Terrorisme en de ‘geparkeerde bus’

President Trump wil het islamitisch terrorisme uitroeien. In zijn inaugurale rede zei hij het als volgt “We will reinforce old alliances and form new ones – and unite the civilized world against Radical Islamic Terrorism, which we will eradicate completely from the face of the Earth.” Dat zal velen als muziek in de oren klinken. Hoe haalbaar is dat streven? Of is Trump de moderne Don Quichot? In dit stukje drie redenen waarom het niet gaat lukken en die drie redenen hebben te maken met de woorden ‘radical’, ‘islamic’ en ‘terrorism’.

don-quichot

Als eerste ‘radical’, in de betekenis van fundamenteel. Volgens Van Dale iemand van een uiterst orthodoxe theologische richting, iemand die zich stipt aan de religieuze voorschriften houdt, in dit geval de islamitische. Alleen wat zijn die voorschriften? Aangezien iedere religie verschillende stromingen kent die de ‘voorschriften’ allemaal anders interpreteren en iedere stroming van zichzelf vindt dat haar interpretatie de juiste is, is iedere islamiet, sterker nog, iedere gelovige orthodox en dus ‘radical’.

Als tweede ‘islamic’. De enige manier om te voorkomen dat een islamiet radicaal wordt, is te voorkomen dat hij islamiet wordt. Hiermee beweer ik niet dat iedere islamiet radicaal wordt, wel dat iedere radicale islamiet, islamiet is. Dus het radicale islamieten bestrijden kan alleen door te voorkomen dat iemand islamiet wordt. Als een persoon geen islamiet wordt, dan kan hij geen radicale islamiet worden. Dat geeft vervolgens echter geen enkele garantie dat die persoon niet radicaal wordt. Als die persoon gevoelig is voor religie en dat zijn zeer veel mensen, dan zou het wel eens een radicale christen of hindoe kunnen worden, want ook die zijn er. De strijd van Trump is dan alleen te winnen als hij de godsdienst uit de mens slaat.

Als laatste het woord ‘terrorism’ Zoals ik in een eerder artikel al betoogde, is terrorisme een strijdmethode, een ‘gevechtsstrategie’. Net zoals guerrilla een strijdmethode is. Als we het met voetbal vergelijken dan is het uitroeien van terrorisme te vergelijken met het uitroeien van catenaccio of zoals het tegenwoordig heet ‘de bus parkeren’, de uiterst verdedigende speelwijze gericht op het voorkomen van een tegendoelpunt. Niet mooi om te zien, soms wel effectief.

Naar de bron

“Occupy heeft inderdaad niet de neoliberale wereldorde omver geworpen, maar Bernie Sanders, Syriza, Jeremy Corbyn en Podemos zijn ondenkbaar zonder het voorwerk van Occupy.” Dit schrijft Hassan Bahara in de Volkskrant bij zijn bespreking van het boekje Ik kom in opstand van Eva Rovers. Volgens Bahara, ik heb het boekje nog niet gelezen,  handelt het boek over de kracht, of eigenlijk de zwakte, van opstanden via sociale media. Bij deze ‘digitale opstanden’ ontbreekt de onderlinge verbondenheid die, volgens Rovers, nodig is voor succesvolle sociale veranderingen. Rovers onderbouwt haar betoog met het Occupy voorbeeld, de Egyptische opstand tegen Mubarak en Black Lives Matter. Bij Occupy en Black Lives Matter vindt Bahara de voorbeelden van Rovers niet overtuigend.

bronFoto: Woon & Leven

Of de voorbeelden het betoog van Rovers versterken, kan ik niet beoordelen, ik heb haar boek niet gelezen. Dat weerhoudt mij niet om kanttekenen bij de redeneringen van Bahara te plaatsen. Zou Syriza in Griekenland er werkelijk niet zijn geweest zonder Occupy? Dat zou betekenen dat Syriza haar visie op de wereld aan Occupy te danken heeft, dat Sanders, Corbyn en Podemos putten uit het gedachtegoed van Occupy. Dat zou betekenen dat het denken ingrijpend is gewijzigd door Occupy en dat Occupy een nieuwe visie op de wereld heeft geformuleerd.

