Kunstprojecten

Op de opiniesite Joop geeft kunstenares Tinkebell een lesje kunst. Of iets al dan niet kunst is, hangt volgens Tinkebell alleen af van de kunstenaar. Hoeveel mensen er ook beweren dat iets geen kunst is, er is er maar één die dat bepaalt alleen de kunstenaar. Context bepaalt te allen tijden het kunstwerk, zo beweert zij, “En wie bepaalt de context? Juist dat is de kunstenaar. Kunst maken is dus context bepalen.”
Raalte

Foto: Metro

Zo, nu kent u uw positie weer. U kunt niet bepalen of iets kunst is! Nou ja, er is natuurlijk een manier om wel iets tot kunst te bestempelen en dat is iets wat je zelf maakt tot kunst bestempelen. Ik kan nu beweren dat schrijven kunst is en deze column dus een kunstwerk. Ik bepaal immers de context. Jullie, mijn lezers mogen wat anders vinden, jullie gaan er echter niet over. Jullie rest slechts de mogelijkheid om jullie ongezouten mening te geven: “over iets wat waarvan een kunstenaar heeft gesteld dat het zijn of haar kunstwerk is, dan is daar de mogelijkheid om dat ongestraft te doen door simpelweg te stellen dat u het een slecht of oninteressant kunstwerk vindt.” Motiveren kan en mag, maar hoeft niet, zeg dan gewoon dat u het niet begrijpt.

Een heldere redenering van Tinkebell en er is ook wel wat voor te zeggen. Of iets kunst is, ligt aan de maker en aan niemand anders. Maar toch, was het in Raalte bijvoorbeeld niet de projectontwikkelaar die bepaalde dat iets geen kunst was? Hij sloopte en shredderde immers een kunstwerk van beeldhouwer Willem Hussem. Hij zag er een hoop aluminium in. Of zou die projectontwikkelaar ook een kunstenaar zijn?

Beste mevrouw Wijs

Bij ThePostOnline een open brief van u, een teleurgestelde en zeer verontruste burger van Nederland. U richt uw schrijven aan Mark Rutte en Siebrand Buma. “Ik kan sinds 15 maart het idee niet van me afzetten, dat wij in een ‘bananendictatuur’ wonen!,” zo schrijft u. Een ‘bananendictatuur’ omdat: “Meteen om 21:15 uur kwam er een prognose en die was, zoals later zou blijken, behoorlijk definitief. Het is één van de mysteries van deze verkiezingen, evenals alle blijken van fraude, wegraken van stemmen, etc. op verschillende stembureaus.” Beste mevrouw Wijs, die eerste prognose voorspelt de uitslag altijd op een paar zetels na. En waar zijn uw bewijzen van fraude en het wegraken van stemmen? Bent u misschien het slachtoffer van een complottheorie?

Zelfreflectie

Illustratie: Tekeningenbank

Ook de manier waarop de PVV buiten buiten het kabinet wordt gehouden, stoort u: “De PVV is monddood gemaakt al van te voren: “Wij gaan niet met hem regeren dus stem maar op ons.” Is dát democratisch? En dan het lek in de beveiliging wat toevallig nét voor de verkiezingen (heel goed) uitkwam, waardoor Wilders zijn campagne moest staken.”  En iets verderop in haar brief: “Jullie weigering tot samenwerking en demonisering van de PVV is het bewijs. Zo aan het pluche gebakken, dat zelfs een partij als GroenLinks in aanmerking komt om te regeren.” Beste mevrouw Wijs, zetels winnen wil niet zeggen dat een partij in het kabinet moet. Net zoals het geen ‘wet’ is dat de grootste partij de premier levert. Waarom is vooraf een partij uitsluiten niet democratisch?  Het maakt zaken duidelijk, wat zou daar tegen kunnen zijn? Zou het niet kunnen dat Wilders het spel na de verkiezingen slecht heeft gespeeld en nu weer speelt? Het is makkelijk om de schuld van iets altijd bij anderen te leggen. Een beetje zelfreflectie zou geen kwaad kunnen. En waarom zouden die ruim achthonderdduizend GroenLinksstemmers niet mogen worden vertegenwoordigd in een kabinet?

