die aspecten weer op te bouwen. Nu vraag ik mij af wat een ‘intersectionele blik’ is op het dieetadvies dat Govers geeft.

Op zoek naar een antwoord, stuitte ik op een vlog van Govers waarin zij haar verbazing over deze passage uit. Oneworld beschuldigt haar van validisme. Validisme staat niet in de digitale Van Dale en op Wikipedia is te lezen dat het een term is die wordt: “gebruikt voor de discriminatie, marginalisering en stigmatisering van mensen met een functiebeperking op grond van hun lichamelijke en/of verstandelijke gesteldheid.” Govers, om het cru te zeggen, discrimineert mensen omdat, zo betoogt Oneworld: “een (volledig) plantaardig eetpatroon niet voor iedereen is weggelegd (om welke reden dan ook), voor het feit dat je geen volledige controle kunt hebben over je eigen gezondheid en voor het feit dat dik-zijn en gezondheid niet onlosmakelijk verbonden zijn.”  Of dat zo is en of hoe goed veganisme is, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de ‘intersectionele blik’

Laten we de intersectionele blik’ eens tot in haar uiterste consequenties doordenken’. Een van de aspecten waar, volgens het intersectionalisme naar moet worden gekeken is een functiebeperking. In ieder artikel moet worden gekeken door de bril van mensen met een functiebeperking.  Nu zijn er nogal wat functies die beperkt kunnen zijn. Bovendien kunnen ze ook op verschillende manieren beperkt zijn. Zo is een laag IQ een beperking en kan een hoog IQ dat ook zijn. Maar beperking van een functie is niet het enige ‘aspect’ waarnaar moet worden gekeken. We hebben ook nog sekse, gender, huidskleur. En die huidskleur heb je in heel veel verschillende tinten. Maar ook daar houdt het niet op, want er is ook nog religie of het ontbreken daarvan, nationaliteit en cultuur. En natuurlijk zijn we er met nationaliteit en cultuur ook nog niet. Een Fries is immers ‘heel anders’ dan een Limburger en de Friese cultuur is heel anders dan de Limburgse. En nu we het over de Limburgse cultuur hebben, is die in Venlo niet ook anders dan in Maastricht en Heerlen? En ook wat religie betreft zijn de oorlogen tussen verschillende sektes van eenzelfde geloof het meest dodelijk gebleken. Neem sjiieten en de soennieten en in onze contreien de katholieken en protestanten.

Als we doorgaan met het zoeken naar kruispunten (intersecties) van aspecten komen we uiteindelijk bij het individu uit. Govers stuk over een  plantaardig dieet en het veganisme voldoet dan pas aan de intersectionele blik als iedere individuele potentiële lezer op de persoonlijke maat toegesneden, wordt aangesproken. Dat lijkt met erg lastig schrijven.

Doodlopende weg

De Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) staat de laatste tijd flink in het nieuws. Van hen wordt verwacht dat ze de nogal onduidelijke corona-regels in de openbare ruimte handhaven. Daarbij worden ze weleens agressief en met geweld benaderd en daarom pleiten ze voor betere ‘bewapening’. Volgens Ozair Hamid bij De Dagelijkse Standaard is het een ‘multi-cultureel probleem’: “aan de veronderstelling dat elke cultuur gelijkwaardig is – en daarmee dat er geen moreel inferieure cultuur bestaat.” Of dat zo is, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de volgende passage: “Er is immers een duidelijke correlatie tussen afkomst en gedrag, maar het blijven individuen binnen een collectief die de misdaden plegen.” 

Bron: Wikipedia

Hamid baseert zich hierbij op een rapport van het CBS: “met daarin de gegevens van allochtonen in de strafrechtketen. De gegevens spreken helaas voor zich: de kans dat een Marokkaanse Nederlander wordt vervolgd door het OM is 5,5x zo groot ten opzichte van een vervolging van een autochtoon door het OM.” Vandaar die correlatie. Een correlatie is, volgens de Vandale een: “wederzijdse relatie, onderlinge afhankelijkheid.” Een statisticus, en dat is het CBS, zal aanvullen dat er een statistische samenhang is tussen de twee zaken maar dat dit niet hoeft te betekenen dat er sprake is van causaliteit, een: “oorzakelijk verband.”