Een vreemde gedacht omdat diverse auteurs de ‘Occupy’ boodschap al vóór 2011 brachten. Neem John Cassidy en Wat als de markt faalt” uit 2009, Benjamin Barber en zijn Cunsumed uit 2007, Naomi Klein in No Logo uit 1999 en Hans Achterhuis en zijn Het rijk van de schaarste uit 1988 om er slechts een paar te noemen. Een oude boodschap trouwens, in de negentiende eeuw bracht Karl Marx deze al. Trouwens niet alleen ‘schrijvers’, ook demonstranten zoals de Indignados in Spanje vlak voor het eerste Occupy tentenkamp op Wallstreet of bij de diverse bijeenkomsten van de Wereld Handelsorganisatie zoals in 1999.

Zou het kunnen dat Occupy niet de bron is maar dat het uit dezelfde bron put als Corbyn, Sanders, Syriza en Podemos?

Verleiden of verleid worden

“Of hij geeft een standaard antwoord, een antwoord dat niet aansluit bij de gestelde vraag of hij lokt een discussie uit die de aandacht afleidt van de vragen.” Dit is de onderbouwing van het verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) om Volkert van der G. weer achter de tralies te krijgen. Tenminste, als we de Volkskrant mogen geloven.

afleidingIllustratie: Doordebenen

Nu weet ik niet welke vragen de reclasseringsambtenaren stellen en daarom is het moeilijk te beoordelen op welke vragen een standaard antwoord wordt gegeven of dat het antwoord niet aansluit bij de gestelde vraag. Dus of Van der G. zich daaraan schuldig maakt is niet te beoordelen als je er niet bij bent. Het laatste argument, discussies uitlokken die de aandacht afleiden van de vraag, roept bij mij vragen op.

Van der G. lijkt mij een pientere persoon die weet wat hij doet en die bewust uit is op het zaaien van verwarring. Zijn verleden als jurist zal hem daarbij goed van pas komen omdat het bij juridische procedures ook draait om handig woordgebruik en een creatieve interpretatie van (wets)teksten. Daardoor kun je immers de aandacht afleiden van je eigen ‘zwakte’ en tegelijk het zoeklicht richten op de zwakte van de ander. Zou het kunnen dat Van der G. dat nu ook doet?

Als je de onderbouwing van het OM mag geloven, heeft hij succes en lukt het hem om de aandacht af te leiden van hemzelf en die te richten op de reclasseringsambtenaren. Is dat een reden om Van der G. weer in het gevang te stoppen?

Wie is het te verwijten dat er een discussie ontstaat die de aandacht afleidt van de gestelde vragen? Behalve voor iemand met een gespleten persoonlijkheid, die kan ook met zichzelf in discussie gaan, heb je voor een discussie tenminste twee personen nodig. De ‘uitlokker’ kan uitlokken, als de ‘uitgelokte’ zich niet laat verleiden, ontstaat er geen discussie. Als de uitgelokte zich wel laat verleiden, wie kun je dan verwijten dat er een discussie ontstaat? Is dat degene die ‘uitlokt’, of degene die zich ‘laat uitlokken’? Die zich laat afleiden van zijn doel?

Welkom! Of niet?

Als je in Nederland asiel zoekt en krijgt, dan krijg je in eerste instantie een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Kun je dan nog niet veilig terug naar je land van herkomst, dan krijg je een permanente verblijfsvergunning. CDA en SGP willen dit anders, deze partijen willen de tijdelijke verblijfsduur oprekken naar zeven jaar. Veel vluchtelingen hebben een gebrek aan perspectief in Nederland. Bovendien: “het doel moet zijn dat na afloop van een oorlog mensen weer terug gaan om te helpen bij de wederopbouw,” zo beweert CDA-leider Buma in Elsevier. Door de tijdelijke status op te rekken, heeft de Nederlandse overheid meer tijd om vluchtelingen terug te sturen.