“Sinds kort ‘zit’ ik op Twitter en wat je daar allemaal leest…deze doodswensen en daden van geweld worden geschreven door ‘linkse’ Nederlanders (die zichzelf graag omschrijven als ‘antifascisten’), waar ook enkele zeer bekende Nederlanders tussen zitten. Ik vraag u beide of dat normaal is.” Beste Mevrouw Wijs, nee, dat is niet normaal. Net zomin als veel lezerscommentaar en sommige schrijfsels die bij ThePostOnline of De Dagelijkse Standaard worden gepubliceerd. Doet u trouwens niet hetzelfde door GroenLinks te betitelen als: “de partij van de communisten en terroristen”? is een keus, u kunt er ook voor kiezen niet te Twitteren is immers een medium dat gemaakt is voor ongenuanceerde uitspraken. Nuance in honderdveertig tekens is immers lastig.

Verklaren of veroorzaken

“Alleen smeltend landijs geeft zeespiegelstijging; het drijvende zee-ijs van de Noordpool smelt wel, maar door de Wet van Archimedes stijgt het zeeniveau daardoor niet.” Dit valt te lezen in een artikel van Martijn van Calmthout in de Volkskrant. In dit artikel schrijft hij over het smelten van de ijskappen aan de randen van Groenland. “Onder normale omstandigheden is de ijsmassa in die gebieden in balans: ’s zomers smelt het oppervlak wel, maar wordt het smeltwater vastgehouden door de samengepakte sneeuwlaag. Daarna vriest het in de winter vast aan het ijs.” Volgens Utrechtse experts is dit proces eind vorige eeuw uit balans geraakt: “De sneeuwlagen zijn verzadigd geraakt, zodat nieuw smeltwater grotendeels wegvloeit naar zee.”

archimedes

Illustratie: www.peternagelkerke.nl

Een zorgwekkende ontwikkeling voor de mens. Het grootste deel van de mensheid woont immers in kuststreken en rivierdelta’s. Neem Nederland, dat is eigenlijk één grote rivierdelta. Het land ligt voor de helft onder de zeespiegel en als die zeespiegel stijgt, wordt dat deel steeds groter. Bij een lek in de kustverdediging staat dan nog meer van ons land onder water. Nederland is niet het enige land dat in dit schuitje zit, ook Bangladesh, de oostkust van de Verenigde Staten en vele andere drukbevolkte delen van de wereld liggen in de gevarenzone. Reden genoeg om je zorgen te maken. Niet over de planeet, die redt zich wel.

Toch slaat Van Calmthout de plank behoorlijk mis. Niet als hij beweert dat alleen landijs tot een daling van de zeespiegel leidt en het smelten van zee-ijs daar niet aan bijdraagt. Dat is correct. Maar is het werkelijk de Wet van Archimedes die ervoor zorgt dat smeltend zee-ijs niet tot een stijging van de zeespiegel leidt? Is dat niet wat cru, want als die wet de oorzaak is, wat gebeurde er dan voordat Archimedes hem uitvond? Steeg het zeewater toen wel? Dat smeltend zee-ijs niet tot een stijging van de zeespiegel leidt, is een gevolg van het feit dat het ijs op het water drukt. Drijvend ijs neemt net zoveel plek in als het water dat het wordt als het smelt. Zo bepaalt het al mede de hoogte van de zeespiegel. Dit in tegenstelling tot landijs. Dat is er de oorzaak van dat smeltend zee-ijs niet leidt tot een stijging van de zeespiegel en smeltend landijs daar wel aan kan bijdragen. Kan, omdat het eerst in de zee terecht moet komen.

Het was Archimedes die dit verschijnsel het eerste doorgronde en verklaarde en daarop zijn beroemde wet formuleerde. Beste meneer Van Calmthout, die wet verklaart dit verschijnsel, hij veroorzaakt het niet. Dat maakt de problemen voor de mens die het smeltende landijs veroorzaakt er niet minder om.

Tegeltjeswijsheid

Wat Facebook is voor je vrije tijd, al doe ik het gewoon zonder, is Linkedin voor je ‘werkende leven’. Als je aan je ‘carrière’ wilt werken, dan kun je tegenwoordig niet zonder. Je kunt er laten zien wie je bent en wat je kunt. Laten zien wie ik ben doe ik door mijn ‘prikkers’ te publiceren en door af en toe te reageren op bijdragen van anderen.