Voordat ik verder ga met Hamids correlatie even een voorbeeld ter verduidelijking van causaliteit en correlatie. We zitten weer in de warme periode van het jaar. In die periode zien we dat de consumptie van ijsjes toeneemt. Tegelijkertijd zul je ook zien dat het aantal doden door verdrinking stijgt, in een normaal jaar tenminste. Of dit in dit corona-jaar ook zo is, weten we pas aan het eind van het jaar. Er is een correlatie tussen de consumptie van ijsjes en dood door verdrinking. ‘Verbied het eten van ijsjes, dan verdrinken er minder mensen’ is dan een eerste snelle reactie. Helaas zal dat geen effect hebben omdat er geen causaal verband is tussen de consumptie van ijsjes en de sterfte door verdrinking. IJs eten en zwemmen zijn gewoon twee activiteiten die je doet als het warm is en met het verbieden van ijsjes gaan we niet minder zwemmen. Het wordt er niet kouder door.

Hamid zegt het goed, er is sprake van correlatie maar in zijn betoog gaat hij uit van causaliteit. Hamid: “Te constateren valt wel dat gedrag inherent is aan cultuur.” Het criminele gedrag van Marokkanen is ‘cultureel bepaald: “De Arabische cultuur, die overheerst in deze kringen, is verre van Westers. Van huis uit wordt geweld niet geschuwd, en wordt de minderwaardige positie van vrouwen, homo’s e.d. vaak in praktijk gebracht door middel van de rolverdeling in het huishouden.” Die cultuur is, als we Hamid mogen geloven, inferieur en omdat ‘we’ dat niet inzien, ontstaan de problemen.

Nu is het CBS een goede gegevensbron. Je kunt er bijvoorbeeld ook vinden dat mensen met, zoals ze dat daar zeggen, een niet-westerse achtergrond een drie keer zo grote kans hebben op werkloosheid. Dat hun huishoudinkomen 28% lager is dan dat van Nederlanders. Ook kun je er vinden dat uitkeringsgerechtigden en mensen zonder inkomen goed zijn voor bijna 40% van alle ingeschreven rechtbankstrafzaken. Dat mensen onder de 25 jaar goed zijn voor 35% van dat aantal zaken. Ook kun je er vinden dat in die leeftijdscategorie het percentage mensen met een bijvoorbeeld Marokkaanse of Turkse migratieachtergrond veel hoger is dan hun aandeel in de totale bevolking. Als je verder zoekt, vind je ook dat het schooladvies dat kinderen van deze groep aan het einde van de basisschool krijgen, lager is. Dat ze oververtegenwoordigd zijn in de lagere vmbo-niveaus en ondervertegenwoordigd op vooral het vwo-niveau. 

Als je verder zoekt dan kun je vast ook vinden dat ze meer in achterstandswijken wonen, dat mensen uit achterstandswijken oververtegenwoordigd zijn in strafrechtszaken. Allemaal cijfers waartussen je correlaties kunt leggen. Vervolgens kun je je de vraag stellen wat is de oorzaak en wat het gevolg? Is die hogere werkloosheid een gevolg van het niet-westers zijn en vervolgens van de ‘… cultuur’ die inferieur is? Dat het wel goed komt als we die ‘… cultuur’ maar ‘uit de mensen slaan’ en hen verplichten om de ‘Nederlandse cultuur’ aan te nemen? Al vraag ik me dan af wat die Nederlandse cultuur is. Ik vrees dat dit een letterlijk en figuurlijk doodlopende weg is.

Sigaar uit eigen doos

  “Wij kunnen geen instrumenten of maatregelen accepteren die leiden tot het opbouwen van gezamenlijke schulden of een wezenlijke verhoging van de EU-begroting.” Dit, zo is in de Volkskrant te lezen, schrijven de ‘vrekkige vier’ landen van de Europese Unie. Nederland is een van deze vier, de andere drie zijn Denemarken, Oostenrijk en Zweden. De vier landen hebben een eigen plan ontwikkeld waarmee de Europese Unie de economische ellende als gevolg van corona moet overwinnen.