kikker

Van iemand die de asielstatus heeft gekregen, wordt verwacht dat hij zich snel de taal en gebruiken eigen maakt en op zoek gaat naar werk, hij moet ‘inburgeren’ en deel gaan nemen aan de Nederlandse samenleving. Zou het kunnen dat een tijdelijke status daarbij hindert?  Het kan immers zomaar gebeuren dat alle inspanningen die je als vluchteling in je inburgering stopt, na vijf jaar voor niets is geweest. Als de oorlog in je land van herkomst is beëindigd, moet je van Buma immers terug om dat land mee op te bouwen. Is dat niet dubbel? De Nederlandse overheid verplicht je om in te burgeren, maar geeft je geen zekerheid dat je mag blijven? Vluchtelingen moeten goed hun best doen, maar krijgen geen garanties, behalve dan als ze: “kunnen aantonen dat ze een inkomen hebben en voldoende zijn ingeburgerd.” 

De christelijke mannenbroeders Buma en Van der Staaij signaleren een gebrek aan perspectief en daarom willen zij de tijdelijke status verlengen. Als een gebrek aan perspectief het probleem is, zou daar dan niet wat aan moeten worden gedaan? Wie is er verantwoordelijk voor dat perspectief? Moet perspectief niet worden geboden? Heb je daar niet anderen voor nodig? Is dat niet juist een opgave van de samenleving die de vluchteling asiel biedt? Is dat niet juist de opgave waar de politiek in het algemeen en vooral de christelijke mannenbroeders die de naastenliefde hoog in het vaandel hebben staan in het bijzonder, aan moet werken? Aan een perspectief in Nederland en niet alleen vluchtelingen ‘na de oorlog’ uitzetten om te helpen bij de ‘wederopbouw’?

Zou een verlengde tijdelijke status het perspectief van de vluchteling verbeteren? Of, en dan draaien we het om, zou het gebrek aan perspectief niet een gevolg kunnen zijn van die tijdelijke status? Zou meteen een permanente status daarbij niet veel uitnodigender zijn? Zij die ‘na de oorlog’ terug willen om hun land van herkomst op te bouwen, zullen zich door die permanente Nederlandse status niet laten weerhouden.

‘Groene mannetjes’

“Weer van ons land gaan houden en trots zijn op onze gedeelde geschiedenis en toekomst!” Dat wil het Forum voor Democratie, zo blijkt uit haar verkiezingsprogramma. Dit stukje tekst is te vinden in het hoofdstuk cultuurbeleid. Aangezien de leider van het Forum een historicus is, ging ik er eens goed voor zitten. Die zou mij immers haarfijn moeten kunnen vertellen wat maakt dat ik zo trots moet zijn op die gedeelde geschiedenis.

groene-mannetjes

De groene man voor de deur van Opmerkelijk in Venlo. Foto: zoom.nl

Enige tijd later bleef ik achter met een kater en die was niet van de nieuwjaarsviering, geen antwoord op de vraag waarop ik trots moet zijn. Hoe moet ik dat dan weten? Toch werd ik er wel wat wijzer van: er is een complot van de publieke omroep! Een complot? Ja, een complot want: “Forum voor Democratie constateert grote vooringenomenheid in de publieke media. Een stuitende eenzijdigheid domineert, gekoppeld aan groot gebrek aan oprechte nieuwsgierigheid. De NPO is verworden tot een instrument van het partijkartel… .” Ja, het gaat heel diep: “Eindeloos werd de Nederlandse bevolking verteld hoe goed het associatieverdrag met Oekraïne was en hoe desastreus de Brexit zou zijn. De favoriete NPO-gezichten verkondigden dagelijks dat Trump nooit kon winnen – en na de uitslag mochten dezelfde gezichten uitleggen waarom hij won. De onderwerpkeuze, gasten en voorkeuren van steeds dezelfde presentatoren pakken schokkend vaak uit in het voordeel van steeds weer dezelfde politieke partijen en agendapunten. Andere partijen en opvattingen worden negatief bejegend of zelfs totaal genegeerd of verdraaid.”