Wat mij opvalt op Linkedin is dat er veel ‘coaches’ in Nederland zijn. Het lijkt wel of er meer coaches zijn dan mensen die gecoacht moeten worden. Veel van wat deze ‘coaches’ publiceren, valt bij mij onder de noemer ‘tegeltjeswijsheden’. Iets waar trouwens ook menig manager een handje van heeft. Spreuken om je een hart onder de riem te steken, om je te motiveren of te wijzen op je eigen verantwoordelijkheid.

spreuk

Een spreuk die bij me is blijven hangen is: “You don’t have tot see the whole staircase, just take the first step.” ‘Handel nu maar, doe iets ook al weet je niet zeker waar het toe leidt,’ dat is wat met deze spreuk wordt bedoeld. Of omgekeerd, als je zoekt naar absolute zekerheid, dan kom je nergens. Je blijft dan immers wachten op iets wat er nooit komt. In het leven is immers maar één ding zeker en dat is dat het eindigt met de dood. Op beide manieren uitgelegd, bevat de spreuk natuurlijk een kern van waarheid. Een kern die je ter harte kunt nemen en als leidraad kunt gebruiken voor veel van de keuzes die je in het leven moet maken.

Dergelijke spreuken roepen ook steeds de Ballonnendoorprikker in mij op. Die bekijkt zo’n figuurlijk bedoelde spreuk van een andere, letterlijke kant. Stel je zet die eerste stap en daarna de volgende en zo verder en na zo’n tweeduizend treden kom je erachter dat je bijna op de helft bent en volledig uitgeput en kapot. Dan zit je op die trap zonder energie om verder naar boven te gaan en ontbreekt de energie om naar beneden te gaan. Dan voel je je wellicht bekocht. Zeker als er een ‘coach’ dan in je oor fluistert dat het niet om de eindbestemming gaat, maar om de reis ernaartoe.

Transformers

Transformatie, dat woord lees en hoor ik veel in het sociaal domein waarin ik werk. We (de gemeenten) moeten werken aan de transformatie. Daarvoor moet een transformatieagenda worden opgesteld. Daarvoor zijn in de contracten met zorgaanbieders transformatietafels opgezet. Daar moet het plaatsvinden. Daar moeten we samen met die zorgaanbieders de transformatie vormgeven. Daar gaan we samen kijken wat de zorgaanbieders anders moeten doen. Zouden tafels en structuren de meest geëigende manieren zijn om verandering, want dat is transformatie, te bewerkstelligen?

Laten we eens naar ervaringen uit het verleden kijken. Als sneller vervoer een wens was, dan zouden paardenhandelaren snellere paarden proberen te fokken. De oplossing kwam echter niet van een paardenhandelaar. Het was, volgens mij, de Duitser Karl Benz die de verbrandingsmotor uitvond en deze op een wagen monteerde. Dit nadat er al eerdere ‘uitvinders’ pionierden met stoommachines op wielen. En zo zijn er meer voorbeelden van bedrijven en instellingen die marktleider zijn en toch de boot missen. Zo verloor grootmacht IBM haar positie aan Microsoft omdat dit kleine bedrijfje de belangrijkste bouwsteen voor de PC ontwikkelde: het besturingssysteem. Twee knutselaars (Bill Gates en Paul Allen) in een ‘garage’ troefden hen af. Alhoewel aftroeven, de twee waren slimme handelaren die de basis van het besturingssysteem kochten van de echte uitvinder en een lucratief contract sloten met IBM.

bumblebee

Illustratie: ComingSoon.net

Zo komen veel vernieuwingen, die de bestaande verhoudingen op de kop zetten, van eenlingen die los van de ‘gevestigde machten’ opereren. Zou dat bij veranderingen in zorg en ondersteuning (de transformatie in dat sociale domein) niet ook zo kunnen zijn? Als dat zo is, wat hebben we dan aan die ‘tafels’ en ‘structuren’ waar we de transformatie proberen te organiseren? Zouden we dan niet iets anders moeten doen?

Even terug naar het woord transformatie. Volgens de Van Dale is transformatie: omvorming, gedaanteverandering. Als ik wil dat iemand zich anders tegen mij gedraagt, zich omvormt of zijn gedaante verandert, kan ik twee dingen doen. Hem erop wijzen dat hij zich anders moet gedragen of mezelf anders tegenover hem gedragen. Welke weg zou het meest succesvol zijn? Zou dat niet de tweede manier zijn? Het is in ieder geval de manier met de minste strijd. Zou het kunnen dat transformatie start met een gedaanteverandering van de overheid, de gemeente in dit geval? Zou de gemeentelijke transformatie niet kunnen beginnen met het afbreken van structuren om zo een vrije ruimte te creëren? Een vrije ruimte voor de eenlingen?