Bron: Wikipedia

Wat houdt dat plan in? (D)e vier (willen) de nieuwe Europese meerjarenbegroting vooral aan economisch herstel besteden. Dat zou ten koste gaan van de subsidies voor boeren en armere regio’s.” De vier willen namelijk niet dat de Europese begroting wordt verhoogd. Daarnaast moet er: “een tijdelijk (maximaal 2 jaar) herstelfonds,” komen dat: “is gebaseerd op leningen (tegen lage rente, lange looptijd) aan de getroffen landen.” Deze: “leningen worden ingezet voor economische vernieuwing en een steviger zorgsector. De lenende landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Ook mogen ze de rechtsstaat niet ondermijnen.” Laten we het plan eens doorlopen.

Dat de rechtsstaat niet mag worden ondermijnd lijkt mij evident. Alhoewel? De afgelopen tien weken is er flink geknibbeld aan de rechtsstaat. Vrijheden van inwoners zijn dramatisch ingeperkt. Pleidooien voor technieken die ons doen en laten volgen, kunnen op bijval rekenen. Als dit onderdelen van de nieuwe rechtsstaat worden, pleit ik voor ondermijning van die rechtsstaat.

De landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Tijdens de ‘Griekse crisis’ van enkele jaren geleden, werd hier ook om geroepen. Sterker nog, het land kreeg het opgelegd. De publieke sector werd in de uitverkoop gedaan en delen, zoals de gezondheidszorg, die niet werd verkocht, werden uitgeknepen. Gelukkig moet die gezondheidszorg nu buiten schot blijven. Sterker nog, die moet steviger worden. Een advies dat ook Nederland zich ter harte kan nemen. Alleen is dat niet gratis. Met het geld van een tijdelijke lening kun je een ziekenhuis bouwen. De exploitatie zal toch met belastinggeld moeten worden opgebracht. 

Vreemd wordt het bij het inzetten voor economische vernieuwing. Niet het aandringen op die vernieuwingen is vreemd. Vreemd is dat een deel van het herstel betaald moet worden door het afbouwen van subsidies aan de armere regio’s. Deze subsidies zijn juist bedoeld om de economische activiteit in die armere regio’s te stimuleren. Dus om bijvoorbeeld het welvarende Noord-Italië er bovenop te helpen, moet het arme zuidelijke deel van het land bloeden? 

Met dat ‘schuiven’ van geld van ‘landbouw en arm’ naar corona herstel kom ik bij het punt waarmee de vier het bijvoeglijk naamwoord ‘vrekkig’ eer aan doen. De inkomsten van, en dus de bijdragen van de landen aan de Unie veranderen niet. Wat er wel verandert, zijn de doelen waaraan het wordt uitgegeven. Die doelen liggen met name in de andere Europese landen. De ‘vrekkige vier’ ontvingen in 2018 samen zo’n 5% van de totale EU uitgaven. Dat is minder dan Italië (6,6%), Spanje (7,8%), Duitsland (7,6%) of koploper Polen (10,4%). De ‘last’ van de herverdeling wordt vooral door anderen gedragen. En als het ‘tijdelijke herstelfonds’ op z’n Europees wordt gevuld, dan zal ieder land naar grootte van van het bruto binnenlands product een bedrag in het fonds stoppen. Het Nederlands aandeel hierin is gering en het storten van dat bedrag in het fonds kost niets. Sterker nog, het levert geld op. Nederland kan haar deel tegen 0% lenen en de landen die aanspraak maken op het geld moeten rente betalen. De Italianen en Spanjaarden zullen dubbel rente moeten betalen. Eerst om het bedrag te lenen dat ze in het fonds moeten storten en vervolgens moeten ze rente betalen op de leningen die vanuit het fonds worden gefinancierd. Het plan van de ‘vrekkige vier’ lijkt verdacht veel op de welbekende sigaar uit eigen doos. 