Nu kun je tegenwoordig in een ‘informatiebubbel’ zitten, je ziet, krijgt en leest dan alleen maar informatie die je mening en ideeën bevestigen. Wellicht heb ik het afgelopen jaar in zo’n ‘bubbel’ gezeten en heb ik iets gemist, of iets gezien wat er alleen in mijn bubbel was. Ja, ik zag mensen waarschuwen voor een nee tegen Oekraïne en de Brexit, ik zag veel Clintonologen en Wilders-waarschuwers. ‘Doemscenario’s doen het immers goed in de media, goed nieuws is immers geen nieuws. Maar ik zag vooral veel aandacht voor, gesprekken over, en vooral ook met, mensen die er anders over dachten. Ik herinner me journalisten en programmamakers die trektochten door Trump-land hielden. Misschien heb ik dat gedroomd. Baudet en Roos waren niet van het scherm te slaan en zijn dat nog steeds niet. Ik kan me niet heugen dat nieuwe politieke partijen zoveel aandacht kregen als afgelopen jaar VNL, DENK, GeenPeil en FvD.

Wat me het meest bevreemd is dat ik me meen te herinneren dat we in Nederland juist een zeer pluriform stelsel van zendgemachtigden hebben, ieder met hun eigen kleur en geluid. Een stelsel dat evenwicht juist zoekt door de diversiteit aan het woord te laten. Als zo’n stelsel “is verworden tot een instrument van het partijkartel,” dan moet er wel sprake zijn van een complot? Wat is dat ‘partijkartel’ trouwens? Ben ik dan een tweede complot op het spoor? Zie ik ‘groene mannetjes’ of het Forum?

Egoïst, narcist, …. elite!?

Een van de meest gebruikte woorden van 2016 en ik verwacht dat het ook in 2017 nog heel vaak wordt gebruikt. Ik heb niet geturfd, maar het zou best wel eens in de top tien van 2016 kunnen staan. Het woord elite. Als we het moeten geloven is alle ellende in de wereld, en misschien ook wel in het heelal, de schuld van de elite.

eliteFoto: Het Financieele Dagblad

Volgens Vandale is de elite een  “kleine groep van voorname mensen.” Wikipedia, de ‘democratische encyclopedie’ valt bij: “een kleine groep in een maatschappij, met buitengewone kwalificaties of privileges, waardoor zij op een bepaald vlak de hoogste positie inneemt. Zo kan er sprake zijn van onder meer politieke, militaire, economische en culturele elites.” Dus mensen die de hoogste posities innemen, die uitverkoren zijn.

Behoren kamerleden erbij? Ze zijn immers voornaam, zitten op een hoge positie omdat ze wetten voor ons allemaal vaststellen? Dat kan ik niet, ik kan er alleen maar iets van vinden en dat kenbaar maken. Zelf lijken ze daar anders over te denken. Menig kamerlid ‘vervloekt’ de elite en suggereert er niet bij te horen. Neem bijvoorbeeld Wilders die Tweet: “Heeee linkse media, elite, diensten en justitie: luister goed …” Of de SP die in haar verkiezingsprogramma schrijft: “Dat de politiek er niet alleen is voor de elite, maar voor iedereen.” Een waarheid als een koe, maar het suggereert wel dat volksvertegenwoordigers, die toch door ons zijn gekozen en dus ‘ uitverkoren’, niet tot de elite behoren. Die bestaat volgens de partij uit: “de directeuren en bestuurders.” 

Ontkennen zij het bestaan van een politieke elite? Of bestaat die wel maar horen ze er zelf niet bij. Als dat zo is, welke politici behoren dan wél bij de elite? De regeringspartijen misschien?  Premier Rutte denkt daar anders over, zo valt in Trouw te lezen: “In mijn achtergrond zit echt 0,0 procent elite. Ik herken me er niet in. Ik kan mijn tijd maar één keer uitgeven. Als het me om me, myself and I ging, dan kon ik ook wel andere dingen verzinnen om te doen, waarbij je niet iedere dag de grond in wordt geschreven.” Als premier is hij toch de politieke leider van Nederland, de ‘hoogste’ persoon en toch geen elite? Wie blijft er dan nog over als ‘elite’?