 

Deze column is ook gepubliceerd op in de nieuwsbrief van Flexkwaliteit

 

‘Echte vrouwen’

Voor de ‘redding van de wereld’ zouden vrouwen het voor het zeggen moeten krijgen. Dat is in het kort (en wellicht een klein beetje overdreven) wat de schrijfster van bijvoorbeeld Brokeback Mountain Annie Proulx in Trouw beweert. Op de vraag of vrouwen beter in staat zijn het evenwicht te bewaren en we dus beter vrouwelijke leiders kunnen kiezen antwoordt ze: “Vroeger (…) zou ik dat onzin hebben gevonden. Maar nu weet ik dat niet meer zo zeker. Vrouwen staan vanwege hun vermogen kinderen te baren dichter bij de natuur, ervaren de natuur anders dan mannen. Vrouwen weten van tuinieren en zaaien en laten groeien. Mannen leven in boardrooms en kantoren.”

tuinieren

Foto: Men’s Health

Laten we de twee argumenten van Proulx, kinderen kunnen krijgen en tuinieren, eens wat nader bekijken. Inderdaad is kinderen krijgen hard werken en vaak een pijnlijke ervaring.  De mannelijke kant van de ervaring is trouwens ook geen pretje, hulpeloos toezien hoe de natuur haar werk doet, je geliefde hard werkt en pijn leidt zonder dat je wat kunt doen. Dat ‘meepuffen’ klinkt leuk, maar voegt het echt wat toe? Die vrouwelijke ervaring wordt tegenwoordig vaak onderdrukt door medicatie. Wat maakt dat vrouwen, na het doorstaan van die ervaring, dichter bij de natuur staan? En wat is de relatie tussen die ervaring en het geschikter zijn van vrouwen als leiders?

Dan het tuinieren. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat alle mannen iets weten van ‘zaaien en laten groeien’ en dat er vrouwen zijn die er ‘iets’ van weten. Ik ken echter veel vrouwen die er niets van weten, die hun ‘handen niet vuil’ durven te maken en bang zijn om een nagel te breken. Net zoals ik veel mannen ken die er heel veel van weten. En ook hier weer, wat maakt mensen die weten van ‘tuinieren’ tot betere leiders?

Als in een ‘kantoor wonende’ man kan ik u, mevrouw Proulx, meedelen dat ik er heel veel vrouwen tegenkom. Sterker nog, in de sector waarin ik werk, kom ik meer vrouwen dan mannen tegen.

Beste mevrouw Proulx, u mag best vinden dat vrouwen geschikter zijn als leiders. Uw onderbouwing van deze mening blinkt uit door een gebrek aan deugdelijke bewijsvoering en een overdaad aan generalisaties. Het antwoord dat u geeft als de interviewer verwijst naar leiders als Thatcher, May, Clinton en Merkel, maakt uw argumentatie er trouwens niet sterker op. U serveert hen af met “Die zijn opzettelijk blind.” Het zijn dus eigenlijk geen ‘echte’ vrouwen.

Verwarde terroristen

In een artikel bij ThePostOnline stelt Aysso Reudink zichzelf de vraag: “wat heeft of doet Nederland anders dan de landen die wél door terreuraanslagen getroffen zijn. Om het nog maar eens te herhalen: sinds 2004 heeft er in Nederland géén terroristische aanslag meer plaats gevonden, terwijl in die afgelopen twaalf jaar het moslimterrorisme in de ons omringende landen dood en verderf hebben gezaaid.”

Volgens Reudink is vooral de sociale cohesie als een belangrijke oorzaak en vooral de rol die Wilders daarin heeft gespeeld: “Ook Geert Wilders en zijn aanhang hebben een cruciale rol van betekenis gespeeld. Mijn favoriete club is het niet, maar Wilders heeft de gevaren van de Islam consistent aan de kaak gesteld. En of het nou om electorale redenen is of niet, de andere politieke partijen zijn een behoorlijk stuk naar Wilders en zijn denkbeelden opgeschoven, al zullen ze dat niet graag toegeven. Deze breed gedragen kritische houding van de autochtone Nederlandse bevolking jegens de Islam en haar aanhangers is de moslimgemeenschap niet ontgaan. Ze hebben begrepen waar de grenzen van segregatie liggen en wat hun belangen in Nederland zijn. Ook moslims weten waar hun uiteindelijke belangen liggen.” Een interessante bewering die nader zal moeten worden onderzocht. Zeker omdat er in Nederland niet echt sprake lijkt van ‘sociale cohesie’.