‘Until Death do us part’

“U hoort dat goed, wij dienen actief te eisen dat we als volwaardig Nederlander beschouwd worden en dat derhalve etnische registratie wordt afgeschaft.” Dit betoogt Karim Bettache bij Joop. Hierbij sluit ik mij van harte aan. Iedereen die voor de wet gezien een Nederlander is, is een Nederlander. Geen Nederlander met … afkomst, allochtoon, autochtoon of streepjes Nederlander. Nee, gewoon Nederlander. Het staat iedereen vervolgens erin om zichzelf te betitelen als een … Nederlander, Nederlander met … voorouders , gekleurde, witte of blanke Nederlander, Zeeuwse Nederlander of Venlose Nederlander. Dat is aan de persoon zelf, niet aan een ander en zeker niet aan de wetgever. 

Bettache strijdt tegen ‘systemisch racisme’ en in die strijd adviseert hij: “Gekleurde en multi-etnische Nederlanders (maar ook onze witte broeders en zussen) doen er goed aan financieel en sociaal niet meer bij te dragen aan de eigen onderdrukking.” Wat hij hiermee bedoelt? “(G)een abonnementen meer op mainstream kranten/gidsen of andere media die weigeren diversiteit toe te laten boven het glazen plafond en daarnaast in hun berichtgeving een generaliserende (witte) kijk communiceren naar u en andere Nederlanders.” En ook niet meer stemmen op: “linkse partijen die enkel mooie praatjes verkopen maar qua beleid niets voor u doen. … Beter is het om op een pluriforme partij als Bij1 te stemmen.” 

Nu las ik bij dekantekening.nl iets bijzonders. In een artikel bespreekt Ewout Klei het al dan niet ‘wit’ zijn van de Nederlandse corona-aanpak. In het artikel staat de vraag centraal: “Worden Afro-Nederlanders harder getroffen door het coronavirus dan witte Nederlanders?” Vanuit het buitenland, en dan vooral Groot Brittannië en de Verenigde staten blijkt dat gekleurde mensen vaker sterven aan corona. Een voorbeeld: “In de stad Chicago is 30 procent van de bevolking Afro-Amerikaans, maar 70 procent van de coronadoden is zwart.” Voor Nederland kan die vraag niet worden beantwoord: “Nederland houdt niet bij wat de etniciteit van coronapatiënten en -doden is.” En dan komt het bijzondere: “BIJ1, de partij van Sylvana Simons, is om deze reden voor het registreren van etniciteit van coronaslachtoffers.” Dat is volgens woordvoerder Quinsy Gario wel nodig: “Deze gegevens zijn noodzakelijk voor het opstellen van een gemeenschappelijk plan van aanpak. Nu worden gemeenschappen buitengesloten van het plan dat is opgesteld omdat er geen gegevens zijn over de schade dat het virus bij hen aanricht. Als je de mogelijkheid om de schade te bepalen bemoeilijkt voor een bepaalde groep ben je bezig met ongelijkwaardige behandeling. En dat is in strijd met artikel 1 van onze grondwet.” 

Zou het werkelijk zo zijn dat ‘gemeenschappen worden buitengesloten omdat er geen gegevens zijn over de schade die het virus bij hen aanricht’? Ik waag het te betwijfelen. Het ‘plan’ is erop gericht de besmetting met het virus zo te controleren dat onze gezondheidszorg niet overbelast raakt. Belangrijk daarin is het voorkomen van besmetting. En als iemand toch besmet raakt, dan wordt die persoon zo goed mogelijk geholpen op basis van de beschikbare kennis. Dat het virus vooral schadelijk is voor mensen aan de onderkant van het loongebouw, is ondertussen al bekend. Dat is ook de oorzaak van de overmatige sterfte van gekleurde mensen in de VS en Groot Brittannië. Dit zal voor Nederland niet veel anders zijn. Een onvoorwaardelijk basisinkomen zou wel eens een middel kunnen zijn om dit, ongeacht de huidskleur, te bestrijden. Dit even terzijde. 

Bij1 wil de etniciteit van corona-doden registreren. Een registratie waar Bettache, met recht en reden, voor de levenden van af wil. Bij leven één bij sterven gescheiden: ‘Until death do us part’.  Wellicht toch even overwegen of Bij1 dan wel de juiste keuze is?