Maar wacht eens, zegt hij dat het bij de elite alleen maar draait om ‘me myself and I’? Dat is een heel andere definitie van elite. Is elite dan synoniem met egoïst? Met narcist?

Magere Hein, popmuziek en internet

Twee berichten. Twee verschillende onderwerpen. Het eerste bericht in de Volkskrant gaat over gestorven popsterren: “Nooit eerder ontvielen ons in één jaar zo veel grote popsterren. Toeval of niet?” Inderdaad stierven er veel, Bowie, Prince, Leonard Cohen, George Michael en Lemmy de voorman van Motörhead om er slechts een paar te noemen. Het tweede bericht, ook in de Volkskrant, meldt dat het internetgebruik van75-plussers flink is toegenomen: “Had vier jaar geleden iets meer dan 40 procent van de Nederlanders van 75 jaar en ouder thuis toegang tot internet, dit jaar is dat toegenomen tot 60 procent.” 

magere-hein

Illustratie: Shutterstock

Als we het oude adagium dat alleen het bijzondere nieuws is hanteren, dan zou er sprake moeten zijn van twee bijzondere gebeurtenissen. Zijn dit wel zo’n bijzondere gebeurtenissen?

Neem de overleden popsterren. Natuurlijk stierven George Michael en Prince relatief jong, voor anderen geldt dat minder, Bowie was al zeventig en Cohen eenentachtig. Maar toch, popmuziek is een fenomeen dat in de jaren vijftig ontstond en vanaf de jaren zestig groot groeide. Er kwamen steeds meer bands en dus muzikanten. Waren ze bij het begin van hun carrière net twintig, dan zijn ze nu de vijfenzestig ruim gepasseerd. Is het gezien de minder gezonde levensstijl die de gemiddelde muzikant erop nahoudt, verwonderlijk dat Magere Hein hen komt halen? En vooral dat er steeds meer gehaald worden? Moeten we verbaasd opkijken als 2017 het record van dit jaar gaat verbreken?

Dan de internettende 75-plusser. Het internet is inmiddels een goede twintig jaar ingeburgerd. De kans dat iemand die nu 75 wordt, met internet in aanraking is gekomen en er in meer of mindere mate bedreven mee kan omgaan wordt steeds groter. Over een jaar of vijf tot tien, zal er zo ongeveer geen 75-plusser meer zijn zonder internet, behalve natuurlijk als hij er zelf voor kiest. Aan de andere kant, in die afgelopen vier jaar is dezelfde Magere Hein die de muzikanten bezocht, ook bij veel 75-plussers langsgekomen en dan vooral bij de oudsten onder hen. Laat die oudsten nu juist het minste gebruik maken van internet. Is het dan zo verwonderlijk dat het internetgebruik door 75-plussers toeneemt?

En voor de liefhebber: Lemmy op z’n best:

Dictatuur van de meerderheid

Het was te voorspellen. GroenLinks stemt in met het Oekraïneverdrag. Nee, dat is niet wat te voorspellen was. Wat wel? Dat dit ‘draaien’ wordt genoemd: “GroenLinks draait: steunt Oekraïnedeal Mark Rutte,” zo luidt de kop boven een artikel van Bas Paternotte bij ThePostOnline. Door iemand van draaien te beschuldigen, zeker als hij een ‘mooi kontje’ heeft, kan de ‘draaier’ verkiezingen verliezen.