Toch knelt er iets en dat is Reudinks constatering dat er geen terroristische aanslag in Nederland heeft plaatsgehad. Ik meen me toch te herinneren dat er in 2009 een aanslag werd gepleegd. Op 30 april in dat jaar reed een man met zijn autootje in een mensenmenigte die in Apeldoorn koninginnedag vierde. Zijn doel, de bus met het koninklijk gezelschap, bereikte hij niet. Zijn tocht leidde wel tot acht doden (waaronder de aanslagpleger) en tien gewonden.

Of een kleine twee jaar later toen een inwoner van Alphen aan de Rijn in een winkelcentrum in die plaats het vuur opende. Resultaat: zeven doden, waaronder de dader en zeventien gewonden.

Beide mannen maakten met hun daad meer slachtoffers dan er deze week in London vielen. Inderdaad, de daders waren geen moslim. We noemen hen ‘verwarde’ personen’. Moet een aanslag door een moslim zijn gepleegd om terroristisch te zijn en zijn andere aanslagplegers alleen maar verward?

Alternatieve werkelijkheid

De verkiezingen zijn weer achter de rug, de uitslag is bekend. In Mijn woonplaats Venlo kreeg de PVV de meeste stemmen, in de gehele provincie Limburg trouwens. En zoals altijd, wordt de uitslag ook weer visueel uitgebeeld door op een landkaartje van Nederland gemeenten de kleur te geven van de partij die de meeste stemmen kreeg.

Spicer

Foto: Nos

In kranten leidt dit vervolgens tot koppen als gemeente x kleurt blauw als de VVD de meeste stemmen kreeg. Zo ook in Dagblad de Limburger van 17 maart 2017. In een artikel met als kop Limburgse liefde voor dwarsligger stelt de krant de vraag: “Waar komt die innige band tussen bronsgroen en peroxideblond toch vandaan? De vraag wordt beantwoord met het obligate: “Een protest tegen het Haagse beleid, zeker omdat Limburg op sociaal-economisch vlak achterloopt.” En even obligaat: “ Daarnaast hebben steeds meer kiezers een sterke behoefte aan het ontwikkelen van een eigen, Limburgse identiteit, omdat ze het tempo van modernisering niet bij kunnen benen.” Het wordt niet duidelijk waaruit moet blijken dat die eigen Limburgse identiteit met een keuze voor peroxideblond dichterbij komt.

De Limburger, trouwens ook al die andere media, lijken één ding te vergeten. Neem bijvoorbeeld mijn woonplaats Venlo, Wilders kreeg er net geen twintig procent van de stemmen, net als trouwens in heel Limburg. Rechtvaardigt dat de conclusie dat Venlo ‘Wildersland’ is? Dat er een innige band is met peroxideblond? Dat er een sterke behoefte is aan die eigen Limburgse identiteit? Tachtig procent (vier van de vijf) inwoners hebben niet op de PVV gestemd. Dat is de overgrote meerderheid. Inderdaad hebben ze allemaal op verschillende partijen gestemd en heeft de PVV de meeste stemmen gekregen. Een product, bijvoorbeeld een auto, die het in vier van de vijf gevallen laat afweten, krijgt niet de kwalificatie betrouwbaar.

Beste dames en heren van de media, het zijn ronkende koppen en forse beweringen. Alleen zijn ze nergens op gebaseerd. Hou alstublieft op met het verkondigen van deze ‘alternatieve feiten’.

De landende kiezer

Vandaag kunnen we gaan stemmen voor een nieuwe Tweede Kamer. Bij de uitslag zal de landing  van de ‘zwevende kiezer’ de doorslag geven. Welk vakje zal hij rood kleuren? Om die ‘zwevende kiezer’ te helpen zijn er diverse kies- en stemwijzers. Je vult in wat je van een stelling vindt en welke thema’s je belangrijk vindt en je krijgt een lijstje met de meest passende partij bovenaan.