De kop is nog vriendelijk, de reageerders op het artikel hebben het over ‘landverraad’, ‘politieke wentelteefjes’ ‘oplichters’, ‘betweters’, het onvermijdelijke ‘demoniseerders’ en de mooiste komt van Hans van de Kuil: “crypto-communisten die mee willen gaan in het steeds verder illegaal uitbreiden van het imperialistische en corporatische (hij zal wel corporatistische bedoelen) Westen richting Rusland. Het kan alleen maar omdat men zo’n enorme hekel heeft aan Geen Stijl en/of populistische partijen, dat alles geoorloofd is om dat tegen te werken.” Ja, dat krijg je als je ‘verraad pleegt’ aan de uitslag van een referendum, als je ingaat tegen de wil van het volk. Al is dat de vraag, want kwam de meerderheid  van de kiesgerechtigden niet opdagen? Wellicht vanwege de opkomstdrempel die voorstanders twee keuzemogelijkheden gaf.

loesje

Illustratie: https://www.loesje.nl/posters/nijmegen-1111_2/

Realiseren deze criticasters met hun prachtige vocabulaire zich wel dat de keuze van GroenLinks ook een gevolg is van een democratisch proces? Werden immers de leden niet gevraagd wat zij ervan vonden? Lijkt dan niet precies op wat GeenPeil wil gaan doen, een ‘referendum’ houden en dan de uitkomst overnemen? Niet mijn manier van het vertegenwoordigen van het volk, maar wel de manier van deze criticasters die willen dat volksvertegenwoordigers doen wat het volk wil, dat zij niet zelf mogen nadenken. Zien zij de splinter in het oog van anderen, maar niet de balk in het eigen oog?

Belangrijker dan die balk. Een referendum, zelfs al is het bindend, betekent niet dat de ‘verliezers’ ervan, hun mond moeten houden. Zelfs al is er maar één tegenstemmer, dan nog heeft die het recht om ook na de stemming zijn opvatting te blijven verkondigen en zo mensen proberen te overtuigen van zijn gelijk. Wie weet hoe er over een tijdje over hetzelfde onderwerp wordt gedacht? Wellicht verliezen dan de huidige winnaars?

Is het niet juist de kracht van onze democratie dat ook minderheden hun stem mogen laten horen, ook na een stemming? Dat zij niet van mening moeten veranderen en de boodschap van de winnaar moeten verkondigen omdat ze in de minderheid zijn? Dat zou een dictatuur van de meerderheid zijn. Om Loesje te citeren: “Waar één wil is, is de democratie weg.”

“Geen meetbaar effect”

Volkskrant-columnist Martin Sommer is geen voorstander van windenergie. In zijn column concludeert hij: “Wind op zee wordt veel goedkoper. Maar 6 miljard weggegooid geld, blijft weggegooid geld.” Die conclusie baseert hij op het beroep dat de Nederlandse staat heeft aangespannen tegen het Urgenda-vonnis, de uitspraak van de rechter dat het kabinet zich moet houden aan de afspraak om de CO2 uitstoot vóór eind 2020 met een kwart terug te brengen. “Dijksma voerde daartegen aan dat het aandeel van Nederland in de internationale CO2-uitstoot al heel klein is, namelijk 0,35 procent. De extra maatregelen die de rechter heeft bevolen, leiden volgens de rekenaars van de Staat tot 0,000045 graden minder klimaatopwarming.”

belastingen

Illustratie: www.trabvv.be

Dat is inderdaad verwaarloosbaar en dan is zes miljard weggegooid geld. Sterker nog, als de Nederlandse bijdrage aan de CO2-uitstoot maar 0,35 procent is, waarom zouden we dan überhaupt iets doen? Het zal best dat die extra maatregelen maar zo weinig bijdragen en dat de bijdrage van Nederland aan de CO2 uitstoot zeer beperkt is. Als dat voor een land geldt, dan geldt dat zeker voor een individu. Omdat ik nu wat koude voeten heb, zal ik de thermostaat nog maar een paar graadjes hoger zetten, de uitstoot van die ene kuub gas die ik daardoor extra verstook, daar is de temperatuurstijging nog onmeetbaarder van. Dan moeten er nog een vrachtwagen nullen achter de komma en voor de vier bij: “geen meetbaar effect.”

Beste meneer Sommer en wat belangrijker is minister Dijksma, is dit niet een wat al te simplistische redenering? Waarom zou dan de Duitse, Amerikaanse op Chinese regering wel iets doen? Ja, de bijdrage aan de CO2 uitstoot van China is veel groter dan de Nederlandse, dus zou China eerder iets moeten doen. Alleen waarom zou China dat doen, de bijdrage van de gemiddelde Chinees is veel geringer dan van de gemiddelde Nederlander. En alhoewel de gemiddelde  Amerikaan waarschijnlijk het meest van alle ‘gemiddelde wereldburgers’ bijdraagt, is die bijdrage zo nihil dat een vermindering ervan geen meetbaar effect” zal hebben.

Beste minister Dijksma, als u zich achter een dergelijke redenering blijft verschuilen, wilt u dan bij staatsecretaris Wiebes aangeven dat ik dan geen belastingen meer betaal. Die paar centen die ik bijdraag op ongeveer € 260 miljard: “Geen meetbaar effect.” 

De Belgische bus

Bij Joop schrijft Hester Macrander over vertrouwen. Aanleiding voor haar artikel is het betoog van Jan Terlouw bij De Wereld Draait Door. Bij het lezen van Macranders artikel moest ik denken aan ervaringen uit mijn werkzame leven als gemeenteambtenaar. Ik moet dan denken aan twee spreuken.

loslaten-in-vertrouwen

Illustratie: Adobe Spark

‘De eerste is loslaten in vertrouwen’. Vanuit de gemeente geredeneerd willen ze het vertrouwen hebben dat ze iets aan burgers en bedrijven kunnen overlaten. Redeneer je vanuit de burger of een bedrijf, dan wil je erop kunnen vertrouwen dat de gemeente woord houdt en dat loslaten ook echt loslaten is. Twee keer vertrouwen of is het het gebrek eraan? De tweede spreuk is ‘ruimte voor de professional’ want die professional weet het beste wat er moet gebeuren dus waarom zou je hem of haar dan niet de verantwoordelijkheid geven? Ook daarbij staat vertrouwen centraal.

Als ik dan put uit mijn ervaringen en herinneringen, dan zie ik iets anders. Dan zie ik stuurgroepen, bestuurscommissies, overlegtafels en portefeuillehouders overleggen, namen voor ‘vergaderingen’ van wethouders of burgemeesters waarin gemeenten samenwerken. En als bestuurders een overleg hebben, is er altijd een ambtelijk vooroverleg. Alleen lijkt dat samenwerken in de praktijk op het zoveel mogelijk najagen van de eigen belangen. Als het eigen belang wordt nagejaagd, verliest dan het gezamenlijke belang en sneuvelt dan het vertrouwen?

Zo werkte ik namens mijn toenmalige werkgever aan een gezamenlijk project met zo’n stuurgroep en een ambtelijke regiegroep. Een project dat vroeg om veel handen aan de ploeg en tijdens een ‘heidag’ werd de vraag gesteld hoe we meer menskracht konden vrijmaken. Daarop keek ik rond en zei, dat er veel menskracht in het betreffende zaaltje zat die allemaal aan het ‘regisseren’ waren. Terwijl een regisseur of projectleider dat werk ook zou kunnen. Dat was echter een paar bruggen te ver, iedereen wilde aan het ‘stuur’ blijven zitten. Geen vertrouwen om los te laten?

Een tweede voorbeeld. Een paar uitvoerende partijen kregen signalen van hun medewerkers dat er een hiaat zat in de dienstverlening. Ruimte voor de professional latend zou ik de professional vragen: ‘wat ga jij eraan doen, wat heb je daarbij nodig en ga vooral meteen aan de slag’. Zij stelden voor om een stuurgroep in te richten met een bijbehorende ambtelijke werkgroep die aan een actieplan moesten werken dat vervolgens geïmplementeerd moest worden. Hoe zit het dan met het loslaten in vertrouwen? Hoeveel ruimte is er voor die professional?

Lijkt dit niet veel meer op de Belgische bus uit het mopje? Die brede bus zodat iedereen een plekje voorin heeft? Of moeten we die bus in het vervolg toch maar Nederlands noemen?