SigmundIllustratie: http://www.volkskrant.nl

Er is meer. In de Volkskrant gaf Frank Kalshoven afgelopen zaterdag ‘landingslessen’: in vier stappen je keuze maken zonder de programma’s te lezen. Twee procesmatige: besluiten om te gaan stemmen en afspreken om uiterlijk de dag voor de verkiezingen de keuze te maken. Gevolgd door twee inhoudelijke: de eerste is het grove snoeiwerk en de tweede het fijne snoeiwerk. Als die laatste stap te lastig is, “kun je dinsdagavond met een dobbelsteen bepalen op welke van de drie of vier partijen je gaat stemmen. Je zit sowieso ongeveer goed.” 

Als je toch wat inhoudelijker wilt kiezen, kun je altijd kijken naar vergelijkingen van programma’s op diverse thema’s. Rob Wijnberg heeft dat bij De Correspondent ook gedaan. Op  verschillende thema’s zoals Zorg, Vluchtelingen, Veiligheid, Europa, en nog een aantal andere geeft hij per partij een waardeoordeel: Goed, Medium en Slecht. Een duidelijk en op het eerste gezicht handig overzicht. Zoek de thema’s die je belangrijk vindt, kijk welke partij het beste scoort op deze thema’s en je hebt je keus. Handig toch?

Toch een klein knelpunt. Wat is goed en wat is slecht? Neem bijvoorbeeld het thema Europa, wanneer scoor je daar goed? Wat de ene goed vindt, vindt de ander slecht. Is bijvoorbeeld meer Europese samenwerking goed? Een PVV-er zal dat slecht vinden, een D66-er goed. Of het thema Drugs beoordeel je het legaliseren ervan als goed of als slecht? Met argumenten kun je beide standpunten onderbouwen.

Zijn goed of slecht niet waardeoordelen die afhankelijk zijn van de opvattingen van de persoon met wie je spreekt?

Dad’s Army

De Adviesraad Internationale Veiligheid vindt het: “Hoog tijd dat defensie een issue wordt in de campagne.” Namens de raad bepleiten Joris Voorhoeve en Marcel Urlings dit in de Volkskrant. Door jarenlange bezuinigingen is de staat van het leger dramatisch: ” Nederland nog 913 Leopard II-tanks. Nu zijn het er nog maar een paar.” Die paar schijnen ook nog geleased te worden. Het klinkt een beetje als ‘Dad’s Army’. Hoe het Nederlandse leger ervoor staat, kan ik niet beoordelen. Als deze experts zeggen dat het dramatisch is gesteld met ons leger, dan zal er toch wel iets aan de hand zijn.

Dad's ArmyFoto: UKTV Gold

De Raad heeft ook de oplossing paraat: “we moeten de komende vier jaar eerst naar dat Europese gemiddelde. Om op dat niveau te komen moet er de komende vier jaar jaarlijks ongeveer drie miljard euro bij. Maar de daaropvolgende vier jaar moet je echt naar die 2 procent van het nationaal inkomen.” Als de staat van het leger werkelijk deplorabel is, dan zal er geld bij moeten om de zaak op niveau te krijgen. Toch knelt er iets bij dit pleidooi voor meer geld en voor het besteden van 1,43 en later 2 procent van het nationaal inkomen aan defensie.

Waarom kost een goede defensie 2 procent van het nationaal inkomen? Ja, dit percentage is in NAVO verband min of meer afgesproken. Maar, moet het verbeteren van de staat van het leger en wat breder, de militaire capaciteit van de NAVO, niet beginnen bij de inhoud? Moet het niet beginnen met een analyse welke gevaren er dreigen? Vervolgens wat er nodig is om die gevaren het hoofd te bieden? Zijn daarvoor tanks, vliegtuigen, schepen et cetera nodig en zo ja, welke soort en hoeveel? Pas als dat bekend is, kan er worden berekend hoeveel kosten hiermee gemoeid zijn en hoe die kosten over de landen van de NAVO worden verdeeld. Eerst de inhoud, dan pas het geld. Als dat vervolgens 1,43 of 2 procent van het nationaal product is, dan is dat zo. Het zou echter ook kunnen dat hiervoor minder geld nodig is.

Want zou het niet jammer zijn als we ‘meer leger hebben dan nodig’ terwijl er nog vele andere zaken zijn die om aandacht en geld vragen?